28-11-16

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, Philippe Sollers, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Onze wereld is niet vredig, het platteland niet lieflijker dan de stad, de stad niet verfijnder dan het land. De stad zuigt het omliggende land uit, de vruchten en het vee, zoals zijn fabrieken mensen eten, en de boeren krommen hun rug boven de voren van hun ploegschaar. Ik zou willen terugkeren, in mijn huls van modder en bloed, in mijn eierschaal van gebakken aarde, in mijn doorweekte laarzen. Ik zou de jongens die achterbleven uit de bodem waarin ze zijn weggeteerd willen oproepen: beplak je roestkleurige ribben en schedels met de aarde die je resten heeft opgezogen - en met hen de stad in marcheren, en de hardvochtige muziek van de orde met ons zompig gemodder bekladden.
Ik zou zeggen: alles is gemodder. Hier onze darmen, wanneer onze vrede? Graaf ons niet op, laat ons rotten. Wij zijn de smerige, stinkende aarde waaraan al wat op poten loopt zijn voer onttrekt, zijn trog met wormen, en alle goud dat in kluizen rust of om delicate damespolsjes flonkert. De buik van de aarde breekt, ze schept haar ingewanden op propere borden, ze dampt in de schalen.
De ene oorlog wil de andere rechtzetten en brengt slechts nieuwe oorlog voort. Schep nog eens vol. We lopen de dijk af, Charles, Arthur en ik. Ik duizel van de pijn, onze volkomen pijn omdat niemand, ook ikzelf niet, ze opmerkt die avond. We dalen af naar de rustige rivierarm, er komt onweer, want de kruinen barsten met tussenpozen uit in gedruis, hevig gedruis. Charles trekt zijn schoenen uit, dan zijn sokken, hinkend op zijn ene been, dan op het andere, en Arthur knoopt zijn broeksriem los. Ze roepen me toe. Arthur is ook nog eens de mooiste jongen van het noordelijk halfrond - o de pijn.
Ze roepen me toe. Ze weten dat ik niet helemaal dol ben op water, ze plagen me. Ik hoor onze stemmen, het heeft geen zin hun woorden te herhalen. Hoe nabij ook, ze komen van ver, verzwakt door de immense afstand. Mijn tepels verstrakken nu ik mijn hemd van mijn schouders haal, mijn ballen krimpen. Ik blijf staan en laat hem, die jongen die ik ben, bijna zeventien, verder naar de waterkant toe struikelen. De pijn.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

28-11-15

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: Les dix doigts des jour (Alle dagen samen. vertaald door Marie Hooghe)

Car les mots ne se montrent pas encore à lui. Il ne peut boire qu’à petites gorgées à leurs coupes. 
« On ne peut pas dire qu’il a la langue bien pendue, dit, maman. S’il tient quelque chose de son père... Mais Dieu sait tout ce qui mijote dans cette petite caboche. » 
Sa voix tourne en rond et se rembobine d’elle-même quand elle est au bout de la chanson, elle tapote des touches et frappe des cymbales. Elles croient qu’elles parlent, maman, grand-maman, tante Cactus, mais elles sont seulement, comme dit parfois papa, des grandes machines à trompette où il n’y a pas de bouton pour couper le son quand la mélodie ne vous plaît plus.
(…)

Quand papa vient m’éveiller, je rêve de grands papillons de nuit dans la haie de troènes. Ils frétillent sur le drap quand je m’assieds et frotte les fils de mes yeux. 
Il me soulève et me prend dans ses bras. Je pose mon cou sur l’arrondi de sa nuque et me laisse retomber par-dessus ses épaules pour compter le bord de chaque marche pendant que nous descendons. Il y en a dix et sept. 
Quand nous arrivons en bas, je crie « Bravo ». Je veux taper dans mes mains, mais papa attrape mes doigts dans son poing. 
Autour du lit en bas, les gens rient dans leur barbe. 
Arrière-grand-père réfléchit sérieusement, les couvertures sont tirées jusque sous son menton. Ses fausses dents, il les a mises dans un verre sur la tablette de la fenêtre, ainsi il peut rire sans se fatiguer pendant qu’il meurt. 
« Chuut », dit papa. 
Arrière-grand-père se redresse. Regarde autour de lui avec des yeux qui n’ont encore jamais été aussi grands. 
« Tous ces gens, dit-il. Tous ces gens », et il retombe sur les draps. 
Les gens hoquètent de rire. 
Toi aussi, maman.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-14

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake, Alexander Blok

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: De spiegelingen

“Die avond in mei moet alles nog gebeuren. Ik voel de verrukking die door mijn ribben trekt nu ik de lucht van de aarde ruik aan de waterkant. De aarde, eindelijk ontwaakt na de wintermaanden, al ruik ik nu iets anders in die lucht: de lijfgeur van mijn eigen onbevangenheid. Onze wereld is niet vredig, dat begrijp ik, nu ik naar die zomerse meiavond terugkeer en mezelf in mijn jonge romp laat glijden, die me omknelt als een nauwsluitend vest. Ik geloof dat het me die avond voor het eerst echt daagt, niet alleen maar met mijn verstand, dat heeft waarschijnlijk al langer zijn conclusies getrokken, maar fundamenteler, in mijn beenmerg, dat ik nimmer in de geijkte levenspatronen een thuishaven zal vinden. Ik zie mezelf lol maken met mijn maten. We lopen over het jaagpad, de soepelheid van onze lichamen bevangt me, tot een eind buiten de stad, tot de plek waar de rivier in een van zijn oude armen achter een dijk beplant met ratelpopulieren ligt te verzanden - wie weet hoe lang al. We hebben niet zoveel tijd, de dralende zomeravonden van juni zijn nog niet gearriveerd en we moeten voor het donker weer thuis zijn. Maar we willen zwemmen, ons van onze kleren ontdoen en een duik nemen in het stille groene water.
Opwinding klopt in mijn aders, en ook pijn, zacht knagend in mijn borst, jankend in mijn kruis. Een pijn die ik nu scherper gewaarword dan op het ogenblik zelf. Ons geheugen wordt pas herinnering wanneer de toekomst het bezoekt en met haar ontgoochelingen besmet. Er bestaat geen geschiedenis die niet geïnfecteerd is. Het is werkelijk een prachtige avond. Ik weet niet of ik opmerk hoe de ondergaande zon de kruinen van de populieren verkopert, hoe ze op wolken lijken, groengele wolken van lover aan de aarde verankerd met de kabels van hun takken en stammen, onder een hemel blauwgrijs als gesmolten tin. Daarachter de weiden, runderen die hun lange schaduw voor zich uit rollen, de daken, torens en donkerrode fabrieksschouwen van de stad. Misschien is er onweer op komst, de lucht voelt plakkerig aan. Ik zie dikke druppels regen de kalme spiegel van water waarin we gezwommen perforeren met ringen en rimpelingen.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-13

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Vrede zij met U

Zo zal geschieden, aldus, zoals beschreven:
Glorie nadert zonder vleugelslag.

Bazuingeschal ontbreekt. De poort van het Paradijs
staat op een kier, ook ongeolied kniert zij niet.

Daarachter: Eeuwigheid.

Het heet daar immer vrijdag, alleen het licht
lijkt anders (voor wie het ziet; een permanente

dinsdag halfweg maart – bijwijlen sneeuw,
een schuinse zon zonder de moeheid
van september) .

Een engel bleek als lamsleer –
bij nader inzien staat zijn rok vol uitgewiste tekens –

keert de dividenden uit en doopt de hemel Winst

(St. James’ Park rond lunchtijd: klerken en scholieren,
koperblazers, narcissen, broodjes tonijn
en sluimerende eenden).

