09-05-17

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga, Richard Adams, James Barrie

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Wenteling

Het jaar begon toen koud. Zelfs de duinen wit
van de tot kant gestolde mist. Het weer
van weinig mensen, die kropen binnen
op elkaar voor een geboortegolf.

In de politieke smidse was de waakvlam al gedoofd.
Het Kamerdebat over netelige kwesties lag huiverend
op straat. Daar warmde bij een vuurtje in een oliedrum
de allerlaatste motie zijn magere motief.

Zo groeide de kloof tussen de enthousiaste burger,
copulerend op het vloerkleed voor de open haard,
en het gezag dat buiten naar zijn eigen adem staart.

Het was gewoon te laat, zelfs het opgefokt klimaat krabde
zichzelf achter de wolken. Maar de dichters stonden klaar,
‘Barre Omstandigheden’ was hun geuzennaam,

het krassen van hun pen dreef het landsbestuur al in het nauw,
en zie: daar werd een van hen op de troon gehesen
waarna de koersen kelderden en vaak de stroom uitviel,

en dat met die bittere koude. Niks te vreten, nog geen dreumes
van de revolutie, zo die er al was. Er verrezen de partijen
die het vers hadden afgeschaft. Massamars, omwenteling,

en toch maar weer het geld.

 

 

De morgen

Het waren de dagen dat de poëzie zich schuilhield.
Voor het staaroog van de grijsaard als een eindeloze dageraad.
Voor het kinderbrein als een voorgoed geschrapt verouderen.
Voor het zwarte als een pirouette van primaire kleuren.

De wegstervende echo van het geïnspireerde woord
werd nog af en toe gehoord door wie de stekkers
uit elk toestel trok, maar de online geblevenen
viel het niet eens op dat ze nooit meer neurieden.

En niemand die nog pleitte voor afschaffing van het parlement,
die hol keffende achterhoede van de samenleving,
of voor het hangen van zes manen aan een stapelwolk
of het oplossen van de frontlijn in een pornografisch hologram.

Er waren geen woorden voor het lang verwachte andere.
Men sprak er op gelijke wijze niet eens schande van.
Men sprak algauw in het geheel nog slechts fragmenten.
En daar ging ook de klank als een ontsnapte heliumballon.

Weinigen bemerkten dat nieuwslezers hard vloekten
bij de aankondiging van elk uiterst schaars bericht.
Nondeju die klotesport en nondeju dat kutweer.
En elk meisje dat wel kussen wilde werd door tachtig man verkracht.

Het waren de dagen die wij heden morgen noemen
of de morgen dat wij reeds ach en heden zuchten.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)
Cover

Lees meer...

09-05-16

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Ontwakend zelfportret
Voor Remco Campert

Terwijl ik de tram in stapte dacht ik aan de zee.
Maar al wat er ruiste, wat er aan golven brak
stak aan een draadje in de meeste oren om mij heen.
En laten we ter stede maar niet spreken van de geuren.

Toch was het een prachtdag: de zon verscheen
boven de Herengracht, die licht begon te geven,
de mooiste meisjes fietsten blozend door de
katerloze ochtend, en nergens een hinderlaag.

Ik spoorde rustig voort, ik leefde op omdat ik dacht
dat ik het verplicht was aan mijn omgekomen liefde.
Men zit vast aan iets waarin men ging geloven
al betwijfelt men dat minstens even sterk.

Hoop en vrees, een koppig koppel dat elkaar
nooit loslaat, maar ik spoorde rustig voort
langs regel na stillere regel, hopend op de volgende,
vrezende dat die niet kwam – al hoeveel jaar.

Museumplein, ik moest eruit en alles klopte weer.
Ik stak schuin over het gras naar mijn nieuwe
uitgeefhuis, het vers was bijna af, een merel
zong brutaal op het Amerikaanse consulaat.

Dit was de dag, ik keek omhoog, ja, dit was de dag.

 

 

Uit: Doodsbloei

Ben jij het, liefste, ben je alles nu?
Stem die de diepste tonen zingen kan?
Gras dat koorddanst op een duinrug,
zon die opvlamt uit een vennetje?

Is het de zee waarmee je aanruist nu,
het nauw hoorbaar vallen van een blad?
Knipoog je vliegtuigstrepen aan de lucht
en plaag je me gewoon maar wat?

Naar het waarom zal ik niet langer vragen.
Geen enkel antwoord was bevredigend,
het leidde slechts tot feller onbehagen.

Vlieg dus maar rond en wees het lied
dat wij elkaar nog altijd kunnen geven,
allebei de tekst en allebei de melodie.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-15

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Nostalgische priëlen

I
‘ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
alles verjongt zich, behalve de ziel,
groter de kloof met wie je al was -
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
 
de zon zal een onbetrouwbare gloed in het daglicht leggen
en een voorspelde profetie uit de hanen geselen
de doden zullen er slijpen de zeisen en
wankelen naar het vruchtbare veld, en moeders
zullen hoeren zijn als zij dragen de vrucht van je vlees.
 
nee, ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
een kim verheft zich uit het gras en noemt zich
levensdoel; daarachter dansen duizend zwarte
kimmen op een rij. er zal geen vrijgesproken oog
opnieuw details vergulden met een milde tong van binnen.
 
en wat er torent heeft naam en schaduw.
bestrijkt met grote macht de aanzet tot gedachten
die vervagen achter de gestalten van de zo even
nog klinkende dingen, dus nee:
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen...’


II
‘... of in de violette winter waar de jeugd patent op heeft,
waar portieken fonkelen van blozende omhelzingen,
achter ouderwetse vensters, in de schemerende serres,
beosnavels glanzen als een bloeddoorlopen oog,
waar lantarenlicht zich uitrekt als een majesteit,
stiller dan de jaren vijftig weer de jonge vrouwen lachen
en zich statig weten in hun drachtige heelal,
waar lopers op de sloten passen met een zucht
van heimwee, houtrook uit een woonboot een moment
een meeuw verbijstert en hem verbrande veren geeft
waar de zolders gloeien voor een redeloze toekomst
en gipsen cherubijnen tegen de beroete gevels
geen wolkjes adem zuchten, maar verdomd: van goud.’

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-14

Pieter Boskma, Jotie T'Hooft, Charles Simic, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

De mist vriest aan

De mist vriest aan: het bos is wit.
Vier harige uitheemse ossen,
huiverend, hun kop gebogen,
staren naar de harde mossen.
Ik schrik ervan hoezeer zij lijken
op een mens die al zijn dromen
plots is kwijtgeraakt en weet
er niks voor in de plaats te krijgen.
Goed, nieuwe winter aan de kust,
de gloed van waanzin in mijn ogen
dempt je kou die door mijn leden trekt,
dus ik maak me niet meer druk
om wat oprukt tussen de bomen,
de tanden blinkend in de gesperde bek.

 

 

Onder de lichtboom (Fragment)

Zoals golven, zonder duidelijk begin,
misschien als rimpeling veroorzaakt
door een vis, zich naargelang de wind,
onstuimig of gedwee, verheffen uit de zee
– hun uitwaaierend schuim al zien
  ontbloeien tot bewolking –, en een
moment in evenwicht van gravitatie
en cohesie wachten op het breekpunt
waarvoor zij zich gesteld zien door
de wereld der verschijnselen,

zo raakt ook de mens – geboren uit het weids
gebaar van een korrel zand – op de toppen
van zijn bloei, zijn wil, zijn werk, zijn visie,
er plots van doordrongen dat hij ten hemel
dacht te reiken in een almaar magistraler
expanderend vergezicht, maar in feite slechts
zijn idolen achterna stuift op de rimpelloze stranden
terwijl nieuwe kelen fluisteren van het tegenlicht
dat al in de ogen van de volgelingen openbreekt,
verwonderd hoe virtuoos en hoe viriel dat gaat,

en staat men op een dag – het regent zonder twijfel,
onzekerheid beweegt de lucht –  onder een boom
in juni, telt als voor het eerst de vingers van zijn
hand, leest in de nerven van een blad de vele
namen van de liefdes die men dacht verdrongen,
en huivert, voelt opnieuw de oude kou van
afscheid nemen, het nieuwe schrijnen in de wond
die ons doet wankelen, en die boom in juni, sacraler
dan een kathedraal, breder dan een boulevard,
staat daar maar – al meer dan honderd jaar.

