03-02-13

Georg Trakl, Paul Auster, Johannes Kühn, Andrzej Szczypiorski

 

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

 

De profundis

 

Es ist ein Stoppelfeld, in das ein schwarzer Regen fällt.
Es ist ein brauner Baum, der einsam dasteht.
Es ist ein Zischelwind, der leere Hütten umkreist.
Wie traurig dieser Abend.

 

Am Weiler vorbei
Sammelt die sanfte Waise noch spärliche ähren ein.
Ihre Augen weiden rund und goldig in der Dämmerung
Und ihr Schoß harrt des himmlischen Bräutigams.

 

Bei der Heimkehr
Fanden die Hirten den süßen Leib
Verwest im Dornenbusch.

 

Ein Schatten bin ich ferne finsteren Dörfern.
Gottes Schweigen
Trank ich aus dem Brunnen des Hains.

 

Auf meine Stirne tritt kaltes Metall
Spinnen suchen mein Herz.
Es ist ein Licht, das in meinem Mund erlöscht.

 

Nachts fand ich mich auf einer Heide,
Starrend von Unrat und Staub der Sterne.
Im Haselgebüsch
Klangen wieder kristallne Engel.

 

 

 

Im Winter

 

Der Acker leuchtet weiß und kalt.
Der Himmel ist einsam und ungeheuer.
Dohlen kreisen über dem Weiher
Und Jäger steigen nieder vom Wald.

 

Ein Schweigen in schwarzen Wipfeln wohnt.
Ein Feuerschein huscht aus den Hütten.
Bisweilen schellt sehr fern ein Schlitten
Und langsam steigt der graue Mond.

 

Ein Wild verblutet sanft am Rain
Und Raben plätschern in blutigen Gossen.
Das Rohr bebt gelb und aufgeschossen.
Frost, Rauch, ein Schritt im leeren Hain.

 

 

 

 

Kaspar Hauser lied
Voor Bessie Loos

 

Hij had waarlijk de zon lief, die purpur de hemel afdaalde,
De paden van het bos, de zingende lijster
En de vreugde van het groen.

 

Ernstig was zijn wonen in de schaduw van een boom
En zuiver zijn gelaat.
God sprak een tere vlam tot zijn hart:
O mens!

 

Stil vond zijn stap de stad in de avond;
De donkere klacht van zijn mond:
Ik wil een ruiter worden.

 

Hem echter volgden struik en dier,
Huis en schemertuin van witte mensen
En zijn moordenaar zocht naar hem.

 

Voorjaar en zomer en mooi de herfst
Van de rechtvaardige, zijn stille stap
Langs de donkere kamers van dromenden.
's Nachts bleef hij met zijn ster alleen;

 

Zag dat sneeuw viel in kale takken
En in de schemerende hal de schim van de moordenaar.

 

Zilver verzonk het hoofd van de ongeborene.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

Een zeer jonge Trakl

Lees meer...

03-02-12

Georg Trakl

 

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

 

Verfall

 

Am Abend, wenn die Glocken Frieden läuten,

Folg ich der Vögel wundervollen Flügen,

Die lang geschart, gleich frommen Pilgerzügen,

Entschwinden in den herbstlich klaren Weiten.

 

Hinwandelnd durch den dämmervollen Garten

Träum ich nach ihren helleren Geschicken

Und fühl der Stunden Weiser kaum mehr rücken.

So folg ich über Wolken ihren Fahrten.

 

Da macht ein Hauch mich von Verfall erzittern.

Die Amsel klagt in den entlaubten Zweigen.

Es schwankt der rote Wein an rostigen Gittern,

 

Indes wie blasser Kinder Todesreigen

Um dunkle Brunnenränder, die verwittern,

Im Wind sich fröstelnd blaue Astern neigen.

 

 

 

Verklärter Herbst

 

Gewaltig endet so das Jahr

Mit goldnem Wein und Frucht der Gärten.

Rund schweigen Wälder wunderbar

Und sind des Einsamen Gefährten.

 

Da sagt der Landmann:

Es ist gut. Ihr Abendglocken lang und leise

Gebt noch zum Ende frohen Mut.

Ein Vogelzug grüßt auf der Reise.

 

Es ist der Liebe milde Zeit.

Im Kahn den blauen Fluss hinunter

Wie schön sich Bild an Bildchen reiht

Das geht in Ruh und Schweigen unter.

 

 

 

Psalm
Opgedragen aan Karl Kraus

 

Er is een licht dat de wind uitgedoofd heeft.
Er is een kroeg op de hei die een dronkaard 's middags verlaat.
Er is een wijnberg, verbrand en zwart met gaten vol spinnen.
Er is een ruimte die ze met melk hebben gewit.
De waanzinnige is gestorven. Er is een eiland in de Zuidzee,
Om de zonnegod te ontvangen. Men roert de trommels.
De mannen voeren oorlogsdansen uit.
De vrouwen wiegen de heupen in slingerplanten en vuurbloemen,
Als de zee zingt. O ons verloren paradijs.

 

De nimfen hebben de gouden bossen verlaten.
Men begraaft de vreemde. Dan begint een glinsterregen.
De zoon van Pan verschijnt in de gestalte van een grondwerker,
Die de middag op het gloeiende asfalt verslaapt.
Er zijn kleine meisjes op een erf in jurkjes vol hartverscheurende armoede!
Er zijn kamers, vol met akkoorden en sonates.
Er zijn schimmen die elkaar voor een geblindeerde spiegel omarmen.
Achter de ramen van het hospitaal verwarmen zich genezenden.
Een witte stoomboot op het kanaal voert bloedige plagen aan.

 

De vreemde zuster verschijnt weer in iemands kwade dromen.
Rustend in het hazelaarsbosje speelt zij met zijn sterren.
De student, misschien een dubbelganger, kijkt haar door het raam lang na.
Achter hem staat zijn dode broer, of hij loopt de oude wenteltrap af.
In het donker van bruine kastanjes verbleekt de gestalte van de jonge novice.
De tuin ligt in de avond. In de kruisgang fladderen de vleermuizen rond.
De kinderen van de huismeester staken hun spel en zoeken het goud van de hemel.
Slotakkoorden van een kwartet. De kleine blinde loopt bevend door de laan,
En later gaat haar schim op de tast langs koude muren, omgeven door sprookjes en heilige legenden.

 

Er is een lege boot die 's avonds het zwarte kanaal afdrijft.
In het duister van het oude asiel vervallen menselijke ruïnes.
De dode wezen liggen bij de tuinmuur.
Uit grijze kamers stappen engelen met bemodderde vleugels.
Wormen druppen van hun vergeelde oogleden.
Het plein voor de kerk is somber en zwijgzaam, als in de kinderdagen.
Op zilveren zolen glijden vroegere levens voorbij
En de schimmen der verdoemden dalen naar de zuchtende wateren af.
In zijn graf speelt de witte magiër met zijn slangen.

 

Zwijgzaam boven de schedelplaats openen zich Gods gouden ogen.

 

 


Vertaalddoor Frans Roumen

 

 


Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

Portret door de Deense schilder Knud Odde

 

 

 

In verband met een internetstoring vandaag slechts een kort bericht. Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 3 februari 2011.

 

 

Gertrude Stein, Ferdinand Schmatz, Michael Scharang

 

Paul Auster, Johannes Kühn, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell

 

Richard Yates, Sarah Kane, James A. Michener, Annette Kolb, Ernst von Wildenbruch

 

03-02-11

Paul Auster, Johannes Kühn, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Sunset Park

 

For almost a year now, he has been taking photographs of abandoned things. There are at least two jobs every day, sometimes as many as six or seven, and each time he and his cohorts enter another house, they are confronted by the things, the innumerable cast-off things left behind by the departed families. The absent people have all fled in haste, in shame, in confusion, and it is certain that wherever they are living now (if they have found a place to live and are not camped out in the streets) their new dwellings are smaller than the houses they have lost. Each house is a story of failure—of bankruptcy and default, of debt and foreclosure—and he has taken it upon himself to document the last, lingering traces of those scattered lives in order to prove that the vanished families were once here, that the ghosts of people he will never see and never know are still present in the discarded things strewn about their empty houses.

