04-03-16

Khaled Hosseini, Kristof Magnusson, Robert Kleindienst, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: De vliegeraar van Kabul (Vertaald door Miebeth van Horn)

“Op mijn twaalfde ben ik geworden wat ik nu ben, op een kille bewolkte dag in de winter van 1975.   Ik  herinner  me  nog  precies  het  moment,  weggekropen  achter  een afbrokkelende lemen muur, de steeg bij de bevroren beek in turend. Dat is lang geleden, maar ik heb geleerd dat het niet waar is wat ze over het verleden zeggen, dat je het kunt begraven. Als ik nu terugkijk, besef ik dat ik de afgelopen zesentwintig jaar die steeg in ben blijven gluren. Op een dag afgelopen zomer belde mijn vriend Rahim Khan me uit Pakistan. Hij vroeg of ik hem kwam opzoeken. Staand in de keuken, met de hoorn tegen mijn oor, wist ik dat het niet zomaar Rahim Khan was die ik aan de lijn had. Het was mijn verleden van onbestrafte zonden. Toen ik had opgehangen ging ik op pad om een wandeling te maken langs het Spreckelsmeer aan de noordkant van het Golden Gatepark. De vroege middagzon glinsterde op het water, waar miniatuurbootjes zeilden, voortgestuwd door een stevige bries. Toen keek ik omhoog en zag een paar vliegers, rood met een lange blauwe staart, hoog in de lucht. Ze dansten ver boven de bomen aan de westrand van het park, boven de molens, zij aan zij zwevend als een stel ogen die neerkeken op San Francisco, de stad die ik nu als mijn thuishaven beschouw. En plotseling fluisterde Hassans stem in mijn hoofd: Voor u doe ik alles. Hassan, de vliegeraar met de hazenlip.
Ik ging op een bank zitten bij een wilg. Ik dacht na over iets wat Rahim Khan vlak voor hij ophing had gezegd, alsof het hem net te binnen was geschoten. Er is een manier om het goed te maken. Ik keek omhoog naar die twee vliegers. Ik dacht aan Hassan. Aan Baba. Ali. Kabul. Ik dacht aan het leven dat ik geleid had tot de winter van 1975 was ingevallen en alles anders had gemaakt. En mij gemaakt had tot wat ik nu ben.”

 

 
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

Lees meer...

04-03-15

Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: En uit de bergen kwam de echo (Vertaald door W. Hansen)

“Ten slotte, toen de zon net over zijn hoogste punt heen was, bleef vader weer staan. Hij draaide zich in de richting van Abdullah, leek even na te denken en maakte toen een beweging met zijn hand.
‘Je geeft het toch niet op,’ zei hij.
Vanaf de kar gleed Pari’s hand snel in die van Abdullah. Ze keek naar hem met vochtige ogen, en met haar uiteenstaande tanden glimlachte ze alsof haar nooit iets slechts zou kunnen overkomen zolang hij aan haar zijde was. Hij sloot zijn vingers om haar hand zoals hij elke nacht deed als hij en zijn zusje in hun bed lagen, hun hoofden tegen elkaar, hun benen verstrengeld.
‘Je had eigenlijk thuis moeten blijven,’ zei vader. ‘Bij je moeder en Iqbal. Dat heb ik je gezegd.’
Abdullah dacht: het is jouw vrouw. Mijn moeder hebben we begraven. Maar hij wist die woorden in te slikken voor hij ze uitsprak.
‘Nou goed dan. Kom maar mee,’ zei vader. ‘Maar we gaan niet huilen. Begrepen?’
‘Ja.’
‘Ik waarschuw je. Dat zal ik niet dulden.’
Pari glimlachte breed naar Abdullah, hij keek naar haar bleke ogen en ronde roze wangen en glimlachte terug.
Vanaf dat ogenblik liep hij naast de kar die over de woestijngrond vol kuilen en gaten hotste, en hij hield Pari’s hand vast. Ze wisselden gelukkige steelse blikken, broer en zus, maar ze zeiden niet veel, uit angst vaders stemming te bederven en hun geluk te verspelen. Heel vaak waren ze alleen, zij met hun drieën, niemand in de verste verte te zien, alleen de roodkoperen bergketens en de grote zandstenen rotsen. De woestijn strekte zich voor hen uit, open en weids, alsof die voor hen was geschapen, alleen voor hen, de lucht roerloos en snikheet, de hemel hoog en blauw. Rotsblokken schitterden op de gebarsten grond. De enige geluiden die Abdullah hoorde waren zijn eigen ademhaling en het ritmisch gepiep van de wielen, terwijl vader de rode kar trok, in noordelijke richting.”

 

 
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

Lees meer...

04-03-14

Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: En uit de bergen kwam de echo (Vertaald door W. Hansen)

“Najaar 1952
Vader had Abdullah nooit eerder geslagen. Dus toen hij het wel deed, toen hij de zijkant van Abdullahs hoofd raakte, vlak boven het oor, hard en onverhoeds en met de vlakke hand, sprongen er tranen van verbazing in Abdullahs ogen.
Hij knipperde ze snel weg.
‘Naar huis,’ zei vader knarsetandend.
Abdullah hoorde boven zich Pari in snikken uitbarsten.
Toen sloeg vader hem opnieuw, harder, ditmaal op zijn linkerwang. Abdullahs hoofd kantelde opzij. Zijn gezicht schroeide, en er kwamen meer tranen. Zijn linkeroor suisde. Vader bukte zich zo ver voorover dat zijn donkere, gerimpelde gezicht de woestijn en de bergen en de lucht helemaal verduisterde.
‘Ik zei je dat je naar huis moest gaan, jongen,’ zei hij met een gepijnigde blik.
Abdullah gaf geen kik. Hij slikte luid en gluurde naar zijn vader, terwijl hij met zijn ogen knipperde achter de hand die de zon afschermde.
Vanaf de kleine, rode kar gilde Pari zijn naam, terwijl ze beefde van angst. ‘Abollah!’
Vader hield hem met een strenge blik op afstand en sjokte terug naar de kar. Op de bodem ervan strekte Pari haar handen uit naar Abdullah. Abdullah gaf hun een voorsprong.
Toen veegde hij zijn ogen af met de muis van zijn hand en volgde hen.
Even later gooide vader een steen naar hem, zoals kinderen in Shadbagh stenen gooiden naar Shuja, de hond van Pari – zij het dat de kinderen Shuja wilden raken om hem pijn te doen. De steen van vader kwam een meter van Abdullah op de grond terecht, machteloos. Hij wachtte, en toen vader en Pari zich weer in beweging zetten, ging Abdullah opnieuw achter hen aan.”

 

 
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

Lees meer...

04-03-13

Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Khaled Hosseini, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Uit: Später vielleicht

 

“Dann stellte er sich im Dunkel ans Fenster und zog den Vorhang zurück. Was mochte in diesem Moment in den Zimmern gegenüber vor sich gehen? Hinter den vorgezogenen Vorhängen und heruntergelassenen Jalousien konnte gerade eine Beziehung beendet oder ein Mord verübt werden. Zwei konnten sich wortlos gegenübersitzen, streiten oder miteinander schlafen, einem Kind das Leben schenken. Im Block gegenüber saß ein weißhaariger Mann am Tisch und schrieb. Er saß dort Tag für Tag, immer um dieselbe Zeit, bis tief in die Nacht. Er sah sich selbst an einem Schreibtisch sitzen, mit weißen Haaren, und stellte sich vor, jemand würde ihn von einem gegenüberliegenden Fenster aus beobachten und sich ähnliche Gedanken machen.

Eine kalte Hand legte sich auf seinen Nacken.

»Na, mein Voyeur?«, sagte Nelly.

»Ich suche eine gute Szene«, sagte er wie zur Rechtfertigung und zog ihre Hand auf seine Brust.

»Habe ich dir schon von meinem neuen Projekt erzählt?«, fragte er, als sie wenig später nebeneinander lagen, und sie schüttelte den Kopf.

»Der Protagonist in meinem Roman lernt zu Beginn eine Frau kennen und verliebt sich in sie, obwohl er eine Freundin hat. Er macht das, weil er die Emotion zum Schreiben braucht. Kannst du dir vorstellen, dass etwas daraus wird? Ich frage auch, weil ich Situationen aus meinem eigenen Leben in das Buch einbauen möchte. Verstehst du? Es kann nur so funktionieren.«

»Dann suchst du dir besser gleich jemand anderen. Ich werde nicht deine Laborratte sein.«

»Ach, komm. Erstens werde ich dich nicht namentlich erwähnen und zweitens gebe ich sicher nicht deine intimsten Geheimnisse preis. Das werden auch keine Figuren aus meinem Leben, sondern Romanfiguren sein.«

»Bist du schon müde?«, fragte sie und gähnte.

