17-12-16

John Kennedy Toole, Albert Drach, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

 

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Zie ook alle tags voor John Kennedy Toole op dit blog.

Uit: Een samenzwering van idioten (Vertaald door Paul Syrier)

“Een grote jagerspet zat om de bovenkant van een vlezig, ballonrond hoofd geklemd. De groene oorkleppen, gevuld met grote oren en ongeknipt haar en met de fijne borstels die uit de oren zelf groeiden, staken aan weerszijden uit als richtingaanwijzers die beide kanten tegelijk op wezen. Volle,
opeengeknepen lippen stulpten uit onder de struikachtige zwarte snor en verzonken in de hoeken in kleine plooien die overstroomden van misprijzen en kruimels chips. In de schaduw onder de groene klep van de pet keken de hooghartige blauw-met-gele ogen van Ignatius]. Reilly aflandere wachtenden onder de klok van D.H. Holmes-warenhuis en bestudeerden de menigte mensen, speurend naar tekenen van slechte smaak in kleding. Enkele van de uitmonsteringen, zo merkte Ignatius op, waren nieuw en duur genoeg om in alle redelijkheid als een aanslag op de goede smaak en het fatsoen te worden beschouwd. Het bezit van iets nieuws of duurs was slechts een weerspiegeling van het gebrek aan theologie en geometrie bij de betreffende. Het deed zelfs twijfel rijzen met betrekking tot diens ziel.
Ignatius zelf was comfortabel en verstandig gekleed. De jagerspet behoedde hem voor verkoudheid. De volumineuze tweed broek was duurzaam en bood een ongewone bewegingsvrijheid. De plooien en hoekjes herbergden bellen warme, bedorven lucht, die Ignatius op zijn gemak stelden. Het flanellen
plaidhemd maakte een jasje overbodig, terwijl de shawl het stuk blootliggende Reilly-huid tussen de oorkleppen en de boord beschermde. De uitmonstering was aanvaardbaar volgens iedere theologische en geometrische maatstaf, hoe duister ook, en suggereerde een rijk innerlijk leven.
Door zijn gewicht op zijn logge, olifanteske manier van de ene heup op de andere te verplaatsen stuurde Ignatius golven vlees op en neer onder het tweed en flanel, golven die kapotsloegen op knopen en zomen. Aldus herschikt overwoog hij hoe lang hij nu al op zijn moeder stond te wachten.”
In de eerste plaats besteedde hij aandacht aan het ongemak dat hij begon te voelen. Het leek of zijn hele wezen op het punt stond uit zijn met wol gevoerde, suède woestijnlaarzen te barsten, en, als om dit te controleren, richtte Ignatius zijn merkwaardige ogen op zijn voeten. Deze zagen er inderdaad gezwollen uit. Hij nam zich vo or zijn moeder de aanblik van deze uitpuilende laarzen te bieden
als bewijs van haar onnadenkendheid.”

 

 
John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)

Lees meer...

17-12-11

Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski, Érico Veríssimo

 

De Oostenrijkse schrijverAlbert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren. Zie ook mijn blog van 17 december 2008 en ook mijn blog van 17 december 2010.

 

Uit: Das Goggelbuch

 

„Bei Ermittlung seines Ahnennachweises, den Klaus Xaver Johann Guckelhupf, öffentlicher Notar, emsig und ehrlich zusammenzustellen im Begriffe stand und der ihn zunächst auf eine lange Reihe gleich und ähnlich benamster, zumeist dem Notarsstande angehöriger Blutsvorgänger führte, mit

Ausnahme eines aus der Art gefallenen, der neben den noch bestehenden Erdteilen Eurasien, Afrika, Australien, Polynesien, Amerika und Antarktis auch noch das versunkene Eiland Atlantis anführte, das sich bisweilen neben die noch nicht untergegangenen als siebentes in unser Bewußtsein einschiebt, kam schließlich der Nachforscher auf den letzterweislichen Urzeuger zurück, der nicht einmal ein phantastischer Geograph oder Erdkundler gewesen, sondern kurzweg ein deutscher Diener mit dem einfachen Namen Xaver Johann Gottgetreu Goggel, der außerdem über sein Dasein in früher Neuzeit einen Bericht hinterlassen hatte, dessen Ursprünglichkeit auch noch durch die Bearbeitung dreier

Notare und eines Erdkundlers seine nackte Haut zeigte, wie auch noch immer, wenn auch in Folianten gepreßt, die reine Einheit der Seele eines deutschen Dieners mit seinem Gotte, über den er trotz seinem Stande und seiner Zeit nicht allzulange nach Erfindung des Schießpulvers gehörig nachgedacht hat, sich urtümlich bekundet.

Mithin das Goggelbuch, welches gleich mit der Feststellung beginnt, daß ein deutscher Mann sich niemals in den Spiegel sehe, es sei denn zum Trotz. Hier kann es sich freilich nur um eine allegorische Meinungsäußerung handeln, zumal es in deutschen Landen durchaus üblich und vermutlich immer üblich gewesen ist, sich zwecks Bindens der Krawatte, solange es eine solche gibt, zwecks Rasierens und Haarbürstens eines Spiegels zu bedienen, ohne daß damit eine Herausforderung des Rückstrahlungsgerätes beabsichtigt wäre. Im übrigen beginnt Goggel selbst seinen Bericht mit einer eingehenden Besichtigung seiner Person mit Hilfe einer solchen Fläche“.

 

 

Albert Drach(17 december 1902 – 27 maart 1995)

Lees meer...

