25-12-17

Weihnachten (Max Dauthendey)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
De aanbidding van de herders door Charles Le Brun, 1689

 

 

Weihnachten

Die eisige Straße mit Schienengeleisen,
Die Häusermaße in steinernen Reih'n,
Der Schnee in Haufen, geisterweißen,
Und der Tag, der blasse, mit kurzem Schein.

Der Kirchtüre Flügel sich stumm bewegen,
Die Menschen wie Schatten zur Türspalte gehn;
Bekreuzen die Brust, kaum dass sie sich regen,
Als grüßen sie jemand, den sie nur sehn.

Ein Kindlein aus Wachs, auf Moos und Watten,
Umgeben von Mutter und Hirten und Stall,
Umgeben vom Kommen und Gehen der Schatten,
Liegt da wie im Mittelpunkte des All.

Und Puppen als Könige, aus goldnen Papieren,
Und Mohren bei Palmen, aus Federn gedreht,
Sie kamen auf kleinen und hölzernen Tieren,
Knien tausend und tausend Jahr im Gebet.

Sie neigen sich vor den brennenden Kerzen;
Als ob im Arm jedem ein Kindlein schlief,
Siehst du sie atmen mit behutsamen Herzen
Und lauschen, ob das Kind sie beim Namen rief.

        

 
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)
Würzburg, de geboorteplaats van Max Dauthendey

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

08:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, max dauthendey, romenu |  Facebook |

David Pefko, Karin Amatmoekrim, Quentin Crisp, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals, Sabine Kuegler

 

De Nederlandse schrijver David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

Uit: Daar komen de vliegen

“Ze waren er allemaal die morgen: de oudere Upper East Siders, de overgevlogenen uit Florida en Hawaï, de voorzitters van stichtingen, scholen en universiteiten, de staalmagnaten, makelaars, stoffenfabrikanten, winkeleigenaren, filmproducenten, uitgevers, acteurs en actrices, de mensen met oud geld, degenen met nieuw geld; zelfs de jetset van Tel Aviv ontbrak niet. Allemaal zaten ze kaarsrecht in de zaal van de synagoge op 5th Avenue en glimlachten.
Abby Friedland, die voor de officiële gelegenheid Abigail genoemd werd, hield een speech waar werkelijk geen touw aan vast te knopen was. Ze droeg een fluorescerende flamingoroze jurk en een strik in haar haar, iets waar haar ouders, Ann en Aron Friedland, vast niet heel blij mee waren geweest, maar goed, Abby was net twaalf geworden en je viert je bat mitswa maar één keer.
De zaal was versierd met exotische roze bloemen en witte slingers en ergens helemaal achterin zaten Jerry en Ruth Kirschenbaum, die iets te laat waren aangekomen omdat het verkeer die zaterdag helemaal vastzat. Jerry droeg een donkerblauw linnen jasje met opgestikte zakken en Ruth een veelkleurig mantelpakje en opvallende roze schoenen. Ze waren er waarschijnlijk helemaal niet naartoe gegaan als er de dag ervoor niet onverwachts een uitnodiging was bezorgd die voorzien was van een persoonlijke boodschap van Abby’s vader. ‘Hoe de kaarten er ook voor liggen, wees alsjeblieft welkom, we zijn allemaal één grote familie, vergeet dat niet!’ stond te lezen in een sierlijk handschrift.
Het was dat Ruth de uitnodiging het eerst tussen de post had ontdekt en er absoluut heen wilde gaan – ze konden het écht niet missen, iedereen in de stad zou het er later over hebben, maar als Jerry die gevonden had, had hij haar waarschijnlijk laten verdwijnen. Het meisje stak voorzichtig een kaarsje aan, en meteen daarna, alsof ze de smaak te pakken had gekregen, nog een.
Jerry keek vermoeid naar de achterhoofden voor hem. Een snelle berekening leerde hem dat in deze synagoge op 5th Avenue, de absolute favoriet binnen de joodse gemeenschap, ongeveer zeventig procent van de bezoekers klant van hem was en er op de met roze bloemen versierde stoelen grofweg een miljard dollar aan investeringen zat.”