The work is called trashing out, and he belongs to a four-man crew employed by the Dunbar Realty Corporation, which subcontracts its "home preservation" services to the local banks that now own the properties in question. The sprawling flatlands of south Florida are filled with these orphaned structures, and because it is in the interest of the banks to resell them as quickly as possible, the vacated houses must be cleaned, repaired, and made ready to be shown to prospective buyers. In a collapsing world of economic ruin and relentless, ever-expanding hardship, trashing out is one of the few thriving businesses in the area. No doubt he is lucky to have found this job. He doesn't know how much longer he can bear it, but the pay is decent, and in a land of fewer and fewer jobs, it is nothing if not a good job.“

 

 

 

Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

Lees meer...

03-02-10

Johannes Kühn, Paul Auster, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell


De Duitse dichter en schrijver Johannes Kühn werd geboren op 3 februari 1934 in Bergweiler, gemeente Tholey in het Saarland. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009.

 

Uit: Ein Ende zur rechten Zeit

 

Wenn ich früher gelebt hätte, vor zwei Jahrhunderten etwa, vielleicht hätte ich alles, was ich in meinen Ferien erlebt, einem Freunde geschrieben, deren viele in der Welt wohnen. Aber ich schrieb alles nur für mich selbst auf in dem Gedanken: Ruhe und wirble nach deinem Wesen! Warum’ Der Freund gibt die Briefe weiter, wem kann man trauen! Die Menschen sind so schlau geworden; sie haben gelernt zu spotten. Und die Analytiker, welche die Seele nach einem Wort der Griechen nennen, bei denen sie noch etwas galt, würden mit ihrer Wissenschaft meine Erfahrungen und Regungen zerlegen. Ihre

Messer schleifen sie oft an dem alten, uralten Sandstein der Eitelkeit und ihre Mäuler posaunen.So dacht ich, als ich daranging aufzuschreiben, was mich bewegte: Wenn gar nach Mode diese Briefe herausgebracht würden! Eines Morgens erwachten meine Eltern, würden, wie gewohnt, ihre Zeitung lesen und plötzlich erschrocken absetzen: Mein Name würde dastehn, so wie sie ihn ins Taufbuch geschrieben, dazu Ausdrücke gepaart wie: erotische Überempfindlichkeit, neurotische Komplexe. Die Zeilen, die vor diesen Worten dienerten, als seien es Könige, spöttelten, ihnen wäre gewiß, in den Ausdrücken selbst würde ich endgültig verdammt. Sie sind nicht hochgebildet, meine Eltern, verständen die Ausdrücke nicht. Aber die Schullehrer, welche auch die Zeitung lesen, in Dörfern achtungswürdige Personen, ja, in jeder Frage anzusprechen, grüßten höhnisch, und wenn sie besonders gut gelaunt wären, erklärten sie gar, gespreizt, daß die guten Leutchen so am Ende wüßten, ich streckte mich vergeblich nach Ruhm aus. Das Wissen und der Stand machen den Menschen dünkelhaft, blähen ihm Anmaßung und Hochmut auf, Netze, die ein gutes Herz rasch

einschnüren. Das waren meine Gedanken damals: Nein, nein, so möchte ich niemals in die Zeitung geschleift werden, und außerdem ist es auch nicht nötig. Ist dies vielleicht mein Fehler, an einem Windzipfel ein Gewitter herbeizuziehen’ Möglich, daß es falsch ist, sich zu fürchten, es ist möglich.“

 

 

 

 

johannes-kuehn
Johannes Kühn (Bergweiler, 3 februari 1934)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009.

 

Uit: Invisible

 

„I shook his hand for the first time in the spring of 1967. I was a second-year student at Columbia then, a know-nothing boy with an appetite for books and a belief (or delusion) that one day I would become good enough to call myself a poet, and because I read poetry, I had already met his namesake in Dante's hell, a dead man shuffling through the final verses of the twenty-eighth canto of the Inferno. Bertran de Born, the twelfth-century Provencal poet, carrying his severed head by the hair as it sways back and forth like a lantern — surely one of the most grotesque images in that book-length catalogue of hallucinations and torments. Dante was a staunch defender of de Born's writing, but he condemned him to eternal damnation for having counseled Prince Henry to rebel against his father, King Henry II, and because de Born caused division between father and son and turned them into enemies, Dante's ingenious punishment was to divide de Born from himself. Hence the decapitated body wailing in the underworld, asking the Florentine traveler if any pain could be more terrible than his.

When he introduced himself as Rudolf Born, my thoughts immediately turned to the poet. Any relation to Bertran’ I asked.

Ah, he replied, that wretched creature who lost his head. Perhaps, but it doesn't seem likely, I'm afraid. No de. You need to be nobility for that, and the sad truth is I'm anything but noble.

I have no memory of why I was there. Someone must have asked me to go along, but who that person was has long since evaporated from my mind. I can't even recall where the party was held — uptown or downtown, in an apartment or a loft — nor my reason for accepting the invitation in the first place, since I tended to shun large gatherings at the time, put off by the din of chattering crowds, embarrassed by the shyness that would overcome me in the presence of people I didn't know. But that night, inexplicably, I said yes, and off I went with my forgotten friend to wherever it was he took me.“

 

 

 

 

paul_auster
Paul Auster
(Newark, 3 februari 1947)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Andrzej Szczypiorski werd geboren op 3 februari 1928 in Warschau. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009.

 

Uit: Die schöne Frau Seidenman (Vertaald door Klaus Staemmler)

 

„Die Welt log. Jeder Blick tückisch, jede Geste niederträchtig, jeder Schritt gemein. Gott hatte die schwerste Prüfung zurückgehalten, das Joch der Sprache. Noch hatte er die Meute der unermüdlichen, mit dem Schaum der Heuchelei bedeckten Wörter nicht von der Kette gelassen. Die Wörter kläfften hier und da, kraftlos an der Leine. Nicht die Wörter töteten damals, erst später sollte aus ihnen eine Mörderbande erwachsen. Das Joch der Wörter war noch nicht gekommen, als sich Bronek Blutman vor dem Angesicht Stucklers befand. Stuckler stand im hellen Fensterrechteck. Draußen vor dem Fenster bewegte sich ein frisch begrünter Zweig im Wind.

"Sie hat gelogen", sagte Blutman. "Ich kenne sie aus der Zeit vor dem Krieg."

Stuckler schüttelte den Kopf.

"Ein Jude darf die Worte eines Deutschen nicht in Zweifel ziehen", sagte er ruhig. "Es geht nicht um den Irrtum, obwohl keiner passieren darf, sondern um den Trotz und die Selbstsicherheit."
"Herr Sturmführer, mein Gedächtnis trügt nicht. Bevor wir hierher kamen, hat sie überhaupt nicht so getan, als ob..."
Stuckler schlug ihm ins Gesicht. Bronek Blutman trat zurück, ließ den Kopf sinken und verstummte. Die Welt log. Ihre Fundamente waren von Lüge, Hinterlist und Gemeinheit zerfressen. Die Doppeldeutigkeit der Lüge, ihre Vieldeutigkeit und Vielfalt machten ihn schwindlig. Eine Unmenge Verräterreien und Erniedrigungen. Die Unterschiedlichkeit der Verfahren, Methoden und Verkörperungen des Verrats. Ich habe diese Jüdin verraten, aber auch sie mich. Das hat nicht einmal Christus voraus- gesehen. Er war gradlinig. Zu Judas sagte er: "Mein Freund" und Petrus rief er zu "Hebe dich, Satan, von mir!" Vielleicht war das seine Art von Humor’

 

 

 

 

andrzejszczypiorski
Andrzej Szczypiorski (3 februari 1928 – 16 mei 2000)

 

 

 

 

De Chinese schrijver Lao She (pseudoniem voor Shu Qingchun) werd geboren op 3 februari 1899 in Beijing. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009.

 

Uit: La philosophie de Lao Zhang (Vertaald door Claude Payen)

 

« La philosophie de Lao Zhang est fondée sur l’argent et la trinité. Trois religions : l’islamisme, le christianisme et le bouddhisme. Trois activités : l’armée, l’enseignement et le commerce. Trois langues : la langue des mandarins, celle de Fengtian et celle du Shandong. Trois’ Trois’ Chez Lao Zhang, tout marche par trois. Il n’a même droit qu’à trois bains pour toute sa vie, ce qui n’est certes qu’un petit détail, mais n’est pas dépourvu d’importance pour la compréhension de son comportement et de sa pensée. Il nous faut donc nous attarder sur ce point.
Trois bains seulement pour toute une vie et il en a déjà pris deux. Quant au troisième, bien qu’il soit né en Chine, pays où tout le monde est prophète, nul ne peut prédire s’il le prendra. Le premier lui fut administré, à son insu, trois jours après sa naissance par la sage-femme dans une cuvette en cuivre alors qu’il ressemblait à un petit rat. Il prit le deuxième dans un bain public la veille de son mariage et déboursa, à cette occasion, deux sapèques, dépense dûment consignée dans son livre de comptes qui en fait un événement historiquement indéniable. Pour le troisième, la majorité des prophètes s’accordent à penser que s’il prend ce bain, il sera certainement passif puisque ce sera tout simplement lors de sa toilette mortuaire.
Cette toilette mortuaire, appelée "lavage du cadavre" est une coutume musulmane, mais Lao Zhang croit-il vraiment en Mahomet ? »

 

 

 

 

LaoShe
Lao She (3 februari 1899 – 24 augustus 1966)

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009.

