29-04-17

Konstantínos Petros Kaváfis, Rod McKuen, Bernhard Setzwein, Monika Rinck, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter, Kurt Pinthus, Humphrey Carpenter

 

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

Wroeging

Spreek over deze wroeging om die te verzachten,
edele wroeging, zeker, maar gevaarlijk eenzijdig.
Maak het verleden geen verwijt en kwel je niet zo.
Neem jezelf niet zo serieus.
Het kwaad dat je beging was kleiner
dan je denkt, veel kleiner.
Het goede dat je nu die wroeging bracht,
zat ook toen al diep in je.
Zie hoe een voorval, dat plotseling
in je geheugen weerkeert, een daad
verklaart die je fout
vond, maar nu een rechtvaardiging heeft.
Verlaat je niet helemaal op je geheugen:
je vergat heel wat – ditjes en datjes –
dat is rechtvaardiging genoeg.

En denk niet dat je je slachtoffer
zo goed kende. Hij had vast gaven waarvan je niets wist,
en misschien waren dit andere wonden
dan jij denkt (uit onwetendheid over zijn leven),
geen gevolg van jouw vreselijke klappen.

Verlaat je niet op je zwakke geheugen.
Verzacht de wroeging die altijd
eenzijdig en heel listig tegen je pleit.

 

Vertaald door Mario Molegraaf

 

 

In the Evening            

It wouldn’t have lasted long anyway—
the experience of years makes that clear.
Even so, Fate did put an end to it a bit abruptly.
It was soon over, that wonderful life.
Yet how strong the scents were,
what a magnificent bed we lay in,
what pleasure we gave our bodies.

An echo from my days given to sensuality,
an echo from those days came back to me,
something of the fire of the young life we shared:
I picked up a letter again,
and I read it over and over till the light faded away.

Then, sad, I went out on to the balcony,
went out to change my thoughts at least by seeing
something of this city I love,
a little movement in the street and the shops.

 

 

He Had Come There to Read  

He had come there to read. Two or three books lie open,
books by historians, by poets.
But he read for barely ten minutes,
then gave it up, falling half asleep on the sofa.
He’s completely devoted to books—
but he’s twenty-three, and very good-looking;
and this afternoon Eros entered
his ideal flesh, his lips.
An erotic warmth entered
his completely lovely flesh—
with no ridiculous shame about the form the pleasure took....

 

Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard

 

 
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
De lezer door Ferdinand Heilbuth, 1856

Lees meer...

28-04-17

Zia Haider Rahman, Wim Hazeu, Roberto Bolaño, Gerhard Henschel, Harper Lee, Joop Waasdorp, Karl Kraus, Ğabdulla Tuqay, Charles Cotton

 

De Britse schrijver Zia Haider Rahman werd in 1969 geboren op het platteland van Bangladesh in de regio Sylhet. Zie ook alle tags voor Zia Haider Rahman op dit blog.

Uit: In the Light of What We Know

“I had not heard the name of the twentieth-century Austrian-American mathematician Kurt Gödel since a July weekend in New York, in the early 1990s, when I was visiting from London for a month of induction at the head offices of an investment bank into which I had recently been recruited. In some part I owe my recruitment to the firm, of which I later became a partner, to Zafar, who was already a derivatives trader in the bank’s Wall Street offices and who had quickly established a reputation as a bright though erratic financial wizard.
Like Zafar, I was a student of mathematics at Oxford, but that, to put it imprecisely, was the beginning and the end of what we had in common. Mine was a privileged background. My father was born into a well-known landed family in Pakistan, where he met and married my mother. From there, the newly-weds went to Princeton, where they had me, making me an American citizen, and where my father obtained his doctorate before moving to Oxford so that he could take up a chair in physics. I am no genius and I know that without the best English schooling, I would not have been able to make as much as I have of the opportunities that came my way.
Zafar, however, arrived at Oxford in 1987 with a peculiar education, largely cobbled together by his own efforts, having been bored, when not bullied, out of one school after another. His family moved to Britain when he was no more than five years old, but then, at the age of twelve, or ten, by the new reckoning, he returned from Britain to rural Bangladesh for an interval of some years.
To him, Oxford must have seemed, as the expression goes, a long way to come. In our first term there, as we lounged in the Junior Common Room beside windows that gave out onto the garden quad, I observed that Zafar’s pronunciation of the names of various Continental mathematicians – Lebesgue, Gauss, Cauchy, Legendre, and Euler – was grotesquely inaccurate. Though my first reaction, I am a little ashamed to say, was to find this rather amusing, I soon grasped that Zafar’s errors marked his learning as his own, unlike mine, which carried the imprint of excellent schoolmasters. I must confess to a certain envy at the time."

