16-02-16

Elisabeth Eybers, Anil Ramdas, Ingmar Heytze, Iain Banks, Alfred Kolleritsch, Aharon Appelfeld

 

De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp. Zie ook alle tags voor Elisabeth Eybers op dit blog.

 

Versinsels

Versinsels is eerstens 'n soort van bedryf
om dingen wat onderling klop op te skryf,
die gees te verhef bo die lydsame lyf:

verzinsels wil graag hul uiterste doen
om liggaam en siel met mekaar te versoen,

nie soseer om die werklikheid te onthul
as om sy tekortkoming aan te vul.

Wat van voortgezette verzinsels nou?
Hoe lank kan jy hulle nog blindelings vertrou
om jou dag na dag op die been te hou?

 

 

Sterwende

Nou knal die walle van die tyd
voor aantog van die ewigheid
 
en styg die gistende gety
die laaste bakenpen verby.
 
Sy neusvleuels swoeg, nog ongewend
aan hierdie strawwe element,
 
sy oordrom dreun van die rumoer
wat fondamente ruk en roer,
 
sy netvlies krimp, deur slierte lig
geklief. Sy vleeslose gesig
 
is blink gebeitel en geskaaf
tot sidderende seismograaf.

 


Verwyt
 
Woorde wil àl wat uit die duister wel
in hul spitsvondige patroon saamknel.
 
Die flikkering van aksiomas dring
soos angs-oë deur die nag wat ons omring.
 
Woorde wil die Verborgenheid laat swig
voor hul misleidende moerasgaslig.
 
‘Hier is die Wondermiddel wat nooit faal!
Hier is die Waarheid, binne perk en paal!’
 
Kwaksalwerkrete en kermismusiek
laat jou terugkrimp, eensaam en twyfelsiek.
 
Maar ná 'n week in die woestyn - wat bly
nog oor van jou onkreukbaarheid, as jy
 
dit opgesom en vereenvoudig het
tot 'n klein, selfgenoegsame sonnet?

 

 
Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)
In 1979

Lees meer...

16-02-13

Aharon Appelfeld, Annie van Gansewinkel, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Wiebke Lorenz, Vyacheslav Ivanov

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook alle tags voor Aharon Appelfeld op dit blog.

 

Uit: Until the Dawn's Light

 

“After a week of displacements, Otto stopped pestering her. He slept and barely poked his head out of his coat. Blanca was upset: perhaps his dreams were showing him what she wanted to keep from his sight. She thought that despite her efforts he had figured something out, and that the dream would turn his guess into a certainty—­the thought disturbed her. She buried her face in her hands, the way her mother had done when headaches assailed her.
Otto sank ever deeper into sleep, and his face was relaxed. What she would do, and where the trains would lead them, Blanca still didn’t know. The summer light was full. The sky was blue, and the fields were yellow and spread out over the low hills. The bright view brought to mind the long vacations she had taken with her parents. They were so far away now, it was as if those vacations had never taken place.
When Otto woke from his sleep he was pale, and he immediately started vomiting. In his infancy he used to vomit, but since then he hadn’t complained about stomachaches or vomited. Now he shuddered in her arms as if fleeing from a nightmare.
“We’ll get off here,” said Blanca, and they got off right away.
It was a small village, with wooden houses scattered amid ­greenery.
“This is it,” she said, as if they had reached a safe haven.”


Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

Lees meer...

16-02-12

Aharon Appelfeld, Annie van Gansewinkel, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Wiebke Lorenz, Vyacheslav Ivanov

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010 en ook mijn blog van 16 februari 2011.

 

Uit: Until the Dawn's Light

 

„They moved from train to train, sped past little stations, stopped at level crossings, and set out again with a rush across broad, flat expanses. It all transpired quickly and with frightening precision, as though they were no longer their own masters but in the hands of the railways, which treated them mercifully and moved them from place to place, almost without pain.
Otto was already four, and his mother regarded him as a big boy. She spoke to him and explained things to him that he certainly couldn’t understand. Her long and convoluted sentences perplexed him, but Blanca was sure he grasped her intention, and she would go on and burden him with more words. True, Otto asked pertinent questions, not because he understood what was happening, but because he was frightfully logical. Blanca, who was proud of his consistent thinking, was afraid now that he would trip her up. To distract him, she told him about things that never were, toyed with his limited memory, and promised him that before long they would get to a magical place.
“Where are we going, Mama?” he kept asking.
“To the north.”
“Is it far from here?”
“Not very.”
“Is the north in the country or in the city?”
“The north is up above, my dear.”
In her heart she knew she mustn’t lie; the boy was sensitive to contradictions. Still, she deceived him, distracted him, and concealed information. Even worse: she made him promises she couldn’t keep. Thus she became the accomplice of the speeding trains: together they confused him.“

 

Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

Lees meer...