Toch slaat men ginds nog dweilen uit,
giet emmers loog leeg,

hangt daar lucht van bier op de puien

(wat enigszins verbaast gezien er vrede heerst
en nergens vuil).

Ook zijn daar nog journaals met wisselkoersen
en de index, en zelfs oorlog:

stormen van lieflijkheid boven de ijskap.

Wat dood is herrijst dan spoorslags uit de puinen
– slaat sterven uit plooien,

schudt hoofden,
haalt schouders op.

 

Ik was de schikgodin

Ik was de schikgodin van serge en katoen.
Een stiefzus van de tijd. Ik vlocht netten
voor een ziel van vlees en bloed.
Genadig zond het lot mij spoken
voor mijn rokken. Mijn dames
waren schepen. ik sneed zeilen
voor hun mast. Hoe jankte niet
de kast, alsof haar vliezen braken
toen ze gingen. Wie schept,
baart sterven. Ik knipte
navelstrengen door, ik leerde
zonder zakdoek wuiven.

 


Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-12

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

 

Als straks de wereld

 

Als straks de wereld dichtgeschreven is,
de plooien gladgestreken,
al de monden volgestort met zand,

waar zal hij schreeuwen? Waar scheurt de naad
en ettert de wonde?

Mens, vleesgeworden ladder
in gods panty,

vergeet de lange nacht niet die wij zijn.

 

 

 

 

Wijziging van uitzenduur

 

Doodstil wordt het, maar wees gerust,
genoegzaam voorzien wij in ademnood.

 

Ons streven blijft maatschappelijk: nergens nood
aan brillen waar de inkt verdampt.

 

Het vege lijf draagt onze grootste zorg.
Het slot van de amputatieshow

 

volgt om twintig over, iets later
dan gewoonlijk met die brand in dat warenhuis

 

en een massale sterfte van clowns
door wodka in Kazachstan – toevallig

 

in de armen van een man ter plaatse.

 

Ook werd een vijfling zonder navel gebaard,
mogelijk door straling ergens.

 

China schaft de lucht af en in Kiev
verdrinkt bij het legen van haar visbokaal

 

een kind in twee vingers water.

 

Dan een streep muziek en reclame
voor strakkere tepels. Demp zelf uw oren

 

mocht het vacuüm te snerpend
in uw vliezen zwijgen.

 

Blauw blijven wel de nacht en de kachels

 

meldt de weerman, en het blikkerend
messenspel onder de torens, de ivoren

 

torens van de lach van de laatste minister.

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

28-11-11

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Uit: Gestameld liedboek – Moedergetijden

 

“Ze is een spiegel geworden. Zien wij er opgewekt uit, dan is zij het ook–min of meer. Staan de zorgen en het verdriet op ons aangezicht te lezen, dan slaat ook bij haar de treurnis toe. Maar de laatste tijd, de laatste tijd verblijft ze steeds vaker in wat een permanente ontwrichting lijkt. Ik kan alleen maar hopen dat in haar geest nog maar weinig besef heerst van tijd, dat er in haar niets meer leeft dat weet dat het vroeger anders was, beter. De gedachte kan nooit lang troost bieden.
In een eeuwig nu van angst moeten leven is wellicht een even grote marteling – alleen maar heden, alleen maar paniek.
Soms, wanneer ze me met haar blik fixeert, denk ik dat in haar brein een of ander mechanisme naar alle tekenen van emoties speurt, in mijn gelaat, in mijn hele lichaam. Doe ik me opgewekter voor dan ik me voel, dan lukt het niet haar tot rust te brengen. Ergens in haar hersenen pikt een of ander circuit op dat ik me anders gedraag dan het gesteld is met mijn humeur. Een instinct misschien, dat nog min of meer intact is of wie weet sterker naar de voorgrond treedt nu de complexe functies van denken en spreken zo goed als ingestort zijn.

(…)

 

We zijn doodsbang. We zeggen er weinig over, maar we zijn doodsbang. Doodsbang voor wat komen gaat, hoe onvermijdelijk ook. Doodsbang voor de rouw, die we tegelijk vandaag nog zouden willen aanvatten om niet langer in deze schemerzone tussen leven en dood te moeten blijven hangen. Het is vis noch vlees, dag noch nacht, dood noch leven. De ziekte trapt haar de tijd uit en schopt ons uit de taal. Woorden, ze lijken me een soort van granenontbijt tegenwoordig: ongetwijfeld gezond, maar nogal smaakloos.”

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

28-11-10

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008 en ook mijn blog van 28 november 2009.

 

Uit: Godenslaap

 

“Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pasteus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kunt aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren. Jaloers omdat ik een taal zou willen die geen betekenis draagt, maar bovenal intensiteit, een betekenis die aan de betekenis ontstijgt, en die je niet zozeer zou moeten lezen, als wel bezien, met de geletterdheid van het oog, de eruditie van het netvlies.”

(…)

 

Het was zonder meer een vredig tafereel, en een even vredige, melancholieke septemberochtend, en voor de zoveelste keer verwonderde ik me erover hoe snel we, na slechts enkele uren voordien voor de vleugels van het noodlot te hebben geschuild de alledaagsheid als een taai kleed over de kraters en de doden wierpen- en ik weet nog steeds niet of ik zulks een vorm van genade vond, een teken van onverzettelijkheid, of een soort zelfverdoving, de kalmte van een schaap dat in de nabijheid van een roedel wolven te dichtbij om ze te kunnen ontvluchten, een glorieus fatalisme over zich afroept en zijn fatum kalm in de ogen blikt. “

(...)

 

“We hebben zerken nodig, iets tastbaars dat de dode toedekt, ons de toegang tot de Hades verspert, een offertafel of een wierookschaal waarin we het gevoelen van schuld kunnen verbranden nadat we de doden, die al een keer gestorven zij n, in de spelonken van onze geest nog een tweede keer in de rug hebben geschoten, om ver de kunnen. “(Dit is een metaforische manier van aanduiden hoe we met de doden uit een oorlog moeten omgaan.)

 

 

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Lees meer...

28-11-09

Erwin Mortier, Sherko Fatah, Alberto Moravia, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow, Philippe Sollers, Hugo Pos


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2007 en ook mijn blog van 28 november 2008. en eveneens mijn blog van 11 november 2009.

 

 

 

Signalement van het lijf

 

Berispt mijn hekel aan geografie
met blauwe meanders, zeeëngtes,

havensteden op mijn benen.
Herhaalt
in ademnood rampzalige tentamens

economie. Beheerst tal van richtingen.
Inzichten in ruimte, tijd in weefsels

uitgespreid. Sprint windingen. Zet
verdichtingen uiteen. Zucht

pneumatisch. Verdeelt hydraulisch
lust. Trekt zich lauter mechanisch

af. Niettemin zindelijk.
Lekt zelden. Braakt amper.

Doorgaans ongevaarlijk.
Tenzij men het voortijdig wekt..

 

 

 

 

Huis in mij

 

Het huis herademt mij, eindelijk.
Het legt zijn moederlijke muren

op de mijne. Behaagziek laat het deuren
in sloten vallen, slaat luiken open, klapt

ze weer dicht. Het diept vergeten licht
op uit zijn kelders, haalt op zolder bestofte

dromen uit het rag tussen de balken vandaan.
Vleermuizen of dode tantes worden wakker,

fladderen op, verschrikt maar koket.
Bij het raam kennen twee verschoten vitrages

plotseling hun vorige bestaan
als onderrok of voile, ooit om boezems

spelend, of, in hun strenge verbintenis
van gat en draad, panty's die vrouwen-

kuiten ongenaakbaar maakten.
Het woelt zijn lege kamers om, het huis.