 

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

09-05-12

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli


De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Alan Bennett op dit blog.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"I mean," said Mrs. Ransome, "it's getting like a hotel."
"I wish you wouldn't keep saying 'I mean,'" said Mr. Ransome. "It adds nothing to the sense."
He got enough of what he called "this sloppy way of talking" at work; the least he could ask for at home, he felt, was correct English. So Mrs. Ransome, who normally had very little to say, now tended to say even less.
When the Ransomes had moved into Naseby Mansions the flats boasted a commissionaire in a plum-colored uniform that matched the color of the building. He had died one afternoon in 1982 as he was hailing a taxi for Mrs. Brabourne on the second floor, who had forgone it in order to let it take him to hospital. None of his successors had shown the same zeal in office or pride in the uniform and eventually the function of commissionaire had merged with that of the caretaker, who was never to be found on the door and seldom to be found anywhere, his lair a hot scullery behind the boiler room where he slept much of the day in an armchair that had been thrown out by one of the tenants.
On the night in question the caretaker was asleep, though unusually for him not in the armchair but at the theater. On the lookout for a classier type of girl he had decided to attend an adult education course where he had opted to study English; given the opportunity, he had told the lecturer, he would like to become a voracious reader. The lecturer had some exciting though not very well formulated ideas about art and the workplace, and learning he was a caretaker had got him tickets for the play of the same name, thinking the resultant insights would be a stimulant to group interaction. It was an evening the caretaker found no more satisfying than the Ransomes did Così and the insights he gleaned limited: "So far as your actual caretaking was concerned," he reported to the class, "it was bollocks." The lecturer consoled himself with the hope that, unknown to the caretaker, the evening might have opened doors. In this he was right: the doors in question belonged to the Ransomes' flat“.

 

 

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

In 1973

Lees meer...

09-05-11

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009 en ook mijn blog van 9 mei 2010.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

"Perhaps they wrapped the stereo in the carpet," said Mrs. Ransome.
Mr. Ransome shuddered and said her fur coat was more likely, whereupon Mrs. Ransome started crying again.
It had not been much of a Così. Mrs. Ransome could not follow the plot and Mr. Ransome, who never tried, found the performance did not compare with the four recordings he possessed of the work. The acting he invariably found distracting. "None of them knows what to do with their arms," he said to his wife in the interval. Mrs. Ransome thought it probably went further than their arms but did not say so. She was wondering if the casserole she had left in the oven would get too dry at Gas Mark 4. Perhaps 3 would have been better. Dry it may well have been but there was no need to have worried. The thieves took the oven and the casserole with it.
The Ransomes lived in an Edwardian block of flats the color of ox blood not far from Regent's Park. It was handy for the City, though Mrs. Ransome would have preferred something farther out, seeing herself with a trug in a garden, vaguely. But she was not gifted in that direction. An African violet that her cleaning lady had given her at Christmas had finally given up the ghost that very morning and she had been forced to hide it in the wardrobe out of Mrs. Clegg's way. More wasted effort. The wardrobe had gone too.
They had no neighbors to speak of, or seldom to. Occasionally they ran into people in the lift and both parties would smile cautiously. Once they had asked some newcomers on their floor around to sherry, but he had turned out to be what he called "a big band freak" and she had been a dental receptionist with a timeshare in Portugal, so one way and another it had been an awkward evening and they had never repeated the experience. These days the turnover of tenants seemed increasingly rapid and the lift more and more wayward
. People were always moving in and out again, some of them Arabs.”

 

 

 

Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

Lees meer...

09-05-10

Alan Bennett, Lucian Blaga, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli


De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

Uit: Kafka’s Dick

 

KAFKA:  (In a small, awe-stricken voice)  Shit.
SYDNEY:  He's taking it very badly.
BROD:  Don't worry.  He'll be all over me in a minute.  But who else would treat fame like this, eh?  Chekov?  He'd be round at the estate agents, looking at a little place in the country with paddock and mature fruit trees attatched.  Zola would be installing a jacuzzi.  Even T.S. Eliot'd have people round for drinks.  But what does Kafka do?
SYDNEY:  Finds the whole thing a trial.
BROD:  Exactly.  The humility of the man.  I tell you, if I were Jesus Christ I'd be looking over my shoulder.
KAFKA:  Judas!
SYDNEY:  He's made you one of the biggest names in twentieth-century literature.
LINDA:  Even I've heard of you.
KAFKA:  (With exaggerated patience)  I didn't want a big name.  I wanted a small name.  I shrank my name.  I pared it down to nothing.  I'd have been happy with no name at all.
SYDNEY:  But that's the secret of your success.  You've got a name for anonymity.  The Trial: a nameless man's search for justice in a faceless bureaucracy.  When Eastern Europe went communist this was the book that told you about it before it happened.  In so many words...
KAFKA:  That's it.  That's it.  So many words.  I've added so many words to the world I've made it heavier.”

 

 

 

alanbennet
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

 

The light of yesterday

 

I’m searching, I don’t know what it is that I search. I’m searching

for a sky from the past, for a twilight that passed. How lower

is the forehead meant for the heights of yore!

 

I’m searching, I don’t know what it is that I search. I’m searching

for auroras that have been, gushing, lighted

fountains - today with waters tied and defeated.

 

I’m searching, I don’t know what it is that I search. I’m searching

for a big hour that’s remained in me without life

like marks of a mouth on a long dead carafe.

 

I’m searching, I don’t know what it is that I search. Under yesterday’s stars

under the passed, I’m searching

for the extinguished light that I’ve always been preaching.

 

 

 

Vertaald door Lori Tiron-Pandit

 

 

 

 

 

blaga
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

Buste in Sebes, Roemenië

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008 en ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

 

A Kind of Music

When consciousness begins to add diversity to its intensity,
its value is no longer absolute and inexpressible. The felt variations
in its tone are attached to the observed movement of
its objects; in these objects its values are embedded. A world
loaded with dramatic values may thus arise in imagination;
terrible and delightful presences may chase one another
across the void; life will be a kind of music made by all the
senses together. Many animals probably have this kind of
experience.
--Santayana


Irrelevance characterizes the behavior of our puppy.
In the middle of the night he decides that he wants to play,
runs off when he's called, when petted is liable to pee,
cowers at a twig and barks at his shadow or a tree,
grins at intruders and bites us in the leg suddenly.

No justification we humans have been able to see
applies to his actions. While we go by the time of day,
or the rules, or the notion of purpose or consistency,
he follows from moment to moment a sensuous medley
that keeps him both totally subject and totally free.

I'll have to admit, though, we've never been tempted to say
that he jumps up to greet us or puts his head on our knee
or licks us or lies at our feet irrelevantly.
When it comes to loving, we find ourselves forced to agree
all responses are reasons and no reason is necessary.

 

 

 

 

van-duyn
Mona Van Duyn (Waterloo, 9 mei 1921)

 

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Gamal al-Ghitani werd geboren op 9 mei 1945 in Guhaina, maar groeide op in Caïro. Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

Uit: Das Buch der Schicksale (Vertaald door Doris Kilias)

 

"Er und in einem Hotel arbeiten? Hätte man ihm diese Frage als Student gestellt, wäre ein verächtlicher Blick die Antwort gewesen. Er war Jahrgang 1956, und als während der Sueskrise die Dreieraggression auf die Stadt Port Said stattfand, die in jener, nunmehr in Vergessenheit geratenen Zeit die 'Ewige' oder 'Standhafte' genannt wurde, da ruhte er, unser junger Mann, noch drei Wochen im Mutterleib, bevor er ins Leben eintreten durfte. Seine Mutter konnte sich noch gut an diese Zeit erinnern. Ihr Mann verbrachte aufgrund des Ausnahmezustands die Nächte im Büro, und so war sie allein mit dem Glück, das Kind zu spüren. Es drehte und streckte sich, gerade so, als strebte es danach, vorzeitig das Licht der Welt zu erblicken. In jenen Nächten, in denen Ausgangssperre verhängt worden war, saß sie aufrecht im Bett, den Rücken an ein Kissen gelehnt, und fragte sich, was es wohl werden würde: ein Junge oder ein Mädchen?" ...

 

 

 

 

Gamalal-Ghitani
Gamal al-Ghitani (Guhaina, 9 mei 1945)

 

 

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en Zie ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

Uit  Watership Down

 

„At the top of the bank, close to the wild cherry where the blackbird sang, was a little group of holes almost hidden by brambles. In the green half-light, at the mouth of one of these holes, two rabbits were sitting together side by side. At length, the larger of the two came out, slipped along the bank under cover of the brambles and so down into the ditch and up into the field. A few moments later the other followed.

The first rabbit stopped in a sunny patch and scratched his ear with rapid movements of his hind leg. Although he was a yearling and still below fall weight, he had not the harassed look of most "outskirters"' -- that is, the rank and file of ordinary rabbits in their first year who, lacking either aristocratic parentage or unusual size and strength, get sat on by their elders and live as best they can -- often in the open -- on the edge of their warren. He looked as though he knew how to take care of himself. There was a shrewd, buoyant air about him as he sat up, looked around and rubbed both front paws over his nose. As soon as he was satisfied that all was well, he laid back his ears and set to work on the grass.

