21-07-17

Frouke Arns, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, David Boerljoek

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars tijdens de Vierdaagse van Nijmegen

 

 

Roem en blaren

dit vallen in de voetstappen van hen
die voor je gingen gaat je goed af;
zwaaiend doe je voort, aangespoord door
duizend klanken langs de weg

als lava stroom je door de straten,
geeft je glimlach aan elk gezicht,
in iedere taal een nieuwe vriend

in de vroegte op de Wedren moedigt
de laatste lichting uit de kroeg je aan
twee werelden die elkaar hier raken –
ieder draagt zijn eigen kruis

in de maat van het legioen ga ook jij
de eindstreep halen; op de Via Gladiola
wachten zwaardlelies jouw komst

en de stad, zij heeft de tijd, deinend staat zij
aan haar kade middenin het feestgedruis
straks ga je naar huis, zijn haar straten vreemd
sereen, geeft je eeuwige roem en blaren mee.

 

 
Frouke Arns (Handorf, 1964)
Handorf. Frouke Arnswas in 2015 en 2016 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

20-07-17

Hans Lodeizen, Henk Hofland, Arie Storm, Uwe Johnson, Simin Behbahāni, Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

Weet je nog...


Weet je nog...? - Toen de wind, de bomen
Tergde en hen de mantels, van het lichaam trok,
Dat wij samen - de regen kletterde bij stromen -
Schuilden onder 't loof, en jij zó schrok

Toen ik je zei dat dit het eind was, en voorgoed
Onze wegen voortaan zouden scheiden.
'Mijn arme kind 't is droevig maar het moet;
Beter is het heen te gaan' Ik zweeg en jij schreide.

Weet je nog? Toen mijn hand de jouwe
Zachtkens drukte, omdat jij spoedig zou zien
Dat ik niet de beste was. 'zo zijn vrouwen!'
En dat jij door je tranen lachte, en zei; 'Misschien...!"

Nu is het herfst opnieuw en regen, maar alleen
Schuil ik onder 't lover, denk aan jou - en ween...

 

 

In de bedding van je heupen

In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt

je voeten zijn ver
en toch behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag

ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen

 

 

spinnenwebben van moeheid

spinnenwebben van
moeheid dragen over
grandioze zeeën zijn
ellendig hart. en toch
zal alles zo blijven

 

 
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

Lees meer...

19-07-17

Otto Julius Bierbaum, Anna Enquist, Gottfried Keller, Lucas Malan, Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye

 

Dolce far niente

 

 
Champ de coquelicots door Claude Monet, 1885

 

 

Roter Mohn

Wenn im Sommer der rote Mohn
wieder glüht im gelben Korn,
wenn des Finken süßer Ton
wieder lockt im Hagedorn,
wenn es wieder weit und breit
feierklar und fruchtstill ist,
dann erfüllt sich uns die Zeit,
die mit vollen Massen misst.

Dann verebbt, was uns bedroht,
dann verweht, was uns bedrückt,
über dem Schlangenkopf der Not
ist das Sonnenschwert gezückt.
Glaube nur, es wird geschehn!
Wende nicht den Blick zurück!
Wenn die Sommerwinde wehn,
werden wir in Rosen gehn,
und die Sonne lacht uns Glück!

 

 
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)
Raadhuis in Grünberg (Nu: Zielona Góra), de geboorteplaats van Otto Bierbaum

Lees meer...

18-07-17

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Per Petterson, Elizabeth Gilbert, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Zuster

Er woont een zachte zuster in mijn huid
een vrijbuiter die in mijn lichaam bijt
ensoms haar handen op mijn zijde legt,
‘s nachts stelten loopt, of danst of rust.

Dan dringt zij ook haar dromen aan mij op
en ik leg mij huiverend naast haar:
een dode, een schamel geraamte,
knikkend en stamelend.

