01-01-17

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, Juan Gabriel Vásquez

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Mijn vader liet zijn afstandsbediening vallen. Het klepje aan de achterkant kwam los, één batterij rolde over de houten vloer. De Turkse commentator sprak lovend over de worp, maar de zangerige woorden gingen langs hem heen. De herhaling liet zijn breedgeschouderde ballerina nogmaals zien. Haar pirouette, die steeds sneller ging en eindigde in een korte, maar verbazing-wekkend sierlijke buiging.
Het was alsof hij mee had gedraaid. Sneller en sneller. En nu zat hij op zijn sofa, verpletterd en verliefd, alsof híj de kogel van vier kilo op zijn kop had gekregen.
Ze heette Betty Heidler en was de houdster van het wereldrecord, dat ze een jaar eerder met 112 centimeter had verbeterd tijdens een internationale wedstrijd in Halle, Duitsland. Het was een warme meidag; haast geen wind, zonnebrillen, korte mouwen. De atlete liep met vederlichte pas naar de ring met groene netten en wierp bijna terloops een astronomische afstand. De kogel sloeg geen krater, maar stuiterde een paar maal op, zoals de kiezels die kinderen in de zomer over het water gooiden van de nabijgelegen Hufeisensee. Tussen de grote wedstrijden werkte ze voor de politie, een donkerblauw uniform met vier sterren op beide epauletten, het rode haar strak in een knot. Polizeihauptmeisterin Heidler.
In Londen wierp Betty Heidler een afstand die goed was voor een bronzen medaille, maar het meetsysteem faalde waardoor de afstand niet kon worden vastgesteld. Het duurde veertig minuten voordat er uitsluitsel kwam. Deze veertig minuten waren als een romantische film voor mijn vader. Zwijmelend keek hij naar de roodharige kogelslingeraarster die steeds weer in beeld werd gebracht, soms bijna in tranen. Haar concurrente, de vlezige Chinese Zhang Wenxiu, had de rode vlag met de gele sterren al om haar brede schouders geslagen en was begonnen aan een ererondje.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...

01-01-16

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Vlak voor zijn tachtigste verjaardag werd mijn vader verliefd. Het was liefde op het eerste gezicht, liefde die als een donderslag uit het niets komt, een bliksemstraal die een boom velt. Mijn moeder belde me op. 'Beppi heeft zijn verstand verloren,' zei ze.
Het gebeurde tijdens de live-uitzending van de Olympische Spelen in Londen. Om precies te zijn: tijdens de finale van het kogelslingeren voor vrouwen. Mijn vader heeft een satellietschotel op het dak laten plaatsen en kan meer dan duizend kanalen ontvangen. Hij zit hele dagen voor de tv, een prachtig plat scherm, en drukt dan in een constant hoog tempo op de knop van de afstandsbediening. Voetbalwedstrijden in Japan komen voorbij, Arctische natuurfilms, Spaanse arthouse, reportages van rampen in El Salvador, Tadzjikistan, Fiji. En natuurlijk schitterende en glitterende vrouwen van over de hele wereld. De rondborstige Braziliaanse presentatrices, de bijna naakte Griekse showgirls, de nieuwslezeressen wier berichten je, afgezien van de taal (Macedonisch? Sloveens?), ontgaan door hun glanzende, volle lippen.
Meestal zit er zo'n vijf of zes seconden tussen de zenders die mijn vader bezoekt. Maar soms blijft hij hangen en kijkt hij een hele avond en een halve nacht naar de verslaggeving rondom de verkiezingen in Mexico of naar een documentaireserie over de tropische wateren van Polynesië, groen als een edelsteen.
Het was een Turkse sportzender waarbij mijn vader was gestrand. Hij had zojuist met zijn eeltige duim op de knop van de afstandsbediening gedrukt. De Egyptische soap die in vijf se-conden zoveel dramatische vrouwengezichten in beeld had gebracht, had hem niet kunnen bekoren. Beppi drukte op de knop die ooit zwart was, toen grijs en nu wit, haast doorzichtig. Toen werd hij getroffen door de bliksem. Op het scherm verscheen zijn prinses: een huid zo wit als room, koraalrode haren, de bovenarmen van een slager. Ze stapte de ring van het olympisch stadion in, hief de greep van de ketting, bracht de kogel omhoog, over haar linkerschouder, draaide één keer, twee keer, drie keer, vier keer, vijf keer, en slingerde de ijzeren bal toen met alle kracht die ze in zich had weg. Een meteoor die de dampkring heeft overleefd en fonkelt en scheert door de staalblauwe lucht van Londen. De inslag, een bruin gat in het meticuleus gemaaide gazon.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...

01-01-15

Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië.

 

Celebrating Childhood

Even the wind wants
to become a cart
pulled by butterflies.
 
