Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen, Jacques Presser


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: Geronimo (Vertaald door Hanni Ehlers)

„Usama bin Laden lebte fünf Jahre lang hinter den Mauern seines Verstecks, lautet die offizielle Geschichte.
Das ist unrichtig. Er ist nachts regelmäßig ins Freie gegangen.
Auch am frühen Morgen des 11.September 2010 – acht Monate vor Operation Neptune Spear - schlüpfte er aus seinem Haus und fuhr das Moped aus dem Lagerraum. Wie üblich steuerte er ein Lebensmittelgeschäft an, das nie die Türen schloss.
ln Abbottabad, Pakistan, war es Viertel nach zwei in der Nacht, und JBL - so die vom amerikanischen Geheimdienst für ihn benutzre Abkürzung, die seine jüngste Braut, Amal, ihm auch manchmal hcrausfordcrnd ins Ohr flüstcrte: »UBL, mein Scheich, kommst du?« - war ein glücklicher Mensch.
Jetzt bloß keine übereilten Schritte tun, sagte er sich.
Er durfte sich nicht von dem wunderbaren Gedanken verleiten lassen, dass er morgen schon erreichen konnte, worauf er dreißig Jahre lang hingearbeitet hatte; länger noch, eigentlich sein ganzes Leben lang, seit er das Licht der Welt erblickt hatte. Das Blatt würde sich wenden. Geduld, dachte er, Geduld. Es wäre dumm, wenn er seinen Trumpf nach Jahren der Isolation und der Rückschläge nun Hals über Kopf ausspielen würde. Mit dem, was er jetzt wusste, war er in der Lage, seine Gegner schachmatt zu setzen.
Allah belohnte seinen Glauben und seine Demut. Ihm war eine Waffe geschenkt worden, vor der sich niemand schützen konnte.
UBL hätte seine Freude am liebsten laut herausgeschrien und den stillen Straßen und schlafenden Häusern zugerufen: Ich weiß es, ich weiß es, ich habe es entdeckt, ich weiß, was niemand weiß! Grinsend fuhr er auf seinem klapprigen Moped dahin und dachte: Es ist wahr, um. wird sich die Welt wieder gefügig machen!“


Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...


Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Herman Maas, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm


De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: Black Bazaar (Vertaald door Sarah Ardizzone)

“I told Roger the French-Ivorian I didn’t like sheep and that I had never seen any that colour.
“You mean there aren’t any sheep in your district, over there in the Congo?”
“Well yes, you will find some among the traders in Trois-Cents, but their sheep aren’t even white, they are all black, with patches sometimes, and you can’t go telling credible stories with sheep like that. And another thing, the traders chop them up and sell them as kebabs at night in the streets.”
“Fine, all right then, but in these stories of yours, have you at least got a sea and an old man who goes fishing with a young boy?”
I said no because the sea frightens me especially since, like a lot of people in our country, I went to see Jaws and had to leave The Rex before the end of the film.
Roger the French-Ivorian signalled to Willy for two more Pelforts.
“Fine, all right then,” he went on, “but in these stories of yours, have you at least got an old man who reads love stories in the middle of the bush?”
“Oh no, and anyway how would we get love stories to the heart of the bush? Back home it would be mission impossible, our interior is closed off. There is only one road that goes there, and it dates back to colonial times.”
“You have been independent for nearly half a century and you’re telling me there’s only one road? What the hell have you been doing in all that time? You’ve got to stop blaming those settlers for everything! The Whites cleared off and they left you everything including colonial homes, electricity, a railway, drinking water, a river, an Atlantic Ocean, a seaport, Nivaquine, antiseptic and a town centre!”
“It’s nothing to do with me, it’s our governments who are to blame. If they had at least resurfaced the road the settlers left us, then today your old man could be sent his love stories. But let me tell you, that colonial road is a scandal …”
“What is the matter, eh? Why is it a scandal? Are you against the settlers or what? I say we owe the settlers respect! Me, I’ve had enough of people talking through their hats when those settlers conscientiously got on with their job of delivering us from the darkness and bringing us civilisation. Did they have to do all that, eh? You do realise that they worked like lunatics? There were mosquitoes, devils, sorcerers, cannibals and green mambas, there was sleeping sickness, yellow fever, blue fever, orange fever, rainbow fever and goodness knows what else.”


Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

Lees meer...


Alain Mabanckou, Leon de Winter, George Moore, Erich Loest, Luc Verbeke, Wilhelm Grimm, Friedrich Spielhagen


De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: African Psycho (Vertaald door Christine Schwartz Hartley)

“Still, it's weird: Every time one of my deeds ends in fiasco, something—I don't know what exactly—compels me to think about Angoualima, my idol, and to make for his grave in the cemetery of the Dead-Who-Are-Not-Allowed-to-Sleep in the first hours of the day. There I talk to him, listen to him take me to task, call me an imbecile, an idiot, or a pitiful character. I agree, abandon myself to the fascination he exerts over me, and take these insults as a sign of the affection that only he shows me. Now if only I could convince myself that it is not in my interest to compare myself to him or desperately seek his approval as a master of crime, I might be able to start working with a free spirit. To each his own manner and personality. I certainly have tried to pursue this course. It's not as simple as it seems.
Why take Angoualima as a model and not another of our town's bandits? I finally found an explanation. Actually, when I was just a teenager with skeletal legs, drifting through the sticky streets of the He-Who-Drinks-Water-Is-an-Idiot neighborhood, playing scarfball with other kids my age, I would already hear people talk about Angoualima and would recognize myself in each of his gestures, which the whole country decried. I felt admiration for him. In a certain way he had preceded me in the type of existence I dreamed of for myself. So as not to despair, I persuaded myself that I resembled him, that his destiny and mine had the same arc, and that little by little I would eventually climb each step until my head, shaped like a rectangular brick, deserved a crown of laurels.
I did resemble him. Not in any physical way, but in that he cultivated a taste for solitude and that he hadn't been recognized by his parents either—they abandoned him at a great crossroads of life where the poor child had no idea what path to take.”

Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)


Lees meer...


Leon de Winter, Alain Mabanckou, George Moore, Erich Loest, Jacques Presser, Friedrich Spielhagen


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.

Uit: VSV

“Father Joseph wendde zich tot de bejaarde vrouw. Rond haar benen waren vleeskleurige zwachtels gewikkeld, vocht was erdoorheen gelekt.
‘Ria, ik moet je aan iemand voorstellen.’
De vrouw knikte en keek hulpeloos op. De geestelijke wees op Kohn en zei: ‘Dit is de man die het hart van Jimmy heeft gekregen. Ik heb je over hem verteld. Het hart van Jimmy, je zoon, Jimmy,’ herhaalde hij, ‘deze man heeft zijn hart.’
Alsof hij Kohn al jaren kende, veroorloofde Father Joseph het zich om met een vinger op de zijden stropdas midden op Kohns borstkas te tikken.
Ria bewoog langzaam haar hoofd en probeerde zich te concentreren op de onbekende man.
‘Heeft u Jimmy gekend?’ vroeg ze met zachte stem.
‘Nee,’ antwoordde Kohn.
‘U heeft zijn hart,’ sprak ze toonloos.
‘Ja. Ik heb Jimmy’s hart.’
‘Hij was een heilige,’ zei Ria. ‘Mijn zoon was een heilige. Hij kreeg een gezwel in zijn hoofd. Dat doet God met de mensen die Hij liefheeft. Hij wil ze dicht bij Zijn troon.’ Ze stak zoekende vingers uit, alsof ze niet precies wist waar Kohn stond. Het drong tot hem door dat ze blind was. Diabetes. Hij had gelezen dat veel zwarten eraan leden. Ze had niet gezien dat Father Joseph op Kohns borstkas had getikt. Hij nam haar breekbare hand tussen zijn handen en voelde fijne botjes onder de perkamenten huid.
Ze vroeg: ‘Hoe voelt dat, het hart van een heilige?’
Kohn zocht in haar zwevende ogen naar een antwoord: ‘Een geschenk.’
‘Wat heeft u tot nu toe met uw leven gedaan?’
Kohn keek Father Joseph een moment om raad vragend aan. De geestelijke glimlachte welwillend.”


Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...


Leon de Winter, Alain Mabanckou, August Derleth, Keto von Waberer, Yüksel Pazarkaya


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.


Uit: Het recht op terugkeer


“Hendrikus had er geen last van. Bram bleef op afstand staan en bewonderde het doorzettingsvermogen van het pezige beest. Hendrikus was hardhorend en na een aanval van een verongelijkte bouvier zes jaar geleden aan één oog blind. Volgens de dierenarts was Hendrikus een van de vijf oudste honden van de stad – Jeffrey was de oudste, een krasse zesentwintigjarige kruising tussen een herder en bullterriër, een ongewoon exemplaar aangezien middelgrote honden meestal jonger stierven dan kleine bastaarden als Hendrikus. Elke ochtend legde Hendrikus een vaste tocht af langs de stille monumenten van Duitse zakelijkheid. Het dier volgde de lijn van een rechthoek waarin zich zes woonblokken bevonden, zijn eigen patroon, snuffelend aan lantaarnpalen, de wielen van
afvalcontainers, autobanden, strategisch geplaatste struiken, zo nu en dan een andere ochtendhond.
Bram had de indruk dat er tien jaar geleden veel meer honden waren. Tel Aviv was een arme stad geworden waarin honden alleen gehouden werden door het handjevol rijken dat de stad nog telde. Dus waren de honden die zij onderweg tegenkwamen op leeftijd, net als Hendrikus, bezadigd en moe geblaft. Jonge hondjes waren een zeldzaamheid en de oude werden door liefhebbende bejaarden gekoesterd alsof ze hun eigen kinderen waren.
Ze stonden op de hoek van een straat die haaks op de strandboulevard lag. Aan het einde van de straat, tweehonderd meter verder in de smalle opening tussen de huizen, was een fractie van een seconde een gevechtshelikopter zichtbaar die geruisloos enkele meters boven het zand naar het zuiden schoot, richting Jaffa. Het was een nieuwe generatie met motoren die niet veel meer geluid maakten dan de vleugels van een roofvogel, de Taiwanezen hadden er twintig geleverd. Dragon Wings xr3, heetten ze, en de gelovigen hadden geëist dat ze werden omgedoopt omdat de draak een monster uit een onjoodse Aziatische mythologie was. In de volksmond heetten ze nu Chicken Wings.”



Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Lees meer...


Leon de Winter, Keto von Waberer, August Derleth, Alain Mabanckou, Yüksel Pazarkaya


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook alle tags voor Leon de Winter op dit blog.


Uit: Malibu (Vertaald door Hanni Ehlers)


„Joop buckte sich und zog den rosa Rucksack zu sich heran. Auf dem erleuchteten Display des Handys sah er den Namen seiner Tochter. Er druckte auf die Gesprachstaste.

“Hi, Schatz”, sagte er.

Aber aus dem Apparat kam eine unbekannte Stimme.

“Hier Dr. Hemmings, Cedars-Sinai Medical Center. Spreche ich mit Mr. Koopman?”

Er sagte Kuhpm’n, mit langgezogenem u: und verschlucktem e, wie alle hier.

“Ja, mit dem sprechen Sie”, antwortete Joop verwundert.

“Ich dachte, meine Tochter riefe an. Telefonieren Sie mit deren Handy?”

