16-12-15

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit:Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht.‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.
(…)

“… Een vreemde taal was in haar strot gekropen, een mannenstem. Mōshiwake gozaimasen! Tennõheika no meirei deshita! Mōshiwake gozaimasen! De stem zong en snauwde tegelijk. Mijn moeder boog voorover tot haar voorhoofd de tafel raakte. De dames hesen haar op. Maar ze sloeg ze van zich af. De Russin peuterde de banderol van de dop van de wodkafles. Ik sloop beschaamd weg. De vreemde stem vulde de gang, de trap, mijn kamer, tot een hoge gil hem overtrof. Ik werd naar beneden geroepen. Mijn moeder lag half onder de tafel, ze was in trance van haar stoel gegleden. De handoplegster zat geknield naast haar en jammerde met haar mee. De stem had Japans gesproken…”.

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Lees meer...

22-09-15

Constantijn Huygens-prijs 2015 voor Adriaan van Dis

 

Constantijn Huygens-prijs 2015 oor Adriaan van Dis

De Nederlandse schrijver Adriaan van Dis krijgt de Constantijn Huygens-prijs 2015 voor zijn hele oeuvre. Dat maakte de Jan Campert-stichting, die de literaire prijs elk jaar uitreikt, dinsdag bekend. Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag verbonden van 10 duizend euro. Eerdere winnaars zijn onder anderen Mensje van Keulen, Tom Lanoye en A.F.Th. van der Heijden. Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Brief aan mijn Turkse kleermaker

“Ik vertelde u over mijn bezoek aan La Barre Balzac, dat veertien verdiepingen hoge kavalje in La Courneuve, bont van de graffiti, een reep hokken smachtend naar de sloop, met kapotte liften, dichtgetimmerde ramen en hopen vuilnis, neergekwakt op wat eens een voetbalveld was geweest. U schrok van mijn woede. ‘Veel te veel Afrikanen,’ zei u. ‘Ze hebben geen beschaving.’
Wat kan u een vies gezicht trekken.
Ik geneerde mij voor uw houding. Ik had gehoopt dat u solidair zou zijn met de migranten uit uw wijk. Al besef ik dat zoiets voor u moeilijker is dan voor mij. Wat heb ik te stellen met schorem dat de buurt onveilig maakt? Dat woont niet in het zesde. En ik hoef mijn trap niet met lawaaischoppers te delen. Even dacht ik dat u me naar de mond wilde praten. ‘Wij blanken,’ zei u. ‘Wij blanken zijn anders.’ Ik vroeg maar niet hóé anders. Had u verwacht dat ik ook op ‘de zwarten’ zou afgeven? Begreep u waarom ik plotseling een paar Turkse zinnen op u losliet? Talebe para yok. Student geen geld. Tamam, arkadas? Oké, kameraad? Woorden opgedaan in de jaren zestig, toen ik met een rugzak door uw land trok. Ik hoopte daarmee van het voetstuk af te stappen waar u mij zojuist op had gezet. U had me witter en burgerlijker gemaakt dan ik wil zijn. Ik liet u op onhandige wijze weten dat ik sympathie voor de Turken heb en dat u uw achtergrond voor mij niet hoeft te verloochenen. Ik ken de leemdorpen in de uithoeken van Anatolië. Ik zag er kinderen in het stof spelen, ver van school en alfabet. Net Afrika.
Ja, ik wilde u laten merken dat ik anders was dan de arrogante Fransen die bij u beknibbelen op de vermaakkosten van hun in de uitverkoop verworven chique labelkleding. Anders ook dan de Fransen die de week daarvoor tegen de Europese grondwet hadden gestemd, een non dat zich verzette tegen de komst van goedkope arbeidskrachten uit de nieuwe oostelijke lidstaten - de spreekwoordelijke Poolse loodgieter - maar vooral ook een non tegen Turkije. Al hadden beide zaken niets met de ratificering van de grondwet te maken, de angst voor nog meer goedkope arbeidskrachten en de angst dat de islam straks de grootste godsdienst van Europa zou worden, gedijden goed in het kamp van de neestemmers. Volgens de kranten lagen de Middeleeuwen aan de andere kant van de Bosporus. Turkije zou een grijze wolf in schaapskleren zijn.”

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

11-06-15

N. P. van Wyk Louw

 

De Zuid-Afrikaans schrijver en dichter Nicolaas Petrus van Wyk Louw werd geboren in Sutherland op 11 juni 1906. Na veertien jaar in Sutherland gewoond te hebben verhuisde Louw in 1920 met zijn familie naar Kaapstad waar hij zijn schoolloopbaan voltooide. Vervolgens studeerde Louw filosofie en Duits in Kaapstad en werd hij voor een korte tijd onderwijzer voordat hij tot in 1930 als docent in die opvoedkunde aan de Universiteit van Kaapstad werd aangesteld. In 1930 is N.P. van Wyk Louw getrouwd met Joan Wessels. Het huwelijk werd echter in 1938 ontbonden. Hij is later met Truida Pohl getrouwd. Sedert 1948 woonde het gezin Louw in Europa waar hij tot en met 1958 een hoogleraarschap in de Zuid-Afrikaanse letterkunde, geschiedenis en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam bekleed heeft. Na zijn terugkeer vestigde hij zich in Johannesburg alwaar hij vanaf 1960 als hoofd van het Departement Afrikaans en Nederlands aan de Universiteit van die Witwatersrand werd aangesteld. Louw dichtte aanvankelijk in het Engels, maar geïnspireerd door zijn jongere broer, de dichter W.E.G. Louw publiceerde hij in 1935 en 1937 de baanbrekende bundels “Alleenspraak” en “Die Halwe Kring”. Sedertdien wordt hij beschouwd als hoofdfiguur van de zogenaamde 'Dertigers' en zijn toneelstukken en dichtbundels verwierven de status van klassiekers. De schrijver Karel Schoeman beschouwt Louw als Zuid-Afrika's grootste dichter "en een van die min figure van wêreldformaat wat die land nog opgelewer het". In 1945 richtte hij, samen met zijn broer W.E.G. Louw en de van oorsprong Nederlandse letterkundige H.A. Mulder, het tijdschrift Standpunte op, dat aanvankelijk als kwartaalblad, maar later zes maal per jaar verscheen, en dat ook thans nog kan gelden als het meest gezaghebbende culturele tijdschrift van Zuid-Afrika.

 

Die boodskap aan Maria

Sy ‘t deur die skaduwee gegaan
in die soet lentenag,
skraal-wit en skemerig en nog sku
van naamlose verwag;

soos ‘n groot nagblom oop
waaroor die motte bewend hang,
so was sy onder die sterre, in haar
onwetende verlang.

Maar toe Hy kom, het sy geweet.
Geen stem was daar,
net enkele sterre donkerder
en blydskap soos ‘n tent óm haar;

en alle verlange buitekant
het trug- en tuisgekeer
tot innigheid, en rus gekry
soos waters in ‘n donkere meer,

en huiswaarts oor die paaie het sy
gepeins dat vreugde só kon wees:
vervuld en woordeloos, en stil
geglimlach oor haar verre vrees.

 

 

In waanzin heb ik gevraagd

In waanzin heb ik gevraagd, o God,
voor mij de vrede van de ster,
om boven de bergen stil te wonen,
de wereld onder dof en ver.

Ik wilde Uw lichaam zien en grijpen,
ik wilde de zee vangen in mijn net;
ik wilde Uw macht vangen, vangen en binden
met de koperen kettingen van mijn wet.

Dan wilde ik zelf in glorie tronen,
hof houden bij winden en bij sterren;
ik wilde met eeuwig-stille ogen
op U en op Uw knechtschap zien.

vergeef die wilde en dwaze bede —
o God, hoe kon ik wijzer zijn?
Maar, moet Uw vlam mijn voorhoofd kronen,
ik neem de glorie en de angst!

Voor mij niet meer de dwaze rust
van mensen en van dag en jaar,
voor mij de vlammen van Uw wagen,
en ogen die in verten staren.

Voor mij het kruis en de doornenkroon,
de reizen die geen einde hebben,
voor mij het zoeken dat nooit vindt,
voor mij de sterren zonder wet.

O God, voor mij de wilde zin,
de ogen die hun waanzin laten zien,
om wat ondenkbaar is te denken,
en wat onmogelijk is te beginnen.

Ik zal ons Weten aan stukken scheuren
en uitstrooien tussen sterren en maan!
Zal ik met zo’n haveloos kleed
Uw wegen, o God, Uw wegen gaan?

Zo zal ik met een lichaam naakt
de reis door dit wonderleven maken,
met wonderogen in het licht
dat om mij heen van Uw Wonder beeft.

Er is één heerlijkheid: U zien;
er is één rust: U zoeken;
om niet te weten – dat is Uw zegen;
en om te vinden – dat is Uw vloek.

