23-01-17

P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin, Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson, João Ubaldo Ribeiro, Franz Rieger

 

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Zie ook alle tags voor P. F. Thomése op dit blog.

Uit:Greatest hits

“We gingen eigenlijk voor de namen, de namen van het Oude Zuiden die zingen als oude tunes: swingend als Chattanooga, Opelousa, Bogalusa of Pascagoula, statig als Beaumont, Baton Rouge of Lafayette, exotisch als Cocodrie en ronduit bekend als Nashville alias Music City USA, Memphis, the home of the blues, en the big easy New Orleans – en tussen al die namen stroomt lazy de Mississippi, die zo oud en moe is dat hij ook Ole Man River wordt genoemd.
We vermoedden geloof ik wel dat de werkelijkheid naargeestiger zou zijn, grauw als krantenstukken over armoede, achterstand en algehele achterlijkheid, toch zochten wij wat zou beantwoorden aan de zang van die namen: witte zuilen van mansions als in Gone with the wind, witte houten kerkjes waar op zondag de gelovigen de hemel dankten dat zij mogen wonen in God’s own country, stoffige wegen en broeierige plaatsjes zoals in de romans van William Faulkner, op zonnige dagen als Huckleberry Finn met een stok aan de waterkant zitten, en in de verte zingende negers op de velden.
Een verkeerde instelling, dat zeker, maar reizen heeft alles te maken met misverstand, en per slot van rekening heeft ook Columbus Amerika per ongeluk ontdekt.
De Amerikanen spreken zelf van het Oude of Diepe Zuiden – ze bedoelen daarmee dat het ver verwijderd ligt, in afstand, maar vooral in tijd, van de dynamische, van voorwaarts vervulde wereld die in de reclame zo brutaal wordt voorgesteld als the choice of the new generation.
Terwijl de rest van Amerika steeds opnieuw last frontiers bereikt, verlangen ze in het Zuiden terug naar de antieke grens van 1863, toen de Confederate States of America op het slagveld bij Gettysburg de vooruitgang nog dachten te kunnen tegenhouden. En alsof in de slagen bij Gettysburg en Vicksburg de Burgeroorlog niet verloren is en de Mason-Dixon-grens nog bestaat, wapperen in old Dixie meer stars and bars dan nationale stars and stripes.
De vlag van de Confederates, hij wappert vooral in het achterland, langs de backroads van het Zuiden, op de lege pleinen van vergeten stadjes, waar het stof neerdaalt op de magnolia’s en waar oude mannetjes zitten te dammen in de koffiehuizen en negers op de zanderige paadjes van het getto quarters & dimes inzetten op de snelste kakkerlak van de buurt.”

 

 
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

Lees meer...

Fatma Aydemir

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Turks-Duitse schrijfster en journaliste Fatma Aydemir werd geboren in 1986 in Karlsruhe. Zij studeerde Duitse en Amerikaanse Studies in Frankfurt en San Diego. Sinds 2012 werkt zij als redacteur bij de taz. Daarnaast werkt zij als freelance schrijver, onder andere voor de magazines Spex en Missy Magazine. In 2017 debuteerde zij met de roman “Ellenbogen”.