Het vouwt me zorgzaam op en slaat
zich ombekommerd dicht om mij.

 

 

 

 

Mortier

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

De Duitse schrijver Sherko Fatah werd geboren op 28 november 1964 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Das Dunkle Schiff

 

Die Frauen hatten sich in der Ferne verteilt und mit dem Sammeln der Kräuter begonnen. Wie ein schwaches Echo, von den Felsen mehr verschluckt als zurückgeworfen, erhob sich das Geräusch. Es war ein Helikopter, angestrahlt vom späten Licht, das selbst seine Tarnfarbe fröhlich erscheinen ließ. Er beschirmte seine Augen mit der Hand und blickte hinauf. Er sah den Haupt- und den Heckrotor und vernahm das anschwellende Donnern. Doch nichts, auch nicht diese Maschine war fähig, den tiefen Frieden über den Hügeln zu stören. Der Helikopter flog vorüber, kam zurück und zog einen weiten Kreis über ihm. An der offenen Seitenluke kauerten zwei Soldaten, einer winkte ihm zu. Alles konnte geschehen an diesem Tag, und so winkte er ohne Furcht zurück. Der Helikopter zog seine Bahn und sank unwirklich langsam zur Erde nieder. Im Geheimen hatte er den Kinderwunsch verspürt, und nun wurde er wahr; er landete, weit entfernt zwar, aber er landete. Vielleicht nehmen sie mich mit, war sein nächster Gedanke, vielleicht kann ich mit ihnen fliegen.
Er lief los, winkend und rufend, scharfkantige Steine und spitze Distelsträucher waren in seinem Weg, doch nichts ließ ihn stolpern, und nichts stach ihn. Weit vor ihm wurde der Helikopter eingehüllt von aufgewirbeltem Sand, trockene Halme segelten durch die Luft. Es ist zu weit, ich schaffe es nicht, dachte er, als er die beiden Soldaten herausspringen und geduckt zu den Frauen hinüberlaufen sah. Diese hatten ihre Körbe abgestellt, die Hände in die Hüften gestützt oder an die Stirn gelegt und blickten den Männern entgegen. Er sah, wie die Soldaten sie zum Helikopter trieben, sah es undeutlich durch den Staub, und da blieb er stehen. Ich schaffe es nicht, dachte er noch einmal bedauernd, doch tröstete ihn, dass es überhaupt geschehen war, das ganz und gar Außergewöhnliche. Er stand und sah sie abheben, ruckartig erst, dann unaufhaltsam, wie in den Himmel gezogen, bis sie die Staubwolke unter sich ließen. Ganz leicht legte sich der Helikopter auf die Seite und flog erneut seine weite Kurve, schraubte sich allmählich höher und höher, bis er befreit im Himmel dahinschwamm. Er blickte ihnen nach und winkte wieder. Und tatsächlich kam die Maschine erneut heran, das Donnern wurde laut und lauter, bis er sich die Ohren zuhielt. Den Kopf im Nacken sah er die Frauen. Da fielen sie, eine nach der anderen stürzte aus der Luke, mit gebreiteten Armen glänzten sie auf im Licht, und wie um sie aufzuhalten, riss an ihren Gewändern der Wind.“

 

 

 

 

Fatah
Sherko Fatah (Oost-Berlijn, 28 november 1964)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook mijn blog van 28 november 2006 en ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Römische Erzählungen (Vertaald door Jutta Eckes)

 

Der Dickschädel  Eines Morgens im Juli machte ich gerade ein Nickerchen auf der Piazza Melozzo da Forlì, im Schatten der Eukalyptusbäume in der Nähe des ausgetrockneten Brunnens, als zwei Männer und eine Frau auf mich zukamen und mich baten, sie an den Lido di Lavinio zu bringen. Während sie sich überlegten, was sie zahlen wollten, sah ich sie mir genauer an: Blond, groß und dick der eine, ein farbloses, fast graues Gesicht und Augen wie aus himmelblauem Porzellan, die tief in dunklen Höhlen lagen, ein Mann um die Fünfunddreißig; der andere jünger, dunkle, zerzauste Haare, Schildpattbrille, schlaksig, mager, ein Student vielleicht. Die Frau schließlich war geradezu spindeldürr, sie hatte ein langes, schmales Gesicht zwischen zwei Wogen lose herabfallender Haare und wirkte mit ihrem schlanken Körper und dem grünen Kleidchen wie eine Schlange. Doch ihr roter und voller Mund glich einer Frucht, und ihre schönen, schwarzen und leuchtenden Augen waren wie nasse Kohle; sie sah mich auf eine Weise an, daß ich Lust bekam, mich auf das Geschäft einzulassen. Tatsächlich akzeptierte ich den ersten Preis, den sie mir vorschlugen; darauf stiegen sie ein, der Blonde neben mir, die beiden anderen hinten, und los gings.  Ich durchquerte ganz Rom, um die Straße hinter der Basilika San Paolo zu erreichen, welche der kürzeste Weg nach Anzio ist. Bei der Basilika tankte ich voll und bog dann mit Vollgas in die Straße ein. Ich rechnete mir aus, daß es ungefähr fünfzig Kilometer sein müßten; es war halb zehn, wir wären also gegen elf dort, genau die richtige Zeit für ein Bad im Meer. Das Mädchen hatte mir gefallen, und ich hoffte, mit ihm Freundschaft zu schließen: Sie waren nicht besonders vornehm, die beiden Männer schienen dem Akzent nach Ausländer zu sein, Flüchtlinge vielleicht, wie sie in den Sammellagern rings um Rom leben. Das Mädchen dagegen war Italienerin, sogar Römerin, aber auch sie nichts Besonderes: sagen wir Zimmermädchen oder Büglerin oder etwas Ähnliches. Während ich darüber nachdachte, spitzte ich die Ohren und hörte das Mädchen und den Dunkelhaarigen hinten im Wagen miteinander plaudern und lachen. Vor allem das Mädchen lachte, denn es war, wie ich bereits bemerkt hatte, recht liederlich und schlüpfrig, geradezu wie eine betrunkene Schlange. Der Blonde zog angesichts dieses Gelächters unter seiner schwarzen Sonnenbrille die Nase kraus, sagte jedoch nichts, er drehte sich nicht einmal um.“

 

 

 

 

moravia1
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

Portret door Renato Guttuso

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rita Mae Brown werd geboren in Hanover, Pennsylvania op 28 november 1944. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Claws and Effect

 

“Odd that Mim would own a Bentley for she was a true Virginian, born and bred, plus her family had been in the state since the early 1600s. Driving anything as flashy as a Bentley was beyond the pale. The only thing worse would be to drive a Rolls Royce. And Mim didn't flaunt her wealth. Miranda, who had known Mim all of her life, figured this was a quiet rebellion on her friend's part. As they both cruised into their sixties, not that they were advertising, this was Mim's salvo to youth: Get Out Of My Way.
People did.
Mary Minor "Harry" Haristeen smiled when Mim pushed open the door. "Good morning."
"Good morning, Harry. Did you have trouble driving in today?"
"Once I rolled down the driveway I was fine. The roads are clear."
"You didn't ask me if I had trouble." Miranda walked up to the counter dividing the post office staff from the public. As she lived immediately behind the post office, with just an alleyway in between, she slipped and slid as she made her way to work on foot.
"You haven't broken anything so I know you're fine." Mim leaned on the counter. "Gray. Gray. Cold. Hateful."

