08-07-17

Thijs Zonneveld, Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever

 

Bij de Tour de France

 

 
De Franse wielrenner Thomas Voeckler pakt een flesje water in de Tour van 2016

 

Uit: De Ereronde van de Eland

“De vluchter oogt onrustig. Hij kijkt om, minder dan voorheen, maar met evenveel wanhoop in zijn ogen. Achter zich ziet hij slechts een weg met platanen aan weerszijden. De schaduwen van de bomen worden korter. De zon klimt. Het is lunchtijd. Toeschouwers langs de kant van de weg halen stokbroden uit rugzakken en openen de koelboxen.
Dit is zomer in Frankrijk. Zon, eindeloze rijen platanen, baguettes met smeltende La vache qui rit en de Tour. De Tour is meer dan een wielerwedstrijd. De Tour, dat is chaos, hectiek en publiek. Dat is drie weken feest in ieder dorp dat wordt aangedaan. Dat is de burgemeester in zijn beste pak, de vrouw van de slager in haar mooiste bloemetjesjurk en gratis pastis in het café op de hoek. En hordes toeristen uiteraard. De Tour is van Frankrijk, maar ook een beetje van de rest van de wereld. Behalve de Franse driekleur wapperen er Duitse vlaggen, Vlaamse Leeuwen, Friese pompeblêdden, Noorse rood-blauwe kruizen, Amerikaanse stars and stripes en Kazakstaanse zonnen. Drie weken lang heeft de wereld twee wielen.
De vluchter steekt zijn hand op naar de wedstrijdjury en wijst naar zijn bidon. Een motor met drinkbussen op de bagagedrager komt naast hem rijden. De koploper vist een bidon uit het rekje. Hij schudt de drinkbus even voordat hij hem aan zijn mond zet. Neemt een slok en trekt een vies gezicht. Spuugt en gooit de bidon in de berm. Een paar kinderen en een volwassen man duiken erbovenop.”

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

Lees meer...

Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen, Eva Roman, Hanns Johst

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

I have drifted along this river 

I have drifted along this river
Until I moored my boat
By these crossed trunks.

Here the mist moves
Over fragile leaves and rushes,
Colorless waters and brown, fading hills.

You have come from beneath the trees
And move within the mist,
A floating leaf.

O blue flower of the evening,
You have touched my face
With your leaves of silver.

Love me, for I must depart.  

 

 

Beauty Unpraised

There is only you.
The rest are palterers, slovens, parasites.
You only are strong, clear-cut, austere;
Only about you the light curls
Like a gold laurel bough.

Your words are cold flaked stone,
Scentless white violets?
Laugh Let them blunder.
The sea is ever the sea
And none can change it,
None possess it.

 

 
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

Lees meer...

07-07-17

Jan H. de Groot, Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl

 

Dolce far niente

 

dolce far niente
 The Rainbow door George Inness, 1878

 

Onweer

‘k Lig op mijn buk
in ‘t gras en ruik
het loof van pieperblommen.
Ginds licht het door
het bos en ‘k hoor
een verre donder grommen.

De zon verlaat
de dag en gaat
in rode wolken onder.
In ‘t Zuiden richt
een bliksemschicht
zijn speer en zwelt de donder.

Nu nadert zacht
de zomernacht
met zwaar bevochte schreden.
Er rilt gerucht,
een windezucht
komt uit het bos gegleden.

Er wervelt wind
die drijft en dringt
de volle donderkoppen.
Een vette blik
en hardop tikt
de val der eerste droppen.

Dan aarz’lend sta
ik op en ga
door wind en regenvlagen.
En boven mij
barst het getij
van vreselijke slagen.

 

 
Jan H. de Groot (13 maart 1901 - 1 december 1990)
Stadsgezicht Alkmaar door Jaap Zomer, 2014. Jan H. de Groot werd geboren in Alkmaar

Lees meer...