“Tut mir leid, das ich Sie storen mus”, sagte die Stimme,

“aber sind Sie der Vater von Mirjam Helen Koopman?”

“Ja, der bin ich, wieso fragen Sie… wie war noch Ihr Name?”

“Dr. Hemmings. Ich bin leitender Arzt der Notaufnahme hier im Krankenhaus. Ihre Tochter wurde vor einer halben Stunde eingeliefert. Sie liegt jetzt auf der Intensivstation.

Ich mus Sie bitten… konnen Sie sofort ins Krankenhaus kommen?”

Der Mann faselte wirres Zeug. Ein Irrer, der irgendeine Nummer wahlte und den Leuten einen Mordsschrecken einjagte.

“Wovon reden Sie? Mir ist ja vollig unklar, wovon Sie reden.”

“Ich verstehe Ihre Emp⁄ndungen, aber ein Irrtum ist leider ausgeschlossen. Ihre Tochter Mirjam Koopman ist hier eingeliefert worden. Nach einem schweren Unfall. Es ist wirklich wichtig, das Sie herkommen.”

“Meine Tochter, wie kann denn das sein? Woher wollen Sie wissen, das es meine Tochter ist? Und ich weis ja gar nicht, wer Sie sind, das ist ein befremdliches Gesprach, mus ich sagen.”



Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)


Lees meer...


Leon de Winter, Keto von Waberer, August Derleth, Alain Mabanckou, Yüksel Pazarkaya


De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007. en ook mijn blog van 24 februari 2008 en ook mijn blog van 24 februari 2009 en ook mijn blog van 24 februari 2010.


Uit: God's gym


“‘Ik heb het u al gezegd, dit is Mirjam niet! Ze kan niet bij iemand op de motor hebben gezeten, want ze kent niemand met een motor! Ik vind het erg vervelend voor u, maar ik sta hierbuiten! Mijn dochter is nu in een restaurant op Paradise Cove… Ze is daar aan ’t lunchen met haar vriendinnen! Daar ging ze naartoe! Daar is ze dus nu!’ (…)
Joop vervolgde: ‘Ik, ik, begrijp wel dat haar cellphone tot deze verwarring heeft geleid, maar er moet een einde aan komen. Dit is te erg. Ik wil mijn dochter niet met dergelijke ellende in verband brengen. Zij is het enige wat ik heb. Dat klinkt als een pathetisch cliché, het zij zo. Zij is mijn leven. Daarom… ik ga haar nu bellen, dan kunt u verder met uw werk, en ik ook…’”



“‘Ze moet begraven worden!’ zei hij met zijn sonore grote-mannenstem.
Joop zag zijn lippen en tong bewegen, forse Afrikaanse lippen die elke dag veel voedsel moesten verwerken om dat grote lichaam van brandstof te voorzien. Zijn Mirjam begraven? Hij wilde niets. De tijd moest stollen. Elke verandering kon de stilte doen scheuren.
‘Is jouw zorg niet!’ riep Joop terug. ‘Ga weg hier! Ga weg uit mijn tuin!’
De reus knikte. Maar bleef onverzettelijk staan.
‘Het is voor haar’, zei hij. ‘Ze ligt in een mortuarium op Beverly. Ze moest weg bij Cidars. U reageerde niet. Ik heb haar daarheen laten brengen. Ik heb dat in uw naam gedaan.’
‘Jij mag niks doen!’ brulde Joop. ‘Jij mag je nergens mee bemoeien! Niks mag jij! Ga weg jij!’”




Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)


Lees meer...


Stanislaw Witkiewicz, George Moore, August Derleth, Alain Mabanckou, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Irène Némirovsky

De Poolse schrijver, filosoof, fotograaf en schilder Stanisław Witkiewicz werd geboren in Warschau op  24 februari 1885. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: 622 Abstürze Bungos oder Die dämonische Frau (Vertaald door Friedrich Griese)


"Aber hört einmal" - der Doktor besaß das Privileg, alle mit "ihr" anzureden - "das ist doch klar: Wäre der Druck in Zylinder A größer als in dem Rohr, das wir mit C1 bezeichnet haben, würde Zylinder B1 augenblicklich in die Luft fliegen; wenn natürlich..." "Wie geht's, Bungo?" unterbrach ihn der Fürst. "Doktor, kommt um neun, und der Lektor soll um zehn kommen. " Nachdem der Doktor gegangen war, wechselte der Fürst die Maske. Auf seine Lippen trat langsam ein wollüstiges, komplizenhaftes Grinsen, auch wenn seine Augen weiterhin den Hauch einer gewissen Eifersucht verrieten, gemischt mit Bewunderung und Geringschätzung - ein Ausdruck, den er nie zu bezwingen vermochte, wenn er mit Bungo über die realste Erorberung seines Lebens sprach. "Du hast wieder einen Brief bekommen, Bungolein, zeig her", flüsterte er mit einer dünnen, kindlichen Stimme. Die gekünstelte Süßigkeit des Fürsten hatte etwas Dämonisches. Seine Lippen, die an eine seltsame, frisch aufgeschnittene Frucht erinnerten, zitterten leicht, als Bungo ihm nonchalant den Brief hinwarf, der von einer kraftvollen weiblichen Handschrift bedeckt war. "Donna schreibt mir, daß sie mich wieder liebt und sich nach meinen Lippen sehnt. Sie schreibt außerdem, daß deine Freundschaft ihr nicht vollkommen genügen kann. Doch der Brief verrät ganz deinen Stil. Das Wort 'Wesentlichkeit' kommt mindestens zehnmal vor. Offenbar hast du also 'wesentlichen' Einfluß auf sie." Bungo ließ sich jedes Wort auf der Zunge zergehen und spielte dabei mit der Pravatz-Spritze, die neben Sockenhaltern und Websters Werk Dynamics of Particles auf dem Tisch lag. "Deine perfekte Sorge um ihre Seele (Bungo gab diesem Wort besonderen Nachdruck) ist für sie offensichtlich das Wesentlichste von der Welt, und sie möchte durch mich ein zweites Mal zu Fall kommen, damit du sie anschließend um so höher emporheben kannst. Du solltest ein Haus für gefallene Mädchen gründen und mich zum Generalinspekteur der Schlafräume ernennen", fuhr Bungo spöttisch fort. Doch inzwischen hatte sich der Fürst vollkommen in der Gewalt.