16-02-11

80 Jaar Alfred Kolleritsch, Annie van Gansewinkel, Aharon Appelfeld, Richard Ford, Karl Otto Mühl

 

80 Jaar Alfred Kolleritsch 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009 en ook mijn blog van 16 februari 2010.  Alfred Kolleritsch viert vandaag zijn 80e verjaardag. 

 

Alte Erde

"Das Schöne", ausgesetzt in die Farben,
in die Landschaftszüge,
in das Herausziehende einer Hand: dem Nichts,
dem Weißen, nimmt die Hand,
was sie entreißend schenkt.

Sie stellt das Zelt: die Welt,
und hält, was tote Augen
ins Alltägliche verschütten.

Der Hand gelingt der Riß,
sie dreht den Weg in sich zurück,
zum Eingang, er schlug die Augen auf,
den ersten Funken, der die Nacht, die Trennung,
zusammenführt ins Bild: das Hingebreitete,
die Felder, Felsenstürze,
Verhängungen und Farbenspeichelwasser:

der Schrei, die Augen mitzusagen,
führt ins Zusammenspiel, setzt
das Erscheinen und Verweigern fort.

Das Hiersein glückt? Unsichtbares
in Gegenwart geflossen, Spalt
des Sehenkönnens, Nähe ohne Peitschenknall.

Was das Sehen braucht, unberührt von uns,
befreites Licht, befällt das Zeigen,
voraus beschenkt mit Erde,

für das Weitergehen litt die Hand,
Überschattetes berührte der Schritt,
dem das Gestein entgegenschlägt,
zum Stürzen da, zum Wundenschlagen,
daß eine Ritze offenbleibt.
Und der Schmerz hinein.

 

 

Am Grab des Vaters     

Von dem er kam,

den zieht er mit

ins eigene Wiederkommen,

als Gegenstimme zu dir,

dem Drängen das Höchste zuzutrauen,

die Rippen abzudecken

mit geliebter Haut, mit Lebensschmuck,

den ganzen Leib mit Handlaub

überschütten, mit Platanenlaub,

Lindenblättern.

 

Mit dir die Wurzeln nähren,

die Zungenlust als deine Sprache hören,

so dem Vater danken,

daß er die Erze mitgegeben hat,

Erz für ihre Strenge,

sich nicht zu verlieren in Träumen,

den Widersacher mitzuschätzen,

den alltäglichen.

 

Nimmt er den Mut aus der Wassernähe,

von den Vaterfischen,

der Wanderer durch die Auen,

vorbei an Paaren,

Rollschuhfahrern.

 

spürt die Nebel,

hält weißes Leinen,

Heimatleinen für die nie Heimgekehrte,

abgeschieden mit Musik

lebst du die Fingerwelt,

mit der Vaterhand zeigt er ins Glück,

in das Wort zumindest.

 

  

 

 

Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

Lees meer...

16-02-10

Annie van Gansewinkel, Aharon Appelfeld, Alfred Kolleritsch, Richard Ford, Karl Otto Mühl, Octave Mirbeau


De Nederlandse schrijfster Annie van Gansewinkel werd geboren in Weert op 16 februari 1954. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Pretpark

 

