05-05-17

Vrijheid (Marion Bloem)

 

Bij 5 mei

 

 
Bevrijdingsmonument in Bemmel, Gelderland

 

 

Vrijheid

Als vrij zijn is: hou jij je mond
want ik heb iets te zeggen

Als vrij zijn is: jij achter tralies, want
dan hoeven wij niet bang te zijn
voor al jouw anders zijn en doen en anders
laten

Als vrij zijn is: de dag van morgen
strak bepalen door de dag vandaag
iets minder dag te laten zijn

Als vrij zijn is: de deuren sluiten
en op het beeldscherm vrij bekijken
wat veilig uit de buurt moet zijn

Als vrij zijn is: steeds rustig slapen
omdat de anderen hun tong moedwillig
is ontnomen

Als vrij zijn is: eten wat en wanneer je wilt
maar de schillen laten vallen in de kranten
waar de honger wordt verzwegen

Als vrij zijn is: niet hoeven weten wat mij
heeft vrijgemaakt, mij vrij houdt, mij
in vrijheid elke dag gevangen neemt

Als vrijheid is: wachten tot de ander
mij bevrijdt van angsten waar ik
heilig op vertrouw

Als vrijheid mijn gedachten pleistert
Als vrijheid om mij heen overal rondom
en in mij waait,
maar voor jou niet is te vangen

Als vrijheid mij beschermt
tegen jouw ideeën die voor mij te
anders zijn

Als vrijheid voor mij vandaag zo
vanzelfsprekend lijkt, en jij niet
weet wat dat betekent

Dan is vrijheid munt voor mij
en kop eraf voor jou
Dan is vrijheid lucht en willekeurig

Maar staat het mij misschien wel vrij
om iets van mijn riante vrijheid – met
wederzijds goedvinden natuurlijk –
tijdelijk of voor langere duur
af te staan om jou
van mijn verstikkende vrijheid
te bevrijden.

 

 
Marion Bloem (Arnhem, 24 augustus 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

11:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bevrijdingsdag, 5 mei, marion bloem, romenu |  Facebook |

Miklós Radnóti, Roni Margulies, Petra Else Jekel, Morton Rhue, Christopher Morley, George Albert Aurier, Henryk Sienkiewicz, Richard Watson Dixon, Catullus

 

De Hongaarse dichter en schrijver Miklós Radnóti werd geboren op 5 mei 1909 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Miklós Radnóti op dit blog.

 

Before the storm

You sit upon the peak and on your knees asleep
that youthful woman ripened for your love; behind,
the bristly deeds of war; beware! hold dear and keep

your life, hold dear your world which you with hardened hands
have built around your life while all about you death
in circles hovered around and around above the lands –

behold, it has returned! the garden’s nests from the high
treetops come plunging down in terror stricken flight,
all things are about to break! and keep an eye on the sky

because already lightning shakes the firmament;
wind tussles, drags the cradles as the men-folk whimper
asleep as weakly as the helpless innocent;

the wind blows on their dreams, they grumble and turn around,
they wake with a start and stare at you who’s been awake
and sitting up amid the fleeting thunder, the sound

of roaring future battles being prepared; above,
the splendid wind speaks of the storm and so do the clouds;
it’s time to wrap your woman warmly in your love.

 

 

Fragment

I lived upon this earth in such an age
when man was so debased he sought to kill
for pleasure, not just to comply with orders,
his faith in falsehoods drove him to corruption,
his life was ruled by raving self-deceptions.

I lived upon this earth in such an age
that idolized the sly police informers,
whose heroes were the killers, spies, the thieves --
and the few who held their peace or only failed
to cheer were loathed like victims of the plague.

I lived upon this earth in such an age
when those who risked protest were wise to hide
and gnaw their fists in self-consuming shame --
the crazed folk grinned about their terrifying
doomed future, wild and drunk on blood and mire.

I lived upon this earth in such an age
when the mother of an infant was a curse,
when pregnant women were glad to abort,
the living envied the corpses in the graves
while on the table foamed their poisoned cup.

 

Vertaald door Thomas Ország-Land

 

 
Miklós Radnóti (5 mei 1909 – 9 november 1944)

Lees meer...