Uit:Ellenbogen

“Hätte Desiree mir nicht mit ihren langen, sauberen Fingern jeden Lippenstift und Nagellack einzeln vorgeführt, wäre ich niemals auf die Idee gekommen zu klauen. Es war Sommer, das weiß ich noch genau, denn Desiree trug hellblaue Hotpants und die auf ihren Beinen glänzenden Härchen standen aufrecht, weil die Klimaanlage den Supermarkt in einen großen Kühlschrank verwandelt hatte. Obwohl ich erst sieben war, wusste ich, dass ich so kurze Hosen niemals würde tragen dürfen. Und ich wusste auch, dass Mama mir niemals erlaubt hätte, einen Glitzerlippenstift zu kaufen. Desiree aber hatte einen Geldschein in der Hand und musste sich nur noch für eine Farbe entscheiden. Sie nahm den pinken Lippenstift, klar, denn Desiree war blond und hielt sich für Barbie. Eigentlich sah sie tatsächlich ein bisschen aus wie Barbie, doch das habe ich ihr nie gesagt.
Das Leben war schon gut genug zu Desiree.
Ich begleitete sie bis fast an ihre Haustür. Desirees Mutter stand schon auf dem Balkon, die Hände in den Hüften. Sie war groß, extrem dünn und immer ein bisschen braun gebrannt. Keine Ahnung wieso, wahrscheinlich fuhren sie oft in den Urlaub. Sie trug ein enges Tanktop und keinen darunter, so dass man immer nur Titten sah, wenn man an Desirees Mutter dachte. Die Titten waren viel kleiner als die von Mama, aber nicht spitz, sondern rund wie zwei Tennisbälle, eigentlich ganz hübsch. Desirees Mutter rief uns mit strengem Blick zu, dass die Familie nun zu Mittag essen würde. Desiree nickte, schaute mich an und winkte mir zum Abschied. Sie winkte, obwohl ich neben ihr stand. Nie habe ich Desirees Wohnung von innen gesehen, aber oft habe ich mir vorgestellt, wie es drinnen aussehen könnte.”

 

 
Fatma Aydemir (Karlsruhe, 1986)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fatma aydemir, romenu |  Facebook |

22-01-17

Delphine Lecompte Wilhelm Genazino, Rainer Stolz, Lord Byron, Krzysztof Kamil Baczyński, Gotthold Ephraim Lessing, Herwig Hensen

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Zie ook alle tags voor Delphine Lecompte op dit blog.

 

Cultuur noch spijkerschrift onder de ijskast

Ik wacht nog altijd
Hij haat mijn verwachtingen
Op zijn keukenvloer bijt een tamme muis
Op een poppenhuisschommelstoel
Ik kan het niet laten
Ik jaag de muis weg en zit op de stoel
Tot hij breekt
Nu is de muis opnieuw schuw.

Ze komen onze papieren ophalen
Ik haat zijn praatjes met de werkmannen
Over excentrieke vijgenverkopers en losbandige schilderessen
Over verlieslatende honingbedrijven en kreunende stapelbedden
De maaltijd is een eenzaam gevecht
Hij verschuift
zijn bonen van west naar oost
Om 14 uur is mijn bord leeg
Mijn longen opgelucht, obstakelvrij.

De muis is teruggekeerd
Om wraak te nemen kan het niet zijn
Zo kleingeestig is een knaagdier nooit geweest
Hij zoekt een leiding om door te knagen
Een achtergebleven poppetje om droog te schurken.

Ik wacht op zijn verwensingen
Nadat hij de bokaal heeft laten vallen
De spijkers rollen onder de ijskast vooral
Zijn verwensingen viseren de muis en de gladde bokaal
We versleuren de ijskast
Tussen de codeloze spijkerchaos vinden we
Irrelevante dreigementen en blauwige culturen
We worden er niet moedeloos van.

 

 
Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

Lees meer...

100 Jaar Rainer Brambach, August Strindberg, Helen Hoyt, Henry Bauchau, Howard Moss, Louis Pergaud, Hermann Lingg

 

De Zwitserse dichter en schrijver Rainer Brambach werd geboren op 22 januari 1917 in Basel. Dat is vandaag precies honderd jaar geleden. Zie ook alle tags voor Rainer Brambach op dit blog.

 

Poesie

Außer Poesie und mir
war niemand im Park.
Nur jemand wie Poe
zeigt sich in der Dämmerung
unter alten Ulmen.
Ich habe Poe gesehn.
Unter den Ulmen stand er
im nassen Laub, allein
und verregnet.
Ich sah Poe.
Er trug den Mantel
mit dem Samtbesatz
und sah düster nach – ich weiß nicht.
Pfeif dir was, Brambach! Versuch
eine Melodie,
denk dir einen Vogel,
laß ihn fliegen… wahrhaftig,
ich habe Poe gesehn
und wie er allmählich eins wurde
mit den Ulmen im Regen.