De geur van vochtig rubber stijgt op uit het donker. Onopvallend heb ik mijn neus diep in de badtas gestoken en ik adem in. Mijn rode badpak zit er niet in. De prikkende wol die uitlubberde als zij nat werd en wat erger was: elk vezeltje zoog zich vol met chloorwater. Met die loodgordel moest ik leren zwemmen. Geen wonder dat ik kopje-onder ging.
Een tik op mijn schouder. Pietje Daniëls, ik weet het zeker. Ik pak mijn badtas steviger vast. De vorige week ging hij er ook joelend mee vandoor. Slingerend over het schoolplein, gooide hij hem rakelings over me heen naar Jantje van Assem en nam hem snel weer met een overwinnaarsblik over.
Ik stond erbij en keek ernaar, de armen langs mijn lijf. Tot ik boos werd, op de grond stampte en Pietje alleen maar harder lachte. Tot ik verdrietig werd, 'Pietje, alsjeblieft' smeekte.
Hij kwam voor me staan, mijn tas bungelde voor mijn neus. 'Voor een zoen,' commandeerde hij.
Pietje zoenen was wat ik al eeuwen wilde, maar niet nu hij het eiste. Stijf kneep ik mijn lippen op elkaar.
'Gaat u mee, mevrouw? We worden in het restaurant verwacht.'
Het is Pietje niet, maar Junior Manager C. Witvliet, zoals op zijn badge te lezen staat. Hij knikt me klantvriendelijk toe. De andere 39 zijn me reeds voorgegaan.
Twee uur geleden stonden we nog als vreemden op het station in Utrecht op de bus te wachten. Uit alle windstreken waren we door een centrerende kracht bij elkaar gedreven. Zeker één ding hebben we alle veertig gemeen: op de dag af drieëneenhalve maand geleden zijn we veertig geworden. Dit verlate verjaardagsfeestje hadden we nog te goed. Dat schept zo te zien een band, vrolijk dansen de somber geruite badtassen op hun rug. Ik slof achter hen aan.“

 

 

 

annievangansewinkel
Annie van Gansewinkel ( Weert, 16 februari 1954)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Tzili (Vertaald door Stefan Siebers)

 

„Vielleicht sollte man die Lebensgeschichte von Tzili Kraus gar nicht erzählen. Sie hatte ein grausames, glanzloses Schicksal, und wenn sich nicht alles tatsächlich so ereignet hätte, könnte man Zweifel hegen, ob wir in der Lage wären, es zu erfinden. Da es sich aber ereignet hat, besteht kein Grund, es länger zu verbergen. Fangen wir also gleich an.

Tzili war nicht das einzige Kind ihrer Eltern, sie hatte ältere Brüder und Schwestern. Die Familie war groß, arm und ruhelos, und Tzili wuchs, unbeachtet von ihrer Umgebung, zwischen dem Gerümpel im Hof auf. Der Vater, ein von Krankheit gezeichneter Mann, die Mutter, ganz mit dem kleinen Laden beschäftigt. Am Abend griff irgendeines ihrer Geschwister sie, oft eher beiläufig, aus dem Staub des Hofes auf und brachte sie ins Haus. Tzili war ein stilles Wesen, ohne jede Anmut, beinahe stumm. Bereitwillig stand sie in der Frühe auf und ging am Abend ohne Zorn und Tränen zu Bett.

So wuchs sie heran. Den größten Teil des Sommers und des Herbstes über spielte sie draußen.

Die Winterszeit verbrachte sie im Bett. Klein und mager war sie niemandem im Wege, man bemerkte

sie gar nicht. Nur manchmal erinnerte sich die Mutter ihrer, dann rief sie: »Tzili, wo bist du?« -

»Ich bin hier«, kam ihre Antwort, ohne auf sich warten zu lassen, und die plötzlich aufgetretene Besorgnis der Mutter zerstreute sich wieder.

Als Tzili sieben Jahre alt war, nähte man ihr eine Tasche, kaufte ihr zwei Hefte, und die älteste Schwester brachte sie in die Dorfschule, die aus grauem Stein gebaut und mit einem Ziegeldach versehen war. Fünf Jahre lang ging sie dorthin. Anders als die übrigen Kinder ihres Volkes war Tzili keine ausgezeichnete Schülerin. Sie war eher verschlossen und in ihrer Sprache gehemmt. Beim Anblick der großen Buchstaben an der Tafel schwindelte ihr. Am Ende des ersten Halbjahres bestand kein Zweifel mehr: Sie war dumm. Zwar hatte die Mutter genügend andere Sorgen, doch trotzdem konnte sie ihren Groll nicht zurückhalten: »Du mußt lernen! Warum lernst du nicht?«

 

 

 

 

Aharon_appelfeld
Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Verweigerung der Nacht

 

Erwachen mit ihr,

auf der Haut

das Morgenlicht zählen,

mit Sonnenblumen bedecke ich sie,

schmücke ich

die Kunst des Gekränktseins,

ich entführe den Verlust

in den aufsteigenden Nebel.