 

Vertaald door Adriaan van Dis en Robert Dorsman

 

 
N. P. van Wyk Louw (11 juni 1906 – 18 juni 1970)

12-05-15

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

 

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

De Libris Literatuur Prijs 2015 is gewonnen door Adriaan van Dis voor zijn boek 'Ik kom terug'. Dat maakte juryvoorzitter Wim Pijbes maandagavond bekend tijdens een galadiner in het Amstel Hotel in Amsterdam. Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht. ‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

16-12-14

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Stadsliefde

“Straks haal ik haar op: de vrouw met wie ik het liefst door Parijs wandel. Dan gaan we al die dingen doen die we altijd doen: eerst het glas champagne thuis, de toastjes zalm, en dan lopen naar ons ‘meneertje’, een Vietnamees in de Marais waar we al twintig jaar komen. Alleen de eerste dag. Heen over een andere brug dan terug – beide routes liggen bezaaid met herinneringen. We kennen de eigenaar, zijn wel en wee en familie. We krijgen geen menukaart; we eten altijd hetzelfde. Straks zullen we onze kleren thuis voor een open raam moeten luchten, omdat de hele tent naar frituur stinkt. Hindert niet. Terug lopen we altijd door de rue de Bièvre, een kromme steeg waar Mitterrand vroeger woonde. We zien lampen branden in het appartement waar ik als student op andermans poezen paste. We denken aan doden, aan scheidingen. Hebben we geen woorden voor nodig. Hooguit een miauwtje.
De volgende morgen haal ik een tradition bij de bakker en eten we ons gekookte eitje – ik vier minuten, zij vijf. De Pariscope ligt klaar. We strepen de films aan, de tentoonstellingen, ook al weten we dat het er niet van zal komen. We hebben er tien jaar over gedaan Musée d’Orsay daadwerkelijk binnen te gaan. De buitenkant was al zo mooi. O, de duizend gebouwen die ons nog wachten. Wij wandelen door ons eigen museum. Inspecteren de pleintjes en geheime tuinen. Kijken of de duiven nog uit de geheime kom tussen twee wortels van de ginkgoboom drinken. Zij laat haar jurk opwaaien bij het metrorooster op Carrefour de la Croix-Rouge, ik aai er de hoef van het paard van César. We delen de geuren. De gezichten van voorbijgangers. Kleine sensaties. Parijs als tableau vivant. Alles is van ons. We hebben de stad gemerkt met onzichtbare sporen. Ons wandelen is een ritueel van de herhaling. Niet dat we ons geen onbekende buurten gunnen, o nee, we verkennen en lijven in, maar na het nieuwe keren we toch telkens weer naar onze oude sporen terug, als een meanderende rivier die zijn bedding zoekt.”

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Lees meer...

16-12-13

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Buitenlandse literatuur. De onverslijtbare boeken van mijn jeugd

“Mijn klasgenoten verheugden zich op de vrijheid na het diploma: brommers, banen bij de gemeente of de chemische fabriek, en een liste de mariage bij ‘Au bon gout’. Een vriend van mijn toen al dode vader zag mij graag op zijn handelsbureau. Brieven schrijven: ‘Veuillez agréer, Monsieur, l'expression de mes sentiments distingués.’ ‘Looking forward to your early reply, I remain.’ Ik keek er niet naar uit en op de mulo wilde ik niet blijven.
Met Bordewijk kwam de breuk. Karakter. Ik moest het lezen voor mijn lijst. Na een paar bladzijden was het geen moeten meer, of toch, ik moest in het boek strepen, ik moest het herlezen, ik moest erover vertellen, ik moest het hebben. Ik kocht het in de Zakboekenreeks en ik bezit het nog, met een streep op bladzijde 276: ‘Hij moest kunnen meespreken over alles, niet met de boekengeleerdheid van een lexicon, maar schertsenderwijs. Hij moest een vlotte conversatie kunnen ontwikkelen onder mannen, en op een andere wijze weer, bij vrouwen, zijn litteratuur kennen, vreemde talen spreken met het juiste accent, hún litteraturen kennen, - hij moest op de hoogte zijn van plastische kunsten, van muziek, - hij moest vlot leren reizen in vreemde landen, hij moest kunnen vertellen van steden, landschappen, volkeren, gebruiken en eigen ondervindingen, - hij moest geestig kunnen zijn...’ En zoveel meer moest Jacob Willem Katadreuffe kunnen. Want Jacob wilde advocaat worden, hij wilde een koperen plaat met zijn naam erop. Hij zou meester in de rechten worden, zijn milieu ontvluchten, breken met zijn moeder die zo zuinig was met haar emoties, zich afzetten tegen zijn onredelijk strenge vader. Jacob Katadreuffe was een onwettig kind, hij moest hard werken, harder dan alle andere jongens, maar hij zou ze allemaal voorbijstreven. Hij zou er komen. Eén ding wist hij zeker: ‘niet dit’, niet het benauwde leventje van winkeliers en kleine ambtenaren. Hij zou laag beginnen, hoog zou hij klimmen.”

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Lees meer...

16-12-12

Derde Advent, Edwin Muir, Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

Bij de Derde Advent

 

 

De Annunciatie, Fra Angelico, rond 1430

 

 

 

The Annunciation

 

The angel and the girl are met.
Earth was the only meeting place.
For the embodied never yet
Travelled beyond the shore of space.

 

The eternal spirits in freedom go.
See, they have come together, see,
While the destroying minutes flow,
Each reflects the other’s face
Till heaven in hers and earth in his
Shine steady there. He’s come to her
From far beyond the farthest star,
Feathered through time. Immediacy
Of strangest strangeness is the bliss
That from their limbs all movement takes.
Yet the increasing rapture brings
So great a wonder that it makes
Each feather tremble on his wings.

 

Outside the window footsteps fall
Into the ordinary day
And with the sun along the wall
Pursue their unreturning way.
Sound’s perpetual roundabout
Rolls its numbered octaves out
And hoarsely grinds its battered tune.

 

But through the endless afternoon
These neither speak nor movement make,
But stare into their deepening trance
As if their gaze would never break.

 

 

 

Edwin Muir (15 mei 1887 -3 januari 1959)

Lees meer...

16-12-11

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog. Adriaan van Dis viert vandaag zijn 65e verjaardag.

 

Uit: Doppelliebe (Vertaald door Marlene Müller-Haas)

 

Es war still auf der Straße und trotz der Morgensonne kühl. Ich klopfte mir die Asche vom Blazer, rieb einen Kotzefleck vom Schuh und versuchte mir den Anschein zu geben, als wäre es ganz selbstverständlich, so früh am Morgen durch Amsterdam zu laufen. Meine Muskeln taten weh, innen und außen. Wenn man mir nur nichts ansah. Bald würde ich diese Stadt, und diese Nacht, von mir abwaschen und ich würde eifrig lernen, Laurence Olivier hören, mich auf meine Aufnahmeprüfung für die Schauspielschule konzentrieren – schöne Sätze, schöne Worte, die Schönheit war meine einzige Rettung.
Wo lag wohl der Bahnhof? Hinter den Häusern kreischte eine Straßenbahn. Ich folgte meinen Ohren und kam zu einer breiten Straße mit zwei Schienen im Asphalt; denen folgte ich auf gut Glück. Kurz darauf roch ich die salzige Luft des Wassers vom IJ und sah das Schieferdach des Bahnhofs vor dem blauen Himmel glänzen.
In den Bäumen vor dem Eingang sangen die Stare. Aus einer Straßenbahn stiegen die ersten Fahrgäste. An der Fassade lehnten zwei Stadtstreicher in der Sonne. Sie tranken Bier aus der Flasche und schrieen den Passanten Zoten nach: »He, ihr da, dort läuft ’ne Hure, die hat die ganze Nacht nix verdient, die kannste ficken für ’nen Fünfer.« Auch ich mußte dran glauben. »He, du da, haste was Bares?» Ich ließ sie links liegen.
»Kannste nich höflich grüßen?«
»Guten Morgen, meine Herren.« Gespreizter ging’s nicht.
Ein Mann kam mit einer Flasche in der Hand auf mich zu. Hatte ich vielleicht was zum Rauchen? Ohne zu reagieren, steuerte ich in die Halle zu den Schaltern, aber der Mann folgte mir bettelnd. Der Schalterbeamte pulte Gulden aus einer Geldrolle. Ich klopfte gehetzt an die Scheibe. Das Schild »Geschlossen« klappte vor meiner Nase herunter.
Der Penner zog an meiner Jacke. »Bestimmt Student?« Mein Schweigen gefiel ihm nicht. »Entschuldigen Sie«, sagte ich und wollte zu den Zügen rennen. Er hielt mich fest. Ein Schubs, seine Bierflasche fiel zu Boden – Schaum und Fluchen. Auf den Lärm hin eilten seine Kumpane herbei. »Hast se wohl nich mehr alle, du Arschloch!« Ich hastete zum letzten Bahnsteig, dem festen Abfahrtsgleis für Halfstad. Eine Bierflasche flog mir zwischen die Beine. Schritte hallten in der Unterführung wider.


Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

Lees meer...

16-12-10

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008 en ook mijn blog van 16 december 2009.

 

Uit: Tikkop

 

“Het snoer van de laptop was te kort. De voorkamer moest het met twee stopcontacten doen en het dichtstbijzijnde was bezet. Er kropen honderden mieren in en uit. Kleine, rooie sjouwers die elkaar in het voorbijgaan keurig groetten. Hij ging op zijn knieën zitten en blies ze weg. Ze vielen om, klampten zich vast, hernamen zich en kropen een voor een weer richting stopcontact. Het parcours lag vast. Ook al versperde hij de twee gaten met zijn vingers, dan nog verzamelden de mieren zich op de brug van zijn hand. Ze beten niet, ze verkenden zijn knokkels, een litteken tussen duim en wijsvinger, de plooien, ze waagden zich op zijn pols, proefden aan zijn haartjes, zijn horlogebandje. Ze kropen in de tunnel van zijn mouw. Er lag een kruimel op de vloer. Mulder legde hem voorzichtig tussen de mieren. De mieren keurden de gift, tilden hem op en torsten hem dwars door het gedrang tot aan de gestremde poorten van het stopcontact. Minuten tikten voorbij, vol verbazing, liefde en wrede gedachten: hij plette een mier tussen zijn nagels, eentje maar, voor het sap, voor het zien. Ook het lijk verdween in de file. De wijzerplaat verried niet hoeveel minuten verstreken — het glas zag rood van de mieren. Er zat niets anders op dan de tafel naar het enige andere stopcontact in de kamer te verschuiven, tot tegen de bank, dicht bij het raam. Nu kon hij vanachter zijn toetsenbord een boot zien uitvaren.” 