17-12-10

Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton, Władysław Broniewski

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Das große Protokoll gegen Zwetschkenbaum

 

„In dem sehr zweifelhaften Schatten eines sogenannten Zwetschkenbaumes saß ein Mann, der hieß auch Zwetschkenbaum, aber er war es nicht. Diese Familienbezeichnung gibt nämlich allerdings einen guten Namen für die damit gemeinte Pflanze mit verholztem Stengel oder Stamm ab.

Denn sie ist gebräuchlich für alle Gewächse solcher Art, welche hinwiederum nützlich und beliebt sind. Dagegen hält man erwähnten Namen für schlecht, wenn er einen Menschen betrifft, und der Verruf, in dem er steht, hat seine Begründung nicht etwa darin, daß einmal ein großer philosophischer Dichter behauptet hat, vieles im Menschen sei noch Pflanze und Gespenst; sondern vielmehr ist man zu einer absprechenden Ansicht deshalb gelangt, weil die Benennung besagten Vegetationsteiles auch noch häufig von einer Spezies Kreatur (Gattung Lebewesen) für sich in Anspruch genommen wird, die man gemeinhin Juden nennt. Und so ist es auch kein Zufall, daß es einmal einen Juden namens Zwetschkenbaum gab, von dem hier die Rede ist.

Dafür, daß er an einem eingangs bezogenen Tage unter einer Pflanze gelegen sei (habe), deren Namen einer seiner Stammesvorgänger sich angeeignet hat, gibt Genannter die folgende Begründung an. Er heiße Schmul Leib Zwetschkenbaum, sei gebürtig in Brody (Ostgalizien), wo sich auch seine Eltern befunden hätten, zu der Zeit nämlich, als dieselben noch am Leben gewesen wären. Sie seien nach Hinterlassung von sieben Kindern arm gestorben. Vorher hätten sie mit allem möglichen gehandelt, angeblich ohne bleibenden Nutzen. Von den sieben Kindern seien zwei in Amerika, und zwar einer in einer Wäscherei, der andere in einer Färberei tätig gewesen. Diese hätten früher ab und zu Geld für die Familie geschickt, seit Ausbruch des Weltkriegs aber nichts mehr.“

 

 

 

Albert Drach (17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

 

Lees meer...

17-12-09

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Hans Henny Jahnn, Ford Madox Ford, Jules de Goncourt, Penelope Fitzgerald, Alphonse Boudard, Érico Veríssimo, Albert Drach, John Kennedy Toole, John Whittier, Thomas Haliburton

 

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Heiß (Vertaald door Judith Dörries)

 

"Die Welt ist für mich ein Großhandel voller Zutaten, ein unerschöpfliches Rezeptbuch. Es ist ganz einfach: Wenn ich aufstehe, habe ich Hunger, und wenn ich abends ins Bett gehe, überlege ich, was ich am nächsten Tag zubereiten könnte. Ich bringe alles mit Essen in Verbindung. Zu allem fallen mir spontan Gerichte ein. Laufen drei Frauen auf der Straße, dann sehe ich bei der ersten sofort ein zartes Wildgericht, bei der mittleren einen marinierten Stint und bei der dritten eine raffinierte Suppe aus Rüben, Tee und Krabben. Das klingt nach einer schwachsinnigen Kombination für eine Suppe, aber ich habe damit Furore gemacht."

(...)

Lecker? LECKER? Was ich meine Lippen passieren lasse, muss ausnahmslos vorzüglich sein, pur und erhebend. Ich will einen doppelten Regenbogen hinter den Zähnen, den Gaumen mit einem perfekt abgestimmten Geschmacksteppich bombardieren, die Speiseröhre überrumpeln und den Magen in einen der höchsten Zustände von Befriedigung versetzen, für weniger mache ich es nicht. Ich glaube nicht an einen Schöpfer oder eine höhere Macht, aber ich möchte bei allem, was ich esse, dankbar für die Existenz des Lebens selbst sein. Das klingt dick aufgetragen, und so ist es auch gemeint. Ich will dick auftragen, wenn ich von meinem Beruf spreche. Wenn nicht Köche über das Kochen dick auftragen dürfen, wer dann?“ 


 

Giphart

Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Yvonne Keuls werd geboren op 17 december 1931 in Batavia, toen nog een onderdeel van Nederlands-Indië. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2007 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: De tocht van het kind

 

Angela's voorstelling van Holland was voornamelijk gebaseerd op de foto van tante Toetie en oom Kakkie - tot aan hun fontanel in het bont gestoken - die stijfjes voor een brugleuning stonden (haar moeder Elis zei dramatisch dat ze daaraan waren vastgevroren en dat het vóór oom Kakkies ziekte was) en op een foto van oom Etjen, tante Dodot en hun meisjes in Volendams kostuum. Ze zaten dicht bijeen in een roeibootje, tante Dodot met haar armen om een mand vol eieren (de angst dat ze die zou laten vallen was op haar gezicht te lezen) en oom Etjen, die gewend was kreteks te roken, ongemakkelijk zuigend op de lange steel van een witte, stenen pijp. Op het achterdoek was een Hollands landschap geschilderd, met koeien, een molen en een molenaar. De laatste, eveneens zuigend op een lange, stenen pijp, stond wijdbeens voor een gesloten deur.
Geen moment vroeg Angela zich af waarom haar familie zich zo wonderlijk had uitgedost, wel verbaasde haar die zware, gesloten voordeur. Ze liet zich vele malen uitleggen dat de huizen in Holland geen open voorgalerijen hadden, maar deuren die op slot gingen, zelfs op het nachtslot.
Angela - wist wat een nachtbloem was. Dat was een bloem die 's nachts openging. En dus vroeg ze:
'Gaat dat nachtslot 's nachts ook open, mammie?'
'Nee, natuurlijk niet,' zei Elis, 'juist dicht. Overdag, als je naar binnen wilt, moet je bellen en dan wordt er opengedaan door de meid.'
'Wat is dat, de meid?'
'De meid is een witte baboe.'
'En brengt de witte baboe je naar bed? En blijft ze bij je zitten tot je slaapt?'
'Ach nee, in Holland is alles anders.'