 

 

 

 

Über uns hinaus

 

Wir sind dagesessen. Die alte Eiche
hielt uns zusammen,
sie schickte Blätter,
Silben des Gesprächs,
den Raum.

 

Er zog uns zu den Hütten,
zu den Geräten, der Holunderbaum
blühte, die Linde und Fichte,
die Augen
verliefen sich in die Wege des Ortes.

 

In den Feldsträuchern erkannte ich dich,
neben mir warst du,
wir spürten das Licht auf, den Zuruf
im Wind, er zeigte uns die Grenze,
kein hohes Wort braucht sie,
sie läuft tief in die Schatten,
sie werfen uns mit,
wenn wir sie werfen,
uns verwerfend.

 

Der Schrecken ist,
daß wir es erhalten, dazwischen
sind wir, Mündung,
die Kunde gibt, Wange an Wange:
daß keiner entbehren muß.

 

Tische, Sessel und Bänke
setzen uns aus,
wir kennen die Leute, die Häher,
Wespen und Mücken,
die Nachbarn am Zaun,
und der Freund brät Schwämme.

 

Welch freies Feld
für Kaktusblüten, für Dämmerung,
Mondlicht und jeden Morgen!

 

 

 

 

alfred_kolleritsch
Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Ford werd geboren op 16 februari 1944 in Jackson, Missisippi. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.en ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: The Lay of the Land

 

Toms River, across the Barnegat Bay, teems out ahead of me in the blustery winds and under the high autumnal sun of an American Thanksgiving Tuesday. From the bridge over from Sea-Clift, sunlight diamonds the water below the girdering grid. The white-capped bay surface reveals, at a distance, only a single wet-suited jet-skier plowing and bucking along, clinging to his devil machine as it plunges, wave into steely wave. “Wet and chilly, bad for the willy,” we sang in Sigma Chi, “Dry and warm, big as a baby’s arm.” I take a backward look to see if the NEW JERSEY'S BEST KEPT SECRET sign has survived the tourist season—now over. Each summer, the barrier island on which Sea-Clift sits at almost the southern tip hosts six thousand visitors per linear mile, many geared up for sun ’n fun vandalism and pranksterish grand theft. The sign, which our Realty Roundtable paid for when I was chairman, has regularly ended up over the main entrance of the Rutgers University library, up in New Brunswick. Today, I’m happy to see it’s where it belongs.
New rows of three-storey white-and-pink condos line the mainland shore north and south. Farther up toward Silver Bay and the state wetlands, where bald eagles perch, the low pale-green cinder-block human-cell laboratory owned by a supermarket chain sits alongside a white condom factory owned by Saudis. At this distance, each looks as benign as Sears. And each, in fact, is a good-neighbor clean- industry-partner whose employees and executives send their kids to the local schools and houses of worship. Management puts a stern financial foot down on drugs and pedophiles. Theircampuses are well landscaped and policed. Both stabilize the tax base and provide locals a few good yuks.“

 

 

 

Ford
Richard Ford (Jackson, 16 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Otto Mühl werd geboren op 16 februari 1923 in Nürnberg. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

 

Trüber Tag

Täglich gießt er seinen Topf aus, der Teufel.
Du weißt schon, welchen.
Ich werde den Teufel tun und mich großtun,
weil mich kein Spritzer traf.

Aber den und den und den
hat es getroffen,
und Tausende junger Männer
fielen um,
lagen da und starrten
in den Himmel.

Eigentlich kann niemand froh sein,
und unsere einzige Hoffnung der Tod.

 

 

 

Ibbenbüren

Kneif nicht die Lippen zusammen
sagen sie.
Warum bist du nicht fröhlich?

Weil alles andere besser ist,
besonders Ibbenbüren.
Sogar die Krähenflügel
haben dort silberne Ränder.

Streng dich nicht so an,
sagen sie.
Sei ein guter Kerl.

 

 

 

 

karl-otto-muehl
Karl Otto Mühl (Nürnberg, 16 februari 1923)

 

 

 

 

De Franse schrijver, journalist, pamfletschrijver, kunstcriticus en toneelschrijver Octave Henri Marie Mirbeau werd geboren in Trévières (Calvados) op 16 februari 1848. Zie ook mijn blog van 16 februari 2009.

