11-08-17

Dolce far niente, Remco Campert, Hugh MacDiarmid, Ernst Stadler, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus

 

Dolce far niente

 

 
Het Weteringcircuit in Amsterdam

 

Uit: De zwerftocht van Remco Campert (Ons Amsterdam, redactie Jojanneke Claassen en Jochem Brouwer)

“De AJP- puddingfabriek in de Huidekoperstraat, een van die twee straatjes langs Alhambra en uitkomend op de Nicolaas Witsenkade, lag tegenover ons huis op nummer 23. Als ik op mijn twaalfde, denk ik, tussen de middag uit school kwam, zaten de meisjes uit de fabriek altijd op onze stoep te zonnen. Van die brutale meiden met witte mutsjes en witte jassen. En daar moest ik dan tussendoor stappen. Voor de hoek was ik al bang en kwam ik de hoek om, dan zag ik… ja hoor. Mijn moeder had een engagement in Amsterdam en in verband daarmee verliet ik Den Haag, waar ik op 28 juli 1929 ben geboren. We woonden boven een oude paardenstal, die als fietsenstalling werd gebruikt en waar de NSB eenmaal per week liederen kwam zingen, maar het was een fijn buurtje. Schaatsen op de Nicolaas Witsenkade – daar heb ik nog een gedicht over gemaakt; dat ik samen met mijn vriendje een briefje van ƒ 25 op het ijs vind. En dan had je de resten van het Paleis van Volksvlijt op het Frederiksplein, waar de prachtige galerij nog van over was.
Ik heb even op het Frederiksplein op school gezeten, maar dat was echt heel kort. Daarna kwam het Amsterdams Lyceum op het Valeriusplein. Over de Weteringschans liep ik naar lijn 16 op het Weteringcircuit, die me keurig voor school afzette – áls ik instapte. Ik spijbelde nogal. Dan liep ik over de Weteringschans, twijfelend of ik wel of niet. Vaak sloeg ik resoluut rechtsaf, richting binnenstad.
Vooral de laatste maanden ging ik nauwelijks meer. Ik vond die school verschrikkelijk, helemaal toen ze me een klas terugzetten. Ik had er goeie vrienden, zoals Rudy Kousbroek, met wie ik in het Lyceum Café (op de hoek Okeghemstraat, het is nu een restaurant) rondhing. Niet voor pils of zo, want daar waren we nog niet aan toe. Voor de schoolkrant Halo, waar we aan meewerkten. Maar dat hele onderwijs… ik heb het examen niet eens gedaan. Ik heb me op school nooit op mijn gemak gevoeld”

 

 
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929)
Remco Campert met zijn moeder in het Haagse Bos

Lees meer...

11-08-16

Dolce far niente, Max Dauthendey, Hugh MacDiarmid, Ernst Stadler, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus, Alex Haley

 

Dolce far niente

 

 
Regenstimmung door Otto Modersohn, 1884

 

 

Regen

Da draußen regnet es weit und breit.
Es regnet graugraue Verlassenheit.
Es plaudern tausend flüsternde Zungen.
Es regnet tausend Erinnerungen.
Der Regen Geschichten ums Fenster rauscht.
Die Seele gern dem Regen lauscht.

Der Regen hält dich im Haus gefangen.
Die Seele ist hinter ihm hergegangen.
Die Insichgekehrte ist still erwacht,
Im Regen sie weiteste Wege macht.
Du sitzt mit stummem Gesicht am Fenster,
Empfängst den Besuch der Regengespenster.

 

 
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Würzburg. De Alte Mainbrücke in de regen. Max Dauthendey werd geboren in Würzburg.

Lees meer...

11-08-15

Hugh MacDiarmid, Ernst Stadler, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus, Alex Haley

 

De Schotse dichter Hugh MacDiarmid werd geboren op 11 augustus 1892 als Christopher Marray Grieve in Langholm. Zie ook alle tags voor Hugh MacDiarmid op dit blog.

 

Stony Limits (Fragment)
(In Memoriam: Charles Doughty, 1843-1926)

Under no hanging heaven-rooted tree,
Though full of mammuks' nests,
Bone of old Britain we bury thee
But heeding your unspoken hests
Naught not coeval with the Earth
And indispensable till its end
With what whom you despised may deem the dearth
Of your last resting-place dare blend.
Where nature is content with little so are you
So be it the little to which all else is due.