I remember madness
leaning for the first time
on the mind’s pillow.
I was talking to my body then
and my body was an idea
I wrote in red.
 
Red is the sun’s most beautiful throne
and all the other colors
worship on red rugs.
 
Night is another candle.
In every branch, an arm,
a message carried in space
echoed by the body of the wind.
 
The sun insists on dressing itself in fog
when it meets me:
Am I being scolded by the light?
 
Oh, my past days—
they used to walk in their sleep
and I used to lean on them.
 
Love and dreams are two parentheses.
Between them I place my body
and discover the world.
 
Many times
I saw the air fly with two grass feet
and the road dance with feet made of air.
 
My wishes are flowers
staining my days.
 
I was wounded early,
and early I learned
that wounds made me.
 
I still follow the child
who still walks inside me.
 
Now he stands at a staircase made of light
searching for a corner to rest in
and to read the face of night again.
 
If the moon were a house,
my feet would refuse to touch its doorstep.
 
They are taken by dust
carrying me to the air of seasons.
 
I walk,
one hand in the air,
the other caressing tresses
that I imagine.
 
A star is also
a pebble in the field of space.
 
He alone
who is joined to the horizon
can build new roads.
 
A moon, an old man,
his seat is night
and light is his walking stick.
 
What shall I say to the body I abandoned
in the rubble of the house
in which I was born?
No one can narrate my childhood
except those stars that flicker above it
and that leave footprints
on the evening’s path.
 
My childhood is still
being born in the palms of a light
whose name I do not know
and who names me.
 
Out of that river he made a mirror
and asked it about his sorrow.
He made rain out of his grief
and imitated the clouds.
 
Your childhood is a village.
You will never cross its boundaries
no matter how far you go.
 
His days are lakes,
his memories floating bodies.
 
You who are descending
from the mountains of the past,
how can you climb them again,
and why?
 
Time is a door
I cannot open.
My magic is worn,
my chants asleep.
 
I was born in a village,
small and secretive like a womb.
I never left it.
I love the ocean not the shores.

 

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

Lees meer...

01-01-14

Jonas T. Bengtsson, Adonis, Chantal van Gastel

De Deense schrijver Jonas T. Bengtsson werd geboren op 1 januari 1976 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jonas T. Bengtsson op dit blog.

Uit: A Fairy Tale (Vertaald door Charlotte Barslund)

„The television shows images of a dark street, road signs, and snow. Stockholm. A sidewalk has been cordoned off with red-and-white plastic tape, people have gathered behind it. They, too, are standing very still. Some are clasping their mouths. The woman on the television speaks very slowly as if she has just woken up. She says that Olof Palme came out of a cinema not far from there. That he was with his wife, that they had been to see the film The Mozart Brothers and were on their way home.
On the gray sidewalk are dark stains that look like paint. The camera zooms in on them. “It’s blood,” my dad says, never once taking his eyes off the screen.
We’re back on the street. We walk quickly as if rushing away from the images on the television.
I think we’re heading home until we turn right by the closed-down butcher’s. Toward the harbor, down a narrow, cobbled street.
My dad sits down on an iron girder; I sit down beside him, as close to him as I can get. The water in front of us is black. A couple of fishing boats are sailing into the harbor; there’s a huge crane to our right, its hook hangs just above the surface of the water. The sky is gray.
My dad hides his face in his coat sleeve. I hear loud sobs through the thick fabric. He squeezes my hand so hard that it hurts.
“So they got him,” he says. “The bastards finally got him.”
I don’t remember ever seeing my dad cry. I ask him if Palme was someone he knew, but he makes no reply. He holds me tight. My feet are freezing in the rain boots.
“They got him,” he says again.
The wind whips the sea into foam.
“I think we’re going to have to move again.”

 

 
Jonas T. Bengtsson (Kopenhagen, 1 januari 1976)

 

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië.

 

The Beginning of Speech

The child I was came to me
once,
a strange face
          He said nothing         We walked
each of us glancing at the other in silence, our steps
a strange river running in between
We were brought together by good manners
and these sheets now flying in the wind
then we split,
a forest written by earth
watered by the seasons’ change.
Child who once was, come forth—
What brings us together now,
and what do we have to say?

 

The Wound

1.
The leaves asleep under the wind
are the wounds’ ship,
and the ages collapsed on top of each other
are the wound’s glory,
and the trees rising out of our eyelashes
are the wound’s lake.
The wound is to be found on bridges
where the grave lengthens
and patience goes on to no end
between the shores of our love and death.
The wound is a sign,
and the wound is a crossing too.

 

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

 

 

De Nederlandse schrijfster Chantal van Gastel werd geboren op 1 januari 1980 in Breda. Zie ook alle tags voor Chantal van Gastel op dit blog.

Uit: Zwaar verguld!