»Nein. Wir haben Vollmond heute.«

Nach einem Kuss drehte sie sich zur Seite, und er knipste das Licht aus. Kurz darauf: gleichmäßige Atemzüge. Er hätte gern noch ein paar Worte mit Nelly gewechselt, über das Buch, ihre Reaktion von vorhin. Aber sie war schon weit weg von all dem.”

 

 


Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

Lees meer...

04-03-12

Alan Sillitoe, Annette Seemann, F. W. Bernstein, Giorgio Bassani, Bernardo Ashetu

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Alan Sillitoe op dit blog.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

„And even when I jog-trot on behind a wood and they can't see me anymore they know my sweeping-brush head will bob along that hedge-top in an hour's time and that I'll report to the bloke on the gate. Because when on a raw and frosty morning I get up at five 0'clock and stand shivering my belly off on the stone floor and all the rest still have another hour to snooze before the bells go, I slink downstairs through all the corridors to the big outside door with a permit running-card in my :fist, I feel like the first and last man on the world, both at once, if you can believe what I'm trying to say. I feel like the first man because I've hardly got a stitch on and am sent against the frozen fields in a shimmy and shorts-even the first poor bastard dropped on to the earth in midwinter knew how to make a suit of leaves, or how to skin a pterodactyl for a topcoat. But there I am, frozen stiff, with nothing to get me warm except a couple of hours' long-distance running before breakfast, not even a slice of bread-and-sheepdip. They're training me up fine for the big sports day when all the pig-faced snotty-nosed dukes and ladies-who can't add two and two together and would mess themselves like loonies if they didn't have slavies to beck-and-call--come and make speeches to us about sports being just the thing to get us leading an honest life and keep our itching finger-ends off them shop locks and safe handles and hairgrips to open gas meters. They give us a bit of blue ribbon and a cup for a prize after we've shagged ourselves out running or jumping, like race horses, only we don't get so well looked-after as race horses, that's the only thing.

So there I am, standing in the doorway in shimmy and shorts, not even a dry crust in my guts, looking out at frosty flowers on the ground. I suppose you think this is enough to make me cry? Not likely. Just because I feel like the first bloke in the world wouldn't make me bawl. It makes me feel fifty times better than when I'm cooped up in that dormitory with three hundred others.“

 

 

Alan Sillitoe (4 maart 1928 - 25 april 2010)

Lees meer...

04-03-11

Alan Sillitoe, Annette Seemann, F. W. Bernstein, Giorgio Bassani, Bernardo Ashetu

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009 en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

„As soon as I got to Borstal they made me a long-distance cross-country runner. I suppose they thought I was just the build for it because I was long and skinny for my age (and still am) and in any case I didn't mind it much, to tell you the truth, because running had always been made much of in our family, especially running away from the police. I've always been a good runner, quick and with a big stride as well, the only trouble being that no matter how fast I run, and I did a very fair lick even though I do say so myself, it didn't stop me getting caught by the cops after that bakery job.
You might think it a bit rare, having long-distance cross-country runners in Borstal, thinking that the first thing a long-distance cross-country runner would do when they set him loose at them fields and woods would be to run as far away from the place as he could get on a bellyful of Borstal slumgullion-but you're wrong, and I'll tell you why. The first thing is that them bastards over us aren't as daft as they most of the time look, and for another thing I'm not so daft as I would look if I tried to make a break for it on my long-distance running, because to abscond and then get caught is nothing but a mug's game, and I'm not falling for it. Cunning is what counts in this life, and even that you've got to use in the slyest way you can; I'm telling you straight: they're cunning, and I'm cunning. If only 'them' and 'us' had the same ideas we'd get on like a house on fire, but they don't see eye to eye with us and we don't see eye to eye with them, so that's how it stands and how it will always stand. The one fact is that all of us are cunning, and because of this there's no love lost between us. So the thing is that they know I won't try to get away from them: they sit there like spiders in that crumbly manor house, perched like jumped-up jackdaws on the roof, watching out over the drives and fields like German generals from the tops of tanks.“
 

 

 


Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)

Hier in 1973 

 

Lees meer...

26-04-10

In memoriam Alan Sillitoe

 

In memoriam Alan Sillitoe

 

 

Gisteren is de Britse schrijver Alan Sillitoe op 82-jarige leeftijd overleden. Hij was een van de zogenaamde Angry Young Men. Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009. en ook mijn blog van 4 maart 2010.

 

Uit: The Loneliness of the Long-Distance Runner

 

I've been asking myself all sorts of questions, and thinking about my life up to now. And I like doing all this. It's a treat. It passes the time away and don't make Borstal seem half so bad as the boys in our street used to say it was. And this long-distance running lark is 'the best of all, because it makes me think so good that I learn things even better than when I'm on my bed at night. And apart from that, what with thinking so much while I'm running I'm getting to be one of the best runners in the Borstal. I can go my five miles round better than anybody else I know.

So as soon as I tell myself I'm the :first man ever to be dropped into the world, and as soon as I take that first flying leap out into the frosty grass of an early morning when even birds haven't the heart to whistle, I get to thinking, and that's what I like. I go my rounds in a dream, turning at lane or footpath corners without knowing I'm turning, leaping brooks without knowing they're there, and shouting good morning to the early cow-milker without seeing him. It's a treat, being a long-distance runner. out in the world by yourself with not a soul to make you bad-tempered or tell you what to do or that there's a shop to break and enter a bit back from the next street. Sometimes I think that I've never been so free as during that couple of hours when I'm trotting up the path out of the gates and turning by that bare-faced, big-bellied oak tree at the lane end. Everything's dead, but good, because it's dead before coming alive, not dead after being alive. That's how I look at it.

 

 

 

 

Sillitoe
Alan Sillitoe (4 maart 1928 – 25 april 2010)

 

04-03-10

Annette Seemann, F. W. Bernstein, Léon-Paul Fargue, Alan Sillitoe, Giorgio Bassani


De Duitse schrijfster en vertaalster Annette Seemann werd geboren op 4 maart 1959 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 4 maart 2009.

 

Uit: Anna Amalia - Herzogin von Weimar

 

Anna Amalia von Sachsen-Weimar-Eisenach, geboren am 24. Oktober 1739, gestorben am 10. April 1807, ist eine bis heute faszinierende Per­sönlichkeit. Sie ermöglichte die Entstehung der deutschen oder Weima­rer Klassik in der uns bekannten Form; sie vereinigte in sich große gei­stige, künstlerische und gesellige Gaben, die sie konsequent ausbildete. Sie war den Problemen des Landes gegenüber äußerst aufgeschlossen und bemühte sich, ihrem Sohn den Staat schuldenfrei zu hinterlassen, machte andererseits keine Abstriche bei der Inszenierung von höfischen Vergnügungen wie Bällen, Spielvergnügungen oder großen Empfängen und vor allem nicht beim Erwerb der neuesten Mode, für die sie hohe Preise zu zahlen bereit war. Sie haßte es, wenn man ihr schmeichelte, und suchte von Wahrhaftigkeit geprägte menschliche Beziehungen. Bei einigen Menschen galt sie als launisch.
Über 16 Jahre lang übte sie die Landesadministration des Herzogtums Sachsen-Weinar-Eisenach aus, um dann in ihr »Wittumspalais« über­zusiedeln und dort die zweite Lebenshälfte, abgesehen von mehreren Reisen und einem zwei Jahre währenden Italienaufenthalt, zu verbrin­gen und sich umfangreichen Sprach- und kulturhistorischen Studien sowie der Musik zu widmen.
Anna Amalia spielte vier Instrumente, komponierte, malte und zeich­nete, sie fertigte Übersetzungen aus mehreren Sprachen an, sie schrieb, neben Briefen auch einige fiktionale Texte. Sie pflegte intensiven Aus­tausch mit zahlreichen Dichtern und Gelehrten, deren berühmteste die »Weimarer Vier«, Goethe, Wieland, Schiller und Herder, sind.“

 

 

 

Seemann2
Annette Seemann (Frankfurt am Main, 4 maart 1959)

 

 

 

 

De Duitse dichter, graficus, karikaturist en satiricus F. W. Bernstein (eig. Fritz Weigle) werd geboren op 4 maart 1938 in Göppingen. Zie ook mijn blog van 4 maart 2009.

 

 

Gewalt

 

Die Gewalt im Allgemeinen
muß der Bürger strikt verneinen
sonst kriegt er eins auf den Hut
bis er sie verneinen tut

Im Besondren hilft Gewalt
in so manchem Sachverhalt
Mit Gewalt fällt manches leicht
was man ohne schwer erreicht

Nur mit Schlägen kriegst Du ein’
Nagel in die Wand hinein
Nur mit Sanftmut kannst Du ihn
schwerlich wieder rauseziehn

Hört das Fänsän nimmer auf
nimm den Hammer und hau drauf...