 

 

Leben

Ich schreibe keine Geschäftsbriefe,
ich beharre nicht auf dem Termin
und bitte nicht um Aufschub.
Ich schreibe Gedichte.

Ich schreibe Gedichte auf Rummelplätzen,
in Museen, Kasernen und Zoologischen Gärten.
Ich schreibe überall,
wo Menschen und Tiere sich ähnlich werden.

Viele Gedichte habe ich den Bäumen gewidmet.
Sie wuchsen darob in den Himmel.
Soll einer kommen und sagen,
diese Bäume seien nicht in den Himmel gewachsen.

Dem Tod keine Zeile bisher.
Ich wiege achtzig Kilo, und das Leben ist mächtig.
Zu einer anderen Zeit wird er kommen und fragen,
wie es sei mit uns beiden.

 

 
Rainer Brambach (22 januari 1917 - 14 augustus 1983)

Lees meer...

Ingrid Puganigg, Francis Picabia, Mary Hayley Bell, Guilbert de Pixérécourt, Antonio Gramsci, Sir Francis Bacon

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingrid Puganigg werd op 22 januari 1947 geboren in Gassen bij Afritz am See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Ingrid Puganigg op dit blog.

Uit: Zwei Frauen warten auf eine Gelegenheit.(Samen met Monika Helfer)

Ich ging vom Over Cliff Drive in Southbourne hinunter zum Strand. In der Ferne sah ich einen Mann mit einem Kampfhund. Etwas stimmte nicht mit de beiden. Entweder war der Mann betrunken oder der Hund gehorchte einfach nicht mehr.
Ich eilte zum Fisherman’s Walk. Dort gibt es direkt am Cliff einen Aufzug. Ich stieg ein und fuhr hinauf zum Café Riva. Dort trank ich einen Espresso und dachte an die junge Frau, die sich ein paar Meter von hier mit Nikotin umgebracht hat. Im Krankenhaus, in das man sie brachte, nachdem Leute sie gefunden hatten, war sie noch einmal kurz bei Bewusstsein, riss die Sauerstoffmaske vom Gesicht und flehte um ihr Leben.
Über sie, die Freundin meiner Tochter, habe ich angefangen, einen Roman zu schreiben.
Fünfzigmal. Hundertmal.
Irgendwann fängt man an, über etwas zu schreiben. Schreibt jedenTag. Macht denText aber nie fertig, weil das, worüber man schreibt, nie enden soll.
Meine Tochter Ruth lebt seit über zwanzig Jahren in Dorset, Südengland.
Einmal stiegen wir auf den Hengistbury Head. Eine hügelige Landspitze bei Bournemouth.
Obwohl Anfang November, war es weder neblig noch kalt. Aber menschenleer. Gegen Abend, es dämmerte schon, kamen wir an ein kleines Moor. Umgeben von Gestrüpp. Darauf lagen ausgebreitet Jeans, Hemd, ein Schuh, ein Rucksack.
Wir dachten, jemand sei ermordet worden oder im Moor untergegangen.
Das hat sich nie aufgelöst.“

 

 
Ingrid Puganigg (Gassen, 22 januari 1947)

Lees meer...

21-01-17

Louis Menand, Ludwig Thoma, Ludwig Jacobowski, Kristín Marja Baldursdóttir, Egon Friedell, Joseph Méry, Roderich Benedix

 

De Amerikaanse schrijver en letterkundige Louis Menand werd geboren op 21 januari 1952 in Syracuse, New York. Zie ook alle tags voor Louis Menand op dit blog.