04-05-17

Stad (Willem van Toorn)

 

Bij 4 mei

 

 
Oorlogsmonument in Rheden

 

 

Stad

Achter de stad die je ziet
elke dag, de zo kleurrijke, vrije,
zo klatergouden, ligt altijd de grijze
andere stad. In verglaasd zwartwit

beelden ervan op je netvlies
als je maar kijken wil:
schokkerig bewogen of stil,
verbleekte foto of film. Je weet
niet eens of ze uit jouw ziel,

ook genoemd herinnering, komen
of uit iedereens angstdromen,
vergaard in duizenden boeken,
in museumzalen vol pijn, in hoeken
van zolders die je liever mijdt

om hun geur van afwezige mensen,
van kou en van as. Maar altijd
zijn ze daar op de achtergrond,
de beelden van de stad die dit was,
dezelfde als nu en toch niet.

Zodat je soms middenin een lach
in een zacht plantsoen, een hoerig lied
op een gracht, ineens stilvallen moet
omdat er een donkere stoet
je gedachten binnen trekt, dwars
door je lustige leven heen-

en ontelbare stemmen even
hevig in je hoofd spreken
tegen het groot vergeten.

 

 


Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Cola Debrot, Christiaan Weijts, Amos Oz, Monika van Paemel, Graham Swift, David Guterson, Jan Mulder, Werner Fritsch, Jacques Lanzmann

 

De Antilliaanse schrijver, dichter, arts, diplomaat, jurist, minister, filosoof en balletcriticus Cola Debrot werd geboren te Kralendijk (Bonaire) op 4 mei 1902. Zie ook alle tags voor Cola Debrot op dit blog.

 

Beauté mortelle

Marmeren glans, ik geef er niet meer om,
De wellust van Uw hals viel ik ten prooi.
Ik hield van amaryllen, half verstrooid,
Voor ik mij op Uw lippenrood bezon.

De hitte van de Castiliaansche zon
Wedijvert met Uw rossen harentooi.
De schoonste lelie voelt zich soms berooid,
Omdat Uw voorhoofd 't van haar blankheid won.

Maar voorhoofd, hals, lippen en haren blond,
Eeuwige oorsprong mijner vreugd bevonden,
Zij hooren aan Uw lijk toe, ijzig koud,

En 'k zit, mijn voorhoofd op Uw witte sponde,
Vertwijfeld, daar ik evenmin doorgrond
Uw starren blik, die naar den einder schouwt.

 

 

Uit: Kwatrijnen uit fort Amsterdam

 

De tuin

Vroeger bastion, werd het een luxe-tuin
met tegels van grijs zandsteen en arduin.
De troepiaal zingt van haar hef en leed.
Het uitzicht is nog steeds een stad in puin.

 

For a soldier's album

Soldiers do not die, they fade away,
Said a general in array or in disarray.
It could not be otherwise, you can be assured.
Also governors sometimes die and sometimes fade away.

 

 
Cola Debrot (4 mei 1902 – 3 december 1981)

Lees meer...

03-05-17

Erik Lindner, Jehuda Amichai, Johan de Boose, Paul Bogaert, Marc Dugain, Ben Elton, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Agnès Desarthe

 

De Nederlandse dichter Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

 

Ze ligt op de bal van haar lippen
in de inkeping van haar kussen.
Haar adem fluit op het overtrek.

Een meisje mist de trein
en staat naast een affiche
van een lachende vrouw.

Een jongen verdwijnt keer op keer
in de rand van een caféruit.
Een man leest prevelend de krant.

Bronwater met de smaak van wasco.
De draai van een hand in het gips.
De zwarte ogen van kleurpotloden.

Een man, een contrabas
in zijn armen, speelt in schokjes
de alpino van zijn voorhoofd.

Een jonge man op de fruitmarkt
pikt met duim en wijsvinger
vruchten uit een blikje.

Een man zit wijdbeens, krabt
zijn nagels met een mesje.
Het vloeiblad ritselt op het schrift.

De tekening van een hand
in de lijnen van het landschap.
Jeuk aan de neusvleugel.

 

 

*

 

In de storm van zo straks
raakt de weg onbegaanbaar

versperringen sluiten achter ons
mistlichten dimmen voor ons

een klein dakraam links
op de hoogte van de dijk

de figuur die daar zit
tikt met een vingerhoed op tafel

het kind draait in zijn slaap
de televisie speelt geluidloos

de hoek van de brandtrap
in het achterraam

ze legt de krant in de mand
steunt op de rugleuning

telt de tegels tot aan de mat
de kurkstrip tegen de deurpost

zingt binnensmonds
valt een gat in de sneeuw.