 

Uit: Die Brandmauer (Vertaald door Wolfgang Butt)

 

Am Abend flaute der Wind plötzlich ab und schlief dann völlig ein.
Er war auf den Balkon getreten. Am Tage konnte er zwischen den gegenüberliegenden Häusern das Meer erkennen.
Aber jetzt war es dunkel. Manchmal nahm er sein altes englisches Miniaturfernglas mit hinaus und schaute in die erleuchteten Fenster des Hauses auf der anderen Straßenseite. Aber es endete immer damit, daß ihn das Gefühl beschlich, jemand habe ihn entdeckt. Der Himmel war sternenklar. Schon Herbst, dachte er. Vielleicht bekommen wir heute nacht Frost. Obwohl es für Schonen ziemlich früh ist. Irgendwo in der Nähe fuhr ein Auto. Ihn fröstelte, und er ging wieder hinein. Die Balkontür klemmte. Auf dem Block neben dem Telefon auf dem Küchentisch notierte er sich, daß er am nächsten Tag die Tür reparieren mußte. Dann ging er ins Wohnzimmer. Einen Augenblick blieb er in der Tür stehen und ließ seinen Blick durch das Zimmer wandern. Weil Sonntag war, hatte er geputzt. Es gab ihm stets ein Gefühl von Zufriedenheit, sich in einem vollkommen sauberen Zimmer zu befinden. An der einen Schmalseite stand ein Schreibtisch. Er zog den Stuhl vor, knipste die Arbeitslampe an und holte das dicke Logbuch heraus, das er in einer der Schubladen aufbewahrte. Wie üblich begann er damit, das am Abend zuvor Geschriebene durchzulesen. Samstag, der 4. Oktober 1997. Der Wind war den ganzen Tag böig. Laut Wetterdienst 8-10 Meter pro Sekunde. Wolkenfetzen jagten über den Himmel. Temperatur um sechs Uhr früh sieben Grad. Um zwei Uhr war sie auf acht Grad gestiegen. Am Abend auf fünf gesunken. Danach hatte er nur noch vier Sätze geschrieben.“

 

 

 

henning-mankell

Henning Mankell (Stockholm, 3 februari 1948)

 

03-02-09

Georg Trakl, Gertrude Stein, Ferdinand Schmatz, Michael Scharang, Johannes Kühn, Paul Auster, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell, Annette Kolb, Ernst von Wildenbruch, James A. Michener, Sarah Kane, Richard Yates


De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

 

Elis

 

1

 

Vollkommen ist die Stille dieses goldenen Tags.
Unter alten Eichen
Erscheinst du, Elis, ein Ruhender mit runden Augen.

 

Ihre Bläue spiegelt den Schlummer der Liebenden.
An deinem Mund
Verstummten ihre rosigen Seufzer.

 

Am Abend zog der Fischer die schweren Netze ein.
Ein guter Hirt
Führt seine Herde am Waldsaum hin.
O! wie gerecht sind, Elis, alle deine Tage.

 

Leise sinkt
An kahlen Mauern des Ölbaums blaue Stille,
Erstirbt eines Greisen dunkler Gesang.

 

Ein goldener Kahn
Schaukelt, Elis, dein Herz am einsamen Himmel.

 

2

 

Ein sanftes Glockenspiel tönt in Elis’ Brust
Am Abend,
Da sein Haupt ins schwarze Kissen sinkt.

 

Ein blaues Wild
Blutet leise im Dornengestrüpp.

 

Ein brauner Baum steht abgeschieden da;
Seine blauen Früchte fielen von ihm.

 

Zeichen und Sterne
Versinken leise im Abendweiher.

 

Hinter dem Hügel ist es Winter geworden.

 

Blaue Tauben
Trinken nachts den eisigen Schweiß,
Der von Elis’ kristallener Stirne rinnt.

 

Immer tönt
An schwarzen Mauern Gottes einsamer Wind.

 

 

 

 

 

 

Aan de knaap Elis

 

Elis, wanneer de merel in het zwarte bos roept,
Dit is je ondergang.
Je lippen drinken de koelte van de blauwe bergbron.

 

Laat, wanneer je voorhoofd zachtjes bloedt
Oeroude legenden
En donkere duiding van de vogelvlucht.

 

Jij echter loopt met tere stappen de nacht in,
Die vol purperen druiven hangt,
En beweegt je armen mooier in het blauw.

 

Een doornstruik klinkt,
Waar jouw maanachtige ogen zijn.
O, hoe lang ben, Elis, jij gestorven.

 

Je lichaam is een hyacint
Waarin een monnik zijn wassen vingers doopt.
Een zwarte holte is ons zwijgen,

 

Waaruit somtijds een teder dier treedt
En langzaam de zware oogleden neerslaat.
Op je slapen drupt een zwarte dauw,

 

Het laatste goud van vervallen sterren.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

 

 

georg_trakl
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania). Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

Uit: Three Lives

 

THE TRADESMEN of Bridgepoint learned to dread the sound of “Miss Mathilda”, for with that name the good Anna always conquered.

The strictest of the one price stores found that they could give things for a little less, when the good Anna had fully said that “Miss Mathilda” could not pay so much and that she could buy it cheaper “by Lindheims.”

Lindheims was Anna’s favorite store, for there they had bargain days, when flour and sugar were sold for a quarter of a cent less for a pound, and there the heads of the departments were all her friends and always managed to give her the bargain prices, even on other days.

Anna led an arduous and troubled life.

Anna managed the whole little house for Miss Mathilda. It was a funny little house, one of a whole row of all the same kind that made a close pile like a row of dominoes that a child knocks over, for they were built along a street which at this point came down a steep hill. They were funny little houses, two stories high, with red brick fronts and long white steps.

This one little house was always very full with Miss Mathilda, an under servant, stray dogs and cats and Anna’s voice that scolded, managed, grumbled all day long.

  “Sallie! can’t I leave you alone a minute but you must run to the door to see the butcher boy come down the street and there is Miss Mathilda calling for her shoes. Can I do everything while you go around always thinking about nothing at all? If I ain’t after you every minute you would be forgetting all the time, and I take all this pains, and when you come to me you was as ragged as a buzzard and as dirty as a dog. Go and find Miss Mathilda her shoes where you put them this morning.”

 

 

 

 

gertrude_stein_bryant_park_manhattan
Gertrude Stein
(3 februari 1874 – 27 juli 1946)

Standbeeld in Bryant Park Manhattan

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

Uit: Durchleuchtung

 

Wie erschaffen mich die technisch erzeugten Bilder, mich und dich und unsere Körper, was sagen die Röntgenbilder, wo und was strahlen sie uns ein, und wir, strahlen wir mit ihnen raus aus der Diagnose, das sind wir, wir scheinen, oho, und geben das Bildnis ab, das Magnetresonanz-Aufnahmebildnis, du feuerst auf was hin, die Wellen flitzen hin, auf was, auf was, wo bin ich, wer sind sie, immer nur im Bild oder im Wort, es bleibt sich gleich, ob mit Danja vor dem Kohlenladen oder mit Lacans Kindern in Damen und Herren, oder mit Pokisa im Bett, einmal die Wunde geöffnet, auch wenn sie trocken ist, kein Blut, nur Magnetismus oder Spannung, und schon läuten und zittern alle im Aufnahmetakt der Aufzeichnungsgeräte, so schwingen wir und sind Teilchen der Teilchen, dass wir uns brechen und Resonanz abgeben, anbieten, Resonanz sind, alles im Bild also, wir brauchen sie oder sie brauchen uns, den Widerstand, dort wo sich was bricht, dort ändern sie ihre Wellenlänge und breiten die Bilder wie die Computertomografien und die Ultraschallbildsequenzen über den Leib aus, Arten des Wissens, fragte sich Franz, aber welche sind hier im Spiel – damals, heute und:...“