Stanisław Witkiewicz (24 februari 1885 - 18 september 1939)

Portret door Jacek Malczewski, 1897





De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: The Untilled Field (The Clay)


It was a beautiful summer morning, and Rodney was out of his bed at six o'clock. He usually went for a walk before going to his studio, and this morning his walk had been a very pleasant one, for yesterday's work had gone well with him. But as he turned into the mews in which his studio was situated he saw the woman whom he employed to light his fire standing in the middle of the roadway. He had never seen her standing in the middle of the roadway before and his doors wide open, and he instantly divined a misfortune, and thought of the Virgin and Child he had just finished. There was nothing else in his studio that he, cared much about. A few busts, done long ago, and a few sketches;

no work of importance, nothing that he cared about or that could not be replaced if it were broken.

He hastened his steps and he would have run if he had not been ashamed to betray his fears to the char-woman.

"I'm afraid someone has been into the studio last night. The hasp was off the door when I came this morning. Some of the things are broken."

Rodney heard no more. He stood on the threshold looking round the wrecked studio. Three or four casts had been smashed, the floor was covered with broken plaster, and the lay figure was overthrown, Rodney saw none of these things, he only saw that his Virgin and Child was not on the modelling stool, and not seeing it there, he hoped that the group had been stolen, anything were better than that it should have been destroyed. But this is what had happened: the group, now a mere

lump of clay, lay on the floor, and the modelling stand lay beside it.

"I cannot think," said the charwoman, "who has done this. It was a wicked thing to do. Oh, sir, they have broken this beautiful statue that you had in the Exhibition last year," and she picked up the broken fragments of a sleeping girl.

"That doesn't matter," said Rodney. "My group is gone."

"But that, sir, was only in the clay. May I be helping you to pick it up, sir? It is not broken altogether perhaps."




George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)





De Amerikaanse schrijver en uitgever August William Derleth werd geboren op 24 februari 1909 in Sauk City, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: Return to Walden West


We are commonly too remote from the stars and some of us are as isolated in the universe as any star in the limitless spaces outside our own universe; and we hear their very names -- Arcturus, Altair, Antares, Betelgeuse, Rigel, Canopus, Vega, Sirius -- as some unknown language, Greek or Russian or Chinese to one who can barely understand his native tongue. But we are as remote, too, from the forest of the grass and all the multitude s that inhabit it, as from the selvas and savannas in some distant land; and the insect that threads it way among the blades can no more be brought into our own narrow world than the stars can be brought down from overhead. We scarcely know our fellowmen, meeting them as wraiths that pass by dark, though they live in the same world and see the same stars and the same forests and never know the wildernesses inside and out.
For so many of us the stars shine without being seen, our heads are turned so much earthward, toward our feet, and unseeing there; Venus or Jupiter or any other evening or morning star, Arcturus bringing up the spring, Antares a glowing coal in the southern heavens of summer nights, the Hunter striding by aloft, the Great Dog's blue-white eye looking out of the winter sky -- all alike unseen, unknown, and the vast spaces stretching limitlessly away in all directions from the planet, as unrecognized, as unplumbed as the spaces within the confines of the mind.
We are motes inhabiting a slightly larger mote in the incomprehensible vastness, hurtling toward infinity, though we commonly think ourselves gods, blind with vanity, and carrying destruction along our path, unaware of leaf or blade, fur, feather, insect wing.“




August Derleth (24 februari 1909 – 4 juli 1971)





De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: Broken Glass (Vertaald door Helen Stevenson)


'how about you, Broken Glass, how are things with you these days?' the Stubborn Snail asked me a few days ago, not for the first time, 'oh, not too bad' I replied, and he said, seriously, Broken Glass, I think what you need is a bit of affection, you should find yourself a nice girlfriend, get laid once in a while, it would really do you good', 'I don't see the point at my age', I replied, 'I tell you, you need to start over, age is nothing to do with it', 'no, who'd take on a wreck like me, you'd better be kidding, Stubborn Snail', 'I'm not, I'm quite serious, what would you say to Robinette, then, she's a juicy mouthful, don't you think?', he went on, 'my God, not Robinette, she's more than a mouthful for me, I'd never manage to swallow her!' I said, and I started laughing, and we both laughed, I'd just remembered Robinette's last appearance at Credit Gone West, the boss was trying to hitch me up with a real iron lady, I thought he must be joking because Robinette drinks more than I do, she drinks like those barrels of Adelaide wine that the Lebanese sell at the Grand Marche, Robinette drinks and drinks, and never gets drunk, and when she drinks like that she goes to piss behind the bar instead of in the toilets like everyone else, and when she pisses behind the bar she can urinate non-stop for ten minutes, it just flows and flows as though someone had turned on a public fountain, and it's not a trick, it's incredible, but true, men have tried to compete with her at endurance pissing, but have been forced to say farewell to arms, defeated, crushed, wiped out, mocked, rolled in the dust, in cornflour...“





Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)






De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008 en ook mijn blog van 24 februari 2009.