 

 


Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

Lees meer...

16-12-09

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg, Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Mary Russell Mitford, Olavo Bilac


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: De wandelaar

 

“Mulder wandelde met zijn hond en stond stil onder het lichtgroene dak van een tot parasol gesnoeide plataan. Wat met de mensen niet lukte, leefde de stad uit op haar parken. De voorstad mocht branden, op het gazon werd niet gelopen. Niets werd er beter bewaakt, omheind en verzorgd dan dat. Mulder zag alleen de netheid.

En zijn hond?

Die sprong op de heuphoge muur die het park omringt om zijn baas recht in de ogen te kunnen kijken. Ze liepen even hoog met elkaar op. Wang tegen wang. Het leek of de hond hem iets wou zeggen. Maar Mulder keerde zich van hem af. En ook ’s avonds op bed ontweek hij die sprekende ogen aan het voeteneind en gooide hij een deken over zijn kop. De hond schudde zijn blinddoek telkens af en bleef kijken. Mulder kon er niet van slapen. Hij verborg zich achter een boek, maar kon geen letter lezen door het gehijg achter de kaft; hij trok een fles wijn open, smeerde toastjes, dacht aan zijn cholesterol en voerde de helft op aan zijn hond. Daar werden ze allebei zo wakker van, dat er een tweede fles aan moest geloven – een loodzware bordeaux. En de nacht bleef maar duren.    

‘Wat wil je van me?’ riep hij ten einde raad.

De hond zweeg.”

 

 

 

VanDis
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007   en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Lesley Castle

 

“MY Brother has just left us. "Matilda" (said he at parting) "you and Margaret will, I am certain, take all the care of my dear little one, that she might have received from an indulgent, an affectionate, an amiable Mother." Tears rolled down his cheeks as he spoke these words -- the remembrance of her, who had so wantonly disgraced the Maternal character and so openly violated the conjugal Duties, prevented his adding anything farther; he embraced his sweet Child and after saluting Matilda & Me, hastily broke from us and seating himself in his Chaise, pursued the road to Aberdeen. Never was there a better young Man! Ah! how little did he deserve the misfortunes he has experienced in the Marriage state. So good a Husband to so bad a Wife! for you know, my dear Charlotte, that the Worthless Louisa left him, her Child & reputation a few weeks ago in company with Danvers & dishonour.* Never was there a sweeter face, a finer form, or a less amiable Heart than Louisa owned! Her child already possesses the personal charms of her unhappy Mother! May she inherit from her Father all his mental ones! Lesley is at present but five and twenty, and has already given himself up to melancholy and Despair.

...Matilda and I continue secluded from Mankind in our old and Mouldering Castle, which is situated two miles from Perth on a bold projecting Rock, and commands an extensive view of the Town and its delightful Environs. But tho' retired from almost all the World (for we visit no one but the M'Leods, the M'Kenzies, the M'Phersons, the M'Cartneys, the M'donalds, The M'Kinnons, the M'lellans, the M'Kays, the Macbeths and the Macduffs), we are neither dull nor unhappy; on the contrary there never were two more lively, more agreable, or more witty Girls than we are; not an hour in the Day hangs heavy on our hands. We read, we work, we walk and when fatigued with these Employments releive our spirits, either by a lively song, a graceful Dance, or by some smart bon-mot, and witty repartée. We are handsome, my dear Charlotte, very handsome and the greatest of our Perfections is, that we are entirely insensible of them ourselves. But why do I thus dwell on myself? Let me rather repeat the praise of our dear little Neice, the innocent Louisa, who is at present sweetly smiling in a gentle Nap, as she reposes on the Sofa. The dear Creature is just turned of two years old; as handsome as tho' 2 & 20, as sensible as tho' 2 & 30, and as prudent as tho' 2 & 40. To convince you of this, I must inform you that she has a very fine complexion and very pretty features, that she already knows the two first letters in the Alphabet, and that she never tears her frocks. -- If I have not now convinced you of her Beauty, Sense, & Prudence, I have nothing more to urge in support of my assertion, and you will therefore have no way of deciding the Affair but by coming to Lesley Castle, and by a personal acquaintance with Louisa, determine for yourself.“

 

 

 

 

youngjane
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

Geschilderd op 14-jarige leeftijd

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Wennen aan vrijheid

 

“Het was niet helemaal waar. Ik had aan boord wel degelijk onderscheid gevoeld. Onschuld is ook afwezigheid van elke richtlijn. Daardoor was ik heen en weer geslingerd, maar zonder te kiezen, boven de partijen uit, alleen waarnemend, aanvaardend wat ik kon gebruiken zonder ooit verband te leggen. Dat is mij nu pas duidelijk geworden. Ik hoor hen weer door de afstand van de tijd met zware brouwgeluiden elkaar in het Engels aanspreken, bewust hun moedertaal verloochenend om dan af en toe met gedempte stem toch in het Duits terug te vallen. Ik zie hen weer aan het begin van hun lange tocht naar de vrijheid, geduldig opschuivend naar hun beurt in de tochtige paspoortkantoren. Uren hadden zij gezeten in de koude gangen te Parijs, Londen, Luxemburg, Antwerpen, Rotterdam, de ogen gericht op het loket, glimlachend, buigend, dank mompelend als zij weg gingen. Er werd verteld over stadjes in neutrale landen waar zulke goede vluchtelingenkampen waren. Kleine kinderen spraken Duits, Engels, Frans door elkaar, zij hadden al met Duitsland afgerekend.

Een schip topzwaar van uitgestotenen, waar de vluchtelingen met alle neerbuigendheid van Hollanders die een rijk en onafhankelijk land achter zich wisten, door de stewards werden bediend. Zij stalden bij de maaltijden grote stukken vlees uit voor een oude vrouw met een haviksneus en verschrikt dichtgeknepen ogen. Velen liepen tijdens het eten weg, anderen bleven dagen in hun hut. De saus, het vet, de kip, het vlees, voor de welgedane Hollander een achtergrond voor zijn dikke sigaar, deden hen in elkaar krimpen. De schoolmeester met halve brillenglazen en een bescheiden kuif van gladgestreken dof haar, Duits gebleven tot in zijn bevelende kraakstem die men alleen per vergissing nog een enkele keer hoorde uitschieten, lachte schuldig tegen de bediende over zijn gebrek aan eetlust. En de jongen, die de eerste dagen aan tafel verscheen met zijn jas aan en zijn ronde hoedje op, alsof hij elk ogenblik met een homp brood in zijn hand wilde wegrennen, hield het hoedje, dat de hofmeester hem verontwaardigd van het hoofd had gerukt, nu verborgen op zijn knieën. 's Avonds overhoorden zij elkaar uit Englisch in Tausend Worten en zij luisterden met sentimenteel gesloten ogen naar iemand aan de piano die alle Duitse liedjes van Rhein und Wein zong. Maar toen een steward een ogenblik het Horst Wessellied liet klinken, bestormden zij de radio en mokten uren in een hoek na.

Eerst hield ik mij afzijdig, mij voorzichtig wennend aan de vrijheid, die ik in de beslotenheid van het schip van uur tot uur proefde. Ik wijdde geen ogenblik aandacht aan het verleden, dat opgeheven scheen, evenmin aan de toekomst, maar genoot van het moment, dat ik toch nog door een waas onderging, zodat toen bij de Engelse kust een vliegtuig plotseling laag overvloog en de mensen ontsteld wegdoken, ik alleen maar, zittend in de zon, mijn ogen een ogenblik dichtkneep, luisterend naar het gegons dat in de verte verdween.“

 

 

 

 

adriaan-van-der-veen
Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)

Portret door Siegfried Woldhek

 

 

 

 

De Engelse schrijver en songwriter Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Mad about the boy

 

I'm mad about the boy

And I know it's stupid to be mad about the boy

I'm so ashamed of it but must admit the sleepless nights I've had

About the boy

 

Mmmm on the silverscreen

He melts my foolish heart in every single scene

Although I'm quite aware that here and there are traces of the kid

About the boy

 

Lord knows I'm not a fool-girl

I really shouldn't care

Lord knows I'm not a school-girl

Who's in the flurry of her first affair

 

Will it ever cloy

This odoversity of misery and joy

I'm feeling quite insane and young again

And all because I'm mad about the boy

 

I'm feeling quite insane and young again

And all because I'm mad..

 

About the boy!

