22-07-15

In Memoriam E.L. Doctorow

 

In Memoriam E.L. Doctorow

De Amerikaanse schrijver is gisteren op 84-jarige leeftijd overleden. Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow op dit blog.

Uit:Ragtime

“His life was absurd. He went all over the world accepting all kinds of bondage and escaping. He was roped to a chair. He escaped. He was chained to a ladder. He escaped. He was handcuffed, his legs were put in irons, he was tied up in a strait jacket and put in a locked cabinet. He escaped. He escaped from bank vaults, nailed-up barrels, sewn mailbags; he escaped from a zinc-lined Knabe piano case, a giant football, a galvanized iron boiler, a rolltop desk, a sausage skin. His escapes were mystifying because he never damaged or appeared to unlock what he escaped from. The screen was pulled away and there he stood disheveled but triumphant beside the inviolate container that was supposed to have contained him. He waved to the crowd. He escaped from a sealed milk can filled with water. He escaped from a Siberian exile van. From a Chinese torture crucifix. From a Hamburg penitentiary. From an English prison ship. From a Boston jail. He was chained to automobile tires, water wheels, cannon, and he escaped. He dove manacled from a bridge into the Mississippi, the Seine, the Mersey, and came up waving. He hung upside down and strait-jacketed from cranes, biplanes and the tops of buildings. He was dropped into the ocean padlocked in a diving suit fully weighted and not connected to an air supply, and he escaped. He was buried alive in a grave and could not escape, and had to be rescued. Hurriedly, they dug him out. The earth is too heavy, he said gasping. His nails bled. Soil fell from his eyes. He was drained of color and couldn't stand. His assistant threw up. Houdini wheezed and sputtered. He coughed blood. They cleaned him off and took him back to the hotel. Today, nearly fifty years since his death, the audience for escapes is even larger.”

 

 
E. L. Doctorow (6 januari 1931 – 21 juli 2015)

08:21 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, e.l. doctorow, romenu |  Facebook |

16-07-15

In Memoriam Rogi Wieg

 

In Memoriam Rogi Wieg

In zijn woonplaats Amsterdam is woensdagavond de Nederlandse dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Dat heeft zijn vrouw laten weten via Wiegs uitgeverij In de Knipscheer. Rogi Wieg was 52 jaar oud. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Poëzie

Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis toe gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig
- en al die mooie dingen dan -
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichtvaardig.

Er is te weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals dit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt, om nog iets goed te maken.

 

 

Als een sonnet van verveling

Vroeger wist ik al dat trage tijd
in mijn leven komen zou, dadenloos omlijnd.
Geboren in een sterrendoek zijn alle dingen toen verleid
tot maan die opkomt, maan die niet verdwijnt.
 
De stad legt zich in straten aan mij uit;
de nachtlamp brandt, gekletter van bestek.
Hier is men thuis in dat wat sluit
en nooit meer opengaat. Ik weet alleen oneigenlijk vertrek.
 
Ik deed de tijd af of ik niet bedacht
dat wat voorbij is nooit meer wijkt
en bij me blijft tot kindszijn toe.
 
Men kleedt zich uit, de klacht is moe
dat tijd veel trager lijkt
en einde weer tot herkomst bracht.

 

 

I WANT TO TALK ABOUT YOU

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

 

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)

24-06-15

In Memoriam Thé Lau

 

In Memoriam Thé Lau

De Nederlandse zanger, muzikant, componist en schrijver Thé Lau is gisteravond thuis in Amsterdam overleden. Dit meldt zijn management woensdag.Thé (Matheus Josephus) Lau werd geboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