Nur um der Liebenden willen dreht sich der Himmel (Fragment)


So konnte er nicht ahnen, dass Gott, der Große Schöpfer, der ihm den Verstand gab, natürlich auch seine geheimsten Gedanken und Wünsche kannte. Dass er, der Mensch, also das Geschöpf, vor seinem Schöpfer nichts aber auch gar nichts verbergen konnte.
So nahm Gott dem listigen Menschen die Fähigkeit zu fliegen. Und seine Flügel taugten plötzlich nichts mehr. Er sackte auf das Wasser und begann zu versinken und zu ersaufen. Dabei flennte er Gott den Schöpfer an, ihn bitte, bitte nicht ersaufen zu lassen und tat Buße…
Gott sagte:
»Ich gab dir den Verstand nicht für die List, sondern für die Liebe…«
Und Gott der Erbarmer vergab ihm und gab ihm alle Fähigkeiten zu überleben – doch fliegen durfte er nicht mehr.

Das Geschöpf Mensch brauchte nun etwas Festes unter den Füßen. So ließ Gott aus der Gischt der Wasser einen Stern emporsteigen.
Gott hieß den Menschen, eine Handvoll Erde von diesem Stern zu nehmen und sie übers Wasser zu streuen.
Und so machte er es. Er streute die Erde aufs Wasser. Daraus wuchs eine Insel, und der Mensch hatte nun festen Boden unter den Füßen.
Doch das Wesen des Menschen war von Gott bewusst nicht vollkommen geschaffen, damit der Mensch seinen Verstand benutze und sich selbst bilde.
Und in diesem Wesen waren Antipoden zusammengeführt, so auch Ehrlichkeit und Falschheit. Der Verstand – Gott gegeben – hatte die Möglichkeit, zwischen gut und böse zu scheiden und sich zu entscheiden.





Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)





De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: Gute Genossen




Der siebzehnjährige Sven Hippel trainiert seit zwei Jahren in unserem Stützpunkt. Wenn man berücksichtigt, daß er aus dem Flachland - Leipzig - stammt und erst seit dieser Zeit mit dem Bobsport in Berührung gekommen ist, darf man mit seinen Fortschritten zufrieden sein.

Seine körperlichen Voraussetzungen sind ausgezeichnet. In das Kollektiv paßt er sich ein. Den Trainern gegenüber verhält er sich höflich. Eine Übernahme in den A-Kader und damit ins Internat kann im gegenwärtigen Zeitraum nicht ins Auge gefaßt werden, dazu wären Steigerungen notwendig. In jedem Fall halten wir es für angebracht, wenn er vorher seine Lehre als Betonfacharbeiter beendet.

Er stammt aus einer staatsbewußten Familie, beide Elternteile sind Mitglieder der Partei der Arbeiterklasse.

Keine Westverwandtschaft. Seine politisch-ideologische Einstellung ist positiv. Die Leitung des Stützpunktes erkennt in Sven Hippel eine Begabung, die an höchste Aufgaben herangeführt werden kann, wenn in ihm die notwendige Bereitschaft zu maximaler Anstrengung aufrecht erhalten wird.

Oberhof, 4. April 1978”




Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)





De Franstalige schrijfster Irène Némirovsky werd op 24 februari 1903 in Kiev geboren. Zie ook mijn blog van 24 februari 2009.


Uit: Le Bal


„Mme Kampf éclata subitement :

- Ca, par exemple, ça, c'est magnifique, cria-t-elle d'une voix enrouée de colère : cette gamine, cette morveuse, venir au bal, voyez-vous ça !... Attends un peu, je te ferai passer toutes ces idées de grandeur, ma fille... Ah ! Tu crois que tu entreras 'dans le monde' l'année prochaine ? Qu'est-ce qui t'a mis ces idées-là dans la tête ? Apprends, ma petite, que je commence seulement à vivre, moi, tu entends, moi, et que je n'ai pas l'intention de m'embarrasser de sitôt d'une fille à marier... Je ne sais pas ce qui me retient de t'allonger les oreilles pour te changer les idées, continua-t-elle sur le même ton, en faisant un mouvement vers Antoinette.



'Et sans doute, c'est tout des blagues, le bon Dieu, la Vierge, des blagues comme les bons parents des livres et l'âge heureux ...' Ah ! oui, l'âge heureux, quelle blague, hein, quelle blague ! Elle répéta rageusement en mordant ses mains si fort qu'elle les sentit saigner sous ses dents : 'Heureux... heureux...j'aimerais mieux être morte au fond de la terre ...'

L' esclavage, la prison, aux mêmes heures répéter de jour en jour les mêmes gestes... Se lever, s'habiller... les petites robes sombres, les grosses bottines, les bas à côtés, exprès, exprès comme une livrée, pour que personne dans la rue ne suive un instant du regard cette gamine insignifiante qui passe...“




Irène Némirovsky (24 februari 1903 – 17 augustus 1942)



Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn andere twee blogs van vandaag.


Stanislaw Witkiewicz, George Moore, August Derleth, Leon de Winter, Alain Mabanckou, Yüksel Pazarkaya, Erich Loest, Irène Némirovsky


De Poolse schrijver, toneelschrijver, schilder, filosoof en fotograaf Stanislaw Ignacy Witkiewicz werd geboren op 24 februari 1885 in Warschau. Toen Ignacy zes jaar oud was begon hij piano te spelen, te schilderen en zijn eigen toneelstukken te schrijven. In 1893, toen Witkiewicz slechts acht jaar oud was schreef hij zijn eerste werk Karaluchy (De Kakkerlakken), wat door hemzelf gedrukt werd op een eigen kleine pers.  In 1901 maakte Witkiewicz zijn eerste reis naar St. Petersburg en een jaar later schreef hij zijn eerste filosofische essays. Hij verkreeg zijn matura (schooldiploma) in Lwów, schreef nog veel meer filosofische verhandelingen en studeerde buitenlandse talen en literatuur. In 1904 reisde Witkiewicz voor het eerst naar Wenen, München en Italië. In 1905/06 studeerde hij kunst aan de kunstacademie van Krakow. Nadat hij kennis had gemaakt met het werk van Gauguin, Van Gogh en Picasso verwierp hij het naturalisme. In de periode 1910-11 schreef hij de roman 622 upadki Bunga, czyli Demoniczna kobieta, (De 622 lotgevallen van Bungo of de diabolische vrouw), die pas in 1972 gepubliceerd werd.  Vanaf 1915 was Witkiewicz officier in het elite Pavlovsky regiment en raakte gewond aan het front.