 

Uit: Le Jardin des Supplices

 

“Puis l'Idole elle-même se précisa, et je reconnus que c'était l'Idole terrible, appelée l'Idole aux Sept Verges… Trois têtes armées de cornes rouges, casquées de chevelures en flammes tordues, couronnaient un torse unique ou plutôt un seul ventre, lequel s'incorporait à un énorme pilier barbare et phalliforme. Tout autour de ce pilier, à l'endroit précis où le ventre monstrueux finissait, sept verges s'élançaient auxquelles les femmes, en dansant, offraient des fleurs et de furieuses caresses. Et la lueur rouge de la salle donnait aux billes de jade qui servaient d'yeux à l'Idole, une vie diabolique… Au moment où nous nous remîmes en marche, j'assistai à un spectacle effrayant et dont il m'est impossible de rendre l'infernal frémissement. Criant, hurlant, sept femmes, tout à coup, se ruèrent aux sept verges de bronze. L'Idole enlacée, chevauchée, violée par toute cette chair délirante, vibra sous les secousses multipliées de ces possessions et de ces baisers retentissaient, pareils à des coups de bélier dans les portes de fer d'une ville assiégée. Alors, ce fut autour de l'Idole une clameur démente, une folie de volupté sauvage, une mêlée de corps si frénétiquement étreints et soudés l'un à l'autre qu'elle prenait l'aspect farouche d'un massacre et ressemblait à la tuerie, dans leurs cages de fer, de ces condamnés, se disputant le lambeau de viande pourrie de Clara !… Je comprends, en cette atroce seconde, que la luxure peut atteindre à la plus sombre terreur humaine et donner l'idée véritable de l'enfer, de l'épouvantement de l'enfer…”

 

 

 

mirbeau_octave

Octave Mirbeau (16 februari 1848 - 16 februari 1917)

16-02-09

Elisabeth Eybers, Ingmar Heytze, Iain Banks, Richard Ford, Iris Kammerer, Annie van Gansewinkel, Aharon Appelfeld, Alfred Kolleritsch


De Zuidafrikaanse dichteres Elisabeth Eybers werd geboren op 16 februari 1915 in Klerksdorp, Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en mijn blog van 4 december 2007  en ook mijn blog van 16 februari 2008.

 

 

Sisteem

Sy 't haar gebalde buik
die afgrond toevertrou
en kan nie terugkatrol
maar moet al sneller sak
al radeloser tol
tot waar die besemstruik
in oker skuim oopvou.

Met lig wat sy ontlas
ryg sy die blare vas
en koppel tak aan tak.
Sy span vanaf die spil
tien speke in 'n straal
en trek haar dun patroon
- die silwer dekagoon1 -
in spreiende spiraal
tot alles snaarstyf tril.

Sy strik die laatste knoop
en krimp bedees opsy,
geledig deur die vlyt.

Kyk - op haar rug die kruis
van barmhartigheid
wat elke argwaan stil.

maar as die raamwerk ril
sal sy elektries gly -
'n aarsellose oop
agtvingerige vuis.

 

 

 

 

Ontheemde

 

Hier, in die vreemde, en sonder 'n masker aan...

Die mense is hier nie minsamer as daar, gewis

nie toleranter. Wat of wie

hou jou hier vas? Dáár was die lewe beter

en niks belet jou om weer terug te gaan.

 

Jy antwoord selfbewus:

argwaan en haat is te verdra

tussen gelykgeregtigdes wat nie

verordenend mekaar verneder,

menswees met rubbertjap betwis.

 

Hoekom huiwer ek om te vra:

my broer, my natuurgenoot,

word ons kinders terreurloos groot ?

 

- En die onbetaalde gelag van die verlede ?

 

 

 

Akkoord

 

Jy, heelmaker, opspoorder van verband,

ontleder, agtervolger, agonis,

daag my tot tweespraak, kwalik aangeland

waar sinsbou, klemtoon, ritme anders is.

 

Ek, wankelaar, my ou houvas verloor,

smekend om redding en maar half bereid

tot nuwe onderhandeling, gee my oor

met klein kramptrekkings van terugwilligheid.

 

Hoe kan ek, wat voor elke windstoot swig,

jou digtheid balanseer, 'n slypsteen wees,

spitskorrelige weerstand vir jou gees?

 

Tog: as die dors ons dryf om, end in sig,

toevlug te neem tot die begin, word woord

weer vlees, ontvonk uit friksie oerakkoord.

