11-09-17

David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merrill Moore, Barbara Bongartz, Adam Asnyk

 

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

 

Zink
in memoriam Lisbé Smuts-Smith

1
Veeg de sneeuw van de daken
vouw de vogels weer dicht
laat de winter nog slapen
doe iets aan het licht

Sluit de tuin en strooi kiezels
in het bord van het kind
pluk messen en wespen
plet van perziken de pit.

(Gordijnen wil men en aceton
en al wat de lente vertraagt.
Slavernij desnoods of spoorwegen
of ergens iets desolaats.)


2
Nu klotst het water zaagt men hout
blaffen honden brutaal

Nu zit ik hier in deze vlei
te roeien naar een taal

Papyrus zingt de ibis vliegt
de stilte hoort men niet

De boot valt stil wij stappen uit
en rillen met het riet

Onder het water zal mijn adem
trager woorden blazen

Dit machteloze schrijven
is een vroege vorm van zwijgen -

 

 
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

Lees meer...

11-09-16

Dolce far niente, Martinus Nijhoff, David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III

 

Dolce far niente

 

 
Sunday Morning door Asher Brown Durand, 1839

 

 

Zondagmorgen

In 't stille, bleeke water drijven booten:
Zij wachten in de oneindigheid der grijze
Rivier, maar in hun buik zwelt zwaar het groote
Verlangen naar den horizon te reizen.
 
Ver, in een dorp, begon een klok te luiden,
Een carillon-lied uit den toren kwam -
Een warme wind gaat waaien uit het zuiden,
En ginder rijst het parallellogram
Der ophaalbrug - De klokken luiden, luiden.

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Den Haag. De Turfmarkt en Nieuwe Kerk rond 1900. Nijhoff werd geboren in Den Haag.

Lees meer...

11-09-15

David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova, Merill Moore

 

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

 

Witloof

Zoals witloof,
niet de wortel die men breekt
en keert in de ast, maar de koele
kwetsbaarheid van het tere blad

zoals het donkerte wil om wit te zijn
en kilte zoekt om bitter te worden
en breekbaar blijft en bleek –
een bundel ongebroken verlangen

zoals het roerloos groeit,
een leger van stilte,
en opflakkert bij het licht van een lamp
een korte groet uit hun grot van roest

zoals volmaakte vlammen
van een ondergronds branden

 

 

DE SLAPELOOSHEID VAN FREDDY TSIMBA

1.
Ze zeggen dat ik 's nachts uilen zend,
mijn broers en zussen, dat ik op hun daken
lom zitten en roerloos schreeuw
in hun golfplaten slaap

terwijl ik gewoon waak
en in mijn hoofd al beelden maak.
Ik plooi de dagen als stukjes ijzerdraad
en las de naden van de dageraad.

2.
Ze zeggen dat ik vorken raap.
Hel is waar. Wie inhet slijk grijpt,
gaat niet dood, wie zich bukt,
wordt groot. Ik sprokkel metaal,
ik ben een strandjutter van schroot.

 

 
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

Lees meer...

11-09-14

David van Reybrouck, Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, Andre Dubus III, Tomas Venclova

 

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook mijn blog van 11 september 2010 en eveneens alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: Congo

“Het is nog steeds de zee, uiteraard, maar je ziet dat er iets is veranderd, iets aan de kleur. De brede, lage golven deinen nog steeds even vriendelijk, er is nog steeds alleen maar oceaan, maar het blauw raakt gaandeweg bezoedeld met geel. En dat levert geen groen op, zoals je van de kleurentheorie nog weet, maar troebelheid. Het schitterende azuur is verdwenen. De turkooizen rimpeling onder de middagzon is weg. Het peilloze kobalt waaruit de zon opsteeg, het ultramarijn van de schemering, het loodgrijs van de nacht: voorbij.
Vanaf hier is alles sop.
Gelig, oker, roestig sop. Je bent nog honderden zeemijlen van de kust verwijderd, maar je weet: dit is het begin van land. De kracht waarmee de Congo-rivier in de Atlantische Oceaan uitmondt, is zo groot dat het zeewater over vele honderden kilometers anders kleurt.
Wie vroeger voor het eerst met de pakketboot naar Congo voer, dacht bij die verkleuring dat hij er bijna was. Maar bemanning en oudgedienden van de kolonie maakten de nieuweling snel duidelijk dat het vanaf hier nog twee etmalen varen was, etmalen waarop de nieuweling kon zien hoe het water steeds bruiner werd, steeds vuiler. Staande aan de reling van de achtersteven zag hij het groeiende contrast met het blauwe oceaanwater dat de schroef uit diepere lagen bleef ophalen. Na verloop van tijd dreven dikke pollen gras voorbij, zoden, eilandjes die de rivier had uitgespuwd en die nu verdwaasd ronddobberden op de oceaan. Door de patrijspoort van zijn kajuit ontwaarde hij naargeestige vormen in het water, ‘brokken hout en ontwortelde boomen, die lang geleden uit donkere oerwouden waren afgerukt, want de zwarte stammen waren bladloos en de kale stompen van dikke takken wentelden soms even aan het oppervlak en doken dan weer neer’.
Op satellietbeelden zie je het duidelijk: een bruinige vlek die zich tijdens de piek van het moessonseizoen uitstrekt tot achthonderd kilometer westwaarts. Het lijkt wel een lek van het vasteland. Oceanografen spreken van de ‘Congo-waaier’ of de ‘Congo-rookpluim’. Toen ik er voor het eerst luchtfoto’s van zag, moest ik denken aan iemand die zich de polsen had doorgesneden en ze onder water hield – maar dan eeuwig.”