Maar makkelijke score of niet, Robbie was voor het eerst met een vrouw naar bed geweest en teder betastte hij de plek waar Elsa had gelegen. Toen zijn vingertoppen in de plooien van het laken niets meer van haar voelden klom hij uit het bed, kleedde zich aan en liep naar de tafel bij het raam van het tuinhuisje. Ze had een bordje en een mok voor hem klaargezet. Op het bord lag een briefje:
‘Ik ben naar het paviljoen om schoon te maken. In de keuken is brood, en koffie en filters, als je wilt. Kijk maar. Kus. Elsa.’
Ze had een krullerig meisjeshandschrift, en onder haar naam had ze een hartje getekend. Het was aandoenlijk, en in strijd met haar nymfomane reputatie. Robbie tekende er een hartje naast en liep naar buiten.
Hij keek nieuwsgierig om zich heen. Wat vannacht in duisternis gehuld was geweest bleek een groot, met hoge bomen en krakkemikkige bouwsels bezaaid terrein. Drie schuren stonden her en der verspreid rond een grote boerderij met een aangevreten rieten dak. Van een ervan hingen de deuren in hun hengsels. In hun schaduw was een roestige tractor te zien, en eromheen slingerde gereedschap. Naast Elsa’s huisje stond een half ingestort kippenhok. Het geheel maakte de indruk van een machine die krakend en piepend tot stilstand was gekomen.
Robbie stak het erf over en opende het hek. Hij keek naar zijn witte Puch, die ertegenaan stond, en dacht aan zijn vader. Wat zou hij van deze eerste verovering hebben gevonden? Het antwoord zou Robbie nooit krijgen. Zijn vader had vorig jaar een beroerte gekregen en was zittend aan de schildersezel overleden. Robbie stapte op en startte de brommer.”

 

 
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

19:53 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, thé lau, romenu |  Facebook |

20-06-15

In Memoriam James Salter

 

In Memoriam James Salter

De Amerikaanse schrijver James Salter is op 90-jarige leeftijd overleden. Amerikaanse media schrijven dat zijn vrouw zijn overlijden bekend heeft gemaakt. James Salter werd op 10 juni 1925 in New York geboren. Zie ook alle tags voor James Salter op dit blog.

Uit: Light Years

“Their life is mysterious, it is like a forest; from far off it seems a unity, it can be comprehended, described, but closer it begins to separate, to break into light and shadow, the density blinds one. Within there is no form, only prodigious detail that reaches everywhere: exotic sounds, spills of sunlight, foliage, fallen trees, small beasts that flee at the sound of a twig-snap, insects, silence, flowers.
And all of this, dependent, closely woven, all of it is deceiving. There are really two kinds of life. There is, as Viri says, the one people believe you are living, and there is the other. It is this other which causes the trouble, this other we long to see.”
(…)

“He had his life—it was not worth much—not like a life that, though ended, had truly been something. If I had had courage, he thought, if I had had faith. We preserve ourselves as if that were important, and always at the expense of others. We hoard ourselves. We succeed if they fail, we are wise if they are foolish, and we go onward, clutching, until there is no one—we are left with no companion save God. In whom we do not believe. Who we know does not exist.”
(…)

“He was reaching that age, he was at the edge of it, when the world becomes suddenly more beautiful, when it reveals itself in a special way, in every detail, roof and wall, in the leaves of trees fluttering faintly before the rain. The world was opening itself, as if to allow, now that life was shortening, one long, passionate look, and all that had been withheld would finally be given.”

 

 
James Salter (10 juni 1925 – 19 juni 2015)

14-06-15

In Memoriam Drs. P.

 

In Memoriam Drs. P.

De Nederlands-Zwitserse schrijver, tekstschrijver, componist, zanger en pianist Drs. P is gisteren op 95-jarige leeftijd in Amsterdam overleden. Dat heeft zijn uitever laten weten. Drs. P (eig. Heinz Hermann Polzer) werd geboren in het Zwitserse Thun op  24 augustus 1919. Zie ook mijn blog van 24 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Drs. P. op dit blog.

 

De geneugten van de roem 

Het volk is hier op literair gebied
Nu niet bepaald tot geeuwens toe verwend
Vandaar ook, dat men in de houding schiet
Zodra men een auteur/auteuse ziet
Dit wordt de jeugd zo duchtig ingeprent
Dat zelfs de meest a-culturele blagen
Je respecteren als een exponent
Van al wat men moet hebben om te slagen
Je vindt je roem verwoord in heldensagen
Wanneer je een bekende schrijver bent
 
Als schrijver ga je door voor erudiet
Ervaren psycholoog en leuke vent
En (monkelend verteld of impliciet)
Een artistiek verantwoord sybariet –
Erotisch liberaal en vrij potent
Zodat je, waar je ook maar op komt dagen
Uitbundig wordt begroet, en geen moment
Om exclusieve aandacht hoeft te vragen
Men doet hier alles om je te behagen
Omdat je een bekende schrijver bent
 