Nor in vain mimicry of the powers
That lifted up the mountains shall we raise
A stone less of nature's shaping than of ours
To mark the unfrequented place.
You were not filial to all else
Save to the Dust, the mother of all men,
And where you lie no other sign needs tells
(Unless a gaunt shape resembles you again
In some momentary effect of light on rock)
But your family likeness to all her stock.

Flowers may be strewn upon the grave
Of easy come easy go.
Fitly only some earthquake or tidal wave
O'er you its red rose or its white may throw
But naught else smaller than darkness and light
—Both here, though of no man's bringing!—
And as any past time had been in your sight
Were you now from your bed upspringing,
Now or a billion years hence, you would see
Scant difference, eyed like eternity.

 

 
Hugh MacDiarmid (11 augustus 1892 – 9 september 1978)
Portret door Charles Pulsford, ca. 1975

Lees meer...

11-08-14

Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji, Fernando Arrabal, Andre Dubus

 

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar). Zie ook alle tags voor Ernst Stadler op dit blog.

 

Sommer

Mein Herz steht bis zum Hals in gelbem Erntelicht wie unter Sommerhimmeln schnittbereites Land.
Bald läutet durch die Ebenen Sichelsang: mein Blut lauscht tief mit Glück gesättigtin den Mittagsbrand.
Kornkammern meines Lebens, lang verödet, alle eure Tore sollen nun wie Schleusenflügeloffen stehn,
Über euern Grund wird wie Meer die goldne Flut der Garben gehn.

 

Die Rosen im Garten

Die Rosen im Garten blühn zum zweiten Mal. Täglich schießen sie in dicken Bündeln
In die Sonne. Aber die schwelgerische Zartheit ist dahin,
Mit der ihr erstes Blühen sich im Hof des weiß und roten Sternenfeuers wiegte.
Sie springen gieriger, wie aus aufgerissenen Adern strömend,
Über das heftig aufgeschwellte Fleisch der Blätter.
Ihr wildes Blühen ist wie Todesröcheln,
Das der vergehende Sommer in das ungewisse Licht des Herbstes trägt.

 

Weinlese

Die Stöcke hängen vollgepackt mit Frucht. Geruch von Reben
Ist über Hügelwege ausgeschüttet. Bütten stauen sich auf Wagen.
Man sieht die Erntenden, wie sie, die Tücher vor der braunen
Spätjahrsonne übern Kopf geschlagen,
Sich niederbücken und die Körbe an die strotzendgoldnen Euter heben.

Das Städtchen unten ist geschäftig. Scharen reihenweis gestellter,
Beteerter Fässer harren schon, die neue Last zu fassen.
Bald klingt Gestampfe festlich über alle Gassen,
Bald trieft und schwillt von gelbem Safte jede Kelter.

 

 
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

Lees meer...

11-08-11

Andre Dubus, Alex Haley, Enid Blyton, Karl Hoche

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Andre Dubus werd geboren op 11 augustus 1936 in Lake Charles, Louisiana. Zie ook mijn blog van 11 augustus 2009 en ook mijn blog van 11 augustus 2010.

 

Uit: Killings

'He walks the Goddamn streets,' Matt said. 'I know. He was in my place last night, at the bar. With a girl.' 'I don't see him. I'm in the store all the time. Ruth sees him. She sees him too much. She was at Sunnyhurst today getting cigarettes and aspirin, and there he was. She can't even go out for cigarettes and aspirin. It's killing her.' 'Come back in for a drink.' Matt looked at his watch. Ruth would be asleep. He walked with Willis back into the house, pausing at the steps to look at the starlit sky. It was a cool summer night; he thought vaguely of the Red Sox, did not even know if they were at home tonight; since it happened he had not been able to think about any of the small pleasures he believed he had earned, as he had earned also what was shattered now forever: the quietly harried and quietly pleasurable days of fatherhood. They went inside. Willis's wife, Martha, had gone to bed hours ago, in the rear of the large house which was rigged with burglar and fire alarms. They went downstairs to the game room: the television set suspended from the ceiling, the pool table, the poker table with beer cans, cards, chips, filled ashtrays and the six chairs where Matt and his friends had sat, the friends picking up the old banter as though he had only been away vacation; but he could see the affection and courtesy in their eyes Willis went behind the bar and mixed them each a Scotch and soda; he stayed behind the bar and looked at Matt sitting on the stool. 'How often have you thought about it?' Willis said. 'Every day since he got out. I didn't think about bail. I thought I wouldn't have to worry about him for years. She sees him all time. It makes her cry.' 'He was in my place a long time last night. He'll be back.' 'Maybe he won't.' 'The band. He likes the band.'

