02-01-18

Nyk de Vries, André Aciman, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

Uit: Renger

“Als ik thuiskom van school pak ik de roman 1984 van George Orwell van mijn bureau. Voor het vak Engels moeten we de komende tijd een hele stapel boeken lezen. Ik begin aan het eerste hoofdstuk, maar mijn gedachten dwalen af. Sinds afgelopen weekend woon ik als enig kind nog thuis – mijn jongste zus is naar de nieuwbouw verhuisd. Wanneer ik eraan denk, schiet er een rilling door me heen.
Afgelopen zomer heeft de situatie in huis een dieptepunt bereikt. Na de verhuizing van mijn broer probeerde mijn moeder de verbouwing van het huis weer op de agenda te krijgen. Die was na mijn geboorte gestopt. Als een van de weinige gezinnen in het dorp hadden we geen douche en ook geen warm water. Ook was er niks aan de oude keuken gedaan. Het oude aanrecht van mijn grootmoeder was veel te laag voor mijn moeder die last van haar rug kreeg door het vele bukken.
Volgens mijn moeder was mijn vader sowieso veel te laat met de verbouwing van ons huis begonnen. Terwijl mijn oom Matheüs een bungalow bouwde, was hij rondom in de buurt aan het beunen. Uiteraard was mijn vader niet de enige. Elke bouwvakker met een beetje spirit ging ’s avonds klussen in de buurt. Maar hij was wel erg fanatiek. ‘Eerst heeft hij de hele omgeving verbouwd,’ zei mijn moeder. ‘Pas toen was ons eigen huis aan de beurt.’
Na lang aandringen overtuigde ze mijn vader ervan om de zaak af te maken, te beginnen bij de keuken. In die tijd werkte hij bij een grote bouwcorporatie in Leeuwarden. Ik kon zien dat hij het er zwaar had. De jaren dat hij zich drie slagen in de rondte beunde lagen achter hem. Hij had last van zijn rug en wanneer hij aan het eind van de dag thuiskwam, plofte hij neer in zijn stoel. ‘Arbeid is te duur geworden,’ verzuchtte hij. ‘Vroeger was er tijd voor het draaien van een sigaret, we konden een praatje maken. Nu racen we van klus naar klus om maar te kunnen concurreren.’
Ik vermoed dat hij snakte naar vakantie, maar wegens de verbouwing maakten we alleen dagtochtjes. Begin juli begon hij met het uithakken van het aanrecht. Terwijl ik hem in wolken van stof op het graniet in zag slaan, moest ik denken aan een van zijn motto’s: ‘Ha ha! Wat er ook gebeurt, we moeten wel op vakantie!’ Ik keek naar zijn gezicht en eerlijk gezegd maakte het me bang. Vermoedelijk was ik niet de enige. Naast ons was een jonge buurman komen wonen met wie mijn vader aanvankelijk goed kon opschieten. Ze kletsten vaak bij de heg, maar plotseling hadden ze ruzie gekregen, hoewel ik geen idee had waarover.”

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...

01-01-18

Simples Neujahrslied (Ludwig Eichrodt)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 


Winterlandschap met figuren te Bedburg bij Kleef door B. C. Koekkoek, 1842

 

 

Simples Neujahrslied

Vorüber ist das alte Jahr,
Ich wünsche Glück zum neun!
Was euch das alte noch nicht war,
Soll euch das neue sein.

Ich greife zu dem vollen Glas,
Und trink es aus und sag,
Ich wünsche Jedem Alles was
Er selbst sich wünschen mag.

Ich wünsch euch Alles, was auch euch
Befriediget und reizt,
Und dass mit euern Wünschen sich
Der meinen keiner kreuzt!

So treten wir ins neue Jahr
Getrosten Mutes ein -
Und was im alten noch nicht war,
Erfülle sich im neun!