De overheid, van allerhoogste piet
Tot onbezoldigd hulpverkeersagent
Het huisdier en de koekoek en de griet
Ja, al wat stem heeft zingt het hoogste lied
En dat dit jou betreft, is evident
In alle streken en bevolkingslagen
Bewierookt men je kwistig en frequent
En blijft men van je meesterschap gewagen
Geen mens, geen recensent zal aan je knagen
Zolang je een bekende schrijver bent
 
O willekeurling, doet het u verdriet
Dat niemand nergens nimmer u herkent?
Dan mag u zich, wat mij betreft, beklagen
Het leven is veel beter te verdragen
Indien je een bekende schrijver bent
 

 

 

 K.P. Kaváfis
 
Hij heeft het nooit gezien, zijn vaderland
Maar was en bleef een Griek, wat heet, Helleen
Zowel in tijd als plaats een vreemdeling
 
Alexandrië bruiste langs hem heen
Hij vond er in 't geheim bevrediging
Maar niet de rust der Elyzeese velden
 
En buiten een beperkte vriendenkring
Wist niemand van zijn dromen en zijn helden -
Bestond hij slechts als kennis of passant
 
Een pennelikker die op jongens viel
Maar met de jeugd der Oudheid in zijn ziel

 

 

Nazomer
 
’t Is prachtig weer; we profiteren
Van deze dag vol kleur en licht,
En dragen opgewekte kleren.
‘Iets koeler,’zegt het weerbericht.
 
Men hoort een dikke bromvlieg zoemen;
De lucht is onmiskenbaar blauw;
Er hangt een ijle geur van bloemen.
Toch valt de avond al weer gauw.
 
’t Is prachtig weer; we zitten samen
Te zonnen op ’t café-terras.
Een windstoot rammelt aan de ramen;
Er valt een herfstblad in mijn glas.
 
We laten onze blikken dwalen
En praten over ‘t mooie weer.
Maar na de laatste zonnestralen
Is het ineens geen zomer meer.

 

 

 
Drs. P (24 augustus 1919 – 13 juni 2015)

03-05-15

In Memoriam Ruth Rendell

 

In Memoriam Ruth Rendell

De Britse schrijfster Ruth Rendell is zaterdagmorgen op 85- jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar uitgever laten weten. Ruth Rendell werd geboren als Ruth Grasemann in Londen op 17 februari 1930. Zie ook alle tags voor Ruth Rendell op dit blog.

Uit: Some Lie and Some Die

"And thou,"' he said, '"what needest with thy tribe's black tents who hast the red pavilion of my heart?" There's going to be a lot of that going on, Mike, so you'd best get used to it. Letts'll have to put a couple of men on that quarry if we don't want gate-crashers.'
'I don't know,' said Burden. 'You couldn't get a motorbike in that way.' He added viciously: 'Personally, I couldn't care less who gets in free to Silk's bloody festival as long as they don't make trouble.'
On the Sundays side the chalk slope fell away unwalled; on the other it was rather feebly protected by broken chestnut paling and barbed wire. Beyond the paling, beyond a narrow strip of grass, the gardens of three houses in The Pathway were visible. Each had a tall new fence with its own gate. Wexford looked down into the quarry. It was about twenty feet deep, its sides overgrown with brambles and honeysuckle and wild roses. The roses were in full bloom, thousands of flat shell-pink blossoms showing against the dark shrubby growth and the golden blaze of gorse.
Here and there rose the slim silver trunks of birches. In the quarry depths was a little natural lawn of turf scattered with harebells. One of the flowers seemed to spiral up into the air, and then Wexford saw it was not a flower at all but a butterfly, a Chalkhill Blue, harebell-coloured, azure-winged.
'Pity they had to build those houses. It rather spoils things, doesn't it?'
Burden nodded. 'These days,' he said, 'I sometimes think you have to go about with your eyes half-closed or a permanent crick in your neck.'
'It'll still be lovely at night, though, espcially if there's a moon. I'm looking forward to hearing Betti Ho. She sings those anti-pollution ballads, and if there's anything we do agree on, Mike, it's stopping pollution. You'll like Miss Ho. I must admit I want to hear this Vedast bloke do his stuff, too.'
'I get enough of him at home,' said Burden gloomily. 'John has his sickly love stuff churning out night and day.'