 

 

Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken

een kraan het hoog geluid van liefde fluit
een waterstraal die onverslapte aandacht tikt
een dronken boodschap in de brievenbus
een onverwacht bezoek aan de deur gevonden

de zee die door de straten weifelt
de zon een onbeholpen minnaar op mijn huid
en de doofstomme takken van de bomen
in mijn ogen et cetera

Tenzij ik jaren op je wachten wil
en op je mond het stempel ongeopend druk

als met een zegelring die woorden bloed
en vlijt in de nagels drijft

de handen die niets meer weten
van het feest dat morgen
in de cijfers van het heden
wijdbeens staat geplant

 

 
Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Lees meer...

17-07-17

Martin R. Dean, Rainer Kirsch, Eelke de Jong, Alie Smeding, Paul Lomami Tshibamba, James Purdy, Roger Garaudy, Clara Viebig, Lilian Loke

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog en ook mijn blog van 17 juli 2010.

Uit:The Guyana Knot (Vertaald door Nadia Lawrence)

“First of all, I’ll lie down. You have to dream a city first, before you can take possession of it. Then I’ll take my clothes out of the suitcase and spread them around the room; I shove the heavy metal trunk with the work tools under the bed, to begin with. I won’t need it for my first appearance. Till then I’m a normal traveler.
The hotel room is a strange thing. The white walls radiate the blind concentration of a delivery room; towards evening they become crowded with colorful plays of light and shade, which gently heave and sway this way and that and simulate a deep ocean bed. One of the walls, the east wall, curves into the middle of the room with a wide, full angel’s swing. I felt as if I was in a submarine when I came in. There were the round windows too, molded in greyish cast iron, three bull’s eyes which lure you towards three different views.
In a certain evening light, the south window goes blind and reflects the Vittorio Emanuele monument. Behind that gleam the enormous incisors of the Colosseum. I think about the story of the hotel rooms I’ve stayed in while I’ve been on tour. In northern Germany, melancholy square double bedrooms with a rustic feel and a luxury that amazed me. Further north, purple or mustard patterned carpets, rooms which chilled or nauseated me, all of them overheated. Instead of enjoying a view of chimney pots or shrubby pedestrian precincts, I watched TV for hours at a time. Like someone chained to the bed, I shuddered at the sight of politicians, priests and sportsmen, waffling entertainers in gloomy brewery cellars.
Still further north, in Sweden, I was brought to a room completely lined in blood-red velvet. Outside it was pitch dark and cold, Stockholm in never-ending rain. I sat tight in that room; the blood-red walls flowed over my hands and feet, trickled over my body. I showered half a dozen times and switched on every available lamp. Rainwater clung to bull’s eye window panes as thick as my finger; the only window looked out onto a murky inner courtyard into which, I imagined, a small girl with red glowing eyes and a slit throat was throwing herself, over and over again. Stockholm, an ode full of blood; through my mind ran images of murder, incest, torture and refined methods of mutilation. After ten days I traveled on to Helsinki. There I was met by pure coffin wood, the euphoria of a hotel room lined with pale pinewood. Pinewood, wherever I looked: there wasn’t half an inch in this shack that wasn’t made of that wood. The bed and the walls, the rails and the shower, the breakfast dishes and the chairs and tables—everything was made of pinewood. Looking out of the window, I still saw nothing but pine trees, though in between was sand and a few heavy birches, and in the distance, where the wet black sky stuck, a dreary sea. Not the foamy, steel blue sea of the south, but a northern sea welded tightly into the horizon, heaving up and down, thick and filthy. Up here, life came to an end; obscene fact, everything lay limply on the ground and wallowed in its own oily daze.“

 

 
Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

Lees meer...

16-07-17

In Memoriam Anne Golon

 

In Memoriam Anne Golon

De Franse schrijfster Anne Golon is op afgelopen vrijdag op 95-jarige leeftijd overleden in Versailles. Anne Golon werd geboren als Simone Changeux in Toulon, Frankrijk op 19 december 1921. zij is vooral bekend geworden als schrijfster van de Angélique-cyclus. Zie ook ook alle tags voor Anne Golon op dit blog.