 

 
Ludwig Eichrodt (2 februari 1827 – 2 februari 1892)
Karlsruhe, Pyramide. Ludwig Eichrodt werd in Karlsruhe geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

10:32 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, ludwig eichrodt, romenu |  Facebook |

Ernest van der Kwast, Rhidian Brook, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, J.D. Salinger, E. M. Forster, Juan Gabriel Vásquez

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit:Het wonder dat niet omvalt

“Ik ken alleen het verhaal. Ik was er niet bij, ik heb het niet gezien. Zo is het mij ter ore gekomen. Op een grijze doordeweekse dag wordt er een oude piano afgeleverd bij de kringloopwinkel Piekfijn aan de Mariniersweg. Het is een zwarte piano, van het merk Gerhald Adel. Niemand in de kringloopwinkel weet wat het instrument waard is en of de snaren nog goed zijn. Maar de veertigjarige Ako Taher loopt naar de piano toe en maakt de klankkast open. Hij verwijdert het stof en gaat zitten. Hij begint te spelen. De mond van de filiaalleider valt het eerst open, de monden van de andere verkopers van het tweedehandswarenhuis volgen. Ako Taher werkt nog niet zo lang bij Piekfijn, hij heeft zijn baan te danken aan een re-integratietraject van het gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf. Vier jaar lang werkte hij in een Buurt Service Team. Schoffelen, vegen, onkruid uitrukken. Tot zijn handen kapotgingen en zijn wil werd gebroken. Ooit studeerde Ako Taher klassieke piano aan het conservatorium van Bagdad en droomde hij van een carrière als concertpianist. Maar dan breekt de Tweede Golfoorlog uit en moet hij vluchten. Hij zit in een vrachtauto, in een bus, hij zit op een paard, hij loopt en loopt en loopt. En dan is hij in Nederland, in een asielzoekerscentrum in Rockanje. Er staat een piano, maar daar mag hij niet op spelen. Wel mag hij loodzware klusjes doen voor 25 gulden per week. Er gaan jaren voorbij — om precies te zijn: er gaan tien jaar voorbij —en dan zit hij eindelijk weer achter een piano. Het spelen gaat moeilijk, alles is geblokkeerd. Hij meldt zich aan bij het conservatorium van Rotterdam, maar hij moet eerst zijn schulden afbetalen. Zo komt hij bij het Buurt Service Team terecht, zo gaan zijn handen kapot, zo breekt zijn wil. En zo komt hij uiteindelijk bij Piekfijn terecht. De man die te paard de oorlog ontvluchtte, die tien jaar geen piano speelde, die het vuil van de straat raapte. Ik was er niet bij, ik heb de monden niet zien openvallen. Ik heb de muziek niet gehoord. Debussy? Chopin? Of was het Satie? Mensen raken betoverd door Ako Taher. Ontroerd. De pianist van Piekfijn wordt ontdekt door Radio Rijnmond. De kranten volgen.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...

Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen, Paul Hamilton Hayne, Rüdiger Safranski, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty, Sven Regener

 

De Amerikaanse schrijver Douglas Kennedy werd geboren op 1 januari 1955 in New York. Zie ook alle tags voor Douglas Kennedy op dit blog.

Uit: The Heat of Betrayal

“Out of nowhere, Paul suddenly began to mumble something in his sleep, its incoherency growing in volume. When his agitation reached a level that woke our neighbour — an elderly man sleeping in grey-tinted glasses — I touched Paul's arm, trying to rouse him out of his nightmare. It was several more unnerving moments of shouting before he snapped awake, looking at me as if he had no idea who I was. `What . . . where ... I don't . . .?' His wide-eyed bemusement was suddenly replaced by the look of a bewildered little boy. `Am I lost?' he asked. `Hardly,' I said, taking his hand. 'You just had a bad dream.' `Where are we?' `Up in the air.' `And where are we going?' `Casablanca.' He appeared surprised at this news. `And why are we doing that, Robin?' I kissed him on the lips. And posed the question: `Adventure?'
****

FATE IS BOUND up in the music of chance. A random encounter, a choice impulsively made . . . and fate suddenly has its own interesting momentum. It was fate that had brought us to Casablanca. The 'fasten seat belts' sign had now been illuminated. All tray tables stored away. All seats upright. The change in cabin pressure was wreaking havoc with the eardrums of all the babies around us. Two of the mothers — their faces veiled — tried to calm their children down without success. One of the babies was staring wide-eyed at the cloaked face in front of him, his anguish growing. Imagine not being able to see your mother's face in public. She is visible at home, but in the world beyond, all that can be seen is a slitted hint of eyes and lips: to an infant jolted awake by a change in cabin pressure, it would be even more reason to cry. little charmers,' Paul whispered, rolling his eyes. I entwined my hand with his, saying: `We'll be down on the ground in just a few minutes.' How I so want one of our very own 'little charmers' sitting next to us. Paul suddenly put his arm around me and said: `Am I still your love?' I clutched his hand more tightly, knowing just how much reassurance he craves. `Of course you are.' The moment he walked into my office three years ago I knew it was love. What do the French call it? A coup de foudre. The overwhelming, instantaneous sense that you have met the love of your life; the one person who will change your entire trajectory because you know .. . What exactly?”