 

 

 

 

 

noel-coward
Noël Coward (16 december 1899 - 26 maart 1973)

 

 

 

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Weekendpelgrimage

 

„Van de tamboer- en oogstdansen; van de opoffering van zwarte, mannelijke dieren aan de aard- en brongeesten; van de grote scholen kleine vissen aan de kust die het begin van de regentijd aankondigen; van slaapwandelaars, die alleen bij volle maan hun bed verlaten en ronddolen; van de huishonden die, wanneer iemand gaat sterven, tot diep in de nacht blijven janken tegen de wassende maan; van de kinderachtige vertellingen van de idiote spin; van de vreemde nachten van een heldere sterrenhemel, waarbij de sterren niet twinkelen; van de grote zwartgrauwe vogel die er zijn specialiteit van maakt kleine kinderen op de achtste dag na de geboorte te ontvoeren.“

(…)

 

Een neger van de oude stempel, wiens vertrouwen je hebt weten te winnen, kan je in eenvoudige doch ernstige woorden vertellen op welke dag en op welke plek je het best kunt vissen, welk aftreksel of afkooksel van geneeskrachtige kruiden je tegen allerlei kwalen moet innemen, en nog andere dingen, fantastisch soms, waar je nimmer van gehoord hebt. Hij kan je vertellen van de vele voortekens van de naderende dood en hij kan je uitleg geven van de betekenis van het eentonige, lelijke gefluit van de spichtige, grauwe vogels. Hij kan je verhalen van de boze geesten die in de vasten in het vage licht van de opkomende maan ronddwalen.

(…)

Wanneer je een gesprek voert met een oude neger van het platteland, dan merk je meteen dat hij dom en simpel is. Dom en simpel naar de begrippen van je schoolkennis, van de boeken die je hebt gelezen, van de moderne gemeenschap waarin je woont. Maar eenvoudig, goed en wijs naar de begrippen van een andere wereld; een oude wereld, toebehorend aan een rijk, primitief, vernuftig oervolk, dat thans bedreigd wordt door de oppervlakkigheid en de kunstmatigheid van het eigen opgroeiend negergeslacht.

 

 

 

 

 

marugg
Tip Marugg (16 december 1923 - 22 april 2006) 

Getekend door Peter van Dongen

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Aufforderung

 

Im Erlenschatten, Liebste,
im Erlenschatten, nicht.

Unter der Pappel, ja,
dem Weiß und Grün der Pappel.

Weißes Blatt du,
grünes Blatt ich.

 

 

 

 

Die Quellen waren aus Wein

 

Die Quellen waren aus Wein.
Die Meere, aus lila Trauben.

Du wolltest Wasser.

Die Hitze stieg zum Bach
herab. Der Bach war aus Most.

Du wolltest Wasser.

Es fröstelte der Stier. Das Feuer
war aus schwarzem Muskateller.

Du wolltest Wasser.

(Zwei Strahlen von süßem Wein
sprangen aus deinen Brüsten.)

 

 

 

Vertaald door Erwin Walter Palm

 

 

 

 

alberti
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

 

 

 

De Franse fabeldichter Pierre Lachambeaudie werd geboren op 16 december 1807 bij Sarlat. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

La Goutte d'Eau

 

Un orage grondait à l'horizon lointain,

Lorsqu'une goutte d'eau, s'échappant de la nue,

Tombe au sein de la mer et pleure son destin.

« Me voilà dans les flots, inutile, inconnue,

Ainsi qu'un grain de sable au milieu des déserts.

Quand sur Faite du vent je roulais dans les airs.

Un plus bel avenir s'offrait à ma pensée :

J'espérais sur la terre avoir pour oreiller

L'aile du papillon ou la fleur nuancée,

Ou sur le gazon vert et m'asseoir et briller...

Elle pariait encore : une huître, à son passage.

S'entr'ouvre, la reçoit, se referme soudain.

Celle qui supportait la vie avec dédain

Durcit, se cristallise au fond du coquillage,

Devient perle bientôt, et la main du plongeur

La délivre de l'onde et de sa prison noire,

Et depuis, on l'a vue, éclatante de gloire,

Sur la couronne d'or d'un puissant empereur.

0 toi, vierge sans nom, fille du prolétaire,

Qui retrempes ton ûme au creuset du malheur,

Un travail incessant fut ton lot sur la terre;

Prends courage ! ici-bas chacun aura son tour :

Dans les flots de ce monde, où tu vis solitaire,

Comme la goutte d'eau tu seras perle un jour...

 

 

 

 

 

Lachambeaudie
Pierre Lachambeaudie (16 december 1807 – 7 juli 1872)

Standbeeld op Père-Lachaise,  Parijs

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en criticus (Victor Sawdon) V. S. Pritchett werd geboren op 16 december 1900 in Ipswich, Suffolk. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: London

 

London is prolific in its casualties, its human waste and eccentrics. We see that blowsy red-haired woman with the gray beard who dances and skips about in the Haymarket. A well-known trial to bus conductors, the woman always carries a spare hat concealed in a brown-paper bag for traveling by bus. She changes her hat and then sings out:

He called me his Popsy Wopsy

But I don't care.

And drops into a few unprintable words. We are very fond of her. There is the pavement artist who conducts a war with other street entertainers, especially those who use an animal to beg from the thousands of dog lovers, cat strokers, pigeon and duck feeders, the chronic animal lovers who swarm in London. "Worship God not animals," he scrawls in angry chalk on the pavement. There is the Negro bird warbler, ecstatic in his compulsion, and the King of Poland in his long golden hair and his long crimson robe. There are those solitaires with imaginary military careers and the frightening dry monotonous gramophone record of their battles and wounds. They are compelled, they utter, they click their heels, salute and depart. A pretty addled neighbor of mine used to mix up the washing of the tenants in her house when it hung on the line in her garden. She was getting her own back on the Pope, who had broken up her marriage to the Duke of Windsor. One has to distinguish between the divine mad and the people pursuing a stern, individual course. The elderly lady who arrives in white shorts on a racing bicycle at the British Museum every morning, winter and summer, is simply a student whom we shall see working under the gilded dome of the Reading Room. The taxi driver who answers you in the Latin he has picked up from the bishops he has been taking to and fro from the Athenaeum Club all his life is not consciously doing a comic turn. He is simply living his private life in public. As Jung says, we are dreaming all the time; consciousness merely interrupts. It was what Dickens noticed in Londoners a hundred years before.”

 

 

 

 

pritchett
V.S. Pritchett ( 16 december 1900 – 20 maart 1997)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Russell Mitford werd geboren op 16 december 1787 in Alresford,  Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

Uit: Our Village

 

Of all situations for a constant residence, that which appears to me most delightful is a little village far in the country; a small neighbourhood, not of fine mansions finely peopled, but of cottages and

cottage-like houses, 'messuages or tenements,' as a friend of mine calls such ignoble and nondescript dwellings, with inhabitants whose faces are as familiar to us as the flowers in our garden; a little world of our own, close-packed and insulated like ants in an ant-hill, or bees in a hive, or sheep in a fold, or nuns in a convent, or sailors in a ship; where we know every one, are known to every one, interested in every one, and authorised to hope that every one feels an interest in us. How pleasant it is to slide into these true-hearted feelings from the kindly and unconscious influence of habit, and to learn to know and to love the people about us, with all their peculiarities, just as we learn to know and to love the nooks and turns of the shady lanes and sunny commons that we pass every day. Even in books I like a confined locality, and so do the critics when they talk of the unities. Nothing is so tiresome as to be whirled half over Europe at the chariot-wheels of a hero, to go to sleep at Vienna, and awaken at Madrid; it produces a real fatigue, a weariness of spirit. On the other hand, nothing is so delightful as to sit down in a country village in one of Miss Austen's delicious novels, quite sure before we leave it to become intimate with every spot and every person it contains; or to ramble with Mr. White* over his own parish of Selborne, and form a friendship with the fields and coppices, as well as with the birds, mice, and squirrels, who inhabit them; or to sail with Robinson Crusoe to his island, and live there with him and his goats and his man Friday;--how much we dread any new comers, any fresh importation of savage or sailor! we never sympathise for a moment in our hero's want of company, and are quite grieved when he gets away;--or to be shipwrecked with Ferdinand on that other lovelier island--the island of Prospero, and Miranda, and Caliban, and Ariel, and nobody else, none of Dryden's exotic inventions:--that is best of all. And a small neighbourhood is as good in sober waking reality as in poetry or prose; a village neighbourhood, such as this Berkshire hamlet in which I write, a long, straggling, winding street at the bottom of a fine eminence, with a road through it, always abounding in carts, horsemen, and carriages, and lately enlivened by a stage-coach from B---- to S----, which passed through about ten days ago, and will I suppose return some time or other. There are coaches of all varieties nowadays; perhaps this may be intended for a monthly diligence, or a fortnight fly. Will you walk with me through our village, courteous reader? The journey is not long. We will begin at the lower end, and proceed up the hill.“

 

 

 

 

Mary_Russell_Mitford_by_Benjamin_Robert_Haydon
Mary Russell Mitford (16 dcember 1787 - 10 januari 1855)

Portret door Benjamin Robert Haydon

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter Olavo Bilac werd geboren op 16 december 1865 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 december 2008.

 

 

Brazilian Flag Anthem

 

Hail, precious banner of hope!

Hail, august symbol of peace!

Thy noble presence to our minds

The greatness of our motherland does bring.

Chorus

Take the affection enclosed

in our manly chest, (*)

Dear symbol of the land,

Of the beloved land of Brazil!

 

In thy beauteous bosom portraits

This sky of purest blue,

The impaired greenness of these forests,

And the splendor of the South Cross Constellation.

(Chorus)

 

Beholding thy sacred shadow,

We understand our duty,

And Brazil loved by its sons,

powerful and happy shall be!