Uit:Angélique et la Cour des Miracles

« Pour un peu, elles seraient allées s'installer tout de suite devant la maison de la rue de la Ferronnerie, mais les autres les houspillèrent et Cul-de-Bois rugit une fois de plus, les injuriant copieusement: — Merde alors! Si nous nous occupons de notre boulot et de nos petites affaires, alors que le Grand Coesre nous attend! Qu'est-ce qui m'a foutu des mémés pareilles! Les usages se perdent, ma parole !... Les mémés confuses baissèrent la tête et tremblotèrent du menton. Puis chacun, qui par un trou, qui par l'autre, se glissa dans le cimetière. Le crieur des morts s'éloigna en secouant sa clochette. Aux carrefours, il s'arrêtait, levant son visage vers la lune, et psalmodiait lugubrement:
Réveillez-vous, gens qui dormez Priez Dieu pour les trépassés...
Angélique, les yeux agrandis, s'avançait à travers le vaste espace gorgé de cadavres. Çà et là il y avait des fosses communes grandes ouvertes, déjà à moitié pleines de corps cousus dans leurs linceuls, et qui attendaient un nouveau contingent de morts pour être refermées. Quelques stèles, quelques dalles, posées à même le sol, marquaient ilasmaier„,tombes de familles plus fortunées. Mais c'était ici depuis des siècles le cimetière des pauvres gens. Les riches se faisaient enterrer à Saint-Paul. La lune, qui avait choisi enfin de régner dans un ciel sans nuages, éclairait maintenant la mince couche de neige recouvrant le toit de l'église et des bâtiments alentour. La croix des Buteaux, qui était un haut crucifix de métal, dressé près du prêchoir, au centre du terrain, luisait doucement. Le froid atténuait l'odeur nauséabonde. Personne d'ailleurs n'y attachait d'importance et Angélique elle-même respirait avec indifférence cet air saturé de miasmes. Ce qui attirait son regard et la sidérait au point qu'elle avait l'impression d'être la proie d'un cauchemar, c'étaient les quatre galeries qui, partant de l'église, formaient l'enclos du cimetière. Ces bâtiments datant du Moyen Âge étaient composés, dans leurs soubassements, d'un cloître aux arcades en ogive où, le jour venu, les marchands établissaient leurs éventaires. Mais, au-dessus du cloître, se trouvaient des galetas couverts de toits de tuiles, et qui reposaient du côté du cimetière sur des piliers de bois, laissant ainsi des intervalles à claire-voie entre les toitures et les voûtes. Tout cet espace était comblé d'ossements. Des milliers et des milliers de têtes de morts et de débris de squelettes s'entassaient là. Les greniers de la mort, gorgés de leur sinistre récolte, exposaient aux regards et à la méditation des vivants des amoncellements inouïs de crânes que les courants d'air séchaient et que le temps réduisait en cendres. Mais, sans cesse, de nouvelles provendes, extraites de la terre du cimetière, les remplaçaient. En effet, un peu partout, près des tombes, on voyait des tas de squelettes assemblés en fagots ou les sinistres boules blanches des têtes de morts soigneusement empilées par le fossoyeur et qui, demain, seraient rangées dans les greniers, au-dessus du cloître. —«

 

 
Anne Golon (19 december 1921 – 14 juli 2017)

18:23 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, anne golon, romenu |  Facebook |

Reinaldo Arenas, Georges Rodenbach, Tony Kushner, Anita Brookner, Jörg Fauser

 

De Cubaanse dichter en schrijver Reinaldo Arenas werd geboren op 16 juli 1943 in Holguin. Zie ook alle tags voor Reinaldo Arenas op dit blog.