 

 
Zia Haider Rahman (Sylhet, 1969)

Lees meer...

27-04-17

De koning had geen zin (Annie M.G. Schmidt)

 

Bij Koningsdag

 

 
Oranjefeest door Paul Nieuwendijk, z.j.

 

 

De koning had geen zin

Als de koning wakker wordt, dan gaat hij tandenpoetsen
en zijn handen wassen en dan gaat hij naar benee.
En dan denkt hij: Zou ik van de leuning durven roetsen?
Maar dan ziet hij iemand en dan denkt de koning: Nee…

En dan komt hij binnen met zijn kroon en op zijn sokken
en dan vraagt de koningin: Hoe vaart u, mijn gemaal?
En dan zegt de koning: Bah, ik lust geen havervlokken!
En dan zegt de koningin: Wat is dat nou voor taal!
En dan wordt de koning treurig, zo treurig, zo treurig…

Dan gaat hij regeren op zijn troon, om kwart voor negen
en het regent buiten en hij heeft totaal geen zin.
De ministers komen en die zeggen heel verlegen:
Kijk, hier is de schatkist en er zit geen cent meer in!
En ze laten het hem zien en doen de schatkist open…
en dan komt het keukenmeisje haastig aangerend
om te zeggen dat de gootsteen niet meer door wil lopen
en dan komt de koningin en vraagt om dertig cent…
en dan wordt de koning zo treurig, zo treurig, zo treurig…

En dan sluipt hij stiekem, heel voorzichtig op zijn tenen,
stiekem op zijn tenen weg en niemand die het ziet…
En om twaalf uur roept de kok: De koning is verdwenen!
Iedereen gaat zoeken, maar de koning is er niet…

Uren later komt de koning plotseling weer binnen
en dan vraagt de koningin: Waar zat je toch zonet?
En dan zegt de koning: O, ik moest mij wat Bezinnen…
Ik heb zitten Werken en het Land is weer Gered!
En dan zijn ze zo blij, zo blij, zo blij…
En alleen maar ik en jij, jij en ik, wij weten
waar de koning al die tijd zo stiekem heeft gezeten.

 

 

 
Annie M.G. Schmidt (20 mei 1911 – 21 mei 1995)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april ook mijn vorige blog van vandaag.

Astrid Roemer, Robert Anker, André Schinkel, Didier Daeninckx, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit: Lola of het lied van de lente

“In de slaapkamer spreidt ze het dekbed met het lapjesdekenmotief-overtrek zorgvuldig over het bed - ze trekt de uiteinden strak. In de kast waarvoor ze staat hangen al de kledingstukken van de reis die ze naar het pantheon van goden heeft gemaakt om hun gunsten af te smeken voor een gepast neerleggen van het ambt. In de kringen van de bonu-sma had het voornemen nogal wat deining veroorzaakt - want, wie breekt er bij leven en welzijn met zo'n machtig medium van Moeder Aarde als de apuku-geest!
Vastbesloten had zij het ceremonieel voorbereid en ontdaan van uitbundig vertoon; en elk ritueel was afgemeten.
Zonder linten en strikken en krullen waren de robes waarin ze zeven dagen en zeven nachten lang te kijk heeft gestaan, gedanst gelachen, gezongen, gehuild - en heeft geschreeuwd.
En de meer dan honderd personen die op haar uitnodiging zijn ingegaan naar de Libanonweg te komen voor een ritueelfeest, hebben kunnen bijwonen hoe de oppergoden van Lucht & Water & Aarde háár tong hebben gebruikt om instemming te betuigen met haar besluit. Het was meer dan een lichaam van een tweeënzestigjarige vrouw die ruim tachtig kilogram weegt kan verwerken - maar volgens de aanwezigen is het geworden: het boeiendste en onvergetelijkste schouwspel sinds tijden.
Ze doet de kast open en ziet de kledingstukken hangen: historische kostuums voor het carnaval van haar achter-achter-achter-kleinkinderen, ergens in Nederland - ze huivert en grijpt naar de witte doek die ze om haar schouders hadden geslagen toen het medium zich eindelijk bekend wou maken. Eerst waren de geesten gepasseerd van overledenen die zij tijdens hun leven een dienst had bewezen en toen -.
Ze slaat de doek om en gaat op het bed zitten. Ze bekijkt haarzelf in de spiegeldeur van de klerenkast. Ze weet dat ze op haar begunstigster lijkt - dat hebben de broers, de zusters en de personen die de vrouw hebben gekend allen gezegd, maar dat zij uitgerekend haar navel tot ankerplaats heeft gekozen heeft haar later in een storm van tranen gedreven.
Na de uitputtingsslag van de uitweidingsceremonie heeft ze, meteen de volgende morgen de bus genomen naar Paramaribo. Eerst heeft ze het graf van haar echtgenoot bezocht - maar het marmer was nog dodelijker dan de herinnering aan zijn dood want: welke landmeter verdrinkt in een waterput die hij zelf in kaart gebracht heeft -. Haar ouders waren vanaf het begin finaal tegen de verhouding geweest: families die op de Libanonweg blijven wonen hebben een geschiedenis tot diep in het slavenverleden en dikwijls nog verder!”