(Chorus)

 

Over the great Brazilian Nation,

In times of happiness or grief,

Hover always sacred flag,

Pavilion of justice and love!

(Chorus)

 

 

 

 

bilac
Olavo Bilac (16 december 1865 – 28 december 1918)

 

16-12-08

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg, Rafael Alberti, Pierre Lachambeaudie, V.S. Pritchett, Olavo Bilac, Mary Russell Mitford


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007.

 

Uit: Nathan Sid

 

„Nathan had spijt van zijn halve-wees fantasieën. Nu hield hij echt van zijn vader, al was het maar omdat zijn zusters Pa Sid haatten. Ook zou hij hem voortaan verdedigen tegenover zijn vriendjes uit het duin, want die lachten hem vaak uit omdat hij ze als een sergeant toeblafte. Zou hij later ook zo worden? Hoe vaak had zijn moeder niet gezegd dat hij een aardje naar zijn vaartje had? Nathan was driftig en sloeg als Pa Sid alles kapot. Nathan was gulzig, kon zich nooit beheersen, wilde niet sparen en het duurste was hem niet goed genoeg. Nathan moest nu het goede voorbeeld geven. Maar hoe dan, zonder op zijn vader te lijken? Nathan wilde niet verder alleen op de wereld. Het liefst bleef hij klein en kroop hij voor altijd weg onder zijn moeders jurk, waar het was zoals achter zijn gesloten wimpers, een veilige wereld waarin hij niets fout kon doen.”

 

 

 

 

 

van-dis
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006 en ook mijn blog van 16 december 2007.

 

Uit: Emma

 

EMMA WOODHOUSE, handsome, clever, and rich, with a comfortable home and happy disposition seemed to unite some of the best blessings of existence; and had lived nearly twenty-one years in the world with very little to distress or vex her.

She was the youngest of the two daughters of a most affectionate, indulgent father; and had, in consequence of her sister's marriage, been mistress of his house from a very early period. Her mother had died too long ago for her to have more than an indistinct remembrance of her caresses; and her place had been supplied by an excellent woman as governess, who had fallen little short of a mother in affection.

Sixteen years had Miss Taylor been in Mr. Woodhouse's family, less as a governess than a friend, very fond of both daughters, but particularly of Emma. Between them it was more the intimacy of sisters. Even before Miss Taylor had ceased to hold the nominal office of governess, the mildness of her temper had hardly allowed her to impose any restraint; and the shadow of authority being now long passed away, they had been living together as friend and friend very mutually attached, and Emma doing just what she liked; highly esteeming Miss Taylor's judgment, but directed chiefly by her own.

The real evils, indeed, of Emma's situation were the power of having rather too much her own way, and a disposition to think a little too well of herself: these were the disadvantages which threatened alloy to her many enjoyments. The danger, however, was at present so unperceived, that they did not by any means rank as misfortunes with her.

 

 

 

Austen
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

 

Uit: Alibi voor het onvolkomen hart

 

„Beste vriend, ik weet hoe lang ik je deze brief al schuldig ben. Angst heeft me tot dusver weerhouden je te schrijven en wie weet was ik mijn belofte nooit nagekomen als ik niet een waarschuwing had gekregen - zo wil ik het tenminste opvatten. Het zwijgen kan zwaarder gaan wegen.

Ik word me er opeens van bewust, dat ik met dit verhaal alleen zou staan als jij er niet zou zijn. Mijn vrouw zou ik er mee grieven. Anderen zijn er niet. Jij bent de enige aan wie ik het wil toevertrouwen. Wat een egoistisch belang geeft dit aan onze vriendschap. Nu ik dit besef, begrijp ik niet meer waarom ik zo lang heb gewacht. Stel je voor, dat er iets met je zou gebeuren. Lach nu niet, haal je schouders niet op. Alleen er mee te staan, zou ik niet kunnen verdragen. Dat heb ik vannacht gemerkt. Laat ik me nu eerst dwingen alles rustig op te schrijven, om de belachelijke tranen, die onbedwingbare huilbuien van toen aan te vullen. Wat kon je in die tijd doen behalve je eindeloos geduldig tonen en proberen me af te leiden? Weet je, dat ik je daarom ook gehaat heb? Alleen maar omdat er aan smart door een ander niets gedaan kan worden. Jij stond er buiten, daar was ik jaloers op. Dat zelfde heb ik dikwijls gehad met Nettie. Ze heeft nooit begrepen waarom ik zo onophoudelijk bijzonderheden kan vragen over haar jeugd - je weet hoe arm zij het heeft gehad. Ze kan het niet anders uitleggen dan als een bewijs van mijn liefde. Hoe kon zij weten, dat haar lijden me bevredigde; dat had zij gehad, niemand kon dat meer goedmaken. Niemand kon er deel aan hebben. Zo gezien is deze brief nutteloos. Toch wil ik hem schrijven. Jou is het immers gelukt een andere wending aan mijn leven te geven door me met Nettie in aanraking te brengen. Zij en ons kind zijn nu alles voor me - het weinige wat ik nog ben na die zomermaanden toen ik voor het eerst werkelijk door het leven ben aangeraakt. En daar wordt men beter, sterker van, zegt men. Onzin, hoe zou ik die ervaring ooit in mezelf kunnen verwerken? Dat het zo afliep was slecht, door en door slecht.“

 

 

 

 

Van_der_Veen
Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

 

Uit: The Letters of Noel Coward

 

“I see her now, ages away from her ringlets and black velvet military cap, sometimes a simple, wide-eyed child, sometimes a glamorous femme du monde, at some moments a rather boisterous “good sort”, at others a weary, disillusioned woman battered by life but gallant to the last. There are many other grades also between these extremes. She appropriated beauty to herself quite early, along with all the tricks and mannerisms that go with it. In adolescence she was barely pretty. Now, without apparent effort, she gives the impression of sheer loveliness. Her grace in movement is exquisite, and her voice charming. To disentangle Gertie herself from this mutability is baffling, rather like delving for your grandmother’s gold locket at the bottom of an overflowing jewel-case.”

 

 

 

 

NOEL_COWARD
Noël Coward (16 december 1899
- 26 maart 1973)

 

 

 

 

 

De Antilliaanse dichter en schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

 

 

 

Als je hand zich opent

 

Als je hand zich opent

en ik wegren

op zoek naar mededogen,

zal mijn bloed,

schoon gebroken, stollen

en verdoemen

mijn smerige bestaan.

 

Ik ben bang

dat een vreemde

langs zal komen

en een ster rukken

uit de doodsgrijns

van mijn

stervensuur.

 

Te Deum kan ik niet zingen

Maar mijn ziel kan

Gods beeld

oproepen

in het vibrato

van mijn

woorden.

 

 

 

 

Rappe grauwe vlinders

 

Rappe grauwe vlinders,

naakte negerkinderen

in de cactus zon.

 

Ziet mijn oog,

nog ongewend aan 't spel

van pijl en boog,

de bruine tinten

van mijn eigen vel?

 

Ik ben een tropenkind

met duizend vragen

in mijn borst!

 

Zo zoek ik dan naar zwarte rozen

die leeg en ijl als de voze

cactuswieg waarin wij liggen

niet bij machte zijn

het melkachtig vlees te kleuren.

 

Zullen ooit de paarse geuren

die branden uit het aloë-sap

mij de krachten kunnen geven

voor het bouwen van mijn rieten dak?

 

Geef mij vannacht je zwarte liefde

want morgen vaart mijn schip van haat.

Morgen vaart mijn schip van liefde

mijn schip met blank gelaat.

 

 

 

 

Marugg
Tip Marugg (16 december 1923 - 22 april 2006) 

 

 

 

 

 

 

De Spaanse dichter en schrijver Rafael Alberti werd geboren op 16 december 1902 in El Puerto de Santa María (Cádiz). Hij wordt gerekend tot de zogenoemde Generación del 27, genoemd naar de 300e sterfdag van Luis de Góngora, wiens werk de groep bekender wilde maken. Alberti wijdde zich in zijn jonge jaren eerst aan de schilderkunst. Toen de Rpublikijnen de burgeroorlog verloren ging hij, in 1939, in ballingschap naar Argentinië. In 1977 keerde hij naar Spanje terug en bezette voor de communistische partij een zetel in het parlement. In 1981 werd hem de Nationale Prijs voor het Theater verleend en in 1983 de Cervantes prijs.

 

 

Matrose an Land

 

Wenn meine Stimme an Land stirbt,
bringt sie hinunter ans Meer
und laßt sie mir am Strande.

 

Bringt sie hinunter ans Meer
und ernennt sie zum Kapitän
auf einem weißen Kriegsschiff.

 

Oh, meine Stimme mit dem
großen Seemannsorden!
Über dem Herzen ein Anker
und über dem Anker ein Stern
und über dem Stern der Wind
und über dem Wind das Segel!

 

 

 

 

 

 

Getäuscht hat sich die Taube

 

Getäuscht hat sich die Taube.
Sie hat sich getäuscht.

 

Um nach Norden zu fliegen, flog sie nach Süd.
Sie glaubte der Weizen sei Wasser.
Sie hat sich getäuscht.

 

Sie glaubte das Meer sei der Himmel,
die Nacht sei früher Morgen.
Sie hat sich getäuscht.

 

Die Sterne seien Tau,
die Hitze Schneegestöber.
Sie hat sich getäuscht.

 

Dein Rock sei deine Bluse,
in deinem Herzen sei ihr Nest.
Sie hat sich getäuscht.