 

 


Andre Dubus (11 augustus 1936 -  24 februari 1999)

In 1963 

Lees meer...

11-08-10

Fernando Arrabal, Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji, Alex Haley, Andre Dubus, Enid Blyton, Karl Hoche

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 11e augustus mijn blog bij seniorennet.be

  

Fernando Arrabal, Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji

 

 

Zie voor de volgende schrijvers van de 11e augustus ook bij seniorennet.be mijn vorige blog van vandaag.

 

Alex Haley, Andre Dubus, Enid Blyton, Karl Hoche

 

11-08-09

Fernando Arrabal, Ernst Stadler, Hugh MacDiarmid, Yoshikawa Eiji, Alex Haley, Andre Dubus, Enid Blyton, Karl Hoche


De Spaanse schrijver, dichter, dramaturg en cineast Fernando Arrabal werd geboren in Melila, Spaans Marokko op 11 augustus 1932.

 

Uit : la Pierre de la Folie

 

J’AI une bulle d’air. Je la sens très bien.

Quand je suis triste elle se fait plus lourde et parfois, quand je pleure, on dirait une goutte de mercure.

La bulle d’air se promène de mon cerveau à mon coeur et de mon coeur à mon cerveau.

 

 

« MON enfant, mon enfant. »

Enfi n elle alluma une lampe minuscule et je pus voir son visage mais non son corps plongé dans

l’obscurité.

Je lui dis « Maman. »

Elle me demanda de la prendre dans mes bras.

Je la pris dans mes bras et je sentis ses ongles s’enfoncer dans mes épaules : bientôt le sang jaillit,

humide.

Elle me dit : « Mon enfant, mon enfant, embrasse-moi. »

Je m’approchai et l’embrassai et je sentis ses dents s’enfoncer dans mon cou et le sang couler.

Alors je m’aperçus qu’elle portait, pendue à sa ceinture, une petite cage avec un moineau à

l’intérieur. Il était blessé mais il chantait : son sang était mon sang.

 

 

 

arrabal
Fernando Arrabal (Melila, 11 augustus 1932)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Ernst Stadler werd geboren op 11 augustus 1883 in Colmar (Kolmar).

 

 

Mittag

 

Der Sommermittag lastet auf den weißen
Terrassen und den schlanken Marmortreppen·
die Gitter und die goldnen Kuppeln gleißen·
leis knirscht der Kies. Vom müden Garten schleppen

 

sich Rosendüfte her· wo längs der Hecken
der schlaffe Wind entschlief in roten Matten·
und geisternd strahlen zwischen Laubverstecken
die Götterbilder über laue Schatten.

 

Die Efeulauben flimmern. Schwäne wiegen
und spiegeln sich in grundlos grünen Weihern·
und große fremde Sonnenfalter fliegen
traumhaft und schillernd zwischen Düfteschleiern.

 

 

 

 

Sonnwendabend

 

Die Sträucher ducken fiebernd sich zusammen
im Rieseln brauner Schleier und im Schwanken
nachtbleicher Falter um erglühte Ranken.
Nun schüren wir das falbe Laub zu Flammen

 

und feiern wiegend in verlornen Tänzen
und Liedern· die im lauen Duft verfluten·
den flüchtigen Rausch der sommerlichen Gluten·
und Mädchen weich das Haar genetzt mit Kränzen

 

und strahlend bleich im schwebenden Gefunkel
streun brennend dunklen Mohn und blasse Nelken.
Und bebend fühlen wir den Abend welken.
Und wilder glühn die Feuer in das Dunkel.

 

 

 

 

stadler
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)

 

 

 

 

 

De Schotse dichter Hugh MacDiarmid werd geboren op 11 augustus 1892 als Christopher Marray Grieve in Langholm.