 

 

 

 

Schmatz
Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Michael Scharang werd geboren in Kapfenberg in de provincie Steiermark op 3 februari 1943. In 1960 begon hij aan zijn studie dramatiek, filosofie en geschiedenis aan de Universiteit van Wenen. Hij behaalde zijn doctoraatstitel met een proefschrift over Robert Musil. Tijdens zijn studie schreef hij zijn eerste literaire werken en essays en publiceerde hij in het tijdschrift manuskripte.  Scharang nam het initiatief tot de Arbeitskreis österreichische Literaturproduzenten (1970-73). In 1973 was hij een van de mede-oprichters van de Grazer Autorenversammlung, die hij in 1989 verliet. Hij was gedurende vijf jaar lid van de Oostenrijkse Kommunistische Partij (1973-1978). In deze periode schreef hij ook zijn roman Charly Traktor (1973). Tijdens de ‘steirischer herbst’ van 1974, verdedigde Scharang fel een ‘anti-kapitalistisch concept van literatuur’. In 1976 schonk hij de helft van het prijzengeld van de Oostenrijkse Staatsprijs voor Literatuur weg voor de oprichting van het Weense culturele centrum Rotpunkt.  Scharang schrijft niet alleen romans, essaybundels en scripts, hij regisseert ook en levert regelmatig bijdragen aan Oostenrijkse en Duitse kranten en tijdschriften (o.a. Konkret, manuskripte, Die Presse, Profil, Der Standard, Wespennest).

 

Uit: Kunst, Kampf, Kanzler

 

„Die internationale Arbeiterbewegung stolpert immer dann ins Unglück, wenn sie sich nur auf Theoretiker verläßt und nicht auch auf Dichter. In Österreich wurde dieser Fehler vermieden. Marx galt nie mehr als Nestroy.  Letzterer läßt einen Revolutionär, welcher beobachtet, wie jemand aus Angst vor der Revolution auf seine Haustür schreibt, Eigentum sei heilig, sagen, nicht dieser Trottel sei das Problem, sondern der Umstand, daß die Arbeiter jenen Satz in ihr Herz geschrieben hätten. Die österreichischen Arbeiter, dieserart über sich aufgeklärt, hielten viel von sich, nicht aber hielten sie sich für ein historisches Subjekt, wodurch ihnen nicht jedes, aber manches Unglück erspart blieb.

Das Korrektiv zu Friedrich Engels war in Österreich, insbesondere in der libertären Provinz, Oscar Wilde. Bei allem Respekt vor Engels’ Liebe zur strengen Gesetzmäßigkeit ließ man sich vom ausschweifenden Wilde gern daran erinnern, daß der Sozialismus letztlich ein dienstbares Vehikel ist für den „neuen Individualismus, in dessen Diensten der Sozialismus wirkt, ob er es wahrhaben will oder nicht“. 

Der nächste große Dichter, auf den die österreichische Sozialdemokratie hörte, war Karl Kraus, auch wenn die Verständigung mit der im Getöse des Ersten Weltkriegs schwerhörig gewordenen Sozialdemokratie schwer fiel. Kraus allein hielt sein schützendes Wort über die kleine Republik und deren bürgerliche Demokratie, denn nach seiner Ansicht war die Unvollkommenheit des Neuen und Kleinen besser als die Verkommenheit der übergroßen und übermächtigen Monarchie, eine Ansicht, der die Sozialdemokratie sich schon 1945 begeistert anschloß.

 

 

 

 

 

Michael_Scharang_2
Michael Scharang (Kapfenberg, 3 februari 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Kühn werd geboren op 3 februari 1934 in Bergweiler, gemeente Tholey in het Saarland. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

Tanzabend

 

Tanzabend

Selige Paare
seh ich in den Tanzsaal gleiten,
Selige verlassen ihn zur späten Nacht,
und aus den helldurchschienenen Fenstern
klingt Musik.
Walzerweisen
sind im winterlichen Dorf
doppelt wärmend,
fliegen fröhlich über schneebedeckten Platz.
Märsche dröhnen,
Foxtrotts takten,
Tangos weinen liebesherzlich.
Wer will Trauermienen zeigen,
nicht eine,
nicht einer.
Ich steh und blick hinauf die Treppe,
die widerhallt,
ich stehe da als eisig kalter Jungegeselle
ganz ohne Geld,
tret mir die Füße warm
und spür der Nacht
als meiner Braut
spottvollen Kuß.

 

 

 

 

JohannesKuehn-Mundartdichtung_1_1
Johannes Kühn (Bergweiler, 3 februari 1934)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

Uit: Travels in the Scriptorium

 

„The old man sits on the edge of the narrow bed, palms spread out on his knees, head down, staring at the floor. He has no idea that a camera is planted in the ceiling directly above him. The shutter clicks silently once every second, producing eighty-six thousand four hundred still photos with each revolution of the earth. Even if he knew he was being watched, it wouldn’t make any difference. His mind is elsewhere, stranded among the figments in his head as he searches for an answer to the question that haunts him.

Who is he? What is he doing here? When did he arrive and how long will he remain? With any luck, time will tell us all. For the moment, our only task is to study the pictures as attentively as we can and refrain from drawing any premature conclusions.

There are a number of objects in the room, and on each one a strip of white tape has been affixed to the surface, bearing a single word written out in block letters. On the bedside table, for example, the word is table. On the lamp, the word is lamp. Even on the wall, which is not strictly speaking an object, there is a strip of tape that reads wall. The old man looks up for a moment, sees the wall, sees the strip of tape attached to the wall, and pronounces the word wall in a soft voice. What cannot be known at this point is whether he is reading the word on the strip of tape or simply referring to the wall itself. It could be that he has forgotten how to read but still recognizes things for what they are and can call them by their names, or, conversely, that he has lost the ability to recognize things for what they are but still knows how to read.“

 

 

 

 

Paul_Auster
Paul Auster
(Newark, 3 februari 1947)

 

 

 

 

 

De Poolse schrijver Andrzej Szczypiorski werd geboren op 3 februari 1928 in Warschau. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007.

 

Uit: Der letzte Gerechte. Andrzej Szczypiorski (Biografie door Marta Kijowska)

 

Selbst als Szczypiorski im Ausland längst den Ruhm eines Schriftstellers von europäischem Rang genoß, brachten sie ihm keineswegs nur Sympathie und Anerkennung entgegen. Er hatte zwar unter ihnen viele Freunde und Bewunderer, doch gleichzeitig rieben sich an ihm immer wieder die Geister. Weshalb nun? Ging es um die literarische Qualität seiner Werke? War es sein internationaler Erfolg, der die Neider auf den Plan rief? Irritierte das hohe Ansehen, das er ausgerechnet im »feindlichen« Deutschland genoß? Trug man ihm immer noch die heiklen Kapitel seiner Biographie nach? Störte man sich an dem höhnisch-moralistischen Ton, den er gern in seiner Publizistik anschlug? Die kürzeste Antwort auf all diese Fragen lautet: Es war alles zugleich.
Was Szczypiorski wohl am meisten schmerzte, war die Hartnäckigkeit, mit der ein Teil der polnischen Kritiker ihm den Anspruch auf einen Platz unter den Größten der polnischen Gegenwartsliteratur verweigerte. Der deutsche Journalist Richard Heimann hatte nämlich recht, als er einmal schrieb: »Es mag für den deutschen Leser kaum möglich erscheinen, aber eine literarische Qualität wollen ihm seine Landsleute nur mit Widerwillen attestieren. Szczypiorskis Literatur ist in Polen bestenfalls zweite Liga. Diese Skepsis der Polen hatte freilich mehrere Gründe, die allesamt in der Vergangenheit lagen. Zum einen hießen die Favoriten der intellektuellen Elite der sechziger und siebziger Jahre Tadeusz Konwicki, Jerzy Andrzejewski oder Kazimierz Brandys - Szczypiorskis Prosa, mit Ausnahme von Eine Messe für die Stadt Arras, war zu konventionell, um ihren Geschmack zu befriedigen“.

 

 

 

Szczypiorski
Andrzej Szczypiorski (3 februari 1928 – 16 mei 2000)

 

 

 

 

 

De Chinese schrijver Lao She (pseudoniem voor Shu Qingchun) werd geboren op 3 februari 1899 in Beijing. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007.