 

 

 

 

Bernstein

F. W. Bernstein (Göppingen, 4 maart 1938)

 

 

 

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009.

 

Uit: Die Einsamkeit des Langstreckenläufers (Vertaald door Günther Klotz)

 

“„Sobald ich ins Borstal kam, machten sie mich zum Langstreckengeländeläufer. Sie dachten vermutlich, ich sei dazu gerade richtig gebaut, denn ich war hager und lang für mein Alter (und bin immer noch so), und jedenfalls hatte ich nicht viel dagegen, wenn ich ehrlich sein soll, denn Laufen ist bei uns zu Hause immer groß geschrieben worden, besonders das Weglaufen vor der Polizei.“

(…)

 

„Das macht richtig Spaß, als Langstreckenläufer allein da draußen, und keine Seele da, die dir die Laune verdirbt oder sagt, du sollst was machen […]. Manchmal denk ich, ich bin noch nie so frei gewesen wie in den beiden Stunden, wenn ich den Weg draußen vor den Toren lang trotte und bei der laublosen breitbauchigen Eiche am Ende des Heckenwegs wende.”

(…)

 

„Ich will euch nicht verheimlichen, daß wir durch die ganze Stadt spaziert sind, […], und wenn wir die Augen nicht auf der Erde hatten, wo sie nach verlorenen Brieftaschen und Uhren suchten, dann schielten sie nach offenen Fenstern und Ladentüren, ob nicht irgendwo was Lohnendes zu klemmen war.“

 

 

 

 

Sillitoe
Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)

 

 

 

De Franse dichter en essayist Léon-Paul Fargue werd geboren op 4 maart 1876 in Parijs. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en ook mijn blog van 4 maart 2009.

 

Uit: Le piéton de Paris

 

Chef-d'œuvre poétique de Paris, les quais ont enchanté la plupart des poètes, touristes, photographes et flâneurs du monde. C'est un pays unique, tout en longueur, sorte de ruban courbe, de presqu'île imaginaire qui semble être sortie de l'imagination d'un être ravissant. Je connais tellement, pour l'avoir faite cent fois, la promenade qui berce le marcheur du quai du Point-du-Jour au quai des Carrières à Charenton, ou celle qui, tout jeune, me poussait du quai d'Ivry au quai d'Issy-les-Moulineaux, que j'ai l'impression d'avoir un sérieux tour du monde sous mes talons. Ces seuls noms : Orsay, Mégisserie, Voltaire, Malaquais, Gesvres, aux Fleurs, Conti, Grands-Augustins, Horloge, Orfèvres, Béthune et place Mazas me suffisent comme Histoire et Géographie. Avez-vous remarqué que l'on ne connaît pas mieux "ses" quais que ses sous-préfectures ? J'attends toujours un vrai Parisien sur ce point : où finit le quai Malaquais, où commence le quai de Conti? Où se trouve le quai de Gesvres ? ...

 

 

 

 

fargue
Léon-Paul Fargue (4 maart 1876 – 24 november 1947)

Getekend door André Beucler

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Bassani werd geboren op 4 maart 1916 in Bologna. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2009.

 

Uit: Les lunettes d'or (Vertaald door Michel Arnaud)

 

« Du pas traînant de ses vieilles godasses cloutées sur la chaussée, Cenzo se dirigeait vers le centre de la place en brandissant dans sa main droite un journal déployé.
« Prochaines mesures du Grand Conseil contre les juifs !» braillait-il avec indifférence, de sa voix caverneuse.
   Et cependant que Nino se taisait, très gêné, je sentais naître en moi, avec une indicible répugnance, la vieille et atavique haine du juif pour tout ce qui est chrétien, catholique, bref, goy. Goy, goïm ; quelle honte, quelle humiliation, quel dégoût de m’exprimer ainsi ! Et pourtant j’y parvenais déjà, me disais-je, comme n’importe quel juif de l’Europe de l’est, qui n’aurait jamais vécu hors de son ghetto. Je pensais au nôtre, de ghetto, à la via Mazzini, à la via Vignatagliata, à l’impasse Toricoda. Dans un futur assez proche, eux, les goïm, allaient nous forcer à grouiller à nouveau, là, parmi les étroites et tortueuses ruelles de ce misérable quartier médiéval, dont en fin de compte nous n’étions sortis que depuis soixante-dix, quatre-vingts ans. Entassés les uns sur les autres, derrière les grilles, comme autant de bêtes apeurées, nous ne nous évaderions plus jamais.
   « Ça m’embêtait de t’en parler, commença Nino sans me regarder; mais tu ne peux pas t’imaginer combien ce qui est en train de se passer me fait de la peine. Mon oncle Mauro est pessimiste, inutile que je te le cache: et d’ailleurs, c’est naturel, car lui a toujours souhaité que les choses aillent le plus mal possible. Moi, personnellement, je ne crois pas. Malgré les apparences, je ne crois pas que, en ce qui vous concerne, l’Italie imitera vraiment l’Allemagne. Tu verras, comme d’habitude, tout cela finira en bulle de savon. »
   J’aurais dû lui être reconnaissant d’avoir abordé ce sujet. Qu’eût-il pu dire d’autre, après tout ? Eh bien, non. Pendant qu’il parlait, je parvins à peine à dissimuler l’agacement que me causaient ce qu’il disait et le ton, surtout le ton désabusé de sa voix. « Comme d’habitude, tout cela finira en bulle de savon. » Pouvait-on être plus maladroit, plus insensible, plus obtusément goïm que cela ?
   Je lui demandai pourquoi, lui, à la différence de son oncle, il était optimiste.

 

 

 

Bassani
Giorgio Bassani (4 maart 1916 – 13 april 2000)

04-03-09

Kristof Magnusson, Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Annette Seemann, F. W. Bernstein, Léon-Paul Fargue, Alan Sillitoe, Giorgio Bassani, Kito Lorenc, J. Rabearivelo, Irina Ratushinskaya, Bernardo Ashetu, Jacques Dupin, Thomas S. Stribling


De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008.

 

Uit: Summer of Love

 

“Günther erzählte mir, dass Bolinas ein Fischerdorf war, das Anfang der Siebziger von Hippies übernommen wurde. Er selbst sei seit zehn Jahren hier, eigentlich Fahrlehrer aus Bochum, aber nach einem Lottogewinn aus der Deutschland AG ausgestiegen. Hier habe er Frieden gefunden, kein Massentourismus bringe die Gewalt und den Konsum aus der Außenwelt hierher. Alle Wegweiser, die die Straßenmeisterei auf der Landstraße aufstellte, verschwänden noch in der selben Nacht. Hastig fügte er hinzu, dass ich natürlich okay sei, weil kein Massentourist. Man lebe gut hier, immer gebe es etwas zu feiern und zu rauchen; ganz besonders heute, auf der Geburtstagsparty für den Summer of Love. Man könne auch im Saloon sitzen, der übrigens Zimmer vermiete, und Gün Tonics trinken, oder Gün Fiddich. Er lachte und bot an, mich zu massieren. Ich stand auf und bekam seine Visitenkarte: Günther, massage for the working class, Ocean View Boulevard, Bolinas. Ich ging.

Es war ein heißer Tag. Als ich zum ersten Mal mit den Füßen auf die Dorfstraße trat, merkte ich, wie weich und klebrig der Teer war. Eine Frau mit langen grauen Zöpfen kämpfte mit einem handbetriebenen Rasenmäher. Er blieb im viel zu hohen Gras stecken, aber sie versuchte es immer wieder mit einer Beharrlichkeit, die ich in einem Hippiedorf einer Wiese gegenüber nicht erwartet hätte. Auf dem Weg zum Strand wurde es immer hektischer: Schüsseln, Lebensmittel, Bierdosen und Colaflaschen wurden zum Strand getragen, ein großer Grill wurde angefeuert. Im Sand war eine Bühne aufgebaut und eine Band begann mit dem Soundcheck. Ich ging in den Saloon und mietete mir ein Zimmer.”

 

 

 

Kristof_Magnusson
Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

 

 

 

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini is geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008.

 

Uit: De vliegeraar van Kabul (Vertaald door Miebeth van Horn)

 

'Mijn vader was een natuurkracht, een uit de kluiten gewassen exemplaar van de Pashtun, met een volle baard, een grillige bos bruine krullen die even tegendraads was als de man zelf, handen die eruitzagen alsof ze in staat waren een wilg uit de grond te rukken, en felle zwarte ogen die ‘de duivel smekend om genade op de knieën konden dwingen’, zoals Rahim Khan altijd zei. Als hij met zijn geweldige lengte van 1.92 meter op een feest de kamer binnen stampte, trok hij alle ogen naar zich toe, als zonnebloemen die zich naar de zon wenden.
Baba was zelfs als hij sliep niet te negeren. Ik stopte altijd plukjes watten in mijn oren en trok de deken over mijn hoofd, en nog drong het geluid van Baba’s gesnurk – dat veel weg had van het ronken van een vrachtwagenmotor – door de muren heen. En mijn kamer was helemaal aan de andere kant van de hal. Hoe mijn moeder ooit kans heeft gezien in dezelfde kamer als hij te slapen is me een raadsel. Dat staat op de lange lijst dingen die ik mijn moeder had willen vragen als ik haar ooit had ontmoet.'