 

 
Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

Lees meer...

02-05-17

Esther Freud, Wytske Versteeg, Rob Waumans, Tilman Rammstedt, James Holmes, Jef Last, Gottfried Benn, Novalis, Jurgis Baltrušaitis

 

De Engelse schrijfster Esther Freud werd geboren in Londen op 2 mei 1963. Zie ook alle tags voor Esther Freud op dit blog.

Uit: Mein Jahr mit Mr Mac (Vertaald door Anke en Eberhard Kreutzer)

„Ich bin in dem kleinen Zimmer unterm Dach zur Welt gekommen, nicht in der Kammer mit dem Gaubenfenster, in dem ich jetzt schlafe, auch nicht in dem großen, dem für die Gäste, die im Sommer kommen und uns vorher schreiben, von wann bis wann sie bleiben wollen. Manchmal dürfen da auch Leute übernachten, wenn sie zu viel getrunken ha-ben. aber von denen holt Mutter sich das Geld im Voraus. Könnte ja jeder kommen und am nächsten Morgen behaupten, er hätte keine Ahnung, wie er in dieses wunderbare, breite Bett gekommen ist, da hätte ihn wohl jemand mitgenommen und -gegen seinen Willen, wenn auch schön bequem - einfach dabehalten. Aber das kommt nur zur Erntezeit vor, wenn die Männer und jungen die Weizenspreu, die ihnen in der Kehle kitzelt, herunterspülen oder wenn sie im Hochsommer der Hafer sticht. Aber ich bin im Wintergeboren, und die Brandung unten am Strand hat in jener Nacht lauter gebrüllt als meine Mutter bei ihrem neunten Kind. Mein Vater war draußen im Sogg's Fen auf Kaninchenjagd und brachte bei seiner Rückkehr die Nachricht mit, drei Fischer aus Dunwich würden auf See vermisst. In Dunwich läuteten sie die Kirchenglocken, und meine Mutter schwor. sie hätte es trotz des tosenden Sturms bis in ihr Zimmer gehört. Dann hat sie mich auf ihre Brust gelegt und geheult, als wollte sie mich mit ihren Tränen ersäufen. »Was hast du?. Meine Schwester Mary kümmerte sich um sie. »Will er nicht trinken?.
Aber Mutter sagte nur, sie hätte gewusst. dass dese Nacht jemanden holen würde, und - der Herrgott möge ihr verzeihen - sie sei nur so unendlich froh, dass es nicht mich getroffen habe. Das Kaninchen dna:lege mein Vater zum Aasnehmen und Abziehen Mary in die Hand. dann kroch er zu Mutter ins Bett und schlief vom Branntwein, in dem er seine Angst ertränkt hatte, ein. »Wir können uns nicht beide auf die faule Haut legen.. sagte meine Mutter und stupste ihn, »wenn der Junge nicht umsonst überlebt haben soll.« Als er sich nicht rühne, ließ sie mich neben ihm liegen. standauf und stieg vorsichtig die Leiter hinunter. Für den Fall, dass noch ein Gast kam und etwas essen wollte, machte sie in der Schankstube Feuer.
Mutter hatte das Dorf im Blut: Als Tochter eines Schweinehirten war sie nicht weit von der Dorfwiese geboren und aufgewachsen. Wäre sie nicht eines schönen Nachmittags genau in dem Moment auf die Straße getreten, als ein Mann an ihr vorbeiradelte und ihr zuzwinkerte. hätte sie im Leben nicht daran gedacht, von dort wegzugehen. »Messer zu schleifen., sang er über die Schulter, und sie lächelte ihm zu. Er war schon älter, nicht so alt wie ihr Vater, aber auch nicht weit davcn entfernt und ein wenig zerzaust als hätte er niemanden, der auf ihn achtgab. Docher lächelte auf seiner Runde vor. Haus zu Haus, und als sie nach ihrem Namen fragte. erbot er sich. die Messer der Familie zum halben Preis zu schleifen.“

 

 
Esther Freud (Londen, 2 mei 1963)

Lees meer...

