26-01-14

Philip José Farmer, Alfons Paquet, Lode Baekelmans, Jan van Hoogstraten, Delphine Gay, Sabino Arana Goiri

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

Uit: To Your Scattered Bodies Go

“Slowly, he turned over in a somersault. Then the resistance halted him with his fingertips about six inches from the rod. He straightened his body out and moved forward a fraction of an inch. At the same time, his body began to rotate on its longitudinal axis. He sucked in air with a loud sawing noise. Though he knew no hold existed for him, he could not help flailing his arms in panic to try to seize onto something.
Now he was face "down," or was it "up"? Whatever the direction, it was opposite to that toward which he had been looking when he had awakened. Not that this mattered. "Above" him and "below" him the view was the same. He was suspended in space, kept from falling by an invisible and unfelt cocoon. Six feet "below" him was the body of a woman with a very pale skin. She was naked and completely hairless. She seemed to be asleep. Her eyes were closed, and her breasts rose and fell gently. Her legs were together and straight out, and her arms were by her side. She turned slowly like a chicken on a spit.
The same force that was rotating her was also rotating him. He spun slowly away from her, saw other naked and hairless bodies, men, women, and children, opposite him in silent spinning rows. Above him was the rotating naked and hairless body of a Negro.”

 

 
Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

Lees meer...

26-01-13

Philip José Farmer, Alfons Paquet, Lode Baekelmans, Jan van Hoogstraten, Delphine Gay, Sabino Arana Goiri

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook alle tags voor Philip José Farmer op dit blog.

 

Uit: The Magic Labyrinth

 

“The satellite had kept track of the Operator and the Ethicals, except for himself, and the agents in The Rivervalley, beaming its messages to the grail which was more than a grail. Then the map had faded from the gray surface, and X had known that something had malfunctioned in the satellite. From now on he could be surprised by the Operator, by the agents, and by the other Ethical.

Long ago, X had made arrangements to track all those from the tower and the underground chambers. He had secretly installed the mechanism in the satellite. The others would have put in a device to track him, of course. But his aura-distorter had fooled the mechanism. The distorter had also enabled him to lie to the council of twelve.

Now, he was as ignorant and helpless as the others.

However, if anybody on this world would be taken aboard by Clemens, even if the complement was full, it would be the Operator. One look at him, and Clemens would stop the boat and hail him aboard.

And when the Mark Twain came along, and he, X, managed to become a crew member, he would have to avoid the Operator until he could take him by surprise.

The disguise, good enough to fool even the other stranded Ethical, would not deceive that great intelligence. He would recognize X instantly, and then he, X, would have no chance. Strong and quick as he was, the Operator was stronger and quicker.”

 

 

Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

Lees meer...

26-01-11

Philip José Farmer, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Alfons Paquet, Lode Baekelmans

 

De Amerikaanse schrijver Philip José Farmer werd geboren in North Terre Haute (Indiana) op 26 januari 1918. Zie ook mijn blog van 26 januari 2010. 

 

Uit: The Magic Labyrinth

 

“Everybody should fear only one person, and that person should be himself.”

That was a favorite saying of the Operator.

The Operator had also spoken much of love, saying that the person most feared should also be much loved.

The man known to some as X or the Mysterious Stranger neither loved nor feared himself the most.

There were three people he had loved more than he loved anybody else.

His wife, now dead, he had loved but not as deeply as the other two. His foster mother and the Operator he loved with equal intensity or at least he had once thought so.

His foster mother was light-years away, and he did not have to deal with her as yet and might never. Now, if she knew what he was doing, she would be deeply ashamed and grieved. That he couldn’t explain to her why he was doing this, and so justify himself, deeply grieved him.

The Operator he still loved but at the same time hated.

Now X waited, sometimes patiently, sometimes impatiently or angrily, for the fabled but real Riverboat. He had missed the Rex Grandissimus. His only chance now was the Mark Twain.

If he didn’t get aboard that boat . . . no, the thought was almost unendurable. He must.

Yet, when he did get on it, he might be in the greatest peril he’d ever been in, bar one. He knew that the Operator was downRiver. The surface of his grail had shown him the Operator’s location. But that had been the last information he would get from the map.“

 

 

 


Philip José Farmer (26 januari 1918 - 25 februari 2009)

 

Lees meer...

26-01-10

Rudolf Alexander Schröder, Alfons Paquet, Lode Baekelmans, François Coppée, Eugène Sue, Jan van Hoogstraten, Delphine Gay, Sabino Arana Goiri


De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008 en ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

 

Mild von Honig

Mild von Honig
flogen Bienen   
durchs Gesträuche,
mild von Liedern
flogen Vögel     
auf durchs Grün.