 
David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

Lees meer...

Friedrich Wilhelm Weber, Alfred Kerr, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Christian Geissler, Ute Erb

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

Uit: Dreizehnlinden (Fragment)

Was die Linde mir erzählte,
Was der Eichenwipfel rauschte,
Wenn ich abends ihrer Blätter
Heimlichen Gesprächen lauschte;

Was die muntern Bäche schwatzten
Hastig im Bergunterrennen,
Wilde Knaben, die nicht schweigen
Und nicht ruhig sitzen können;

Was die Zwerge mir vertrauten,
Die in fernen Waldrevieren
Still in Spalten und in Klüften
Ihren kleinen Haushalt führen;

Was auf mondbeglänztem Anger
Ich die Elben lispeln hörte;
Was mich des ergrauten Steines
Moosumgrünte Inschrift lehrte:

Dies und was ich las in staub'gen
Lederbänden und in alten
Halberloschnen Pergamenten,
Will zum Liede sich gestalten.

Nebelbilder steigen dämmernd
Aus der Vorzeit dunkeln Tagen;
Wispern hör' ich ihre Stimmen,
Freudenlaute, Zürnen, Klagen;

Männer, die vor tausend Sommern
Durch den Nethegau geschritten,
Heidenleute, Christenleute,
Was sie lebten, was sie litten;

 

 
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
Cover

Lees meer...

24-12-17

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Aanbidding der herders door Theodoor van Loon, ca. 1620

 

 

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind

Zu Bethlehem, da ruht ein Kind,
Im Kripplein eng und klein,
Das Kindlein ist ein Gotteskind,
Nennt erd' und Himmel sein.

Zu Bethlehem, da liegt im Stall,
Bei Ochs und Eselein,
Der Herr, der schuf das Weltenall,
Als Jesukindchen klein.

Von seinem gold'nen Thron herab
Bringt's Gnad und Herrlichkeit,
Bringt jedem eine gute Gab',
Die ihm das Herz erfreut.

Der bunte Baum, vom Licht erhellt,
Der freuet uns gar sehr,
Ach, wie so arm die weite Welt,
Wenn's Jesukind nicht wär'!

Das schenkt uns Licht und Lieb' und Lust
In froher, heil'ger Nacht.
Das hat, als es nichts mehr gewußt,
Sich selbst uns dargebracht.

Oh, wenn wir einst im Himmel sind,
Den lieben Englein nah,
Dann singen wir dem Jesukind
Das wahre Gloria.

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hülshoff, de geboorteplaats van Annette von Droste-Hülshoff

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

Ingo Baumgartner, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Patrick Beck, Henriette Roland Holst, Dominique Manotti

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Adventmarktgewimmel

Ein Rentier hängt im Tannengrün,
der Weihnachtsmann steht frierend Wache.
Zwei Leuchtstoffelche klettern kühn
Fassaden hoch. Dort blinkt ein Stern,
er zuckt, sodass das Auge schmerzt.
Amerika ist auch nicht fern,
doch hör ich Jingle Bells ja gern.
Erheiternd alles – und ich lache.

Da schüttet mir ein junger Mann
den Glühwein auf die neue Hose.
Dann rempeln mich zwei Engel an,
sie grinsen gleichfalls vorgeglüht.
Ein Ellenbogen trifft mein Aug,
das mittelgroße Veilchen blüht
zu voller Pracht. Das Lachen müht,
selbst mit dem Sinn fürs Kuriose.

 

 

Im Weihnachtswald

Der Blick ist frei und klar wie selten,
das Himmelblau verblasst im Weiß.
Wie Wesen aus den fernsten Welten
stehn Tannen da voll Zapfeneis.