 

(Sie schlief am Ufer. — Du
auf der Spitze eines Zweiges.)

 

 

 

 

Vertaald door Erwin Walter Palm

 

 

 

 

 

 

 

alberti
Rafael Alberti (16 december 1902 – 27 oktober 1999)

 

 

 

 

 

De Franse fabeldichter Pierre Lachambeaudie werd geboren op 16 december 1807 bij Sarlat. Lachambeaudie werd boekhouder in Lyon. Toen zijn eerste bundel Essais poétiques (1829) nauwelijks respons vond ging hij bij de spoorwegen werken. Na een moeilijk en armzalig bestaan oogstte hij in 1839 eindelijk succes met zijn Fables populaires, die in 1949 al aan hun zevende druk toe waren en die hem financiële zekerheid boden. Ook werd zijn naam nu in een adem genoemd met Jean de La Fontaine en Jean-Pierre Claris de Florian.

 

 

Le Roi et le Peuple

 

Un peuple gémissait, accablé de détresse.

Le prince, ayant appris ces revers affligeants,

Résout de visiter ses sujets indigents,

Pour mettre un terme au mal qui les oppresse.

Et pour doter sa patrie aux abois

De plus riches travaux et de plus sages lois.

Quoiqu'il voulût, en homme sage,

Surprendre incognito le malheur sur les lieux,

Ses courtisans officieux,

Aux champs, dans les cités, annoncent son passage,

Et les plus pauvres aussitôt,

A l'envi simulant une gaité parfaite,

Pour la première fois mettent la poule au pot,

Remplacent leur pain noir par des gâteaux de fête,

Sous leurs plus frais haillons cachent leur nudité.

Le prince croit réelle une fausse richesse;

Il prend pour du bonheur cette feinte allégresse,

Si bien qu'en son palais il retourne, enchanté

D'avoir, au lieu de la tristesse,

Vu partout tant de joie et de félicité.

Voilà comme les rois savent la vérité :

Courtisans de malheur, engeance diabolique,

Quand un roi, par hasard, veut faire son devoir,

Ne couvrez pas de fleurs l'infortune publique,

Afin qu'il ne puisse la voir !

 

 

 

 

lachambeaudie-pierre
Pierre Lachambeaudie (16 december 1807 – 7 juli 1872)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en criticus (Victor Sawdon) V. S. Pritchett werd geboren op 16 december 1900 in Ipswich, Suffolk. Zijn vader was een zacht gezegd weinig succesvolle handelsreiziger en de familie verhuisde nogal eens. Pritchett zelf was van 1916 tot 1920 handelaar in leer. In 1923 begon hij te schrijven voor de Christian Science Monitor, die hem naar Spanje en Ierland stuurde. Zijn eerste boek, Marching Spain, uit 1928 beschrijft de reis die hij maakte. Zijn naam maakte hij met een bundel verhalen The Spanish Virgin and Other Stories uit 1932. Na WO II schreef hij ook in diverse bladen en tijdschriften en doceerde hij aan verschillende universiteiten. Hij schreef biografieën over Honoré de Balzac, Tsjechov en Toergenjev zonder overigens in staat te zijn Frans of Russisch te lezen.

 

Uit: Essential Stories

 

„She was an old charwoman whose eyes stared like two bits of tin and whose lips were twisted like rope round three protruding teeth. All day long she was down on her knees scrubbing flights of stone stairs, cleaning out evil passages, emptying oozy pails down the drain with the soapsuds frilled about it, and listening to its dirty little voice gulping out of the street. All day long she chattered to herself and sang “Valencia, land of oranges . . .” and broke out into laughter so loud at some fantastic recollection that it sounded as though she had kicked her pail downstairs.

One evening, after a week’s absence from her work, she said mysteriously, as she left the house, “I’m going to do it again. I’m going orf to git me lights.”

“Lights?”

“Yes, ’e stopped me ’e did. ‘Better practise it at ’ome,’ ’e said. So I took the lot. I took the train, an’ rockets, an’ that wicked ol’ General with the monercle, oh, I took ’im. I took ’em all ’ome. O, ’e warn’t ’arf a wicked ol’ dear.” She laughed, and her teeth seemed to skip up and down like three acrobats with the rope lips twirling round them. “Yer know what ’e called me, the ol’ monercle? ‘Lor,’ says ’e, peeping through the winder, ‘ain’t she a proper beauty!’ That’s what ’e called me. We didn’t ’arf dance.”

“Trains! Rockets? Generals? Dance?” The people of the house touched their sound foreheads. “Gone, oh quite gone,” said the people of the house. “Haven’t you noticed, the last few days? Away a week and comes back singing and talking about dances and Generals worse than ever.”

Before there was time to say any more she was off again down the road singing “Valencia, land of oranges . . .” and gutter children calling after her.“

 

 

 

Pritchett
V.S. Pritchett ( 16 december 1900 – 20 maart 1997)

 

 

 

 

 

 

De Braziliaanse dichter Olavo Bilac werd geboren op 16 december 1865 in Rio de Janeiro. Hij studeerde medicijnen, maar brak de studie na vier jaar af om met rechten te beginnen. Ook daar stopte hij al na een jaar mee. Al vroeg hield hij zich bezig met journalistiek en literatuur en was hij betrokken bij de politiek. Zo voerde hij intensief campagne voor de algemene dienstplicht. In 1898 werd hij inspecteur voor het onderwijs en daarnaast had hij nog meer ambtelijke baantjes. Zijn literair werk behoort tot het "Parnasianismo", waarvan hij de belangrijkste vertegenwoordiger was in Brazilië.

 

 

Música brasileira

 

Tens, às vezes, o fogo soberano

Do amor: encerras na cadência, acesa

Em requebros e encantos de impureza,

Todo o feitiço do pecado humano.

 

Mas, sobre essa volúpia, erra a tristeza

Dos desertos, das matas e do oceano:

Bárbara poracé, banzo africano,

E soluços de trova portuguesa.

 

És samba e jongo, chiba e fado, cujos

Acordes são desejos e orfandades

De selvagens, cativos e marujos:

 

E em nostalgias e paixões consistes,

Lasciva dor, beijo de três saudades,

Flor amorosa de três raças tristes.

 

 

 

 

 

Música brasileira (Vertaling)

 

You have sometimes the sovereign fire

Of love: you enclose in your cadence, inflamed

With hip movements and charms of impurity,

All witchcraft of human sin.

 

Yet on such voluptuousity wanders the sadness

Of deserts, jungles and the ocean:

Barbarous Indian dance, African homesickness,

And sobs of Portuguese ballad.

 

You are samba and jongo, chiba and fado, whose

Chords are desires and orphanhoods

Of savages, captives and seamen:

 

And in nostalgias and passions you consist,

Lascivious sorrow, kiss of three longings,

Loving flower of three sad races.

 

 

 

 

olavo_bilac
Olavo Bilac (16 december 1865 – 28 december 1918)

 

 

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mary Russell Mitford werd geboren op 16 december 1787 in Alresford,  Hampshire. Zij verdiende haar plaats in de Engelse literatuur als schrijfster van Our Village,  een reeks schetsen van het Engelse dorpsleven en van dorpse karakkters, gebaseerd op het leven in Three Mile Cross, een gehucht in de buurt van Reading in Berkshire, waar zij woonde.

 

Uit: Our Village

 

„Will you walk with me through our village, courteous reader? The journey is not long. We will begin at the lower end, and proceed up the hill.

The tidy, square, red cottage on the right hand, with the long, well-stocked garden by the side of the road, belongs to a retired publican from a neighbouring town; a substantial person with a comely wife-one who piques himself on independence and idleness, talks politics, reads the newspapers, hates the minister, and cries out for reform. He hangs over his gate, and tries to entice passengers to stop and chat. Poor man! He is a very respectable person, and would be a very happy one if he would add a little employment to his dignity. It would be the salt of life to him.

Next to his house, though parted from it by another long garden with a yew arbour at the end, is the pretty dwelling of the shoemaker, a pale, sickly-looking, black-haired man, the very model of sober industry. There he sits in his little shop from early morning till late at night. An earthquake would hardly stir him. There is at least as much vanity in his industry as in the strenuous idleness of the retired publican. The shoemaker has only one pretty daughter, a light, delicate, fair-haired girl of fourteen, the champion, protectress, and play-fellow of every brat under three years old, whom she jumps, dances, dandles, and feeds all day long. A very attractive person is that child-loving girl. She likes flowers, and has a profusion of white stocks under her window, as pure and delicate as herself.