 

Uit: Histoire de ma vie (Vertaald door Paul Bady , Li Tche-houa , Alain Peyraube , Martine Vallette-Hémery)

 

Cependant, si j'ai changé subitement de profession, ce ne fut pas seulement pour cette raison. Un homme seul n'a jamais empêché l'histoire de tourner. Vouloir s'opposer au changement, c'est le pot de terre contre le pot de fer. A lutter contre son temps, on épuise ses forces et on ne fait que s'attirer des ennuis. En revanche, un pépin qui vous arrive à vous tout seul est souvent beaucoup plus dur à supporter : il peut vous rendre fou du jour au lendemain. Et quand on en est à trouver normal de se jeter dans la rivière ou qu fond d'un puits, il n'y a, ça va sans dire, rien d'étrange à abandonner son métier pour en prendre un autre. En soi, un événement qui ne touche qu'un individu est peu important, mais lorsqu'il vous tombe sur le dos et que vous êtes seul à le porter, il vous écrase : un grain de riz, c'est minuscule, et pourtant, pour la fourmi qui le transporte, c'est une charge exténuante. Pour vivre, on a besoin de respirer, mais lorsqu'il vous arrive un ennui, on a le souffle coupé et on perd la tête. L'homme est une si petite chose !
Ma guigne à moi aura été d'être astucieux et gentil avec les gens. A première vue, ça peut paraître invraisemblable : c'est pourtant absolument vrai, je le jure. Si ça ne m'était pas arrivé à moi-même, jamais je n'aurais cru la chose possible. Mais voilà, c'est bien sur moi qu'elle était tombée. Sur le coup, j'ai cru vraiment devenir fou. Maintenant que vingt ou trente ans se sont écoulés, quand j'y songe, ça me fait plutôt sourire, comme s'il s'agissait tout bonnement d'une fable. Mais j'ai compris à présent que les qualités qu'on peut avoir ne vous profitent pas nécessairement.

 

 

 

LaoShe
Lao She (3 februari 1899 – 24 augustus 1966)

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008.

 

Uit: Depths

 

They used to say that when there was no wind the cries of the lunatics could be heard on the other side of the lake.
Especially in autumn. The cries belonged to autumn.
Autumn is when this story begins. In a damp fog, with the tempera­ture hovering just above freezing, and a woman who suddenly realises that freedom is at hand. She has found a hole in a fence.
It is the autumn of 1937. The woman is called Kristina Tacker and for many years she has been locked away in the big asylum near Säter. All thoughts of time have lost their meaning for her.
She stares at the hole for ages, as if she does not grasp its significance. The fence has always been a barrier she should not get too close to. It is a boundary with a quite specific significance.
But this sudden change? This gap that has appeared in the fence? A door has been opened by an unknown hand, leading to what was until now forbidden territory. It takes a long time for it to sink in.
Then, cautiously, she crawls through the hole and finds herself on the other side. She stands, motionless, listening, her head hunched down between her tense shoulders, waiting for somebody to come and take hold of her.“

 

 

henning_mankell
Henning Mankell (Stockholm, 3 februari 1948)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Annette Kolb werd geboren op 3 februari 1870 in München.  Zij was de derde dochter van een Duitse vader en een Franse moeder. Haar vader, Max Kolb, was een buitenechtelijk kind van ofwel de latere koning Maximilian II of van de hertog Max Joseph in Bayern. In het eerste geval zou Lodewijk II een halbroer van hem zijn geweest, in het tweede geval was hij een halfbroer van de latere Oostenrijkse koningin Elisabeth (Sissy).  Annette Kolb publiceerde in 1899 uit eigen middelen haar eerste werk, Kurze Aufsätze. Tijdens WO I zette zij zich in voor het pacifisme. Zij ging in 1916 in ballingschap naar Zwitserland. Rainer Maria Rilke was zeer lovend over haar romans en nmet de schrijver René Schickele verbond haar een levenslange vriendschap. In 1933 emigreerde Kolbe naar Parijs, zij werd Frans staatsburger, in 1941 volgde de vlucht naar de VS. Na de oorlog keerde zij naar Europa terug (Parijs, München en Badenweiler). Naast essays en romans publiceerde zij ook portretten en levensbeschrijvingen van Mozart, Schubert, Briand en Lodewijk II en Richard Wagner.

 

Uit: Briefe einer Deutsch-Französin

 

Du weißt: ich hatte mich von meinen deutschen Landsleuten dadurch vielfach unterschieden, daß ich immer so stolz darauf war, ihnen anzugehören, und daß ich im Ausland mit der aufgezogenen Fahne meines Deutschtums so begeistert herumging. Aber du hast auch gehört, wie unermüdlich ich ihnen zurief: Die Verschmelzung Eurer Wesensart mit der Eurer westlichen Brüder ist für das Heil Europas unerläßlich und die Stunde für eine Anleihe ihrer Qualitäten hat geschlagen. Denn nicht eher seid Ihr die Berufenen. Jawohl! Ich weiß es schon, Ihr seid gründlicher, männlicher, Euer Geist ist weiter ausgebuchtet. Aber Ihr seid die politisch Ungeschulten, die Unpolitischen par excellence. Ihr versteht es nicht, mit den Franzosen auszukommen, was noch alle anderen Nationen fertig brachten.“

(...)

 

Die meisten Deutschen sind ja, was die Franzosen anbelangt, von einer Oberflächlichkeit, die sonst gar nicht in ihrem Charakter liegt; dafür wird im gegebenen Fall die Oberflächlichkeit mit entsprechender Gründlichkeit betrieben[…].“

 

 

 

 

kolb
Annette Kolb (3 februari 1870 – 3 december 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst von Wildenbruch werd op 3 februari 1845 geboren in Beiroet. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007.

 

Uit:  Das wandernde Licht

An der kleinen Station, die nicht weit hinter Breslau an dem großen Schienenstrange liegt, der, Schlesien durchquerend, Berlin mit Wien verbindet, war zu später Abendstunde der Eisenbahnzug angekommen.

Es war keiner von den Kurierzügen; wenige Fahrgäste nur saßen in den Wagen verteilt; auf der Station stiegen nicht mehr als zwei Reisende aus. Dies waren zwei Männer, von denen der eine, der bejahrter und dicker als der andre war, sogleich von dem Gepäckträger des Bahnhofs in Empfang genommen und begrüßt wurde. Er schien am Orte bekannt zu sein, und das war natürlich genug, denn es war der Arzt, der in der kleinen, etwa zwei Meilen hinter der Station landeinwärts gelegenen Stadt seinen Wohnsitz hatte.

»Ist der Wagen da?« fragte er den Gepäckträger; dem er seine Reisetasche anvertraute; er war offenbar nur zu einem kurzen Ausfluge von Hause fort gewesen.

»Is da, Herr Dukter,« erwiderte jener; »die Frau Dukter hat och den Mantel für'n Herrn mit eingelegt, wird aber nicht nötig sein, is scheenes Wetter heut abend zur Nacht.« Jetzt wandte sich der Arzt an den Mitreisenden.

»Wollen Sie nicht auch nach – fahren?« Und er nannte den Namen des Städtchens.

Der Angeredete bejahte. Er wollte am nächsten Tage noch weiter ins Land hinein; darum hatte er die Absicht gehabt, in der Stadt zu übernachten.“

 

 

 

ernst_von_wildenbruch
Ernst von Wildenbruch
(3 februari 1845 – 15 januari 1909)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James A. Michener werd geboren op 3 februari 1907 in New York. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007.

 

Uit: The Source

 

“Just like the Jews,” he said. “Denied religious liberty by all, they extend it to everyone.” He thought that might be a good motto for the new state, but as the freighter approached land he added, “I’d feel more like a traveler to Israel if they’d let me see one good synagogue.” But the Jewish religion was an internal thing, a system for organizing life rather than building edifices, and no Jewish religious structures were visible.

Even at the dockside his introduction to the Jewish state was postponed, for the firs man who recognized him was a genial, good-looking Arab in his late thirties, dressed nattily inwestern clothes, who called from the shore in English, “Welcome! Welcome! Everything’s ready.” Two generations of British and American archaeologists had been greeted with this heartening call, either by the present Jemail Tabari or by his famous uncle, Mahmoud, who had worked on most of the historic digs in the area. Dr. Cullinane, from the Biblical Museum in Chicago, was reassured.