 

 
Ruth Rendell (17 februari 1930 – 2 mei 2015) 

18:09 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, ruth rendell, romenu |  Facebook |

13-04-15

In Memoriam Günter Grass

 

In Memoriam Günter Grass

De Duitse schrijver Günter Grass is vandaag overleden in de stad Lübeck. Dat heeft zijn uitgever Steidl Verlag bekendgemaakt. Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. In 1999 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur. Grass is 87 jaar oud geworden.

Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: Die Blechtrommel

„Jetzt habe ich keine Worte mehr, muß aber dennoch überlegen, was Oskar nach seiner unvermeidlichen Entlassung aus der Heil- und Pflegeanstalt zu tun gedenkt. Heiraten? Ledigbleiben Auswandern? Modellstehen? Steinbruch kaufen? Jünger sammeln? Sekte gründen? All die Möglichkeiten, die sich heutzutage einem Dreißigjährigen bieten, müssen überprüft werden, wo mit überprüft, wenn nicht mit meiner Trommel. So werde ich also jenes Liedchen, das mir immer lebendiger und fürchterlicher wird, auf mein Blech legen, werde die Schwarze Köchin anrufen, befragen, damit ich morgen früh meinem Pfleger Bruno verkünden kann, welche Existenz der dreißigjährige Oskar fortan im Schatten eines immer schwärzer werdenden Kinderschreckens zu führen gedenkt; denn was mich früher auf Treppen erschreckte, was im Keller, beim Kohlenholen buhhh machte, daß ich lachen mußte, was aber dennoch immer schon da war, mit Fingern sprach, durchs Schlüsselloch hustete, im Ofen seufzte, schrie mit der Tür, wölkte auf aus Kaminen, wenn Schiffe im Nebel ins Horn atmeten, oder wenn zwischen den Doppelfenstern stundenlang eine Fliege starb, auch als die Aale nach Mama verlangten, und meine arme Mama nach den Aalen, wenn die Sonne hinter dem Turmberg verschwand und für sich lebte,starb, auch als die Aale nach Mama verlangten, und meine arme Mama nach den Aalen, wenn die Sonne hinter dem Turmberg verschwand und für sich lebte, Bernstein! Wen meinte Herbert, als er das Holz berannte? Auch hinterm Hochaltar — was wäre der Katholizismus ohne die Köchin, die alle Beichtstühle schwärzt? Sie warf den Schatten, als des Sigismund Markus Spielzeug zusammenbrach, und die Gören auf dem Hof des Mietshauses, Axel Mischke und Nuchy Eyke, Susi Kater und Hänschen Kollin, sie sprachen es aus, sangen, wenn sie die Ziegelmehlsuppe kochten: »Ist die Schwarze Köchin da? Jajaja! Du bist schuld und du bist schuld und du am allermeisten. Ist die Schwarze Köchin da...« Immer war sie schon da, selbst im Waldmeisterbrausepulver, so unschuldig grün es auch schäumte; in allen Kleiderschränken, in denen ich jemals hockte, hockte auch sie und lieh sich später das dreieckige Fuchsgesicht der Luzie Rennwand aus, fraß Wurstbrote mitsamt den Pellen und führte die Stäuber auf einen Sprungturm — nur Oskar blieb übrig, sah Ameisen zu und wußte: das ist ihr Schatten, der sich vervielfältigt hat und der Süße nachgeht, und alle die Worte: Gebenedeite, Schmerzensreiche, Seliggepriesene, Jungfrau der Jungfrauen ... und alle die Gesteine: Basalt, Tuff, Diabas, Nester im Muschelkalk, Alabaster so weich... und all das zersungene Glas, durchsichtige Glas, hauchdünn geatmete Glas... und Kolonialwaren: Mehl und Zucker in blauen Pfund- und Halbpfundtüten. Später vier Kater, deren einer Bismarck hieß, die Mauer, die frisch gekalkt werden mußte, ins Sterben verstiegene Polen, auch Sondermeldungen, wenn wer was versenkte, Kartoffeln, die von der Waage polterten, was sich zum Fußende hin verjüngt, Friedhöfe, auf denen ich stand, Fliesen, auf denen ich kniete, Kokosfasern, auf denen ich lag ... alles im Beton Eingestampfte, der Saft der Zwiebeln, der die Tränen zieht, der Ring am Finger und die Kuh, die mich leckte... Fragt Oskar nicht, wer sie ist! Er hat keine Worte mehr. Denn was mir früher im Rücken saß, dann meinen Buckel küßte, kommt mir nun und fortan entgegen:

Schwarz war die Köchin hinter mir immer schon.
Daß sie mir nun auch entgegenkommt, schwarz.
Wort, Mantel wenden ließ , schwarz.
Mit schwarzer Währung zahlt, schwarz.
Während die Kinder, wenn singen, nicht mehr singen:
Ist die Schwarze Köchin da? Ja — Ja — Ja!"