 

 
David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

Lees meer...

11-09-13

Andre Dubus III

 

De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California als zoon van de schrijver Andre Dubus, Andre Dubus III groeide op in molen steden in de vallei van de Merrimack rivier langs de grens van Massachusetts-New Hampshire met zijn drie broers en zussen:. Suzanne, Jeb en Nicole. Hij begon met het schrijven van fictie op de leeftijd van 22 jaar, een paar maanden na zijn afstuderen aan de Universiteit van Texas in Austin met een Bachelors Degree in de sociologie. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkte hij als timmerman, barman, schoonmaker, en als een soort reclasseringswerker. Zijn eerste gepubliceerde short story, "Forky," werd gepubliceerd door Playboy toen Dubus 23 jaar oud was. Dubus’ roman “House of Sand and Fog” (1999) was finalist voor de National Book Award vormde de basis voor een voor de Academy award genomineerde film met dezelfde naam. Zijn in 2011 verschenen memoires “Townie” vertelt over het opgroeien in armoede in Haverhill nadat zijn ouders waren gescheiden,over straatgevechten, en uiteindelijk boksen, en gaat uitgebreid in op zijn relatie met zijn vader. Zijn essay 'Bloed, Root, Knit, Purl" verscheen in de bloemlezing “Knitting Yarns: Writers on Knitting” in 2013. Als lid van het PEN American Center was Dubus panellid voor de National Book Foundation en de National Endowment for the Arts. Hij doceerde schrijven aan de Harvard University, Tufts University, Emerson College en de Universiteit van Massachusetts Lowell, waar hij full-time verbonden is met de faculteit. Dubus 'werk is opgenomen in The Best American Essays 1994, The Best Spiritual Writing 1999 en The Best of Hope Magazine. Hij ontving o.a. een Guggenheim Fellowship, de National Magazine Award voor fictie, en de Handkar Prize.

Uit:Townie

"On the other side of the river was Bradford. It's where a lot of Jocks at the high school lived, the kids who wore corduroys and sweaters and looked clean. It's where houses had big green lawns. It's where the college was where pop taught. It's where he lived in an apartment building with Theo Metrakos and his friend Dave Supple, a writer too.
Since leaving our mother, Pop had lived in a few places, but we rarely saw them and never slept there. Years later I would hear my father say the divorce had left him dating his children. That still meant picking us up every Sunday for a matinee and, if he had the money, an early dinner somewhere. For a few years now he was taking us to church too. He'd pull up in his rusted-out Lancer and drive us to Mass at Sacred Hearts in Bradford Square. The five of us would walk down the aisle between the crowded pews, Jeb and I with our long hair, Suzanne in her tight hip- huggers, Nicole in her brace she now wore for scoliosis, Pop one of the only men in church not wearing a jacket or tie. He refused to put money in the collection basket, too. Many times I'd hear him say, "You think Jesus ever wore a [expletive] tie? Did Jesus spend money on buildings?"
One night, when we were still living at the doctor's house, I heard Mom on the phone trying to convince Pop that he should start taking out each of us one at a time, that he was never going to know us as individual people if he didn't.
I don't know if I cared then about that or not, but a cool sweat broke out on my forehead just thinking about being alone with Pop. I'd never been alone with him. What would I say? What would we talk about? What would we do?
When Mom got off the phone, she said, "I can't believe it. Your father says he'll be too shy with each of you. He's scared of his own kids!"
This made me feel better and worse, but every Wednesday night he'd drive up to the house and take one of us back to his apartment across the river. It was on the third floor of an old brick building covered with ivy.”

 

 
Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

08:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andre dubus iii, romenu |  Facebook |