Mild von Düften
blühten Blumen 
im Gesträuche;  
mild von Liebe  
sah ich deine   
Augen blühn.

 

 

 

 

Hohe, feierliche Nacht

 

Hohe, feierliche Nacht,
unbegreifliches Gepränge,
Aug, das über unsrer Enge
fragend in der Fremde wacht.
Hohe, feierliche Nacht!
 
Goldne Schrift am Firmament,
ach, wer deutet uns im Blauen,
was wir nur durch Tränen schauen,
was so fern, so selig brennt.
Goldne Schrift am Firmament!
 
Dunkler Saal voll Sphärenklang.
Taub vom Lärm des eignen Lebens
hört das dumpfe Ohr vergebens
deines Lichtes Lobgesang.
Dunkler Saal voll Sphärenklang!
 
Holde Nacht, von Sternen klar,
spende Trost, dem Trost mag werden
überm Elend aller Erden,
Wunder, ewig wunderbar.
Holde Nacht, von Sternen klar.

 

 

 

 

SCHRoDERRudolfAlexander

Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en journalist Alfons Paquet werd geboren op 26 januari 1881 in Wiesbaden. Zie ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

Uit: Held Namenlos

Auf ihren Ochsen sind mir die Männer entgegengeritten
In roten Mänteln, mit der kosmischen Gastlichkeit ihrer Welt;
Auf alten Grabhügeln saßen wir inmitten,
Und ihre Weiber entkleideten zum Geschenk sich im Zelt.

Im stürmenden Sande grunzte die Karawane,
Die Tiere fielen vor Hunger, erstickten in des Fußbodens grauem Schleim;
In der Sandwüste ein Schädel, nur gehütet von einer kleinen Fahne,
Modert, und rollt den Abhang hinab, als wollte er dennoch heim.

Nicht eine Erbse von Silber gab ich für die Seide der ellenlangen
Köstlichen Fahnen, mit indischen Göttern und Regenbogen bestickt,
Die auf den Steinhaufen der Hochpässe als Opfer hangen,
Mit Pferdehaaren, mit gebleichten Schafsschulterblättern geschmückt.

 

 

 

 

Paquet

Alfons Paquet (26 januari 1881 – 8 februari 1944)

Vliegveld Frankfurt Rebstock met zoon Sebastian ca. 1925

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Lode Baekelmans werd geboren in Antwerpen op 26 januari 1879. Hij schreef heel wat volkse verhalen met het Antwerpse schippersmilieu als decor. Tot zijn bekendste romans behoren Tille, Mijnheer Snepvangers en Het rad van avontuur. Daarnaast was hij professioneel actief eerst als stadsbediende waar hij doorgroeide tot de functie van Antwerps hoofdbibliothecaris. Hij was medestichter van het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven en de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheekwezen en geruime tijd voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Verder was hij ook leerkracht en initiatiefnemer en redacteur bij Alvoorder.

 

Uit: Cyriel Buysse

 

„Er zijn schrijvers, wier werk slechts langzaam erkenning vindt. Zij moeten met geduld en zelfvertrouwen gewapend zijn. Zoo iemand was Cyriel Buysse, die in Vlaanderen nog zeer lang meer afwijzing dan waardeering ondervond, toen hij integendeel reeds lang in Holland onder de gevierde auteurs werd gerekend. Bij het aanbreken van zijn levensavond, toen zijn zeventigste verjaardag gevierd werd, was hij verzoend met al de Vlamingen, werd zijn werk gelezen en zijn schrijversfiguur met eerbied begroet.

Buysse, die zijn volk en zijn land hartstochtelijk liefhad, was een waarheidlievend mensch, die enkel de werkelijkheid wou en kon uitbeelden. De spiegel, dien hij voorhield, weerkaatste figuren en toestanden die velen tijdgenooten tegenstonden, maar vooral ontstemming verwekten bij die critici en lezers die het ruwe opzettelijk en beleedigend vonden. De schrijver debuteerde in 1887 en schreef tot aan zijn dood. Wat afstand en welke gebeurtenissen scheiden aanvang en slot van zijn leven! De wereld kon van uitzicht veranderen en het Vlaamsche publiek en de kritiek andere smaak en inzicht vertoonen.

Het werk van Buysse, door Prof. Aug. Vermeylen een openluchtmuseum van levende beelden genoemd, omspant het leven van een halve eeuw, vol afwisseling en groei, is een eenig document van de sociale ontwikkeling en het veelzijdige Vlaamsche leven.

