24-11-16

Jules Deelder, Wanda Reisel, Thomas Kohnstamm, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Het graf van Descartes

2
Sinds Descartes
wordt het denken
zwaar overschat

Denken is een ver
tra-gings-pro-ces
Het leggen van

noodverband na
bliksem- of bom-
inslag. Eerst

zie je een flits
Dan hoor je een
klap en dán be-

gint het denken
pas


 

Bij de dood van ome Cor

Ze zijn nu weer samen
de jongens van Deelder
Na Arie en Jaap
kwam Corrie het laatst

Ze hebben op elkaar gewacht
Arie en Jaap en die samen
weer op Corrie
die de jongste was

Nu lopen ze rond door
het Hiernamaals
en drinken een borreltje
op onze gezondheid

Ze lachen en praten en
hebben geen pijn en ze
laten ons weten: Het is
niet erg om dood te zijn

 

 

Zelfportret

Soms zie je je zitten.
Bleek en sereen.
Hier en/of ginder.
Alleen of alleen.

 

 
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Lees meer...

24-11-15

Jules Deelder, Wanda Reisel, Thomas Kohnstamm, Marlon James, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Ogenschijnlijk

Ogenschijnlijk heeft het ene
niets te maken met het ander.

Ogenschijnlijk schuilt er
voordeel in een vaste baan.

Ogenschijnlijk zal er nog
een heleboel verand'ren.

Ogenschijnlijk staan de sterren
hier niet zo ver vandaan.

 

 

Repeteergedicht

Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.

Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.

Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk

met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.

 

 

Gefeliciteerd

'Herinner jij je dat prachtige
horloge nog dat ik een jaar of
vijf geleden verloren heb?"
'Jazeker.'
'Weet je nog hoe ik werkelijk
overal heb gezocht maar het ner-
gens kon vinden?'
'Reken maar.'
'Trek ik gisteravond een oud vest
aan dat ik in jaren niet meer
heb gedragen en nou geef ik jou
te raden wat ik in het linker
zakje vond?'
'Gefeliciteerd! Je horloge!'
'Nee. Het gat waardoor ik het
verloren moet hebben.'

 

 
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Lees meer...

24-11-14

Jules Deelder 70 jaar, Thomas Kohnstamm, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne

 

70 Jaar Jules Deelder

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Jules Deelder viert vandaag zijn 70e verjaardag. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

Stadsgezicht

Tegenwoordigheid van geest
en realisme in 't kwadraat
vieren onverstoorbaar feest
in een opgebroken straat
 
Hoog en spijkerhard de hemel
met een blikkerende zon of
zwart en laag in wilde wemel
langs skeletten van beton
 
Doorheen geloken luxaflexen
tórenhoog de wooncomplexen
stapelen den einder dicht
 
Posthistorisch vergezicht-
Rotterdam gehakt uit marmer
kant'lend in het tegenlicht

 

 

Wonderland

Bij het pompstation
bleken acht van de negen
pompen super te leveren
en maar één normaal

Op m'n vraag of het geen
tijd werd de bordjes te ver-
hangen keek de pompbediende
mij niet begrijpend aan

Toen ik later in een
etalage op een bord las
dat men bij aanschaf van
vijf batterijen één

staaflantaarn cadeau gaf
begreep ik dat ik
in de omgekeerde wereld
was beland.

 

 

Quo Vadis?

Op de A20 staat
een man met baard

Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?

Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord

Ik ga niet verder
dan Rotterdam

O prima dan pak ik
daar de metro...

 

 
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Lees meer...

24-11-13

Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

Uit: Devil’s Island (Vertaald door David MacDuff en Magnus Magnusson)

“Tommi had come to the view that it was merely from envy that grown-ups always got so scandalised about young people who were able to take life lightly. Tommi himself – well, half a century earlier he had been just like Baddi, that was how history repeated itself. People often said that they were very alike, the grandfather and son, and Tommi would be touched but somewhat embarrassed and would change the subject. Although it was hard to understand, Tommi himself knew there was a grain of truth in it, for he could often see himself in Baddi: both of them were inordinately sensitive to cold, for instance, and before Baddi went abroad he always went around in long johns under his trousers and woollen stockings which came far up his legs – that fifteen-year-old ladies' darling. And if there was no tobacco, the boys would just take a pinch of snuff like any other healthy young Icelanders.
Then again, Tommi did not forget how good the boy had become at football. It was too bad he had given up training. It happened just after the trip to the Faroes and Norway – that was when Grjóni and Lúddi and most of the old hard-core players had also dropped it, and a new generation had taken over, led by Danni and other young brats. It was an unforgettable day when Baddi came to training for the last time and said he couldn't be bothered with all that kids' stuff. Then off he stalked in his rubber shoes, lighting a cigarette stub with practised hands as he went and throwing the matchstick up in the air and back-heeling it as it fell.
That was the end of his football training.
Baddi was nearly sixteen when he set off into the world in the big aeroplane - the dear granny's boy, she remembered it so well, the day he said goodbye to them at the airport, quiet but determined.”

 


Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

Lees meer...

24-11-12

Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Jules Deelder, Laurence Sterne

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Kárason op dit blog.

 

Uit: Devil’s Island (Vertaald door David MacDuff en Magnus Magnusson)

 

As for Baddi, he gave meaning to all the struggles of this world: that clever and handsome lad of promise, that blessed scion of the family, the granny's boy of the prayers which the queen of the Old House repeated to herself aloud as she did the dishes at the sink or in silence as she brooded over the cards and the future of strangers – the boy with the bright eyes and the smile, always helpful and generous to everything which drew breath.
Now he was expected home.
The Americans were lucky to have enjoyed his presence all these years, thought Karolína, that steely woman who had not allowed her feelings free rein for decades. Nowadays she talked of her Baddi with such tearful longing that even Tommi was moved and began to imagine that everything would be bright and beautiful when the angel came home. But Tommi had always been much more attached to Danni; they had so much in common, he and the younger brother whom few missed and whose memory meant no more to the family than a raven landing on a gable-head and cawing.
Tommi came to think, when he looked back, that Baddi had not been such a bad lot after all – that was just exaggeration and a lack of understanding of young people. Boys would be boys, wouldn't they? Before Baddi left he had become a bit of a burden to Tommi to be sure, because of the fines and damages he had had to pa; for all kinds of minor mischief Baddi had got involved in, but youngsters grew out of that sort of thing. Tommi was far more worried about the boys when they began to tinker with brennivín and steal bottles and get drunk and go into sheds and shacks with girls who screamed and bawled and came rushing out with fire and frenzy in their eyes, but who always allowed themselves to be lured into the sheds again. But why should Tommi worry about that? They were young and enjoying themselves.”