 

 
Douglas Kennedy (New York, 1 januari 1955)

Lees meer...

Rawi Hage

 

De Libanees-Canadese schrijver en fotograaf Rawi Hage werd geboren op 1 januari 1964 in Beiroet en groeide op in Libanon en Cyprus. Hij verhuisde in 1984 naar New York City. In 1991 verhuisde hij naar Montreal, waar hij fotografie studeerde aan het Dawson College en Fine Arts aan de Concordia University. Hij begon vervolgens te exposeren als fotograaf en werk van hem is verworven door het Canadese Museum of Civilization in de hoofdstad van Canada. Hij heeft een MFA van de Université du Québec in Montréal (UQAM). Naast zijn werk als schrijver en beeldend kunstenaar was Hage ook een tijd taxichauffeur in Montreal. Hage publiceerde journalistiek en fictie in verschillende Canadese en Amerikaanse tijdschriften en in de PEN America Journal. Voor zijn debuutroman, “De Niro’s Game” (2006) ontving hij de internationale IMPAC Dublin Literary Award 2008. Het boek werd genomineerd voor de Scotiabank Giller-prijs 2006 en de 2006 Governor General's Award voor Engelse fictie. “De Niro’s Game” kreeg ook twee prijzen in Quebec, de Hugh MacLennan Prize for Fiction en de McAuslan First Book Prize. Zijn tweede roman “Cockroach” verscheen in 2008 en werd ook genomineerd voor de Giller Prize, de Governor General's Award en de Rogers Writers 'Trust Fiction Prize. Hage was de winnaar van de Hugh MacLennan Prize for Fiction in 2008 en 2012 voor zijn boeken “Cockroach” en “Carnival”. In augustus 2013 werd hij de negende Vancouver Public Library's writer in residence. Hage is de partner van romanschrijfster Madeleine Thien.

Uit: De Niro's Game

“Ten thousand bombs had landed on Beirut, that crowded city, and I was lying on a blue sofa covered with white sheets to protect it from dust and dirty feet.
It is time to leave, I was thinking to myself. My mother’s radio was on. It had been on since the start of the war, a radio with Rayovac batteries that lasted ten thousand years. My mother’s radio was wrapped in a cheap, green plastic cover, with holes in it, smudged with the residue of her cooking fingers and dust that penetrated its knobs, cinched against its edges. Nothing ever stopped those melancholic Fairuz songs that came out of it.
I was not escaping the war; I was running away from Fairuz, the notorious singer.
Summer and the heat had arrived; the land was burning under a close sun that cooked our flat and its roof. Down below our white window, Christian cats walked the narrow streets nonchalantly, never crossing themselves or kneeling for black-dressed priests. Cars were parked on both sides of the street, cars that climbed sidewalks, obstructed the passage of worn-out, suffocating pedestrians whose feet, tired feet, and faces, long faces, cursed and blamed America with every little step and every twitch of their miserable lives.
Heat descended, bombs landed, and thugs jumped the long lines for bread, stole the food of the weak, bullied the baker and caressed his daughter. Thugs never waited in lines.
GEORGE HONKED.
His motorcycle’s cadaverous black fumes reached my window, and its bubbly noise entered my room. I went downstairs and cursed Fairuz on the way out: that whining singer who makes my life a morbid hell.
My mother came down from the roof with two buckets in her hands; she was stealing water from the neighbour’s reservoir.
There is no water, she said to me. It only comes two hours a day.
She mentioned something about food, as usual, but I waved and ran down the stairs.
I climbed onto George’s motorbike and sat behind him, and we drove down the main streets where bombs fell, where Saudi diplomats had once picked up French prostitutes, where ancient Greeks had danced, Romans had invaded, Persians had sharpened their swords, Mamluks had stolen the villagers’ food, crusaders had eaten human flesh, and Turks had enslaved my grandmother.”