 

 
Gairmscoile (Fragment)

 

Aulder than mammoth or than mastodon

Deep i’ the herts o’ a’ men lurk scaut-heid

Skrymmorie monsters few daur look upon.

Brides sometimes catch their wild een, scansin’ reid,

Beekin’ abune the herts they thocht to lo’e

And horror-stricken ken that i’ themselves

A like beast stan’s, and lookin’ love thro’ and thro’

Meets the reid een wi’ een like seevun hells.

... Nearer the twa beasts draw, and, couplin’, brak

The bubbles o’ twa sauls and the haill warld gangs black.

 

Yet wha has heard the beasts’ wild matin’-call

To ither music syne can gi’e nae ear.

The nameless lo’enotes haud him in a thrall.

Forgot are guid and ill, and joy and fear.

... My bluid sail thraw a dark hood owre my een

And I sail venture deep into the hills

Whaur, scaddows on the skyline, can be seen

—Twinin’ the sun’s brent broo wi’ plaited horns

As gin they crooned it wi’ a croon o’ thorns—

The beasts in wha’s wild cries a’ Scotland’s destiny thrills.

 

The lo’es o’ single herts are strays; but there

The herds that draw the generations are,

And whasae hears them roarin’, evermair

Is yin wi’ a’ that gangs to mak’ or mar

The spirit o’ the race, and leads it still

Whither it can be led, ’yont a’ desire and will.

 

 

 

 

MacDiarm
Hugh MacDiarmid (11 augustus 1892 – 9 september 1978)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yoshikawa Eiji werd geboren op 11 augustus 1892.

 

Uit: Musashi

 

Images of his sister and the old villagers floated before his eyes. "I'm dying," he thought without a tinge of sadness. "Is this what it's really like?" He felt drawn to the peace of death, like a child mesmerized by a flame.
Suddenly one of the nearby corpses raised its head. "Takezo."
The images of his mind ceased. As if awakened from the dead, he turned his head toward the sound. The voice, he was sure, was that of his best friend. With all his strength he raised himself slightly, squeezing out a whisper barely audible above the pelting rain. "Matahachi, is that you?" Then he collapsed, lay still and listened.
"Takezo! Are you really alive?"
"Yes, alive!" he shouted in a sudden outburst of bravado. "And you? You'd better not die either. Don't you dare!" His eyes were wide open now, and a smile played faintly about his lips.
"Not me! No, sir." Gasping for breath, crawling on his elbows and dragging his legs stiffly behind him, Matahachi inched his way toward his friend. He made a grab for Takezo's hand but only caught his small finger with his own. As childhood friends they'd often sealed promises with this gesture. He came closer and gripped the whole hand.
"I can't believe you're all right too! We must be the only survivors."
"Don't speak too soon. I haven't tried to get up yet."
"I'll help you. Let's get out of here!"
Suddenly Takezo pulled Matahachi to the ground and growled, "Play dead! More trouble coming!"
The ground began to rumble like a caldron. Peeking through their arms, they watched the approaching whirlwind close in on them. Then they were nearer, lines of jet-black horsemen hurtling directly toward them.
"The bastards! They're back!" exclaimed Matahachi, raising his knee as if preparing for a sprint. Takezo seized his ankle, nearly breaking it, and yanked him to the ground.
In a moment the horses were flying past them--hundreds of muddy lethal hooves galloping in formation, riding roughshod over the fallen samurai. Battle cries on their lips, their armor and weapons clinking and clanking, the riders came on and on.”

 

 

 

 

Yoshikawa
Yoshikawa Eiji (11 augustus 1892 – 7 september 1962)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Alexander Palmer Haley werd geboren in Ithaca (New York) op 11 augustus 1921.

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 11 augustus 2007 en ook mijn blog van 11 augustus 2008.

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Andre Dubus werd geboren op 11 augustus 1936 in Lake Charles, Louisiana. Hoewel hij een roman schreef, The Lieutenant, in 1967, beschouwde hij zichzelf vooral als een schrijver van korte verhalen. Dubus kende enkele tragedies in zijn leven, zoals de verkrachting van een zus en een autoongeluk, waarbij hij zelf betrokken was. Hij was een zeer vruchtbaar schrijver. Werk o.a. : Separate Flights (1975), Adultery and Other Choices (1977), Finding a Girl in America (1980), The Times Are Never So Bad (1983), Voices from the Moon (1984), The Last Worthless Evening (1986), Selected Stories (1988), Broken Vessels (1991), Dancing After Hours (1996), and Meditations from a Movable Chair (1998).