 

 

 

hosseini_khlaled
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Hij studeerde germanistiek, pedagogie en politicologie. Kleindienst schrijft gedichten, proza en drama.

 

 

elaborierte nähe

 

bilder allabendlich:

vergessen, unvergessen,

orgasmisch zentriert –

bilder von tulkarem

verändert zu spät

wahr genommen

der ein, einschreibbare

wehlaut wiederholung

 

unterm strich

so zu sagen

es wäre

es sei

auch

diesmal

zu

wenig

 

 

 

 

minder: postkartengrüße

 

maledivische kadaver, angeschwemmt

in überragender nahaufnahmen-manier, nur jetzt,

nur jetzt: hieße es abschied nehmen

vom bild mit palmen im hintergrund,

vom geruch des balsamierenden kokosnussöls,

abstand zu nehmen von übermalungen

in der vielzahl eines toten, eines – nur jetzt

ließe sich auch das maledivische nahe

entfernter betrachten

 

 

 

 

Robert_Kleindienst
Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Annette Seemann werd geboren op 4 maart 1959 in Frankfurt am Main. Zij studeerde tot 1982 1982 in Frankfurt a. M. en Poitiers germanistiek en romanistiek. Haar vertalersloopbaan begon met drie theaterstukken van Carlo Gozzi. In 1998 publiceerde zij de roman Das falsche Kind“. Sinds 2002 woont zij in Weimar, waar zij in 2003 voorzitster werd van de vriendenkring van de Gesellschaft Anna Amalia Bibliothek. Over de voormalige hertogin van Weimar Anna Amalia schreef zij ook een biografie.

 

Uit: Anna Amalia - Herzogin von Weimar

 

„Anna Amalias Projekt, die Weimarer Bibliothek auch für bürgerliches Publikum, Schüler und Studenten inbegriffen, zu öffnen, hatte Vorläu­fer, etwa in ihrer Heimatstadt Wolfenbüttel, doch für den mitteldeut­schen Raum war es einzigartig. Wenngleich die Bücher der Herzogin keineswegs große Kostbarkeiten darstellten, so ergänzten sie doch die vorhandenen Weimarer Buchschätze ideal. In Anna Amalias Regie­rungszeit und danach wurde dieser Bestand konsequent weiter ausge­baut. Es waren im wesentlichen Prägungen, die die Herzogin in dem kultur- und bildungsfreundlichen Elternhaus in Wolfenbüttel und Braunschweig empfing, die sie zu Käufen anregten. Die Kapitel dieses Buchs über die Herzog August Bibliothek in Wolfenbüttel und die müt­terliche Privatbibliothek ebenso wie über die Weimarer Herzogliche Bibliothek und Anna Amalias private Büchersammlung führen dies nä­her aus.“

 

 

 

Seemann
Annette Seemann (Frankfurt am Main, 4 maart 1959)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, graficus, karikaturist en satiricus F. W. Bernstein (eig. Fritz Weigle) werd geboren op 4 maart 1938 in Göppingen. Samen met Robert Gernhardt, Eckhard Henscheid, F. K. Waechter, Chlodwig Poth, Bernd Eilert en Hans Traxler richtte hij de legendaire Neue Frankfurter Schule op, waarvan het satirische blad Titanic in 1979 de spreekbuis werd.

 

 

Apokalypsen-Programm

 

Montag geht die Welt zugrunde

Dienstag regnet’s und ist kalt

Mittwoch um die zehnte Stunde

wird kein Geld mehr ausgezahlt

 

Donnerstag nur Feuersbrünste

Freitag früh ist Jüngster Tag

Samstag Ende aller Künste

und zwar ZACK auf einen Schlag

 

Sonntag herrscht dann endlich Ruhe

und die Straßen wüst und leer

auf der Post noch ein Getue

Pst – nun ist auch das nicht mehr

 

 

 

 

Bernstein
F. W. Bernstein (Göppingen, 4 maart 1938)

 

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist Léon-Paul Fargue werd geboren op 4 maart 1876 in Parijs. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008.

 

Uit: Haute solitude

 

« Mon destin, c'est l'effort de chaque nuit vers moi-même, c'est le retour au cœur, à pas lents, le long des villes asservies à la bureaucratie du mystère. Que m'importe d'être né, d'être mort, d'avoir cent ans de cheveux, des dispositions pour la marine marchande, un mètre d'esprit de contradiction et des femmes fidèles dans les lits des autres ? Que m'importe d'avoir ma place retenue d'avance sur ce monde que je connais pour l'avoir fait ? Je suis de ceux qui sèment le destin, qui ont découvert le vestiaire avant de se risquer en pleine vie. Je suis arrivé tout nu, sans tatouages cosmiques. Le doux géant qui me tracasse quand je me sens encore désossé par le sommeil, c'est l'Univers que je me suis créé, qui me tient chaud en rêve. Et si je meurs demain, ce sera d'une attaque de désobéissance. »

 

 

 

fargueRousseau
Léon-Paul Fargue (4 maart 1876 – 24 november 1947)

Portret door Henri Rousseau 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007  en ook mijn blog van 4 maart 2008.

 

Uit: Saturday Night and Sunday Morning

 

"It was Saturday night, the best and bingiest glad time of the week. Piled up passions were exploded on Saturday night and the effect of a week's monotonous graft in the factory was swilled out of your system in a burst of goodwill.”

(,,,)

"You followed the motto of be drunk and be happy! Kept your craft arms around female waists and felt the beer going beneficially down the elastic capacity of your guts."

 

 

 

sillitoe460
Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Bassani werd geboren op 4 maart 1916 in Bologna. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007. 

 

Uit: The Garden of the Finzi-Continis (Vertaald door Jamie McKendrick)

 

We walked up and down for perhaps twenty minutes, following the arc of the beach. The only jolly person of the company was a little girl of nine, daughter of the young couple in whose car I was riding. Thrilled by the same wind, the sea, the mad eddies of sand, Giannini gave her gay, expansive nature free rein. Though her mother tried to forbid it, she had taken off her shoes and stockings. She rushed towards the waves attacking the shore, and allowed her legs to get wet up to the knees. She seemed to be having the time of her life, in other words; and in fact, a little later, when we climbed back into the cars, I saw in her lively little cheeks, a passing shadow of frank regret.

After we had reached the Via Aurelia again, in five minutes' time we were in sight of the turnoff for Cerveteri. Since it had been decided that we were going straight back to Rome, I was sure we would go on. But instead, at this point, our car slowed down more than was necessary, and Giannina's father thrust his arm out of the window. He was signaling to the second car, about thirty yards behind us, his intention to turn left. He had changed his mind.“

 

 

 

 

Bassani
Giorgio Bassani (4 maart 1916 – 13 april 2000)

 

 

 

 

De Duits-sorbische dichter, schrijver en vertaler Kito Lorenc werd geboren op 4 maart 1938 in Schleife (Oost-Sachsen). Zie ook mijn blog van 4 maart 2007. 

 

 

Mein kurzer Wintertag

 

Bernsteinlicht sprühst du

über blauende Schatten

Unterm Falbgras

birgst du das Haar

der Tiere im Feld

die großen Augen

ruhn in der Sasse

 

Fruchten läßt du

die Mistel am Baum

hauchst nach der Rauhnacht

heimlich mir

in die frostklamme Hand

Glanz legst du

auf die Hasel

tönst das Weidengezweig

 

Daß ich nicht störe

deinen Verlauf

wenn ich Sorge trag

lös mir

die Spur von der Sohle

schneeleicht

 

 

 

 

 

lorenc
Kito Lorenc (Schleife, 4 maart 1938)

 

 

 

 

 

De Madagassische dichter en schrijver Jean-Joseph Rabearivelo werd geboren op 4 maart 1901 in Antananarivo. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007. 



 

Naissance du Jour

 

Avez-vous déjà vu l’aube aller en maraude

au verger de la nuit ?

La voilà qui revient

par les sentes de l’Est

envahies des glaïeuls en fleurs :

elle est tout entière maculée de lait

comme ces enfants élevés jadis par des génisses ;

ses mains qui portent une torche

sont noires et bleues comme des lèvres de fille

mâchant des mûres.