Ein Busch erweckt – in Reif gebadet –
Gedanken an ein Krippenbild.
Nur Restlaub ist es, doch was schadet
das Trugbild. Herzen werden mild

wenn Schein und Wirklichkeit sich mengen.
Mit Kindsein wirst du neu bedacht.
Im Wald der Heimlichkeiten drängen
sich Fee und Elf schon vor der Nacht.

Ein tiefer Frieden hüllt die Weite,
umfasst den Körper wie den Geist.
Des Christmonds milde, schöne Seite
ist Manna, das die Seele speist.

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)

Lees meer...

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

 

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Konrad Wallenrod (Fragment)

Want als 't betaamt de wajdeloten te geloven,
Staat menigmaal op verlaten kerkhoven en weiden
In zichtbare gedaante de pest-jonkvrouw,
In wit gewaad, met vurige krans op de slapen.
Haar hoofd verheft zich boven de Bialowiez-se bomen1)
En in haar hand wuift ze een bloedige doek.
De wachters der sloten dekken hun ogen met de helm;
En de honden van de boeren graven hun snuit in de aarde,
Wroeten, ruiken de dood en huilen luguber.
De jonkvrouw schrijdt voort met onheilspellende tred
Naar dorpen, kastelen en rijke steden:
En zovele malen ze wuift met haar bloedige doek,
Zovele paleizen veranderen in woestenijen;
Waar ze haar voet zet, daar verrijst een vers graf.
Verderf-volle verschijning!... Maar groter verderf
Kondigde de Litauers van Duitse zijde
De glanzende helm met struisveren,
En de brede mantel, met zwart kruis!
Waar passeerden de schreden van zulk een spook,
Daar is niets het verderf van dorpen of burchten:
Een geheel land daalde ten grave!
O! wie een Litause ziel vermocht te bewaren,
Die kome tot mij, laat ons nederzitten op 't graf der volken,
Laat ons peinzen, zingen en tranen storten.

 

Vertaald door N. van Wijk

 

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 - 26 november 1855)
Konrad Wallenrod door Władysław Majeranowski, 1844

Lees meer...

The Cultivation of Christmas Trees (T. S. Eliot)

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 
The Christmas Tree door Albert Chevallier Tayler, 1911

 

 

The Cultivation of Christmas Trees

There are several attitudes towards Christmas,
Some of which we may disregard:
The social, the torpid, the patently commercial,
The rowdy (the pubs being open till midnight),
And the childish — which is not that of the child
For whom the candle is a star, and the gilded angel
Spreading its wings at the summit of the tree
Is not only a decoration, but an angel.

The child wonders at the Christmas Tree:
Let him continue in the spirit of wonder
At the Feast as an event not accepted as a pretext;
So that the glittering rapture, the amazement
Of the first-remembered Christmas Tree,
So that the surprises, delight in new possessions
(Each one with its peculiar and exciting smell),
The expectation of the goose or turkey
And the expected awe on its appearance,

So that the reverence and the gaiety
May not be forgotten in later experience,
In the bored habituation, the fatigue, the tedium,
The awareness of death, the consciousness of failure,
Or in the piety of the convert
Which may be tainted with a self-conceit
Displeasing to God and disrespectful to children
(And here I remember also with gratitude
St. Lucy, her carol, and her crown of fire):

So that before the end, the eightieth Christmas
(By “eightieth” meaning whichever is last)
The accumulated memories of annual emotion
May be concentrated into a great joy
Which shall be also a great fear, as on the occasion
When fear came upon every soul:
Because the beginning shall remind us of the end
And the first coming of the second coming.

 


T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Louis Missouri Arch. T. S. Eliot werd geboren in St. Louis

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn twee volgende blogs van vandaag.

08:27 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, t. s. eliot, romenu |  Facebook |

23-12-17

Robert Bly, Hans Tentije, Hans Kloos, Volker Jehle, Tim Fountain, Donna Tartt, Marcelin Pleynet, Norman Maclean, J.J.L. ten Kate

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

Prayer for My Father

Your head is still
restless, rolling
east and west.
That body in you
insisting on living
is the old hawk
for whom the world
darkens.
If I am not
with you when you die,
that is just.