06-07-17

Christopher Marlowe, Bodo Kirchhoff, Lucas Hirsch, William Wall, Hilary Mantel, Bernhard Schlink

 

Dolce far niente

 

 
La petite fenêtre au Cannet door Pierre Bonnard, 1946

 

 

In summer’s heat, and mid-time of the day

In summer’s heat, and mid-time of the day,
To rest my limbs, upon a bed I lay,
One window shut the other open stood,
Which gave such light as twinkles in a wood,
Like twilight glimpse at setting of the sun
Or night being past, and yet not day begun.
Such light to shamefaced maidens must be shown,
Where they may sport, and seem to be unknown.
Then came Corinna in a long loose gown,
Her white neck hid with tresses hanging down:
Resembling fair Semiramis going to bed
Or Laïs of a thousand wooers sped.
I snatched her gown, being thin, the harm was small,
Yet strived she to be covered therewithal.
And striving thus as one that would be cast,
Betrayed herself, and yielded at the last.
Stark naked as she stood before mine eye,
Not one wen in her body could I spy.
What arms and shoulders did I touch and see,
How apt her breasts were to be pressed by me?
How smooth a belly, under her waist saw I?
How large a leg, and what a lusty thigh?
To leave the rest, all liked me passing well,
I clinged her naked body, down she fell,
Judge you the rest: being tired she bade me kiss.
Jove send me more such afternoons as this.

 

 
Christopher Marlowe (6 februari 1564 - 30 mei 1593
Christopher Marlowe werd geboren in Canterbury.

Lees meer...

05-07-17

Felix Timmermans, Josef Haslinger, Barbara Frischmuth, Jean Cocteau, Michael Blake, Jacqueline Harpman, Jean Raspail, Tin Ujević,, Marcel Achard

 

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans werd op 5 juli 1886 geboren te Lier. Zie ook alle tags voor Felix Timmermans op dit blog.

Uit:Boerenpsalm

“Ik ben maar een arme boer en al heb ik veel miserie gehad, toch is het boerenleven het schoonste leven dat er bestaat. Ik wil nog met geenen koning verwisselen.
God, ik dank U dat Gij van mij een boer hebt gemaakt!
Ginder in die hut ben ik geboren. Wij waren met vijftien open bekken, en al kregen we soms meer kletsen dan eten, 't was toch een jeugdige tijd en we wierden kerels lijk boomen.
Een groot huishouden is een lust.
Ik houd van een trossel kinderen. Een goede boom moet veel vruchten geven.
Aan mijn vrouw heb ik ook nooit een kindeken geweigerd. Kweeken is onze roep. Kinderen zoowel als savooien. Dan weet ge voor wat ge leeft en voor wie ge werkt. Onze Vader en ons Moeder zijn er ook niet van gestorven. Op haar tachtig jaar was ze nog recht lijk een panlat en droeg ze fluitend een zak patatten de schelf op. Onze Vader was krom gewerkt als een vraagteeken. Toen ze hem kistten zat hij of wel recht in zijn kist of staken zijn beenen in de lucht. Ze hebben hem moeten kraken, ten minste ik heb hem gekraakt. De anderen hadden schrik. De oude Mejonkvrouw van 't kasteel, waar wij van huurden, kwam hem dikwijls vragen om hovenier bij haar te worden. Weinig werk, goede pree, en een deel in de winst van 't fruit.
- Zwam! zei hij. Een boer moet een boer blijven, anders verstopt de gang van de wereld.
Daarom kon hij zoo duvelen en chagrijnig zijn, omdat er van ons allemaal maar één goesting had om den boerenstiel te doen.
Ik heb broers en zusters in Antwerpen en Brussel, twee zitten er in Amerika, een in 't Fransch, een zot te Geel, dat kan in beste families voorkomen, en een is broeder bij de blootevoetpaters van Dendermonde. Dien zien we enkel als ze in zijn klooster centen noodig hebben.
Daarom zei onze Va altijd tegen mij: Onze wortel. Ik bleef. Ik kon het veld niet verlaten. Dat is zoo een genie. Het veld trekt u aan. Ge houdt ervan en ge weet niet waarom.
Want alles fijn nagegaan, Mijnheer pastoor heeft gelijk, als hij zegt dat het veld een soort van vijand is, een reus, zegt hij, die ons dag in, dag uit tegenwerkt.
Men moet er met lijf en ziel tegen ingaan. Hebt gij al nagegaan wat er moet gedaan worden om brood op uw tafel te krijgen?”

 

 
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Affiche voor de film uit 1989

Lees meer...

04-07-17

Neil Simon, Paul de Wispelaere, Christine Lavant, Sébastien Japrisot, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Robert Desnos, Nathaniel Hawthorne, Lionel Trilling

 

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd op 4 juli 1927 geboren in New York. Zie ook alle tags voor Neil Simon op dit blog.