 

 

 

 

 

 

Elisabeth-Eybers

Elisabeth Eybers (16 februari 1915 – 1 december 2007)

Portret door Lia Laimbock

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.

 

 

Vos onder ijs

 

Deze winter, bij het schaatsen:
vos onder ijs.
Twee dode ogen keken op

 

alsof hij zo omhoog zou springen
met open bek
als het plotseling zomer werd.

 

Ik vlucht voor honderd boeren.
Water breekt.
Ik zwem mij langzaam dood.

 

Er is geen hoop, geen ademnood
voor het langst.
Ik voel niet eens meer angst.

 

Mijn laatste woorden zijn gedacht:
ik kan niet meer
en spreken gaat niet hier.
Het is eenzaam. Aan deze kant.
Van het papier.
Het is zo eenzaam hier

 

 

 

 

Overdrijver

 

Hij doet en is van alles te veel
hij kijkt je veel te eerlijk aan
te lang vooral, hij geeft
van die hardhandige handen
ook lacht hij te hoog.

 

En toen hij verliefd werd
sloop hij naar haar venster
en gooide voorzichtig
een baksteen door het raam.

 

 

 

 

 

Ingmar_Heytze2
Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver Iain Menzies Banks werd geboren op 16 februari 1954 in Dunfermline, Schotland. Onder de naam Iain Banks schrijft hij literaire romans, als Iain M. Banks schrijft hij sciencefiction. Banks studeerde Engels en filosofie aan de Universiteit van Stirling.

Al op 14-jarige leeftijd besloot Banks schrijver te worden en twee jaar later schreef hij zijn eerste novelle. Na zijn studie werkte hij als portier in een ziekenhuis en als tuinman en technicus bij British Steel. Deze beroepen verschaften hem de tijd om zijn schrijversambities te verwezenlijken. In 1984 schreef hij in Londen zijn eerste roman, The Wasp Factory, waarmee hij in één klap wereldberoemd werd. Zoals bij zijn vriend Ken MacLeod (ook een Schotse schrijver van technische en sociale sciencefiction) blijkt in zijn werken een politiek linkse geëngageerdheid. In 2004 was Banks een prominent lid van een groep links-georiënteerde Britse politici en mediapersoonlijkheden die campagne voerde om premier Tony Blair af te zetten na de invasie van Irak in 2003.

 

Uit: The Wasp Factory

 

I had been making the rounds of the Sacrifice Poles the day we heard my brother had escaped. I already knew something was going to happen; the Factory told me.

At the north end of the island, near the tumbled remains of the slip where the handle of the rusty winch still creaks in an easterly wind, I had two Poles on the far face of the last dune. One of the Poles held a rat head with two dragonflies, the other a seagull and two mice. I was just sticking one of the mouse heads back on when the birds went up into the evening air, kaw-calling and screaming, wheeling over the path through the dunes where it went near their nests. I made sure the head was secure, then clambered to the top of the dune to watch with my binoculars.

Diggs, the policeman from the town, was coming down the path on his bike, pedalling hard, his head down as the wheels sank part way into the sandy surface. He got off the bike at the bridge and left it propped against the suspension cables, then walked to the middle of the swaying bridge, where the gate is. I could see him press the button on the phone. He stood for a while, looking round about at the quiet dunes and the settling birds. He didn't see me, because I was too well hidden. Then my father must have answered the buzzer in the house, because Diggs stooped slightly and talked into the grille beside the button, and then pushed the gate open and walked over the bridge, on to the island and down the path towards the house. When he disappeared behind the dunes I sat for a while, scratching my crotch as the wind played with my hair and the birds returned to their nests.“

 

 

 

 

iainbanks
Iain Banks (Dunfermline, 16 februari 1954)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Ford werd geboren op 16 februari 1944 in Jackson, Missisippi. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.

 

Uit: Vintage Ford

 

My mother once had a boyfriend named Glen Baxter. This was in 1961. We-my mother and I-were living in the little house my father had left her up the Sun River, near Victory, Montana, west of Great Falls. My mother was thirty-two at the time. I was sixteen. Glen Baxter was somewhere in the middle, between us, though I cannot be exact about it.