Witkiewicz begon te experimenteren met drugs en nam deel aan de orgieën en dronkemansfeestjes van de kliek rondom Raspoetin. Toen de revolutie de tsaar in 1917 omverwierp, werd Witkiewicz gekozen tot politiek commissar. Hij maakte in die periode 880 werken, waarvan het grootste deel portretten van medesoldaten. In 1920 schreef Witkiewicz 10 toneelstukken, waaronder Nowe Wyzwolenie (The New Deliverance) en Oni (Them).

Met verscheidene vrienden organiseerde Witkacy een experimentele theatergroep (Teatr Formistów, the Formists' Theatre), waarmee hij enkele van zijn toneelstukken uitvoerde. Hij begon een tweede roman te schrijven Pozegnanie jesieni (Vaarwel Herfst), vanaf 1925, die werd gepubliceerd in 1927. Direct daarop volgt een derde roman Nienasycenie (Onverzadelijkheid, 1930). In deze periode begon hij aan zijn laatste en meest ambitieuze toneelstuk Szewcy (De Schoenmakers, 1934). Het resultaat van zijn overdenkingen in verband met de potentie van drugs tijdens het creatieve proces. Nikotyna, alcohol, peyote, morfine, ether, werd gepubliceerd in 1932. Zijn vierde roman, Jedyne wyscie (De enige Uitweg) bleef onvoltooid.


Uit: 622 Abstürze Bungos oder Die dämonische Frau (Vertaald door Friedrich Griese)


Gegen vier Uhr nachmittags hielt das riesige schwarze Automobil des Fürsten Nevermore vor dem Gartentor. Der Chauffeur des Fürsten, ein kleinwüchsiger Alter mit langen grauen Haaren, dem die homosexuelle Perversion ins Gesicht geschrieben stand, ging Bungo abholen, ohne den Motor abzustellen. Kurz darauf eilten sie mit einer Geschwindigkeit von 60 Kilometern pro Stunde den großen, ferne Horizonte verdeckenden Wäldern der Bukowina entgegen, während Bungos Mutter ihnen besorgt nachschaute, gänzlich zu Unrecht der Meinung, der Fürst sei der böse Dämon ihres Sohnes. Der Fürst war nicht allein. Bei ihm war sein Leibarzt, Doktor Riexenburg, auch "das Gerät" genannt. Er war ein hochgewachsener Herr, tadellos gekleidet, ganz in Schwarz. Seinen länglich ovalen, kahl werdenden Schädel umringte ein Kranz hellroter Haare, deren Farbe an den Schläfen ins Gelblich-Weiße überging. Seine gebrochene Nase bildete fast einen rechten Winkel, und auf der zum Boden parallelen Linie ruhte eine goldene Brille. Hinter ihr verbargen sich die stechenden grauen Augen des notorischen Hypnotiseurs. Den sinnlichen Mund, der gleichsam ständig etwas unermeßlich Schweinisches kostete und ein wenig über den fast völlig verkümmerten Unterkiefer vorstand, verdeckte von oben ein dunkel-feuerroter Schnurrbart. Dieser Mensch erweckte den Eindruck, als sei er das Stativ irgendeines Meßgeräts und als könne man seine Glieder abschrauben und nebeneinander legen. Zugleich besaß er scheinbar die Elastizität eines gewissen Körperteils eines Stiers. Man konnte sich keine Situation vorstellen, in der dieser seltsame Herr fehl am Platz gewesen wäre. Als Bungo in das kleine schmutzige Zimmer trat, das völlig überhäuft war von Dingen, zwischen denen kein erkennbarer Zusammenhang bestand, diskutierten die beiden Gentlemen über das richtige Funktionieren des Gasmotors, den der Fürst kürzlich erfunden hatte.




Stanislaw Witkiewicz (24 februari 1885 – 18 september 1939)






De Ierse schrijver en kunstcriticus George Augustus Moore werd geboren op 24 februari 1852 in Ballyglass. Na de dood van zijn vader in 1870 ging hij naar Parijs om schilderkunst te studeren. Na drie jaar gaf hij die studie op en wijdde hij zich volledig aan het schrijven. Door Auguste Villiers de L'Isle Adam leerde hij Mallarmé en Édouard Manet kennen. De laatse maakte in deze tijd verschillende portretten van hem. In het Café de la Nouvelle-Athènes ontmoette hij bovendien Pissarro, Degas, Renoir, Monet, Daudet, Toegenjev en vooral Émile Zola, wiens naturalisme van invloed op hem was. In 1880 vestigde Moore zich in Londen en publiceerde zijn eerste gedichten. In 1883 verscheen zijn eerste roman A Modern Lover, die wegens onzedelijkheid werd verboden. Met zijn in 1885 verschenen roman A mummer’s wife schiep Moore de eerste Engelse roman in realistische stijl. In zijn volgende werken thematiseerde hij prostitutie, buitenechtelijke sex en lesbische liefde en provoceerde daarmee de publieke opninie. Door zijn Impressions and Opinions (1891) en Modern Painting (1893) maakten de Engelsen kennis met het impressionisme. Vanaf 1901 leefde Moore in Dublin en samen met Yeats schreef hij voor het Irish Literary Theatre het stuk Diarmuid and Grania. Hij verdiepte zich in de Ierse cultuur en Ierland werd de achtergrond voor zijn roman The Lake (1905) en voor enkele korte verhalen. Omdat hij in deze verhalen de katholieke kerk aanviel leidde dat tot moeilijkheden bij de publicatie. Wel inspireerden zij de jonge James Joyce.