Uit: The Metaphysical Club

„Dr. Holmes was a professor; his father, Abiel, had been a minister. He regarded himself as a New England Brahmin (a term he coined), by which he meant not merely a person of good family, but a scholar, or what we would call an intellectual. His own mind was a mixture of enlightenment and conformity: he combined largeness of intellect with narrowness of culture.
Dr. Holmes had become famous in 1830, the year after he graduated from Harvard, when he wrote a popular poem protesting the breakup of the U.S.S. Constitution, "Old Ironsides." After college he tried the law but quickly switched to medicine. He studied in Paris, and in 1843, when he was thirty-four, published a paper on the causes of puerperal (or childbed) fever that turned out to be a landmark work in the germ theory of disease. (He showed that the disease was carried from childbirth to childbirth by the attending physician; it was a controversial paper among the medical establishment.) He joined the faculty of the Harvard Medical School, where he eventually served as dean. But his celebrity came from his activities as a belletrist. He was one of the first members of the Saturday Club, a literary dining and conversation society whose participants included Emerson, Hawthorne, Longfellow, Richard Henry Dana, Jr., James Russell Lowell, and Charles Eliot Norton. He was a founder of the Atlantic Monthly, whose name he invented and in whose pages he published his popular column of aperçus, "The Autocrat of the Breakfast-Table" (followed by "The Professor at the Breakfast-Table" and "The Poet at the Breakfast-Table"). He wrote hundreds of verses and three novels. Many people, and not only Bostonians, believed him to be the greatest talker they had ever heard.
Yet he was unabashedly provincial. His chief ambition was to represent the Boston point of view in all things. (He also suffered from asthma, which made travel uncomfortable.) On the other hand, he regarded the Boston point of view as pretty much the only point of view worth representing. He considered Boston "the thinking centre of the continent, and therefore of the planet." Or as he also put it, in a phrase that became the city's nickname for itself: "Boston State-House is the hub of the solar system." He was an enemy of Calvinism (which had been his father's religion) and a rationalist, but his faith in good breeding was nearly atavistic, and he saw no reason to challenge the premises of a social dispensation that had, over the course of two centuries, contrived to produce a man as genial and accomplished as himself.”

 

 
Louis Menand (Syracuse, 21 januari 1952)

Lees meer...

20-01-17

In Memoriam Robert Anker

 

In Memoriam Robert Anker

 

De Nederlandse schrijver, dichter en literair criticus Robert Anker is vrijdag op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Nee

wij gaan godverdomme geen lijkrede schrijven voor elkaar
met grinnikende anekdotes, pijnlijke verzwijgingen
de elegie van weer gevonden, later toch verloren maar
wij laten ons niet kisten, het was een GOED leven
dat wij gaan begraven met een MOOIE begrafenis, nee
grijnzend groeten wij elkaar tot de volgende reünie, bij wie
maar niet bij ons, wij hebben juist weer iemand overleefd
en nee, wij gaan geen gedichten maken godverdomme
waarin we de bezongene niet bezingen maar zijn lot
ontvormen tot een stem van weemoed, zich verstamelend
tot onschadelijke schoonheid geschikt voor in de krant
wij gaan met bekkens en pauken woede drijven
door het smoelbeeld van de dood als door de Schelfzee
naar het beloftevolle heden dat ons dan geheel bewoont.

 

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillend overhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend -
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

 
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

Edward Hirsch, Stefan Popa, Guy Helminger, André Kubiczek, Batya Gur, Nazim Hikmet, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

To Poetry

Don’t desert me
just because I stayed up last night
watching The Lost Weekend.

I know I’ve spent too much time
praising your naked body to strangers
and gossiping about lovers you betrayed.

I’ve stalked you in foreign cities
and followed your far-flung movements,
pretending I could describe you.

Forgive me for getting jacked on coffee
and obsessing over your features
year after jittery year.

I’m sorry for handing you a line
and typing you on a screen,
but don’t let me suffer in silence.

Does anyone still invoke the Muse,
string a wooden lyre for Apollo,
or try to saddle up Pegasus?

Winged horse, heavenly god or goddess,
indifferent entity, secret code, stored magic,
pleasance and half wonder, hell,

I have loved you my entire life
without even knowing what you are
or how—please help me—to find you.