His companion seemed less at ease. He was small, with wide, staring eyes and a way of raising and turning his head which suggested not so much caution as a kind of ceaseless, nervous tension. His nose moved continually, and when a bumblebee flew humming to a thistle bloom behind him, he jumped and spun round with a start that sent two nearby rabbits scurrying for holes before the nearest, a buck with black-tipped ears, recognized him and returned to feeding.

"Oh, it's only Fiver," said the black-tipped rabbit, "jumping at bluebottles again. Come on, Buckthorn, what were you telling me?"

"Fiver?" said the other rabbit. "Why's he called that?"

 

 

 

adams

Richard Adams (Newbury, 9 mei 1920)

 

 

 

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2009.

 

Uit: Peter Pan

 

Mrs. Darling quivered and went to the window. It was securely fastened. She looked out, and the night was peppered with stars. They were crowding round the house, as if curious to see what was to take place there, but she did not notice this, nor that one or two of the smaller ones winked at her. Yet a nameless fear clutched at her heart and made her cry, "Oh, how I wish that I wasn't going to a party to-night!"
Even Michael, already half asleep, knew that she was perturbed, and he asked, "Can anything harm us, mother, after the night- lights are lit?"
"Nothing, precious," she said; "they are the eyes a mother leaves behind her to guard her children."
She went from bed to bed singing enchantments over them, and little Michael flung his arms round her. "Mother," he cried, "I'm glad of you." They were the last words she was to hear from him for a long time.
No. 27 was only a few yards distant, but there had been a slight fall of snow, and Father and Mother Darling picked their way over it deftly not to soil their shoes. They were already the only persons in the street, and all the stars were watching them. Stars are beautiful, but they may not take an active part in anything, they must just look on for ever. It is a punishment put on them for something they did so long ago that no star now knows what it was. So the older ones have become glassy-eyed and seldom speak (winking is the star language), but the little ones still wonder. They are not really friendly to Peter, who had a mischievous way of stealing up behind them and trying to blow them out; but they are so fond of fun that they were on his side to-night, and anxious to get the grown-ups out of the way. So as soon as the door of 27 closed on Mr. and Mrs. Darling there was a commotion in the firmament, and the smallest of all the stars in the Milky Way screamed out:
"Now, Peter!"

 

 

 

Barrie
James Barrie (9 mei 1860 – 19 juni 1937)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 9 mei 2009.

De Italiaanse schrijver Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007

 

09-05-09

Jotie T'Hooft, Charles Simic, Pieter Boskma, Alan Bennett, Bulat Okudzhava, Leopold Andrian, Lucian Blaga, Jan Drees, Mona Van Duyn, Pitigrilli, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie


De Vlaamse dichter en schrijver Jotie T'Hooft werd geboren in Oudenaarde op 9 mei 1956. T'Hooft was enig kind, en was als kind een voorbeeldige jongen, maar op de middelbare school kent hij ernstige aanpassingsproblemen: hij werd van verschillende scholen gestuurd. Hij zocht zijn toevlucht in de literatuur (Franz Kafka, Hermann Hesse), poëzie, muziek (David Bowie, Nico, Frank Zappa, Lou Reed) en drugs. Op zijn veertiende was hij al verslaafd. Op 17-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis. Hij ging in Gent op kamers wonen om de kunstacademie te volgen. Van de geplande studies kwam niks terecht: in Gent kwam hij in het drugsmilieu terecht, waar hij zijn geldnood trachtte op te lossen door drugs te verkopen en allerlei baantjes aan te nemen. Eind 1973 nam hij slaappillen in en probeerde zelfmoord te plegen door zich te kerven met scheermesjes. Deze zelfmoordpoging mislukte en zijn ouders haalden hem terug naar Bevere. Daar kende hij een periode van relatieve rust.

In 1974 werd T'Hooft voor drugbezit opgepakt door de politie bij een razzia, ter beschikking van de jeugdrechter gesteld en doorverwezen naar de opvoedingsinstellingen in Beernem en Ruiselede. Na deze periode ontmoette hij Ingrid Weverbergh, een dochter van Julien Weverbergh, uit diens eerste huwelijk. Jotie en Ingrid traden op 29 augustus 1974 in het huwelijk. Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij uitgeverij Manteau, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel Schreeuwlandschap in 1975 gepubliceerd werd. Toch vond T'Hooft geen rust: in juli 1976 trachtte hij voor de tweede maal zelfmoord te plegen: hij dronk een fles whisky leeg en spoot zich valium in de aderen. Ook deze poging mislukte. Zijn tweede dichtbundel Junkieverdriet verscheen in 1976. Voor deze bundel kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Deze bundel betekende zijn doorbraak binnen de literaire wereld. T'Hooft werd redacteur van verschillende tijdschriften, gaf overal ten lande lezingen en voordrachten en publiceerde in verschillende literaire bladen. Het druggebruik overheerste echter meer en meer zijn leven en de doodsdrift van T'Hooft won het uiteindelijk: in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 diende hij zichzelf in een kleine kamer in Brugge een overdosis cocaïne toe en stapte zo uit het leven.

 

 

 

Schuldbekentenis

 

Ja, ik geef het toe, ik beken het openlijk:

mijn lichaam was altijd een toren zonder uitkijk.

Ik heb hem steen voor steen in folianten gepend

ik heb mij geplooid naar de tijd en de trend.

 

De stenen die ik uit de wand verwijderd heb

zijn de woorden waar ik dit gedicht mee schep:

ik kijk naar de wereld waarin gij woont

en al zie ik onscherp en ben ik vreselijk stoned

 

er is iets dat mij niet ontgaan kan

mijn toren is gebouwd in mijn eigen toren.

Ik weerhield mijn lijf niet in de groei tot man

maar ik zaag geduldig aan de pijlers die mij schoren.

 

Het lijkt niet erg duidelijk misschien

mijn keel snoert dicht en mijn tong heb ik gebroken

toen ik spreken leerde. Ik heb niemand ontzien.

Ik ben wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem

 

ontloken.

 

 

 

 

 

Junkieverdriet

 

Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet

Van geboortepijn tot nu mijn eenzaamheid

Die ik deel met duizenden nu ik weet wat ik weet:

Dat de mens een naald is zoekend naar een ader

Zoekend naar de kiespijn van zijn ver verleden.

Junkieverdriet, bass-toon van deze tijd

Waar de verschopte verschaalt in een dode hoek

Van het denkperspectief, in de paranoia

Van de kleine penis en de schizofrenie van schaamte.

 

In deze wereld mijn waansisteem werd liefde

Een misdrijf in het duister en reizen kruipen

Uit de schaduw der ouders naar de schaduw van de dood.

Verdrinken tijdens de armslag naar meer.

 

Licht van alle licht, licht

Dat niet dooft met de dagen en mijn geheugen

Voortdurend doorschijnt, licht licht

Dat niet zinkt in de stof het woord

Dat muis is knagend binnen klein bestek,

Licht dat bomen doorruist en water, licht

Dat leeft op de vloedlijn bij springtij,

Tussen afkick en hit, wit licht, witte hitte.

 

 

 

 

 

jotie
Jotie T'Hooft (9 mei 1956 – 6 oktober 1977)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. In 1953 verliet Simic het toenmalige Joegoslavië en vloog hij met zijn moeder naar de Verenigde Staten om zich te herenigen met zijn vader die er al zes jaar woonde. Na een jaar in New York verhuisde de familie naar Chicago, waar Simic middelbaar onderwijs genoot. In 1958 keerde hij terug naar New York. In 1966 studeerde hij af aan de universiteit van New York en sinds 1973 heeft Simic gedoceerd aan het departement Engels van de universiteit van New Hampshire. Charles Simic publiceerde sinds zijn debuut in 1967 meer dan zestig boeken. Met de bundel prozagedichten The World Doesn’t End (1989) won hij de Pulitzer Prize for Poetry 1990.

 

 

A Book Full of Pictures

  

Father studied theology through the mail

And this was exam time.

Mother knitted. I sat quietly with a book

Full of pictures. Night fell.

My hands grew cold touching the faces

Of dead kings and queens.

 

There was a black raincoat

      in the upstairs bedroom

Swaying from the ceiling,

But what was it doing there?

Mother's long needles made quick crosses.

They were black

Like the inside of my head just then.

 

The pages I turned sounded like wings.

"The soul is a bird," he once said.