 

 
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

Lees meer...

26-04-17

Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Carl-Christian Elze, Hannelies Taschau, Theun de Vries, Hertha Kräftner, Johann Uhland

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Malamud op dit blog. 

Uit:The Fixer

“From the small crossed window of his room above the stable in the brickyard, Yakov Bok saw people in their long overcoats running somewhere early that morning, everybody in the same direction. Vey iz mir, he thought uneasily, something bad has happened. The Russians, coming from streets around the cemetery, were hurrying, singly or in groups, in the spring snow in the direction of the caves in the ravine, some running in the middle of the slushy cobblestone streets. Yakov hastily hid the small tin can in which he saved silver rubles, then rushed down to the yard to find out what the excitement was about. He asked Proshko, the foreman, loitering near the smoky brickkilns, but Proshko spat and said nothing.Outside the yard a black-shawled, bony-faced peasant woman, thickly dressed, told him the dead body of a child had been found nearby. "Where?" Yakov asked. "How old a child?" but she said she didn't know and hurried away. The next day the Kievlyanin reported that in a damp cave in a ravine not more than a verst and a half from the brickworks, the body of a murdered Russian boy, Zhenia Golov, twelve years old, had been found by two older boys, both fifteen, Kazimir Selivanov and Ivan Shestinsky. Zhenia, dead more than a week, was covered with stab wounds, his body bled white. After the funeral in the cemetery close by the brick factory, Richter, one of the drivers, brought in a handful of leaflets accusing the Jews of the murder. They had been printed, Yakov saw when he examined one, by the Black Hundreds organizations. Their emblem, the Imperial double-headed eagle, was imprinted on the cover, and under it: SAVE RUSSIA FROM THE JEWS. In his room that night, Yakov, in fascination, read that the boy had been bled to death for religious purposes so that the Jews could collect his blood and deliver it to the synagogue for the making of Passover matzos. Though this was ridiculous he was frightened. He got up, sat down, and got up again. He went to the window, then returned hastily and continued to read the newspaper. He was worried because the brick factory where he worked was in the Lukianovsky District, one in which Jews were forbidden to live. He had been living there for months under an assumed name and without a residence certificate. And he was frightened of the pogrom threatened in the newspaper. His own father had been killed in an incident not more than a year after Yakov's birth--something less than a pogrom, and less than useless: two drunken soldiers, shot the first three Jews in their path, his father had been the second. But the son had lived through a pogrom when he was a schoolboy, a three-day Cossackraid. On the third morning when the houses were still smoldering and he was led, with a half dozen other children, out of a cellar where they had been hiding he saw a black-bearded Jew with a white sausage stuffed into his mouth, lying in the road on a pile of bloody feathers, a peasant's pig devouring his arm.”

 

 
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)
Cover

Lees meer...

25-04-17

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Richard Anders, William Temple, John Keble

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Hartegrond

Zie ons hier succesvol staan: door alle netten
gevlogen draagster van petrolblauwe rok
en lila lijfje dat haar borsten als een openstaande
bloemenkelk omhult, schijnkindermondig
in gesprek met sprankelend scherp stuk
in deux-pièce, cape'je van changéant roze-oranje organza,
verantwoord geile zijsplit, trots op haar tong -
twee kakelgrage, fraai op de kwetsbare buikzijde
uitgelichte braniekarkassen, onzelfinzichtig klaar
om tor-achtig danwel voormalig jumbolog
door te taxiën naar het gemoedelijk gekraak
van openbrekende oesterschelpen of ander gepraat.
O zelden geherbergde hartegrond! O langvervlogen
carrièrebegin met zelfverkozen damescolbert
over bureaustoel en uitzicht op kleine
door glas omgeven binnenplaats, Japanse
naaldbomen, witte keien, fonteintje...