"Four degrees Fahrenheit last night." Miranda, passionate gardener that she was, kept close watch on the weather. "It must have been colder at Dalmally." She mentioned the name of Mim's estate just outside of town. As some of Mim's ancestors fled to America from Scotland they named their farm Dalmally, a remembrance of heather and home.
"Below zero." Mim strolled over to her postbox, took out her key, the brass lock clicking as she turned the key.
Curious, Mrs. Murphy dropped off the windowsill, jumped onto the wooden counter, then nimbly stepped off the counter onto the ledge that ran behind the postboxes, dividing the upper boxes from the larger, lower boxes. She enjoyed peering in the boxes. If a day dragged on she might reach in, shuffle some mail, or even bite the corners.
Today she noticed that Susan Tucker's mailbox had Cracker Jacks stuck on the bottom of it.

 

 

 

 

Brown
Rita Mae Brown (Hanover, 28 november 1944)

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Julian Randolph Stow werd geboren in Geraldton in het westen van Australië op 28 november 1935. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: The Merry-Go-Round in the Sea

 

The merry-go-round had a centre post of cast iron, reddened a little by the salt air, and of a certain ornateness: not striking enough to attract a casual eye, but still, to an eye concentrated upon it (to the eye, say, of a lover of the merry-go-round, a child) intriguing in its transitions. The post began as a square pillar, formed rings, continued as a fluted column, suddenly bulged like a diseased tree with an excresence of iron leaves, narrowed to a peak like the top of a pepperpot, and at last ended, very high in the sky, with an iron ball. In the bulge where the leaves were, was an iron collar. From this collar eight iron stays hung down, supporting the narrow wooden octagonal seat of the merry-go-round, which circled the knees of the centre post rather after the style of a crinoline. The planks were polished by the bottoms of children, and on every one of the stays was a small unrusted section where the hands of adults had grasped and pulled and send the merry-go-round spinning.”

 

 

 

 

Stow
Julian Randolph Stow (Geraldton, 28 november 1935)

 

 

 

De Franse schrijver Philippe Sollers werd geboren op 28 november 1936 in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: Guerres secrètes

 

"Je me demande depuis un certain temps, alors que j'ai lu et relu Homère, L'Iliade et L'Odyssée, pourquoi ce vieux texte monte de plus en plus vers moi d'une façon fraîche, énigmatique et violente. Et pourquoi, dans le même temps, tout ce qui peut se dire en chinois, dans la stratégie chinoise en particulier, monte avec le même caractère d'urgence. Serait-ce que la Grèce et la Chine ont des choses à se dire Le grand stratège Sunzi a vécu entre Homère et Euripide. Ces figures précèdent de peu l'ère qu'on dit chrétienne, et qui méritait mieux que d'inaugurer un calendrier. Les Grecs et les Chinois ont failli se rejoindre après le Concile de Trente. Puis ces mondes se sont séparés, grosso modo depuis la Révolution française, avant d'être peu à peu oubliés de tous: la synthèse, ou plutôt la tenue de la contradiction, n'a pu être opérée longtemps. Les Chinois sont délibérément méconnus. Quant aux Grecs, on sait le sort d'oubli qui leur est maintenant réservé. "

 

 

 

 

Philippe_Sollers
Philippe Sollers (Bordeaux, 28 november 1936)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913. Zie ook mijn blog van 28 november 2008.

 

Uit: In Triplo

 

Zelfportret

 

Voor de joden

 

 Vraag niet: ‘Wat heb ik misdaan?’

 Wat kan het ze schelen

 Het enkele feit, dat je leeft,

 is een blaam voor de velen.

 

 Je bent zo oud en zo wijs

 geworden in het lijden.

 Bal nu je vuist en trek uit

 om hartstochtelijk te strijden.

 

 Want beter is het te sterven

 met een geweer in je handen,

 dan te leven in vrees

 en in grote schande.

 

 En ga je kapot

 zullen anderen strijden

 - want praten geeft geen moer -

 voor betere tijden.

 

Zoiets zou ik nooit meer kunnen schrijven. Het druist helemaal in tegen wat ik mijn natuur zou willen noemen. Het past niet bij mij. En toch. Daar ligt het, de woorden zijn uit mijn pen gevloeid. Bestrijd de barbaren, hoi polloi, de velen.

De meeste verzen die in de oorlog met hartebloed zijn geschreven hebben, hoe waarachtig ook verwoord, hun zeggingskracht verloren. Gedichten vlak na de oorlog geschreven, met de dauw van de herwonnen vrijheid nog op de lippen, houden daarentegen een schone belofte in. Vrede, vrouw, vrijheid, verlangen, het is de wereld van de zachte V die gaat opbloeien nadat het geweld is gekeerd.”

 

 

 

 

HugoPos
Hugo Pos (28 november 1913  - 11 november 2000)


Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook
mijn vorige blog van vandaag.

28-11-08

Alberto Moravia, Hugo Pos, Carl Jonas Love Almqvist, Julian Randolph Stow, Yves Thériault, Nancy Mitford, Dawn Powell, William Blake


De laatste twee dagen was het aantal literaire geboortedagen beperkt. De 28e november is echter een zeer vruchtbare gebleken voor schrijvers. Vandaar dat er na deze posting nog een tweede volgt. Kom gerust nog eens kijken later vandaag...

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

Uit: Der Dickschädel (Vertaald door Jutta Eckes)

 

Eines Morgens im Juli machte ich gerade ein Nickerchen auf der Piazza Melozzo da Forlì, im Schatten der Eukalyptusbäume in der Nähe des ausgetrockneten Brunnens, als zwei Männer und eine Frau auf mich zukamen und mich baten, sie an den Lido di Lavinio zu bringen. Während sie sich überlegten, was sie zahlen wollten, sah ich sie mir genauer an: Blond, groß und dick der eine, ein farbloses, fast graues Gesicht und Augen wie aus himmelblauem Porzellan, die tief in dunklen Höhlen lagen, ein Mann um die Fünfunddreißig; der andere jünger, dunkle, zerzauste Haare, Schildpattbrille, schlaksig, mager, ein Student vielleicht. Die Frau schließlich war geradezu spindeldürr, sie hatte ein langes, schmales Gesicht zwischen zwei Wogen lose herabfallender Haare und wirkte mit ihrem schlanken Körper und dem grünen Kleidchen wie eine Schlange. Doch ihr roter und voller Mund glich einer Frucht, und ihre schönen, schwarzen und leuchtenden Augen waren wie nasse Kohle; sie sah

mich auf eine Weise an, daß ich Lust bekam, mich auf das Geschäft einzulassen. Tatsächlich akzeptierte ich den ersten Preis, den sie mir vorschlugen; darauf stiegen sie ein, der Blonde neben

mir, die beiden anderen hinten, und los ging’s“.

 

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver, dichter en jurist Hugo Pos werd geboren in Paramaribo op 28 november 1913.  Pos ging in 1925 naar Nederland om in Leiden en later ook Parijs rechten te studeren. In de oorlogsjaren verbleef hij in Engeland, in Indonesië met zijn ontluikende onafhankelijkheidsstrijd en in Japan ter berechting van oorlogsmisdadigers. Pos was later in Suriname en in Nederland werkzaam als rechter.  In zijn naoorlogse, Surinaamse tijd schreef hij onder de schuilnaam Ernesto Albin gedichten in het tijdschrift Soela (1963-1964) en een aantal toneelstukken, onder meer het door hemzelf geregisseerde Vive la Vida (1957). Zijn hoorspel Black and White uit deze tijd werd bekroond. Hij begon pas laat met het schrijven van proza, wel liet hij enkele bibliofiele bundeltjes kwatrijnen het licht zien en verschillende andere bundels. In zijn eerste verhalenbundel Het doosje van Toeti (1985) kijkt hij terug op zijn jeugdjaren in Paramaribo en zijn overtocht naar Holland. De verhalen uit zijn tweede bundel, De ziekte van Anna Printemps (1987) spelen zich overal op de aardbol af. Datzelfde kosmopolitisme is te vinden in de bundel essays en reisverslagen Reizen en stilstaan (1988).