 

S’échappent un à un et la précèdent

les oiseaux qu’elle a pris au piège

 

 

 

 

Rabearivelo
Jean-Joseph Rabearivelo (4 maart 1901 – 22 juni 1937)

 

 

 

 

 

De Russische dichteres en dissidente Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007. 

 

Uit: In the Beginning

 

How strange it mustlook to an uninitiated observer: either you are loaned a typewritten manuscript for twenty-fourhours, or there could be a gathering of about twenty people in one room, all silently reading the one work, a sheet at a time; you read one page, pass it on, and wait for the next from your neighbor. The smoke filled room is in a silence broken only by the rustle of paper going hand to hand. Somewhere my work is being read just like this, and we both understand fully what that means. Soon, soon, we shall come up against that bloody-meat grinder, and the more we know about who set it in motion and why, the better our chances of standing fast and surrendering nothing: not our fledgling faith, nor our convictions, nor our future freedom. For surely our homeland will not be enslaved and paralyzed by fear for ever? Can emigration really be the only solution? At present it does seem to be the only way, or they'll wring our necks the moment we dare utter a peep. And we want to live— oh, how we want to live! This system will last for centuries, is the gloomy prediction of our new friends... Never mind what people think: totalitarianism endures not through force of intellect, but by force of tanks.And there's no shortage of those!"

 

 

 

Ratushinskaya
Irina Ratushinskaya (Odessa, 4 maart 1954)

 

 

 

 

 

De Poolse journalist, schrijver en dichter Ryszard Kapuściński werd geboren in Pinsk, Polen (thans Wit-Rusland), op 4 maart 1932. De familie Kapuściński wist na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een deportatiekonvooi van het Sovjet-Russische leger richting Siberië te ontvluchten en uit te wijken naar Lviv en vervolgens naar Warschau. Zijn vader sloot zich bij het verzet aan en de jonge Kapuściński kreeg in de hoofdstad met ontberingen zoals honger te maken. Na de oorlog studeerde hij geschiedenis en Poolse taal- en letterkunde aan de universiteit van Warschau. In 1949 maakte hij zijn debuut met gedichten in het blad Dzis i Jutro. Bij het jeugdblad Sztandar Mlodych deed hij zijn eerste schreden op het journalistieke pad; hij reisde ervoor door allerlei Aziatische landen waarbij hij onder meer India, China en omliggende landen aandeed. Kapuściński sloot zich in 1953 bij de Poolse communistische partij aan. Eind jaren vijftig maakte hij onder andere journalistieke reportages over Belgisch-Kongo. In Afrika maakte hij de dekolonisatie en de chaotische tijd daarna van nabij mee. Niet alleen zag hij 27 revoluties en staatsgrepen aan zich voorbijtrekken, ook werd hij viermaal onderworpen aan een ter dood veroordeling.Toen in 1981 Solidarność, de vrije vakbond van Walesa alsmede de journalistiek met een strenge aanpak van de Poolse communistische regering te maken kregen, besloot Kapuściński voor zijn lidmaatschap van de communistische partij te bedanken.

 

Uit: The Shadow of the Sun (Vertaald door Klara Glowczewska)

 

„More than anything, one is struck by the light. Twilight everywhere. Brightness everywhere. Everywhere, the sun. Just yesterday, an autumnal London was drenched in rain. The airplane drenched in rain. A cold wind, darkness. But here, from the morning's earliest moments, the airport is ablaze with sunlight, all of us in sunlight.

In times past, when people wandered the world on foot, rode on horseback, or sailed in ships, the journey itself accustomed them to the change. Images of the earth passed ever so slowly before their eyes, the stage revolved in a barely perceptible way. The voyage lasted weeks, months. The traveler had time to grow used to another environment, a different landscape. The climate, too, changed gradually. Before the traveler arrived from a cool Europe to the burning Equator, he already had left behind the pleasant warmth of Las Palmas, the heat of Al-Mahara, and the hell of the Cape Verde Islands.

Today, nothing remains of these gradations. Air travel tears us violently out of snow and cold and hurls us that very same day into the blaze of the tropics. Suddenly, still rubbing our eyes, we find ourselves in a humid inferno. We immediately start to sweat. If we've come from Europe in the wintertime, we discard overcoats, peel off sweaters. It's the first gesture of initiation we, the people of the North, perform upon arrival in Africa.“

 

 

 

Ryszard_Kapuscinski
Ryszard Kapuściński (4 maart 1932 - 23 januari 2007)

 

 

 

 

 

De Surinaamse dichter Bernardo Ashetu (Eig. Hendrik George van Ommeren) werd geboren in Kasabaholo op 4 maart 1929. Hij bracht zijn jeugd in Suriname door en een groot deel van zijn latere leven als scheepsmarconist in de Caraïbische wateren. Hij debuteerde in de reeks Antilliaanse Cahiers van De Bezige Bij met de omvangrijke bundel Yanacuna (1962), ingeleid door Cola Debrot, waarin behalve gedichten ook enkele korte poëtisch getoonzette prozastukjes staan, die mogelijk als prozagedicht zijn op te vatten.

 

 

Onkruid

 

Bespot mij niet

vandaag

nu 't mis is

met m'n kleurkrijt.

 

De tonen zijn

te zwak van

m'n mooie klarinet.

 

Bespot mij niet

vandaag

nu ik met de

spade omwoel m'n

tuin vol bitter onkruid.

 

 

 

Bernardo_Ashetu
Bernardo Ashetu (4 maart 1929  - 3 augustus 1982)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Dupin werd geboren in Privas, Ardèche, op 4 maart 1927. Hij behoort met André du Bouchet, Yves Bonnefoy en Philippe Jacottet tot een generatie Franse dichters die rond 1950 debuteerde. Vanaf 1967 zouden deze dichters samenwerken in het tijdschrift L'Éphémère, waaraan ook Paul Celan, die La nuit grandissante van Dupin vertaalde in het Duits, korte tijd meewerkte.  Al in 1950 was Dupin redactiesecretaris van het tijdschrift Cahiers d'Art waar hij het métier van (kunst)uitgever leerde en zich verdiepte in het modernisme. Hij bezocht Brancusi, Picasso, Laurens en Léger, en werd een vertrouweling van Lam, Hélion, Nicolas de Staël en Francis Bacon.
In 1954 ontmoette hij Juan Miró, het begin van een hechte vriendschap, en bezocht hij voor het eerst het atelier van Giacometti. Hij was jarenlang artistiek directeur van de legendarische galerie Maeght te Parijs, en later van Galerie Lelong. Door deze professionele bezigheden en zijn persoonlijke contacten met kunstenaars kwam het dat zijn eigen poëzie geïllustreerd werd door kunstenaars als Masson, Giacometti, Miró, Tapiès, Alechinsky

 

 

 

Le prisonnier

 

Terre mal étreinte, terre aride,

Je partage avec toi l'eau glacée de la jarre,

L'air de la grille et le grabat.

Seul le chant insurgé

S'alourdit encore de tes gerbes,

Le chant qui est à soi-même sa faux.

 

Par une brèche dans le mur,

La rosée d'une seule branche

Nous rendra tout l'espace vivant,

 

Etoiles,

Si vous tirez à l'autre bout.

 

 

 

 

 

 L'initiale

 

Poussière fine et sèche dans le vent,

Je t'appelle, je t'appartiens.

Poussière, trait pour trait,

Que ton visage soit le mien,

Inscrutable dans le vent.

 

 

 

 

 

dupin_jacques
Jacques Dupin (Privas, 4 maart 1927)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas S. Stribling werd geboren op 4 maart 1881 in Clifton, Tennessee. Nadat hij gestopt was met zijn werk als docent en als advocaat begon hij avonturenverhalen te schrijven voor populaire magazines. Zijn belangrijkste werk als serieuze schrijver ontstond tussen 1921 en 1938. Hij had succes met zijn eerste roman Birthright (1921).  In der jaren dertig schreef hij de trilogie bestaande uit The Forge (1931), The Store (1932), en Unfinished Cathedral (1934). Voor The Store ontving hij in 1933 de Pulitzer Prijs.

 

Uit: Laughing Stock

 

There was a girl in Clifton to whom I had been reading THE FORGE chapter by chapter. When I finished the last installment, we sat thinking about the story, and she asked me what I was going to do next. I said that I didn't know; I was very tired, I didn't want to stay in Clifton, and there was nowhere I wanted to go. She suggested that I would feel all right pretty soon and start my next novel. I said, "Let's get married and go on a wedding tour." She said that she didn't want to interfere with my work. I told her that I didn't think she would. Then she talked on, and I discovered that that wasn't her real point at all; her real point was that she didn't want me to interfere with her work; she was a public-school music supervisor and was very much enraptured with orchestras and large choruses.