For many years he had dreamed of excavating one of the silent mounds in the Holy Land, perhaps even to uncover additional clues to the history of man and his gods as they interacted in this ancient land; and as he waited for the freighter to tie up he looked across the bay to Akko, that jewel of a seaport, where so much of the history he was about to probe had started. Phoenicians, Greeks, Romans, Arabs, and finally Richard the Lion Heart and his Crusaders had all come to that harbor in glorious panoply, and to follow in their footsteps was for an archaeologist like Cullinane a privilege.” I hope I do a good job,” he whispered.

 

 

 

 

Michener
James A.  Michener (3 februari 1907 - 16 oktober 1997)

 

 

 

 

De Britse toneelschrijftster Sarah Kane werd geboren op 3 februari 1971 in Essex. De opvoering van haar eerste stuk, Blasted (Opgeblazen), leidde in 1995 tot een groot schandaal in de Britse pers en het gevolg was dat de zalen zich vulden als nooit tevoren. Blasted, een stuk dat barst van de wanhoop en het geweld (verkrachting, moord, kannibalisme, oorlog) werd door Kane zelf omschreven als 'quite a peaceful little play'. Haar tweede stuk, Phaedra's Love (De liefde van Phaedra), opgevoerd in 1996, is een navertelling van de Griekse mythe, die bij Kane toch nog een stuk bloederiger eindigt dan in het origineel van Seneca. Cleansed (Genezen), haar stuk uit 1998, speelt in een ziekenhuis waar een psychiater zich als een beul gedraagt tegenover zijn patiënten. Ook in 1998 verscheen het stuk Crave (Hunkeren), ditmaal onder een pseudoniem om het stuk niet te belasten met haar naam. Hierin vertellen vier mensen, A, B, M en C, elkaar verhalen die zich zo met elkaar vervlechten dat ze uiteindelijk één schreeuw om liefde worden, liefde die niet wordt gegeven, niet wordt beantwoord. In 4.48. Psychosis (Psychose om 4.48 uur), een stuk dat postuum werd opgevoerd in 2000, is de vrouwelijke hoofdpersoon opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis Sarah Kane pleegdezelfmoord op 20 februari 1999, toen ze net achtentwintig was geworden, door zich aan haar schoenveters op te hangen in de wc van het ziekenhuis waar ze was opgenomen na een eerdere zelfmoordpoging. Zij leed aan zware depressies.

 

Uit: Crave

 

„...and sit on the steps smoking till your neighbour comes home and sit on the steps smoking till you come home and worry when you're late and be amazed when you're early and give you sunflowers and go to your party and dance till I'm black and be sorry when I'm wrong and happy when you forgive me and look at your photos and wish I'd known you forever and hear your voice in my ear and feel your skin on my skin and get scared when you're angry and your eye has gone red and the other eye blue and your hair to the left and your face oriental and tell you you're gorgeous and hug you when you're anxious and hold you when you hurt and want you when I smell you and offend you when I touch you and whimper when I'm next to you and whimper when I'm not and dribble on your breast and smother you in the night and get cold when you take the blanket and hot when you don't and melt when you smile and dissolve when you laugh and not understand why you think I'm rejecting you when I'm not rejecting you and wonder how you could think I'd ever reject you and wonder who you are but accept you anyway and tell you about the tree angel enchanted forest boy who flew across the ocean because he loved you and write poems for you and wonder why you don't believe me...“

 

 

 

sarah_kane
Sarah Kane (3 februari 1971 – 20 februari 1999)

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Yates groeide op in een onstabiel gezin. Na de scheiding van zijn ouders hopte hij tijdens de Depressiejaren met zijn moeder en zusje van appartement naar appartement. Hij nam dienst, en werd naar Frankrijk gestuurd aan het eind van de oorlog. Nadat voor korte periode had gediend in de occupatie van Duitsland keerde hij terug naar Amerika, waar hij trouwde. Tijdens zijn diensttijd had hij TB opgelopen, en dankzij de uitkering die hij hiervoor kreeg, kon hij voor korte tijd terug naar Europa. Hier begon hij met het schrijven van verhalen. Eenmaal terug in de VS nam hij verschillende schrijftaken op zich, zoals redactiewerk voor de United Press en Remington Rand, en gaf hij les aan de New School. In 1959 scheidde hij van zijn vrouw, die de voogdij van zijn twee dochters kreeg. In 1961 werd zijn eerste roman gepubliceerd 'Revolutionary Road'. In totaal schreef hij elf romans.

 

Uit: Revolutionary Road

 

„The final dying sounds of their dress rehearsal left the Laurel Players with nothing to do but stand there, silent and helpless, blinking out over the footlights of an empty auditorium. They hardly dared to breathe as the short, solemn figure of their director emerged from the naked seats to join them on stage, as he pulled a stepladder raspingly from the wings and climbed halfway up its rungs to turn and tell them, with several clearings of his throat, that they were a damned talented group of people and a wonderful group of people to work with.

"It hasn't been an easy job," he said, his glasses glinting soberly around the stage. "We've had a lot of problems here, and quite frankly I'd more or less resigned myself not to expect too much. Well, listen. Maybe this sounds corny, but something happened up here tonight. Sitting out there tonight I suddenly knew, deep down, that you were all putting your hearts into your work for the first time." He let the fingers of one hand splay out across the pocket of his shirt to show what a simple, physical thing the heart was; then he made the same hand into a fist, which he shook slowly and wordlessly in a long dramatic pause, closing one eye and allowing his moist lower lip to curl out in a grimace of triumph and pride. "Do that again tomorrow night," he said, "and we'll have one hell of a show."

They could have wept with relief. Instead, trembling, they cheered and laughed and shook hands and kissed one another, and somebody when out for a case of beer and they all sang unanimously, that they'd better knock it off and get a good night's sleep.“

 

 

 

richardyates
Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

 

03-02-07

Georg Trakl, Andrzej Szczypiorski, Ferdinand Schmatz, Gertrude Stein, Lao She, Ernst von Wildenbruch, James A. Michener


Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in het conducteurshuis aan de Waagplatz 2 in Salzburg geboren. Zijn vader, Tobias Trakl, was een handelaar in ijzerwaren en zijn moeder, die ook psychische problemen had, was Maria Catharina Trakl, (meisjesnaam Halik). Voorts had hij nog drie broers en drie zussen. Margarethe (doorgaans Grethe genoemd) stond hem het naast, zelfs zodanig dat sommigen een incestueuze verhouding vermoeden.

Zijn jeugd bracht hij door in Salzburg. Daar bezocht hij een protestantse lagere school, hoewel zijn ouders katholiek waren. Vervolgens bezocht hij van 1897 tot 1905 het humanistische gymnasium. Hij stond te boek als een slecht scholier met onvoldoendes voor Wiskunde, Latijn en Grieks. Zijn interessen gingen veeleer uit naar drank, roken, opium en frequent prostitueebezoek en beëindigde zijn schoolperiode zonder eindexamen.

Om toch een academische opleiding te kunnen volgen, werkte hij tot 1908 in de praktijk bij een apotheker. Sommigen vermoedden dat hij dit vooral deed om zichzelf opiaten te kunnen verschaffen.

Na zijn tijd bij de apotheker verhuisde hij in 1908 naar Wenen om een tweejarige apothekersopleiding te volgen. Tevens kwam hij in deze tijd in contact met een groep bohémiens en kunstenaars die hem hielpen enkele van zijn gedichten te publiceren. Deze opleiding rondde hij, kort nadat zijn vader was overleden, in 1910 met de graad ‘Magister Pharmaciae’ af. Vervolgens trad hij voor de periode van één jaar in dienst van het leger.

Zijn terugkeer in het burgerlijk leven was niet succesvol. Hij kon geen werk vinden als apotheker en trad weer in dienst van het leger. Hij werd in een ziekenhuis in Innsbruck geplaatst. Aldaar ontmoette hij ook de lokale kring van kunstenaars, die zijn ontkiemende talent herkenden. Ludwig von Ficker, de redacteur van het tijdschrift “Die Brenner” fungeerde als zijn patroon. Ficker bracht hem ook onder de aandacht van Ludwig Wittgenstein, die hem een genereuze beurs gaf, zodat hij zich aan zijn schrijven kon wijden.