Uit: The Lake


It was one of those enticing days at the beginning of May when white clouds are drawn about the earth like curtains. The lake lay like a mirror that somebody had breathed upon, the brown islands showing through the mist faintly, with gray shadows falling into the water, blurred at the edges. The ducks were talking in the reeds, the reeds themselves were talking, and the water lapping softly about the smooth limestone shingle. But there was an impulse in the gentle day, and, turning from the sandy spit, Father Oliver walked to and fro along the disused cart-track about the edge of the wood, asking himself if he were going home, knowing very well that he could not bring himself to interview his parishioners that morning.

On a sudden resolve to escape from anyone that might be seeking him, he went into the wood and lay down on the warm grass, and admired the thickly-tasselled branches of the tall larches swinging above him. At a little distance among the juniper-bushes, between the lake and the wood, a bird uttered a cry like two stones clinked sharply together, and getting up he followed the bird, trying to catch sight of it, but always failing to do so; it seemed to range in a circle about certain trees, and he hadn't gone very far when he heard it behind him. A stonechat he was sure it must be, and he wandered on till he came to a great silver fir, and thought that he spied a pigeon's nest among the multitudinous branches. The nest, if it were one, was about sixty feet from the ground, perhaps more than that; and, remembering that the great fir had grown out of a single seed, it seemed to him not at all wonderful that people had once worshipped trees, so mysterious is their life, so remote from ours. And he stood a long time looking up, hardly able to resist the temptation to climb the tree—not to rob the nest like a boy, but to admire the two gray eggs which he would find lying on some bare twigs.

At the edge of the wood there were some chestnuts and sycamores. He noticed that the large-patterned leaf of the sycamores, hanging out from a longer stem, was darker than the chestnut leaf.“




George Moore (24 februari 1852 – 20 januari 1933)

Portret door Édouard Manet





De Amerikaanse schrijver en uitgever August William Derleth werd geboren op 24 februari 1909 in Sauk City, Wisconsin. Toen hij zestien was verkocht hij al zijn eerste verhalen aan het tijdschrift Weird Tales. In de jaren dertig werkte hij o.a. voor een comissie voor opvoeding en reclasering en als lector aan de universiteit van Wisconsin. Hij was bevriend met de schrijver H. P. Lovecraft. Lovecraft’s personage Comte d'Erlette is een homage aam Derleth wiens Franse voorouders dÉrlette heetten. Na de dood van Lovecraft in 1937 bewerkte hij enkele van diens verhalen of voltooide deze en publiceerde ze. In 1939 richtte hij uitgeverij Arkham House op om de werken van Lovecraft verder te kunnen verspreiden.


Uit: The Watchers Out of Time (Samen met H.P. Lovecraft)


“Certain houses, like certain persons, manage somehow to proclaim at once their character for evil. Perhaps it is the aroma of evil deeds committed under a particular roof, long after the actual doers have passed away, that makes the gooseflesh come and the hair rise. Something of the original passion of the evil-doer, and of the horror felt by his victim, enters the heart of the innocent watcher, and he becomes suddenly conscious of tingling nerves, creeping skin, and a chilling of the blood . . . —Algernon Blackwood
I had never intended to speak or write again of the Charriere house, once I had fled Providence on that shocking night of discovery—there are memories which every man would seek to suppress, to disbelieve, to wipe out of existence—but I am forced to set down now the narrative of my brief acquaintance with the house on Benefit Street, and my precipitate flight there from, lest some innocent person be subjected to indignity by the police in an effort to explain the horrible discovery the police have made at last—that same ghastly horror it was my lot to look upon before any other human eye—and what I saw was surely far more terrible than what remained to be seen after all these years, the house having reverted to the city, as I had known it would.”




August Derleth (24 februari 1909 – 4 juli 1971)






De Nederlandse schrijver Leon de Winter werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 24 februari 1954. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.


Uit: Hoffman's honger


Freddy Mancini had vier steaks verorberd bij de Hongaar, maar hij had honger toen hij door de gang naar zijn hotelkamer sjokte. Het was warm in Europa. Freddy's enorme buik hing zwaar onder zijn zwetende borstkas, de op maat gemaakte spijkerbroek spande om zijn vette billen. Bobby, zijn vrouw, liep soepel naast hem. Zij verweet hem dat hij vanavond zijn dieet had verknald.
'Verknald! Freddy, leer je 't dan nooit? De afgelopen dagen hield je je netjes aan de regels- en nu? Je zult 't nooit leren jij.' In zijn maag voelde Freddy de schaamte branden. Maar de honger bleef zeuren, honger naar vervulling en eeuwigdurende bevrediging. Hij had een keer gelezen dat een speciale maagzenuw het hongergebied in de hersenen deed sidderen. Een verklaring van rationalisten en optimisten.
De diëtiste had hem een paar maanden geleden thuis in San Diego iets anders gezegd.
'Hoe lang kom je nou al bij me, Freddy? Driejaar?'
'Drieëneenhalf. Bijna vier.'
'Zo lang al?'
'Wat wilde je zeggen, Sandy?'
'Elk pondje gaat door 't mondje, dat weet je, maar er zit bij iedereen ook iets in z'n hoofd dat 'm dik maakt. Maar bij jou, Freddy, bij jou zit 't allemaal in je hoofd. Bij jou is honger iets mentaals.'