In my book full of pictures

A battle raged: lances and swords

Made a kind of wintry forest

With my heart spiked and bleeding in its branches.

 

 

 

 

 

 

The Something

  

Here come my night thoughts

On crutches,

Returning from studying the heavens.

What they thought about

Stayed the same,

Stayed immense and incomprehensible.

 

My mother and father smile at each other

Knowingly above the mantel.

The cat sleeps on, the dog

Growls in his sleep.

The stove is cold and so is the bed.

 

Now there are only these crutches

To contend with.

Go ahead and laugh, while I raise one

With difficulty,

Swaying on the front porch,

While pointing at something

In the gray distance.

 

You see nothing, eh?

Neither do I, Mr. Milkman.

I better hit you once or twice over the head

With this fine old prop,

So you don't go off muttering

 

I saw something!

 

 

 

 

 

simic
Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956.

Boskma studeerde van 1977 tot 1985 culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij debuteerde in 1984 met de in samenwerking met Paul van der Steen in eigen beheer uitgegeven bundel Virus Virus. In hetzelfde jaar richtte hij samen met Van der Steen het tijdschrift Virus op. In 1987 bracht uitgeverij In de Knipscheer zijn bundel Quest uit. Hiervoor werd hij onderscheiden met de Aanmoedigingsprijs voor literair talent van Stichting De Avonden. Eind jaren tachtig is hij betrokken bij de poëziebeweging De Maximalen. Vanaf 1990 werkte hij als poëziedocent aan de Schrijversvakschool 't Colofon. Hij publiceerde onder andere in Playboy en Transfer en werkte voor de VPRO- en NPS-radio. In 1993 verscheen zijn eerste proza: Een foto van God. Inmiddels waren tevens diverse dichtbundels van zijn hand verschenen. Boskma was geruime tijd redacteur van het poëzietijdschrift Awater. In 2003 nam hij zitting in de jury van de P.C. Hooft-prijs.

 

 

Het gele licht van Jan van Goyen

 

Het gele licht van Jan van Goyen
straalt laag over de duinen,
van de opstanding der doden
tot de aanvaring der tijden.

De bast van kale zilverberken
glinstert als met goud beslagen
en de namen op de zerken
wordt weer adem ingeblazen.

Van een ruit spat fel de zon
die in de wolken zakt.

Een gasvlam bij de Hoogovens
slaat over in het dikke hart.

Dan, uit het dolhuis van de nacht,
kwakt Malevitch zijn Zwart Vlak.

 

 

 

 

 

Op het geraamte van de avond 1

 

schemer brak de kleuren af
tot op gelijk gebeente -
het was weer tijd voor kale
echo's van de kale stenen.
je liep wat langs de kade
als zocht je iets van waarde.
een koffer die is blijven staan
waaraan een label met haar naam.
een hoed misschien, een handschoen,
alles wat maar passen kon
om degeen die voor je stond
steeds als je daaraan dacht.
een schip voer de haven uit
met lampjes op de schoorsteen
in de vorm van een komeet.
Bethlehem op zee.
en steeds vroeger nacht.

 

 

 

boskma

Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: The Uncommon Reader

 

“At Windsor it was the evening of the state banquet and as the president of France took his place beside Her Majesty, the royal family formed up behind and the procession slowly moved off and through into the Waterloo Chamber.

'Now that I have you to myself,' said the Queen, smiling to left and right as they glided through the glittering throng, 'I've been longing to ask you about the writer Jean Genet.'

'Ah,' said the president. 'Oui.'

The 'Marseillaise' and the national anthem made for a pause in the proceedings, but when they had taken their seats Her Majesty turned to the president and resumed.

'Homosexual and jailbird, was he nevertheless as bad as he was painted? Or, more to the point,' and she took up her soup spoon, 'was he as good?'

Unbriefed on the subject of the glabrous playwright and novelist, the president looked wildly about for his minister of culture. But she was being addressed by the Archbishop of Canterbury.

'Jean Genet,' said the Queen again, helpfully. 'Vous le connaissez?'

'Bien sûr,' said the president.

'Il m'intéresse,' said the Queen.

'Vraiment?' The president put down his spoon. It was going to be a long evening.

It was the dogs' fault. They were snobs and ordinarily, having been in the garden, would have gone up the front steps, where a footman generally opened them the door.

Today, though, for some reason they careered along the terrace, barking their heads off, and scampered down the steps again and round the end along the side of the house, where she could hear them yapping at something in one of the yards.”

 

 

 

 

alan-bennett-1
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

The Last Trolley Bus 

  

When I'm in trouble and totally done

and when all my hope I abandon

I get on the blue trolley bus on the run,

the last one,

at random.

    

Night trolley, roll on sliding down the street,

around the boulevards keep moving

to pick up all those who are wrecked and in need

of rescue

from ruin.

    

Night trolley bus will you please open your doors !

On wretched cold nights, I can instance,

your sailors would come, as a matter of course,

to render

assistance.

So many a time they have lent me a hand

to help me get out of grievance...

Imagine, there is so much kindness behind

this silence

and stillness.

    

Last trolley rolls round the greenery belt

and Moscow, like river, dies down...

the hammering blood in my temples I felt

calms down

calms down.

 

 

 

 

 

The Paper Soldier 

  

Once there lived a soldier-boy,

quite brave, one can't be braver,

but he was merely a toy

for he was made of paper.

    

He wished to alter everything,

and be the whole world's helper,

but he was puppet on a string,

a soldier made of paper.

    

He'd bravely go through fire and smoke,

he'd die for you. No vapour.

But he was just a laughing-stock,

a soldier made of paper.

    

You would mistrust him and deny

your secrets and your favour.

Why should you do it, really, why?

`cause he was made of paper.

    

He dreads the fire? Not at all!

One day he cut a caper

and died for nothing; after all,

he was a piece of paper.

 

 

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

 

 

okudzhava
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: Le Jardin de la connaissance (Der Garten der Erkenntnis, vertaald door Jean-Yves Masson)

 

Souvent, il était rempli d’ivresse par la sensation que Vienne lui réservait encore tant et tant de plaisirs, et par la pensée que le mystère qui était cause de leur charme se trouvait caché au fond de ces plaisirs. Cette pensée lui permettait aussi d’apaiser ce désir « d’autre chose » qui s’emparait de lui plus fortement et plus souvent qu’à Bozen ; car il avait maintenant à portée de la main tout ce qui pouvait lui offrir cette « autre chose » qu’il appelait autrefois de ses vœux : les bals de l’Opéra, et les salles du Sofienbad, et le cabaret Ronacher, et l’Orpheum, et le cirque, et les fiacres. Il disait : « autre chose », et en prononçant ces mots, il avait le sentiment que, quelque part, il ne savait dans quelle direction, s’étendait un monde où tout était à la fois interdit et secret, aussi grand que celui qu’il connaissait. C’étaient surtout les cochers qu’il regardait avec une excitation singulière, mêlée d’effroi. Un grand nombre d’entre eux ressemblaient étrangement à de jeunes messieurs ; mais que le contraste se dissimulât précisément au cœur de cette similitude devait avoir un rapport avec la nature de cette « autre chose » qu’il recherchait. L’un d’entre eux surtout lui plaisait, lorsque son fiacre traversait le Prater au printemps ; ses chevaux portaient des bouquets de violettes glissés dans leur harnais, et il était assis au-dessus d’eux, le buste légèrement incliné vers l’avant, tenant haut et largement écartées les rênes avec ses bras, dans une attitude pleine de recherche, roide comme une statue et pourtant étrangement vivant, comme une estampe pleine de grâce et quelque peu maniérée dans l’élégance maniérée de son cadre. »

 

 

 

 

Andrian
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

MAY GIVES ITSELF WITH SWEET ABANDON

We shall remember once, too late,
This simple happening, so fine,
This very bench where we are seated,
Your burning temple next to mine.

From hazel stamens, cinders fall
White as the poplars that they land on,
Beginnings want to be fecund,
May gives itself with sweet abandon.

The pollen falls on both of us,
Small mountains made of golden ashes
It forms around us, and it falls
On our shoulders and our lashes.

It falls into our mouths when speaking,
On eyes, when we are mute with wonder
And there’s regret, but we don’t know
Why it would tear us both asunder.

We shall remember once, too late,
This simple happening, so fine,
This very bench where we are seated
Your burning temple next to mine.

In dreams, through longings, we can see—
All latent in the dust of gold
These forests that perhaps could be—
But that will never, ever, grow.