 

 

Goede tips voor dieper zwijgen

Nuttig een maaltijd samen aan zee.
Leg de Tractatus gesloten op tafel.

Laat de intieme ovalen van jullie
longen zich enkele malen vullen

met avond en onverrichterzake
leeglopen door keel en mond.

Overdenk uitvoerig kwesties als
waarom zijn wij niet vierkant

of stom? Of: wat is, op dit
moment, de langzaamste vis?

En: moet je water dat hem bevat
maar niet kan tonen beklagen?

Beantwoord dan alle door de ander
niet gestelde vragen.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...

24-04-17

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, George Oppen, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Michael Schaefer

 

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: De tuin der fantasie

“..Er is zoveel. dat vertelt op het ogenblik... Kijk eens naar buiten. Luister eens naar de stilte, en luister eens naar die vogel. die daar heel ver weg in avondzang zit te fluiten... En kijk eens naar de lucht. en zeg dan maar, dat de dichter van die psalm het wel geweten heeft toen hij zong: De hemelen verkondigen Gods eer, en het uitspansel Zijner handen werk... De dag aan de dag stort overvloediglijk sprake uit, de nacht aan de nacht toont weten-schap... Geen spraak, en geen woorden zijn er. waar hun stem niet wordt gehoord..." En de stem dezer stilte. de heerlijkheid van de sterrenhemel. en de wonderen der natuur in berg en bos. — dat alles is in Indië nog weer zo anders dan hier... Er is geen stilte zo stil als die van de Indische avonden. als de hemel helder en klaar is. en niets. niets beweegt rondom ons... Als er geen geluid klinkt, geen vogel zingt. geen kikvors roept... Alleen zit daar ergens in de verte een mens. en je weet niet waar. en die maakt op zijn gamelang die heel weemoedige. wonderlijke muziek bijna zonder melodie... 0 jongens. dat is onuitsprekelijk. deze stilte van de avonden in het gebergte van Sumatra of van Java..." ..Wat is er toch verschrikkelijk veel moois in de wereld." zei Tom zacht en als in zich zelf. ,.Grootvader. zou U denken. dat ik daar nog wel eens komen kon?" ..Hóór nou eens!" zei Wil plotseling luidruchtig...Dat is er nou een. die vanmiddag nog sprak van dat apenland..." Tom gaf geen antwoord. maar Grootvader zeide: ..Ja. we ver-nordeelen het allereerst wat we het allerminst kennen... Of jij er zoudt kunnen komen. Tom? Wel. natuurlijk kan dat. Als jij inge-nieur mag worden met Gods hulp, dan zijn er zeker in Indië allerlei betrekkingen voor je open... Maar, beste jongen. zolang. vooruit moeten we maar niet praten, dunkt me....er kan nog zoveel ge-beuren..." Tom zag Grootvader aan. Dat was nu de tweede maal al, dat hij dit antwoord hoorde vandaag. Kon Grootvader daarmeè iets bedoelen. iets bijzonders?”

 

 
Frans Coenen (24 april 1866 - 23 juni 1936)

 

Lees meer...

23-04-17

Thomas (Nel Benschop)

 

Bij Beloken Pasen

 


De ongelovige Thomas door Gerrit van Honthorst, 1620

 

 

Thomas

Ik was er niet, toen Jezus bij hen kwam
en hun de tekens toonde in Zijn handen,
toen Hij hun uitgedoofde vuur deed branden
en ieder uit Zijn handen 't brood aannam.

Ik wilde niet, zo volgzaam als een lam
mij bij de kudde trouwe schapen voegen
die van de herder alles maar verdroegen;
ik wilde zelf bepalen of ik kwam.

Ik wilde zien en voelen of ik niet
met dromen mij in slaap zou laten wiegen,
of mij door schone schijn laten bedriegen;
dat konden zij misschien doen, maar ik niet.

Toen zag ik Hem - en ik had geen verweer
maar kon slechts stamelen: "Mijn God, mijn Heer!"