 

Uit: Dancing After Hours

 

„He could not say that on the hill he became great, that he had saved a beautiful girl from a river (the voice then had been gentle and serious and she had loved him), or that he had ridden into town, his clothes dusty, his black hat pulled low over his sunburned face, and an hour later had ridden away with four fresh notches on the butt of his six-gun, or that with the count three-and-two and the bases loaded, he had driven the ball so far and high that the outfielders did not even move, or that he had waded through surf and sprinted over sand, firing his Tommy gun and shouting to his soldiers behind him.
Now he was capturing a farmhouse. In the late movie the night before, the farmhouse had been very important, though no one ever said why, and sitting there in the summer dusk, he watched the backs of his soldiers as they advanced through the woods below him and crossed the clear, shallow creek and climbed the hill that he faced. Occasionally, he lifted his twenty-two-caliber rifle and fired at a rusty tin can across the creek, the can becoming a Nazi face in a window as he squeezed the trigger and the voices filled him: You got him, Captain. You got him. For half an hour he sat and fired at the can, and anyone who might have seen him could never know that he was doing anything else, that he had been wounded in the shoulder and lost half his men but had captured the farmhouse.
Kenneth looked up through the trees, which were darker green now. While he had been watching his battle, the earth, too, had become darker, shadowed, with patches of late sun on the grass and brown fallen pine needles. He stood up, then looked down at the creek, and across it, at the hill on the other side. His soldiers were gone. He was hungry, and he turned and walked back through the woods.“

 

 

 

 

Andre-Dubus
Andre Dubus (11 augustus 1936 -  24 februari 1999)

 

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Enid Blyton werd geboren in Londen op 11 augustus 1897. In Nederland is zij vooral bekend geworden met de serie De Vijf (The Famous Five). Van 1907 tot 1915 ging ze naar de 'St. Christophers School for girls' in Beckenham in Zuidoost - Londen. Haar vader wilde dat ze pianiste zou worden. In 1910 scheidden haar ouders. In die tijd begon ze te schrijven, mogelijk om zich terug te trekken in een fantasiewereld. Samen met haar vriendinnen Mirabel Davis en Mary Attenborough richtte ze een tijdschrift op met de naam DAB, de beginletters van hun achternamen. Op haar 19de ging ze voor onderwijzeres leren. Hierna gaf ze 2 jaar les en daarna woonde ze 4 jaar als gouvernante bij het gezin Surbiton in Zuid-Londen. In 1922 kwam de dichtbundel Child Whispers uit. In 1924 gaf ze haar baan op. In oktober 1943 trouwde ze met de chirurg Kenneth Darrell Waters. In de periode van haar leven op 'Green Hedges schreef ze haar 'grote series' Ze was ook veel bezig het het schrijven en beantwoorden van brieven. In 1960 kreeg ze de eerste verschijnselen van de ziekte van Alzheimer. In 1967 overleed haar man, zij een jaar later. Haar boeken zijn populair in Engeland en Australië, maar zijn ook in 40 talen vertaald.

 

Uit: De vijf detectives

‘Het is die dikke jongen, Donald Kempenaar, ik weet het zeker’, dacht Goon en fietste zo snel hij kom. ‘Ha, hij vermomde zichzelf weer eens als slagersjongen. Nou, dat heeft hij al eens eerder gedaan en het was niet erg slim om het nog eens te proberen! Ik heb je door, kreng van een jongen! Mijn kostbare tijd verspillen met idiote briefjes! Deze keer heb ik je te pakken. Wacht maar!’
Hij sloeg de oprit in naar Dikky’s huis. Onmiddellijk kwam een klein Schots hondje uit de bosjes tevoorschijn stuiven. Het blafte vrolijk en probeerde in de enkels van de politieman te bijten.
‘Verdwijn jij!’, riep meneer Goon en schopte naar de vrolijke hond. ‘Je bent even slecht als je baas! Verdwijn, zeg ik je!’
‘Dag, meneer Goon!’, zei Dikky’s stem. ‘Kom hier, Buster. Je kunt je beste vriend niet zo begroeten! Het lijkt wel of u haast hebt, meneer Goon.’
De politieman stapte van zijn fiets en zijn gezicht was rood van het harde fietsen. ‘Hou die hond bij me vandaan’, zei hij. ‘Ik wil even met je praten, jongeheer Donald Kempenaar. Om precies te zijn, ik wil een ECHT GESPREK. Ha, je dacht dat je slim was, hè, met al die briefjes te sturen?’
‘Ik weet echt niet waar u het over hebt’, zei Dikky verbaasd. ‘Maar komt u toch binnen. Dan zullen we eens gezellig met elkaar babbelen.”