Uit: The Color of Summer (Vertaald door Andrew Hurley)

“FIFO: (more enraged yet)
No more delay! Do what I say—
torpedo Avellaneda!
Brought back from the grave for this special day,
this is how she repays us!
No more mercy, no more pleas—
blast her out of the waves!
The broadest spot is the best spot to aim—
do it! Bombs away!
Be sure to shoot for the backside, boys! Death to every traitor!
AVELLANEDA:
No, not the backside, seat of inspiration!
Take aim at the fore!
All who read me know my slogan:
I wish all to enter through the front door.
All the participants in the act of repudiation throw rotten eggs at Avellaneda.
CHORUS:
No more mercy, no more pleas—
blast her out of the waves!
The backside's the best spot to aim,
so do it! Bombs away!
AVELLANEDA:
If that's the way it's going to be,
if that's the way they're going to treat me,
then I'm glad I decided not to stay.
Clearly, here there's no home for me,
so I'll make my getaway ...
But if I ever get my hands on that Horcayés
that brought me back from the dead,
when I get through with him he'll need
the finest seamstress in Key West,
to sew back on his head.
Meanwhile, on my rowing let me concentrate—
I think I'm going to have to paddle with both arms and both feet!”

 

 
Reinaldo Arenas (16 juli 1943 – 7 december 1990)
Cover 

Lees meer...

Dag Solstad, Bernard Dimey, Andrea Wolfmayr, Pierre Benoit, Franz Nabl

 

De Noorsde schrijver Dag Solstad werd geboren op 16 juli 1941 in Sandefjord. Zie ook alle tags voor Dag Solstad op dit blog.

Uit: Shyness and Dignity (Vertaald door Sverre Lyngstad)

“And so, when the chips are down, I must say, though not without a sense of repugnance, that if you wish to show your belief in democracy, you also have to do so when you are in the minority, convinced both intellectually and, not least, in your innermost self, that the majority, in the name of democracy, is crushing everything you stand for and that means something to you, indeed, all that gives you the strength to endure, well, that gives a kind of meaning to your life, something that transcends your own fortuitous lot, one might say. When the heralds of democracy roar, triumphantly bawling out their vulgar victories day after day so that it really makes you suffer, as in my own case, you still have to accept it; I will not let anything else be said about me, he thought.”
(...)

“for a brief moment it is his fate, and nothing else, that is frozen into immobility on the stage. The moment of the minor figure. Both before and after this he remains the same, the man who reels off those smart lines, one of which has acquired an immortal status in Norwegian literature: ‘If you take the life-lie away from an average person, you take away his happiness as well.”

 

 
Dag Solstad (Sandefjord, 16 juli 1941)

Lees meer...

15-07-17

Ann De Craemer, Jean Christophe Grangé, Driss Chraïbi, Iris Murdoch, Richard Russo, Jacques Rivière, Rira Abbasi

 

Bij de Tour de France

 

 
Alberto Contador

 

Uit: De seingever

“Hoe kon men op televisie na zijn dood nog vol lof beelden laten zien van zijn `heldhaftige' overwinning in 1999 in Luik-Bastenaken-Luik, als een groot deel van de wielerwereld toen al wist wat David Millar later in zijn boek Koersen in het duister schreef — dat VDB de avond voor La Doyenne elf slaappillen Stilnox had genomen en niet eens meer op zijn benen kon staan of praten? Hoe kon men deze man nog 'god' noemen als bleek dat hij renners uitlachte die geen verboden middelen durfden te nemen? Ik begon de verslaving, de zelfoverschatting, de list en het bedrog van VDB als symptomatisch te zien voor minstens een deel van de wielrennerij. Het moet vanaf dat moment geweest zijn dat ik met cynisme naar de koers begon te kijken. Renners leken wel goden die door hun aanbidders ook hun grootste zonden worden vergeven. Eventjes waren de fans kwaad, maar vervolgens werden de helden van alle verantwoordelijkheid ontslagen door die in de schoenen te schuiven van het geld, de roem, het gebroken sleutelbeen, de kapotte knie, de wielercoach of de media. Ik wist wel dat renners vaak pionnen waren in een groter spel van ploegleiders en commercie. Ik wist ook dat niet alle renners in hetzelfde bedje ziek waren en sommige het spel wel eerlijk speelden — maar waarnaar zat ik in dat geval te kijken? Sport, of slechte cinema? Ik betrapte mezelf erop dat ik steeds vaker cynische, harde opmerkingen maakte over een renner die een explosieve prestatie neerzette: er was vast weer iets aan de hand; wacht maar een paar maanden; we zullen er nog wel van horen. Vaak kreeg ik gelijk. Ik kon de beslissing van de Duitse zenders ARD en ZDF om de Ronde van Frankrijk in 2007 wegens dopingperikelen niet langer uit te zenden begrijpen, en zelf keek ik op een bepaald moment ook niet meer. De Ronde van Frankrijk van 2010 liet ik aan me voorbijgaan, en achteraf bleek dat er met winnaar Alberto Contador ook iets 'niet pluis' was.”