Uit: The Odd Couple

“ROY. She can do it, you know.
OSCAR. What?
ROY. Throw you in jail. For non-support of the kids.
OSCAR. Never. If she can't call me once a week to aggravate me, she's not happy. (Crosses to bar.)

MURRAY. It doesn't bother you? That you can go to jail? Or that maybe your kids don't have enough clothe or enough to eat?
OSCAR. Murray . . . Poland could live for a year on what my kids leave over for lunch! . . . Can we play cards? (Refills drink.)
ROY. But that's the point. You shouldn't be in this kind of trouble. It's because you don't know how to man-age anything. I should know, I'm your accountant.
OSCAR. (Crossing to table.) If you're my accountant, how come I need money?
ROY. If you need money, how come you play poker?
OSCAR. Because I need money.
ROY. But you always lose.
OSCAR. That's why I need the money! . . . Listen, I'm not complaining. You're complaining. I get along all right. I'm living.
ROY. Alone? In eight dirty rooms?
OSCAR. If I win tonight, I'll buy a broom.
(MURRAY and SPEED buy chips from VINNIE, and Mtm-w begins to shuffle the deck for a game of draw.)
ROY. That's not what you need. What you need is a wife.
OSCAR. How can I afford a wife when I can't afford a broom?
ROY. Then don't play poker.
OSCAR. (Puts down drink, rushes to ROY and they struggle over the bag of potato chips, which rips showering EVERYONE, who ALt. begin to yell at one another.) Then don't come to my house and eat my potato chips?
MURRAY. What are you yelling about? We're playing a friendly game."

 

 
Neil Simon (New York, 4 juli 1927)
Jack Lemmon en Walter Matthau in de gelijknamige film uit 1968

Lees meer...

03-07-17

Franz Kafka, Christopher Kloeble, Dorota Masł,owska, Joanne Harris, Gerard den Brabander, Tom Stoppard, Andreas Burnier, David Barry, William Henry Davies

 

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit:Tagebücher 1910 - 1923

"Sonntag, den 19. Juli 1910
(…)

„Meine Unvollkommenheit ist, wie ich sagte, nicht angeboren, nicht verdient, trotzdem ertrage ich sie besser, als andere unter großer Arbeit der Einbildung mit ausgesuchten Hilfsmitteln viel kleineres Unglück ertragen, eine abscheuliche Ehefrau zum Beispiel, ärmliche Verhältnisse, elende Berufe, und bin dabei keineswegs schwarz vor Verzweiflung im Gesicht, sondern weiß und rot.
Ich wäre es nicht, wenn meine Erziehung so weit in mich gedrungen wäre, wie sie wollte. Vielleicht war meine Jugend zu kurz dazu, dann lobe ich ihre Kürze noch jetzt in meinen Vierzigerjahren aus voller Brust. Nur dadurch war es möglich, daß mir noch Kräfte bleiben, um mir der Verluste meiner Jugend bewußt zu werden, weiter, um diese Verluste zu verschmerzen, weiter, um Vorwürfe gegen die Vergangenheit nach allen Seiten zu erheben und endlich ein Rest von Kraft für mich selbst. Aber alle diese Kräfte sind wieder nur ein Rest jener, die ich als Kind besaß und die mich mehr als andere den Verderben der Jugend ausgesetzt haben, ja ein guter Rennwagen wird vor allen von Staub und Wind verfolgt und überholt, und seine Räder fliegen über die Hindernisse, daß man fast an Liebe glauben sollte.
Was ich jetzt noch bin, wird mir am deutlichsten in der Kraft, mit der die Vorwürfe aus mir herauswollen. Es gab Zeiten, wo ich in mir nichts anderes als vor Wut getriebene Vorwürfe hatte, daß ich bei körperlichem Wohlbefinden mich auf der Gasse an fremden Leuten festhielt, weil sich die Vorwürfe in mir von einer Seite auf die andere warfen, wie Wasser in einem Becken, das man rasch trägt.
Jene Zeiten sind vorüber. Die Vorwürfe liegen in mir herum wie fremde Werkzeuge, die zu fassen zu zu heben ich kaum den Mut mehr habe. Dabei scheint die Verderbnis meiner alten Erziehung mehr und mehr in mir von neuem zu wirken, die Sucht, sich zu erinnern, vielleicht eine allgemeine Eigenschaft der Junggesellen meines Alters, öffnet wieder mein Herz jenen Menschen, welche meine Vorwürfe schlagen sollten, und ein Ereignis wie das gestrige, früher so häufig wie das Essen, ist jetzt so selten, daß ich es notiere.“


 
Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)
In 1923/24

Lees meer...