De buitenman, zooals hij zichzelf noemde, verklaarde aan E. d'Oliveira in een gesprek1: ‘Een bedoeling heb ik met mijn werken nooit gehad. Ik geloof werkelijk, dat er bij mij heel weinig achter zit. U moet mijn werk nemen zooals het is, zonder bijbedoeling. Wel getrokken uit dingen die om mij heen gebeurd zijn - ik zit hier midden in mijn onderwerpen - maar zonder de bedoeling om met het schrijven iets te bereiken. Ik geloof dat op mij wel toepasselijk is de formule van ‘l'art pour l'art’. De menschen hebben er wel eens politieke bedoelingen in gezien. Eén ding is waar, ik ben heelemaal niet een vriend van de clericalen. Die hebben telkens veel aan mijn werk af te keuren gehad en van hen heb ik een geweldige tegenkanting ondervonden.’

 

 

 

Baekelmans

Lode Baekelmans (26 januari 1879 - 11 mei 1965)

Lode Baekelmans (l) met Emiel Van Hemeldonck (midden) en Ernest Claes (r) op een receptie.

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Zie ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

 

C'est vrai, j'aime Paris d'une amitié malsaine...

 

C'est vrai, j'aime Paris d'une amitié malsaine ;
J'ai partout le regret des vieux bords de la Seine
Devant la vaste mer, devant les pics neigeux,
Je rêve d'un faubourg plein d'enfants et de jeux.
D'un coteau tout pelé d'où ma Muse s'applique
A noter les tons fins d'un ciel mélancolique,
D'un bout de Bièvre, avec quelques chants oubliés,
Où l'on tend une corde aux troncs des peupliers,
Pour y faire sécher la toile et la flanelle,
Ou d'un coin pour pêcher dans l'île de Grenelle.

 

 

 

 

Romance

 

Quand vous me montrez une rose
Qui s'épanouit sous l'azur,
Pourquoi suis-je alors plus morose ?
Quand vous me montrez une rose,
C'est que je pense à son front pur.

Quand vous me montrez une étoile,
Pourquoi les pleurs, comme un brouillard,
Sur mes yeux jettent-ils leur voile ?
Quand vous me montrez une étoile,
C'est que je pense à son regard.

Quand vous me montrez l'hirondelle
Qui part jusqu'au prochain avril,
Pourquoi mon âme se meurt-elle
Quand vous me montrez l'hirondelle,
C'est que je pense à mon exil.

 

 

 

 

coppee01

François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)

 

 

 

 

De Franse schrijver Eugène Sue zou geboren zijn op 26 januari 1804. Zie voor meer informatie en een fragment mijn blog van 10 december 2006 en ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

Uit: A Romance of the West Indies (Vertaald door Marian Longfellow)

 

Toward the latter part of May, 1690, the three-masted schooner the Unicorn sailed from Rochelle for the island of Martinique.

A Captain Daniel commanded this vessel, which was armed with a dozen pieces of medium-sized ordnance, a defensive precaution necessary at that period. France was at that time at war with England, and the Spanish pirates would often cross to the windward of the Antilles, in spite of the frequent pursuit of filibusters.

Among the passengers of the Unicorn, few in number, was the Reverend Father Griffen, of the Order of the Preaching Brothers. He was returning to Martinique to resume his parish duties at Macouba, where he had occupied the curacy for some years to the satisfaction of the inhabitants and the slaves of that locality.

The exceptional life of the colonies, then almost continually in a state of open hostility against the English, the Spanish, and the natives of the Antilles, placed the priests of the latter in a peculiar position. They were called upon not only to preach, to hear confessions, to administer the sacraments to their flocks, but also to aid in defending themselves during the frequent inroads of their enemies of all nations and all colors.

The priest's house was, as other habitations, alike isolated and exposed to deadly surprises. More than once had Father Griffen, assisted by his two slaves, intrenched himself securely behind a large gateway of mahogany, after having repulsed their assailants by a lively fire.

Formerly a professor of geometry and mathematics, and possessed of considerable theoretical knowledge of military architecture, Father Griffen had given most excellent advice to the successive governors of Martinique on the construction of works of defense.“

 

 

 

 

EugeneSue
Eugène Sue
(26 januari 1804 – 3 augustus 1857)

In het Musée Carnavalet

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Jan van Hoogstraten werd geboren in Rotterdam op 26 januari 1662. Zie ook mijn blog van 26 januari 2008 en ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

 

 

Snelle Tyd. Quid enim velocius aevo.

 

 1.

 Snelle tyden, ô hoe glyden

 Onze dagen met u heen!

 Wat wy jagen, wat wy myden,

 Word door uwen loop vertreen.

 Waar de zorg of schroom,

 Vreugd of weelde toom,

 Ons leven is gelyk een droom.

 

2.

 Ongelukken, hoe ze drukken,

 En bedroeven 't zwaar gemoed,

 Moeten voor 't geluk weer bukken,

 Als de voorspoed ons ontmoet.