 

 

 

Keuls
Yvonne Keuls (Batavia, 17 december 1931)

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson werd geboren in Reykjavík op 17 december 1963. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Himmel und Hölle (Vertaald door Karl-Ludwig Wetzig)

 

Die Berge überragen Leben und Tod und die paar Häuser, die sich auf der Landzunge zusammendrängen. Wir leben auf dem Grund einer Schüssel, der Tag geht vorüber, es wird Abend, die Schüssel läuft langsam voll Dunkelheit, und dann leuchten die Sterne auf. Ewig blinken sie über uns, als hätten sie eine wichtige Botschaft, aber welche und für wen? Was wollen sie von uns, oder vielleicht eher noch: was wollen wir von ihnen?
Wir haben heute nur noch wenig an uns, das an Licht erinnert. Der Dunkelheit stehen wir viel näher, sind selbst fast Dunkelheit. Das Einzige, was wir noch haben, sind die Erinnerungen und außerdem die Hoffnung, die allerdings schwächer geworden ist, sie nimmt immer noch weiter ab und wird bald einem erkalteten Stern gleichen, einem dunklen Felsbrocken. Immerhin wissen wir ein wenig vom Leben und ein wenig vom Tod, und wir können berichten: Wir haben den ganzen Weg zurückgelegt, um dich zu packen und um das Schicksal zu bewegen.
Wir wollen von denen erzählen, die in unseren Tagen gelebt haben, vor mehr als hundert Jahren, und die für dich kaum mehr sind als Namen auf schiefen Kreuzen und geborstenen Grabsteinen. Leben und Erinnerungen, die nach dem unerbittlichen Gesetz der Zeit ausgelöscht wurden. Genau das wollen wir ändern. Unsere Worte sind eine Art Lebensretter in unermüdlichem Einsatz, sie müssen vergangene Geschehnisse und erloschene Leben dem Schwarzen Loch des Vergessens entreißen, was keine geringe Aufgabe ist. Gern dürfen sie unterwegs ein paar Antworten finden und uns hier wegholen, ehe es zu spät ist. Aber lassen wir’s vorerst dabei, wir schicken die Worte an dich weiter, diese ratlosen, zerstreuten Lebensretter, die sich ihres Auftrags gar nicht sicher sind – sämtliche Kompasse spielen verrückt, Landkarten sind zerfleddert oder veraltet –, aber nimm sie trotzdem in Empfang. Und dann sehen wir, was passiert.

 

 

jon-kalman
Jón Kalman Stefánsson (Reykjavík, 17 december 1963)

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Frank Martinus Arion werd geboren op 17 december 1936 op Curaçao. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Helman, de eenzame jager

 

„Die eenzaamheid is belangrijk. En op gevaar af van u te vermoeien een klein beetje, moet ik haar op haar ware niveau brengen. Ik bedoel, we moeten even de ladder op, ik kan er ook niets aan doen. Want die eenzaamheid heeft nog meer aspecten dan ik al genoemd heb. En om Helman in z'n totaliteit te begrijpen lijkt me dat ik u deze aspecten als achtergrond moet geven.

Er is een literair-historisch aspect, waar ik zo op kom. Er is een marxistisch aspect, er is een psycho-analytisch aspect, een existentialistisch aspect, een kolonialistisch aspect, en wat ik zelf zo maar noem, een familiaal aspect, kortom, een heleboel ‘ismes’ die we nodig hebben om wat brighter spotlight op de grondideeën te brengen. Ik begin eerst met het marxistische aspect. We weten van de tijdgenoten van Helman, dat hij in z'n eerste tijd in Europa ontzettend veel, voor z'n vrienden tot vervelens toe, Marx las en Freud. Slauerhoff schreef: ‘Die man gaat kapot aan Freud en Marx.’ Dat marxistische aspect heeft te maken met het marxistische begrip vervreemding4. Die desintegratie die in maatschappijen optreedt heeft Marx ‘vervreemding’ genoemd en hij heeft het beschreven, en hij heeft er de oorzaak van aangegeven. Ik zal het in heel eenvoudige termen proberen weer te geven:

Marx zegt dat vroeger, vóór het kapitalisme, de mensen in een harmonieuzere situatie met elkaar leefden. Waarom? Omdat hun betrekkingen met de spullen anders waren. De mensen wilden dingen bezitten, maar het was in de eerste plaats om er van te genieten, zelf. De ene man maakte schoenen, en die ruilde dat voor groente, en de ander maakte een ander product en ruilde dat weer tegen een ander product. De bedoeling was niet spullen op te potten, de bedoeling was geen géld, de bedoeling was geen verrijking! Dat is de paradijselijke situatie die we misschien nog bij Indianen vinden. Ook hier. In die situatie is door het kapitalisme verandering gekomen, omdat men niet meer de spullen zoekt om hun gebruikswaarde, zoals de term luidt, maar men zoekt de spullen om hun verkoopwaarde, of om hun ruilwaarde. En dat is erg, omdat dat ook op de menselijke betrekkingen een rol gaat spelen. Marx zegt: de koopman heeft geen aandacht meer voor de schoonheid van mineralen, hij heeft alleen maar aandacht voor de verkoopwaarde van mineralen. Alle andere zintuigen, zegt Marx, worden op de achtergrond gedrukt, en er komt een nieuw zintuig naar voren, het zintuig van het Hebben. Dat creëert een gemeenschap, zoals ik daarnet zei, waarin ook de menselijke waarden niet meer zuiver zijn. De mensen gaan met elkaar om merendeels omdat ze elkaar nodig hebben als steppingstone om dingen te bereiken. Ze gaan niet meer naar recepties omdat ze het leuk vinden elkaar te ontmoeten en te begroeten, maar om elkaar te spreken om iets te ‘regelen’ zoals we dat hier zo treffend zeggen.”

 

 

Frank_Martinus_Arion
Frank Martinus Arion (Curaçao, 17 december 1936)

 

 

De Duitse schrijver Hans Henny Jahnn werd geboren op 17 december 1894 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Die Geschichte der beiden Zwilinge

 

Es wurden zwei Knaben als Zwillinge geboren. Schnell nach einander verliessen sie den Schoss der Mutter  Und es erwies sich, sie waren einander ähnlicher als sonst zwei Dinge gleicher Form... Sie hatten unähnliche Namen erhalten. Die Namen hatten nicht vermocht, sie von einander zu trennen. Ihr Körper hatte nur ein Ziel, dem anderen nachzueifern in der Gestalt…Die gleichen Sterne regierten ihr Schicksal. Erkrankte der eine, so konnte der andere nicht mehr wet vom Krankenlager sein....Auf der Strasse wurden sie mit  ihrem unrichtigen Namen angesprochen. Sie fanden sich darein, jeder, auch auf den Namen des anderen zu hören. Ein verwegener Mensch redete sie eines Tages an und fragte, ob denn sie beide nicht sich vertauschten. Es war die schlimmste Frage, die bis dahin an ihnen gestellt worden war. Sie bedachten sich. Sie wogen sich im Geiste.  Sie wechselten ihre Plätze, blickten sich an und antworteten wie im Schlaf:  Sie selbst wissen es nicht...Sie erregten sich über den unklaren Zustand, in dem sie sich befanden, und versuchten sich voneinander zu halten...Aus ihrem Selbst wurde das Du. Ihr Bewusstsein plätscherte mehrmals hin und zurück. Bis sie die Erinnerung an den Namen des Ich verloren hatten. .. Heimlich erwogen sie, der eine müsse den anderen töten.“

 

hans_henny_jahnn
Hans Henny Jahnn (17 december 1894 – 29 november 1959)
 
 

De Engelse dichter, schrijver en publicist Ford Madox Ford werd geboren op 17 december 1873 in Merton, Surrey. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

 

Finchley Road

 

As we come up at Baker Street

Where tubes and trains and 'buses meet

There's a touch of fog and a touch of sleet;

And we go on up Hampstead way

Towards the closing in of day . . .

You should be a queen or a duchess rather,

Reigning in place of a warlike father

In peaceful times o'er a tiny town

Where all the roads wind up and down

From your little palace - a small, old place

Where every soul should know your face

And bless your coming. That's what I mean,

A small grand-duchess, no distant queen,

Lost in a great land, sitting alone

In a marble palace upon a throne.

And you'd say to your shipmen: 'Now take your ease,

Tomorrow is time enough for the seas.'

And you'd set your bondmen a milder rule

And let the children loose from the school.

No wrongs to right and no sores to fester,

In your small, great hall 'neath a firelit dais,

You'd sit with me at your feet, your jester,

Stroking your shoes where the seed pearls glisten

And talking my fancies. And you as your way is,

Would sometimes heed and at times not listen,

But sit at your sewing and look at the brands

And sometimes reach me one of your hands,

Or bid me write you a little ode,

Part quaint, part sad, part serious . . .

But here we are in the Finchley Road

With a drizzling rain and a skidding 'bus

And the twilight settling down on us.

 

 

FordMaddox
Ford Madox Ford (17 december 1873 - 26 juni 1939)

 

 

De Franse schrijver Jules de Goncourt werd geboren op 17 december 1830 in Parijs. Zie ook mijn blog van 17 december 2006 en ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Les Hommes De Lettres

 

Un article ?… Tu me demandes s'il y a un article dans mon histoire ? Mais, malheureux, un enfant de six ans en ferait une comédie en vers, les yeux bandés! Scène première : le foyer de la Comédie-Française… tu comprends… la maison de Molière… Talma… les souvenirs… la tirade : c'est là où César cause avec Scapin, où Melpomène prend l'éventail de Thalie, où…, où…, où… il n'y a pas de raison pour que ça finisse! Tu passes aux indiscrétions : Provost et Anselme qui jouent aux échecs, l'ingénue qui demande une glace, l'huissier qui fait découvrir le grand-duc héréditaire de Toscane, et mademoiselle Fix qui le fait rougir de ne s'être point découvert de lui-même, la Société du rachat des captifs…

- Hein! la société…?