Bij het uitbreken van WO I werd Trakl als medicus naar het front in Galicië (heden ten dage in Oekraïne en Polen) gestuurd. Zijn gemoedsschommelingen leidden tot geregelde uitbraken van depressie, die verergerd werden door de afschuw die hij voelde voor de verzorging van de ernstig verwonde soldaten. Tijdens een van de voorvallen in Gródek, leidde hij het herstel van zo’n negentig soldaten, die in de felle strijd tegen Russen gewond waren geraakt. De spanning en druk dreven hem ertoe een suïcidepoging te ondernemen, welke zijn kameraden nochtans verhinderden. Hij werd in een militair ziekenhuis opgenomen in Kraków, alwaar hij onder strikt toezicht geplaatst werd. Trakl verzonk daar in nog zwaardere depressies en schreef Ficker om advies. Ficker overtuigde hem ervan dat hij contact moest opnemen met Wittgenstein, die inderdaad op weg ging na Trakls bericht te hebben ontvangen. Op 4 november 1914, drie dagen voordat Wittgenstein aan zou komen, overleed hij echter aan een overdosis cocaïne. Het is niet geheel duidelijk of dit zelfmoord (gezien zijn gedichten niet onwaarschijnlijk) of een ongeluk was. Hij werd, op aansporing van Ludwig von Ficker, in Innsbruck begraven. Bij het ziekenhuis is een gedenksteen opgericht.

 

Grodek

Am Abend tönen die herbstlichen Wälder
Von tödlichen Waffen, die goldnen Ebenen
Und blauen Seen, darüber die Sonne
Düstrer hinrollt; umfängt die Nacht
Sterbende Krieger, die wilde Klage
Ihrer zerbrochenen Münder.
Doch stille sammelt im Weidengrund
Rotes Gewölk, darin ein zürnender Gott wohnt
Das vergoßne Blut sich, mondne Kühle;
Alle Straßen münden in schwarze Verwesung.
Unter goldnem Gezweig der Nacht und Sternen
Es schwankt der Schwester Schatten durch den schweigenden Hain,
Zu grüßen die Geister der Helden, die blutenden Häupter;
Und leise tönen im Rohr die dunkeln Flöten des Herbstes.
O stolzere Trauer! ihr ehernen Altäre
Die heiße Flamme des Geistes nährt heute ein gewaltiger Schmerz,
Die ungebornen Enkel.

 

Menschheit

Menschheit vor Feuerschlünden aufgestellt,
Ein Trommelwirbel, dunkler Krieger Stirnen,
Schritte durch Blutnebel; schwarzes Eisen schellt,
Verzweiflung, Nacht in traurigen Gehirnen:
Hier Evas Schatten, Jagd und rotes Geld.
Gewölk, das Licht durchbricht, das Abendmahl.
Es wohnt in Brot und Wein ein sanftes Schweigen
Und jene sind versammelt zwölf an Zahl.
Nachts schrein im Schlaf sie unter Ölbaumzweigen;
Sankt Thomas taucht die Hand ins Wundenmal.

 

Verval

Wanneer de klokken 's avonds vrede luiden,
volg ik de wondermooie vogelscharen,
die, lang als pelgrimsstoeten vroeger waren,
verdwijnen in het helder herfstgetijde.

Ik wandel door de tuin vol schemerkleuren,
volg dromend er hun schitterender wegen,
voel haast de urenwijzer niet bewegen,
kan boven wolken nog hun tocht bespeuren.

Dan adem ik verval, begin te beven.
De merel klaagt in de ontloofde twijgen.
De wijn, om roestig traliewerk geweven,

zwaait heen en weer. Als dans vol ijzig zwijgen
lijkt kinderdood rondom de put te zweven,
waar blauwe asters in de vrieswind nijgen.

Vertaling: Frans Roumen

 

trakl
Georg Trakl  (3 februari 1887 – 4 november 1914)

 

De Poolse schrijver Andrzej Szczypiorski werd geboren op 3 februari 1928 in Warschau. Hij was 15 jaar toen hij meemaakte dat de Duitsers zijn land bezetten. In deze tijd studeerde hij aan de ondergrondse universiteit die zijn vader, een socialistische historicus en wiskundige had mee georganiseerd. In 1944 deed hij mee aan de opstand van Warschau. Hij werd gearresteerd en vastgezet in KZ Sachsenhausen. Szczypiorski zette zich al vroeg in voor een verzoening tussen Duitsland en Polen. In 1995 kreeg hij daar voor het Bundesverdienstkreuz.

Andrzej Szczypiorskis bekendste werk is de in 1986 onder de titel Poczatek gepubliceerde roman „De mooir mevrouw Seidenmann“. Het boek verscheen niet in het socialistische Polen.

Het beschrijft de verschillende lotgevallen – van slachtoffers en daders – in de jaren 1941 – 1943 in Warschau in kleine, onafhankelijk van elkaar plaatsvindende, episoden.

 

Uit: "Die schöne Frau Seidenman"

 

„Die Welt log. Jeder Blick tückisch, jede Geste niederträchtig, jeder Schritt gemein. Gott hatte die schwerste Prüfung zurückgehalten, das Joch der Sprache. Noch hatte er die Meute der unermüdlichen, mit dem Schaum der Heuchelei bedeckten Wörter nicht von der Kette gelassen. Die Wörter kläfften hier und da, kraftlos an der Leine. Nicht die Wörter töteten damals, erst später sollte aus ihnen eine Mörderbande erwachsen. Das Joch der Wörter war noch nicht gekommen, als sich Bronek Blutman vor dem Angesicht Stucklers befand. Stuckler stand im hellen Fensterrechteck. Draußen vor dem Fenster bewegte sich ein frisch begrünter Zweig im Wind.

"Sie hat gelogen", sagte Blutman. "Ich kenne sie aus der Zeit vor dem Krieg."

Stuckler schüttelte den Kopf.

"Ein Jude darf die Worte eines Deutschen nicht in Zweifel ziehen", sagte er ruhig. "Es geht nicht um den Irrtum, obwohl keiner passieren darf, sondern um den Trotz und die Selbstsicherheit."
"Herr Sturmführer, mein Gedächtnis trügt nicht. Bevor wir hierher kamen, hat sie überhaupt nicht so getan, als ob..."
Stuckler schlug ihm ins Gesicht. Bronek Blutman trat zurück, ließ den Kopf sinken und verstummte. Die Welt log. Ihre Fundamente waren von Lüge, Hinterlist und Gemeinheit zerfressen. Die Doppeldeutigkeit der Lüge, ihre Vieldeutigkeit und Vielfalt machten ihn schwindlig. Eine Unmenge Verräterreien und Erniedrigungen. Die Unterschiedlichkeit der Verfahren, Methoden und Verkörperungen des Verrats. Ich habe diese Jüdin verraten, aber auch sie mich. Das hat nicht einmal Christus voraus- gesehen. Er war gradlinig. Zu Judas sagte er: "Mein Freund" und Petrus rief er zu "Hebe dich, Satan, von mir!" Vielleicht war das seine Art von Humor?“

 

 

SCCZYPIORSKI
Andrzej Szczypiorski (3 februari 1928 – 16 mei 2000)

 

De Oostenrijkse schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Hij studeerde geschiedenis, filosofie en germanistiek in Wenen. Van 1983 tot 1985 was hij lector voor Duitse taal en literatuur aan de Nihon universiteit in Tokio. Van 1985 tot 1987 docent moderne literatuur aan de universwiteit in Linz. Sinds 1988 had hij een leeropdracht kunst en poëtica aan de Universität für angewandte Kunst in Wenen. In 1999 ontving hij de Christine-Lavant-Preis, in 2001 de Förderungspreis zum Grossen Österreichischen Staatspreis für Literatur, in 2004 de Georg-Trakl-Preis, in 2004 de .C. Artmann-Preis.