 

 

Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

Lees meer...

24-11-11

Jules Deelder, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook alle tags voor Jules Deelder op dit blog.

 

 

In het licht van het huidige tijdgewricht

 

Te leven in een tijd
Waar niets meer waarde
Heeft dan geld is als
Boksen in de hel zonder
Helpers en zonder bel

Je stoot je leeg en in-
Casseert zonder één se-
Conde rust want voor je
Het weet is het gebeurd
En zit je op je reet

De strijd is zwaar en
Zonder zin want uitein-
Delijk is er maar één
Die gaat strijken met
De winst en dat is Hein

Dus boks gerust maar
Vergeet nooit dat wie
Het ook is je altijd met
Je tegenstander in het-
Zelfde schuitje zit

 

 

 

De onafhankelijke geest

 

De onafhankelijke geest
gelauwerd en geprezen
wordt in stilte gevreesd
als gevaar voor de vrede
Nagel aan de doodkist die
geweten heet

 

 

 

Made in Lapland

 

Als in Lapland
de lupine
weer gaat bloeien

 

en de scheepvaart
rond Gibraltar
ligt gestremd

 

zal in Lapland
de lupine
weer gaan bloeien

 

en de scheepvaart
rond Gibraltar
zijn gestremd

 

 

 


Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Lees meer...

24-11-10

Jules Deelder, Einar Kárason, Thomas Kohnstamm, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007  en ook mijn blog van 24 november 2008. en ook mijn blog van 24 november 2009.

 

 

Mariniersbrug

De Maasbrug
symbool van on-
verzett’lijkheid
leed aan metaal-
moeiheid en was
gedoemd – Geen

mariníer die ‘t
stage knagen van
den tijd een halt
toeriep – integen-
deel! Reeds rees
uit Rotown’s harte-

bloed een nieuw
symbool ons tege-
moet – scharlaken
in de neongloed –
De Mariniersbrug
Poort die naar
Heden voert!
 

 

 

 

 

Beknopte topografie van de Rijnmond

 

Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

hoekie om
trappie af

gekkenhuis

 

 

 

 

Warm vlees

Warm vlees
in koelen bloede

zoekt kennis met
broodje tartaar

om samen oud mee
te worden

Uitjes geen
bezwaar

 




Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

Lees meer...

24-11-09

Jules Deelder, Einar Kárason, Thomas Kohnstamm, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Carlo Collodi, Ludwig Bechstein, Gerhard Bengsch


De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder is vandaag 65 jaar geworden. Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

 

Zelfportret

 

Soms zie je je zitten.

Bleek en sereen.

Hier en/of ginder.

Alleen of alleen.

 

 

 

 

Rotown magic

 

Rotterdam is niet te filmen

De beelden wisselen te snel

Rotterdam heeft geen verleden

en geen enkele trapgevèl

 

Rotterdam is niet romantisch

heeft geen tijd voor flauwekul

is niet vatbaar voor suggesties

luistert niet naar slap gelul

 

't Is niet camera-gevoelig

lijkt niet mooier dan het is

Het ligt vierkant hoog en hoekig

gekanteld in het tegenlicht

 

Rotterdam is geen illusie

door de camera gewekt

Rotterdam is niet te filmen

Rotterdam is vééls te ècht

 

 

 

 

 

Er lijkt

 

Er lijkt geen

vuiltje aan

 

de lucht maar

schijn bedriegt

 

Een flits in

de leegte

 

en je weet:

weer een be-

 

keuring aan

m'n reet!

 

 

 

 

 

JulesDeelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

Deelder als nachtburgemeester van Rotterdam (Portet door Jolanda van der Elst)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Die isländische Mafia (Vertaald door Maria-Claudia Tormany)

 

Es war Pfarrer Sigvaldi, der den Kiosk bekam. Pfarrer Sigvaldi: das war schon ein besonderer Mann. Irgendwie hatte er sich bei den Männern der Kirche so verabschiedet, daß es keine Möglichkeit mehr für ihn gab, dort noch zu Arbeit oder Ehre zu kommen. Er bewarb sich zwar zwei- oder dreimal auf Stellenausschreibungen als Pfarrer in diesen Jahren, aber gewöhnliche Gemeindemitglieder wollten ihn lieber nicht bei sich sehen, er erlitt demütigende Niederlagen, so daß Lára ihm verbot, es noch weiter zu versuchen. Schon zuvor hatte sie ihm völlig die Kontrolle über die Finanzen entzogen und ihn von allen weltlichen Angelegenheiten ausgeschlossen, weil ihm alles immer schrecklich mißglückt war, so daß Pfarrer Sigvaldi keinen anderen Lebensinhalt hatte, als zu Hause herumzuhängen oder die Straßen der Innenstadt abzulaufen, mit schmeichlerischem und wichtigtuerischem Gesicht, und in verschwörerischer Art große Neuigkeiten zu verraten, in irgendwelchen Klatschclubs in einem der Cafés unten in der Stadt. Eine Zeitlang stürzte er sich auch in die Politik, schaffte es, sich in die Leitung eines Ortsvereins jener Partei wählen zu lassen, die die Stadt regierte. Aber schlußendlich erwies sich auch das nicht als dem Ansehen der Familie förderlich, und er wurde hübsch dort hinausmanövriert. Er hatte keinerlei Einkommen. In der Familie Killian machte man sich darüber lustig, daß die Aktentasche, mit der er immer in der Stadt herumlief, voller alter Tageszeitungen sei. Aber dann wurde ihm der Kiosk zum Kauf angeboten, der kleine Süßigkeitenladen mit Eis und Würstchen, den sein Schwager BárDur einige Zeit betrieben hatte, aber jetzt gern loswerden wollte, und das Ergebnis war, daß Lára ihrem Ehemann erlaubte, seine Kräfte an diesem Geschäft zu versuchen. Von irgend etwas mußte die Familie ja leben, denn Lára arbeitete zwar selbst halbtags im Schulamt der Stadt Reykjavík, aber das reichte nicht aus. Pfarrer Sigvaldi hatte sich bereits früher einmal an einer kaufmännischen Tätigkeit versucht, aber mit beschämendem Mißerfolg, und man kann auch nicht sagen, daß der Kiosk unter seiner Obhut florierte. Er stand selbst von morgens bis abends hinter dem Tresen, in Anzug und Weste und manchmal sogar mit einem Hut auf dem Kopf.“