- Tu ne la connais pas ? C'est pourtant une société secrète… Devine ce qu'il y a dans le foyer de la Comédie!… Il y a des poulpes! C'est terrible! Une fois accroché, c'est fini! ils vous entraînent au fond de leur conversation. Voilà, je suppose, un homme ou une femme, les poulpes n'y regardent pas, Got, si tu veux, ou mademoiselle Ricquier, pincés par Frappart ou par M. Benett, l'auteur anglais… très bien! Un membre de la Société accourt : Pardon! j'aurais un mot à vous dire… - Sauvé, mon Dieu! dit l'autre… Et voilà ce que c'est que la Société du rachat des captifs!… Si tu ne fais pas cinquante lignes avec ça… Et puis il y a des tableaux du foyer…

- Après ?

- Après ? après, tu poses ta femme : une comédienne célèbre… Tu ne la nommes pas… tu dis seulement : Notre Célimène… ça ne compromet personne!… Notre Célimène passait les mains dans les cheveux d'un grand poète… Ici l'initiale du poète… Il faut toujours nommer un poète, sans ça on peut le confondre avec un homme qui fait des vers… Et tu entames le dialogue : «O mon poète! - fait la Célimène, - pourquoi ne faites-vous plus de ces charmantes comédies comme vous seul savez en faire ?… Pour un rôle de vous où j'aurais quinze ans, je donnerais dix ans de ma vie!…» Ici tu peux lâcher le mot : Célimène, vous y auriez gagné!… et tu passes au poète. Le poète a dîné ; il a ronflé pendant une heure tout seul dans une loge de huit places ; il est bu, mais bu… il ferait un poème épique, et il parle nègre! Fais-le parler nègre, le public adore ça, ça lui rappelle Paul et Virginie! - «Moi… pièce ? moi… comédie ? travailler ?… pas d'intérieur!… impossible!. sale… rien trouver… brosses à dent partout!… travailler!… trop sale!… - Mais si quelqu'un vous installait dans un joli petit appartement bien rangé ? - Oh! divin… pas de peignes sur les meubles… intérieur… plumes taillées… une pièce!… deux pièces!… trois pièces!… toujours!

 

 

Jules
Jules de Goncourt (17 december 1830 - 20 juni 1870

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Human Voices

 

Inside Broadcasting House, the Department of Recorded Programmes was sometimes called the Seraglio, because its Director found that he could work better when surrounded by young women. This in itself was an understandable habit and quite harmless, or, to be more accurate, RPD never considered whether it was harmless or not. If he was to think about such things, his attention had to be specially drawn to them. Meanwhile it was understood by the girls that he might have an overwhelming need to confide his troubles in one of them, or perhaps all of them, but never in two of them at once, during the three wartime shifts in every twenty-four hours. This, too, might possibly suggest the arrangements of a seraglio, but it would have been quite unfair to deduce, as some of the Old Servants of the Corporation occasionally did, that the RP Junior Temporary Assistants had no other duties. On the contrary, they were in anxious charge of the five thousand recordings in use every week. Those which the Department processed went into the Sound Archives of the war, while the scrap was silent for ever.
'I can't see what good it would be if Mr Brooks did talk to me,' said Lise, who had only been recruited three days earlier, 'I don't know anything.'
Vi replied that it was hard on those in positions of responsibility, like RPD, if they didn't drink, and didn't go to confession.
'Are you a Catholic then?'
'No, but I've heard people say that.'
Vi herself had only been at BH for six months, but since she was getting on for nineteen she was frequently asked to explain things to those who knew even less.
'I daresay you've got itwrong,' she added, being patient with Lise, who was pretty, but shapeless,
crumpled and depressed. 'He won't jump on you, it's only a matter of listening.'
'Hasn't he got a secretary?'
'Yes, Mrs Milne, but she's an Old Servant.'
Even after three days, Lise could understand this.
'Or a wife? Isn't he married?'
'Of course he's married. He lives in Streatham, he has a nice home on Streatham Common. He doesn't get back there much, none of the higher grades do. It's non-stop for them, it seems.'

 

 

 

penelope-fitzgerald
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)

 

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Zie ook mijn blog van 17 december 2008.

 

Uit: Les combattants du petit bonheur

 

Ça faisait maintenant six mois quej'étais branché avec la Résistance. Le grand moment de ma vie, je me figurais. Jusque-là, ça s'était poursuivi cahin nos salades de terrain vague, nos conciliabules, nos propos en l'air. On parlait de rejoindre les Anglais, ça nous semblait le remède de tous nos maux... la vie trop monotone, les restrictions, la dépendance des adultes, la chtourbe ! Tout nous paraissait beau une fois pris le large.J'essaie aujourd'hui de me revoir exact... maigre, boutonneux, va de la gueule... me comprendre. Si je vire le schéma de l'esbroufe, la légende qu'on entretient...j'aperçois, je perçois un zèbre difficile à saisir. Il m'emmerde plutôt de mon point de vue actuel. Il dit n'importe quoi... il se fait piéger... il risque de mourir pour rien du tout. La vie c'est pourtant sa seule richesse... les plaisirs à prendre, le bon air qu'on respire le jour où l'on sort d'une prison, d'un hôpital... le coup qu'on va boire quand il fait soif... la femme qui se déloque, qui s'offre... les courts instants de bonheur qui vous réconcilient avec l'existence toujours ! C'eût été vraiment trop bête, trop abominable de se faire étendre pour le droit d'être sur le monument aux morts, pour la gloire du Général, pour des lendemains qui doivent chanter et qui finissent par pleurer des larmes de sang.“

 

 

Boudard
Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 17 december 2008.

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul.

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren.

 

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans.

 

De Amerikaanse dichter en hervormer John Greenleaf Whittier werd geboren in Haverhill, Massachusetts op 17 december 1807.