It is all right.
That part of you cleaned
my bones more
than once. But I
will meet you
in the young hawk
whom I see
inside both
you and me; he
will guide
you to the Lord of Night,
who will give you
the tenderness
you wanted here.

 

 

The Night Abraham Called to the Stars

Do you remember the night Abraham first saw
The stars?
He cried to Saturn: "You are my Lord!"
How happy he was! When he saw the Dawn Star,

He cried, ""You are my Lord!" How destroyed he was
When he watched them set. Friends, he is like us:
We take as our Lord the stars that go down.

We are faithful companions to the unfaithful stars.
We are diggers, like badgers; we love to feel
The dirt flying out from behind our back claws.

And no one can convince us that mud is not
Beautiful. It is our badger soul that thinks so.
We are ready to spend the rest of our life

Walking with muddy shoes in the wet fields.
We resemble exiles in the kingdom of the serpent.
We stand in the onion fields looking up at the night.

My heart is a calm potato by day, and a weeping
Abandoned woman by night. Friend, tell me what to do,
Since I am a man in love with the setting stars.

 

 
Robert Bly (Madison, 23 december 1926)

Lees meer...

Giusepe di Lampedusa, Iván Mándy, Christa Winsloe, Albert Ehrenstein, Harry Shearer, Charles Sainte-Beuve, Mathilde Wesendonck, Martin Opitz

 

De Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa werd geboren in Palermo op 23 december 1896. Zie ook alle tags voor Giuseppe Tomasi di Lampedusa op dit blog.

Uit: The Leopard (Vertaald door Archibald Colquhoun)

“Don Ciccio was still thundering on: "For you nobles it's different. You might be ungrateful about an extra estate, but we must be grateful for a bit of bread. It's different again for profiteers like Sedira with whom cheating is a law of nature. Small folk like us have to take things as they come. You know, Excellency, that my father, God rest his soul, was gamekeeper at the royal shoot of Sant' Onofrio back in Ferdinand IV's time, when the English were here? It was a hard life, but the green royal livery and the silver plaque conferred authority. Queen Isabella, the Spaniard, was Duchess of Calabria then, and it was she who had me study, made me what I am now, organist of the Mother Church, honoured by your Excellency's kindness; when my mother sent off a petition to Court in our years of greatest need, back came five gold ounces, sure as death, for they were fond of us there in Naples, they knew we were decent folk and faithful subjects; when the King came he used to clap my father on the shoulder. 'Don Liona,' he said, 'I wish we'd more like you, devoted to the throne and to my Person.' Then the officer in attendance used to hand out gold coin. Alms, they call it now, that truly royal generosity; and they call it that so as not to give any themselves; but it was just a reward for loyalty. And if those holy Kings and lovely Queens are looking down at us from heaven to-day, what'ld they say? °The son of Don Leonardo Tumeo betrayed us!' Luckily the truth is known in Paradise! Yes, Excellency, I know, people like you have told me, such things from royalty mean nothing, they're just part of the job. That may be true, in fact is true. But we got those five gold ounces, that's a fact, and they helped us through the winter. And now I could repay the debt my 'no' becomes a `yes'! I used to be a 'faithful subject', I've become a 'filthy Bourbonite'. Everyone's Savoyard nowadays! But I take `Savoyards' with coffee!" And he dipped an invisible biscuit between finger and thumb into an imaginary cup. Don Fabrizio had always liked Don Ciccio, partly because of the compassion inspired in him by all who from youth had thought of themselves as dedicated to the Arts, and in old age, realising they had no talent, still carried on the same activity at lower levels, pocketing withered dreams; and he was also touched by the dignity of his poverty. But now he also felt a kind of admiration for him, and deep down at the very bottom of his proud conscience a voice was asking if Don Ciccio had not perhaps behaved more nobly than the Prince of Salina. »

 

 
Giuseppe Tomasi di Lampedusa (23 december 1896 - 23 juli 1957)
Claudia Cardinale en Alain Delon in de gelijknamige film van Luchino Visconti, 1963

Lees meer...