 Wat de tyd ons leert,

 't Zy 't ons streeld of deerd:

 Zy heeft het haast in rook verkeert.

 

3.

 Zoo veel jaren, ons ontvaren;

 Waar is onze Lentetyd,

 Nu de zorgen 't hart bezwaren,

 't Leven als een kleed verslyt.

 Wat de Zomer zend,

 Of de Winter schend,

 De tyd dryft alles vlug ten end.

 

 

 

 

Hoogstraten
Jan van Hoogstraten  (26 januari 1662 – 28 juli 1736)

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Delphine Gay werd geboren op 26 januari 1804 in Aken. Zie ook mijn blog van 26 januari 2009.

 

 

Le Bonheur d'être belle

 

Quel bonheur d’etre belle, alors qu’on est aimée !

Autrefois de mes yeux je n’étais pas charmée ;

Je les croyais sans feu, sans douceur, sans regard ;

Je me trouvais jolie un moment par hasard.

Maintenant ma beauté me paraît admirable.

Je m’aime de lui plaire, et je me crois aimable...

Il le dit si souvent ! Je l’aime, et quand je vois

Ses yeux avec plaisir se reposer sur moi,

Au sentiment d’orgueil je ne suis point rebelle,

Je bénis mes parents de m’avoir fait si belle !

Et je rends grâce à Dieu, dont l’insigne bonté

Me fit le cœur aimant pour sentir ma beauté.

Mais... pourquoi dans mon cœur ces subites alarmes ?...

Si notre amour tous deux nous trompait sur mes charmes :

Si j’étais laide enfin ? Non... il s’y connaît mieux !

D’ailleurs pour m’admirer je ne veux que ses yeux !

Ainsi de mon bonheur jouissons sans mélange ;

Oui, je veux lui paraître aussi belle qu’un ange.

Apprêtons mes bijoux, ma guirlande de fleurs,

Mes gazes, mes rubans, et, parmi ces couleurs,

Choisissons avec art celle dont la nuance

Doit avec plus de goût, avec plus d’élégance,

Rehausser de mon front l’éclatante blancheur,

Sans pourtant de mon teint balancer la fraîcheur.

Mais je ne trouve plus la fleur qu’il m’a donnée ;

La voici : hâtons-nous, l’heure est déjà sonnée,

Bientôt il va venir ! bientôt il va me voir !

Comme, en me regardant, il sera beau ce soir !

Le voilà ! je l’entends, c’est sa voix amoureuse !

Quel bonheur d’être belle ! Oh ! que je suis heureuse !

 

 

 

 

Gay

Delphine Gay (26 januari 1804 – 29 juni 1855)

Portret door Louis Hersent

 

 

 

 

De Baskische schrijver en politicus Sabino de Arana y Goiri werd geboren op 26 januari 1865 in Bilbao. Sabino Arana Goiri werd de ideoloog van het Baskische nationalisme en stichter van de Baskische Nationalistische Partij. Hij bestudeerde de Baskische geschiedenis, taal en cultuur. Arana studeerde vijf jaar in Barcelona (1883-1888), om vervolgens naar Biskaje terug te keren om er zijn politieke missie te starten, wat culmineerde in de oprichting van de Eusko Alderdi Jeltzalea, de Baskische Nationalistische Partij in 1895. Hierin pleitte Arana voor herstel van de Fueros, de tot 1874 (Tweede Carlistische Oorlog) genoten privileges. Hij was overtuigd van een degeneratie van het Baskische ras ten gevolge van de aanzienlijke immigratie van Spaanse arbeiders. Arana was anti-socialistisch en antiliberaal. Zijn literaire werk bestaat uit 33 gedichten en liederen, waaronder de baskische nationale hymne Eusko Abendaren Ereserkia, 14 omvangrijkere literaire en politieke werken en meer dan 600 artikelen,

 

 

Eusko Abendaren Ereserkia

 

Lang leve Baskenland

glorie en glorie

voor de goede Heer van boven.

 

Er staat een eik in Biskaje

oud, sterk, gezond

zoals ook uw Wet

 

Op de boom vinden wij

het heilige kruis

ons symbool voor altijd

 

Zing "lang leve Baskenland"

glorie en glorie

voor de goede Heer van boven.

 

 

 

 

Aranay-Goiri-Sabino
Sabino Arana Goiri (26 januari 1865 – 25 november 1903)

 

26-01-09

Menno ter Braak, Achim von Arnim, Jochen Missfeldt, Gerrit Jan Zwier, Bhai, Rudolf Alexander Schröder, Eugène Sue, Jan van Hoogstraten, Alfons Paquet, François Coppée, Delphine Gay


De Nederlandse schrijver Menno ter Braak werd geboren op 26 januari 1902 in Eibergen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Het carnaval der burgers

 

‘Wij’ zijn het slachtoffer van het hulpeloze ‘Ik’; ‘wij’ zijn de koude verstening en de warme illusie van ‘ik’. Daarom is het credo van deze regels geboren tussen de verstening en de illusie, geboren als afkeer van ‘wij’ en als liefde tot ‘wij’.