 

 

 

 

 

Karason
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

 

My name is Thomas. For as long as I can remember, travel has been a part of my life.
Over the years, I’ve tried to fight it and to break the hold that it has over me. I have made numerous attempts to return to civilian life: to get a job, a home, open a savings account, invest time or emotion or money in something stable — but the road has always pulled me back in. I have never owned a car or a television, or purchased a signicant piece of furniture. At a certain point, I recognized that I was powerless in the face of my travel addiction and did the best thing that I could do under the circumstances: I went pro.

This book is about that conversion. It chronicles the events that took me from bourgeois working stiff with a repressed travel habit to a full-time mercenary travel hack, with all of the good, bad, and surreal that it entails. This is not a sunny look at some dream job, but an unvarnished examination of what it really means to be a professional travel writer scratching out an income in the beginning of the twenty-first century. It is the true story of the life as I have experienced it and the effect that it has on the travel information that makes it into the readers’ hands.
Let’s get one thing straight from the beginning: I am not some resentful burnout who is trying to settle scores or slight those who would not hire him. I have (almost) made ends meet as a professional travel writer and have enjoyed positive working relationships with numerous editors and publishers. I’ve written country guidebooks, regional guidebooks, city guidebooks, phrasebooks, Internet travel content, travel essays, and both magazine and newspaper pieces. I’ve also done publicity work, interviews, and speaking engagements for travel publishers. Regardless, this book is not a polite evaluation of the job or the lifestyle and probably won’t do me any favors in the industry.”

 

 

 

 

ThomasKohnstamm
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

 

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit:  Waiting for the Wild Beasts to Vote

 

At the entrance to a far-off village, the hunters take the initiative of offering you — since you are a sinbo, a donsoba (a master hunter) —  the shoulder of a slaughtered bubale. At the next village there are shoulders, haunches, heads. At the village after that, there is a stinking mound of animal carcasses of every species: deer, monkeys, even elephants. Above the pile, the canopy of trees is black with vultures. In the sky, carrion birds attack each other with terrifying cries. Packs of hyenas, lycaons, lions follow and threaten.

The order is given that hunters should no longer offer you the shoulders of game killed by the hunters that week, need not gratify the master hunter who is their guest as their code of brotherhood demands.

In another village, to set itself apart, the sacrificial  priest does not stop at two chickens and a goat, he offers four chickens, two goats and an ox to the manes of the ancestors. The sacrificial priests in neighbouring villages follow suit, they outdo him, they go too far. Soon there are twenty oxen and as many goats and forty chickens. The sacrifice becomes interminable, it is a veritable hecatomb. A call goes out for a limit to be set on the number of sacrificial victims.“

 

 

 

 

Kourouma
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

 

Tiananmen

 

Today sure got me scared, oh, wow!
My legs are still shaking even now.
See, see, if they'd caught me I'd be done,
Or why else you'd think I'd have to run?
Hey, mister, let me get my wind back.
You didn't see that thing, it was black as black,
No head, limping, real damn scary,
Shaking white flags, saying something.
This year there's just no way, ask anyone,
Nothing anybody can do, devil or man.
Just more meetings, without sincerity!
But see, they're all kids in some family,
Just in their teens, right? What for?
Get their heads bashed in by guns some more?
Mister, yesterday I heard even more got killed.
Must have been more of them dumb kids,
These days lots of strange things are happening,
And those students, they got plenty to eat and drink—
But last year our uncle was killed at Willow 's Curve,
So hungry he couldn't even serve—
Who'd give his life for no reason to old Mr. Death!
I've never told a lie my whole life long, I bet
My lamp is full of enough jugfuls of gas,
Could I keep going like this and not see the path?
No wonder that old bald guy got so uptight
About telling us not to go to Tiananmen at night.
See! It's rotten luck, pulling this rickshaw thing.
Wait till tomorrow, when ghosts fill up all Beijing .

 

 

 

Vertaald door Lucas Klein

 

 

 

 

Wen
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)

 

 

 

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

--Then, positively, there is nothing in the question, that I can see, either good or bad.--Then let me tell you, Sir, it was a very unseasonable question at least,-because it scattered and dispersed the animal spirits, whose business it was to have escorted and gone hand-in-hand with the HOMUNCULUS, and conducted him safe to the place destined for his reception.
The Homunculus, Sir, in how-ever low and ludicrous a light he may appear, in this age of levity, to the eye of folly or prejudice;-to the eye of reason in scientifick research, he stands confess'd-a Being guarded and circumscribed with rights:--The minutest philosophers, who, by the bye, have the most enlarged understandings, (their souls being inversely as their enquiries) shew us incontestably, That the Homunculus is created by the same hand,-engender'd in the same course of nature,-endowed with the same loco-motive powers and faculties with us:--That he consists, as we do, of skin, hair, fat, flesh, veins, arteries, ligaments, nerves, cartileges, bones, marrow, brains, glands, genitals, humours, and articulations;--is a Being of as much activity,--and, in all senses of the word, as much and as truly our fellow-creature as my Lord Chancellor of England.-He may be benefited, he may be injured,-he may obtain redress;-in a word, he has all the claims and rights of humanity, which Tully, Puffendorff, or the best ethick writers allow to arise out of that state and relation.
Now, dear Sir, what if any accident had befallen him in his way alone?--or that, thro' terror of it, natural to so young a traveller, my little gentleman had got to his journey's end miserably spent;--his muscular strength and virility worn down to a thread;-his own animal spirits ruffled beyond description,-and that in this sad disorder'd state of nerves, he had laid down a prey to sudden starts, or a series of melancholy dreams and fancies for nine long, long months together.--I tremble to think what a foundation had been laid for a thousand weaknesses both of body and mind, which no skill of the physician or the philosopher could ever afterwards have set thoroughly to rights”.