 

 

 

Vertaald door Cristina Hanganu-Bresch

 

 

 

 

Blaga
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

Uit: Letzte Tage, jetzt

 

Später, um Viertel nach drei, duschten Nebil und ic hNachthitze aus unseren verliebt erwärmten Teeniekörpern, siriusgeleitet, während Sonnenwindfeuer, Elfen, Kobolde vor dem Bleiglas-Badfenster tanzten. Danach lagen wir  perlschaumweinsüchtig erschöpft, verschwitzt, im moskitonetzgefälschten
Himmelbett. Über uns funkelten angeklebte Plastiksterne mit Phosphorschimmer.
Inzwischen geht alles vorbei, im Junimond. Wenn Mond ist und keine Regenwolken  durch die kühlkalten Nächte ziehen und unsere Sternenbilder verhängen,wenn Schauer schon morgens auf das Giebeldach schlagen und Wasser durch die Holzdecke in unsere Zimmer tropft, von Ziegeln gewaschenen Ruß übereilig aufgestellte Suppenterrinen, Putzeimer, Bonbonnieren spült.
Wir verleben (abschließend) Tage, die wie ein Schlüssellochbild an uns vorüber nebeln. João Gilberto singt "The Girl from Ipanema". Während sporadischer Off-Theater-Besuche wird deutlich, daß ein zeitgeistiges  Bühnenkreischen ehe rEdvard-Munch-Pop sein will (im Gegensatz zu  klassischen Pornographiefilmschreien). - Wenn wir uns streiten, werde ich Großstadt-Actrice und imitiere moderne René-Pollesch-Szenen.“

 

 

 

 

jandrees
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007 en ook mijn blog van 9 mei 2008.

 

 

The Gentle Snorer

When summer came, we locked up our lives and fled
to the woods in Maine, and pulled up over our heads
a comforter filled with batts of piney dark,
tied with crickets' chirretings and the bork
of frogs; we hid in a sleep of strangeness from
the human humdrum.

A pleasant noise the unordered world makes wove
around us. Burrowed, we heard the scud of waves,
wrack of bending branch, or plop of a fish
on his heavy home; the little beasts rummaged the brush.
We dimmed to silence, slipped from the angry pull
of wishes and will.

And then we had a three-week cabin guest
who snored; he broke the wilderness of our rest.
As all night long he sipped the succulent air,
that rhythm we shared made visible to the ear
a rich refreshment of the blood. We fed in
unison with him.

A sound we dreamed and woke to, over the snuff
of wind, not loud enough to scare off the roof
the early morning chipmunks. Under our skins
we heard, as after disease, the bright, thin
tick of our time. Sleeping, he mentioned death
and celebrated breath.

He went back home. The water flapped the shore.
A thousand bugs drilled at the darkness. Over
the lake a loon howled. Nothing spoke up for us,
salvagers always of what we have always lost;
and we thought what the night needed was more of man,
he left us so partisan.

 

 

 

 

 

VanDuyn
Mona Van Duyn (Waterloo, 9 mei 1921)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Uit: Kokain (Vertaald door Maria Gagliardi)

 

Von der Knabenzeit an haben sie mir Benehmen beigebracht. Benehmen ist nichts anderes als lügen. So tun als wüssten wir von einer Sache nichts, weil es einem andern peinlich wäre, wenn wir etwas darüber wüssten; einer Person zulächeln, der wir am liebsten ins Gesicht spucken möchten; danke sagen, wenn wir 'hol dich der Henker' sagen möchten. Ein paar Jahre später habe ich mich gegen die Erziehung aufgelehnt und habe die Flagge der Aufrichtigkeit gehisst. Wieder später habe ich erkannt, dass die Aufrichtigkeit mir nur zum Schaden gereichte. Und so bin ich wieder zum Lügen zurückgekehrt."

 

 

 

pitigrilli
Pitigrilli (9 mei 1893 – 8 mei 1975)

 

 

 

 

 

De Egyptische schrijver Gamal al-Ghitani werd geboren op 9 mei 1945 in Guhaina, maar groeide op in Caïro. Na zijn opleiding tot tapijtontwerper werkte hij als zodanig. Vanaf 1968 begon hij een loopbaan als journalist. Sindsdien publiceerde hij ook talrijke verhalen en romans. Ook was hij chef van de kunstredactie bij het dagblad al-Achbar. In zijn werk bekritiseert hij de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in Egypte sinds de opening naar het westen.

 

 

Uit: Das Buch der Schicksale (Vertaald door Doris Kilias)

 

"Er und in einem Hotel arbeiten? Hätte man ihm diese Frage als Student gestellt, wäre ein verächtlicher Blick die Antwort gewesen. Er war Jahrgang 1956, und als während der Sueskrise die Dreieraggression auf die Stadt Port Said stattfand, die in jener, nunmehr in Vergessenheit geratenen Zeit die 'Ewige' oder 'Standhafte' genannt wurde, da ruhte er, unser junger Mann, noch drei Wochen im Mutterleib, bevor er ins Leben eintreten durfte. Seine Mutter konnte sich noch gut an diese Zeit erinnern. Ihr Mann verbrachte aufgrund des Ausnahmezustands die Nächte im Büro, und so war sie allein mit dem Glück, das Kind zu spüren. Es drehte und streckte sich, gerade so, als strebte es danach, vorzeitig das Licht der Welt zu erblicken. In jenen Nächten, in denen Ausgangssperre verhängt worden war, saß sie aufrecht im Bett, den Rücken an ein Kissen gelehnt, und fragte sich, was es wohl werden würde: ein Junge oder ein Mädchen?" ...”

 

 

 

gamal_alghitani
Gamal al-Ghitani (Guhaina, 9 mei 1945)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920.

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren.

 

 

09-05-08

Alan Bennett, Leopold Andrian, Bulat Okudzhava, Lucian Blaga, Jan Drees, Mona Van Duyn, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli


De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Uit: The Clothes They Stood Up In

 

“The Ransomes had been burgled. "Robbed," Mrs. Ransome said. "Burgled," Mr. Ransome corrected. Premises were burgled; persons were robbed. Mr. Ransome was a solicitor by profession and thought words mattered. Though "burgled" was the wrong word too. Burglars select; they pick; they remove one item and ignore others. There is a limit to what burglars can take: they seldom take easy chairs, for example, and even more seldom settees. These burglars did. They took everything.

The Ransomes had been to the opera, to Così fan tutte (or Così as Mrs. Ransome had learned to call it). Mozart played an important part in their marriage. They had no children and but for Mozart would probably have split up years ago. Mr. Ransome always took a bath when he came home from work and then he had his supper. After supper he took another bath, this time in Mozart. He wallowed in Mozart; he luxuriated in him; he let the little Viennese soak away all the dirt and disgustingness he had had to sit through in his office all day. On this particular evening he had been to the public baths, Covent Garden, where their seats were immediately behind the Home Secretary. He too was taking a bath and washing away the cares of his day, cares, if only in the form of a statistic, that were about to include the Ransomes.

On a normal evening, though, Mr. Ransome shared his bath with no one, Mozart coming personalized via his headphones and a stack of complex and finely balanced stereo equipment that Mrs. Ransome was never allowed to touch. She blamed the stereo for the burglary as that was what the robbers were probably after in the first place. The theft of stereos is common; the theft of fitted carpets is not.”

 

 

 

Bennett
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Uit: Le Jardin de la connaissance (Der Garten der Erkenntnis, vertaald door Jean-Yves Masson)

 

Quand Erwin vint à Vienne, il avait dix-sept ans ; peu de temps après son arrivée, il retourna au collège religieux. À cette occasion, de nombreux anciens camarades lui promirent de venir lui rendre visite à Noël. Il se réjouissait de cette perspective, et particulièrement de l’idée de revoir Lato, mais il attendait en même temps avec impatience la visite d’un nouveau venu au collège, dont il venait seulement de faire la connaissance ; c’était un garçon fort laid, avec de grands yeux, qui travaillait mal, et qui, parce qu’il n’était pas riche, voulait devenir officier afin de parvenir au service d’un archiduc.
     Erwin rendit souvent visite à ses anciens camarades pendant les premiers mois, mais, peu à peu, il les oublia et n’aima plus que Vienne. Il aimait les grands palais baroques dans les ruelles étroites, et les inscriptions tonitruantes gravées au fronton de nos monuments, et le pas des chevaux quand ils vont à l’espagnole, et les uniformes des gardes, et la cour de la résidence impériale, les jours d’hiver, quand une musique de parade bruyante passe au travers de la foule et réchauffe et détend les corps engourdis des badauds ; et il aimait aussi les grandes fêtes que tout le monde célèbre, en particulier la Fête-Dieu, le jour où le corps glorifié de Notre Seigneur et Sauveur Jésus-Christ vient à nous, nimbé d’un éclat et porté par une allégresse qui n’ont rien à envier aux jours solennels de jadis où l’empereur Charles VI, revenu d’une tournée sur ses terres d’Espagne, faisait son entrée dans Vienne, sa résidence et la capitale de son empire.
     À Erwin plaisaient aussi les étalages des magasins, le drap d’une seule couleur destiné à couvrir les voitures, la batiste sombre des mouchoirs au milieu des étoffes de soie de couleurs vives ; lui plaisaient aussi les quadriges de chevaux au pelage noir comme le jais, quand ils passaient au milieu des massifs de roses du Prater ; il aimait que les cochers fussent élégants ; et il aimait que ses amis fussent élégants, et ce qui lui plaisait dans l’élégance de ses amis, c’était que leur vie fût comme une ligne négligemment tracée, mais plus encore, qu’ils fussent parfois capables d’aller danser toute la nuit dans un bal de village, qu’un mot suffît à les rendre joyeux, à moins que ce ne fût la simple pensée qu’ils étaient Viennois et qu’à Vienne, même les orgues de barbarie dans les rues jouaient juste. Il lui semblait que l’art de vivre viennois avait le charme gracieux et toujours plus attirant d’une lampe dont on doute si elle émet deux couleurs qui se mêlent continuellement, ou s’il ne s’agit que du chatoiement d’une seule et même couleur qui se déploie selon toutes ses nuances. »