02-07-17

Frans Budé, Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Erik Vlaminck, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock

 

Bij de start van de Tour de France

 


Miguel Indurain

 

Nabij de Apostelhoeve

Hoe hier beneden in 1992 de Tour de France passeerde.
De straffe wind van het peloton deed de druiven even
wankelen, blozen, duizelen, daarna dansen aan hun stokken.

Auxerrois, Riesling en Thurgau namen het op tegen
het geweld van Indurain, Delion en Lino. Zag je zonder
één amientje Breukink demarreren? De wijnhoeve
en de roes van zomerlicht, alles paste volmaakt ineen:

het voorbijtrekken van de jakkerende renners, bezweet
maar in droomversnelling, de steeds hoger klimmende
wolken boven zachtgele muren van mergel, het springerige
riviertje dat zich ongekend snel voortspoedde, de alles

overspoelende vreugde wat later bij de eindstreep.
Ontkurk alvast een Cuvé XII Brut en les je nieuwsgierigheid.

 

 
Frans Budé (Maastricht, 28 december 1945)
De Apostelhoeve nabij Maastricht.

Lees meer...

Johannes Immerzeel, Alekos Panagoulis, Ota Pavel, C. C. Bergius, Arend Fokke Simonsz

 

De Nederlandse dichter en schrijver Johannes Immerzeel werd geboren in Dordrecht op 2 juli 1776. Zie ook alle tags voor Johannes Immerzeel op dit blog.

 

Het ouderlijk huis (Fragment)

De kommer mogt aan 't moederhart,
De zorg in 's vaders boezem knagen,
De boogaard weigren vrucht te dragen,
Het veldgewas zijn neêrgeslagen,
Een toekomst naadren, bang en zwart;
Het kind bleef spelen, dartlen, lagchen,
En, opgeruimd, om kusjes pragchen.

En kusjes, ja! die vond het steeds,
Al kwam uit moeders oogenleden
Een pijnlijk traantje neêrgegleden,
Als tolk van hare teederheden
En tevens van 't besef des leeds:
Maar leekten dropjes op zijn wangen,
't Bleef, spelend, die in 't mondje vangen.

Geen toekomst voor 't gelukkig kind!
Het heden ketent al zijn zinnen:
't Ziet door zijne oudren zich beminnen,
En 't vindt de onstoorbre rust van binnen,
Zoo lang het liefde en speelgoed vindt;
En moog men 't voedsel karig deelen,
't Vergeet de derving onder 't spelen.

En mogt men 't, in een' hooger' stand,
Het schitterendst verblijf bereiên,
In d' overvloed zou 't blijven schreijen
Om de arme schuur en schrale weiên,
Waar 't huppelde aan de moederhand,
Zijn' hoepel rolde en bellen blaasde,
Of, in zijn smart, op kusjes aasde.

 

 
Johannes Immerzeel (2 juli 1776 – 9 juni 1841)
Portret door Nicolaas Pieneman, 1830

Lees meer...

01-07-17

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee, Denis Johnson

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Het juiste moment

Als een massa zwaar lijkt, zegt Verlinde
komt dat doordat het universum zich verzet
tegen het optillen ervan. Toch wordt de tafel
opgetild, meer leeg dan vol en komt weer
op zijn pootjes terecht, licht wankelend.

Wat is het probleem als iets altijd heeft bestaan?
Drijven de sterren als schuim op de golven
van een donkere zee? Zijn wij gekomen
juist op het moment dat wij vluchtende
sterrenstelsels nog kunnen zien?

 

 

Onze wereld

Waarheid is een vermoeden
een besluit met rode ogen
welke tegendruk niet uitsluit
maar atomen samenperst tot
bleke kernen die passen in een
gedeelde levensvorm

wij zijn twee knikkers
wij kunnen niet dichter bij elkaar
dan tegen elkaar aan,
de grondstof voor een botsende fysica
van aantrekkingskracht tot afstoting
waarbinnen een waarheid
wordt samengesteld

krijgen dwazen een plaats
kunnen windmolens in reuzen veranderen

ik sta hier, als deze,
onze wereld niet is waar is ze dan wel?