 

 

 

 

Sterne
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

Portret door Joshua Reynolds, 1760

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Joop en haar jongen

 

Toen ik me om zes uur voor het dinertje gekleed had, in een goudbruin zijden japonnetje, dat Leo het liefst van me zag - in mijn haar tussen de goudfluwelen band had ik een van de prachtige rozen gestoken, die Schoonpapa me gestuurd had, de engel - liep ik nog even door de kamers. In Leo's kamer stonden de sigaren en sigaretten klaar. Ik streelde even het leer van zijn stoel. En ik gooide de kussens wat nonchalanter op de divan.
Nog vijf dagen..... Ik nam zijn pijp op, die in de asbak lag op het lage Moorse tafeltje naast zijn stoel. Ik legde even de pijp tegen mijn wang. Ik dacht: "Ik zal zijn oude jasje over zijn stoel hangen." Ik stond te dromen in Leo's kamer. Toen hoorde ik in de verte reeds het getoeter van de feestauto's. Ze kwamen allen per auto, eigen of geleend. Ja, daar waren de gasten, en nog vijf dagen, dan was Leo weer bij me.
In de hall bleef ik onwillekeurig op de trap staan, terwijl Grietje opendeed. Natuurlijk dolde Kit's luidruchtige stem: "O Joost, wat plechtig, moeten we naar boven lopen om jou te begroeten?"
Toen sprong ik de trappen af met beide armen uitgestrekt: "Dag jongens!"
Noortje, slank en deftig, stelde me voor aan haar Jonkheer, die bleek en enigszins verpieterd leek, maar wel verliefd. Kaki en Loutje stonden gearmd. "Ze hebben aldoor gearmd gezeten, die tortelduiven," bromde de Bobbel. "Net als trouwens die broer van jou, Jodocus. Ik weet wel, dat ik in een andere auto terugga. Ben jij ook van dat soort, Katharina?"
"Natuurlijk niet," riep Kit. "Nietwaar Frits? Wij kussen niet in het openbaar."
"Dat doen wij ook niet," zei Kaki verontwaardigd.
"Al dat handjesdrukken is even erg," vond de Bobbel.
"Kom kinderen laten we dit dispuut binnen voortzetten." "Maar eerst het clubkind," verzocht Kit.
"Het clubkind wordt straks vertoond," beloofde ik.”

 

 

 

terheul
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

Boekomslag

 

 

 

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Der Gott der kleinen Dinge

 

Das Meer war schwarz, die Gischt grün wie Erbrochenes.

Fische fraßen das zerbrochene Glas.

Die Nacht stützte die Ellbogen auf das Wasser, und herabstürzende Sterne warfen funkelnde Splitter ab.

Falter erhellten den mondlosen Himmel.

Er konnte mit seinem einen Arm schwimmen. Sie mit zwei Armen.

Seine Haut war salzig. Ihre auch.

Er hinterließ keine Spuren im Sand, keine Wellen im Wasser, kein Abbild in Spiegeln.

Sie hätte ihn mit den Fingern berühren können, aber sie tat es nicht. Sie standen nur beieinander.

Still.

Haut an Haut.

Eine pudrige farbige Brise hob ihr Haar an und wehte es wie einen welligen Schal um seine armlose Schulter. Die abrupt endete, wie eine Klippe.

Eine magere rote Kuh mit hervorstehenden Beckenknochen tauchte auf und schwamm hinaus aufs Meer, ohne ihre Hörner nass zu machen, ohne zurückzublicken...“

 

 

 

 

ARUNDHATI_ROY
Arundhati Roy (Shillong, 24 november 1961)

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Pinocchios Abenteuer (Vertaald door Heinz Riedt)

 

Geppettos Heim war nur ein kleines Zimmer zu ebener Erde, dessen einziges Fenster unter einem Treppenaufgang lag. Die Einrichtung konnte nicht bescheidener sein: ein wackliger Stuhl, ein schlechtes Bett und ein alter, beschädigter Tisch. An der hinteren Zimmerwand konnte man einen kleinen Kamin erkennen, in dem Feuer brannte; aber es war nur gemaltes Feuer und über ihm hing ein gemalter Kessel, der lustig kochte und eine Wolke von Dampf ausstieß, die ganz wie echter Dampf aussah.
Kaum war Geppetto zu Hause angekommen, da nahm er gleich sein Werkzeug zur Hand und fing an, den Hampelmann zu schnitzen.
»Welchen Namen soll ich ihm nur geben?« überlegte er sich. »Ich will ihn Pinocchio heißen. Dieser Name wird ihm Glück bringen. Ich kannte einmal eine ganze Familie von Pinocchi: Pinocchio hieß der Vater; Pinocchia hieß die Mutter und Pinocchi hießen die Kinder, und alle haben sich gut gehalten. Der reichste lebte von Almosen.«
Als er so den Namen für seinen Hampelmann gefunden hatte, ging er mit großem Eifer an die Arbeit, machte ihm zuerst die Haare, dann die Stirn und dann die Augen.
Und als die Augen fertig waren, merkte er - stellt euch sein Erstaunen vor -, daß sie sich bewegen konnten und ihn unentwegt anstarrten. Wie sich Geppetto von diesen Holzaugen so angestarrt sah, nahm er es beinahe krumm und sagte voller Verdruß:
»Ihr blöden Holzaugen, was glotzt ihr mich so an?« Doch niemand antwortete.
Nach den Augen machte er die Nase. Kaum war die fertig, fing sie auch schon an zu wachsen - und wuchs und wuchs, bis sie in wenigen Minuten zu einer Riesennase geworden war, die gar kein Ende nehmen wollte.
Der arme Geppetto gab sich alle Mühe, sie zu stutzen; aber je mehr er an ihr herumschnitt und abschnitt, desto länger wurde diese freche Nase.
Nach der Nase machte er ihm den Mund.“