“Hij past precies,’ fluister ik tegen mezelf. Ik sta achter de gesloten deur van het toilethokje in skai Lite waar mijn beste vriendin Floor haar bruiloft viert. Ik staar naar mijn verlovingsring, die Ruben vanmiddag aan mijn vinger geschoven heeft. Mijn verloofde Ruben. Niet te geloven. Sinds hij me gevraagd heeft, heb ik geen seconde aan iets anders kunnen denken. Ik speel het moment steeds opnieuw in gedachten af.
Ik kijk nog eens naar mijn hand. Draai de ring een paar keer rond mijn vinger. Die perfecte, prachtige ring, met het blinkende diamantje. Mijn verlovingsring. Ik vind hem zó mooi. Ik zou hier gewoon kunnen blijven staan, in het krappe wc-hokje, starend naar de ring, denkend aan Ruben die hem met zorg voor me uitkiest. Ik zou het dagenlang kunnen volhouden. En het kan me niets schelen dat dat best een beetje raar is.
‘Isa?’ hoor ik aan de andere kant van de deur. Het is mijn andere beste vriendin Daphne. ‘Schiet eens op, ik moet ook, hoor!’
Ik zucht. Kan een meisje niet even rustig van haar huwelijksaan- zoek nagenieten? Er zijn toch toiletten genoeg? Vlug haal ik de ring van mijn vinger en ik stop hem in het aparte vakje van mijn kleine avondtasje. Daar gaan we weer. Pokerface op, alsof er niets bijzonders met mij aan de hand is. Ik ben nu eenmaal gelukkig voor Floor. Dat ze haar grote liefde Mas gevonden heeft, dat ze bijna hun eerste kindje krijgen. Verder is er niets aan de hand. Ik straal alleen voor hen. Ik open de deur en stap naar buiten.
‘Hè, hè,’ zegt Daphne en ze glipt het hokje in, terwijl ik naar de wasbakken loop. ‘Blijf je even voor de deur staan, zodat die niet op slot hoeft?’
‘Ja hoor,’ antwoord ik boven het geluid van het stromende water uit. Als ik mijn handen droog aan een papieren handdoekje, blijf ik een moment lang naar mijn eigen gezicht in de spiegel staren.”

 

 
Chantal van Gastel (Breda, 1 januari 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e januari ook mijn vorige blog van vandaag.

01-01-13

Adonis

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië. Hij bezocht een Franstalige middelbare school in Tartu en studeerde in 1954 af aan de Universiteit van Damascus. In 1955 werd hij voor een half jaar gevangen gezet vanwege zijn lidmaatschap van de Syrische Sociale Nationalistische Partij (SSNP).  Daarna vestigde hij zich met zijn vrouw in Libanon, waar hij samen met Yusuf al-Khal en andere beroemde schrijvers het avant-garde literaire tijdschrift Schi'r ("Poëzie") in 1957 uitgaf. In 1960 verwierf hij het Libanese staatsburgerschap. In 1973 studeerde hij af aan de Universite Saint-Joseph in Beiroet. In de volgende jaren doceerde hij, ondanks de beginnende Libanese burgeroorlog, zowel aan de Universite Saint-Joseph, alsmede aan de Staatsuniversiteit (Université Libanaise) in Beiroet. Sinds 1985 is hij in ballingschap en woont hij in Parijs.  In het academisch jaar was 1998/1999 en 2001/2002 Adonis een Fellow aan het Institute for Advanced Study in Berlijn. Gedurende deze periode werkte hij aan de gedichtencyclus "Al Kitab" (het boek). Adonis is waarschijnlijk de meest belangrijke Arabische dichter van onze tijd. Door toevlucht te nemen tot klassieke Arabisch dichters, die vaak geen taboes kenden en kritisch waren ten opzichte van religie, probeert hij deze openheid te laten herleven. Behalve door zijn gedichten, wekte hij ook door zijn kritische essays herhaaldelijk opzien in de Arabische wereld.

 

 

 

New Testament

 

He doesn’t speak this language.
He doesn’t know the voices of the wastes—
a soothsayer in stony sleep,
he is burdened with distant languages.
Here he comes from under the ruins
in the climate of new words,
offering his poems to grieving winds
unpolished but bewitching like brass.
He is a language glistening between the masts,
the knight of strange words

 

 

 

In the City of the Partisans

 

I.
Open your arms
O city of Partisans.
Welcome him with thorns
or with stones.
Bind his arms above his head,
stretch them into an archway to the grave,
tattoo upon his head
graven images, brand him with glowing coals
and let the flames consume Mihyar.

 

II.
More than an olive tree, more
than a river, more than
a breeze
bounding and rebounding,
more than an island,
more than a forest,
a cloud
that skims across his leisurely path:
all and more
in their solitude
are reading his book.

 



Vertaald door Adnan Haydar en Michael Beard

 

 

 


Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

11:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adonis, romenu |  Facebook |