 

Uit: Creool

 

„In 1943, terwijl het oorlogsbedrijf nog in volle gang was, gebeurde er iets dat er ogenschijnlijk niets mee te maken had. Meneer Waller, boer Thomas in de wandeling, een oud koffieplanter, had in Paramaribo een Suriname-avond georganiseerd, die uitsluitend voor Surinamers toegankelijk was. Zoiets aparts, exclusiefs, had bij mijn weten in Suriname nog nooit plaatsgevonden. De buitensociëteit Het Park, de geliefde ontmoetingsplaats van de beter gesitueerden, zou op die bewuste avond haar terrein afschermen en alleen Surinamers toelaten. Restte de vraag, Surinamers, wie zijn dat? Om die vraag te beantwoorden dook het eenhoofdig Waller-comité niet in moeilijke antropologische of etnische begripsomschrijvingen, maar liet het aan ieder over om zelf uit te maken of hij/zij er al dan niet toe behoorde. Ik herinner mij die avond nog goed. Op het terrein stonden talrijke tenten waar van alles te doen en te krijgen was, terwijl op de dansvloer een onvermoeibare band voor een opgewekte calypsostemming zorgde. De bezoekers van de fancy-fair, want dat was het, moesten wel diep in hun zak tasten, want achter al dit opgeruimde gedoe school de werkelijke diep-serieuze bedoeling van het Waller-initiatief. De opbrengst van de avond zou dienen om de Surinamer terug te brengen naar de landbouw, die hij na de afschaffing van de slavernij de rug had toegekeerd.

 

Suriname, de kolonie waarmee volgens Colijn niets mee te beginnen was en waar niets te halen viel, was door de oorlog als het ware uit een diepe slaap ontwaakt. Amerikaanse troepen en een detachement van de Prinses Irenebrigade uit Engeland waren er gelegerd om de voor de oorlog vitale bauxietmijnen te beschermen, waardoor de bedrijvigheid was toegenomen.“

 

 

 

 

hugopos
Hugo Pos (28 november 1913  - 11 november 2000)

 

 

 

 

 

De Zweedese dichter, schrijver, criticus en reiziger Carl Jonas Love Almqvist werd geboren in Stockholm op 28 november 1793. Almqvist schreeft een groot aantal boeken en gedichten. Hierin verkondigde hij vaak zijn radicale meningen over de maatschappij en politiek. Dit leverde hem veel weerstand op van mensen en instellingen die hem als een gevaarlijke revolutionair beschouwden. Hij werd ervan beschuldigd een vage bedrijfskennis met arsenicum geprobeerd te hebben te vermoorden. Of hij schuldig was is nooit bekend geworden, maar in paniek vluchtte hij naar de Verenigde Staten. Daar nam hij een nieuwe identiteit aan en trouwde. In 1865 keerde hij naar Europa terug. Een jaar later stierf hij  in Duitsland het jaar daarna. Hij wordt gezien als één van de belangrijkste Zweedse sociale hervormers van de 19e eeuw.

 

Uit: Die Woche mit Sara (Vertaald door Anne Storm)

 

Das Mädchen sah ihn mit - wie er fand - recht hübschen Augen an. Den Ring, den er ihr hinhielt, nahm sie zwar in der ersten Verblüffung - und er vermutete, sie würde ihn auf den Finger streifen, was sie ursprünglich ja wohl beabsichtigt hatte -, doch dann ging sie, ohne ein Wort zu sagen, langsam zur Reling und warf den Ring ins Wasser. Prosit, Sergeant!, sagte er zu sich selbst, als er diese Bewegung wahrnahm. Das heißt so viel wie: Ich bin ordentlich abgeblitzt. Bravo, Junker!

  Er ging an die gegenüberliegende Reling und warf den anderen Rosshaarring, den er sich schon an den Finger gesteckt hatte, auch ins Wasser. Danach spuckte er auf die Salutkanone, die gerade in Reichweite war. Dann spazierte er ein Stück über das Deck nach achtern, und als er sich wieder dem Vorderdeck näherte, geschah es, dass er direkt auf die rosiger Unbekannte stieß, die dort stand und zusah, wie die Maschinerie arbeitete.

  "Siehst du", sagte er und hielt seine Hände hin, "ich habe meinen Ring auch ins Wasser geworfen. Das war das beste, was wir tun konnten." Erst ein scharfes Mustern von Kopf bis Fuß, dann ein kaum merkliches, doch nicht unfreundliches Lächeln, eine leicht belustigte Miene, die aber sofort verschwand - das war ihre Antwort: "Ist der Ring im Wasser? So, so!", fügte sie hinzu.

"Siehst du", sagte er und hielt seine Hände hin, "ich habe meinen Ring auch ins Wasser geworfen. Das war das beste, was wir tun konnten." Erst ein scharfes Mustern von Kopf bis Fuß, dann ein kaum merkliches, doch nicht unfreundliches Lächeln, eine leicht belustigte Miene, die aber sofort verschwand - das war ihre Antwort: "Ist der Ring im Wasser? So, so!", fügte sie hinzu.

 

 

 

almqvistny
Carl Jonas Love Almqvist (28 november 1793 - 26 september 1866)

 

 

 

 

 

De Australische dichter en schrijver Julian Randolph Stow werd geboren in Geraldton in het westen van Australië op 28 november 1935. Hij volgde een studie aan de University of Western Australia en doceerde daarna Engels aan de University of Adelaide, de University of Western Australia en de University of Leeds. Ook werkte hij als anthropoloog onder de aborginals. Deze ervaringen verwerkte hij in de roman To the Islands, waarmee hij in 1958 de Miles Franklin Award won. Stow woonde ook lang in Suffolk in Engeland. Traditionele verhalen uit de regio verwerkte hij in The Girl Green as Elderflower.

 

 

On a Favourite Cat

 

Your house was a palace, full of arcane nooks

to discover and rediscover; all your life

 

a long imperialist adventure, where

kingdoms bowed down to your triumphal tail.

 

How can a little marble dish, abraded

by a rough tongue, so shake the heart? The fall

 

of sparrows is not man's concern: I took

no thought of what must leave me for your grave.

 

Under the mirabelle tree in my godson's garden,

be earth's pet now. What can I do?--but wish you

 

a matriarchy of blackbirds to teach you peaceable manners

and a Malplaquet of a mansion, to stalk and explore for ever.

 

 

 

 

RandolphStowL
Julian Randolph Stow (Geraldton,
28 november 1935)

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec. Toen hij 15 was verliet hij de school om te gaan werken. Hij had zeer verschillende baantjes totdat hij als schrijver slaagde. Zijn bekendste werk is Agaguk, een verhaal over culturele conflicten tussen de Inuit en de blanke man uit 1958. In 1975 werd hij wegens zijn verdiensten benoemd tot Officer of the Order of Canada.

 

Uit: Agaguk

 

„Dix pas. C'était alors le temps ou jamais. Tout dépendait d'un geste, la pression rapide sur la gâchette, le coup, la balle... L'instant d'une seconde, et moins encore. Un destin fixé. La mort du loup? La mort de l'homme?

Agaguk pressa la détente.

La balle fut un ouragan qui jaillit du canon. Mais elle ne tua pas le loup. Elle ne fit que l'égratigner au passage. Il roula par terre et se retrouva dix pas plus loin. Il fut aussitôt sur ses pattes.