 

 

Carlo_Collodi_and_Pinochio
Carlo Collodi (24 november 1826 – 26 oktober 1890)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, bibliothecaris en archibaris Ludwig Bechstein werd geboren op 24 november 1801 in Weimar. Zie ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

Uit: Werwölfe und Vampire

 

„Viel weiß des Volkes Glaube und Aberglaube an den Ostseeküsten und dann weit hinab und hinauf in West- und Ostpreußen, in Litauen und bis nach Polen hinein, ja bis Serbien, Bosnien und in die Türkei von dämonischen Wesen zu erzählen, und ließen sich davon allein Bücher füllen.

Der Werwolf oder Wärwolf ist gedacht als ein Mensch, der durch Zaubermittel sich zur Nachtzeit in ein reißendes Tier, meist in einen Wolf, verwandelt und Menschen und Vieh anfällt, um ihnen das Blut warm aus dem Herzen zu saugen. Was der Werwolf so im Freien und an Wachenden übt, das tut der Vampir in den Gemächern an den Schlafenden. Der Werwolf wandelt noch unter den Lebenden, der Vampir ist ein Abgeschiedener, der seinem Grabe entsteigt und die Menschen würgt. Das ist beider Gemeinsames und Besonderes, aber die Verwandtschaft ist noch enger begründet. Stirbt der Werwolf und wird begraben, dann wird auch er Vampir und kehrt mordend aus dem Grabe wieder mit nie gestilltem Durst nach dem Blute der Lebendigen. Vampire werden aber auch solche Tote, welche von ihrem Grabeskleid irgendeinen Zipfel oder das Endchen eines Schleiers oder Bandes mit dem Munde erlangen; daran schmatzen sie, und solange sie schmatzen, so lange haben und üben sie des Grabentsteigens und des Blutsaugens dämonische Gewalt. Dabei machen sie den Anfang mit den nächsten Verwandten. Dadurch sind schon ganze Familien und Dörfer ausgestorben.

Ein Jäger aus Danzig beging abends sein Revier und sah sich plötzlich von einem ungewöhnlich großen Wolf angefallen, da er aber nicht unvorbereitet war, so schoss er, und seine Kugel zerschlug dem Wolf den rechten Vorderfuß. Mit lautem Geheul ergriff der Wolf hinkend die Flucht. Der Jäger folgte der Spur des Blutes, nachdem er von neuem seine Büchse geladen, denn er wollte sich in Besitz des schönen Wolfspelzes setzen.“

 

 

 

 

bech-bromb-kl
Ludwig Bechstein (24 november 1801 – 14 mei 1860)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 november 2008. 

 

De Duitse schrijver Gerhard Bengsch werd geboren op 24 november 1928 in Berlijn.

24-11-08

Jules Deelder, Einar Kárason, Ahmadou Kourouma, Wen Yiduo, Thomas Kohnstamm, Laurence Sterne, Cissy van Marxveldt, Arundhati Roy, Gerhard Bengsch, Ludwig Bechstein, Carlo Collodi


De Nederlandse dichter en schrijver Jules Deelder werd geboren op 24 november 1944 te Rotterdam, in de wijk Overschie. Zie ook mijn blog van 24 november 2006 en ook mijn blog van 24 november 2007. 

 

 

Aan de Maas

 

Aan de Maas gezeten

turend in het zwerk

het stadsgeraas geweken

ontstijgt men aan zichzelf

 

Op hoger plan gekomen

wiekend door de lucht

de zwaartekracht te boven

vindt men een ander terug

 

O vogel van verlangen

wiegend op de wind

verlos ons van elkander

en van elkaars gewicht

 

 

 

 

In de schemer

 

In de schemer buiten

op een tuinbank gezeten

 

van de geluidloze vlucht

van de vleermuis omgeven

 

werkt het gestage knagen

van het geweten

 

ons méér op de zenuwen

dan binnen

 

op de bank gelegen met

de televisie aan -

 

vandaar dat in zo weinig

tuinen banken staan

 

 

 

 

Jules_Deelder
Jules Deelder (Rotterdam, 24 november 1944)

 

 

 

 

 

De IJslandse schrijver Einar Kárason werd op 24 november 1955 geboren in Reykjavík. Van 1975 tot 1978 studeerde hij literatuurwetenschappen aan de universiteit van IJsland. Sindsdien is hij zelfstandig schrijver. Vanaf 1985 organiseert hij ook als een van de leiders het literatuurfestival van Reykjavík. Kárason begon met het schrijven van gedichten, later volgden romans. De doorbraak kwam met Þar sem djöflaeyjan rís (Het duivelseiland) uit 1983. Dit boek was het eerste uit een trilogie, waarvan ook een toneelstuk werd gemaakt. Deel 1 werd ook door regisseur Friðrik Þór Friðriksson verfilmd als Devil's Island. Sinds 1993 schrijft Kárason ook kinderboeken.