01-05-17

Die Arbeiter (Alfons Petzold)

 

Bij 1 mei

 

 
Die Internationale door Otto Griebel, 1928-30

 

 

Die Arbeiter

Sturm und Gewalt ist in unseren Händen,
stehn wir im räderdurchdonnerten Raum;
doch in dem keuchenden Beugen der Lenden
sind wir gar oftmals nur Andacht und Traum.

In dunkler Berge verlorner Kaverne
sind wir die Brüder der strahlenden Tage;
türmen wir Steine im Antlitz der Sterne,
lebt Gottes Sehnsucht in unserer Plage.

Unser Wille erschüttert die Erde,
und der heiligsten Unruhe voll
schenken wir ihr durch die stete Beschwerde
Ewigkeit, die unserm Schaffen entquoll.

 

 

 
Alfons Petzold (24 september 1882 – 25 januari 1923)
Wenen, Haus der Industrie. Alfons Petzold werd in Wenen geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

 

 

11:26 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alfons petzold, 1 mei, romenu |  Facebook |

Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos, Antal Szerb, Ignazio Silone, Aleksander Wat, Reinier van Genderen Stort

 

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

 

Maak pompen van kanons

Maak pompen van kanons
en speiten van geweren,
al 't vechten is voorbij,
't is vrede weere in 't land.

 

 

De koning is gekommen!

De grote zon, de zomer is
ten oosten uitgeklommen,
bezoekende zijn koninkrijk...

De volkeren, de groten en
de klenen, alle lieden
hem koninklijk begroeten gaan
en blijde inkom bieden.

De mannen zijn veel sterker nu
ten arbeide, en de vrouwen,
ze slaan wel nog zo dapper, met
de la, de weefgetouwen.

De jongens en de maagden, als
of ze nog klene waren,
gaan lopen in de lanen, in
de locht, en spelevaren.

Het kindje, dat geen tonge en heeft,
nu zingen kan; en ‘t aaien
van moeders hand- en mondgebaar
vriendtoevig tegenkraaien.

De vogels zingen, de aarde zingt,
de kruiden en de blommen...
de zomer is, de grote zon,
de koning is gekommen!

 

 

Wierook

o Wierookgraan,
geronnen traan
van ceder- en van lorkenstammen,
gebedenbeeld,
daar ‘t vier in speelt,
en ‘t vonkelen van ‘s herten vlammen.

Geen gave van
fijn goud en kan
mijn hand de Heer, geen myrrha bieden,
maar wierook zal,
en overal
en allen dag, Hem dank bedieden.

o Wierookgraan,
in ‘t vier gedaan,
en rokende uit mijns herten midden,
van aards en grauw
wordt hemels blauw:
gaat, wierookgraan, de Here aanbidden!

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Borstbeeld door J. Dommisse, 1e helft 20 eeuw

Lees meer...

30-04-17

John Greenleaf Whittier, Jeroen Brouwers, Alexander Osang, Ulla Hahn, Luise Rinser, John Boyne

 

Dolce far niente

 

 
April, Epping door Lucien Pissarro, 1894

 

 

April

'T is the noon of the spring-time, yet never a bird
In the wind-shaken elm or the maple is heard;
For green meadow-grasses wide levels of snow,
And blowing of drifts where the crocus should blow;
Where wind-flower and violet, amber and white,
On south-sloping brooksides should smile in the light,
O'er the cold winter-beds of their late-waking roots
The frosty flake eddies, the ice-crystal shoots;
And, longing for light, under wind-driven heaps,
Round the boles of the pine-wood the ground-laurel creeps,
Unkissed of the sunshine, unbaptized of showers,
With buds scarcely swelled, which should burst into flowers
We wait for thy coming, sweet wind of the south!
For the touch of thy light wings, the kiss of thy mouth;
For the yearly evangel thou bearest from God,
Resurrection and life to the graves of the sod!
Up our long river-valley, for days, have not ceased
The wail and the shriek of the bitter northeast,
Raw and chill, as if winnowed through ices and snow,
All the way from the land of the wild Esquimau,
Until all our dreams of the land of the blest,
Like that red hunter's, turn to the sunny southwest.
O soul of the spring-time, its light and its breath,
Bring warmth to this coldness, bring life to this death;
Renew the great miracle; let us behold
The stone from the mouth of the sepulchre rolled,
And Nature, like Lazarus, rise, as of old!
Let our faith, which in darkness and coldness has lain,
Revive with the warmth and the brightness again,
And in blooming of flower and budding of tree
The symbols and types of our destiny see;
The life of the spring-time, the life of the whole,
And, as sun to the sleeping earth, love to the soul!