 

 

 
Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De Nieuwe Kerk in Den Haag. Nel Benschop werd in Den Haag geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 23e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: beloken pasen, pasen, nel benschop, romenu |  Facebook |

William Shakespeare, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Andrey Kurkov, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel

 

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

Uit:Macbeth

“Enter MACBETH
MACBETH
How now, you secret, black, and midnight hags!
What is't you do?
ALL
A deed without a name.
MACBETH
I conjure you, by that which you profess,
Howe'er you come to know it, answer me:
Though you untie the winds and let them fight
Against the churches though the yesty waves
Confound and swallow navigation up
Though bladed corn be lodged and trees blown down
Though castles topple on their warders' heads
Though palaces and pyramids do slope
Their heads to their foundations though the treasure
Of nature's germens tumble all together,
Even till destruction sicken answer me
To what I ask you.
FIRST WITCH
Speak.
SECOND WITCH
Demand.
THIRD WITCH
We'll answer.
FIRST WITCH
Say, if thou'dst rather hear it from our mouths,
Or from our masters?
MACBETH
Call 'em let me see 'em.
FIRST WITCH
Pour in sow's blood, that hath eaten
Her nine farrow grease that's sweaten
From the murderer's gibbet throw
Into the flame.
ALL
Come, high or low
Thyself and office deftly show!
Thunder. First Apparition: an armed Head
MACBETH
Tell me, thou unknown power,--
FIRST WITCH
He knows thy thought:
Hear his speech, but say thou nought.
First Apparition
Macbeth! Macbeth! Macbeth! beware Macduff
Beware the thane of Fife. Dismiss me. Enough.
Descends
MACBETH
Whate'er thou art, for thy good caution, thanks
Thou hast harp'd my fear aright: but one
word more,--

 

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
“Macbeth en Banquo ontmoeten de drie heksen” door Théodore Chassériau, 1855

Lees meer...

Maurice Druon, Egon Hostovský, Richard Huelsenbeck, Marion Titze, Friedrich von Hagedorn, Max Bolliger, J. P. Donleavy

 

De Franse schrijver en politicus Maurice Druon werd geboren op 23 april 1918 in Parijs. Zie ook alle tags voor Maurice Druon op dit blog.

Uit: Les Rois Maudits

« — Il arrive de France ? Alors vous allez être contente, Madame. — Je souhaite l'être... si les nouvelles qu'il me porte sont bonnes. Une autre dame de parage entra vivement, le visage animé d'un grand air de joie. Elle s'appelait de naissance Jeanne de Joinville et était l'épouse de sir Roger Mortimer, l'un des premiers barons d'Angleterre. — Madame, Madame ! s'écria-t-elle, il a parlé. — Vraiment, Madame ? répondit la reine. Et qu'a-t-il dit ? — Il a frappé la table, Madame, et il a dit : « Veux ! » Une expression d'orgueil passa sur le beau visage d'Isabelle. — Conduisez-le devers moi, dit-elle. Lady Mortimer sortit, toujours courant, et revint un instant après, portant un enfant de quinze mois, rond, rose et gras, qu'elle déposa aux pieds de la reine. Il était vêtu d'une robe grenat, brodée d'or, et fort lourde pour un si petit être. — Alors, messire mon fils, vous avez dit : « Je veux », dit Isabelle en se penchant pour lui caresser la joue. J'aime que cela ait été votre premier mot : c'est parole de roi. L'enfant lui souriait, en dodelinant la tête. — Et pourquoi l'a-t-il dit ? reprit la reine. — Parce que je lui refusais un morceau de galette, répondit lady Mortimer. Isabelle eut un sourire vite effacé.
— Puisqu'il commence à parler, dit-elle, je demande qu'on ne l'encourage point à bégayer et prononcer des niaiseries, comme on fait d'ordinaire avec les enfants. Peu importe qu'il dise « papa » ou « maman », je préfère qu'il connaisse les mots de « roi » et de « reine ». Elle avait dans la voix une grande autorité naturelle. — Vous savez, ma mie, continua-t-elle, quelles raisons m'ont fait vous choisir pour gouverner mon fils. Vous êtes petite-nièce de messire Joinville le grand, qui fut à la croisade auprès de mon aïeul Monseigneur Saint Louis. Vous saurez enseigner à cet enfant qu'il est de France autant que d'Angleterre. Lady Mortimer s'inclina. À ce moment, la première dame française revint, annonçant Monseigneur le comte Robert d'Artois. La reine s'adossa, bien droite, à son siège et croisa les mains sur la poitrine, dans une attitude d'idole. Le souci d'être toujours royale ne parvenait pas à la vieillir. Un pas de deux cents livres ébranla le plancher. L'homme qui entra avait six pieds de haut, des cuisses comme des troncs de chêne, des poings comme des masses d'armes. Ses bottes rouges, de cuir cordouan, étaient soufflées d'une boue mal brossée ; le manteau qui lui pendait aux épaules était assez vaste pour couvrir un lit. Il suffisait qu'il eût une dague au côté pour avoir la mine de s'en aller en guerre."