 

 

Uit: Sturmerprobt (Vertaald door Kristof Magnusson)

 

„Obwohl ich die schlechteste "Reifeprüfung" der ganzen Schule machte, so wurde damals die Prüfung nach der siebten Klasse genannt, war ich eins der beiden Kinder, die der Lehrer in seiner Abschiedsrede lobend erwähnte: die Klassenbeste und mich. Die Klassenbeste war eine echte Streberin, Addí, Kinderärztin ist die, glaube ich, geworden, die dumme Kuh ... Die hatte fast überall eine Zehn, und alle anderen hatten mindestens eine Acht oder Neun. Ich war auf der katholischen Schule, die war ziemlich klein, wir waren nur wenige in der Klasse, und der Notendurchschnitt lag um einiges höher als an anderen Schulen, nur ich krebste da rum mit Sieben-Komma-Irgendwas und hatte mich schon damit abgefunden, als Schandfleck der Schule zu gelten - aber der Lehrer bedankte sich, nun wo sich unsere Wege trennten, mit allen möglichen sentimentalen Worten, lobte erst Addí für ihren Erfolg, "und dann ist da noch jemand, der ein besonderes Kompliment verdient hat, und das ist unser Eyvindur hier; dieser Junge hat einen unglaublichen Erfolg erzielt, trotz schwierigster Verhältnisse, einen Erfolg, der seine Begabungen und Talente eindrucksvoll unter Beweis stellt, und wenn er so weitermacht, sollte es ihm gelingen, auf seinem Lebensweg einige Untiefen und Gefahren zu meiden ..."

 

Natürlich hört man das irgendwie gern, man hat ja vorher noch nie ein Kompliment für seine Begabungen bekommen, außer höchstens beim Handball, und erst recht nicht für seine Talente! Aber am meisten wunderte es mich, dass sich die anderen überhaupt Gedanken über mich machten, über meine Herkunft, wo ich doch versucht habe, in der Schule so wenig Aufhebens davon zu machen wie möglich, man hat sich natürlich geschämt für seine Leute, niemals konnte ich Geburtstag feiern wie die anderen Kinder, wegen der Säufer und diesem ganzen Gesocks, das bei uns ein und aus ging, da war es natürlich nett, die Komplimente dieses Lehrers zu hören, als hätte der mich wirklich gern ...“

 

 

 

Einar Kárason
Einar Kárason (Reykjavík, 24 november 1955)

 

 

 

 

 

 

De Ivoriaanse schrijver Ahmadou Kourouma werd geboren op 24 november 1927 in Togobala. Hij bezocht de Franse school in Bamako (Mali). Wegens deelname aan een studentenprotest werd hij van school gestuurd. Toen hij weigerde zijn militaite dienst in Algerije te vervullen werd hij als straf naar Indochina overgeplaatst. Na zijn diensttijd studeerde hij in Lyon wiskunde. Kourouma viel al snel in ongenade bij president Félix Houphouët-Boigny van Ivoorkust en leefde twintig jaar in ballingschap in Algerije, Kameroen en Togo. In 1970 publiceerde hij zijn eerste roman Le Soleil des indépendances, maar pas begin jaren negentig wijdde hij zich weer opnieuw aan het schrijven. In 1990 ontving hij voor zijn tweede roman Monnè, outrages et défis de Grand Prix littéraire de l'Afrique noire en in 2000 werden hem de Prix Renaudot en de Prix Goncourt des lycéens toegekend voor Allah n’est pas obligé. Na zijn dood verscheen nog het onvoltooide werk Quand on refuse, on dit non.

 

Uit: Allah Is Not Obliged  (Allah n’est pas obligé, vertaald door Frank Wynne)

 

„The full, final and completely complete title of my bullshit story is: Allah is not obliged to be fair about all the things he does here on earth. Okay. Right. I better start explaining some stuff.

First off, Number one . . . My name is Birahima and I'm a little nigger. Not 'cos I'm black and I'm a kid. I'm a little nigger because I can't talk French for shit. That's how things are. You might be a grown-up, or old, you might be Arab, or Chinese, or white, or Russian-or even American-if you talk bad French, it's called parler petit nègre-little nigger talking-so that makes you a little nigger too. That's the rules of French for you.

Number two . . . I didn't get very far at school; I gave up in my third year in primary school. I chucked it because everyone says education's not worth an old grandmother's fart any more. (In Black Nigger African Native talk, when a thing isn't worth much we say it's not worth an old grandmother's fart, on account of how a fart from a fucked-up old granny doesn't hardly make any noise and it doesn't even smell really bad.) Education isn't worth a grandmother's fart any more, because nowadays even if you get a degree you've got no hope of becoming a nurse or a teacher in some fucked-up French-speaking banana republic.“ ("Banana republic" means it looks democratic, but really it's all corruption and vested interests.) But going to primary school for three years doesn't make you all autonomous and incredible. You know a bit, but not enough; you end up being what Black Nigger African Natives call grilled on both sides. You're not an indigenous savage any more like the rest of the Black Nigger African Natives 'cos you can understand the civilized blacks and the toubabs (a toubab is a white person) and work out what they're saying, except maybe English people and the American Blacks in Liberia, but you still don't know how to do geography or grammar or conjugation or long division or comprehension so you'll never get the easy money working as a civil servant in some fucked-up, crooked republic like Guinea, Côte d’Ivoire, etc., etc.

 

 

 

 

Kourouma
Ahmadou Kourouma (24 november 1927 – 11 december 2003)

 

 

 

 

 

 

De Chinese dichter en schrijver Wen Yiduo werd geboren op 24 november 1899 in Xishui, Hubei. Na de gebruikelijke vooropleiding bezocht hij de Tsinghua universiteit. In 1922 reisde hij naar de VS om kunst en literatuur te studeren aan het Art Institute of Chicago. Zijn eerste bundel Hongzhu (Engels: Red Candle) verscheen in deze tijd. In 1925 ging hij terug naar China. Zijn tweede bundel Sishui (Engels: Dead Water) verscheen in 1928. Bij het uitbreken van WO II trok hij naar Kunming, Yunnan. Hij werd politiek actief in 1944 en dat bleef hij tot aan zijn dood. Uiteindelijk werd hij bij een aanslag door geheime agenten van de Kuomintang gedood.

 

 

Dead Water

 

This is a ditch of desperate dead water,

Where wind can blow but raise no ripples.

Best just to throw in more scraps of copper and iron,

Might as well pour in your leftovers of cold porridge.

 

Perhaps the copper will green into emerald,

Tin cans rusting out stalks of peach blossoms;

Then let the grease weave up a sheet of silk,

While bacteria steam it into the clouds of dawn.

 

Let the dead water ferment into a ditch of green wine,

Pearl-like whitecaps floating all over;

The laughter of little pearls will turn into large pearls,

Before being bit burst by mosquitoes stealing wine.