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia.


De Poolse dichter en militair
Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock.

17-12-08

John Kennedy Toole, Penelope Fitzgerald, Albert Drach, Érico Veríssimo, Thomas Haliburton, Alphonse Boudard, Władysław Broniewski


De 17e december is weer een zeer vruchtbare geboortedag gebleken voor schrijvers. Vandaar dat er na deze posting nog een tweede volgt. Kom gerust nog eens kijken later vandaag

De Amerikaanse schrijver John Kennedy Toole werd geboren op 17 december 1937 in New Orleans. Hij studeerde aan de New Yorkse Columbia University en doceerde later Engels aan het Hunter College. In 1961 moest hij in militaire dienst. Gedurende deze tijd leerde hij Spaanstalige soldaten in Puerto Rico Engels. Na zijn diensttijd bracht hij het grootste gedeelte van zijn tijd door in het French quarter van New Orleans. Het manuscript van A Confederacy of Dunces werd door geen enkele uitgeverij aangenomen. Toole zelf was wel overtuigd van de kwaliteit ervan en verviel door de afwijzingen in depressies en begon te drinken. In 1969 pleegde hij zelfmoord door zich te vergassen. Na zijn dood vond zijn moeder de schrijver Walker Percy bereid het manuscript te lezen. Die was verrast door de kwaliteit en vond een uitgever. In 1980 kreeg Toole voor het boek postuum de Pulitze prijs voor de beste roman van het jaar.

 

Uit: A Confederacy of Dunces

 

A green hunting cap squeezed the top of the fleshy balloon of a head. The green earflaps, full of large ears and uncut hair and the fine bristles that grew in the ears themselves, stuck out on either side like turn signals indicating two directions at once. Full, pursed lips protruded beneath the bushy black moustache and, at their corners, sank into little folds filled with disapproval and potato chip crumbs. In the shadow under the green visor of the cap Ignatius J. Reilly’s supercilious blue and yellow eyes looked down upon the other people waiting under the clock at the D. H. Holmes department store, studying the crowd of people for signs of bad taste in dress. Several of the outfits, Ignatius noticed, were new enough and expensive enough to be properly considered offenses against taste and decency. Possession of anything new or expensive only reflected a person’s lack of theology and geometry; it could even cast doubts upon one’s soul.

Ignatius himself was dressed comfortably and sensibly. The hunting cap prevented head colds. The voluminous tweed trousers were durable and permitted unusually free locomotion. Their pleats and nooks contained pockets of warm, stale air that soothed Ignatius. The plaid flannel shirt made a jacket unnecessary while the muffler guarded exposed Reilly skin between earflap and collar. The outfit was acceptable by any theological and geometrical standards, however abstruse, and suggested a rich inner life.“

 

 

 

 

Kennedy_Toole
John Kennedy Toole (17 december 1937 – 26 maart 1969)

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres, schrijfster en essayiste Penelope Fitzgerald werd geboren op 17 december 1916 in Lincoln. Gedurende WO II werkte zij voor de BBC. Daarna was zij o.a. docente aan een toneelschool en boekhandelaar. Haar literaire loopbaam begon pas in 1975, toen zij 58 jaar oud was, met een biografie over Edward Burne-Jones (1833-1898). Twee jaar later publiceerde zij een biografie over haar vader en ooms, The Knox Brothers. In 1977 verscheen ook haar eerste roman The Golden Child. In 1979 won zij de Booker Prize met Offshore.

 

Uit: The Means of Escape

 

„If it had been ten years ago, when she was still a schoolgirl, she  might have shrieked out, because at that time there were said to be  bolters and escaped convicts from Port Arthur on the loose everywhere.  The constabulary hadn't been put on to them. Now there were only a few  names of runaways, perhaps twenty, posted on the notice boards outside  Government House.

"I did not know that anyone was in the church," she said. "It is  kept locked. I am the organist. Perhaps I can assist you?"

A rancid stench, not likely from someone who wanted to be shown round  the church, came towards her up the aisle. The shape, too, seemed  wrong. But that, she saw, was because the head was hidden in some kind  of sack like a butchered animal, or, since it had eye holes, more like  a man about to be hanged.

"Yes," he said, "you can be of assistance to me."

"I think now that I can't be," she said, picking up her music  case. "No nearer," she added distinctly.

He stood still, but said, "We shall have to get to know one another  better." And then, "I am an educated man. You may try me out if you  like, in Latin and some Greek. I have come from Port Arthur. I was a  poisoner."

"I should not have thought you were old enough to be married."

"I never said I poisoned my wife!" he cried.

"Were you innocent, then?"

"You women think that everyone in jail is innocent. No, I'm not  innocent, but I was wrongly incriminated. I never lifted a hand. They  criminated me on false witness."

"I don't know about lifting a hand," she said. "You mentioned that  you were a poisoner."

"My aim in saying that was to frighten you," he said. "But that is  no longer my aim at the moment."

It had been her intention to walk straight out of the church,  managing the doors as quickly as she could, and on no account looking  back at him, since she believed that with a man of bad character, as  with a horse, the best thing was to show no emotion whatever. He,  however, moved round through the pews in such a manner as to block her  way.“

 

 

 

Fitzgerald
Penelope Fitzgerald (17 december 1916 - 28 april 2000)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Albert Drach werd op 17 december 1902 in Mödling geboren als zoon van een hoogleraar wiskunde. Hij studeerde rechten en promoveerde in 1926. Daarna werkte hij als advocaat. In 1938 vluchtte hij via Parijs naar Nice en ontkwam hij met moeite aan een uitlevering. In 1947 keerde hij terug naar Wenen. Na de Tweede Wereldoorlog verwoordde Albert Drach de traumatische ervaringen van de joodse vluchteling Peter Kucku in de roman Unsentimentale Reise (1966).