We talked the matter over for some time. If we were married, we were to live down in South Florida where she had her position. I didn't know whether or not I could write seriously down in South Florida. We pondered the matter for several days, and, finally, we drove over to Corinth, Mississippi, and were married by the county court clerk.

We arrived in Corinth late in the afternoon, and as we drove up to the courthouse, neither of us knew whether the clerk would be in at that hour. We were both dubious as to whether we really wanted the clerk to be in his office.

 

 

 

Stribling
Thomas S. Stribling (4 maart 1881 – 8 juli 1965)

 

 

 

04-03-08

Khaled Hosseini, Kristof Magnusson, Léon-Paul Fargue, Alan Sillitoe, Giorgio Bassani, Kito Lorenc, Jean-Joseph Rabearivelo, Irina Ratushinskaya


De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini is geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007.

 

 

Uit: A Thousand Splendid Suns

 

“Mariam was five years old the first time she heard the word harami.

It happened on a Thursday. It must have, because Mariam remembered that she had been restless and preoccupied that day, the way she was only on Thursdays, the day when Jalil visited her at the kolba. To pass the time until the moment that she would see him at last, crossing the knee-high grass in the clearing and waving, Mariam had climbed a chair and taken down her mother's Chinese tea set. The tea set was the sole relic that Mariam's mother, Nana, had of her own mother, who had died when Nana was two. Nana cherished each blue-and-white porcelain piece, the graceful curve of the pot's spout, the hand-painted finches and chrysanthemums, the dragon on the sugar bowl, meant to ward off evil.

It was this last piece that slipped from Mariam's fingers, that fell to the wooden floorboards of the kolba and shattered.

When Nana saw the bowl, her face flushed red and her upper lip shivered, and her eyes, both the lazy one and the good, settled on Mariam in a flat, unblinking way. Nana looked so mad that Mariam feared the jinn would enter her mother's body again. But the jinn didn't come, not that time. Instead, Nana grabbed Mariam by the wrists, pulled her close, and, through gritted teeth, said, "You are a clumsy little harami. This is my reward for everything I've endured. An heirloom-breaking, clumsy little harami."

At the time, Mariam did not understand. She did not know what this word harami - bastard - meant. Nor was she old enough to appreciate the injustice, to see that it is the creators of the harami who are culpable, not the harami, whose only sin is being born. Mariam did surmise, by the way Nana said the word, that it was an ugly, loathsome thing to be a harami, like an insect, like the scurrying cockroaches Nana was always cursing and sweeping out of the kolba.”

 

 

 

hosseini
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007.

 

Uit: Männerhort

 

„LARS Diesmal hat sie mir versprochen, dass wir ins Sport-Paradiso gehen. Wir gehen rein, ich schon auf dem Weg zu den Tennisschlägern, da entdeckt sie diese Fahrräder, wo man vorne ein Kind drauf tun kann: Schläufchen, Füßchen, Sättelchen... Anne kannst du in einen Waffenladen schicken, und sie findet etwas, was sie auf das Thema Kinder bringt. Will sie so ein Fahrrad. Mit Damensattel.
Weil Männersättel sind so geformt. Das vermeidet, dass man impotent wird. Wenn man eine Frau auf einen Männersattel setzt, wird die Luft falsch ventiliert. Und was nützt dem Mann seine erhaltene Potenz, wenn sie eine Blasenentzündung hat? Nix. Also muss ein Damensattel her. Am besten Luftpolster, weil das drückt nicht aufs Schambein. Ich wusste gar nicht, dass Frauen so was haben, ein Schambein. Vom unternehmerischen Standpunkt kann ich es ja verstehen: Innovation, Innovation, da will jede Körperzone erschlossen sein. Kauft sie sieben von diesen Damensätteln, weil die auch kaputt gehen, und dann hat sich ihr Schambein daran gewöhnt, und später gibt es die nicht mehr, und das Kind wird behindert.
Hab ich euch eigentlich erzählt, dass ich Vater werde?

HELMUT Was? Nein.

EROLL Mensch, das ist ja...

LARS Sag ich zu Anne: Anne, ich lieb dich vom Feinsten, aber meinst du nicht, dass du mit drei von den Sätteln bis mindestens durch die Menopause radeln kannst?

 

 

HELMUT Dieses Sofa stand im bei fashion point g. Auf diesem Sofa hat Waldemar damals versucht, ein pfirsichfarbenes Negligé in 38 gegen eins in 40 in apricot umzutauschen. Im Schlussverkauf, fünf Minuten vor Ladenschluss, halbnackte Frauen kämpften um die letzte freie Umkleidekabine...
Dieses Sofa ist Waldemar gewidmet. Der sitzt seit diesem Tag in der Psychiatrie, ordnet Kassenbons und stammelt „Umtausch, Umtausch“.

 

 

 

 

Kristof_Magnusson
Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

 

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist Léon-Paul Fargue werd geboren op 4 maart 1876 in Parijs. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007.

 

Uit: Silhouettes

 

...Elle dort. Elle s'est repliée avec soin. Elle subit l'empire de ses formes rondes et place ses bras sous sa nuque comme pour soutenir son fragile et précieux sommeil. La bouche est légèrement ouverte, la paupière frémit sous des atomes de fard qui la chatouillent encore. Pareil au courant électrique, le rêve, parfois, traverse ce chef-d'œuvre courbe dont la seule vue me comble et me déchire. J'ai dû bouger, enfreindre une loi, car le visage s'émeut et glisse, sans s'animer pourtant, sans reprendre contact avec le réel. Le sommeil, simplement, a manifesté quelque contrariété devant l'audace pesante de l'intrus. J'admire le soin avec lequel ce repos a été dessiné, inscrit sur le drap fin, combien la pose est réussie, tentante, en dépit de la sécurité qui a présidé au ravissant évanouissement. Une femme qui dort est un tableau. Rien n'a été fait à la légère, et même ce livre, qui a été posé à terre au dernier moment, attire le regard comme un objet précieux, fier de sa place. Cette fleur qui se penche hors de son vase impose à sa tige une rondeur polie, distinguée. La boite à cigarette, le flacon, le bâton de rouge, le mouchoir mince et vaporeux, tous les objets épars sur la table de chevet sont pour moi les accessoires d'un ballet interrompu, que la Belle au Bois Dormant prolonge dans un rêve, et que je quitte à pas de loup pour ne pas le déchirer...”

 

 

 

 

farque
Léon-Paul Fargue (4 maart 1876 – 24 november 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Zie ook mijn blog van 4 maart 2007.

 

 

Uit: A Start in Life

You just tell me what you want out of life,’ she said, ‘and I’ll tell you.’

‘I don’t want to have to wonder what I want,’ I said, doing my best. ‘I want to live so that I never have to stop to ask myself what my ambition is or what I’m going to do. That’s what everybody does. They want this job or that house or a car. They want to become a foreman, a director or a manager. They have hopes of owning this or that, or they set their target on marrying a certain woman who it looks impossible for them to get. And when they have all these things they’ll want something else, and where’s nothing else for them to want, or their spirit is so broken that they can’t want or strive for anything in any case, they have a convenient accident and die, or just die. To want is the Devil’s own trick. To live without wanting is God’s blessing – thought I don’t believe in God or the Devil’s own trick. Yet it was a black day in my life when I switched from not wanting to wanting, and I don’t know when it happened. Probably before I was born, when I was still in my mother, or during the few minutes before my first feed. But I still only swing between the two like a skinned monkey looking for its skin. One minute I want, and the next minute I’m full of innocence. It’s all mixed up mostly, because often when I want so that’s ready to die getting it, that’s when everything is hopeless and there’s not a chance of me getting it. When I’m in the agreeable mood of not wanting, all I want to do is to stay alive. In the wanting frame of mind I’m so much full of want that I don’t know what I want, or if I do it’s so many things that I don’t know what to try for first, and so end up not trying for any of them. So I get blown around like a straw, and in the meantime live more or less all right by doing as little work as possible.’

‘It doesn’t seem to me that you’re telling me the truth.’

I laughed. ‘It doesn’t seem so to me, either.

 

 

alan_sillitoe
Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 4 maart 2007. 

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Bassani werd geboren op 4 maart 1916 in Bologna.

 

De Duits-sorbische dichter, schrijver en vertaler Kito Lorenc werd geboren op 4 maart 1938 in Schleife (Oost-Sachsen).

 

De Madagassische dichter en schrijver Jean-Joseph Rabearivelo werd geboren op 4 maart 1901 in Antananarivo.

 
De Russische dichteres en dissidente
Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa.