 

So this ditch of desperate dead water

Can just boast of a few degrees of brightness.

And if the frogs can't bear the solitude,

Then just say the dead water will cry out a song.

 

This is a ditch of desperate dead water,

Which is certainly not where beauty resides,

Best just to give it up for ugliness to cultivate,

And see what kind of world he can turn it into.

 

 

 

Vertaald door Lucas Klein

 

 

 

 

 

Wen Yiduo
Wen Yiduo (24 november 1899 – 15 juli 1946)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Kohnstamm werd geboren in Seattle, Washington op 24 november 1975. Hij schrijft voornamelijk over Latijns-Amerika en de Caraïben. Kohnstamm heeft gewerkt voor Lonely Planet, verschillende tijdschriften en dagbladen. In april 2008 werd bekend dat Kohnstamm heeft toegegeven zich aan oplichting te hebben bezondigd en grote delen van zijn reisboeken te hebben verzonnen. Hij gaf toe zelfs nooit in Colombia te zijn geweest, het onderwerp van een van zijn boeken, en zou hebben gezegd: "I wrote the book in San Francisco. I got the information from a chick I was dating - an intern in the Colombian Consulate." Tom Hall, de Londense redacteur van Lonely Planet, nam deze uitspraak van Kohnstamm niet ernstig op. Volgens Hall hoefde Kohnstamm slechts over de Colombiaanse geschiedenis te schrijven en zou deze met een mastertitel in Latijns-Amerikaanse studies op zak daar zeer wel toe in staat zijn geweest.

 

Uit: Do Travel Writers Go to Hell?

 

Roebling.
Roe-bleeeng.
Rrrrroe-bling.
Alone in the fifty-seventh-floor conference room, I repeat the mantra under my breath. I sit in a rigid half-lotus position atop the glass table and watch the suspension cables of the Brooklyn Bridge flicker against the night sky. The office air is sharp with disinfectant. I take a slug of rum and return to my mantra.
John Roebling had a calling. Unfortunately for him, after the buildup, design, preparation, and politicking for the construction of the Brooklyn Bridge, the hapless bastard promptly dropped dead. His son, Washington, brought the bridge to completion, but not without picking up a case of the bends and almost dying in the process. Neither man ever wavered from a life of dedication, direction, and diligence.
A lot of good it did either of them.
I remove my battered leather shoes, the toes stained gray with salt from the slushy city sidewalks, and knead my left foot through my sweaty dress sock. Hundreds of pairs of headlights move in a stream back and forth across the bridge.
Yesterday during a meeting in this same conference room, a neckless, pockmarked banker pointed out that the name the bends was, in fact, coined during the construction of the Brooklyn Bridge. Hundreds of laborers toiled on the footing of the bridge, eighty feet below the surface of the river. They worked in nine-foot-high wooden boxes known as caissons, which were pumped full of compressed air and lowered to the depths with the men inside. After resurfacing, scores of workers were inflicted with a mysterious illness. Crippling joint pain. Mental deterioration. Paralysis. And for a few,agonizing death. The name the bends was taken from the debilitated posture of the sufferers.”

 

 

 

Kohnstamm
Thomas Kohnstamm (Seattle, 24 november 1975)

 

 

 

 

 

 

 

De Engels-Ierse schrijver Laurence Sterne werd geboren op 24 november 1713 in Clonmel, Tipperary, Ierland. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

Uit: The Life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman

 

„I wish either my father or my mother, or indeed both of them, as they were in duty both equally bound to it, had minded what they were about when they begot me; had they duly consider'd how much depended upon what they were then doing;-that not only the production of a rational Being was concern'd in it, but that possibly the happy formation and temperature of his body, perhaps his genius and the very cast of his mind;-and, for aught they knew to the contrary, even the fortunes of his whole house might take their turn from the humours and dispositions which were then uppermost:--Had they duly weighed and considered all this, and proceeded accordingly,--I am verily persuaded I should have made a quite different figure in the world, from that, in which the reader is likely to see me.-Believe me, good folks, this is not so inconsiderable a thing as many of you may think it;-you have all, I dare say, heard of the animal spirits, as how they are transfused from father to son, &c, &c.-and a great deal to that purpose:-Well, you may take my word, that nine parts in ten of a man's sense or his nonsense, his successes and miscarriages in this world depend upon their motions and activity, and the different tracks and trains you put them into; so that when they are once set a-going, whether right or wrong, 'tis not a halfpenny matter,--away they go cluttering like hey-go-mad; and by treading the same steps over and over again, they presently make a road of it, as plain and as smooth as a garden-walk, which, when they are once used to, the Devil himself sometimes shall not be able to drive them off it.“

 

 

 

Sterne_2
Laurence Sterne (24 november 1713 – 18 maart 1768)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Cissy van Marxveldt werd geboren in Oranjewoud op 24 november 1889. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.

 

Uit: Zomerzotheid

 

„In de salon zaten de anderen. Hetty beeldig in een zeegroene jurk, was bij de theetafel bezig. "Ga zitten!" zei Gerrit Jan. Reep schoof de stoelen aan. Pit keek eens om zich heen."Wat een gekke stemming is er," dacht ze." Zou dat allemaal komen omdat het de laatste avond is?"
Toen klonken er stemmen in de hal. Besliste stappen. Ze keken allemaal naar de deur. De deur ging open. En op de drempel stond een jongeman, gebruind, keurig in evening-dress.
"Lúcas!" riep Pit. Ze sprong overeind. Ze ging weer zitten.
"Wat is dat voor een mop?" vroeg Ella hoog.
"Mag ik me even bekend maken," zei de jongeman langzaam. "Ik ben Robbert Johannes Padt van Heijendaal."
"Ròbbert!" Ella keek naar Gerrit Jan. "Wat is dat voor een krankzinnigheid?"
"Nee," zei Gerrit Jan. Hij nam zijn bril af, knipperde onnozel. "Nee, het is geen krankzinnigheid. Hij is Robbert Padt van Heijendaal."
"En jij dan? En jij dan?"
"Hij is óók nog een heel behoorlijk mens," zei Jef rustig. "Al heet hij maar Gerrit Jan Loots. Hij is een vriend van Robbert. Ons aller vriend trouwens."
Dot was de enige die grijnsde. Dot had de zaak onmiddellijk door! Maar Pit klemde haar avondtasje in haar handen. Ze zag bleek. Ella stond op. "Ik begrijp er niets van," zei ze. "Niets. Niets. En waarom gaf u zich dan voor Lucas uit?"