 

 
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

20:38 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: in memoriam, günter grass, romenu |  Facebook |

26-02-15

In Memoriam Fritz J. Raddatz

 

In Memoriam Fritz J. Raddatz

De Duitse schrijver, criticus, columnist, essayist en biograaf Fritz J. Raddatz is op 83-jarige leeftijd overleden. Zie ook alle tags voor Fritz J. Raddatz op fit blog.

Uit: Tagebücher

„15.–17. Mai 1982
Seltsames, im Grunde trauriges Wochenende in Berlin. Freitag abend mit Brasch essen, ein anfänglich wunderbarer, freundschaftlicher Abend – habe das Gefühl, daß wir uns gegenseitig sehr mögen (was er ja, als ich krank war, auch durch rührende Fürsorglichkeit bewies) und uns auch sehr viele « Wahrheiten » sagen können. Er wohnt sehr am Abgrund, an der Finsternis – und versteht dadurch offenbar meine Lebenssituation, die ich als immer auswegloser empfinde ; was ich ihm sagen kann. Sonst muß ich ja der Muntere und Flinke sein. « Ediert, nicht geboren », nannte das der ahnungslose Henrichs neulich, weil er annimmt, daß Leben für mich nur aus Lesen und Intellektualität bestünde. Wenn er wüßte, daß ich bereit wäre, die ganze Scheiß-Intellektualität hinzuwerfen, wenn . . . Neulich nach dem Montand-Konzert sah ich jemanden, der prompt hinterher auch im bösen Keller auftauchte, dann – obwohl ich ihn ansprach – sehr rasch « weg » war. Ärgerte mich nexten Tags, weil ich dachte, das sei wegen « betrunkener, alter Mann » gewesen. Nix da : Donnerstag abend, bevor ich nach Berlin flog, war ich dort wieder, traf den, sprach mit ihm – ein CDU-Parolen plappernder Dummkopf, der mir gleich sagte, er sei aber kein Gesprächspartner für mich. Erstens sei ich doch nun wohl alt genug geworden, um zu wissen, daß man sich hier nicht unterhalten wolle, und zweitens sei ich ihm zu « hoch » – er wisse genau, wer ich sei. Sprach’s und ging vor meinen Augen in den Dunkelraum. Das meinte Brasch , wenn er mich zu « mächtig » nannte. Ein gutes Wort auf der Suche nach dem Grund, war um Menschen – erst von mir fasziniert – mich gleichsam abstoßen, sich retten ; mindestens in die « Scheidung » à la Ledig : Alle retteten sich ja vor mir. Es ist irgendeine « Über »-Spannung in mir oder an mir. Ich habe das nun tausendmal erlebt. Der Brasch -Abend wurde eine Brasch-Nacht mit entsetzlichem Besäufnis, wohl ganz komisch, was er mir hinterher davon erzählte – ganze Teile, die ich nicht mehr erinnerte, habe dann ja förmliche Blackouts und wüßte selbst unter Mordverdacht nicht mehr zu sagen, was ich wann und wo tat. Auch kein gutes Zeichen.“

 

 
Fritz J. Raddatz (3 september 1931 - 26 februari 2015)

08-02-15

In Memoriam André Brink

 

In Memoriam André Brink

De Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink is vrijdagavond aan boord van een KLM-vlucht van Amsterdam naar Kaapstad overleden. Brink was op de terugweg van België, waar hij een eredoctoraat van de Universiteit van Leuven toegekend had gekregen. André Brink werd geboren op 29 mei 1935 in Vrede. Hij is 79 jaar geworden. Zie ook alle tags voor André Brink op dit blog.