 

 
Rawi Hage (Beiroet, 1 januari 1964)

10:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rawi hage, romenu |  Facebook |

31-12-17

A Farewell - Goodbye, old year (Alfred Austin)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Wintergezicht op de Singel, Amsterdam door J.C.K. Klinkenberg, eind 19e eeuw

 

 

A Farewell

Good-bye, old year, good-bye!
Gentle you were to many as to me,
And so we, meditating, sigh,
Since what hath been will be,
That you must die.
Hark! In the crumbling grey church tower,
Tolls the recording bell
The deeply-sounding solemnising knell
For your last hour.

How quietly you die!
No canonisëd Saint
E'er put life by
With less of struggle or complaint.
You seem to feel nor grief nor pain,
No retrospection vain,
As if, departing, you would have us know
It is not hard to go,
Since pang is none, but only peace, in Death,
And Life it is that suffereth.

Closer and clearer comes the last slow knell,
And on my lip for you awaits
That final formula of Fate's,
The low, lamenting, lingering word, Farewell!
For you the curved-backed sexton need not stir
The mould, for there is nothing to inter,
No worn integument to doff,
No bodily corruption to put off;
Begotten of the earth and sun,
And ending spirit-wise as you begun,
You pass, a mere memento of the mind,
Leaving no lees behind.

Hark! What is that we hear?
A quick-jerked, jocund peal,
Making the fretted church tower reel,
Telling the wakeful of a young New Year,
Young, but of lusty birth,
To face the masked vicissitudes of earth.

Let us, then, look not back,
Though smooth and partial was the track
Of the receding Past,
But through the vista vast
Of unknown Future wend intrepid way,
Framed to contend and cope
With perils new by vanished yesterday,
Whose last bequests to Man are Love, and
Faith, and Hope.

 

 
Alfred Austin (30 mei 1835 – 2 juni 1913)
Leeds Castle. Alfred Austin werd geboren in Leeds

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

Anne Vegter, Arjen Duinker, Junot Díaz, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

Dadaab

We zeggen laten we niet naar school gaan, als je naar school gaat
begin je de wereld te begrijpen, dan breekt de pleuris uit.

We zeggen meisjes zijn duurkoop om toekomst mee te betalen
of is de wereld een markt waar je dochters ruilt voor suiker.

We zeggen achter de tenten is een zandweg en de weg is lang
en het zand leidt terug naar de oorlog, waarom zou je gaan.

We zeggen het schieten klinkt in de slaap zo luid als in het
geheugen maar we zijn doof van honger zeggen we en

het tobben zat. Herkent iemand op school de naam Nadifa al,
geboren tussen seizoenen, woede en onschuld, dan breekt

de pleuris maar uit. De meisjes zeggen whatever wij meisjes
zeggen. Onder de zwarte hemel delen we zandlampen uit,

we spellen een handleiding want morgen breken we de tenten af.

 

 

Aanslag op de liefde

Is dit hoe dood kan gaan, je richt je geweer, je scant
mijn geheugen: de laatste vakantie, de eerste vliegreis,
de beslagen medaille van de laatste vierdaagse: sterven

voor beginners. Je blik houdt schrik en misbaar
samen, je ogen richten een ravage aan in mijn versie
van een mannenhart. Liefde is de som van gemis.

Je graaft een kuil in je naam, het dagelijks bloed
kan er zomaar in verdwijnen, je zegt dat je
geen vrouwen doodt. Iedereen wijst naar je foto,

je hebt het ‘m geflikt. Je wilde ons waarschuwen:
dit is geen gedicht. Je zegt haast vriendelijk dat je
geen vrouwen doodt, maar het loopt wel eens anders,

het blijft mensenwerk. Welke engelen kent je geloof,
in welke woorden kan een verloren god zich nestelen?
Vergeven is gezegd, onmenselijk godenwerk.

 

 
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

Lees meer...

Dieter Noll, Nicolas Born, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

 

De Duitse dichter en schrijver Dieter Noll werd geboren op 31 december 1927 in Riesa. Zie ook alle tags voor Dieter Noll op dit blog. 