Agaguk était debout aussi, son couteau au poing.

Le loup bondit.

Une masse fantomatique, sorte de bolide lancé des airs, s'abattait sur Agaguk. L'homme et la bête basculaient dans le noir. La gueule du loup s'ouvrait, baveuse de rage, et mordait avec un grondement diabolique l'être qui se débattait furieusement entre ses pattes.

C'était entre les deux une lutte horrible, une gymnastique macabre. À chaque gueulée de la bête, le cri de l'homme s'enflait en vrille et crevait la nuit. Le loup en furie l'agrippait, le labourant à grands coups de griffes, puis l'homme saisissant la seconde propice - celle où l'animal s'arc-boutait pour foncer à nouveau - repliait son bras pour plonger le couteau dans le cuir de la bête. Alors celle-ci s'esquivait, mais pour bondir de nouveau sur l'homme qui se raidissait contre la torture.

De grands lambeaux de chair pendaient entre les dents de l'animal.“

 

 

 

 

 

theriault
Yves Thériault (28 november 1915 – 20 oktober 1983)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Nancy Mitford werd geboren op 28 november 1904 in Londen. Zij stamde uit een aristocratische familie en was een van de exentrieke Mitford Sisters. Tijdens WO II leerde zij in Londen  de Franse politicus Gaston Palewski. Een medewerker van De Gaulle, kennen, wiens minnares zij werd. Mitford schreef biografische werken en vier zeer succesvolle romans: The Pursuit of Love, Love in a Cold Climate, The Blessing en Don't Tell Alfred.

 

Uit: The Pursuit of Love

 

„But why?" I said, for the hundredth time. Linda, Louisa and I were packed into Louisa's bed, with Bob sitting on the end of it, chatting in whispers. These midnight talks were most strictly forbidden, but it was safer, at Alconleigh, to disobey rules during the early part of the night than at any other time in the twenty-four hours. Uncle Matthew fell asleep practically at the dinner-table. He would then doze in his business-room for an hour or so before dragging himself, in a somnambulist trance, to bed, where he slept the profound sleep of one who has been out of doors all day until cockcrow the following morning, when he became very much awake. This was the time for his never-ending warfare with the housemaids over wood-ash. The rooms at Alconleigh were heated by wood fires, and Uncle Matthew maintained, rightly, that if these were to function properly, all the ash ought to be left in the fireplaces in a great hot smouldering heap. Every housemaid, however, for some reason (an early training with coal fires probably) was bent on removing this ash altogether. When shakings, imprecations, and being pounced out at by Uncle Matthew in his paisley dressing-gown at six a.m., had convinced them that this was really not feasible, they became absolutely determined to remove, by hook or by crook, just a little, a shovelful or so, every morning. I can only suppose they felt that like this they were asserting their personalities.“

 

 

 

mitford
Nancy Mitford (28 november 1904 – 30 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Dawn Powell werd geboren op 28 november 1896 in Mount Gilead, Ohio. Toen zij zeven jaar was stierf haar moeder en vanaf toen leefde zij op verschillende plaatsen bij familie. Na haar schoolopleiding verhuisde zij naar Manhattan. Veel van haar werk zou gaan over het leven in de kleine stadjes vande Midwest of van mensen uit die stadjes die in New York terecht kwamen. Haar roman Whither verscheen in 1925, maar zij zelf gaf altijd She Walks In Beauty uit 1928 als haar debuut aan. In 1942 behaalde zij met A Time to Be Born haar eerste echte succes. In de jaren negentig beleefde haar veelal satirische romans en verhalen door heruitgaves een ware revival.

 

Uit: Angels on Toast

 

„The Spinning Top was not one of Chicago's better spots; its chief charm for its customers was that it was not popular and was no place to take a wife. It was a jolly combination of seedy Hollywood glitter and old-time honkytonk. It was near enough to the station so that a busy man could nip over for a drink and the show between trains, say hello to the girls, maybe, and then, after he missed his train, could even be put up in the little adjoining hotel. The girls were good-natured, not bad-looking graduates of various exclusive burlesque wheels, and they sat around at the bar in little fig-leaf costumes, fluttering their blue-greased eyelids at strangers, and on dull nights at least keeping up a semblance of gayety by their perpetual squeals and chatter. It was said, with authority, that a favored customer could toss his coat to Marie, the hat-check girl, for repairs while he drank, and he could even send her out to do his wife's shopping, if necessary, while he downed a few at the bar. Homey, that was the way a traveller described the Spinning Top, and it was fine dropping in a place where they didn't snub you, a place where the waiters all called you by your first name, and the girls kidded and scolded you and took care of you, and took every nickel you had. All right, it was a clip-joint, but if you passed out the manager himself took all your valuables out of your pocket to look after till you came to, so that at least nobody else would steal them. It was your own fault if you forgot next day where you'd been“.

 

 

 

Dawnpowell_1914
Dawn Powell (28 november 1896 – 14 november 1965)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

THE LITTLE BLACK BOY

 

MY mother bore me in the southern wild,

And I am black, but O, my soul is white!

White as an angel is the English child,

But I am black, as if bereaved of light.

 

My mother taught me underneath a tree,

And, sitting down before the heat of day,

She took me on her lap and kissèd me,

And, pointing to the East, began to say:

 

'Look at the rising sun: there God does live,

And gives His light, and gives His heat away,

And flowers and trees and beasts and men receive

Comfort in morning, joy in the noonday.

 

'And we are put on earth a little space,

That we may learn to bear the beams of love;

And these black bodies and this sunburnt face

Are but a cloud, and like a shady grove.

 

'For when our souls have learn'd the heat to bear,

The cloud will vanish, we shall hear His voice,

Saying, "Come out from the grove, my love and care,

And round my golden tent like lambs rejoice."'

 

Thus did my mother say, and kissèd me,

And thus I say to little English boy.

When I from black and he from white cloud free,

And round the tent of God like lambs we joy,

 

I'll shade him from the heat till he can bear

To lean in joy upon our Father's knee;

And then I'll stand and stroke his silver hair,

And be like him, and he will then love me.



 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

 

28-11-07

Erwin Mortier, Stefan Zweig, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

 

Uit: Les Femmes de Barbe-bleue

(Maeterlinck – variaties)

 

3.

Vroeg of laat zal Hij komen.
Zijn tred wakkert de onrust
en de toortsen aan.

Ons kuiken in Zijn stalen ei.
Ons kind in zilveren vliezen.

Hij die elders knapen onthoofdt
en zich tooit met hun bloed
en hun kreten drinkt.

Ons zanikende embryo.

U weet niet hoe zoet,
Mevrouw, het wachten uitvalt
tot Hij komt, vroeg of laat

als een geslagen hond hier
door Zijn ridderzalen dwaalt.

Hoe zoet het is Zijn wonden
af te binden, Zijn schrammen
schoon te spoelen,

Hem te omzwachtelen – onze Getergde
Zoon. Hij daalt de trap af,

Snuift onze lucht op, gromt, begraaft
Zijn hoofd in onze vacht

en jankt zich in slaap in onze rokken.


4.

Op een dag zal Hij zacht en glad
in onze handpalm rusten

-- een kiezel, een opaal, een door
de golven gepolijste drenkeling,

doorzichtig als barnsteen
waarin Zijn doden roerloos grijnzen.

Hoop is alles, Mevrouw.
Ochtendzon en sterrennacht.

Aurora Borealis.

Hoop schittert. De dofheid
van de Hoop is nergens doffer

dan in het land van de Hoop.

Hoop grasgroene Hoop.
Hoop van zilver. Gouden Hoop.