Leon de Winter (’s-Hertogenbosch, 24 februari 1954)

Portret door Roderik van Schaardenburg






De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Tegenwoordig woont hij in de VS, waar hij doceert aan de universiteit van Michigan.  Hij schreef al zes dichtbundels en vijf romans. Voor zijn eerste roman kreeg hij in 1999 de "Prix Litteraire de l'Afrique Noire", voor zijn roman Verre Cassé,  de "Le Prix des Cinq Continents de la Francophonie."


Uit: African Psycho (Vertaald door Christine Schwartz Hartley)


I still cannot understand why my last deed, which took place only three months ago, wasn't covered by the national press or the press of the country over there. Only four insignificant lines in The Street Is Dying, a small neighborhood weekly, and the lines devoted to my crime were buried between ads for Monganga soap and No-Confidence shoes. As I have kept the clipping, I can't help laughing when I read it again:

"A nurse at the Adolphe-Cisse hospital was assaulted by a sexual maniac upon her return home from work. A complaint was lodged at the police station of the He-Who-Drinks-Water-Is-An-Idiot neighborhood."

I assure you, I spent the whole day after this deed listening to Radio Right Bank in the hope that it would convey the facts in detail to make up for this news item, which had hurt my pride and come as a real snub to me, even though I wasn't named in it. I have always suffered from the fact that my actions keep being credited to some other of the town's shady characters.

But they said nothing! This was the day I understood the meaning of radio silence. I became aware that my gesture was not worthy of a criminal of Angoualima's ilk, he who would leave his mark by sending his victims' private parts to the national press and the press of the country over there by registered mail.”




Alain Mabanckou
Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)






De Turkse dichter, schrijver en vertaler Yüksel Pazarkaya werd geboren op 24 februari 1940 in Izmir. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007 en ook mijn blog van 24 februari 2008.



Nur um der Liebenden willen dreht sich der Himmel (Fragment)
Eine Schöpfungsgeschichte

Es war einmal…
Es war keinmal…
Die Zeit war noch graue Vorzeit…
Der Raum war noch grauer Vorraum…
Vorraum und Vorzeit waren angefüllt von Wasser.
Es gab nichts als Wasser.
Und Gott, der Große Schöpfer, blickte unentwegt auf das Wasser…
Er starrte und starrte auf das Wasser und langweilte sich nach einer Weile, die keine Weile war und keine Zeit, er langweilte sich ob des bloßen Starrens…
Und er beschloss, den Menschen zu erschaffen.
Und so geschah es.
Der Mensch wurde von Gottes Hand erschaffen aus Wasser, aus einemTropfen Wasser.

Der Mensch hatte Flügel wie ein Schwan, damit er über dem Wasser schweben konnte.
Er flog hin, er flog her, er flog kreuz und quer…
Doch das bloße Herumfliegen über dem Wasser langweilte den Menschen bald. Er wollte sich nicht länger mit der Herumfliegerei begnügen. Er wollte hoch hinaus in die oberen Sphären steigen. Von quälender Neugier gepackt…
Und er ersann sich List und Trug, Gott, seinen Schöpfer hinters Licht zu führen, zu noch höheren Sphären zu kommen.
Was er jedoch nicht wusste, dass List und Trug den Verstand verleitete, den Gott gegeben, damit der Mensch Gutes ersinne.




Yüksel Pazarkaya (Izmir,  24 februari 1940)






De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook mijn blog van 24 februari 2007.


Uit: Nicht meine Welt


„Weltoffene Stadt, könnte einer meinen, der diese Fotos sieht und sonst keine Ahnung hat. Literaten aus Ost und West im Disput, grenzüberschreitender Dialog in friedlicher Koexistenz. Ich wundere mich, mit zwei Fotos dabei zu sein, denn ich stand am Rande dieses Geschehens. Ab 1970 etwa war ich wieder einigermaßen gelitten in der Messestadt, das war einige Jahre nach Bautzen II. Ab 1976 gab es nur noch Krach wegen Es geht seinen Gang, und 1981 verschwand ich nach dem Westen. … Meine siebziger Jahre waren anders.“




Erich Loest (Mittweida, 24 februari 1926)






De Franstalige schrijfster Irène Némirovsky werd op 24 februari 1903 in Kiev geboren. Als joodse schrijfster van Russische afkomst maakte ze in de jaren dertig furore met haar romans David Golder (1929) en Le bal (1930) en nog een aantal andere titels. In 1942 werd de schrijfster gedeporteerd en omgebracht. Suite Francaise, het ambitieuze magnum opus waaraan ze begin jaren veertig werkte, zou zij nooit voltooien. Jarenlang bleef het manuscript van dat laatste boek in het handen van haar dochter, tot die uiteindelijk besloot het uit te laten geven. In 2004, meer dan zestig jaar na de dood van zijn auteur, kwam het werk uit in Frankrijk.


Uit: Suite Francaise


„Hot, thought the Parisians. The warm air of spring. It was night, they were at war and there was an air raid. But dawn was near and the war far away. The first to hear the hum of the siren were those who couldn't sleep?the ill and bedridden, mothers with sons at the front, women crying for the men they loved. To them it began as a long breath, like air being forced into a deep sigh. It wasn't long before its wailing filled the sky. It came from afar, from beyond the horizon, slowly, almost lazily. Those still asleep dreamed of waves breaking over pebbles, a March storm whipping the woods, a herd of cows trampling the ground with their hooves, until finally sleep was shaken off and they struggled to open their eyes, murmuring, "Is it an air raid?"
The women, more anxious, more alert, were already up, although some of them, after closing the windows and shutters, went back to bed. The night before?Monday, 3 June?bombs had fallen on Paris for the first time since the beginning of the war. Yet everyone remained calm. Even though the reports were terrible, no one believed them. No more so than if victory had been announced. "We don't understand what's happening," people said.“



Irène Némirovsky (24 februari 1903 – 17 augustus 1942)

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn andere blog van vandaag.