Uit:Die Abenteuer des Werner Holt

„Der Wecker rasselte. Werner Holt schreckte aus dem Schlaf, sprang aus dem Bett und stand ein wenig taumelig im Zimmer. Er fühlte sich nicht erfrischt, sondern matt und benommen. Sein Kopf schmerzte. In einer Stunde begann der Schulunterricht.
Durch die weitgeöffneten Fenster flutete Sonnenlicht. Der Mai des Jahres 1943 endete mit heißen, trockenen Tagen, mit prachtvollem Badewetter. Der Fluß, der bei der kleinen Stadt reißend durch die Berge brach, lockte mit seinen grünen Ufern weit mehr als das ziegelrote Schulhaus und seine muffigen Räume.
Mathematik, Geschichte, Botanik und Zoologie, dachte Holt, und dann zwei Stunden bei Maaß, Studienrat Maaß, Latein und Englisch. Die Übersetzung aus dem Livius muß ich bei Wiese abschreiben, in der großen Pause. Wenn ich bei Zickel drankomm, meck-meck, dann gibt’s ein Fiasko … Allmählich wich der dumpfe Schmerz, der hinter der Stirn saß. Er erinnerte sich jetzt, erregend und beängstigend geträumt zu haben, von der Marie Krüger und ihrem zigeunerhaft bunten Rock, und dann von einer Schlägerei mit Wolzow.
Ich bin krank, dachte er, als ihn bei der dritten Kniebeuge vor dem offenen Fenster ein Schwindelgefühl ergriff, ich geh nicht in die Schule, mir ist elend, ich bleib im Bett. Nein! Das ist unmöglich. Wenn ich heut fehle, dann hab ich verspielt, dann heißt es, ich hab Angst vor Wolzow. Bei diesem Gedanken wurde ihm noch elender. Es hatte gestern mit Wolzow Krach gegeben, es hatte vorgestern, es hatte jeden Tag Krach gegeben; und heute war die Prügelei fällig. Er fürchtete niemanden in der Klasse, aber gegen Wolzow hatte er keine Chance: und damit war er erledigt. Denn ein unbesiegter Held war, von Homer bis heute, so gewaltig wie sein Mundwerk, aber ein besiegtes Großmaul war nur noch lächerlich.“

 

 
Dieter Noll (31 december 1927 – 6 februari 2008)
Cover

Lees meer...

30-12-17

Peter Buwalda, Theodor Fontane, Miklós Bánffy, Peter Lund, Joshua Clover, Paul Bowles, Rudyard Kipling, Douglas Coupland

 

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: De kleine voeten van Lowell George

“In mijn eentje bewoon ik een groot, smerig kasteel.
Daarom heb ik op advies van de Gemeente Reinigingsdienst een schoonmaakster in de arm genomen. Gisteren had Carmen haar eerste werkdag. Ze zou er om elf uur zijn. Op een laag vuilnis van anderhalve meter lag de kasteelheer kalm urinerend op haar te wachten.
Ze was laat. Onder de bacteriën ging een voorzichtig gejuich op.
Om halftwaalf ging de telefoon. Iemand meldde in plat-Roemeens met Engelse invloeden dat ze verdwaald was – wat ik niet zo gek vond. Geen idee wie lang geleden mijn straat van huisnummers heeft voorzien, maar het was geen genie. Of juist wel. Een wilde denker die precies hier, in deze eenvoudige wijk, het numerieke stelsel omver wilde werpen, wat hem uitstekend gelukt is, want niemand kan er iets vinden, ook TomTom niet.
‘I stand before nummero two-five-eight,’ zei Carmen. Feitelijk, zie boven, was dat geen informatie.
Ze kon bij de buren staan, maar ook in Zaanstad.
‘Stay standing,’ zei ik, waarna ik in concentrische cirkels Noord-Holland begon af te fietsen. Na twintig minuten ontwaarde ik op een stoep een vrouw met een emmer en een dweilmop.
‘Carmen?’
‘Sir Peter?’
‘Zeg maar lord.’
We fietsten slingerend door Amsterdam-Noord, Carmen achterop, wapperend met haar dweil, ik automobilisten dollend, samen fluitende het Turks Fruit-melodietje van opgebaarde Toots – tot we voor mijn kasteel stonden. Meteen zaten we in een heel andere film, namelijk The Exorcist. Carmens blik, hoe ze naar mijn slaapkamerraam staarde: alsof daarboven een hele grote bacterie op bed lag, hees ‘stof’ brullend, en ‘nooit meer poetsen’, dit alles in het Latijn der kerkvaderen. Ik zag die bacterie al de complete stofzuiger keihard in het kletsnatte gat tussen zijn beentjes rammen, dat hing nu wel in de lucht.”


Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

Lees meer...

Willy Spillebeen, Norbert Hummelt, Georg von der Vring, Daniil Charms, Heinrich Hart, Betty Paoli, Maurice Bedel

 

De Vlaamse dichter en schrijver Willy Spillebeen werd geboren in Westrozebeke op 30 december 1932. Zie ook alle tags voor Willy Spillebeen op dit blog.

 

Woorden in de stroom

Het kind dat keitjes
keilde in het water
zag: vliegende vissen
en 's avonds
kwam hij veilig weer thuis.

Ziek van liefde en schuld
gooide hij later
grote stenen uit.
Het water wolkte vol modder.
De stenen vormden geen brug.
Hij vond zichzelf
niet terug.

Nu staande aan de oever
tegen de stroom in
en de vertroebeling
spuw ik kringetjes
als een kind.
Zuiverend zout.
Even een teken
van leven.

 

 
Willy Spillebeen (Westrozebeke, 30 december 1932)

Lees meer...

29-12-17

Stefan Brijs, Christian Kracht, Gilbert Adair, Paul Rudnick, Brigitte Kronauer, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

 

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Maan en zon

“En je das recht hangen, Max. Never forget you’ tie.’
Max droeg al een eeuwigheid geen das meer. ‘Doe ik, pai.’
Roy vond het een goed idee. Hij begreep zijn zoon als geen ander. Alles voor de Dodge. En dat Max daarvoor helemaal naar Nederland zou vliegen, riep geen vragen bij hem op. In zijn oude hoofd lag het koninkrijk vast niet veel verder dan Aruba, waar hij een deel van zijn leven had doorgebracht en tijdens de Tweede Wereldoorlog het Amerikaans-Engels had opgepikt waarmee hij zijn zinnen kruidde.
Lucia, de vrouw van Max, had zich vreselijk opgewonden toen hij haar op de hoogte bracht van zijn plannen.
‘Naar Nederland? Voor oud ijzer? Ben je nog wel goed bij je hoofd? Laat die rotzooi per post komen!’
‘De douane steelt alles, Lucia, het zijn gangsters.’
‘En wie gaat dat betalen?’
‘Ik heb gespaard.’
‘Je hebt gespaard voor Sonny! Voor zijn studie! Niet voor dat wrak!’
‘Dat wrak zorgt wel voor brood op de plank. Als ik hem niet opknap dan hebben we straks niets meer. Niets!’
‘En toch ga je niet naar Nederland. Mi morto akibou!’ Over mijn lijk!
‘Toen heb ik me omgedraaid en ben weggelopen. Met veel pijn in mijn hart.’ Dat vertelde Max aan mij. Hij legde zijn grote hand op zijn borst. ‘Ik hou van haar. Zij is mijn alles. Zij en Sonny. Luna ku solo. Wil je dat tegen haar zeggen zodra ik weg ben? Dat zij de maan is die mijn donkere nachten verlicht.’
De gevoelige ziel van Max. Innerlijk kan hij niet méér verschillen van zijn vader. Zijn krachtige fysieke verschijning heeft hij wel van hem geërfd. Het lichaam van Roy raakte echter al vroeg door reuma verteerd. Zijn vingers, zijn tenen, zijn handen en voeten, rug en nek, alles aan hem is mettertijd kromgetrokken, zijn staalkabels van spieren zijn vezel per vezel geknapt, de gewrichten vergroeid tot knobbels die zijn huid zo oprekken dat die er bleek van is geworden.”

 

 
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees meer...