‘Wij’ is de allerleegste titel van deze eeuw: de pluralis majestatis van de journalist, die niemand kent, en wiens mening niet gevraagd wordt. Maar ‘wij’ is ook de vloot van snelle, gehoorzame zeiljachten, die samen buigen onder dezelfde windvlagen. ‘Wij’ is de angst van een kind, dat des nachts in een ongewoon uur ontwaakt en door de eerste gedachte aan de dood wordt bevangen; dan is de enige troost de aanwezigheid van de velen, de anderen. ‘Wij’ ook verwaarloosden na de vrede van Utrecht onze barrièresteden.

‘Wij’ dansen, allen, op het carnaval, en ‘wij’ hebben, allen, daarna de kater; dan denken ‘wij’, dat met ons ‘de nieuwe mens’ is gekomen of komen zàl. ‘Wij’ is ons eerste en laatste gebaar van tederheid, en ‘wij’ betalen belasting.

‘Wij’ is onze kerker, ‘wij’ bestendigen ons in onze kinderen; ‘wij’ is onze vrijheid en onze vaart naar de horizon. ‘Wij’: duldeloze verenging. ‘Wij’: magische verruiming. ‘Wij’: ieder heeft twee armen, twee ogen, één neus, o eindeloze herhaling. ‘Wij’: géén is verstoken van een verlangen naar de gemeenschap der heiligen.

Wij zijn burgers. Wij zouden dichters willen zijn. ‘Wij’ is de algemeenste formule voor het bijeenwonen der kudden. ‘Wij’ is het diepst en weemoedigst uitzien naar opgaan en versmelten. ‘Wij’ zijn de onverbiddelijke grenzen en het verzet tegen alle grenzen.

Zonder ‘wij’ geen phrasen en geen sonnetten. Zonder ‘wij’ geen oorlogen en geen apostelen. Bij ‘wij’ bestaat de wereld en door ‘wij’ wil zij voortdurend vergaan.

 

 

 

 

TerBraak
Menno ter Braak
(26 januari 1902 -  14 mei 1940)

Portret door Paul Citroen

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Achim von Arnim werd geboren in Berlijn op 26 januari 1781. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Die Majoratsherren

 

Wir durchblätterten eben einen ältern Kalender, dessen Kupferstiche manche Torheiten seiner Zeit abspiegeln. Liegt sie doch jetzt schon wie eine Fabelwelt hinter uns! Wie reich erfüllt war damals die Welt, ehe die allgemeine Revolution, welche von Frankreich den Namen erhielt, alle Formen zusammenstürzte; wie gleichförmig arm ist sie geworden! Jahrhunderte scheinen seit jener Zeit vergangen, und nur mit Mühe erinnern wir uns, daß unsre früheren Jahre ihr zugehörten. Aus der Tiefe dieser Seltsamkeiten, die uns Chodowieckis Meisterhand bewahrt hat, läßt sich die damalige Höhe geistiger Klarheit erraten; diese ermißt sich sogar am leichtesten an den Schattenbildern derer, die ihr im Wege standen und die sie riesenhaft über die Erde hingezeichnet hat. Welche Gliederung und Abstufung, die sich nicht bloß im Äußern der Gesellschaft zeigte! Jeder einzelne war wieder auch in seinem Ansehn, in seiner Kleidung eine eigene Welt, jeder richtete sich gleichsam für die Ewigkeit auf dieser Erde ein, und wie für alle gesorgt war, so befriedigten auch Geisterbeschwörer und Geisterseher, geheime Gesellschaften und geheimnisvolle Abenteurer, Wundärzte und prophetische Kranke die tiefgeheime Sehnsucht des Herzens, aus der verschlossenen Brusthöhle hinausblicken zu können. Beachten wir den Reichtum dieser Erscheinungen, so drängt sich die Vermutung auf, als ob jenes Menschengeschlecht sich zu voreilig einer höheren Welt genahet habe und, geblendet vom Glanze der halbentschleierten, zur dämmernden Zukunft in frevelnder Selbstvernichtung fortgedrängt, durch die Notdurft an die Gegenwart der Erde gebunden werden mußte, die aller Kraft bedarf und uns in ruhiger Folge jede Anstrengung belohnt.”