 

 

 

 

enid_blyton
Enid Blyton (11 augustus 1897 - 28 november 1968)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Karl Hoche  werd geboren in Ústí nad Labem (Schreckenstein), Bohemen, op 11 augustus 1936. Hij studeerde rechten in München en ging na zijn studie een jaar naar de VS. In 1965 was hij medeoprichter van het Münchner Studentenkabaretts Die Stichlinge. In 1968 behaalde hij zijn juridische staatsexamen. Sindsdien werkt hij als schrijver, vooral voor „das Kom(m)ödchen en de Münchner Lach- und Schießgesellschaft. In 1987 ontving hij de Ernst-Hoferichter-Preis der Stadt München.

 

Uit: Das Evangelium nach Hoche

 

Jesus wird dreimal vom Teufel versucht

Die Luft lag in dicken Schlieren über dem Boden, und ihr Wabern ließ alle Konturen verschwimmen. Satan rief „A one, a two, one, two, three, four“, und siehe, da hob sich ein Amphitheater aus der Trübnis, das bis zu den obersten Reihen dicht gefüllt war mit Menschen, die aufgeregt lärmten. Jesus fragte den Satan: „Warum toben die Heiden?“ Der antwortete: „Sie machen diesen Heidenlärm, weil sie auf die Botschaft eines brandneuen Messias und seiner Gruppe warten, die sich da nennen ‘Die Hammerhaie’.“ Da erschien der ganz in Silber gekleidete Messias am Eingang, gefolgt von einigen Männern und zwölf Mädchen. Ein Brausen ging durch die Menge, als ob ein Sturmwind das Land erschütterte. Und schon droschen die Männer in ihre Instrumente, denen sie ein dumpfes Gehämmer entlockten. Der Meister hatte eine Botschaft, die er sofort verkündete. Sie wurde nicht gesprochen, sondern gesungen, und bestand aus drei Sätzen: „Ich liebe dich, kleines Kind.“ „Liebe mich, kleines Kind.“ Und „Rüttel mich, kleines Kind.“ Dazu zupfte er eine Kithara.
      Seine Mädchen aber waren allesamt schön von Angesicht und Körper, und sie waren aus allen Völkern dieser Erde genommen. Vier von ihnen standen zu seiner Rechten hinter ihm. Ihre Gewänder in den Farben Rot, Grün, Blau und Gelb reichten bis zum Erdboden. Von Zeit zu Zeit sangen sie „Hua-Hua“. Vier andere standen zu seiner Linken hinter ihm. Sie waren in den gleichen Farben gekleidet, aber ihren über und über mit bunten, geschliffenen Glasstücken benähten und bei jeder Bewegung glitzernden Hüllen gelang es nur von Zeit zu Zeit, mit einiger Mühe die Gesäße völlig zu bedecken, die da im Takte der Musik geschwungen wurden. Als das Volk all dieses sah und hörte, ward es in den siebenten Himmel entrückt. Nun gingen die übrigen vier Mädchen in die Menge. Sie waren eine jede bekleidet mit einem Schuhriemen, den sie sich zwischen die Schenkel gezogen hatten und der dort dergestalt verschwunden war, daß kaum einer seine Farbe Rot, Grün, Blau und Gelb sehen konnte. An Bauch und Rücken wurde das überaus schmale Gewand gehalten von einem um die Hüfte geschlungenen Faden.“

 

 

 

 

KarlHoche
Karl Hoche (Ústí nad Labem, 11 augustus 1936)