 

 

 

marxveldt
Cissy van Marxveldt (24 november 1889 – 31 oktober 1948)

 

 

 

 

 

 

 

De Indiase schrijfster Arundhati Roy werd geboren op 24 november 1961 in Shillong. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.


Uit:
The Briefing

 

My greetings. I’m sorry I’m not here with you today but perhaps it’s just as well. In times such as these, it’s best not to reveal ourselves completely, not even to each other.

If you step over the line and into the circle, you may be able to hear better. Mind the chalk on your shoes.

I know many of you have travelled great distances to be here. Have you seen all there is to see? The pillbox batteries, the ovens, the ammunition depots with cavity floors? Did you visit the workers’ mass grave? Have you studied the plans carefully? Would you say it’s beautiful, this fort? They say it sits astride the mountains like a defiant lion.“

 

 

 

 

arundhati_roy
Arundhati Roy (
Shillong, 24 november 1961)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gerhard Bengsch werd geboren op 24 november 1928 in Berlijn. Vanaf 1954 was hij lid van de schrijversbond van de DDR. Hij begon zijnn loopbaan na WO II als journalist en redacteur bij een Berlijnse krant. Begin jaren vijftig begon hij met het schrijven van verhalen en publiceerde hij de roman Institut Bodelsang unter Mordverdacht. De Bulgaarse regisseur Slatan Dudow die nauw samenwerkte met Bertolt Brecht und Hanns Eisler nodigde hem uit mee te schrijven aan het draaiboek voor de film Frauenschicksale. Dat was het begin van zijn carriere als draaiboekschrijver. In de laatste jaren van zijn leven richtte Bengsch zich weer meer op de literatuur. In 1997 verscheen de satire Herr Minister läßt grüßen, in 2003 Der Colonel von Cattenberg en in 2004 zijn laatste boek Unterlassene Hilfeleistung - Zwei Kriminalfälle.

 

Uit: Unterlassene Hilfeleistung

 

„Als wieder Ruhe herrschte, sagte Woyko, und er bleckte uns dabei mit seinen schneeweißen Porzellankronen an: "Wir waren in Karmütz auf dem Gemeindeamt. Ihr Pachtvertrag endet nächstes Jahr. Dann müssen Sie raus, es sei denn, daß Sie von Ihrem Vorkaufsrecht Gebrauch machen. Das würde jedoch nach Paragraph 510 BGB bedeuten, daß Sie den Kaufpreis, den ein anderer Käufer bietet, binnen zwei Monaten auf den Tisch legen müßten. Sonst wäre der Zug weg."

Mir versagte fast die Stimme. "Haben Sie denn schon einen Käufer? Woher so schnell?"

"Uns ist auf dem Gemeindeamt ein Makler empfohlen worden, der uns auf Anhieb gleich mehrere Interessenten offerieren konnte."

"Handelt es sich zufällig um den Bruder des Bürgermeisters?" warf Annabella ein.

"Das ist in diesem Zusammenhang doch völlig uninteressant!" schrie Frau Hiltrud plötzlich in einer Stimmlage, die einen unmittelbar bevorstehenden hysterischen Anfall befürchten ließ.

Woyko verbat sich mit bestimmter Geste ihre weitere Einmischung. Er habe einen ernsthaften Käufer schon so gut wie sicher, wiederholte er, und der Preis sei bereits klar. "Neunhundertfünfundachtzigtausend!"

 

 

 

 

Gerhard_Bengsch
Gerhard Bengsch (24 november 1928 – 11 maart 2004)

 

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, bibliothecaris en archibaris Ludwig Bechstein werd geboren op 24 november 1801 in Weimar. Bechsteins patriotische gedichten en zijn historische verhalen zijn nauwelijks nog bekend. Hij is vooral bekend gebleven door zijn verzameling sprookjes, Bechsteins Märchen. Ook zijn Deutsches Sagenbuch (1853) wordt nog steeds als naslagwerk over Duitse sagen gebruikt. Geliefd zijn tevens nog steeds zijn publicaties over Thüringen.

 

Uit: Das Märchen von den sieben Schwaben

 

Es waren einmal sieben Schwaben, die wollten große Helden sein und auf Abenteuer wandern durch die ganze Welt. Damit sie aber eine gute Bewaffnung hätten, zogen sie zunächst in die weltberühmte Stadt Augsburg und gingen sogleich zu dem geschicktesten Meister allda, um sich mit Wehr und Waffen zu versehen. Denn sie hatten nichts Geringeres im Sinne, als das gewaltige Ungetüm zu erlegen, das zur selben Zeit in der Gegend des Bodensees gar übel hausete. Der Meister staunte schier, als er die sieben sah, öffnete aber flugs seine Waffenkammer, die für die wackeren Gesellen eine treffliche Auswahl bot. »Bygott!« rief der Allgäuer, »send des au Spieß? So oaner wär mer grad reacht zume Zahnstihrer. For mi ischt e Spieß von siebe Mannslengen noh net lang genueg. « Drob schaute ihn der Meister wiederum an mit einem Blick, der den Allgäuer beinahe verdroß. Denn dieser lugte zurück mit grimmigen Augen, und bei einem Haar hätt's was gegeben, wenn der Blitzschwab nicht just zur rechten Zeit sich ins Mittel gelegt

 

 

 

bechstein
Ludwig Bechstein (24 november 1801 – 14 mei 1860)

 

 

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Carlo Collodi werd als Carlo Lorenzi op 24 november 1826 in Florence geboren. Zie ook mijn blog van 24 november 2006.