 

 

 

 

andrian
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

 

A WORD OF ADVICE TO MY FRIENDS

 

Let's exclaim, admire each other.
We don't have to fear high-flown words.
Let's compliment each other-
surely these are the happy moments of love.

 

Let's grieve and cry openly
now together, now separately, now in turn.
We don't have to pay attention to gossip-
since sadness always goes along with love.

 

Lets' catch each others's meaning at once,
so that having made one mistake, we won't make any more.
Let's live, indulging each other in everything-
especially since life is so short.

 

 

 

 

TIME PASSES

 

Time passes, whether you joke or don't joke,
like an ocean wave - it will sweep us away.
But wait, that's all in the future,
let me breathe Moscow in for a while.

 

Do you see that house with all the lights on,
my friends want me there alive and well.
Don't hurry, Time, where would they be without me -
how could one not think of this?

 

Let me quench my thirst with blue water,
for now hold back weariness and tears.
Be patient, I'll settle accounts with you, -
I won't be your debtor forever.

 

 

 

 

 

 

Okudjava
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

 

 

 

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

 

Psalm

Always grief to me have been your concealed solitude
But God, what was I to do?
I played with you as a child and
Let imagination take you to pieces like a toy.
Then the untamed grew stronger within,
my songs died away,
and without ever having felt you close
I lost you for ever
in dust, in fire, in air, and on waters.

 

From sunrise to sunset
I am all clay and suffering.
You have confined yourself in the sky as in a coffin.
Oh, weren't you a closer kin to death
than you are to life,
you would speak to me. Right from where you are,
within the earth or within the tale- you would speak to me.

 

Show yourself among the thorns here, God,
so that I should know what you want of me.
Shall I catch in the air the poisoned spear
thrown by the other from the depths to wound you beneath your wings?
Or there is nothing that you want of me?
You are the mute, still identity
(a round itself is a),
and you ask for nothing. Not even for my prayers.

 

Look, the stars are coming into the world
along with my questioning sorrows.
Look, it is night with no windows outside.
What am I going to do from now on, God?
In you I take off my mortal flesh. I take it off
as if it were a coat left on the way.

 

Vertaald door Liliana Mihalachi

 

 

 

LucianBlaga

Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Uit: Enduring Freedom

 

Ich glaube nicht mehr an uns. Es geht mir (jetzt, bloß) darum, ein Leben zu bekommen, irgendeines. Ich will vergessen und wünsche mir, dass alles ein bisschen wie früher wird, dass alles wie früher werden kann:
Wie damals, als es anfing, mit Jörn, der mich jeden Tag nach den Uni-Seminaren in den Arm nahm und leidenschaftlich auf den Mund küsste. Im April, Mai, Juni.
In diesem Sommer verbrachten wir späte Abende an einem Baggersee, badeten nackt in dem sich leicht abkühlenden Wasser und blieben am schmalen Stadtstrand liegen, bis es nicht mehr kühler werden konnte. „Es sind immer noch dreiundzwanzig Grad“,
rief ich begeistert zu Jörn hinauf, der im Nacht dämmernden Schatten lag und mich beschützte. – Meine Erinnerung darüber ist an Picknicks und späte Mücken, die sich auf unsere rostbraune Haut setzten, kleine Feuerpunkte hinterließen.
Wir tranken Kühlmanschetten gekühlten Discount – Prosecco zu Erdbeeren, in die man greifen konnte, um klebrig zu werden, tauchten unter Mondlicht beschienenen Flusenalgen und fanden ein Wind, Sicht und Brennnessel geschütztes Dunkelwaldfleckchen, auf dem mit Süßwasser perlender Haut gemeinsam kitschige
Plejadennebel betrachten war. Manchmal gab es Glühwürmchen auf dem Heimweg zwischen Ginster.

Beim Türken kauften wir Melonenviertel oder in verschiedenen schattig-kühlen Buchgeschäften Südfruchtprosa, die wie Kandis schmeckte. Die beim Lesen schmolz als wäre sie Himbeereis: Es begann, mir zu gefallen. Es fing an, dass ich genauso schreiben wollte, als dufte das Papier wie eine Kinopopcorn-Tüte.
Wir waren jung und flüsterten nachts auf Jörns Balkon über Zitronenkerzen hinweg. Oder beobachteten irritiert glücklich: sirrende Fledermäuse, die aus Altbaufirsten in den Laubenhof kreisten und duschten später um viertel nach drei oder lagen erschöpft, verschwitzt im Moskitonetz gefälschten Himmelsbett. Über uns funkelten angeklebte Plastiksterne mit Phosphorschimmer.“

 

 

 

 

DREES
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zie ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

Three Valentines to the Wide World

I

The child disturbs our view. Tow-head bent, she
stands on one leg and folds up the other. She is listening
to the sound of her fingernail on a scab on her knee.
If I were her mother I would think right now of the chastening
that ridiculous arrangement of bones and bumps must go through,
and that big ear too, till they learn what to do and hear.
People don't perch like something seen in a zoo
or in tropical sections of Florida. They'll have to buy her
a cheap violin if she wants to make scraping noises.
She is eight years old. What in the world could she wear
that would cover her hinges and disproportions? Her face is
pointed and blank, the brows as light as the hair.

"Mother, is love God's hobby?" At eight you don't even
look up from your scab when you ask it. A kid's squeak,
is that a fit instrument for such a question?
Eight times the seasons turned and cold snow tricked
the earth to death, and still she hasn't noticed.
Her friend has a mean Dad, a milkman always kicks
at the dog, but by some childish hocus-pocus
she blinks them away. She counts ten and sucks in her cheeks
and the globe moves under the green thumb of an Amateur,
the morning yelp, the crying at recess are gone.
In the freeness of time He gardens, and to His leisure
old stems entrust new leaves all winter long.

Hating is hard work, and the uncaring thought is hard;
but loving is easy, love is that lovely play
that makes us and keeps us? No one answers you. Such absurd
charity of the imagination has shamed us, Emily.
I remember now. Legs shoved you up, you couldn't tell
where the next tooth would fall out or grow in, or what
your own nose would look like next year. Anything was possible.
Then it slowed down, and you had to keep what you got.
When this child's body stretches to the grace of her notion,
and she's tamed and curled, may she be free enough to bring
mind and heart to that serious recreation
where anything is still possible--or almost anything.

 

 

 

 

vanduyn184
Mona Van Duyn (Waterloo, 9 mei 1921)

 

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 mei 2007.

 

De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920.

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee geboren.

 

De Italiaanse schrijver Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893.

 

09-05-07

Richard Adams, Leopold Andrian, Alan Bennett, Bulat Okudzhava, James Barrie, Lucian Blaga, Jan Drees, Pitigrilli, Mona Van Duyn


De Engelse schrijver Richard Adams werd geboren in Newbury op 9 mei 1920. Hij studeerde geschiedenis in Oxford. Vervolgens was hij voor lange tijd ambtenaar. Op latere leeftijd besloot hij een verhaal, dat hij zijn kinderen tijdens een lange autorit naar een Shakespeare-voorstelling was begonnen te vertellen, op schrift te zetten. Het boek, Waterschapsheuvel, werd een succes en luidde daarmee het einde van zijn overheidsbaan en het begin van een succesvolle schrijverscarrière in.