We were living then off the proceeds of my father's life insurance policies, with my mother doing some part-time waitressing work up in Great Falls and going to the bars in the evenings, which I know is where she met Glen Baxter. Sometimes he would come back with her and stay in her room at night, or she would call up from town and explain that she was staying with him in his little place on Lewis Street by the GN yards. She gave me his number every time, but I never called it. I think she probably thought that what she was doing was terrible, but simply couldn't help herself. I thought it was all right, though. Regular life it seemed, and still does. She was young, and I knew that even then.“

Glen Baxter was a Communist and liked hunting, which he talked about a lot. Pheasants. Ducks. Deer. He killed all of them, he said. He had been to Vietnam as far back as then, and when he was in our house he often talked about shooting the animals over there-monkeys and beautiful parrots-using military guns just for sport. We did not know what Vietnam was then, and Glen, when he talked about that, referred to it only as "the Far East." I think now he must've been in the CIA and been disillusioned by something he saw or found out about and been thrown out, but that kind of thing did not matter to us.“

 

 

 

 

ford
Richard Ford (Jackson, 16 februari 1944)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Iris Kammerer werd geboren op 16 februari 1963 in Krefeld. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.

 

Uit: Varus

 

Je weiter man sich entfernt von den inneren Regionen des Erdkreises rings um Unser Meer und in die äußeren Gebiete vordringt, wo der Oceanus in schier unendlichem Wellenring die Lande umschließt, umso wilder werden die Menschen und Tiere, die dort leben. Titus Annius ließ missmutig den Blick über den vielköpfigen Volkshaufen schweifen, atmete den fremdartigen Geruch. Die Leute drängten sich auf dem Gerichtsplatz, ihre kehligen Stimmen rauschten wie Brandung. Wenn Annius die Augen schloss, beschenkte ihn sein Gedächtnis mit der Erinnerung an den salzigen Duft des Hafens seiner Heimatstadt Tarraco. Er sehnte sich nach den Gestaden des Meeres, das im Herzen des Erdkreises lag, fern von diesem unwirtlichen Land unweit des Randes der Welt.
Ein spöttischer Ruf schallte über den Platz, der von einem zornigen Blaffen beantwortet wurde. Immer mehr Stimmen brüllten. Die Menge wogte. Annius reckte den Hals, um Ausschau zu halten, sah dennoch nichts als helle und braune Schöpfe, dazwischen die bunten Kopftücher der Weiber. Ein Blick auf den Stand der Sonne über den Hügeln im Osten verriet ihm, dass gleich der Statthalter erscheinen würde, um Recht zu sprechen.”

 

 

 

Kammerer
Iris Kammerer (Krefeld, 16 februari 1963)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Annie van Gansewinkel werd geboren in Weert op 16 februari 1954. Zie ook mijn blog van 16 februari 2007 en ook mijn blog van 16 februari 2008.

 

Uit: Deadline

 

„Laat ze eindelijk eens opschieten. Jess heeft het aantal plafondplaten al gecheckt en gedubbelcheckt en probeert het aantal nu te vermenigvuldigen met dat van de vreemde noppen op het kruisvlak van de platen.
De rekensom is gelukkig gecompliceerd doordat op sommige plaatsen de nop ontbreekt.
Na deze uitgebreide rekenexercitie op het plafond probeert Jess een blik met de boodschap 'Afkappen!' te zenden naar Mariet die het overleg over de weekendbijlage leidt. Leiden is overigens een te groot woord voor het vrij baan geven aan een eindeloze stoet stokpaarden die voorbij galoppeert.
Zojuist heeft Freek het zijne beklommen en zijn stap is rap overgegaan in draf. 'Ik vind dat we echt niet meer kunnen wachten met een uitgebreide reportage over de permanente bewoning van vakantiehuizen in onze regio. Zelf dacht ik aan een serie van drie paginagrote verhalen.'
Die hoge inzet levert hem dan uiteindelijk op zijn minst een hele pagina op.
Door het open raam zwelt het geluid aan van een sirene, daarna van meer sirenes. Hun samenspel klinkt vals. Zouden daar geen regels voor zijn? Mogelijk een aardig onderwerp voor 'Over de rand'.