 

 

 

Arnim
Achim von Arnim  (26 januari 1781 -  21 januari 1831)

Kopergravure door Hans Meyer

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jochen Missfeldt werd geboren op 26 januari 1941 in Satrup. In 1965 rondde hij een opleiding tot Starfighter piloot bij de Duitse luchtmacht af. Na afloop van zijn militaire loopbaan in 1982 ging hij muziekwetenschappen, filosofie en volkskunde studeren in München en Kiel. Sinds 1985 is hij zelfstandig schrijver.

 

Werk o.a.: Mein Vater war Schneevogt. Gedichte, 1972, Solsbüll. Roman, 1989, Deckname Orpheus. Erzählungen, 1997

 

Uit: Steilküste (2005)

 

“Schiff um Schiff lief seit dem 3. Mai 1945 in die Geltinger Bucht ein. Der Großadmiral hatte gerufen. Auch U-999 war auf dem Weg. Die Elektromotoren hatten es im Mai-Morgengrauen leise in der Elbe Richtung Brunsbüttelkoog vorangetrieben, immer an den Elbdeichen entlang. Hinter den Deichen schliefen die Tommys ahnungslos in ihren Zelten. Stand auf dem Deich etwa einer Wache und spähte

und lauschte? Wollte der Feind morgen schon nach Schleswig- Holstein übersetzen? Unbehelligt passierte U-999 die Schleusen von Brunsbüttelkoog und den Nord-Ostsee-Kanal.

In Kiel wäre es fast einem Fliegerangriff der Royal Air Force zum Opfer gefallen, aber, allem Krieg zum Trotz, kam es heil in der Geltinger Bucht an. Da lagen schon andere: U-Boote, Zerstörer, Schnellboote, Minensucher und Versorgungsschiffe.

Die Nacht, an deren Ende es eintraf, war eine tolle Mondnacht gewesen, Nacht der Zufl ucht, Nacht der Geborgenheit, ein erhebendes Bild. Das sah nicht nach Kriegsende und Niederlage aus, sondern nach Heimkehr von einer großen, gewonnenen Schlacht. Keinem Soldaten war ein Haar gekrümmt

worden. Man wichste schon die Knobelbecher für eine lange Ballnacht. Der Bart war ab. Man besah sich im Spiegel und kämmte sein Haar. Einen Spritzer Tai Tai aufs Kavalierstaschentuch geträufelt, das hat noch nie geschadet.

Einatmen und sich in Form fühlen. Kein Soldat würde beim Durchschreiten der Eichenlaub-Ehrenpforte hinken. Die Brieftasche war voll gestopft mit Sold, und zwischen dem Sold steckte das Foto: Ehefrau mit drei Töchtern. Eine Erinnerung an glückliche Tage.“

 

 

 

missfeldt
Jochen Missfeldt (Satrup, 26 januari 1941 )

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Gerrit Jan Zwier werd geboren in Leeuwarden op 26 januari 1947. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Naar de rand van de kaart

 

Het bizarre en spannende verhaal over de landing op Bouvetøya beschouw ik als het hoogtepunt van dit reisverslag. Stelt u zich eens voor: een schip vol eilandgekken, vogelaars en fanatieke globetrotters zet koers naar een beijzelde vulkaan diep in zuidelijke wateren die bekendstaat als het meest afgelegen, onbewoonde eiland ter wereld. De koorts aan boord loopt hoog op als deze trofee, dit hebbedingetje voor verwende toeristen, in zicht komt.

Achteraf bezien vormt de reis door Patagonië het voorspel en de verdere zeereis naar Tristan da Cunha en Sint Helena het naspel van het spektakel rond Bouvet. Wat ik tijdens mijn tocht door Patagonië ook ondernam, ik bleef steeds ergerlijk dicht in de buurt van Bruce Chatwins In Patagonië
, het al haast klassieke reisboek over de staart van Zuid-Amerika. Pas toen ik op Vuurland het zeegat uit voer, kon ik Chatwin op de kade achterlaten. Ook al is de tijd van de ontdekkingsreizen allang voorbij, en zijn we in deze late tijd allemaal pseudoreizigers geworden, toch was het opwindend om afgelegen oorden als de Falklandeilanden, Zuid-Georgië en het tropische Ascensión te verkennen. Maar Bouvet spande de kroon, niet zozeer de plek zelf, als wel de wirwar eromheen.“

 

 

 

Zwier
Gerrit Jan Zwier (Leeuwarden, 26 januari 1947)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter Bhai (eig.James Ramlall) werd geboren op 26 januari 1935 in het toenmalige district Suriname. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

 

Kaun jâne

 

Misschien ben ik een zucht

stil in een mens;

een zaad

verborgen in een vrucht;

een beeld in marmer

vuur in steen

kracht in hout

zanger in een kind

dichter in een mens.