 

Uit  Watership Down

 

“The primroses were over. Toward the edge of the wood, where the ground became open and sloped down to an old fence and a brambly ditch beyond, only a few fading patches of pale yellow still showed among the dog's mercury and the oak-tree roots. On the other side of the fence, the upper part of the field was full of rabbit holes. In places the grass was gone altogether and everywhere there were clusters of dry droppings, through which nothing but the ragwort would grow. A hundred yards away, at the bottom of the slope, ran the brook, no more than three feet wide, half choked with kingcups, watercress and blue brooklime. The cart track crossed by a brick culvert and climbed the opposite slope to a five-barred gate in the thorn hedge. The gate led into the lane.

The May sunset was red in clouds, and there was still half an hour to twilight. The dry slope was dotted with rabbits -- some nibbling at the thin grass near their holes, others pushing further down to look for dandelions or perhaps a cowslip that the rest had missed. Here and there one sat upright on an ant heap and looked about, with ears erect and nose in the wind. But a blackbird, singing undisturbed on the outskirts of the wood, showed that there was nothing alarming there, and in theother direction, along the brook, all was plain to be seen, empty and quiet. The warren was at peace.”

 

 

Richard_Adams
Richard Adams (Newbury, 9 mei 1920)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en diplomaat Leopold Andrian (eig. Leopold Freiherr Ferdinand von Andrian zu Werburg) werd op 9 mei 1875 in Berlijn geboren. Hij was een kleinzoon van de componist Giacomo Meyerbeer. Andrian studeerde rechten, geschiedenis, filosofie en germanistiek. Zijn werk werd door bemiddeling van Hugo von Hofmannsthal sinds 1893 in Stefan Georges Blättern für die Kunst gepubliceerd. In 1895 verscheen de lyrische sprookjesvertelling "Der Garten der Erkenntnis", die in 1919 onder de oorspronkelijke titel Das Fest der Jugend  een derde oplage haalde. Tussen 1899 en 1918 was Andrian in diplomatieke dienst in Rio de Janeiro, Sint Petersburg, Athene en Warschau. Daarna had hij nog aanstellingen aan het Weense Hoftheater en het Burgtheater. Na de ondergang van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije trok hij zich steeds meer terug uit het openbare leven. In 1938 emigreerde hij naar Brazilië.

 

Ich lieb Dich nicht, wie ich Dich einst geliebt

 

Ich lieb Dich nicht, wie ich Dich einst geliebt
Zu jener Zeit, die nah und fern
Ich liebe Dich gleich der gnadenreichen Blume
Gleich einem leuchtend süssen Meeresstern

 

Ich liebe deinen körperlosen Leib

Aus Rosenduft und Mondenglanz verwoben

Den Du mit deines Geisters Zauberkraft

Von Venus zur Madonna hast erhoben

 

Ich lieb in Dir das Bild der eignen Seele

Die ich so seltsam einst Dir eingehaucht

Und die Du frei von jeder Fehle

Ins tiefste Meer der Schönheit eingetaucht

 

Ich liebe Dich weil Du die Ruhe bist

Zu der die Nerven schmerzlich süss vibriren

Und die heissen, blauumringten Augen jener Fraun

Auf immerdar für mich den Reiz verlieren

 

Den wenn Dein lichtdurchzognes Schattenbild

Das sich im Traum mir oftmals zeigte,

Sich wie zu einem mystischen Kuss

Zu meiner bleichen Stirn neigte,

 

Dann ist der Schrei nach Lust in mir verstummt

Es flohen Unruh Hast und Nervenqualen

Wenn voll magnetischer Gewallt

Die dunkelblauen Anemonen strahlen.

 

 

 

ANDRIAN_L
Leopold Andrian (9 mei 1875 – 19 november 1951)

 

De Britse schrijver en acteur Alan Bennett werd geboren op 9 mei 1934 in Armley in Leeds, Yorkshire. Zijn eerste stuk, Forty Years On, werd geproduceerd in 1968. Veel televisiespelen, hoorspelen en toneelstukken volgden,. Hij schreef eveneens korte verhalen, filmscripts, novellen en nonfictie. Bovendien trad hij vaak op als acteur.

 

Uit: Kafka's Dick

 

Max Brod and Franz Kafka somehow turn up at the Leeds, UK home of Sydney, an insurance agent and Kafka scholar, and his wife Linda.  Brod and Sydney try to hide the fact that Kafka is now world famous and not reduced to ashes as he wished by hiding his books.  When they leave the room for a moment, Kafka finds out the truth.
 

        (KAFKA is alone on the stage.  He picks up the Penguin and looks at it idly.  Then less idly.  He reads aloud the first sentence:)
KAFKA:  "Somebody must have been telling lies about Joseph K because one fine morning he was arrested..."  (Turns the book over to look at the title.  There is a moment of shocked silence, then he shouts:) MAX!
        (Nobody comes.  KAFKA rushes off the stage and comes back with some of the books taken out of the bookshelf, looking at them and throwing them down as he comes.) 
Kafka!  Kafka!  Novels, stories, letters. 
Everything.  MAX!
        (BROD creeps on to the stage.)
BROD:  (Faintly)  Sorry.
KAFKA:  Sorry?  SORRY?  Max.  You publish everything I ever wrote and you're sorry!  I trusted you.
BROD:  You exaggerated.  You always did.
KAFKA:  So, I say burn them, what do you think I mean, warm them?
BROD:  I thought it was just false modesty.
KAFKA:  All modesty is false, otherwise it's not modesty.  There must be every word here that I've ever written.
LINDA:  (Coming in)  What did he do?
KAFKA:  It's not what he did.  (Indicating the books)  It's what he didn't do.  This is what he did.
        (SYDNEY comes in with a further pile of books.)
        Did I write these too?  Oh my God!
SYDNEY:  No.  These are some of the books about you.  Only a few.  I believe the Library of Congress catalogue lists some fifteen thousand.
KAFKA:  Max.  What have you done to me?
BROD:  Ask not what I've done to you, but what you've done for humanity.  You, who never knew you were a great man, now rank with Flaubert, Tolstoy and Dostoevsky, called fellow by the greatest names in literature.  As Shakespeare spoke for mankind on the threshold of the modern world you speak mankind's farewell in the authentic voice of the twentieth century.
KAFKA:  (In a small, awe-stricken voice)  Shit.

 

 

 

bennettalan
Alan Bennett (Armley, 9 mei 1934)

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Hij was de schrijver van rond de 200 liederen, gedichten, die hij zelf op muziek zette. Zijn songs zijn een mengeling van Russische, dichterlijke en volkslied tradities en de Franse traditie van het chanson.

 

 

GEORGIAN SONG
To M. Kvilividze


I shall bury a grape stone in the warm fertile soil by my house,
and I’ll kiss the vine twig and gather sweet grapes, my reward,
and I’ll call all my friends to the feast, and love in my heart I will rouse...
Otherwise, what’s the purpose of living in this lasting world?


Dear guests, come to table, I extend you my kind invitation,
tell me straight in my face the opinion of me that you hold,
God almighty will send me forgiveness for my transgression.
Otherwise, what’s the purpose of living in this lasting world?


Dressed in purple, my charming Dali for me will be singing,
dressed in black, I’ll sit bending my head without saying a word,
I’ll be listening enchanted and I’ll die from deep love and sad feeling...
Otherwise, what’s the purpose of living in this lasting world?


When the sunset starts swirling and searching the corners around,
May the images float, as if real, again, may them swirl
right in front of my eyes: a blue ox, a white eagle, a trout...
Otherwise, what’s the purpose of living at all in this world?

 

 

 

FRANCOIS VILLON’S PRAYER

 

While the world is still turning, and while the daylight is broad,
Oh Lord, pray, please give everyone what he or she hasn’t got.
Give the timid a horse to ride, give the wise a bright head,
Give the fortunate money and about me don’t forget.


While the world is still turning, Lord, You are omnipotent,
Let those striving for power wield it to their heart's content.
Give a break to the generous, at least for a day or two,
Pray, give Cain repentance, and remember me, too.


I know You are almighty, and I believe You are wise
Like a soldier killed in a battle believes he’s in paradise.
Like every eared creature believes, oh, my Lord, in You,
Like we believe, doing something, not knowing what we do.


Oh Lord, oh my sweet Lord, my blue eyed Lord, You’re good!
While the world is still turning, wondering, why it should,
While it has got sufficient fire and time, as You see,
Give each a little of something and remember about me!