 

 
John Greenleaf Whittier (17 december 1807 – 7 september 1892)
Winnekenni Castle, Haverhill. John Greenleaf Whittier werd geboren in Haverhill.

Lees meer...

29-04-17

Konstantínos Petros Kaváfis, Rod McKuen, Bernhard Setzwein, Monika Rinck, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter, Kurt Pinthus, Humphrey Carpenter

 

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

Wroeging

Spreek over deze wroeging om die te verzachten,
edele wroeging, zeker, maar gevaarlijk eenzijdig.
Maak het verleden geen verwijt en kwel je niet zo.
Neem jezelf niet zo serieus.
Het kwaad dat je beging was kleiner
dan je denkt, veel kleiner.
Het goede dat je nu die wroeging bracht,
zat ook toen al diep in je.
Zie hoe een voorval, dat plotseling
in je geheugen weerkeert, een daad
verklaart die je fout
vond, maar nu een rechtvaardiging heeft.
Verlaat je niet helemaal op je geheugen:
je vergat heel wat – ditjes en datjes –
dat is rechtvaardiging genoeg.

En denk niet dat je je slachtoffer
zo goed kende. Hij had vast gaven waarvan je niets wist,
en misschien waren dit andere wonden
dan jij denkt (uit onwetendheid over zijn leven),
geen gevolg van jouw vreselijke klappen.

Verlaat je niet op je zwakke geheugen.
Verzacht de wroeging die altijd
eenzijdig en heel listig tegen je pleit.

 

Vertaald door Mario Molegraaf

 

 

In the Evening            

It wouldn’t have lasted long anyway—
the experience of years makes that clear.
Even so, Fate did put an end to it a bit abruptly.
It was soon over, that wonderful life.
Yet how strong the scents were,
what a magnificent bed we lay in,
what pleasure we gave our bodies.

An echo from my days given to sensuality,
an echo from those days came back to me,
something of the fire of the young life we shared:
I picked up a letter again,
and I read it over and over till the light faded away.

Then, sad, I went out on to the balcony,
went out to change my thoughts at least by seeing
something of this city I love,
a little movement in the street and the shops.

 

 

He Had Come There to Read  

He had come there to read. Two or three books lie open,
books by historians, by poets.
But he read for barely ten minutes,
then gave it up, falling half asleep on the sofa.
He’s completely devoted to books—
but he’s twenty-three, and very good-looking;
and this afternoon Eros entered
his ideal flesh, his lips.
An erotic warmth entered
his completely lovely flesh—
with no ridiculous shame about the form the pleasure took....

 

Vertaald door Edmund Keeley en Philip Sherrard

 

 
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
De lezer door Ferdinand Heilbuth, 1856

Lees meer...

28-04-17

Zia Haider Rahman, Wim Hazeu, Roberto Bolaño, Gerhard Henschel, Harper Lee, Joop Waasdorp, Karl Kraus, Ğabdulla Tuqay, Charles Cotton

 

De Britse schrijver Zia Haider Rahman werd in 1969 geboren op het platteland van Bangladesh in de regio Sylhet. Zie ook alle tags voor Zia Haider Rahman op dit blog.

Uit: In the Light of What We Know

“I had not heard the name of the twentieth-century Austrian-American mathematician Kurt Gödel since a July weekend in New York, in the early 1990s, when I was visiting from London for a month of induction at the head offices of an investment bank into which I had recently been recruited. In some part I owe my recruitment to the firm, of which I later became a partner, to Zafar, who was already a derivatives trader in the bank’s Wall Street offices and who had quickly established a reputation as a bright though erratic financial wizard.
Like Zafar, I was a student of mathematics at Oxford, but that, to put it imprecisely, was the beginning and the end of what we had in common. Mine was a privileged background. My father was born into a well-known landed family in Pakistan, where he met and married my mother. From there, the newly-weds went to Princeton, where they had me, making me an American citizen, and where my father obtained his doctorate before moving to Oxford so that he could take up a chair in physics. I am no genius and I know that without the best English schooling, I would not have been able to make as much as I have of the opportunities that came my way.
Zafar, however, arrived at Oxford in 1987 with a peculiar education, largely cobbled together by his own efforts, having been bored, when not bullied, out of one school after another. His family moved to Britain when he was no more than five years old, but then, at the age of twelve, or ten, by the new reckoning, he returned from Britain to rural Bangladesh for an interval of some years.
To him, Oxford must have seemed, as the expression goes, a long way to come. In our first term there, as we lounged in the Junior Common Room beside windows that gave out onto the garden quad, I observed that Zafar’s pronunciation of the names of various Continental mathematicians – Lebesgue, Gauss, Cauchy, Legendre, and Euler – was grotesquely inaccurate. Though my first reaction, I am a little ashamed to say, was to find this rather amusing, I soon grasped that Zafar’s errors marked his learning as his own, unlike mine, which carried the imprint of excellent schoolmasters. I must confess to a certain envy at the time."