 

 
Ann De Craemer (Tielt, 1981)
Hier in het midden tijdens een uitzending van Vive le Vélo

Lees meer...

Robert Wohlleben, Heinrich Peuckmann, Walter Benjamin, Clive Cussler, Jacques Derrida, Hammond Innes, Kunikida Doppo

 

De Duitse dichter en schrijver Heinrich Peuckmann werd geboren op 15 juli 1949 in Kamen. Zie ook alle tags voor Heinrich Peuckmann op dit blog en ook mijn blog van 15 juli 2010.

 

Wenn überhaupt

Die Sonne schien noch
gegen Mittag, der leichte Wind
ist mild und in den Bäumen
mehr gelb als grün

Das ist jetzt deine Zeit
denkst du, Ende Oktober
wenn überhaupt, noch ein November
ein Dezember, wenn überhaupt

Die Sonne könnte wieder
scheinen, noch heute, noch
an dem einen oder andern
Tag, wenn überhaupt

Könnte das Gelb
zum Leuchten bringen, den
leichten Wind erwärmen
und dich vergessen machen

Das ist jetzt deine Zeit
Ende Oktober, noch
ein November, noch dies
noch das, wenn überhaupt

 

 
Heinrich Peuckmann (Kamen, 15 juli 1949)

Lees meer...

14-07-17

Irving Stone, Volker Kaminski, Natalia Ginzburg, Jacques de Lacretelle, Gavrila Derzjavin, Béatrix Beck, Arthur Laurents, Owen Wister, Willard Motley

 

De Amerikaanse schrijver Irving Stone werd geboren op 14 juli 1903 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Irving Stone op dit blog.

Uit:Lust for Life

“He did not know how much time passed. He got up, ripped the canvas off the frame, threw it into a corner, and put on a new one. He mixed some paints, sat down, and began work. One starts with a hopeless struggle to follow nature, and everything goes wrong; one ends by calmly creating from one’s palette, and nature agrees with it and follows. On croit que j’imagine—ce n’est pas vrai—je me souviens. It was just as Pietersen had told him in Brussels; he had been too close to his models. He had not been able to get a perspective. He had been pouring himself into the mould of nature; now he poured nature into the mould of himself. He painted the whole thing in the colour of a good, dusty, unpeeled potato. There was the dirty, linen table cloth, the smoky wall, the lamp hanging down from the rough rafters, Stien serving her father with steamed potatoes, the mother pouring the black coffee, the brother lifting a cup to his lips, and on all their faces the calm, patient acceptance of the eternal order of things. The sun rose and a bit of light peered into the storeroom window. Vincent got up from his stool. He felt perfectly calm and peaceful. The twelve days’ excitement was gone. He looked at his work. It reeked of bacon, smoke, and potato steam. He smiled. He had painted his Angelus. He had captured that which does not pass in that which passes. The Brabant peasant would never die.”
(...)