 

Uit: Portierisch

 

„- ah!, riecht das stark, entfährt es mir auf dem Hügel darüber, als ich auf ein Stück Baumrinder trete im Ohrwaschlgraben, wie gut doch geschnittenes Holz schmeckt, es tanzt mir auf der Zunge und treibt meine Empfindungen aus, dass sie weiterblühen - vom gut riechenden Holz zum knusprigen Braten und zum überschäumenden Bier, zu den sich zuprostenden Holzfällern, Jägern und Förstern an den sich biegenden, aus handwarmem Holz zusammengenagelten Tischen, in ihren Händen die übervollen Biergläser, vor denen die gar nicht so schamhaften Frauen aus dem ganzen Tal warteten, warteten auf das, was zu erwarten war, die hatten noch was zu tragen,
- aber zu ertragen auch, wirft Courier ein, als ich ein wenig zu euphorisch das Hohelied der guten alten Zeit anstimme, in mein Innenohr, dennoch, noch einmal bitte, fordert er die Mutter der Friseuse von Rotten auf, im grösseren Einkaufsdorf einige Kilometer weiter unten im Tal Richtung Süden, wie war das früher, als es die Waldbahn noch gab, - ja, da war was los, viele Feste gab es damals bei denen im Graben drinnen, jede Woche wurde getanzt und getrunken, wir sind immer wieder hineingefahren mit der Waldbahn oder zu Fuss hingewandert, Kirtag für Kirtag, Lohntag für Lohntag, aufgeregt waren wir, schön hergemacht und so überhaupt“

 

schmatz
Ferdinand Schmatz (
Korneuburg, 3 februai 1953)

 

De Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania) als jongste van de vijf kinderen van Daniel Stein en Amelia Keyser. Haar ouders zijn beiden van Duits-Joodse afkomst. Haar moeder, een 'achtergrondfiguur' die alleen bezig was met de huishouding, stierf aan kanker wanneer Gertrude veertien jaar oud is. Haar vader, altijd al een rusteloze natuur, was met de jaren dominanter en excentrieker geworden. Gertrude zal later schrijven dat ze vaders deprimerend vindt, maar zelf leek ze qua karakter meer op hem dan op haar moeder. In 1903 schreef ze een roman over haar romance met May Bookstaver, die maar na Gertrudes dood wordt uitgegeven onder de titel Things As They Are.
Samen met haar broer Leo vestigde ze zich in Parijs in de de Rue de Fleurus 27 waar de bijeenkomsten op zaterdagavond al snel zeer bekend waren bij kunstenaars, zowel Franse als Amerikaanse. Leo en Gertrude kochten ook schilderijen en hun appartement leek weldra op een museum voor moderne kunst met schilderijen van Picasso, Césanne, Matisse en anderen. In 1907 maakte Gertrude kennis met de drie jaar jongere Alice Babette Toklas, afkomstig uit eenzelfde soort milieu in Californië, en het werd liefde op het eerste zicht. Vanaf 1909 kreeg Gertrude stilaan een zekere bekendheid als schrijfster, tot groot ongenoegen van Leo. Dit leidde in 1914 tot een definitieve breuk tussen hen. Gertrude schreef niet alleen werken die werden uitgegeven in Engeland en de Verenigde Staten, maar ze gaf ook lezingen. Haar manier van schrijven hield niet altijd rekening met de geldende grammaticaregels, maar zij beweerde dat er behoefte was aan een shockeffect en onsamenhangendheid. De bekendheid van Gertrude als letterkundige was zo groot dat aankomende schrijvers haar vroegen om hun werk te lezen en haar oordeel te geven, zoals o.a.Ernest Hemingway in 1922.

 

Uit : Tender buttons

Rooms

 

“Act so that there is no use in a centre. A wide action is not a width. A preparation is given to the ones preparing. They do not eat who mention silver and sweet. There was an occupation.

A whole centre and a border make hanging a way of dressing. This which is not why there is a voice is the remains of an offering. There was no rental.

 

So the tune which is there has a little piece to play, and the exercise is all there is of a fast. The tender and true that makes no width to hew is the time that there is question to adopt.

To begin the placing there is no wagon. There is no change lighter. It was done. And then the spreading, that was not accomplishing that needed standing and yet the time was not so difficult as they were not all in place. They had no change. They were not respected. They were that, they did it so much in the matter and this showed that that settlement was not condensed. It was spread there. Any change was in the ends of the centre. A heap was heavy. There was no change.

 

Burnt and behind and lifting a temporary stone and lifting more than a drawer.

The instance of there being more is an instance of more. The shadow is not shining in the way there is a black line. The truth has come. There is a disturbance. Trusting to a baker's boy meant that there would be very much exchanging and anyway what is the use of a covering to a door. There is a use, they are double.”

 

 

stein
Gertrude Stein
(3 februari 1874 – 27 juli 1946)

 

Lao She (pseudoniem voor Shu Qingchun werd geboren op 3 februari 1899. Hij was een van China's meest prominente moderne schrijvers. Geboren in Beijing als zoon van een arme paleiswacht, die tijdens de bokseropstand in 1900 om het leven was gekomen. Van oorsprong was Lao She onderwijzer en leraar Engels, later universitair docent. Hij leefde in Engeland van 1924 tot 1929. Hij schreef een aantal korte verhalen, komische romans en toneelwerken. Tot zijn meest bekende werken behoort de roman "De riksjarenner" uit 1937 (Chinese titel: "Luotuo Xiangzi" ="Kameel Xiangzi"). Dit boek werd ook verfilmd. Lao She had linkse sympathieën, maar heeft zich nooit tot het marxisme bekeerd. Zoals vele linkse intellectuelen vestigde hij zich na 1949 in de Volksrepubliek.Lao She werd een van China's eerste prominente slachtoffers van de uitwassen van de Culturele Revolutie. Naar verluid - de feiten staan nog niet vast - moest Lao She zich in 1966 verantwoorden tegenover Rode Gardisten tijdens een massabijeenkomst in Beijing. Thuisgekomen van deze vernedering vond hij zijn huisraad alsmede al zijn manuscripten vernield. Hierop pleegde Lao She zelfmoord door zich in een vijver van het park bij de Verboden Stad te verdrinken.

 

Uit Vier Generationen unter einem Dach

 

»Wenn der alte Herr sein Haus, seine Söhne und Enkel sowie die selbstgezüchteten Blumen und Gewächse betrachtete, hatte er das Gefühl, daß sich die Anstrengungen seines Lebens gelohnt hatten. Peking war eine unverwüstliche Stadt, und sein Haus war es ebenso. Er war wie ein alter Baum, der seine Äste über den ganzen Hof ausgebreitet und alle Blüten an den Zweigen selbst hervorgebracht hatte.«

 

 

LaoShe
Lao She (
3 februari 1899 – 24 augustus 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst von Wildenbruch werd op 3 februari 1845 geboren in Beiroet, waar zijn vader consul was. Deze vader, Louis von Wildenbruch, was een buitenechtelijk kind van prins Louis Ferdinand van Pruisen uit diens langdurige liaison met de Magdeburger ambtenaarsdochter Henriette Fromme. De kinderen uit deze liaison werden door koning Willen Frederik III in 1810 in de Pruisische adelstand verheven. Tot von Wildenbruchs oeuvre behoren talrijke balladen, toneelstukken, romans en verhalen. Hij is een vertegenwoordiger van het grote drama uit de Gründerzeit (jaren 1880) en van de nationalistische „Bismarcklyrik“ rond 1900.

 

 

Christkind im Walde

 

Christkind kam in den Winterwald,
der Schnee war weiß, der Schnee war kalt.
Doch als das heil'ge Kind erschien,
fing's an, im Winterwald zu blühn.

 

Christkindlein trat zum Apfelbaum,
erweckt ihn aus dem Wintertraum.
"Schenk Äpfel süß, schenk Äpfel zart,
schenk Äpfel mir von aller Art!"

 

Der Apfelbaum, er rüttelt sich,
der Apfelbaum, er schüttelt sich.
Da regnet's Äpfel ringsumher;
Christkindlein's Taschen wurden schwer.

 

Die süßen Früchte alle nahm's,
und so zu den Menschen kam's.
Nun, holde Mäulchen, kommt, verzehrt,
was euch Christkindlein hat beschert!

 

 

wildenbruch-00
Ernst von Wildenbruch
(3 februari 1845 – 15 januari 1909)

 

De Amerikaanse schrijver James A. Michener werd geboren op 3 februari 1907 in New York. Zijn bekendste boek is waarschijnlijk Centennial, dat zich afspeelt in een fictief dorpje in Colorado. Het boek begint in ver-prehistorische tijden (ten tijde van het ontstaan van de aarde en dinosaurussen) en loopt tot 1973. Van dit boek - dat ruim 900 bladzijden telt - werd een bekroonde televisieserie gemaakt van 26 afleveringen. Hij ontving in 1948 de Pulitzer-prijs voor zijn roman Tales of the south Pacific (Verhalen van de Stille Zuidzee)in de categorie "Fictie.

 

Uit: This Noble Land

 

“Of all forms of goverment operating today, ours is the longest-lived.  We are an outstanding success.  In the next half century we can light new candles of excellence, we can protect the ones we already have, we can gain an extension.  The next years are ones of decision as we face one crucial choice after another.  I hope our genius for doing the right thing will guide us." 

 

 

michener_j
James A.  Michener (3 februari 1907 - 16 oktober 1997)