 

 
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

Lees meer...

Hans Bender, George Sand, Juan Carlos Onetti, Georg Christoph Lichtenberg, Phil Bosmans, Heinrich Wiesner

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Zie ook alle tags voor Hans Bender op dit blog.

 

Vierzeiler

Vertraute Wörter, Rhythmen, Reime,
vier Zeilen, leicht zu verstehn.
Schön, meine Freundinnen und Freunde
bei der Lektüre lächeln zu sehn.

 

Im Louvre

An vielen Bildern geht er vorüber –
doch eben bleibt er stehen,
Fragonards Die Badenden
lang und lüstern anzusehen.

 

Wie es kommen wird

Bei mir behalten?
Oder weitersagen?
Du wirst alt sein
Und wie Hiob klagen.

 

 
Hans Bender (1 juli 1919 – 28 mei 2015)
Portret door  Eva Zippel, 2000

Lees meer...

30-06-17

Czeslaw Milosz, Juli Zeh, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Jacqueline Zirkzee, Hendrik Jan Schimmel, Georges Duhamel, Thomas Lovell Beddoes

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Campo dei Fiori

Op Campo dei Fiori in Rome
manden met olijven, citroenen,
stenen die bespat zijn met wijn,
en met restjes van bloemen.
Door kooplui op tafels gestort
het roze fruit van de zee,
donkere trossen van druiven
vallend op het perzikdons.
Hier, juist op dit plein, werd ooit
Giordano Bruno verbrand.
De beul stak de brandstapel aan,
door het nieuwsgierige plebs omringd.
Maar de vlam was amper gedoofd,
of de taveernen zaten al vol.
Op de hoofden van de kooplui
manden met olijven, citroenen.
Ik dacht aan Campo dei Fiori
bij de zweefmolen in Warszawa,
op een zachte voorjaarsavond,
terwijl vrolijke muziek weerklonk.
De melodie overstemde
de salvo’s in het getto vlakbij,
en in de zachte voorjaarslucht
stegen de paren steeds hoger.
Uit brandende huizen joeg
de wind zwarte vliegers naar ons
en zij die zweefden en draaiden
vingen de flarden op in de lucht.
Die wind van brandende huizen
woei de meisjesjurken omhoog.
En de mensen lachten erom,
die mooie zondag in Warszawa.
Voor de een kan de moraal zijn
dat het volk van Warszawa en Rome
slechts handelt en vrijt, zich vermaakt,
en brandstapels, martelaars mijdt.
Een ander concludeert wellicht
dat al wat menselijk is vergaat,
en de vergetelheid begint
nog voor de vlammen zijn gedoofd.
Ik moest toen echter denken
aan de eenzaamheid van stervenden,
aan Giordano die de treden
van het schavot beklom
en in de taal van de mensen
geen woorden kon vinden, niet één,
om afscheid te nemen van hen,
afscheid van die mensheid die bleef.
Zij zaten weer aan de wijn
en verkochten hun zeesterren,
droegen in het vrolijk rumoer
manden met olijven, citroenen.
En hij was al heel ver van hen,
er leken eeuwen verstreken,
al hadden ze maar even gewacht
terwijl hij wegvloog in vlammen.
Ook deze eenzaam stervenden,
door de wereld al vergeten,
begrijpen onze taal niet meer,
als stamt ze van een oude ster.
— Tot alles een legende is
en op een nieuwe Campo dei Fiori
na jaren een dichters woord
het oproer laat ontbranden.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

Lees meer...