De Nacht van de Hoop straalt
in zijn donker even triomfant

als een middag in juni.

Wat komt u ons hier verlokken,
Mevrouw, met uw stalen wilskracht,
het al bij al vulgaire metaal

van uw Trots?


5.

Hoop kent geen taal.
Zwijg ons over uw landerijen,
de dorst van de zee, de grote groene
weiden, het stralende land, de virulente
lente, het rijpende koren, de roestige
herfst, de jonge boerenknechten,
de talloze de talloze de talloze sterren

en de al te lieflijk kwinkelerende diertjes,
de vogeltjes de vlindertjes, de talloze de talloze
de talloze mieren.

U heeft niets gezien als u niet eerst
onze doodstille binnentuinen betreedt

-- hun roerloze vegetatie,
waar het lover druipt van bloed
of dauw.

 

 

 

erwin_mortier
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 november 2006.

 

 

De Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig werd op 28 november 1881 in Wenen.


De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg.

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen.


De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907.

 

 

28-11-06

Stefan Zweig, Erwin Mortier, Alexander Blok, William Blake, Alberto Moravia


Stefan Zweig werd (precies 125 jaar geleden) op 28 november 1881 in Wenen in een welgestelde joodse familie geboren. De familie was niet religieus en Stefan Zweig noemde zich later een "jood door toeval". Al tijdens zijn studie gaf hij gedichten uit die invloed van Rainer Maria Rilke en Hugo von Hofmannsthal laten zien. In 1904 verscheen zijn eerste novelle, waarmee hij zijn grootste roem zou krijgen. Stefan Zweig meldde zich bij het begin van WO I vrijwillig bij de oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer een oorlogstegenstander, wat nog eens versterkt werd door de invloed van zijn vriend, de Franse pacifist Romain Rolland. In 1917 werd Zweig bij zijn dienst bij de oorlogspers vrijgegeven, later helemaal ontslagen. Hij verhuisde naar Zürich, in het neutrale Zwitserland en werkte daar als correspondent voor de Weense Neue Freie Presse en publiceerde ook in de Hongaarse Duitstalige krant Prester Lloyd. Deze bezigheden gebruikte hij om o.a. zijn partijloze mening te uiten.

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog keerde Zweig terug naar Oostenrijk en woonde in Salzburg. Als geëngageerde intellectueel trad Zweig tegen het nationalisme en revanchisme op en bracht zijn idee voor een geestelijk verenigd Europa naar voren. Hij schreef veel in zijn Salzburger tijd: verhalen, drama's en novellen. De historische momentopname "Sternstunden der Menschheit" uit 1927 telt nog steeds als zijn succesvolste boek. Nadat de Nationaal-socialisten in 1933 in Duitsland de macht hadden gegrepen en ook hun invloed in Oostenrijk voelbaar werd, emigreerde Stefan Zweig naar Londen. Bij zijn uitgever in Leipzig mocht Zweig niet meer publiceren. Hij vond echter nog een uitgever in Wenen. In 1936 werden Zwiegs boeken verboden in Duitsland. Zijn eerste huwelijk eindigde in 1938 en in 1939 trouwde hij voor de tweede keer met Charlotte Altmann. Na het uitbreken van WO II nam hij de Engelse nationaliteit aan. Hij verliet Londen en kwam via New York, Argentinië en Paraguay in 1940 in Brazilie terecht. Samen met zijn tweede vrouw koos Zweig op 22 februari 1942 er voor om vrijwillig een einde te maken aan hun leven. Of zoals hij zelf schreef: "aus freiem Willen und mit klaren Sinnen" vanwege zijn treurigheid over de vernietiging van zijn "geistige Heimat Europa".

Uit: Die Schachnovelle

 

„In dieser äußersten Not ereignete sich nun etwas Unvorhergesehenes, was Rettung bot, Rettung zum mindesten für eine gewisse Zeit. Es war Ende Juli, ein dunkler, verhangener, regnerischer Tag: ich erinnere mich an diese Einzelheit deshalb ganz genau, weil der Regen gegen die Scheiben im Gang trommelte, durch den ich zur Vernehmung geführt wurde. Im Vorzimmer des Untersuchungsrichters musste ich warten. Immer musste man bei jeder Vorführung warten: auch dieses Wartenlassen gehörte zur Technik. Erst riss man einem die Nerven auf durch den Anruf, durch das plötzliche Abholen aus der Zelle mitten in der Nacht, und dann, wenn man schon eingestellt war auf die Vernehmung, schon Verstand und Willen gespannt hatte zum Widerstand, ließen sie einen warten, sinnlos-sinnvoll warten, eine Stunde, zwei Stunden, drei Stunden vor der Vernehmung, um die Seele mürbe zu machen. Und man ließ mich besonders lange warten an diesem Donnerstag, dem 27. Juli, zwei geschlagene Stunden im Vorzimmer stehend warten; ich erinnere mich auch an dieses Datum aus einem bestimmten Grunde so genau, denn in diesem Vorzimmer, wo ich - selbstverständlich, ohne mich niedersetzen zu dürfen - zwei Stunden mir die Beine in den Leib stehen musste, hning ein Kalender, und ich vermag Ihnen nicht zu erklären, wie in meinem Hunger nach Gedrucktem, nach geschriebenem ich diese eine Zahl, diese wenigen Worte 27. Juli an der Wand anstarrte und anstarrte; ich fraß sie gleichsam in mein Gehirn hinein. Und dann wartete ich wieder und wartete und starrte auf die Tür, wann sie sich endlich öffnen würde, und überlegte zugleich, was die Inquisitoren mich diesmal fragen könnten, und wusste doch, dass sie mich etwas ganz anderes fragen könnten, als worauf ich mich vorbereitete.“

 

 

 

zweig_B
Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942)

 

Erwin Mortier werd geboren op 28 november 1965. Hij groeide op in Hansbeke, een dorpje aan de zuidergrens van het Meetjesland en deelgemeente van Nevele. Mortier studeerde kunstgeschiedenis in Gent en behaalde daarnaast het diploma van psychiatrisch verpleegkundige. Van 1991 tot 1999 was hij als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Dr. Guislain Museum, waar hij werkte aan de geschiedenis van de psychiatrie. In deze periode publiceerde hij in diverse tijdschriften als De Gids, De Revisor, Het nieuwe Wereldtijdschrift en Optima. Vanaf 1999 leeft hij uitsluitend van zijn pen. Hij debuteerde met de roman Marcel (1999), ondermeer bekroond met de Gerard Walschapprijs, de Van Der Hoogtprijs en het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut. In 2000 verscheen zijn tweede roman, Mijn tweede huid, genomineerd voor onder andere de Libris Literatuurprijs en De Gouden Uil. De dichtbundel Vergeten licht (2001) ontving de C. Buddingh’-prijs. In 2002 volgde de derde roman Sluitertijd, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs, en de essaybundel Pleidooi voor de zonde. Zijn werk verschijnt in vertaling in Duitsland, Frankrijk, Engeland en Bulgarije. Begin 2004 werd Mortier voor een periode van twee jaar als stadsdichter benoemd van de stad Gent. Hij geldt als een “postmodernist”.

Algemene Mobilisatie

Geef ten laatste maandag al uw namen af
bij de ambtenaar der ongeboorten.

Vergeet uw koosnaam niet, noch de naam
waarmee men u bespotte.

Meld de namen van uw zonen. De namen
op uw vaders graf. De namen die uw moeder

gaf aan dingen die niet werkten.

Tel de namen van de dagen, de namen
die in lagen de vergane mantels maken

van de doden slapend in uw vel.