The first house on the opposite side of the way is the blacksmith's-a gloomy dwelling, where the sun never seems to shine; dark and smoky within and without, like a forge. The blacksmith is a high officer in our little state, nothing less than a constable; but alas, alas! when tumults arise, and the constable is called for, he will commonly be found in the thickest of the fray. Lucky would it be for his wife and her eight children if there were no public-house in the land.“

 

 

 

 

Mary_Russell_Mitford
Mary Russell Mitford (16 dcember 1787 - 10 januari 1855)

 

 

16-12-07

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg


De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

 

Uit: Familieziek

 

“Moeder heeft van tante Mijntje een doos kersenbonbons cadeau gekregen. Mooiere letters dan op de doos zag de Jongen niet eerder. Kringelletters in dik goud opgelegd, zelfs een blinde kon ze lezen, prima overtrekbaar. Helaas geen oefenmateriaal. Moeder bewaard hem boven in de kast. Hij zal pas op een feestelijke dag worden opengemaakt. Dat kan nog lang duren. Na een maand ligt de doos nog steeds in de kast. Stoel voor de kast, kijken, de letters overtrekken – de golvende K, de handtekening van de fabrikant – en voelen natuurlijk: de vijf rode kersen aan hun groene stelen, de nerven van de blaadjes, het gladde cellofaan. Maar het is niet alleen de buitenkant die de Jongen naar de doos lokt; daarbinnen ritselt het… Hij heeft hem al tegen zijn oor gehouden en geluisterd hoeveel erin zitten. Terug die doos. Zo gaat het al dagen. Tot zijn pinknagel voorzichtig de naden van het cellofaan verkent en de verpakking zonder scheuren openbreekt. Het deksel klemt, een chocoladewind ontsnapt – er is geen weg meer terug. Toegevouwen onder dekentjes van glanzend bruin papier verlangen twee dozijn bonbons in geribbelde kuipjes naar een gulzige mond. De Jongen haalt er twee uit, herschikt de tweeëntwintig overblijvers en denkt ze toe. Deksel erop, cellofaan erom, een lik Arabische gom langs de naad en niemand die er iets van ziet. De volgende dag neemt hij er weer twee en de dag daarop weer. Hij is handiger dan hij dacht. Hij bouwt een honingraat van lege kuipjes. Met zijn dievenvingers. Weken later haalt moeder de bonbons uit de kast en opent een lege doos… De hele familie wordt erbij gehaald. Keuren, ruiken… Inderdaad, het cellofaan zat er strak omheen, de kuipjes zijn intact, het moet een fabrieks fout zijn! Dit neemt de familie niet. Meneer Java zet zich onmiddellijk aan tafel om een boze brief aan de directeur van de chocoladefabriek te schrijven…’

 

 

 

 

adriaanvandis
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Zie ook mijn blog van 16 december 2006.

 

 

Uit: Sense and Sensibility

 

“Mrs. John Dashwood did not at all approve of what her husband intended to do for his sisters.  To take three thousand pounds from the fortune of their dear little boy would be impoverishing him to the most dreadful degree.

She begged him to think again on the subject.  How could he answer it to himself to rob his child, and his only child too, of so large a sum?  And what possible claim could the Miss Dashwoods, who were related to him only by half blood, which she considered as no relationship at all, have on his generosity to so large an amount.  It was very well known that no affection was ever supposed to exist between the children of any man by different marriages; and why was he to ruin himself, and their poor little Harry, by giving away all his money to his half sisters?

 

"It was my father's last request to me," replied her husband, "that I should assist his widow and daughters."

 

"He did not know what he was talking of, I dare say; ten to one but he was light-headed at the time. Had he been in his right senses, he could not have thought of such a thing as begging you to give away half your fortune from your own child."

 

"He did not stipulate for any particular sum, my dear Fanny; he only requested me, in general terms, to assist them, and make their situation more comfortable than it was in his power to do.  Perhaps it would have been as well if he had left it wholly to myself. He could hardly suppose I should neglect them. But as he required the promise, I could not do less

than give it; at least I thought so at the time. The promise, therefore, was given, and must be performed. Something must be done for them whenever they leave Norland and settle in a new home."

 

"Well, then, LET something be done for them; but THAT something need not be three thousand pounds. Consider," she added, "that when the money is once parted with, it never can return.  Your sisters will marry, and it will be gone for ever.  If, indeed, it could be restored to our poor little boy--"

 

"Why, to be sure," said her husband, very gravely, "that would make great difference.  The time may come when Harry will regret that so large a sum was parted with. If he should have a numerous family, for instance, it would be a very convenient addition."

 

"To be sure it would."

 

"Perhaps, then, it would be better for all parties, if the sum were diminished one half.--Five hundred pounds would be a prodigious increase to their fortunes!"

 

"Oh! beyond anything great!  What brother on earth would do half so much for his sisters, even if REALLY his sisters!  And as it is--only half blood!--But you have such a generous spirit!"

 

 

 

 

 

 

Austen
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

Dit portret van Jane Austen werd gemaakt door Melissa Dring in 2003 naar de originele schets gemaakt door Cassandra Austen.

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 16 december 2006.

 

De Nederlandse schrijver Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam.

 

De Engelse schrijver Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen.

 

De Antilliaanse schrijver Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao.

 

 

16-12-06

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg


Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zijn vader was een blanke Indiër en zijn moeder een boerenmeisje uit Breda dat hij in Indië had leren kennen. Zij had toen al drie dochters uit haar huwelijk met een KNIL-militair. Ook zijn vader was in Indië al eerder getrouwd geweest. De familie was door oorlog getekend. Als overlevende van het door de Britten getorpedeerde schip Junyo Maru werd zijn vader tewerkgesteld aan de Pakan Baroe spoorlijn op Sumatra. De echtgenoot van zijn moeder werd tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) onthoofd en zij belandde met haar dochters in een interneringskamp. Adriaan, na de oorlog in Nederland geboren, was als het enige blanke kind en zonder eigen Indische geschiedenis in dit gezin een buitenstaander. Zijn woonomgeving droeg daar ook aan bij. In Bergen aan Zee woonden veel oud-Indiëgangers en Adriaan groeide op in een huis dat door vier repatriantenfamilies werd gedeeld.

 

In 1983 debuteerde Van Dis ook als televisiepresentator en kreeg landelijke bekendheid door zijn literaire praatprogramma Hier is... Adriaan van Dis. Het werd uitgezonden door de VPRO en in 1986 bekroond met de Nipkowschijf. De laatste uitzending was op 3 mei 1992. Van 1999 tot 2002 keerde hij terug op televisie voor vier seizoenen Zomergasten en daarmee sloot hij, naar eigen zeggen, definitief zijn televisiecarrière af.

 

Het oeuvre van Van Dis omvat romans, novelles, verhalen, poëzie en toneel. Zijn werk is in grofweg drie categorieën in te delen. Het eerste deel is geïnspireerd op de vele reizen die hij maakte naar onder andere China, Afrika, Japan, Marokko en Mozambique. Voorbeelden daarvan zijn Casablanca (1986) en In Afrika (1991). Het tweede deel van zijn oeuvre gaat terug op zijn Indische jeugd, zoals Nathan Sid (1983), Indische Duinen (1994) en Familieziek (2002). Tot slot zijn er nog de karakterromans over ontluikende homoseksualiteit, waartoe Zilver (1988) en Dubbelliefde (1999) gerekend kunnen worden.

 

Uit: Indische duinen

 

"Ik dacht dat ik hem goed in bedwang had, vastgestampt onder zoden van cynisme, en nu piepte hij plotseling uit zijn graf. Jaren was mijn haat een houvast, alles wat ik deed of naliet kwam voort uit verzet tegen mijn vader. Hij beroepsmilitair, ik lakte mijn nagels om aan de dienst te ontsnappen. Hij een man van de klok, ik zonder en als het even kon te laat. Kracht, spieren, zweet, hoe zwak hij zelf ook was, hij spelde de sportpagina's; ik moest al kotsen bij het zien van een voetbalschoen. Mijn haat was een bron van energie. Nuances stond ik mij niet toe. Ik weigerde verder over hem na te denken, maar met de jaren merkte ik dat ik meer eigenschappen van hem had dan ik leuk vond, en als ik het zelf niet wist was mijn familie er wel om me erop te wijzen. Ook ik kon niet met geld omgaan, ook in mij woelden drift en wellust, ik had zijn charme, zijn praatlust en zijn neiging tot overdrijven. En hoeveel hekel ik ook aan die eigenschappen had, het lukte me niet ze allemaal te weren. Al scherend zag ik mijzelf meer en meer op hem gaan lijken. Langzaam drong het tot me door dat ik mijn vader slecht kende.”

 

 

 

VanDis
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

 

Jane Austen werd geboren op 16 december 1775 in Steventon, Hampshire. Haar vader was een geestelijke. Het grootste deel van haar leven bleef ze in haar geboortestreek. Austen had zes broers en een oudere zuster, Cassandra, waarmee zij zeer hecht was. Het enige onbetwiste portret van Jane Austen is een gekleurde schets die door Cassandra werd gemaakt en hangt in de National Portrait Gallery in Londen. In 1801 verhuisde de familie naar Bath. In 1802 werd Austen ten huwelijk gevraagd door de rijke Harris Bigg-Wither en zij stemde toe; de volgende dag zei zij dat zij haar woord niet kon houden en trok haar instemming in. De reden hiervoor is niet bekend, maar Austen is nooit getrouwd. Na de dood van haar vader in 1805 woonden Jane, haar zuster en haar moeder daar nog verscheidene jaren tot zij in 1809 naar Chawton verhuisden. Hier had haar rijke broer Edward een landgoed met een plattelandshuisje, dat hij aan zijn moeder en zusters schonk. (Hun huis is tegenwoordig open voor het publiek.) Zelfs nadat zij naam gemaakt had als romanschrijfster, bleef zij in relatieve stilte leven, en begon aan ziekten te lijden. Het wordt nu aangenomen dat zij aan de ziekte van Addison geleden heeft, waarvan toen de oorzaak nog onbekend was. Ze reisde naar Winchester om behandeling te zoeken, maar stierf daar en werd begraven in de kathedraal.

 

Uit: Pride And Prejudice

 

“IT is a truth universally acknowledged, that a single man in

possession of a good fortune must be in want of a wife.