 

 
Zia Haider Rahman (Sylhet, 1969)

Lees meer...

27-04-17

Astrid Roemer, Robert Anker, André Schinkel, Didier Daeninckx, Hovhannes Shiraz, August Wilson, Edwin Morgan, Jules Lemaître, Cecil Day Lewis

 

De Surinaamse dichteres en schrijfster Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit: Lola of het lied van de lente

“In de slaapkamer spreidt ze het dekbed met het lapjesdekenmotief-overtrek zorgvuldig over het bed - ze trekt de uiteinden strak. In de kast waarvoor ze staat hangen al de kledingstukken van de reis die ze naar het pantheon van goden heeft gemaakt om hun gunsten af te smeken voor een gepast neerleggen van het ambt. In de kringen van de bonu-sma had het voornemen nogal wat deining veroorzaakt - want, wie breekt er bij leven en welzijn met zo'n machtig medium van Moeder Aarde als de apuku-geest!
Vastbesloten had zij het ceremonieel voorbereid en ontdaan van uitbundig vertoon; en elk ritueel was afgemeten.
Zonder linten en strikken en krullen waren de robes waarin ze zeven dagen en zeven nachten lang te kijk heeft gestaan, gedanst gelachen, gezongen, gehuild - en heeft geschreeuwd.
En de meer dan honderd personen die op haar uitnodiging zijn ingegaan naar de Libanonweg te komen voor een ritueelfeest, hebben kunnen bijwonen hoe de oppergoden van Lucht & Water & Aarde háár tong hebben gebruikt om instemming te betuigen met haar besluit. Het was meer dan een lichaam van een tweeënzestigjarige vrouw die ruim tachtig kilogram weegt kan verwerken - maar volgens de aanwezigen is het geworden: het boeiendste en onvergetelijkste schouwspel sinds tijden.
Ze doet de kast open en ziet de kledingstukken hangen: historische kostuums voor het carnaval van haar achter-achter-achter-kleinkinderen, ergens in Nederland - ze huivert en grijpt naar de witte doek die ze om haar schouders hadden geslagen toen het medium zich eindelijk bekend wou maken. Eerst waren de geesten gepasseerd van overledenen die zij tijdens hun leven een dienst had bewezen en toen -.
Ze slaat de doek om en gaat op het bed zitten. Ze bekijkt haarzelf in de spiegeldeur van de klerenkast. Ze weet dat ze op haar begunstigster lijkt - dat hebben de broers, de zusters en de personen die de vrouw hebben gekend allen gezegd, maar dat zij uitgerekend haar navel tot ankerplaats heeft gekozen heeft haar later in een storm van tranen gedreven.
Na de uitputtingsslag van de uitweidingsceremonie heeft ze, meteen de volgende morgen de bus genomen naar Paramaribo. Eerst heeft ze het graf van haar echtgenoot bezocht - maar het marmer was nog dodelijker dan de herinnering aan zijn dood want: welke landmeter verdrinkt in een waterput die hij zelf in kaart gebracht heeft -. Haar ouders waren vanaf het begin finaal tegen de verhouding geweest: families die op de Libanonweg blijven wonen hebben een geschiedenis tot diep in het slavenverleden en dikwijls nog verder!”

 

 
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

Lees meer...

26-04-17

Bernard Malamud, Vincente Alexandre, Carl-Christian Elze, Hannelies Taschau, Theun de Vries, Hertha Kräftner, Johann Uhland

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Malamud werd op 26 april 1914 in Brooklyn, New York, geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Malamud op dit blog. 