 

 

04-03-07

Khaled Hosseini, Kristof Magnusson, Giorgio Bassani, Léon-Paul Fargue, Kito Lorenc, Jean-Joseph Rabearivelo, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe


De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini is geboren op 4 maart 1965 in Kabul, als zoon van een diplomaat wiens gezin in 1980 na de Russische inval naar de Verenigde Staten emigreerde. Hosseini studeerde in 1988 af als “bachelor” in de biologie en studeerde daarna medicijnen aan de University of California. In 1996 sllot hij zijn opleiding tot internist af aan Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles.Hij werkt als arts in het noorden van Californië. Hosseini publiceerde diverse korte verhalen, die werden genomineerd voor de Pushcart Prize. De vliegeraar van Kabul (Engels: The Kite Runner), zijn debuutroman, betekende meteen zijn internationale doorbraak. De vertaalrechten werden in veertien landen verkocht; filmrechten werden verkocht aan Dream Works en Wonderland Films.

 

 

Uit: The Kite Runner

 

“ONE
December 2001

I became what I am today at the age of twelve, on a frigid overcast day in the winter of 1975. I remember the precise moment, crouching behind a crumbling mud wall, peeking into the alley near the frozen creek. That was a long time ago, but it’s wrong what they say about the past, I’ve learned, about how you can bury it. Because the past claws its way out. Looking back now, I realize I have been peeking into that deserted alley for the last twenty-six years.

One day last summer, my friend Rahim Khan called from Pakistan. He asked me to come see him. Standing in the kitchen with the receiver to my ear, I knew it wasn’t just Rahim Khan on the line. It was my past of unatoned sins. After I hung up, I went for a walk along Spreckels Lake on the northern edge of Golden Gate Park. The early-afternoon sun sparkled on the water where dozens of miniature boats sailed, propelled by a crisp breeze. Then I glanced up and saw a pair of kites, red with long blue tails, soaring in the sky. They danced high above the trees on the west end of the park, over the windmills, floating side by side like a pair of eyes looking down on San Francisco, the city I now call home. And suddenly Hassan’s voice whispered in my head: For you, a thousand times over. Hassan the harelipped kite runner.

I sat on a park bench near a willow tree. I thought about something Rahim Khan said just before he hung up, almost as an afterthought. There is a way to be good again. I looked up at those twin kites. I thought about Hassan. Thought about Baba. Ali. Kabul. I thought of the life I had lived until the winter of 1975 came along and changed everything. And made me what I am today.”

 

 

 

HOSSEINI
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

 

De Duitse schrijver Kristof Magnusson werd geboren op 4 maart 1976 in Hamburg. Na zijn eindexamen deed hij vervangende dienst in een tehuis voor daklozen in New York. Daarna studeerde hij kerkmuziek bij de evangelische Landeskirche Nordelbien. Verder studeerde hij aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig en aan de universiteit van Reykjavik. Magnusson werd eerst bekend als schrijver voor het toneel. Bekend werd hij door de komedie Männerhor die in 2003 in Bonn voor het eerst werd opgevoerd. Daarnaast publiceerde hij verhalen, essays en reportages in diverse kranten en tijdschriften. In 2005 verscheen zijn romandebuut Zuhause.

 

Uit: Zuhause

 

Matilda sagte: "Ich habe mit Svend Schluss gemacht."
"Was soll denn das?"
"Woher soll ich wissen, was das soll?"
"Als wir vor drei Wochen telefoniert haben, hast du noch gesagt, es sei schön."
"Na und?"
"Ihr wolltet euch ein Landhaus kaufen, in Småland."
"Ja. Mit Kamin. Pff."
Ich sah sie an, sie sah hinaus, in die gleiche Richtung wie der Taxifahrer. Dann kurbelte Matilda das Fenster herunter, so weit die verbeulte Fahrertür es zuließ. Kaffeeschlürfende, Asche in den Sturm schnippende Verachtung. Mehr hatte sie nicht übrig für den hehren, vollkommenen, von mir handgecasteten Svend. Einen Moment lang überlegte ich, ob Matilda eine glücksunfähige Diva sei, der man es nie Recht machen könne. Doch dieser Gedanke tat mir weh, woraufhin ich mich noch mehr ärgerte, denn es war ihre Schuld, dass ich nun schlecht über sie dachte.
"Es war eben einfach nur schön. Genau wie er. Er war so schön und intelligent ..."
"... und sympathisch", sagte ich.
"Das auch noch! Und dauernd dieses Segeln."
"Segeln ist doch ... schön."
"Pff!"
"Du hast dir immer jemanden gewünscht, der segeln kann."
"Das ist es ja gerade. Er kann segeln, hat Stil und ist trotzdem kein Snob. Er hat Geld und ist trotzdem nett; aus guter Familie, aber kein Spießer; lieb und trotzdem cool; kann immer trinken, muss aber nicht. Er ist alles, was ich mir immer gewünscht habe. Alles gleichzeitig!"
Ich schwieg. Der arme hehre, ganz und gar vollkommene Svend.
"Und daneben dann ich!", fuhr Matilda fort. "Wie ein beflecktes Detail, das man vergessen hat, aus der sauberen schönen Prince-Denmark-Werbung rauszuschneiden."
"Du hast mit ihm Schluss gemacht, weil du nicht in eine Prince-Denmark-Werbung passt?"
"Ich habe Schluss gemacht, weil er reinpasst."
"Das kannst du doch nicht ernst meinen." Ich wusste, dass sie das sehr ernst meinte.
"Svend ist noch nicht einmal Däne", sagte ich dann.
"Schwede. Noch schlimmer. Bei denen ist alles immer so ... perfekt."
"Er war ja auch perfekt für dich."
"Er war nicht perfekt für mich, er war einfach nur perfekt. Das ist ein Unterschied. Ich habe mich neben ihm nicht ausgehalten. Eine merkwürdige Frau mit einem merkwürdigen Job in einer merkwürdigen Daunenjacke aus einem merkwürdigen Land. Ich hatte das Gefühl, er wollte sein Leben durch mich ironisch brechen, weil sonst alles zu perfekt gewesen wäre."
"Was ist daran schlimm, wenn etwas mal perfekt ist? Du wehrst dich so sehr dagegen, das ist ja... neurotisch."
"Wenn du nicht so scheiß-glücklich wärest, könntest du gar nicht so reden."
"So ein Quatsch."

 

 

MAGNUSSON
Kristof Magnusson (Hamburg, 4 maart 1976)

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Bassani werd geboren op 4 maart 1916 in Bologna. Zijn jeugd bracht hij door in Ferrara. In 1935 schreef hij zich in aan de literatuurwetenschappelijke faculteit van de universiteit van Bologna waar hij in 1939 ondanks de rassenwetten zijn afsluitende werk over Niccolò Tommaseo kon voorleggen. In 1940 verscheen zijn eerste werk, Una città di pianura, dat hij wegens dezelfde rassenwetten onder pseudoniem publiceerde. In 1962 verscheen Il Giardino dei Finzi-Contini, een werk dat hem grote roem bracht en waarvoor hij de Premio Viareggio van dat jaar ontving. De roman weerspiegelt Bassani’s morele, politieke en intellectuele ervaringen en vertelt het verhaal van het rijke, joodse burgerdom tijdens het fascisme. Het boek werd verfilmd door Vittorio De Sica.

 

 

Uit:  Die Gärten der Finzi-Contini  (Italiaans Il giardino dei Finzi-Contini" Vertaald door Herbert Schlüter)

 

“Seit vielen Jahren hatte ich den Wunsch, über die Finzi-Contini zu schreiben - über Micòl und Alberto, über Professor Ermanno und Signora Olga - und über alle die, die sonst noch in dem Haus am Corso Ercole I d´Este in Ferrara wohnten oder wie ich in der Zeit kurz vor Ausbruch des letzten Krieges dort ein- und ausgingen. Aber den letzten Anstoß, es wirklich zu tun, empfing ich erst vor einem Jahr, an einem Sonntag im April 1957.

Es war auf einem der üblichen Wochenendausflüge. Wir waren, eine Gruppe von Freunden, auf zwei Autos verteilt, die Via Aurelia hinausgefahren, ohne ein bestimmtes Ziel zu haben. Ein paar Kilometer hinter Santa Marinella waren wir, angezogen von den Türmen einer mittelalterlichen Burg, die plötzlich zu unserer Linken aufgetaucht waren, auf einen Fußweg eingebogen und schließlich über den trostlosen Sandstreifen am Fuße des Berges geschlendert. Aus der Nähe betrachtet, war die Burg übrigens bei weitem nicht so mittelalterlich, wie sie aus der Ferne, im Gegenlicht über der blauen blendenden Leere des Tyrrhenischen Meeres gewirkt hatte.”

 

 

bassani
Giorgio Bassani (4 maart 1916 – 13 april 2000)

 

De Franse dichter en essayist Léon-Paul Fargue werd geboren op 4 maart 1876 in Parijs. Fargue publiceerde al gedichten vanaf zijn achttiende en zijn belangrijke gedicht Tancrède verscheen in 1895 in het tijdschrift Pan. Hij opponeerde tegen de surrealisten en werd een lid van de symbolistische kring rond Le Mercure de France. Léon-Paul Fargue schreef ook veel over Parijs en publiceerde twee boeken over de stad: D'après Paris (1931) en Le piéton de Paris (1939).