 

However little known the feelings or views of such a man may be

on his first entering a neighbourhood, this truth is so well

fixed in the minds of the surrounding families, that he is

considered as the rightful property of some one or other of

their daughters.

 

``My dear Mr. Bennet,'' said his lady to him one day, ``have

you heard that Netherfield Park is let at last?''

 

Mr. Bennet replied that he had not.

 

``But it is,'' returned she; ``for Mrs. Long has just been

here, and she told me all about it.''

 

Mr. Bennet made no answer.

 

``Do not you want to know who has taken it?'' cried his wife

impatiently.

 

``_You_ want to tell me, and I have no objection to hearing

it.''

 

This was invitation enough.

 

``Why, my dear, you must know, Mrs. Long says that Netherfield

is taken by a young man of large fortune from the north of

England; that he came down on Monday in a chaise and four to

see the place, and was so much delighted with it that he agreed

with Mr. Morris immediately; that he is to take possession

before Michaelmas, and some of his servants are to be in the

house by the end of next week.''

 

``What is his name?''

 

``Bingley.''

 

``Is he married or single?''

 

``Oh!  single, my dear, to be sure!  A single man of large

fortune; four or five thousand a year.  What a fine thing for

our girls!''

 

``How so?  how can it affect them?''

 

``My dear Mr. Bennet,'' replied his wife, ``how can you be so

tiresome!  You must know that I am thinking of his marrying one

of them.''

 

``Is that his design in settling here?''

 

``Design!  nonsense, how can you talk so!  But it is very

likely that he _may_ fall in love with one of them, and

therefore you must visit him as soon as he comes.''

 

 

 

 

JANE_AUSTEN
Jane Austen (16 december 1775 – 18 juli 1817)

 

Adriaan van der Veen werd geboren op 16 december 1916 in Schiedam. Van der Veen schreef zijn eerste proza voor het tijdschrift Groot Nederland. Jan Greshoff hielp hem aan een baan als journalist bij het tijdschrift Hollandsch Weekblad. In 1940 ging hij naar de Verenigde Staten als correspondent voor Het Vaderland. Na WO II kwam hij terug naar Nederland en ging werken als redacteur letteren bij het NRC. Ook werkte hij voor het blad Criterium.

Zijn eerste roman, Wij hebben vleugels (1946), draagt een autobiografisch karakter. Dit geldt nog meer voor Kom mij niet te na (1968) en de vervolgdelen Vriendelijke vreemdeling (1969) en Blijf niet zitten waar je zit (1972); het daarin gegeven relaas van zijn vertrek naar, verblijf in en terugkomst uit Amerika en zijn talrijke ontmoetingen in de schrijverswereld is tevens dat van het zoeken naar vrijheid en zelfbevrijding - persoonlijke herinneringen waarin de lezer evenwel veel van zichzelf herkent. Van zijn latere romans maakte vooral het ontroerende In liefdesnaam (1975, Vijverbergprijs 1977) diepe indruk. Zijn beste liefdesverhalen verzamelde hij in de bundel Alibi voor het onvolkomen hart (1983), naar de eerder verschenen novelle onder die titel (1953).

Het werk van Van der Veen draagt sterk het karakter van bekentenisliteratuur. Het ontwikkelde zich onder invloed van de Forum- en Criterium-generatie en van de moderne Amerikaanse schrijvers. De emotionaliteit gaat schuil achter een zakelijke stijl en een on-Hollandse lichtvoetigheid.

 

Uit: Het wilde feest.

 

Het was niet helemaal waar. Ik had aan boord wel degelijk onderscheid gevoeld. Onschuld is ook afwezigheid van elke richtlijn. Daardoor was ik heen en weer geslingerd, maar zonder te kiezen, boven de partijen uit, alleen waarnemend, aanvaardend wat ik kon gebruiken zonder ooit verband te leggen. Dat is mij nu pas duidelijk geworden. Ik hoor hen weer door de afstand van de tijd met zware brouwgeluiden elkaar in het Engels aanspreken, bewust hun moedertaal verloochenend om dan af en toe met gedempte stem toch in het Duits terug te vallen. Ik zie hen weer aan het begin van hun lange tocht naar de vrijheid, geduldig opschuivend naar hun beurt in de tochtige paspoortkantoren. Uren hadden zij gezeten in de koude gangen te Parijs, Londen, Luxemburg, Antwerpen, Rotterdam, de ogen gericht op het loket, glimlachend, buigend, dank mompelend als zij weg gingen. Er werd verteld over stadjes in neutrale landen waar zulke goede vluchtelingenkampen waren. Kleine kinderen spraken Duits, Engels, Frans door elkaar, zij hadden al met Duitsland afgerekend.

Een schip topzwaar van uitgestotenen, waar de vluchtelingen met alle neerbuigendheid van Hollanders die een rijk en onafhankelijk land achter zich wisten, door de stewards werden bediend. Zij stalden bij de maaltijden grote stukken vlees uit voor een oude vrouw met een haviksneus en verschrikt dichtgeknepen ogen. Velen liepen tijdens het eten weg, anderen bleven dagen in hun hut. De saus, het vet, de kip, het vlees, voor de welgedane Hollander een achtergrond voor zijn dikke sigaar, deden hen in elkaar krimpen. De schoolmeester met halve brillenglazen en een bescheiden kuif van gladgestreken dof haar, Duits gebleven tot in zijn bevelende kraakstem die men alleen per vergissing nog een enkele keer hoorde uitschieten, lachte schuldig tegen de bediende over zijn gebrek aan eetlust

 

 

VANDERVEEN
Adriaan van der Veen (16 december 1916 – 7 maart 2003)

 

Noël Coward werd geboren op 16 december 1899 in Teddington, Londen. Hij kreeg al vroeg onderwijs in dansen en zingen en stond al op elfjarige leeftijd op het toneel. Nadat hij het eerst als schrijver van korte verhalen geprobeerd had legde hij zich vanaf 1925 toe op brutaal-frivole komedies, waarin hij meestal de hoofdrol speelde en deels ook zelf de regie voerde. Ook vierde Coward successen als filmacteur, operette- en musicalauteur, componist, zanger, schilder en zelfs alleen al met zijn persoonlijkheid. Zijn stukken zijn technisch perfecte komedies waarmee hij de Engelse traditie van de comedy of manners nieuw leven inblies. Hij bespotte daarin morele conventies en achterhaalde gedragswijzen, betrekt erotische thema’s erin die hij met briljante invallen, grappige dialogen en verrassende situaties tot een amusant, soms diepergaand, geheel samenvoegt. De laatste jaren van zijn leven woonde Coward op Jamaica, waar hij ook overleed.

 

 

Uit: Operette (1937)

 

The Stately Homes of England

 

“The stately homes of England we proudly represent,
We only keep them up for Americans to rent.
Tho' the pipes that supply the bathroom burst
And the lavat’ry makes you fear the worst
It was used by Charles the First (quite informally),
And later by George the Fourth on a journey north,
The state apartments keep their historical reknown,
It's wiser not to sleep there in case they tumble down;
But still if they ever catch on fire
Which with any luck they might,
We'll fight for the stately homes of England”.

 

 

 

 

coward
Noël Coward (16 december 1899
- 26 maart 1973)

 

Tip Marugg werd geboren op 16 december 1923 in Willemstad, Curaçao als vijfde van zeven kinderen. Zijn ouders waren beiden rooms-katholiek maar Marugg werd zowel katholiek als protestants opgevoed. Hij haalde zijn mulo-diploma in 1942 en moest daarna vijf jaar in militaire dienst. Vervolgens werkte hij enkele decennia bij Shell. Toen hij meewerkte aan het personeelsblad van Shell, 'Passaat', ontdekte hij het plezier van schrijven. Hij debuteerde in 1958 met de roman Weekendpelgrimage. In 1967 volgde In de straten van Tepalka. Pas in 1988 verscheen zijn derde roman, De morgen loeit weer aan die werd genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs. Marugg was toen al bijna twintig jaar met pensioen (sinds 1970) en leefde teruggetrokken. Zijn boeken werden onder andere in het Engels en het Russisch. De laatste jaren van zijn leven had hij te kampen met een sterk achteruitgelopen gezichtsvermogen waardoor hij niet goed meer in staat was te lezen en te schrijven. Ook moest hij sinds een jaar voor zijn dood een been missen vanwege een infectie.

Alhoewel christelijk opgevoed was Marugg niet gelovig. Zijn ongeloof vormde voor hem een motivatie om te schrijven om zodoende te trachten het leven nog enige zin te geven. Tip Marugg overleed op 22 april van dit jaar.

(Zie ook mijn blog van 30 april 2006). 

 

Uit: De morgen loeit weer aan

 

“Telkens opnieuw ervaar ik het tafereel als absurd. Door de tegenstrijdigheid in het samengaan van de prachtvolle luister van de geboorte van een nieuwe dag met de onnatuurlijke zelfvernietiging van wezens als vogels die ik zo met de natuur vereenzelvig en vooral door de abruptheid waarmee de vogels die te pletter slaan hun krijgshaftige gekrijs tot de zon uitzinnig afbreken, zonder een echo na te laten. En toch, (..) verbaas ik mij erover dat het toneel met die vogels zulk een indruk op mij maakt: heb ik niet altijd, als jongen reeds, het aanbreken van de dag geassocieerd met de dood?”

 

 

 

TIP_MARUGG
Tip Marugg (16 december 1923 – 22 april 2006)