Misschien.

 

 

 

tussen de schelpen

 

Ik leef op de bodem

van de zee

ver van den mensen

verscholen

tussen de schelpen

zonder ogen

zonder mond.

Mijn taal is

de duistere stilte

mijn klank

is het eeuwige zwijgen

van de zee.

Zo leef ik

verborgen tussen de schelpen

op de bodem

van de zee.

 

 

 

Bhai
Bhai (District Suriname, 26 januari 1935)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Alexander Schröder werd geboren op 26 januari 1878 in Bremen. Zie ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

 

In die Nacht gesungen

 

Hohe, feierliche Nacht, unbegreifliches Gepränge,

Aug, das über unsrer Enge fragend in der Fremde wacht,

Hohe, feierliche Nacht!

Goldne Schrift am Firmament, ach, wer deutet uns im Blauen,

Daß wir nur durch Tränen schauen, was so fern, so selig brennt,

Goldne Schrift am Firmament?

Dunkler Saal voll Sphärenklang, taub vom Lärm des eignen Lebens

Hört dies dumpfe Ohr vergebens deiner Lichter Lobgesang,

Dunkler Saal voll Sphärenklang!

Holde Nacht, von Sternen klar, spende Trost, wem Trost mag werden,

Überm Elend aller Erden Wunder, ewig wunderbar,

Holde Nacht, von Sternen klar!

 

 

 

 

schroder_rudolf_alexander
Rudolf Alexander Schröder (26 januari 1878 – 22 augustus 1962)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Eugène Sue zou geboren zijn op 26 januari 1804. Zie voor meer informatie en een fragment mijn blog van 10 december 2006 en ook mijn blog van 26 januari 2007 en ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

Uit: Le juif errant  (Un service d’ami)

 

Rodin, malgré sa surprise et son inquiétude, ne sourcilla pas ; il commença par fermer sa porte après soi, remarquant le coup d’œil curieux de la jeune fille, puis il lui dit avec bonhomie :

– Qui demandez-vous, ma chère fille ?

– M. Rodin, reprit crânement Rose-Pompon en ouvrant ses jolis yeux bleus de toute leur grandeur, et regardant Rodin bien en face.

– Ce n’est pas ici… dit-il en faisant un pas pour descendre. Je ne connais pas… Voyez plus haut ou plus bas.

– Oh ! que c’est joli ! Voyons… faites donc le gentil, à votre âge ! dit Rose-Pompon en haussant les épaules, comme si on ne savait pas que c’est vous qui vous appelez M. Rodin.

– Charlemagne, dit le socius en s’inclinant, Charlemagne, pour vous servir, si j’en étais capable.

– Vous n’en êtes pas capable, répondit Rose-Pompon d’un ton majestueux, et elle ajouta d’un air narquois :

– Nous avons donc des cachettes à la minon-minette, que nous changeons de nom ?… Nous avons peur que maman Rodin nous espionne ?

– Tenez, ma chère fille, dit le socius en souriant d’un air paternel, vous vous adressez bien : je suis un vieux bonhomme qui aime la jeunesse… la joyeuse jeunesse. Ainsi, amusez-vous, même à mes dépens… mais laissez-moi passer, car l’heure me presse…

Et Rodin fit de nouveau un pas vers l’escalier.

– Monsieur Rodin, dit Rose-Pompon d’une voix solennelle, j’ai des choses très importantes à vous communiquer, des conseils à vous demander sur une affaire de cœur.

– Ah çà ! voyons, petite folle, vous n’avez donc personne à tourmenter dans votre maison que vous venez dans celle-ci ?

 

 

 

 

Sue
Eugène Sue
(26 januari 1804 – 3 augustus 1857)

Portret door Charles Emile Callande de Champ-Martin

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Jan van Hoogstraten werd geboren in Rotterdam op 26 januari 1662. Zie ook mijn blog van 26 januari 2008.

 

De Lente

 

Air: Aimable Vainqueur, &c.

 

1.

DE Winter ten end,

Vertoont ons de Lent,

In niewe sieraden,

Van groene bladen,

Waar 't oog zig ook wend.

De wind in 't Zuiden,

Kust Bloemen, en Kruiden,

In glans ongeschend;

Hoe zoet valt uw lugt,

O Lente! op de zinnen,

Die 't Landvermaak minnen,

Voor al 't Hofgerugt!

ô Zoete Lent!

Gy Poot, en gy Ent.

Uw hand, waard te roemen,

Vlegt kranssen van Bloemen,

Daar elk u aan kendt.

Uw bloemlivrey,

Van niemand te doemen,

Volmaakt ons de Mey.