 

 

Gabriel: A Poem (Fragment)

Grief broke down in phrases
And extrapolated lines
From me without myself

Tear-stained pillow of stone
I felt I was lying
Beside him in the coffin

Wormy mother
Who takes us into the ground
With her whenever and wherever

She wants the grass glistens
And grows over us in the heat
Of late summer in the country

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)

Lees meer...

19-01-17

Julian Barnes, Bert Natter, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink, Eugénio de Andrade, Thomas Gsella

 

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit:Het tumult van de tijd (Vertaald door Ronald Vlek)

“Het gebeurde midden in de oorlog, op een perron, even vlak en stoffig als de eindeloze steppe die het omringde. De wachtende trein was twee dagen geleden uit Moskou vertrokken, in westelijke richting; nog twee of drie dagen te gaan, afhankelijk van kolenvoorraad en troepenbewegingen. Het was kort na zonsopgang, maar de man – in werkelijkheid maar een halve man – was al bezig zich op een platte lorrie met houten wielen naar de slaaprijtuigen te stuwen. Er was geen andere manier om het geval voort te bewegen dan aan de voorkant te wrikken, en om te voorkomen dat hij zijn evenwicht verloor had hij een touw onder de lorrie door gehaald en door zijn broeksband gestoken. De handen van de man waren omzwachteld met smerige repen stof en zijn huid was gehard door het bedelen op straten en stations.
Zijn vader was een overlevende geweest van de vorige oorlog. Hij was vertrokken met de zegen van de dorpspriester om te gaan vechten voor het vaderland en de tsaar. Toen hij terug was gekomen waren de priester en de tsaar inmiddels verdwenen, en was zijn vaderland niet meer hetzelfde geweest. Zijn vrouw had gegild toen ze zag wat de oorlog met haar man had gedaan. Nu woedde er opnieuw een oorlog, en was dezelfde indringer weer terug, al waren de namen veranderd; de namen aan beide kanten.
Maar verder was er niets veranderd: jonge mannen werden nog steeds door kanonnen aan flarden geschoten en vervolgens door chirurgen ruw opengesneden. Zijn eigen benen waren afgezet in een veldhospitaal te midden van kapotgeschoten bomen. Allemaal voor een hoger doel, zoals dat de vorige keer ook het geval was geweest. Het liet hem koud. Laat anderen daar maar over twisten; zijn enige zorg was het einde halen van de volgende dag. Hij was verworden tot een techniek om te overleven. Beneden een bepaald niveau werden alle mannen dat: een techniek om te overleven.
Enkele passagiers waren uitgestapt om zich even te vertreden in de stoffige lucht; andere zaten met hun gezicht voor de ramen van de rijtuigen. Terwijl de bedelaar naderbij kwam, hief hij luidkeels een obsceen soldatenlied aan. Sommige passagiers zouden hem misschien een paar kopeken toewerpen als dank voor het vertier; andere hem betalen om zich te verwijderen.”

 

 
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Lees meer...

18-01-17

Peter Stamm, Sascha Kokot, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici, Rubén Darío, Paul Léautaud, Alan Alexander Milne

 

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook alle tags voor Peter Stamm op dit blog.