           

 
Maurice Druon (23 april 1918 – 14 april 2009)

Lees meer...

22-04-17

Giorgio Fontana, Jan de Hartog, Björn Kern, Vladimir Nabokov, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Thommie Bayer, Madame de Staël

 

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Het geweten van Roberto Doni (Vertaald door Philip Supèr)

‘Dat heb ik altijd wel gedaan, ja, hard werken.’
‘Ja, maar je gaat nog steeds door, je zakt niet in. Begrijp je wat ik bedoel?’
Doni schudde heel kort zijn hoofd.
‘Binnenkort geven ze je natuurlijk een mooi parketje ergens in de provincie, en dan kun je je gemak ervan nemen,’
ging Salvatori verder. ‘Ja toch?’
‘Dat hoop ik wel, inderdaad. Ik zou naar Varese gaan, maar uiteindelijk hebben ze de voorkeur gegeven aan Riccardi.’ Doni sneed het laatste stukje tong in twee gelijke delen. ‘Die is jonger en slimmer dan ik, schijnt het.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘En hij ligt wat beter bij bepaalde mensen.’
‘Maar dat ga je nu dan toch goedmaken? Pavia, Piacenza... Of misschien meer naar het noorden, Como... Jezus, hoe heten al die plaatsen daar ook allemaal weer?’
‘Geen idee. Como? Lecco?’
‘Ja, precies, zo’n soort stad.’
‘We zullen zien.’
‘Je hebt het hier wel gehad, toch?’
Doni haalde zijn schouders op en nam een slokje water.
Het meisje van de bediening bracht de rekening.
‘Ikzelf heb er anders méér dan genoeg van,’ zei Salvatori.
‘Ik walg van Milaan. Ik werk hier vier jaar en ik kan er nu al niet meer tegen. Het is toch ook niet te doen? Ja, ik weet het, je moet proberen je erdoorheen te slaan. Maar dat is nou juist het probleem. Milaan is een stad die je alleen maar doorkruist. Ik begrijp er nog steeds niks van hier, en ik kén hier vooral ook niks. Ik zie alleen maar de onderkant van deze helse stad. Ik woon in Piola, daar neem ik de groene metrolijn, ik stap over op de rode en stap uit op San Babila.”

 

 
Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

Lees meer...

Ana María Shua, Louise Glück, Robert Choquette, James Philip Bailey, Henry Fielding, Michael Schulte, Cabrera Infante, Ludwig Renn

 

De Argentijnse dichteres en schrijfster Ana María Shua werd geboren op 22 april 1951 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ana Maria Shua op dit blog.

Uit: Microfictions (Vertaald door Steven Stewart)

A Bearded Woman

Some stories don’t even give your imagination a chance.
On a trip through Mexico in 1854, a circus promoter noticed the servant girl of one of his hosts. She was a shockingly hairy girl of twenty or so years. She looked like a bearded orangutan. She had protruding jaws, a double row of teeth (like a dogfish), a slim waist, and natural feminine grace. We don’t know if she followed him for love, money, or adventure, or to escape the tragic tedium of her life. The promoter exhibited Julia Pastrana all over the world; he made her famous and possibly happy.
She was already a pro when Theodore Lent met her. To swipe her from her agent, he married her. That way, in addition to getting what she made at the circus, he could sell much more expensive tickets to their own house, where the monkey woman would serve tea to the astonished guests. Lent got his wife pregnant and sold tickets to the birth, which took place in Moscow in 1860. The baby was born with the same characteristics as its mother and died two days later. Julia died three days later, always surrounded by spectators. Lent had the corpses embalmed and sold them to the University of Moscow. Nevertheless, when he learned that the university was exhibiting the mummies for “scientific” reasons, he reclaimed the bodies of his wife and child and took them with him to exhibit throughout the world. Some time later on, in Sweden, Theodore Lent married another bearded woman. He died insane in 1880.
Some stories don’t even give your imagination a chance.