Carol Ann Duffy

 

De Britse dichteres en toneelschrijfster Carol Ann Duffy werd geboren in een rooms-katholiek gezin in de Gorbals, een arm deel van Glasgow, op 23 december 1955. Het gezin verhuisde naar Stafford, Engeland, toen Duffy zes jaar oud was. Haar vader werkte voor English Electric. Hij was een vakbondsman en was in 1983 zonder succes kandidaat voor de Labour Party. Daarnaast leidde hij de Stafford Rangers-voetbalclub. Duffy volgde een opleiding aan de Saint Austin's RC Primary School in Stafford, de St. Joseph's Convent School (1967-1970) en de Stafford Girls High School (1970-1974). Daarna studeerde zij filosofie aan de University of Liverpool en behaalde een graad in 1977. In 1983 won zij de Poetry Competition. Zij werkte als poëzierecensent voor The Guardian van 1988-1989 en was redacteur van het poëzietijdschrift Ambit. In 1996 werd zij benoemd tot docent in poëzie aan de Manchester Metropolitan University, en werd later creatief directeur van de daaraan verbonden Writing School. In 1988 ontving zij de Somerset Maugham Award, in 1993 de Whitbread Award en de Forward Poetry Prize en in 2005 de T. S. Eliot Prize. Ook won zij verschillende keren de Scottish Arts Council Book Award. In mei 2009 werd zij benoemd tot Poet Laureate als opvolger van de teruggetreden Andrew Motion. Duffy is de eerste vrouwelijke Poet Laureate, de eerste Schotse, en eveneens de eerste openlijk biseksuele vrouw in die functie. Als toneelschrijfster produceerde zij werk dat onder meer werd opgevoerd in het Liverpool Playhouse en het Londense Almeida Theatre, waaronder Take My Husband (1982), Cavern of Dreams (1984), Little Women, Big Boys (1986), Loss (1986) en Casanova (2007).

 

The Light Gatherer

When you were small, your cupped palms
each held a candleworth under the skin, enough light to begin,
and as you grew,
light gathered in you, two clear raindrops
in your eyes,
warm pearls, shy,
in the lobes of your ears, even always
the light of a smile after your tears.
Your kissed feet glowed in my one hand,
or I'd enter a room to see the corner you played in
lit like a stage set,
the crown of your bowed head spotlit.
When language came, it glittered like a river,
silver, clever with fish,
and you slept
with the whole moon held in your arms for a night light
where I knelt watching.
Light gatherer. You fell from a star
into my lap, the soft lamp at the bedside
mirrored in you,
and now you shine like a snowgirl,
a buttercup under a chin, the wide blue yonder
you squeal at and fly in,
like a jewelled cave,
turquoise and diamond and gold, opening out
at the end of a tunnnel of years.

 

 

We Remember Your Childhood Well

Nobody hurt you. Nobody turned off the light and argued
with somebody else all night. The bad man on the moors
was only a movie you saw. Nobody locked the door.

Your questions were answered fully. No. That didn't occur.
You couldn't sing anyway, cared less. The moment's a blur, a Film Fun
laughing itself to death in the coal fire. Anyone's guess.

Nobody forced you. You wanted to go that day. Begged. You chose
the dress. Here are the pictures, look at you. Look at us all,
smiling and waving, younger. The whole thing is inside your head.

What you recall are impressions; we have the facts. We called the tune.
The secret police of your childhood were older and wiser than you, bigger
than you. Call back the sound of their voices. Boom. Boom. Boom.

Nobody sent you away. That was an extra holiday, with people
you seemed to like. They were firm, there was nothing to fear.
There was none but yourself to blame if it ended in tears.