 

Uit: Das Beileid

 

„Am 23. 8. kaufte ich eine neue Zahnpaste. Dies hinderte mich nicht am späteren Onanieren. In der Nacht holte mich der Holländer aus dem Bett und er wollte mit mir in ein Nachtlokal gehen. Dort benahm er sich ausgelassen und lächerlich, tanzte auch mit Kokotten, was ich nicht tat. Dann hatte er kein Geld, die Zeche zu bezahlen, und ich mußte es für ihn tun. Den Morgen darauf ging ich zeitig schwimmen. Dann kam seine Frau zu mir, um ihn abzuholen. Sie war übrigens selbst eine Kokotte gewesen, bevor er sie geheiratet hatte. Er hätte mir das Geld wieder bringen sollen, das ich für ihn ausgelegt hatte, war aber am Treffpunkt nicht eingelangt. Dagegen traf ich Sybillens Mutter, die meinen Rat angeblich brauchte. Später ging der Maler Vigny an mir vorbei. Er hatte früher als Sohn von Französischlehrern in Ottakring oder Hernals gelebt, dort Kinder geschändet und sich an Einbrüchen beteiligt, doch nach Verbüßung der Strafen sich wieder in sein Vaterland begeben, dessen Sprache er mit dem Zungenschlag des von ihm missbrauchten Gastlandes versah. Auch fand er die südfranzösischen Kinder nicht so begabt wie die hernalserischen und war schließlich in seinem nunmehrigen Wirkungskreis ein bekannter Maler geworden. An diesem Tage hatte ich keine Lust, mit ihm zu sprechen, er erzählte mir meistens dasselbe von vergangenen schönen Tagen. Am Abend war ich im Kino, in dem ich die Frau eines jüdischen Emigranten, der gleichfalls malte, getroffen hatte. Sie war selbst im KZ gewesen und ist genötigt worden, nackt im Winter, ihr Kind auf dem Arm, bei Tiefsttemperaturen im Freien zu stehen. Das Kind ist gestorben und sie konnte keines mehr bekommen. Ihre Schönheit blieb."

 

 

 

Drach_kleur
Albert Drach
(17 december 1902 – 27 maart 1995)

 

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver Érico Veríssimo werd geboren op 17 december 1905 in Rio Grande do Sul. Hij werkte in een apotheek voordat hij een baan kreeg bij uitgeverij Editora Globo, waar hij werk vertaalde en uitgaf van schrijvers als Aldous Huxley. Tijdens WO II trok hij naar de VS. Deze periode van zijn leven keert terug in romans als Gato Preto em Campo de Neve ("Black Cat in a Snow Field"), A Volta do Gato Preto ("The Return of the Black Cat"). Zijn epische roman O Tempo e o Vento ("The Time and the Wind'") werd een van de meesterwerken van de Braziliaanse literatuur. Érico Veríssimo is de vader van een andere beroemde schrijver uit Rio Grande do Sul, Luis Fernando Veríssimo.

 

Uit: Mexico (Vertaald door Linton Barrett)

 

We are in the Zócalo. In this plaza of monumental dimensions that was in times past the heart of Tenochtitlán and later of the Spanish colonial city, is found the great cathedral the Conquistadores built with the very stones of the Great Temple of the Aztecs. In its façade are combined varied architectural elements, and even a layman like me can see in it vestiges of the Corinthian, the Ionic and the Doric. The result of this mixture is something that could be called neo-classic. This great cathedral has a sombre, imposing quality, as if it had retained in its stones not only the mark of age and weather but also the accumulated memory and matured patina of all the suffering and violence it has witnessed. At its side rises the Metropolitan Sagrario, a beautiful example of the Churrigueresque, which an earth tremor shook out of plumb, adding to its aspect, already severe in itself, one more element of drama. Constructed in the form of a Greek cross, it consists of two naves crossing each other, with a cupola in the centre.“

 

 

 

erico_verissimo
Érico Veríssimo (17 december 1905 – 28 november 1975)

 

 

 

 

 

 

De Canadese schrijver Thomas Chandler Haliburton werd geboren op 17 december 1796 in Windsor, Nova Scotia. Hij studeerde rechten aan de University of King's College en werd advocaat en uiteindelijk rechter. Beroemd werd Haliburton echter door het schrijven. Behalve over politiek en geschiedenis schreef hij ook verhalen in de stijl van Mark Twain die in hele Britse imperium succesvol waren.

 

Uit: The Attache; Or Sam Slick in England

 

„ I love brevity--I am a man of few words, and, therefore, constitutionally economical of them; but brevity is apt to degenerate into obscurity. Writing a book, however, and book-making, are two very different things: "spinning a yarn" is mechanical, and book-making savours of trade, and is the employment of a manufacturer. The author by profession, weaves his web by the piece, and as there is much competition in this branch of trade, extends it over the greatest possible surface, so as to make the most of his raw material. Hence every work of fancy is made to reach to three volumes, otherwise it will not pay, and a manufacture that does not requite the cost of production, invariably and inevitably terminates in bankruptcy. A thought, therefore, like a pound of cotton, must be well spun out to be valuable. It is very contemptuous to say of a man, that he has but one idea, but it is the highest meed of praise that can be bestowed on a book. A man, who writes thus, can write for ever.