Uit: Agnes

„Die Bilder scheinen mir wirklicher als die dunkle Wohnung, die mich umgibt. Es ist ein seltsames Licht in ihnen, das Licht einer weiten Ebene an einem Nachmittag im Oktober.
Eine leere Ebene, weit und breit keine Stadt, kein Dorf, nicht einmal eine Farm. Kurz geschnittene Sequenzen, ohne dass das Bild sich wesentlich verändert. Immer neue Ansätze, Versuche, die Landschaft zu erfassen. Manchmal erahne ich, weshalb Agnes die Kamera eingeschaltet hat: eine seltsam geformte Wolke, eine Reklametafel, in der Ferne ein Streifen Wald, fast unsichtbar durch das Weitwinkelobjektiv. Einmal ein Schwenk zu mir, wie ich am Steuer sitze. Ich mache eine Grimasse. Und dann wohl der Versuch, sich selbst zu zeigen: der Rückspiegel, darin gross die Kamera und dahinter, kaum zu sehen, Agnes selbst. Dann noch einmal ganz kurz Agnes, am Steuer diesmal, wie sie eine abwehrende Handbewegung macht.
Der Parkaufseher. Auch er macht abwehrende Handbewegungen, aber im Gegensatz zu Agnes lacht er dabei. Ein Zoom auf seine Hände, die über ein Kartenblatt fahren, einen Weg zeigen, der im Bild nicht zu erkennen ist. Der Aufseher lässt sich auf seinen Stuhl fallen, öffnet eine Schublade, zieht einige Broschüren heraus. Er lacht und hält eine davon in die Kamera: How to survive Hoosier National Forest. Das Bild wackelt, dann greift von unten eine Hand nach dem Faltblatt. Der Parkaufseher spricht unentwegt, sein Gesicht wird ernst. Die Kamera wendet sich von ihm ab, streift mich kurz. Plötzlich Wald, ein lockerer Baumbestand. Ich liege auf dem Boden, scheine zu schlafen oder habe zumindest die Augen geschlossen. Die Kamera nähert sich mir von oben, kommt immer näher, bis das Bild unscharf wird, weicht zurück. Dann wandert sie über meinen Körper bis zu den Füssen und wieder zum Kopf. Lange bleibt sie auf dem Gesicht stehen, versucht, noch einmal näherzukommen, aber das Bild wird wieder unscharf, und sie weicht von neuem zurück“.

 

 
Peter Stamm (Weinfelden, 18 januari 1963)

Lees meer...

17-01-17

Nanne Tepper, Tom Dolby, Ilja Leonard Pfeijffer, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Roel Houwink, Raoul Schrott

 

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit:De kunst is mijn slagveld

“Groningen 6 april 1993
Beste Marc,
Ben weer eens in een periode van zware neuralgie geraakt. Bezocht voor het eerst in tien jaar een dokter en die gaf mij pilletjes tegen ‘overgevoeligheid’, slappe hemelsblauwe tabletjes die nog het beste werken als men ze inneemt met een dubbele borrel. Morgen ga ik naar mijn oude zielenknijper, om te voorkomen dat ik straks weer rijp ben voor het gesticht. De oorzaak van dit alles? Geluk, en een overdosis aan inspiratie; nu ja, sta je ervoor, dan moet je erdoor, zegt Ome Gerard. Heb ondertussen wel twee prachtverzen geschreven en deze hedenochtend naar Tirade gestuurd, dit blad had ik nog niet eerder met mijn geloei bestookt. Baat het niet dan schaadt het zeker.
Bright Lights, Big City vind ik ook maar een matig boekje, wat dat betreft is Gimmick! even mank: het blijft in goede bedoelingen steken. Neen, dan de laatste van de Ier, Brightness Falls, dat is andere oude wijven, wel een totale rip-off van Tender is the Night van Scott Fitz., maar de eerste helft is magistraal, ondanks de rommelige stijl, op de helft echter – typisch Amerikaans – klaart de stijl op en stort het boek ineen. Toch een diepe buiging voor Jay M. Word strontjaloers van zulke prestaties. Wat echter naar mijn onbescheiden mening Het Meesterwerk
tot dusverre is is Less Than Zero. Dat boek grijpt je bij je kloten en laat je een jaar lang krom lopen van de pijn. Heb nu American Psycho liggen, vertaald door een zeer zachtaardige Limburger, die hier in mijn geboortedorp Hoogezand is ondergedoken, en met wie ik wel
eens in de kroeg zat toen hij deze klus aan het klaren was. Hij werd er op zijn minst zo af en toe een beetje misselijk van. Ik moet nog zien of ik dit boek wel aandurf, gezien mijn huidige staat van ontbinding.
Gaat Zwagerman zich op de Bijlmer werpen? Na een Boeing nu een zweefvliegtuigje. Engagement, tja, kom d’r maar ’s om. Toch is het een aardige jongen. Toen ik hem eens een schop onder zijn kloten verkocht, op papier dan, kreeg ik een uiterst correct briefje terug, dat
vind ik wel van ballen getuigen. Maar mijn proza dat ik naar de Belt stuurde heb ik nooit weer gezien; taal noch teken. Tijdens Herfstschrift, enkele jaren terug, mocht Zwagerman tegen Reugenbrink cq aanzeiken, en omgekeerd. (Met Reugenbrinkcq heb ik schoolgegaan,
hierzo, en zelfs nog toneelgespeeld (Borak valt, van Lodewijk de Boer) – wij waren in die tijd geen liefhebbers van elkander maar die wolkenlucht is later redelijk opgeklaard, zo meen ik althans te moeten denken – zijn redacteurschap bij De eenentwintigste Geeuw heeft me er wel altijd van weerhouden iets naar dat blad te sturen, dom natuurlijk, maar daar zat ook de slechtste schrijver van Nederland, Joost N. en die ging over het proza.”