28-12-17

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Engelbert Obernosterer, Shen Congwen, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord, Antoine Bodar

 

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Liu Xiaobo overleed op 13 juli van dit jaar op 61-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

Fifteen Years of Darkness (Fragment)

Before dawn at home in Beijing, 6/4/2004
Fifteenth anniversary offering for 6/4

15 years ago
a massacre took place at daybreak
I died then was reborn

15 years have passed
daybreak bayonets dyed red
is still a blade fixed in the eyes

15 years have passed
I still have nightmares of those departed souls
I see them soaked with blood
I write each stroke each line
as an outpouring of the tomb

15 years have passed
within the darkness of vanished freedom
I wait for the hour-hand to point to pre-
dawn’s advent of the fifteenth anniversary offering

Tonight, in this city without altar
I hope the dead souls can see my eyes
and turn my watchful gaze into the flicker of a candle flame
Not the sacrificial spirit money for the ancestors
not the raging blaze that illuminates the cold night
but memory’s nakedness
is like a bone that will not decay

15 years ago
martial-law troops besieged the Square
the military broadcast the order over and
over, a continuous transmission of gunshots and bloodthirsty news
A few hours before
the gathering crowds, the clamoring crowds
then in a blink the light was extinguished
people fled like a surge of quicksilver
leaving behind an empty void

 

 
Liu Xiaobo (28 december 1955 – 13 juli 2017)

Lees meer...

27-12-17

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Mariella Mehr, Markus Werner, Malin Schwerdtfeger, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog en ook mijn blog van 3 april 2006.

 

Het spoorwachtershuisje!

Het spoorwachtershuisje!
Daar kan je in als je wil, met je probleem. Kan je er
wonen.
Dat is wat ik voor je heb gewenst voor als de tijd
komt dat je het spoor opzoekt.
Schoorsteen, boom ernaast, schuur voor het hout. Ik
had gedacht dat het ongeveer moet zijn alsof je in
een kindertekening intrekt. Klinkt goed, toch?
Nee, er is niks verder. Klimop.
Vermaak je met de seizoenen of bouw een vogelhuis
als je moeite hebt met loslaten.
Waar je het mee moet doen dit, vriend. Niet weer
wegrennen.
Lange winters, ik weet het, nog langere zomers.
Maar dat uitgerekend jij niet gelukkig kon zijn, wordt
met de dag minder waar.
En, oh ja, je krijgt een taak en dat is de wissel. De
wissel is jouw taak.

 

 

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Vaders die volgens de Linda aan hun tweede leg zijn

Ze staan vaak, uit zelfbehoud afwezig, op speelplaatsen
hun laatste hummels te schommelen.

Thuis is het niets dan hommeles
nu overspelige echtgenotes ongewroken blijven,
de diepste belediging tenslotte is die
door geveinsde jaloezie.

Het kind komt terecht. Vaders die volgens de Linda
aan hun tweede leg zijn weten het:
je hebt het slechts een ego te voeren.

Verlegen om een sluitende moraal,
hebben ze hun dwalingen te overdenken
nadat alle dans uit hen werd gehaald,
koppig als het zaad ook is.

Wat rest zijn deze schuwe insemineerders.
Op een dag mislukt de daad, ze zijn op weg
naar het eeuwige grazen.

Hun schaduwweduwes moeten de krant erop nazien.

 

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees meer...

26-12-17

Der Weihnachtsbaum (Hoffmann von Fallersleben)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Kerstmis door Felix Ehrlich, 1889

 

 

Der Weihnachtsbaum

Ich lag und schlief, da träumte mir
ein wunderschöner Traum;
es stand auf unserm Tisch vor mir
ein hoher Weihnachtsbaum.

Und bunte Lichter ohne Zahl,
die brannten ringsumher,
die Zweige waren allzumal
von goldnen Äpfeln schwer.

Und Zuckerpuppen hingen dran:
Das war mal eine Pracht!
Da gab´s, was ich nur wünschen kann
und was mir Freude macht.

Und als ich nach dem Baume sah
und ganz verwundert stand,
nach einem Apfel griff ich da,
und alles, alles schwand.

Da wacht´ ich auf aus meinem Traum.
Und dunkel war´s um mich:
Du lieber, schöner Weihnachtsbaum,
sag an, wo find´ ich dich?

Da war es just, als rief er mir:
“Du darfst nur artig sein,
dann steh´ ich wiederum vor dir —
jetzt aber schlaf nur ein!

Und wenn du folgst und artig bist,
dann ist erfüllt dein Traum,
dann bringet dir der Heil´ge Christ
den schönsten Weihnachtsbaum.”

 

 
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De Michaeliskirche in Fallersleben. De kerk werd in 1805 gebouwd door de vader van de dichter

 

 

Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.