What does it matter now? No, no, nobody left the skidmarks of sin
on your soul and laid you wide open for Hell. You were loved.
Always. We did what was best. We remember your childhood well.

 

 
Carol Ann Duffy (Glasgow, 23 december 1955)

12:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: carol ann duffy, romenu |  Facebook |

22-12-17

Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

Één issue per tissue

één issue per tissue
mijn meester verstopt zich

postbode doe je ronde: is mijn liefde
bij u wel veilig

hij kwam me weer verrassen die hofleverancier
laarzen aan in bed, dát werk, mijn koninginnetje
slaap je wel goed, fluisterde hij
(hij die niet van cliché's hield!)
op zo'n betraand bruggetje
is het goed kusjes plaatsen
denk lammetje lammetje en
temee snokt het lente onder je hemd, ai!
zong ik (dat hij welkom was was zeker)

...u bent los

 

 

Frisse dingen

Frisse dingen kloppend in hoge gebouwen
Rilden de biest door met lange lauwe pijn
'The blues', you said

Een kruid om in je oor te stoppen als je bang bent

Weldra nemen
De saatchi's & sushi's
Weer de overhand en
- na alles wat kelderde -
stijgt die behoefte alleen maar
ergens elders je teint op te doen

als de kogels dan fluiten hoor je swiep
maar schrik niet van je eigen rep.terende
wegwerpkameraadje

kleine gave pijnen sturen
de serie dwarse boertjes
dan linea recta op huis aan

dat thuis waar men massaal overging
tot de aankoop van een winterjas

 

 
Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

Lees meer...

21-12-17

Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West, Uwe Dick

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Gespuis

Ik zou niet willen denken aan de dood.
Maar met elke stap die ik zet vermorzel
ik diertjes die ik niet zie of herken.

Ik moet ook leven met Karel die wormen
de kop afbijt en Daan die spinnen minder
dan acht poten gunt en ik geef toe:

ik kluif het laatste stukje kip van bot.
Kan ik nog dieper vallen? Kan er niet
een kikker komen die ik dapper kus?

 

 

Een kind kun je niet vasthouden

I
Zeg mam, er is een man buiten en ook binnen
die geen snoepjes heeft, maar me aandacht
geeft en woorden zonder een spoor van straf.

Hoe kan ik weigeren? Een vreemde haast
die ongedwongen - familie is gewoonte -
mij omarmt en aait en bestaat alleen voor mij.

Jou moet ik delen. Ik ben geen kind of slaaf
meer, maar iemand met een eigen naam,
zonder dat ik het gras moet maaien voor eten.

 

II
Nog steeds weet ik zijn voornaam niet,
alleen de eerste letter. En zelfs toen hij
geen vreemde was bleef hij gewoon meneer.

En achter de gordijnen was ons groot geheim.
Ik wilde wel aan iedereen verklappen
hoe bijzonder ik was en mooi en meer.

Maar de schaamte hè, de schuld,
de schande van onze namen
op de schutting en in geheimschrift.

Een nieuwe school, andere klasgenoten;
ik wilde er bij horen en sloeg
de deuren zonder afscheid dicht.

Daar heb ik spijt van achteraf, maar
uit heimwee zijn naam noemen is ongepast
en om die reden doorgekrast.

 

 
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

Lees meer...