 

 
Nanne Tepper (17 januari 1962 - 10 november 2012)

Lees meer...

Diana van Hal

 

De Nederlandse schrijfster Diana van Hal (pseudoniem van Diana Ruwaard) werd op 17 januari 1980 geboren in Amsterdam. Zij studeerde medische microbiologie, maar veranderde halverwege het derde leerjaar naar klinische chemie. Na de HBO studie ging zij als medisch klinisch analist werken. In haar tienerjaren wilde ze al schrijfster worden. In november 2015 presenteerde zij haar debuut “De verzamelaar”.

Uit: De verzamelaar

“Katie Caudill veegt een verdwaalde traan van haar wang.
Hoe vaak is ze nu al naar bodycombat les geweest? Brian vindt het heerlijk om met de kleine Max alleen te zijn. Mannen onder elkaar, noemt hij het gekscherend. Voor de zoveelste keer draait Katie haar hoofd naar hun huis. Er brandt licht in de badkamer. Brian zal Max nu wel in zijn badje zetten. In gedachten ziet ze voor zich hoe Max met zijn mollige handjes in het water spettert. Om de opkomende tranen terug te dringen wendt ze haar hoofd af richting de straat, waar het opvallend rustig is op die ene auto na. Katie staart naar het bord boven de bushalte. Nog tien minuten voor de bus komt. Gedachten buitelen over elkaar heen. Zal ik wel gaan? Zal ik niet gaan? Het zou oneerlijk zijn om terug naar binnen te gaan om vervolgens weer te klagen over haar lichaam. Waarom is het
toch zo moeilijk om die twee uurtjes van huis te zijn?
Voor een klein moment is Katie afgeleid. Vreemd, de auto staat nu stil met de lichten nog aan. Staat vast op iemand te wachten. Een blik op haar horloge vertelt haar dat het nog zeker vijf minuten duurt voordat de bus komt. Zal ik dan toch?
Een geluid vlak achter haar maakt dat ze zich omdraait. Verdorie, door de bewolking is het al donker aan het worden. Wat verwacht je anders in oktober. Het gaat nog regenen ook en ze trekt de capuchon van haar jas over haar rode, lange haar. Twijfel, altijd weer die onrustige twijfel.
Voor een tweede keer wordt Katie afgeleid door een geluid. Nog een blik achterom. Zal wel een diertje zijn dat schuilt voor de regen. Katie trekt de capuchon verder over haar hoofd, draait zich om. De net nog geparkeerde auto komt haar kant op. Dit gaat volledig aan Katie voorbij. Pas op het moment dat de auto de busbaan oprijdt, rinkelen alarmbellen in haar. Te laat!”