Vergeet de namen niet voor morgen,
schrijf ze over en verbrand ze. Tel de namen

die nog resten op uw vingers,
tel uw vingers af.

De naam van God, de naam die het lot
u verschafte. De naam van de hel

en van de hemel. De naam van uw armen.
Neus lippen buikvlies pancreas.

Sta al uw namen af.
Wacht dan, uitgeteld.

U krijgt van ons wat wisselgeld
en passend schoeisel.

 

 

ERWIN_MORTIER
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

Alexander Blok behoorde tot de dichters die zich ten tijde van het symbolisme meer toelegden op de eigen gevoelens. Hun poëzie kenmerkte zich door veel aandacht voor stemmingen, ‘beschrijvingen’ van gevoelens en indrukken en waren tegelijkertijd lyrisch en associatief van aard. Door deze benadrukking van het gevoel behoorden zij tot de voorlopers van het expressionisme, wat pas enkele jaren later (h)erkend werd. Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg in een academisch en literair milieu, studeerde rechten en letteren, en publiceerde regelmatig. Hij stierf in 1921.

Nacht

Nacht, straten, apotheek, lantaren, 

Een zinloos schijnsel in de mist.

Al leef je nog eens twintig jaren -  

Geen uitweg - alles is beslist.

 

Je sterft en wordt opnieuw geboren,

Alles herhaalt zich vroeg of laat:

Rimpels in het kanaal bevroren,

Nacht, apotheek, lantaren, straat

Vert. Marja Wiebes en Margriet Berg

 

Herfstelegie

 

Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde,

Traag dwarrelen de gele blaren neer,

De dag is helder, fris, de hemel wonderteer –

De ziel ontkomt niet aan ‘t onzichtbare verkwijnen.

 

Zo wordt ze steeds wat ouder, elke dag,

En elk jaar met het vallen van de blaren

Komt het je voor alsof in vroeger jaren

Je nooit zo’n diep mistroostig najaar zag.

 

 

 

ABLOK~1
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

 

 

De Engelse schrijver, dichter en schilder William Blake werd geboren op 28 november 1757 in Londen. Blake groeide op in een warm en onconventioneel middenstandsgezin in Londen. Zijn vader James was van Ierse afkomst en heette eigenlijk O'Neill. De jonge William was een obstinate jongen; hij ging niet naar school en ontving zijn opleiding grotendeels van zijn moeder. Hij las alles wat los en vast zat, waaronder Shakespeare, Milton, Ben Jonson en de bijbel en deed ook de nodige kennis op van Frans, Italiaans, Latijn, Grieks en Hebreeuws. Als spoedig werd zijn artistieke talent herkend en aangemoedigd. Ook bleek hij een mystieke inslag te hebben en zag visioenen, waardoor hij zich in zijn latere leven ook zou laten leiden. Hoewel zijn mystieke inslag leidde tot met veel symboliek beladen en vaak duister werk, waarin hij een eigen mythologie ontwikkelde, verscheen in 1789 zijn Songs of Innocence met eenvoudige lyrische gedichten. In 1794 werd hier in een heruitgave Songs of Experience aan toegevoegd. Zijn belangrijkste prozawerk, met gravures, The Marriage of Heaven and Hell ontstond in 1790. In dit werk uit zich zijn verlangen naar vrijheid. De erin opgenomen Proverbs of Hell bevatten een beknopte weergave van zijn levens- en kunstbeschouwing; zijn revolutionaire ideeën verwoordde hij in The French Revolution (1791), America (1793) en Visions of the Daughters of Albion (1793). In zijn latere werken als Milton (1804-1808) en Jerusalem (1804-1820) maakte zijn wanhoop plaats voor een filosofie waarin de redding wordt gezien in liefde en vergeving.

 

The Divine Image

 

To Mercy, Pity, Peace, and Love,
All pray in their distress,
And to these virtues of delight
Return their thankfulness.

 

For Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is God our Father dear;
And Mercy, Pity, Peace, and Love,
Is man, His child and care.

 

For Mercy has a human heart;
Pity, a human face;
And Love, the human form divine:
And Peace the human dress.

 

Then every man, of every clime,
That prays in his distress,
Prays to the human form divine:
Love, Mercy, Pity, Peace.

 

And all must love the human form,
In heathen, Turk, or Jew.
Where Mercy, Love, and Pity dwell,
There God is dwelling too.

 

 

 

blake
William Blake (28 november 1757 – 12 augustus 1827)

 

De Italiaanse schrijver Alberto Moravia werd geboren in Rome op 28 november 1907. Hij kwam uit een welgestelde familie. Moravia slaagde er niet in zich regelmatig met school bezig te houden omdat hij op negenjarige leeftijd werd getroffen door een ernstige vorm van bottuberculose. Hierdoor was hij gedwongen zich meer dan vijf jaar lang roerloos en in bed te houden. Hij was een slimme jongen, en omdat hij niet het normale leven van jongens van zijn leeftijd kon leiden, had hij veel tijd om te lezen. Hij las met zeer veel toewijding en diepgewortelde passie en bouwde zo voor zichzelf aan een sterke literaire basis. Enkele van zijn favoriete auteurs waren Fjodor Dostojevski, James Joyce, Carlo Goldoni, Shakespeare, J.-B.P. de Molière en Mallarmé. Hij leerde zeer makkelijk Frans en Duits en begon met het schrijven van poëzie in het Frans en in het Italiaans. In 1929 is Moravia er zonder veel moeite in geslaagd zijn eerste roman uit te geven op zijn eigen kosten bij de Milanese uitgever Alpes. Deze roman heette Gli indifferenti (De onverschilligen). De roman werd direct goed ontvangen en kreeg goede recensies. Hij werd beschouwd als één van de meest interessante experimenten van het Italiaans verhalend proza van die tijd. Tijdens WO II schreef Moravia uit lijfsbehoud met name surrealistische en allegorische verhalen. Desalniettemin verviel hij in ongenade bij het fascistische regime. Na de val van Mussolini, in de roerige jaren 1943-1945, woonde hij met zijn vrouw in het dorpje Ciociaria, waarover hij later de roman La ciociara schreef.

 

Uit: De Onverschilligen (1929)

 

“Een ogenblik zat ze zo onbeweeglijk, met haar ogen naar de grond. 'Nu begint er werkelijk een nieuw leven,' dacht ze ten slotte, ze hief haar hoofd op, en het was of die rustige, nietsvermoedende kamer, die oude, domme gewoontes een levende, bijna menselijke aanwezigheid vormden, iets duidelijk omlijnds, dat ze nu op een ongehoorde manier ging verraden. 'Binnenkort... nemen we afscheid, voorgoed,' zei ze tegen zichzelf, met een droevige, zenuwachtige vreugde, en wuifde van haar bed af de dingen toe, als van een uitvarend schip. Wilde, onbestemde, dreigende fantasieen gingen door haar hoofd, een noodlotsketen scheen de gebeurtenissen te verbinden. 'Is dat niet vreemd?' dacht ze, 'morgen zal ik me aan Leo geven en een nieuw leven beginnen, en morgen is de dag waarop ik geboren ben;' Ze dacht aan haar moeder: 'En het is met jouw man, mama, met jouw man dat ik dat zal doen.' Ook dit verwerpelijke gegeven, de rivaliteit met haar moeder, was haar naar de zin. Alles moest gemeen, laag, smerig zijn, zonder liefde of sympathie, niets dan doem en ondergang: 'Een onhoudbaar schandaal van mijn leven maken,' dacht ze, 'mezelf kapot maken, eens voor al...'

 

 

 

Moravia
Alberto Moravia (28 november 1907 – 26 september 1990)