Uit: A dry white season

“For some time he was houseboy for a rich Jewish family in Houghton; later he found a better paid job as messenger for a firm of attorneys in the city, and then as an assistant in a bookshop. Somehow he managed to keep up his reading and the manager of the bookshop, pleased by his interest, helped him to continue his studies. In this way he eventually passed Standard Four.
At that stage Gordon went back to the Transkei. A traumatic experience, as it turned out, since there was no work for him back home, apart from lending a hand with the paltry farming activities of a great-uncle: planting maize, scouring the veld with a lean dog in search of hares for meat, sitting in the sun in front of the hut. He'd left the city because he couldn't stand life there any more; but it proved to be worse on the farm. There was something fretful and desultory in his blood after the years he'd been away. All the money he'd brought with him had gone into lobola -- the dowry for a wife; and barely a year after his arrival in the Transkei he returned to the only place he really knew, Johannesburg, Gouthini. After a brief unsettled spell he landed at Ben's school.
One after another his children were born: in Alexandra, then Moroka, then Orlando. The eldest was Jonathan, his favourite. From the outset Gordon had resolved to rear his son in the traditions of his tribe. And when Jonathan turned fourteen he was sent back to the Transkei to be circumcised and initiated.
A year later Jonathan -- or Sipho, which Gordon said was his "real" name-was back, no longer a kwedini but a man. Gordon had always spoken about this day. From now on he and his son would be allies, two men in the house. There was no lack of friction, since Jonathan obviously had a mind of his awn; but on the main issue they agreed: Jonathan would go to school for as long as possible. And it was just after he'd passed Standard Six and secondary school was becoming an expensive business, that they turned to Ben for help.”

 

 
André Brink (29 mei 1935 – 6 februari 2015)

30-01-15

In Memoriam Rod McKuen

 

In Memoriam Rod McKuen

De Amerikaanse dichter en zanger Rod McKuen is gisteren op 81-jarige leeftijd overleden, zo melden Amerikaanse media. De populaire dichter en zanger was al enige tijd ziek. Rod McKuen werd geboren in Oakland, Californië op 29 april 1933. Zie ook alle tags voor Rod McKuen op dit blog.

 

In Someones Shadow

One day a man will take you on the high roads;
After a time he'll leave you someplace nice
Or tell you where the big boys play.
They usually string out their games
In someone's shadow
It could be yours.
More likely mine,
For mine's grown longer and there's more room here.

I ache to learn some new games now,
I've been away too long.
To see a new door open I'd go almost anywhere...
even backward,
If I had the time.

Catch me in the sunlight.
Catch me pacing the trees.
Build a fence around me
the moment you see me running
I'm so elusive sometimes
I miss the things worth stopping for.

Now comes the time for closeness once again
Turn me over gently
Hold me for the woman I am.
Smooth out the wrinkles on my face
because I need.

The big boys play
In someone's shadow down the street

 

 
Rod McKuen (29 april 1933 – 29 januari 2015)

15-12-14

In Memoriam Cees van der Pluijm

 

In Memoriam Cees van der Pluijm

 

Geheel onverwachts is gisteren op 60-jarige leeftijd de Nederlandse dichter Cees van der Pluijm overleden. Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

Een felle blauwe lucht omspant de aarde
Het tintelt in je vingers en je oren
Je adem blijft in kleine wolkjes achter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Een mand cadeautjes van een hoogbejaarde
Het zelfde kind werd altijd weer geboren
En Vader Tijd was lang nog niet zo'n slachter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Voor stadsen heeft de winter weinig waarde
Geen grillig hardbevroren karresporen
Geen sneeuw maar vieze smurrie, kleffer, zachter
De winters van mijn jeugd... ze zijn verloren

Toen ik mij onder stedelingen schaarde
Ontdekte ik als heimweevolle smachter
De winters van mijn jeugd. Ze zijn verloren.

 

 

GEBOUW A

I

Vanuit de zaal weerklonk een zwaar geruis
Een hees geloei deed al je botten trillen
Het was er stervenswarm, ondanks de kou
Van marmer, bakeliet, beton en staal

En bovenin, daar hield je vader huis
Hij was God zelf; de nukken en de grillen
Van alle zenders kende hij voor jou
Hij hoorde hun geklaag en sprak hun taal

De wereldkaart gaf onweerlegbaar aan:
Hier is het centrum, einde en begin
Hier, waar de masten naar de hemel gaan

In dit gebouw; een tempel waar de zin
Van het bestaan in loeien, ruisen, fluiten
Je hoorbaar werd totdat je oren tuitten



II

Je droeg een korte broek en bracht hem brood
Je was de zoon van God, je was geboren
Pal naast de slagboom en de watertoren;
De wereld om je heen was hoog en groot

Als je geluk had, mocht je mee naar boven
De omgang bij de koepel op, het waaide
Daar altijd door; je zag je huis en zwaaide
Naar al wat klein leek nu; je wou geloven

Dat alles hier van jou was, nooit meer kon
Dit paradijs ontglippen aan je macht

Vanuit die grijze tempel van beton
Aanschouwde je de hei, het bos, de wolken

Dit was jouw rijk, je had het zelf bedacht
En kon er al je dromen mee bevolken.