 

NOCTURNE

 

Un long bras timbré d'or glisse du haut des arbres
Et commence à descendre et tinte dans les branches.
Les feuilles et les fleurs se pressent et s'entendent.
J'ai vu l'orvet glisser dans la douceur du soir.
Diane sur l'étang se penche et met son masque.
Un soulier de satin court dans la clairière
Comme un rappel de ciel qui rejoint l'horizon.
Les barques de la nuit sont prêtes à partir.

D'autres viendront s'asseoir sur la chaise de fer.
D'autres verront cela quand je ne serai plus.
La lumière oubliera ceux qui l'ont tant aimée.
Nul appel ne viendra rallumer nos visages.
Nul sanglot ne fera retentir notre amour.
Nos fenêtres seront éteintes.
Un couple d'étrangers longera la rue grise.
Les voix,
D'autres voix chanteront, d'autres yeux pleureront
Dans une maison neuve.
Tout sera consommé, tout sera pardonné,
La peine sera fraîche et la forêt nouvelle,
Et peut-être qu'un jour, pour de nouveaux amis,
Dieu tiendra ce bonheur qu'il nous avait promis.

 

 

 

fargue
Léon-Paul Fargue (4 maart 1876 – 24 november 1947)

 

De Duits-sorbische dichter, schrijver en vertaler Kito Lorenc werd geboren op 4 maart 1938 in Schleife (Oost-Sachsen). Hij ging naar school in Cottbus en studeerde van 1956 tot 1961 slavistiek in Leipzig. Van 1961 tot 1972 was hij medewerker aan het Institut für sorbische Volksforschung in Bautzen. Daarna was hij tot 1979 dramaturg aan het Staatliche Ensemble für sorbische Volkskultur. Tegenwoordig leeft hij als zelfstandig schrijver in de buurt van Hochkirch. (Het Sorbisch is een West-Slavische taal, die o.a. gesproken wordt in de Lausitz.)

Auf einen Gruss

Übern Hügel der Kirchsteg
untergepflügt: Die einst
der Himmel gegrüßt,
die steinige Feldflur
versagt ihm den alten Dank, sie
schweigt erschöpft.

Gerodet die schattende Hecke
wo die Winde schliefen
und die Vögel gewohnt.
Der eherne Mund, verschlossen
achtet des Worts nicht, für das
keine Hand bürgt.

Am Wegrand erstickt
der Bach, Regen schwemmt
fort die Krume, es verweht sie
der Sturm. Arme Erde
Nest ohne Lieder nun, ach
Gott befohlen.

 

 

LORENC
Kito Lorenc (Schleife, 4 maart 1938)

 

De Madagassische dichter en schrijver Jean-Joseph Rabearivelo werd geboren op 4 maart 1901 in Antananarivo. Hij dichtte eerst in tradionele, Europese vormen voordat hij in de jaren dertig steeds meer eigen, Afrikaanse uitdrukkinsmiddelen ging gebruiken. Zijn werk is beïnvloed door het surrealisme en door de madagassische folklore.

 

Uit : Traduit de la nuit (1936)

 

 

Ce qui se passe sous la terre,
Au nadir lointain
 ?
Penche-toi près d’une fontaine,
Près d’un fleuve
Ou d’une source :
Tu y verras la lune
Tombée dans un trou,
Et tu t’y verras toi-même,
Lumineux et silencieux,
Parmi les arbres sans racines,
Et où viennent des oiseaux muets.

 

*

Que de fois relayés
et que de fois les mêmes,
dans la lumière ruisselante,
les laboureurs de l’azur
 ?
 
Ont semé quelles graines,
ont planté quelles tiges
au royaume du vent,
et sur les monts arasés
 ?
 
Sont en quel inconnu,
derrière quel feuillage
et sur quelle herbe haute,
près des rives du soir
 ?
 
— Boivent à une source noire,
arrachent cressons et menthes,
puis, couchés sur le dos,
regardent les astres croître
 
jusqu’à votre éclosion,
ô glaïeuls rouges et noirs,
et jusqu’au saccage par le jour
de leurs aires aériennes.

 

RABEARIVELO
Jean-Joseph Rabearivelo (4 maart 1901 – 22 juni 1937)

 

De Russische dichteres en dissidente Irina Ratushinskaya werd geboren op 4 maart 1954 in Odessa. Zij studeerde daar aan de universiteit fysica. Een dag na haar negenentwintigste verjaardag, op 5 maart 1983, werd Irina Ratushinskaya veroordeeld tot zeven jaar dwangarbeid en tot 5 jaar interne verbanning omwille van anti-Sovjet-agitatie en propaganda (in die periode was de Sovjetunie nog één geheel). Haar bestraffing was gebaseerd op vijf gedichten die volgens haar echtgenoot “evenveel met politiek te maken hadden als een gebed tot God”. Ze had ook deelgenomen aan demonstraties die de regering opriepen tot meer respect voor de mensenrechten.In haar boek “Grijs is de kleur van de hoop” beschreef ze haar leven in de gevangenis.Tijdens haar gevangenschap mocht Irina geen gedichten schrijven. Ze kraste echter gedichten in een groot stuk zeep in haar cel, leerde ze van buiten en waste ze dan weg. De gedichten werden later gepubliceerd na haar aankomst in het westen.

 

Believe me

 

Believe me, so it happened often:
In solitary confinement, on a wintry night
Suddenly an embrace of warmth and happiness,
And a note of low would sound.
And then I sleeplessly know,
Leaning against the ice cold wall-
Now, now they are remembering me,
They are begging the Lord for me.
My dear ones, thank you
All, who remembered and believed in us
In the cruelest prison hour.
We, surely, could not have
Gone through all from end to end,
Not bowing our head, not faltering,
Without your lofty hearts
Illumining our way.

 

 

RATUSHINSKAYA
Irina Ratushinskaya (Odessa, 4 maart 1954)

 

De Engelse schrijver Alan Sillitoe werd geboren op 4 maart 1928 in Nottingham. Al op school schreef hij essays en korte verhalen. Zijn vader, die meestal werkloos was, en bovendien niet kon lezen en schrijven, kon hem hierbij niet behulpzaam zijn. Zijn grootvader echter steunde hem in zijn liefde voor boeken. De Nottingham High School kon Sillitoe niet bezoeken omdat hij er geen beurs voor kreeg. Toen WO II uitbrak kwamen er wel meer arbeisplaatsen en hij ging als jongen van veertien jaar in een fabriek werken, waar ook zijn vader werk had gevonden. Toen hij oud genoeg was trad hij in dienst van de luchtmacht. Van 1946 tot 1949 was hij onder andere in Zuidoost Azië, Spanje en Frankrijk gestationeerd. In die tijd schreef hij al gedichten die echter pas meer dan tien jaar later werden gepubliceerd. In 1959 verscheen zijn beroemdste roman The Loneliness of the Long-Distance Runner. Sillitoe wordt in verbinding gebracht met de groep van de Angry-young-men, waartoe ook John Osborne, John Braine en Colin Wilson behoorden.

 

Uit: Ein Start ins Leben  (Engels: A start in life, vertaald door Günter Eichel)

„... ein zweites Buch steckte bereits sicher unter meiner Jacke, nach dem Prinzip 'kauf eins - klau eins', was lediglich bedeutete, daß ich beide für den halben Preis bekommen hatte. Schließlich war ich ja kein Dieb, der etwas umsonst kriegen wollte! Das Buch, das ich nebenbei mitgenommen hatte, hieß Die göttliche Komödie, und ich dachte, es wäre sicher auch unanständig, besonders weil es von einem Italiener geschrieben war. Ich freute mich so über meinen Fischzug, daß ich abends am Kaminfeuer zu lesen begann, sobald Mutter weggegangen war. Augen und Geist warteten begierig, als ich beide Füße auf die Kohlenschütte legte und Der Weg allen Fleisches aufschlug. Daß es leicht zu lesen sein würde, hatte ich sowieso nicht angenommen, weil ich wußte, daß man bei dieser Art von Penguin-Buch kaum damit rechnen konnte, daß schon auf den ersten fünfzig Seiten irgendwer mit irgendwem ins Bett ging. Aber dann stellte sich heraus, daß es so interessant war, daß ich mit dem Lesen nicht aufhören konnte, und als Mutter um halb elf zurückkam, hatte ich ganz vergessen, was ich von dem Buch erwartet hatte, als ich es aufschlug.“

 

Sillitoe
Alan Sillitoe (Nottingham, 4 maart 1928)