Uit:The Fixer

“From the small crossed window of his room above the stable in the brickyard, Yakov Bok saw people in their long overcoats running somewhere early that morning, everybody in the same direction. Vey iz mir, he thought uneasily, something bad has happened. The Russians, coming from streets around the cemetery, were hurrying, singly or in groups, in the spring snow in the direction of the caves in the ravine, some running in the middle of the slushy cobblestone streets. Yakov hastily hid the small tin can in which he saved silver rubles, then rushed down to the yard to find out what the excitement was about. He asked Proshko, the foreman, loitering near the smoky brickkilns, but Proshko spat and said nothing.Outside the yard a black-shawled, bony-faced peasant woman, thickly dressed, told him the dead body of a child had been found nearby. "Where?" Yakov asked. "How old a child?" but she said she didn't know and hurried away. The next day the Kievlyanin reported that in a damp cave in a ravine not more than a verst and a half from the brickworks, the body of a murdered Russian boy, Zhenia Golov, twelve years old, had been found by two older boys, both fifteen, Kazimir Selivanov and Ivan Shestinsky. Zhenia, dead more than a week, was covered with stab wounds, his body bled white. After the funeral in the cemetery close by the brick factory, Richter, one of the drivers, brought in a handful of leaflets accusing the Jews of the murder. They had been printed, Yakov saw when he examined one, by the Black Hundreds organizations. Their emblem, the Imperial double-headed eagle, was imprinted on the cover, and under it: SAVE RUSSIA FROM THE JEWS. In his room that night, Yakov, in fascination, read that the boy had been bled to death for religious purposes so that the Jews could collect his blood and deliver it to the synagogue for the making of Passover matzos. Though this was ridiculous he was frightened. He got up, sat down, and got up again. He went to the window, then returned hastily and continued to read the newspaper. He was worried because the brick factory where he worked was in the Lukianovsky District, one in which Jews were forbidden to live. He had been living there for months under an assumed name and without a residence certificate. And he was frightened of the pogrom threatened in the newspaper. His own father had been killed in an incident not more than a year after Yakov's birth--something less than a pogrom, and less than useless: two drunken soldiers, shot the first three Jews in their path, his father had been the second. But the son had lived through a pogrom when he was a schoolboy, a three-day Cossackraid. On the third morning when the houses were still smoldering and he was led, with a half dozen other children, out of a cellar where they had been hiding he saw a black-bearded Jew with a white sausage stuffed into his mouth, lying in the road on a pile of bloody feathers, a peasant's pig devouring his arm.”

 

 
Bernard Malamud (26 april 1914 – 18 maart 1986)
Cover

Lees meer...

25-04-17

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Richard Anders, William Temple, John Keble

 

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Hartegrond

Zie ons hier succesvol staan: door alle netten
gevlogen draagster van petrolblauwe rok
en lila lijfje dat haar borsten als een openstaande
bloemenkelk omhult, schijnkindermondig
in gesprek met sprankelend scherp stuk
in deux-pièce, cape'je van changéant roze-oranje organza,
verantwoord geile zijsplit, trots op haar tong -
twee kakelgrage, fraai op de kwetsbare buikzijde
uitgelichte braniekarkassen, onzelfinzichtig klaar
om tor-achtig danwel voormalig jumbolog
door te taxiën naar het gemoedelijk gekraak
van openbrekende oesterschelpen of ander gepraat.
O zelden geherbergde hartegrond! O langvervlogen
carrièrebegin met zelfverkozen damescolbert
over bureaustoel en uitzicht op kleine
door glas omgeven binnenplaats, Japanse
naaldbomen, witte keien, fonteintje...

 

 

Goede tips voor dieper zwijgen

Nuttig een maaltijd samen aan zee.
Leg de Tractatus gesloten op tafel.

Laat de intieme ovalen van jullie
longen zich enkele malen vullen

met avond en onverrichterzake
leeglopen door keel en mond.

Overdenk uitvoerig kwesties als
waarom zijn wij niet vierkant

of stom? Of: wat is, op dit
moment, de langzaamste vis?

En: moet je water dat hem bevat
maar niet kan tonen beklagen?

Beantwoord dan alle door de ander
niet gestelde vragen.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 - 30 maart 2014)

Lees meer...