 

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)

10-12-14

In Memoriam Ralph Giordano

 

In Memoriam Ralph Giordano

De Duitse schrijver en journalist Ralph Giordano is in de nacht van dinsdag op woensdag op 91-jarige leeftijd overleden. Ralph Giordano werd op 20 maart 1923 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Ralph Giordano op dit blog.

Uit: Morris -- Die Geschichte einer Freundschaft

„Er wußte, daß diese Novembertage den ersten vernichtenden Schlag gegen die jüdische Existenz in Deutschland bedeuteten. Er sagte mir das, als ich ihn an dem Unglückstag nach Hause, zur Grindelallee, begleitete. Mit merkwürdiger Stimme meinte er zu mir: "Dabei bleibt es nicht, dabei bleibt es so sicher nicht, wie ich jetzt neben dir gehe. Es war eine Probe, wie weit sie es treiben können, mehr nicht ..." Er hatte da so etwas Furchtbares geäußert, etwas, das alles Unausdenkbare in sich schloß, daß ich mich wie in einem Gefängnis fühlte, aus dem es kein Entrinnen mehr gab, dessen dicke Mauern der menschlichen Kraft und dem menschlichen Willen Hohn spotteten, obwohl ich selbst von diesem aufkommenden Riesenschatten nicht bedroht war. Ich sah zu Morris hoch. Trotzdem ich erst fünfzehn Jahre alt war, wuchs in mir plötzlich ein großes Gefühl, ein Erkennen für die jahrtausendealte Tragik jenes schwer leidenden Volkes, als dessen Repräsentant mir nun Morris erschien. "Kann ich helfen?" fragte ich ihn, um mich in der nächsten Sekunde der Lächerlichkeit meiner Worte zu schämen. "Uns kann niemand mehr helfen, wenn uns nicht schnell geholfen wird", erwiderte Morris sinnend. "Einzelne in Deutschland können vielleicht einzelnen Juden helfen. Aber die Masse der Juden ist verloren, wenn nicht sehr bald Gegenmaßnahmen getroffen werden."
Später erkannte ich, wie wahr er gesprochen hatte. Damals jedoch wußte ich nicht recht, was er meinte. Krieg? Meine Vorstellungen von Krieg waren nebelhaft und verschwommen, bargen bei meiner Unwissenheit keine Schrecken in sich. Während wir weitergingen, dachte ich über jedes Wort nach. Halb verschleiert, gleichsam umschrieben mit lautlosen Worten, kündigte mir Morris etwas Entsetzliches an: nänilich die Vernichtung, die physische Vernichtung von Menschen, weil sie einer bestimmten Rasse angehörten" Wenn ich mich heute in jene Stunde zurückversetze, dann fällt mir ein, daß ich dies schon damals nicht bezweifelte, nachdem ich selbst die Masse gesehen hatte, die des Mordes und der Plünderung Zeuge gewesen war, ohne Widerstand zu leisten.“

 

 
Ralph Giordano (20 maart 1923 - 10 december 2014)

02-12-14

In Memoriam Mark Strand

 

In Memoriam Mark Strand

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand is zaterdag, 29 november, op 80-jarige leeftijd overleden. Mark  Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

The Coming of Light

Even this late it happens:
the coming of love, the coming of light.
You wake and the candles are lit as if by themselves,
stars gather, dreams pour into your pillows,
sending up warm bouquets of air.
Even this late the bones of the body shine
and tomorrow's dust flares into breath.

 

 

My Life

The huge doll of my body
refuses to rise.
I am the toy of women.
My mother

would prop me up for her friends.
"Talk, talk," she would beg.
I moved my mouth
but words did not come.

My wife took me down from the shelf.
I lay in her arms. "We suffer
the sickness of self," she would whisper.
And I lay there dumb.