 

 

Vertaald door Alec Vagapov

 

 

OKUDZHAVA
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)

 

De Schotse schrijver James Barrie werd op 9 mei 1860 in Kirriemuir nabij Dundee als negende kind in een gezin van tien geboren. Toen zijn oudere broer David aan hersenvliesontsteking overleed, zocht Barrie troost in de wereld van de verbeelding en ontwikkelde hij op jeugdige leeftijd zijn voorliefde voor het toneel. Al kenden veel van zijn toneelstukken succes, toch zal men hem vooral herinneren omwille van Peter Pan. Hij schreef de toneelstukken: Quality Street, What every woman knows en The Admirable Creighton. Hij kreeg de titel Sir James Barrie.

Uit: The Adventures of Peter Pan

“All children, except one, grow up. They soon know that they will grow up, and the way Wendy knew was this. One day when she was two years old she was playing in a garden, and she plucked another flower and ran with it to her mother. I suppose she must have looked rather delightful, for Mrs. Darling put her hand to her heart and cried, "Oh, why can't you remain like this for ever!" This was all that passed between them on the subject, but henceforth Wendy knew that she must grow up. You always know after you are two. Two is the beginning of the end.

Of course they lived at 14 [their house number on their street], and until Wendy came her mother was the chief one. She was a lovely lady, with a romantic mind and such a sweet mocking mouth. Her romantic mind was like the tiny boxes, one within the other, that come from the puzzling East, however many you discover there is always one more; and her sweet mocking mouth had one kiss on it that Wendy could never get, though there is was, perfectly conspicuous in the right-hand corner.”

 

Barrie
James Barrie (9 mei 1860 – 19 juni 1937)

 

De Roemeense dichter, schrijver en filosoof Lucian Blaga werd geboren op 9 mei 1895 in Lancrăm, bij Alba Iulia. Blaga studeerde theologie in Sibiu (Hermannstad) en filosofie in Wenen. Hij was een vooraanstaande en leidende figuur in de Roemeense cultuur van het interbellum.

 

Pan

 

Shrouded in withered leaves, Pan lies on a crag,

blind and ancient.

His eyelids are granite,

in vain, he tries to blink,

but his eyes have closed like snails for the winter.

Warm dew drops trickle over his lips:

one

two,

three.

Nature is watering her god.

 

Oh, Pan!

I watch him stretch his hand, catch a twig

and, with soft strokes,

feel its buds.

 

A lamb slips closer through the bush.

The blind man hears it and smiles,

for Pan has no greater joy

than gently catching the little heads of lambs between his palms

and seeking their young horns under woolly buttons.

 

Silence.

 

Around him, the dozing caverns yawn

and the yawn steals into him.

He stretches and tells himself:

"The dew drops are big and warm

little horns are sprouting

and the buds are full.

 

Could it be spring?"

 

 

Blaga2
Lucian Blaga (9 mei 1895 – 6 mei 1961)

 

De Duitse schrijver Jan Drees werd geboren op 9 mei 1979 in Haan. Hij behoort tot de jongere generatie Duitse schrijvers en vertellers. In 2000 verscheen zijn debuutroman Staring at the Sun. Drees schrijft coumnist voor de Westdeutschen Zeitung en schrijft ook voor Blond, Zeit-Online en Bücher (Magazin). Zijn verhalen werden opgenomen in diverse bloemlezingen. Sinds 2004 studeert hij media- en communicatiewetenschappen in Düsseldorf.

 

Uit: Letzte Tage, jetzt (2006)

 

„Unspektakuläre Viertelstunden im folgenden.Wie abgeschaltete Leuchtreklamen, diffus. Zwischen uns existierte jetzt, neben einem Telefonat, auch die Umarmung, als Bestätigung, doch gingen wir neben- noch nicht ineinander verschlungen durch die Innenstadt. Promotermädchen am Video-Shop-Stand sprachen uns, sprachen Nebil an, bemerkten nicht, daß wir nur mit einem durchsichtigen Blick antworten konnten. Es war ein Blick, der sich eigentlich zum anderen wendete, und Nebil dachte bloß: »Das kann doch nicht so einfach sein, also in den Zug steigen und dann so ein Mädchen treffen.« Und ich ahnte auch: »Das kann niemals so einfach sein.«
Wir kauften Gemüse, Tomaten, Lauchzwiebeln, Hühnerbrust am Marktstand. »Ich koche«, sagte Nebil, Geldscheine über Salatauslagen reichend. »Es gefällt mir nicht,wenn du immer zahlst«, sagte ich, später. Gehetzt wirkende Mütter zogen quengelnde Kinder hinter sich her, mit »Nein, du nimmst das jetzt nicht«- Ermahnungen. Alte, suchende Damen langten mit braunen Handschuhen und Greifengriff in Bauernwaren aus der umliegenden Provinz. Eigentlich nahm ich das alles nicht wirklich wahr, eigentlich spürte ich nur die Müdigkeit vergangener Nacht. Dennoch, obwohl mein Gefühl diffus erschien, dennoch bleiben diese ersten,warmen Bilder, niemals auszulöschen.“

 

 

Drees
Jan Drees (Haan, 9 mei 1979)

 

De Italiaanse schrijver Pitigrilli (pseudoniem voor Dino Serge) werd geboren te Turijn op 9 mei 1893, gestorven in 1975 was een Italiaans schrijver. Een enkele keer gebruikte hij ook het pseudoniem Mathesis. Cocaïne (1920) is zijn bekendste boek.Pitigrillis moeder kwam uit een apothekersfamilie. Zijn vader was ambtenaar in het leger. Na een rechtenstudie werd Pitigrilli in eerste instantie zelf journalist en redacteur. Zijn bekendste boeken schreef hij in de jaren dat hij in Parijs werkte. Hij richtte het tijdschrift Le Grandi Firme op in 1924. Wegens de voor die tijd erg expliciete scènes over drugs en seks werden zijn boeken nogal spraakmakend gevonden.

 

Uit: Ein Mensch jagt nach Liebe  (I vegetariani dell'amore)

 

„Es ist kein Wahnsinn ein Monatsgehalt für eine Frau auszugeben und ihr noch nicht einmal dabei einen Kuß zu geben. Denke doch daran, was sie alles für uns tun. Denk an die Grazie, die sie verbreiten, an das Parfum, das sie umgibt, an ihre unaufhörliche Suche nach neuen Reizen, an die Stimme, die sie ausbilden, an ihre Elektrizität, die sie ausstrahlen. Das, was sie sich ausdenken, um zu gefallen, geschieht nicht dir und mir zu Ehren, sondern für die Männer im allgemeinen. Ich finde es nur gerecht, dass jeder von uns ja nach seinen Mitteln zu den Spesen beiträgt“.

 


PITGRILLI
Pitigrilli (9 mei 1893 – 8 mei 1975)

 

De Amerikaanse dichteres Mona Van Duyn werd geboren op 9 mei 1921 in Waterloo, Iowa. Zij kreeg zowat elke belangrijke literaire prijs in de VS, waaronder de National Book Award for Poetry voor To See, To Take (1971), the Bollingen Prize (1971), the Ruth Lilly Poetry Prize (1989), and the Pulitzer Prize voor Poetry for Near Changes (1991). Zij was de U.S. poet laureate tussen 1992 and 1993.

 

Letters from a Father

 

Ulcerated tooth keeps me awake, there is
such pain, would have to go to the hospital to have
it pulled or would bleed to death from the blood thinners,
but can't leave Mother, she falls and forgets her salve
and her tranquilizers, her ankles swell so and her bowels
are so bad, she almost had a stoppage and sometimes
what she passes is green as grass.There are big holes
in my thigh where my leg brace buckles the size of dimes.
My head pounds from the high pressure.It is awful
not to be able to get out, and I fell in the bathroom
and the girl could hardly get me up at all.
Sure thought my back was broken, it will be next time.
Prostate is bad and heart has given out,
feel bloated after supper. Have made my peace
because am just plain done for and have no doubt
that the Lord will come any day with my release.
You say you enjoy your feeder, I don't see why
you want to spend good money on grain for birds
and you say you have a hundred sparrows, I'd buy
poison and get rid of their diseases and turds.

 

 

Earth Tremors Felt in Missouri

 

The quake last night was nothing personal,
you told me this morning. I think one always wonders,
unless, of course, something is visible: tremors
that take us, private and willy-nilly, are usual.

But the earth said last night that what I feel,
you feel; what secretly moves you, moves me.
One small, sensuous catastrophe
makes inklings letters, spelled in a worldly tremble.

The earth, with others on it, turns in its course
as we turn toward each other, less than ourselves, gross,
mindless, more than we were. Pebbles, we swell
to planets, nearing the universal roll,
in our conceit even comprehending the sun,
whose bright ordeal leaves cool men woebegone.

 

 

 

VanDuyn
Mona Van Duyn (Waterloo, 9 mei 1921)