“The fields that push up the corn, and the water that rushes down the ravine, the juice of the grape, and the life of a man as it flows past him, are all one and the same thing. The sole unity in life is the unity of rhythm. A rhythm to which we all dance; men, apples, ravines, ploughed fields, carts among the corn, houses, horses, and the sun. The stuff that is in you, Gauguin, will pound through a grape tomorrow, because you and the grape are one. When I paint a peasant labouring in the field, I want people to feel the peasant flowing down into the soil, just as the corn does, and the soil flowing up into the peasant. I want them to feel the sun pouring into the peasant, into the field, the corn, the plough, and the horses, just as they all pour back into the sun. When you begin to feel the universal rhythm in which everything on earth moves, you begin to understand life….”

 

 
Irving Stone (14 juli 1903 – 26 augustus 1989)
Cover

Lees meer...

13-07-17

Boris Pasternak, Wole Soyinka, Isaak Babel

 

Dolce far niente

 

 
Zomer in de stad door Serguei Zlenko, 2012

 

Summer in the City

Soft exchanges fill the air
And in some fervent rush,
From the forehead, strands of hair
Were gathered with a brush.

Helmed, she casts a single glance
Upon your face and waits,
Throwing back her head at once
With her dangling braids.

While the humid, muggy night
Insinuates a storm,
All the passersby outside
Quickly scatter home.

And the thunder can be heard now.
There, resounding, it rings.
By the widow-frame, the curtain,
In the crosswinds, swings.

All is silent, all is hushed now
And it’s humid all the while,
And the lightning’s golden flashes
Are still groping in the skyline…

But the sunrise will ensue
With a breaking light, so stifling,
And dry the puddled avenues,
From the downpours and lightning.

You will see a look still stagnant,
From the lack of sleep, sedate,
On those age-old, on those fragrant
Limes that simply will not fade.

 

Vertaald door Andrey Kneller

 

 
Boris Pasternak (10 februari 1890 - 30 mei 1960)
Zomers Moskou, de stad waar Pasternak werd geboren.

Lees meer...

12-07-17

Hugo von Hofmannsthal, Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Elias Khoury, Stefan George

 

Dolce far niente

 

 
Rain at Twilight In Washington Square Park door Leah Lopez, z.j.

 

 

Regen in der Dämmerung

Der wandernde Wind auf den Wegen
War angefüllt mit süßem Laut,
Der dämmernde rieselnde Regen
War mit Verlangen feucht betaut.

Das rinnende rauschende Wasser
Berauschte verwirrend die Stimmen
Der Träume, die blasser und blasser
Im schwebenden Nebel verschwimmen.

Der Wind in den wehenden Weiden,
Am Wasser der wandernde Wind,
Berauschte die sehnenden Leiden,
Die in der Dämmerung sind.

Der Weg im dämmernden Wehen,
Er führte zu keinem Ziel,
Doch war er gut zu gehen
Im Regen, der rieselnd fiel.

 

 
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
De Hofburg in Wenen, de geboorteplaats van Hugo von Hofmannsthal

Lees meer...

11-07-17

Nikolaus Lenau, Jhumpa Lahir, Jane Gardam

 

Dolce far niente

 

 
Na de regen door German Tatarinov, 1980

 

 

Stimme des Regens

Die Lüfte rasten auf der weiten Heide,
Die Disteln sind so regungslos zu schauen,
So starr, als wären sie aus Stein gehauen,
Bis sie der Wandrer streift mit seinem Kleide.

Und Erd und Himmel haben keine Scheide,
In eins gefallen sind die nebelgrauen,
Zwei Freunden gleich, die sich ihr Leid vertrauen,
Und Mein und Dein vergessen traurig beide.

Nun plötzlich wankt die Distel hin und wider,
Und heftig rauschend bricht der Regen nieder,
Wie laute Antwort auf ein stummes Fragen.

Der Wandrer hört den Regen niederbrausen,
Er hört die windgepeitschte Distel sausen,
Und eine Wehmut fühlt er, nicht zu sagen.

 

 
Nikolaus Lenau (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850)
Lenauheim (Hongaars Csatád) Nikolaus Lenau werd geboren in Lenauheim.

Lees meer...