Now my daughter
gives me a plastic nurser
filled with water.
"You are my real baby," she says.

Poor child!
I look into the brown
mirrors of her eyes
and see myself

diminishing, sinking down
to a depth she does not know is there.
Out of breath,
I will not rise again.

I grow into my death.
My life is small
and getting smaller. The world is green.
Nothing is all.

 

 
Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

07-10-14

In Memoriam Siegfried Lenz

 

In Memoriam Siegfried Lenz

 

De Duitse schrijver Siegfried Lenz is vandaag op 88-jarige leeftijd in Hamburg overleden. Siefried Lenz werd op 17 maart 1926 in Lyck, in de landstreek Masuren in Oostpruisen geboren. Zie ook alle tags voor Siegfried Lenz op dit blog.

Uit: Deutschstunde

“Sie haben mir eine Strafarbeit gegeben. Joswig selbst hat mich in mein festes Zimmer gebracht, hat die Gitter vor dem Fenster beklopft, den Strohsack massiert, hat sodann, unser Lieblingswärter, meinen metallenen Schrank durchforscht und mein altes Versteck hinter dem Spiegel. Schweigend, schweigend und gekränkt hat er weiterhin den Tisch inspiziert und den mit Kerben bedeckten Hocker, hat dem Ausguß sein Interesse gewidmet, hat sogar, mit forderndem Knöchel, dem Fensterbrett ein paar pochende Fragen gestellt, den Ofen auf Neutralität untersucht, und danach ist er zu mir gekommen, um mich gemächlich abzutasten von der Schulter bis zum Knie und sich beweisen zu lassen, daß ich nichts Schädliches in meinen Taschen trug. Dann hat er vorwurfsvoll das Heft auf meinen Tisch gelegt, das Aufsatzheft – auf dem grauen Etikett steht: Deutsche Aufsätze von Siggi Jepsen –, ist grußlos zur Tür gegangen, enttäuscht, gekränkt in seiner Güte; denn unter den Strafen, die man uns gelegentlich zuerkennt, leidet Joswig, unser Lieblingswärter, empfindlicher, auch länger und folgenreicher als wir. Nicht durch Worte, aber durch die Art, wie er abschloß, hat er mir seinen Kummer zu verstehen gegeben: lustlos, mit stochernder Ratlosigkeit fuhr sein Schlüssel ins Schloß, er zauderte vor der ersten Drehung, verharrte wiederum, ließ das Schloß noch einmal aufschnappen und beantwortete sogleich diese Unentschiedenheit, sich selbst verweisend, mit zwei schroffen Umdrehungen. Niemand anders als Karl Joswig, ein zierlicher, scheuer Mann, hat mich zur Strafarbeit eingeschlossen.
Obwohl ich fast einen Tag lang so sitze, kann und kann ich nicht anfangen: schau ich zum Fenster hinaus, fließt da durch mein weiches Spiegelbild die Elbe; mach ich die Augen zu, hört sie nicht auf zu fließen, ganz bedeckt mit bläulich schimmerndem Treibeis. Ich muß die Schlepper verfolgen, die mit krustigem, befendertem Bug graue Schnittmuster entwerfen, muß dem Strom zusehen, wie er von seinem Überfluß Eisschollen an unseren Strand abgibt, sie hinaufdrückt, knirschend höherschiebt bis zu den trockenen Schilfstoppeln, wo er sie vergißt. Widerwillig beobachte ich die Krähen, die, scheint’s, eine Verabredung bei Stade haben: von Wedel her, von Finkenwerder und Hahnöfersand schwingen sie einzeln heran, vereinigen sich über unserer Insel zu einem Schwarm, steigen und wenden in verwinkeltem Flug, bis sie sich auf einmal einem günstigen Wind anbieten, der sie nach Stade wirft.
Das knotige Weidengebüsch lenkt mich ab, das glasiert ist und mit trockenem Reif gepudert; der weiße Maschendraht, die Werkräume, die Warntafeln am Strand, die hartgefrorenen Klumpen des Gemüselandes, das wir im Frühjahr unter Aufsicht der Wärter selbst bebauen: alles und sogar die Sonne lenkt mich ab, die, wie durch Milchglas getrübt, lange, keilförmige Schatten fordert."

 

 
Siegfried Lenz (17 maart 1926 – 7 oktober 2014)