 

 
Ana María Shua (Buenos Aires, 22 april 1951)

Lees meer...

21-04-17

Charlotte Brontë, Patrick Rambaud, John Mortimer, Charles den Tex, Michael Mann, Peter Schneider, Meira Delmar, Alistair MacLean, Gerrit Wustmann

 

De Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

Uit: Villette

"In the autumn of the year  —  —  I was staying at Bretton; my godmother having come in person to claim me of the kinsfolk with whom was at that time fixed my permanent residence. I believe she then plainly saw events coming, whose very shadow I scarce guessed; yet of which the faint suspicion sufficed to impart unsettled sadness, and made me glad to change scene and society.
Time always flowed smoothly for me at my godmother's side; not with tumultuous swiftness, but blandly, like the gliding of a full river through a plain. My visits to her resembled the sojourn of Christian and Hopeful beside a certain pleasant stream, with "green trees on each bank, and meadows beautified with lilies all the year round." The charm of variety there was not, nor the excitement of incident; but I liked peace so well, and sought stimulus so little, that when the latter came I almost felt it a disturbance, and wished rather it had still held aloof.
One day a letter was received of which the contents evidently caused Mrs. Bretton surprise and some concern. I thought at first it was from home, and trembled, expecting I know not what disastrous communication: to me, however, no reference was made, and the cloud seemed to pass.
The next day, on my return from a long walk, I found, as I entered my bedroom, an unexpected change. In, addition to my own French bed in its shady recess, appeared in a corner a small crib, draped with white; and in addition to my mahogany chest of drawers, I saw a tiny rosewood chest. I stood still, gazed, and considered.
"Of what are these things the signs and tokens?" I asked. The answer was obvious. "A second guest is coming: Mrs. Bretton expects other visitors."
On descending to dinner, explanations ensued. A little girl, I was told, would shortly be my companion: the daughter of a friend and distant relation of the late Dr. Bretton's. This little girl, it was added, had recently lost her mother; though, indeed, Mrs. Bretton ere long subjoined, the loss was not so great as might at first appear.

 

 
Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)
Cover

Lees meer...

20-04-17

Martinus Nijhoff, Jan Cremer, Jean Pierre Rawie, Sebastian Faulks, Jozef Deleu, Steve Erickson, Arto Paasilinna, Michel Leiris

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Want wat dood is is dood,
maar wat vermoord is leeft voort,
leeft voortaan minder gestoord
dan wat onbestorven leeft.
De daad die men naliet heeft
meer kwaad dan de daad gedaan.
Om gestorven dood te gaan
is genade, maar wee hem die
als in dubbele agonie
levens- en stervenspijn
tegelijk voelt: hij moet het ravijn
des doods over zonder brug.

Hij liep betrekkelijk vlug,
de man, maar niet vlug genoeg
of ieder raam besloeg
door de adem uit de mond
die zich sperde, maar woorden niet vond
al sperde hij zich nog zo wijd.
En tegelijkertijd
met dit onnoemlijk wee
bracht de muziek met zich mee,
- let wel, in een straat die liefst niet
rept, als het kan, van verdriet,
die, integendeel, opgewekt,
zich slechts het leed aantrekt
dat een ander ondergaat, -
let wel, in zulk een straat,
toen daar achter raam aan raam
de stamelingen tezaam
een infernale taal
aanhieven, - nog eenmaal,
geen kreet brak uit dan gesmoord, -

 

 

Twee reddeloozen

Zij gaat 's nachts vaak naar de haven
Waarheen ze vroeger met mij ging,
Aan de eeuwige zee, aan de sterren,
Vraagt ze waarom het voorbij ging -

En de wind en de lichten der schepen
Zeggen dat al wat voorbijgaat
Op een reis is zonder thuisreis
Naar een einde waar niemand ons bijstaat -

In mijn hooge verlichte venster
Tusschen schoorsteene' en torenklokken
Heb ik tegenover den hemel
Een eenzame voorpost betrokken.

In alles te kort geschoten,
Staar ik bij het raam op de stad
En vraag: was ik grooter geworden
Wanneer ik had liefgehad?

 

 
Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Hier met Adriaan Roland Holst (links)

Lees meer...