 

 

 

Gansewinkel
Annie van Gansewinkel ( Weert, 16 februari 1954)

 

 

 

 

De Israëlische schrijver Aharon Appelfeld werd geboren op 16 februari 1932 in Sadhora in de Oekraïne. Toen hij acht jaar was werd zijn moeder door Roemeense antisemieten vermoord en werd hij zelf samen met zijn vader naar Transnistrië gedeporteerd. Het lukte hem te vluchten en zich verborgen te houden totdat hij zich in 1944 bij de Russische troepen kon aansluiten. In 1946 kwam hij in Palestina aan en studeerde aan de Hebreeuwse universiteit in Jeruzalem. Van 1975 tot 2001 was hij hoogleraar Hebreeuwse literatuur aan de Ben-Gurion universiteit. Aan het eind van de jaren vijftig verschenen zijn eerste verhalen. Internationaal brak hij door toen de Engelse vertaling verscheen van zijn roman Badenheim.

 

Uit: Blumen der Finsternis

 

„Morgen sollte Hugo elf Jahre alt werden, und zu seinem Geburtstag würden Anna und Otto kommen. Die meisten von seinen Freunden waren schon in ferne Dörfer geschickt worden, und die wenigen, die geblieben waren, würde man wohl auch bald wegschicken. Die Anspannung im Ghetto war groß, aber niemand weinte. Die Kinder errieten insgeheim, was ihnen bevorstand. Die Eltern verbargen ihre Gefühle, um keine Angst zu verbreiten, aber die Türen und Fenster kannten keine Zurückhaltung, sie fielen laut ins Schloss oder wurden nervös zugestoßen. In allen Gassen herrschte Durchzug.

Vor einigen Tagen sollte auch Hugo in die Berge geschickt werden, aber der Bauer, der ihn holen sollte, kam nicht. Unterdessen rückte sein Geburtstag immer näher, und die Mutter beschloss, eine Feier auszurichten, damit er sich an sein Zuhause und seine Eltern erinnern würde. Wer weiß, was uns bevorsteht? Und wer weiß, wann wir uns wiedersehen werden? Das waren die Gedanken, die ihr durch den Kopf gingen.

Um Hugo eine Freude zu machen, kaufte sie Freunden, bei denen schon feststand, dass sie deportiert werden würden, drei Bücher von Jules Verne und einen Band Karl May ab. Wenn er in die Berge fahren würde, könnte er die Geschenke mitnehmen. Die Mutter wollte ihm noch ein Domino- und

ein Schachspiel mitgeben, außerdem das Buch, aus dem sie ihm jeden Abend vor dem Schlafengehen vorlas.

Hugo versprach immer wieder, in den Bergen zu lesen, Rechenaufgaben zu lösen und abends Briefe an seine Mutter zu schreiben. Sie hielt ihre Tränen zurück und bemühte sich, dass ihre Stimme ganz normal klang.”

 

 

 

appelfeld_aharon
Aharon Appelfeld (Sadhora, 16 februari 1932)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfred Kolleritsch werd geboren op 16 februari 1931 in Brunnsee, Südsteiermark. Hij studeerde aan de universiteit van Graz germanistiek, Engels, filosofie en geschiedenis. Daarna werkt hij o.a. als leraar en als docent filosofie. In 1960 richtte hij het literaire tijdschrift Manuskripte op, waarin vooral experimentele schrijvers een platform vonden. Schrijvers als Peter Handke, Ernst Jadl en Wolfgang Bauer hebben hun doorbraak aan hem te danken.

 

 

Du nahst,
Wind schlägt dir entgegen,
die Bäume fliegen,
treue Boten mit Vogelgesang.

 

Zu deuten belebt sich die Zeit,
das Ferne, Verschwommene
glänzt.
Ähnlichkeiten
verheißen Glück,
mäßigen das Unbestimmte.

 

Nimm den Seitenweg, er ist schmal.
Es regt sich die Berührung.
Das ausnahmslos Unsrige.

 

 

            ***

 

 

Mehr darf es nicht sein,
es hängt von den Zeilen ab,
die frei sind,
der Platz ist ausgespart,
es wird der Übung bedürfen
ihn zu nutzen.
Was gerade die Größe hat,
muss sich nicht fügen.

 

Die Schrift bleibt gedrängt,
vielleicht unleserlich,
in der Vergrößerung verzerrt,
oder es stürzt die Leere
in nichts zusammen.

 

 

 

 

kolleritsch
Alfred Kolleritsch (Brunnsee, 16 februari 1931)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e februari mijn vorige blog van vandaag.