29-06-17

Maarten Asscher, Ror Wolf, Thomas Frahm, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann, Willibald Alexis

 

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit:Het onrustige graf van Oscar Wilde

“Dit alles brengt ons weer terug in de kleine kamer van het Parijse Hôtel d'Alsace op 30 november 1900. Robert Ross en Reggie Turner hadden de nacht in een andere kamer van het hotel doorgebracht, waar zij tot tweemaal toe door de wachthoudende ziekenbroeder werden gewaarschuwd dat het afgelopen was. Dat bleek beide keren nog niet het geval, maar om half zes 's ochtends begon het reutelen van de stervende, dat Robert Ross in een uitgebreide brief van twee weken later (14 december aan Wildes vriend More Adey) vergelijkt met ‘het afgrijselijke ronddraaien van een ijzeren slinger’. In zijn verslag van die dag laat Robert Ross trouwens geen onappetijtelijk detail van het sterfbed onvermeld. Reggie Turner heeft altijd een veel vrediger versie van Oscar Wildes stervensuren staande gehouden, die hij bovendien pas veel later en niet dan met kiesheid aan het papier toevertrouwde.
Een onverifieerbare maar hardnekkig anekdote wil dat de stervende dichter op 28 november nog klagend tegen het intens lelijke bloemetjesbehang had gegrapt: ‘Dit behang kost me mijn leven. Een van ons beiden moet vertrekken.’ Nu, twee dagen later, was onafwendbaar duidelijk dat het inderdaad de schrijver was die het onderspit zou delven. De Britse ambassade-arts Maurice à Court Tucker, die Wilde in de voorafgaande acht weken maar liefst 68 keer had bezocht en die op 10 oktober nog een ooroperatie bij hem had laten verrichten, had zijn patiënt reeds enkele dagen tevoren opgegeven. Zelfs het toedienen van opium en morfine was intussen gestaakt en ook aan de consumptie van champagne - blijkens de rekeningen van het Hotel d'Alsace: 54 flessen Pommery Extra Sec en één fles Moët et Chandon in de laatste twee maanden - was een eind gekomen. Ross en Turner doodden de tijd met het verscheuren van brieven. Er was geen directe familie te waarschuwen. Wildes echtgenote Constance was hem op 7 april 1898 reeds in de dood voorgegaan; in het voorjaar van 1899 had hij haar graf op de Genuese begraafplaats Staglieno nog bezocht. Zijn vader en moeder waren respectievelijk reeds in 1876 en in 1896 overleden, terwijl zijn broer Willie in 1899 was gestorven. Met de beide zonen van Oscar bestond geen contact, en lord Alfred Douglas was de vorige dag al telegrafisch op de hoogte gesteld van de ernst van de situatie. Tussen 12.00 en 12.30 uur op die dertigste november lieten de beide vrienden hun wacht even beurtelings aan elkaar over om iets te eten te halen. Daarna zaten zij opnieuw gezamenlijk aan het sterfbed, in afwachting van het einde.”

 

 
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Lees meer...

28-06-17

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau, Anton van Wilderode, Juan José Saer

 

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit: Climax (Vertaald door William Rodarmor)

„In this story, Sofia was a little like Poland.
Nicolas knew he would be the big loser in such an expansion. He already found it hard enough to make one woman come; the idea of having twice as much work, in the face of fierce competition, seemed more than he could handle. Unless, speaking purely technically, a transfer of competence occurred, which was something he absolutely didn’t want. Besides, how could he admit to his desire for another woman, right in front of Pauline? Let’s call this impulse erotic sovereignism, which would be the logical opposite of erotic federalism.
Erotic sovereignism might be thought infantile, and with good reason. Men, at least most of the time, are big children. Here’s proof: exhausted by all these considerations, which he suddenly found completely futile, Nicolas drank his coffee and went back to bed.
The architects of Europe thought that two things were essential for the people of the continent to feel European: a flag and an anthem. The matter of the flag was settled in 1955, and presented no particular difficulty. But that wasn’t the case with the anthem. People hoped a new world would emerge after the horror of the war, and a number of composers wanted to be part of that. They included a composer from Lyons named Jehane-Louis Gaudet. In 1949 he sent his Chant de la paix to the president of the Council of Europe and crossed his fingers. After all, wasn’t it a golden opportunity for an unknown artist to become famous?
After the Chant de la paix was presented to the Council, the president telephoned the composer to personally thank him for his contribution. Unfortunately, he said, it would be very difficult to adopt this magnificent composition as the European anthem.
“Why?” asked Gaudet in surprise.
“Because we are required to be unanimous.”
It turns out that on the day the council met, a little man with a mustache, a Dutchman from Rotterdam, had felt that the Chant de la paix was too…. The Council president had forgotten the word that had been used.
“Too what?” asked the composer. He felt a little annoyed, but was prepared to rewrite a few bars to satisfy the gentleman from Rotterdam if necessary”

 


Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

Lees meer...