 

 
Diana van Hal (Amsterdam, 17 januari 1980)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: diana van hal, romenu |  Facebook |

16-01-17

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Brian Castro, José Soares, Robert W. Service, Tino Hanekamp

 

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Kortom

ik herinner me wel de sneeuw,
de Karelsbrug in Praag, hoe jij -
hoe jij tot op vandaag lacht om
iets dat ik niet zag, wat vlokken
van mijn schouder slaat.

Hoe ieder zinloos ingewikkeld
sneeuwkristal op kinderkoppen
achterblijft en erger:
dat het ons niet daarom gaat.

Maar of er een moment zal zijn
waarop wij wezenlijker samen
- ik weet niet eens of wij
dat toen wel waren, wat jij
voorbij mijn blikveld ziet.

Taal valt armoedig in een zin als:
weet je nog we gingen
met de eerste sneeuw naar Praag
om samen op de brug te staan
en smelt al bij; we gingen niet.

 

 

Vreemden

Zoals je jezelf op een foto waarop je ruggelings staat afgebeeld
herkent maar omdat het onnatuurlijk blijft
liever niet meer bent – zo is de ander

precies zoals je zelf al denkt: het is niet goed teveel te weten,
geheimen tekenen verstand, geven iets om handen

leg tussen jezelf / de ander een diepe zee en verf je haren,
hou je onhoorbaar voor elke poging tot elkaar, verzet je
tegen nadering met rotsvast uitgesproken namen.

geef volle ruchtbaarheid en ga een oorlog aan, wees
te allen tijde onveranderbaar. Val met niemand samen.

 

 
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

Lees meer...

15-01-17

Antoine Wauters, Etty Hillesum, Osip Mandelstam, F. Springer, Maud Vanhauwaert, Mihai Eminescu, Philip Snijder

 

De Belgische dichter en schrijver Antoine Wauters werd op 15 januari 1981 geboren in Luik. Zie ook alle tags voor Antoine Wauters op dit blog.

Uit:Nos Mères

“Elles nous demandent où nous vivons.
Tout haut, nous ne répondons rien.
Tout bas, nous répondons dans le plus grand et le plus beau lieu entouré de biefs, d’osselets, de cascades d’eau chaude et de fines pluies qui ne souillent pas. Sur une terre blanche. Dans un village de petite taille et de petite montagne que nous n’allons jamais quitter, dit-on.
Nous demeurons. Nous disons nous mordons, et nous mordons. Aveugles. Nos pieds nus caressés par les crocs de bêtes noires. Des araignées peut-être. Il y en a tant dans la région. Ou des cafards. Ils escaladent sur nous.
Nous portons des pelisses, des gilets de fine laine, mais le plus souvent nous allons nus.
Après journée, elles viennent nous chercher derrière les plantations de bananes, d’oranges et de mangues où nous vivons dans une abondance verte.
Nous mentons.
Nos mères nous fixent durement. Elles n’ont encore rien dit mais préparent des sermons, l’air mauvais et une verge à la main dont elles vont déchirer nos peaux, c’est sûr, afin de nous rendre moins fragiles garçons.
Elles nous aiment, c’est évident, simplement elles ne supportent plus grand-chose depuis qu’elles sont seules avec nous.
Pieds nus sur la terrasse, elles racontent l’épisode de la mort de l’homme de leur vie, mais entre leurs dents, tout bas, toujours entre leurs dents. Mort dans la boue des poussières d’obus disent-elles, et mort dans la poussière des tirs de Kalachnikov des milices adverses répétons-nous, entre nos dents aussi, tout bas, tâchant de ne pas les affoler.
Elles, elles voudraient que ce soit ça et rien d’autre : elles et nous, elles avec nous, et nous pour elles.
Elles tentent alors de nous capturer, des boucles terminant leurs mains. De nous garder. De nous couver si fort souvent et de nous punir de ce que nous sommes d’affreux gamins et galopins."

 

 
Antoine Wauters (Luik, 15 januari 1981)

Lees meer...