 

 

 

 

 

VanHoogstraten
Jan van Hoogstraten  (26 januari 1662 – 28 juli 1736)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en journalist Alfons Paquet werd geboren op 26 januari 1881 in Wiesbaden. In 1900 won hij een prijs voor een verhaal en besloot hij naar Berlijn te verhuizen en journalist te worden. In 1901 verscheen zijn eerste verhalenbundel en een jaar later een bundel gedichten en liederen. Paquet werd een bijzondere getuige van de eerste helft van de 20e eeuw. Al vroeg voerden reizen hem naar de VS, Palestina, China. Hij was de eerste journalist die met de transsiberische trein reisde en hierover verslag deed. Hij was de eerste correspondent in Moskou voor Duitse kranten en maakte de Russische revolutie van nabij mee. Paquet schreef ook dramatisch werk dat tijdens de Weimarer republiek door Erwin Piscator op de planken werd gebracht.

 

Uit: Held Namenlos

 

Auf ihren Ochsen sind mir die Männer entgegengeritten
In roten Mänteln, mit der kosmischen Gastlichkeit ihrer Welt;
Auf alten Grabhügeln saßen wir inmitten,
Und ihre Weiber entkleideten zum Geschenk sich im Zelt.

Im stürmenden Sande grunzte die Karawane,
Die Tiere fielen vor Hunger, erstickten in des Fußbodens grauem Schleim;
In der Sandwüste ein Schädel, nur gehütet von einer kleinen Fahne,
Modert, und rollt den Abhang hinab, als wollte er dennoch heim.

Nicht eine Erbse von Silber gab ich für die Seide der ellenlangen
Köstlichen Fahnen, mit indischen Göttern und Regenbogen bestickt,
Die auf den Steinhaufen der Hochpässe als Opfer hangen,
Mit Pferdehaaren, mit gebleichten Schafsschulterblättern geschmückt
.

 

 

 

 

Paquet
Alfons Paquet (26 januari 1881 – 8 februari 1944)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver François Coppée werd geboren op 26 januari 1842 in Parijs. Hij werkt op het ministerie van oorlog, maar was tegelijkertijd ook lid van de Parnassiens. Zijn eerste gedichten werden gepubliceerd in 1864. In 1869 werd zijn theaterstuk Le Passant voor het eerst opgevoerd in het Odéon-Theater. In 1878 werd Coppée archivaris van de Comédie-Française. In 1884 werd hij lid van de Académie française.

 

 

A Paris, en été, les soirs sont étouffants

 

A Paris, en été, les soirs sont étouffants.
Et moi, noir promeneur qu'évitent les enfants,
Qui fuis la joie et fais, en flânant, bien des lieues,
Je m'en vais, ces jours-là, vers les tristes banlieues.
Je prends quelque ruelle où pousse le gazon
Et dont un mur tournant est le seul horizon.
Je me plais dans ces lieux déserts où le pied sonne,
Où je suis presque sûr de ne croiser personne.

Au-dessus des enclos les tilleuls sentent bon ;
Et sur le plâtre frais sont écrits au charbon
Les noms entrelacés de Victoire et d'Eugène,
Populaire et naïf monument, que ne gêne
Pas du tout le croquis odieux qu'à côté
A tracé gauchement, d'un fusain effronté,
En passant après eux, la débauche impubère.

Et, quand s'allume au loin le premier réverbère,
Je gagne la grand' rue, où je puis encor voir
Des boutiquiers prenant le frais sur le trottoir,
Tandis que, pour montrer un peu ses formes grasses,
Avec son prétendu leur fille joue aux grâces.

 

 

 

 

Francois-COPPEE
François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)

 

 

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Delphine Gay werd geboren op 26 januari 1804 in Aken. Al op zeventienjarige leeftijd maakte zij naam als dichteres met de Essais poétiques. Zij schreef ook romans en toneel. Groot succes had zij met haar Lettres parisiennes die zij onder het pseudoniem Vicomte de Launay 1836–1848 publiceerde in La Presse.

 

 

Il m’aime !...

 

Il m’aime !... ô jour de gloire, ô triomphe, ô délire !

Tout mon cœur se réveille, et je reprends ma lyre ;

Je suis poète encore, — et veux que l’univers

Devine mon bonheur à l’éclat de mes vers ;

Je veux pour le chanter, m’enivrant d’harmonie,

Au feu de son amour allumer mon génie ;

Oui, je veux, dans la lice atteignant mes rivaux,

Justifier son choix par des succès nouveaux,

Et, digne de le suivre en sa noble carrière,

Suspendre à ses lauriers ma couronne de lierre.

 

 

 

Delphine_de_Girardin
Delphine Gay (26 januari 1804 – 29 juni 1855)

Portret door Louis Hersent