Aloys Blumauer

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Aloys Blumauer werd geboren op 21 december 1755 in Steyr. Blumauer trad na zijn eindexamen gymnasium in 1772 in bij de Jezuïetenorde, maar keerde, toen deze ontbonden werd in 1773 terug in de seculiere staat, Hij kwam terecht in Wenen en vond daar aansluiting bij kringen, die de hervormingen van Jozef II journalistiek ondersteunden. Blumauer kreeg een baan als censor in een censuurinstelling en nam in 1793 de Gräffersche boekhandel over. In de periode 1781-1794 gaf hij de "Wiener Musenalmanach" uit (samen met Franz von Ratschky). Hij was een van de karakteristieke figuren van de Weense Verlichting. Op 24 mei 1782 werd hij opgenomen in de vrijmetselaarsloge “Wahre Eintracht" en op 18 oktober tot meester verheven. In 1785 publiceerde hij het "Journal für Freimaurer". Blumauer literaire activiteit was zeer veelzijdig (poëzie, liefdes- en drinkliederen, ridderspelen), maar Blumauer was ook polemist, satiricus, parodist en journalist; Hij is vooral bekend om zijn fragmentarische werk “Die travestierte Aeneis” van Vergilius. Het meest waardevolle werk dat Blumauer heeft gedaan zijn de door hem als boekhandelaar regelmatig gepubliceerde lijsten van boeken, die kunnen worden omschreven als meesterwerken van de bibliografie. Zijn “Verzamelde werken" (acht delen) verschenen na zijn dood.

 

Liebeserklärung eines Kraftgenies

Ha, wie rudert meine ganze Seele
Nun in der Empfindung Ozean?
Laute Seufzer sprengen mir die Kehle,
Die man auf zehn Meilen hören kann.

Gleich Kanonenkugeln rollen Thränen
Aus den beiden Augenmösern mir:
Erd' und Himmel bebt bei meinem Stöhnen,
Und ich brülle schluchzend – wie ein Stier.

Wetterstürme der Empfindung treiben
Mich oft-, west- und süd- und nordenwärts:
Meine Seele hat in mir kein Bleiben,
Und es blitzt und donnert mir das Herz.

Ach! ich muß, ich muß im Sturm versinken!
Rette mich, großmüth'ge Seele, doch!
Ich beginne schon den Tod zu trinken,
Sieh, mein Lebensnachen hat ein Loch!

 

 

Die Sehnsuchtsthräne

Bänglich wird mir, und der Minne
Leiden wachen auf in mir; –
Rinne, warmes Thränchen, rinne,
Sieh, noch viele folgen dir.

Warum weilet ihr so lange
An den Augenwimpern mir?
Ist euch zu versiegen bange,
Ach, nicht abgeküßt von ihr?

Rinnet immer, holde Kinder
Meiner Sehnsucht, rinnt herab!
Ach, sonst fließt ihr einst, noch minder
Kußgewärtig auf ihr Grab!

 

 
Aloys Blumauer (21 december 1755 – 16 maart 1798)

18:11 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: aloys blumauer, romenu |  Facebook |

20-12-17

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Jürg Laederach, Peter May, Alain de Botton, Ramon Stoppelenburg

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Beleven

dat ik dit nog mag beleven
als een luie jongeman
mijn dingen die geweest zijn op hun plaats zetten
het samenstellen van een beeld over mijzelf
waarin ik onafhankelijk van het beeld
troost vind
dat ik ijsblokjes in mijn glas laat tinkelen
en ik kan nog van alles met de blokjes doen
(ze bijvoorbeeld tegen mijn wang drukken)
het duurt nog even voor ze versmolten zijn
en nu ze water zijn
drink ik het op

dat ik dit nog mag beleven:
onderkoeld schrijven over eigen belevenissen
die totaal geen belevenissen zijn -

een belevenis!

 

 

Psychologie

Dit product is onweerstaanbaar.
Het kietelt om te beginnen uw ogen.
Het is glad en gaaf, een handzame slaaf
met talloze mogelijkheden.
Het kort nare klusjes in,
is preciezer dan al het voorgaande,
straalt aantrekkelijk optimisme uit
en,
pas op,
de slimme mensen hebben ‘m al weken in huis.

Maar veel belangrijker nog dan al deze voordelen,
dit praktische vernuft,
is de stille maar vurige hoop

– altijd aanwezig, nimmer verzakend –

dat uw leven na aanschaf
meer gelijkenis zal vertonen
met dit briljante, kittige, spiksplinternieuwe

Made-in-China-ding.

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

Lees meer...