Now, it is not only not my intention to write for ever, or as Mr. Slick would say "for everlastinly;" but to make my bow and retire very soon from the press altogether. I might assign many reasons for this modest course, all of them plausible, and some of them indeed quite dignified. I like dignity: any man who has lived the greater part of his life in a colony is so accustomed to it, that he becomes quite enamoured of it, and wrapping himself up in it as a cloak, stalks abroad the "observed of all observers."

 

 

 

Haliburton
Thomas Haliburton (17 december 1796 – 27 augustus 1865)

 

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Alphonse Boudard werd geboren op 17 december 1925 in Parijs. Als kind van een prostituee en een onbekende vader werd hij meteen na de geboorte overgedragen aan Blanche en Auguste, een oorlogveteraan en zijn vrouw die woonden in een landelijke omgeving in de buurt van Orléans. Toen hij zeven jaar was ontfermde zich zijn grootmoeder in Parijs over hem. Met 15 jaar begon hij te werken in een drukkerij te werken. WO II bracht een ommekeer in zijn leven.  Hij sloot zich aan bij de Résistance. Na de oorlog kon hij als zovelen maar moeilijk de weg naar een geregeld leven terugvinden. Hij zwalkte heen en weer tussen ziekenhuisopnames wegens tbc, kleine baantjes en kleine criminaliteit. Twee keer werd hij tot gevangenisstraf veroordeeld. Tijdens het uitzitten van de tweede straf begon hij verhalen te schrijven, daarbij ook gebruik makend van het argot, het Franse boevenjargon. Na zijn vrijlating voltooide hij in 1958 La métamorphose des cloportes, waarmee hij in 1962 debuteerde en dat meteen een bestseller werd. Voor La cerise kreeg hij in 1969 de Prix Sainte Beuve. In 1978 volgde voor Les combattants du petit bonheur de „Prix Renaudot“.

 

Uit: Chère visiteuse

 

„Avant d’être reçue par M. Amor, elle avait tout de même tournicoté dans sa tête les conséquences de son acte. En confession à l’abbé Bouillon, elle s’était simplement accusée d’avoir péché par intention... qu’elle n’avait pas su résister à certaines mauvaises pensées. Ça restait vague ses aveux... et d’ailleurs elle ne se sentait pas encore coupable. Simplement dans le courant de son apostolat, elle avait un peu succombé... juste quelques frissons... devant un bandit de grand chemin. De toute façon elle se disculpait en se disant qu’elle se mettait dans une situation trouble, sinon dangereuse, pour le salut d’un misérable. Tempête sous un crâne tandis qu’elle se faisait faire

une couleur chez Antoine son coiffeur préféré... Après tout Dieu ne lui demandait pas de se négliger la tignasse... ni le visage qu’elle améliorait d’un maquillage plus accentué... et les ongles chez sa manucure... et le bec... alouette ! On connaît la chanson... gentille alouette !

Son mari, au passage, lui a fait la remarque.

– Je vous trouve en beauté, Hortense...

Un compliment tout à fait platonique. Je ne sais comment il avait pris l’évolution de son épouse vers les bondieuseries. Une lubie comme une autre... une façon de conjurer les atteintes de l’âge pas si idiote et qui rehaussait le blason de la famille. On en avait parlé dans Le Figaro... Un article élogieux d’un plumitif de l’Académie titré lui aussi depuis Saint Louis.

En contrepartie leur fille Geneviève avait pris le relais de sa dabuche dans les courses d’obstacles sexuels.“

 

 

 

alphonse_boudard
Alphonse Boudard (17 december 1925 – 14 januari 2000)

 

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en militair Władysław Broniewski werd geboren op 17 december 1897 in Plock. Na het gymnasium sloot hij zich in 1915 aan bij het legioen van de politicus Józef Piłsudskis. In 1919/1920 streed hij in de oorlog tegen het Rusland van de bolsjewieken. Oorspronkelijk zich zelf beschouwend als socialist stapte hij na de moord op president Gabriel Narutowicz over naar revolutionair links en werkte hij mee aan linkse literaire bladen en tijdschriften. Gedurende WO II streed hij met het Poolse leger in het Midden Oosten. Na de oorlog werd hij een van de belangrijkste dichters van de nieuwe, communistische, staat. Zijn uit 1939 stammende gedicht Bagnet na broń (Bayonets ready) was een invloedrijk appel tot verdediging van de Poolse staat en is nog steeds schoollectuur.

 

 

Bayonets ready

 

When they come to set your house on fire,

The one in which you live - Poland,

When they hurl at you thunder, and kindle the pyre

Of iron-clad monsters of war,

And they stand before your gate at night,

And their rifle butts pound on your door,

Rouse yourself from sleep - fight.

Stem the flood.

Bayonets ready!

There is need for blood.

 

 

There are accounts of wrongs in our land

Not to be erased by a foreign hand.

But none share spare his blood;

We shall draw it from our hearts and song.

No matter that our prison bread

Not once did have a bitter taste.

For this hand now over Poland raised

A bullet in the head!

 

 

O Firemaster of words and hearts,

O poet, the song is not your only stand.

Today the poem is a soldier’s trench,

A shout and a command:

 

 

"Bayonets ready!

Bayonets ready!"

And should we die with our swords,

We shall recall what Cambronne said.

And on the Vistula repeat his words.

 

 

 

 

Vertaald door Adam Gillon en Ludwik Krzyżanowski

 

 

 

 

Broniewski
Władysław Broniewski (17 december 1897 – 10 februari 1962)