12-03-15

Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester

 

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Circle

“My God, Mae thought. It’s heaven.
The campus was vast and rambling, wild with Pacific color, and yet the smallest detail had been carefully considered, shaped by the most eloquent hands. On land that had once been a shipyard, then a drive-in movie theater, then a flea market, then blight, there were now soft green hills and a Calatrava fountain. And a picnic area, with tables arranged in concentric circles. And tennis courts, clay and grass. And a volleyball court, where tiny children from the company’s day care center were running, squealing, weaving like water. Amid all this was a workplace, too, 400 acres of brushed steel and glass on the headquarters of the most influential company in the world. The sky above was spotless and blue.
Mae was making her way through all of this, walking from the parking lot to the main hall, trying to look as if she belonged. The walkway wound around lemon and orange trees, and its quiet red cobblestones were replaced, occasionally, by tiles with imploring messages of inspiration. “Dream,” one said, the word laser-cut into the stone. “Participate,” said another. There were dozens: “Find Community.” “Innovate.” “Imagine.” She just missed stepping on the hand of a young man in a gray jumpsuit; he was installing a new stone that said, “Breathe.”
On a sunny Monday in June, Mae stopped in front of the main door, standing below the logo etched into the glass above. Though the company was less than six years old, its name and logo — a circle surrounding a knitted grid, with a small ‘c’ in the center — were already among the best known in the world. There were more than 10,000 employees on this, the main campus, but the Circle had offices all over the globe and was hiring hundreds of gifted young minds every week. It had been voted the world’s most admired company four years running.
Mae wouldn’t have thought she had a chance to work at such a place but for Annie. Annie was two years older, and they roomed together for three semesters in college, in an ugly building made habitable through their extraordinary bond, something like friends, something like sisters — or cousins who wished they were siblings and would have reason never to be apart. Their first month living together, Mae broke her jaw one twilight, after fainting, flu-ridden and underfed, during finals. Annie had told her to stay in bed, but Mae went to the Kwik Trip for caffeine and woke up on the sidewalk, under a tree."

 

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

Lees meer...

Jenny Erpenbeck

 

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck werd geboren op 12 maart 1967 in Oost-Berlijn. Erpenbeck is de dochter van de natuurkundige, filosoof en schrijver John Erpenbeck en de Arabische vertaalster Doris Kilias. Haar grootouders van vaders zijde zijn de auteurs Fritz Erpenbeck en Hedda Zinner. Erpenbeck volgde de middelbare school in Oost-Berlijn, waar ze in 1985 examen deed. Vervolgens voltooide ze een tweejarige opleiding tot boekbinder. Ze werkte vervolgens bij diverse theaters als rekwisieten manager en costumière. Van 1988-1990 studeerde zij Theaterwetenschap aan de Humboldt Universiteit van Berlijn. In 1990 stapte zij over naar muziektheater-regie aan de Hochschule für Musik "Hanns Eisler". Na de succesvolle afronding van deze studie in 1994 werkte zij eerst als regie-assistente bij het Opernhaus Graz, Vanaf 1997maakte zij daar haar eigen producties. Als freelance regisseur, regisseerde ze vanaf 1998 in verschillende plaatsen in Duitsland en Oostenrijk. Erpenbeck begon in de jaren 1990, naast haar werk als regisseur aan een schrijverscarrière. Zij is de auteur van verhalend proza ​​en toneelstukken. In 1999 verscheen haar debuut “Geschichte vom alten Kind”, in 2001, de verhalenbundel “Tand”, in 2004, de novelle “Wörterbuch” en in 2008 de roman “Heimsuchung”. In 2013 ontving zij de Joseph Breitbach Prijs voor haar gehele oeuvre.

Uit: Heimsuchung

„Wenn eine heiratet, darf sie sich ihr Brautkleid nicht selbst nähen. Auch in ihrem eigenen Haus darf das Brautkleid nicht hergestellt werden. Auswärts wird es genäht und beim Nähen darf keine Nadel zerbrechen. Der Stoff für ein Brautkleid darf beim Nähen nicht gerissen, er muß geschnitten werden. Ist beim Zuschneiden ein Fehler passiert, darf das Stück Stoff nicht mehr verwendet werden, es muß ein neuer Streifen vom gleichen Stoff nachgekauft werden. Die Schuhe für die Hochzeit darf die Braut sich nicht von ihrem Bräutigam schenken lassen, sondern muß sie sich selber kaufen, und zwar von den Pfennigen, die sie zuvor über lange Zeit hinweg gesammelt hat. Die Hochzeit darf nicht in der heißesten Zeit, also nicht an den Hundstagen stattfinden, aber auch nicht im wetterwendischen Monat April, die Wochen des Aufgebots vor der Hochzeit dürfen nicht auf die Marter woche vor Ostern fallen, und bei der Hochzeit selbst soll Vollmond sein, oder wenigstens zunehmender Mond, der beste Monat für eine Hochzeit ist Mai. Einige Wochen vor dem Hochzeitstermin wird das Aufgebot bestellt und im Schaukasten ausgehängt. Die Freundinnen der Braut flechten Blumengirlanden und umkränzen damit den Kasten. Ist das Mädchen im Dorf beliebt, werden es drei oder mehr Ranken sein. Eine Woche vor dem Hochzeitstag wird mit dem Schlachten und Backen begonnen, aber die Braut darf auf keinen Fall ein Feuer im Ofen flackern sehen. Am Tag vor der Hochzeit kommen nachmittags die Kinder des Dorfes und poltern, sie werfen Geschirr in den Torweg, so daß es zerbricht, aber kein Glas, und bekommen von der Hochzeitsmutter Kuchen gereicht. Am Polterabend bringen die Erwachsenen ihre Geschenke, sie sagen Gedichte auf und nehmen am Polterabendschmaus teil. Am Polterabend dürfen die Lichter nicht flackern, das bringt Unglück. Die Scherben am Torweg fegt die Braut am andern Morgen zusammen und wirft sie in eine Grube, welche der Bräutigam ausgehoben hat. Danach wird die Braut von ihren Freundinnen für die Hochzeit geschmückt, sie trägt Myrtenkranz und Schleier. Tritt das Brautpaar aus dem Haus, halten zwei Mädchen ein Blumengewinde, sie senken es nieder, das Brautpaar steigt darüber hinweg. Sodann erfolgt die Abfahrt zur Kirche. Die Pferde haben an den Außenseiten des Zaumes zwei Bänder, ein rotes für die Liebe, und ein grünes für die Hoffnung. Die Peitschen zeigen dieselben Bänder. Die Brautkutsche ist mit einer Ranke von Buchsbaum geschmückt, manchmal auch von Wacholder.“

 


Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)

18:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jenny erpenbeck, romenu |  Facebook |

Benedict Wells

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Benedict Wells werd geboren geboren in München in 1984. Wells volgde de middelbare school n drie Beierse kostscholen en sloot zijn opleiding af met het eindexamen gymnasium. In 2003 verhuisde hij naar Berlijn, waar hij besloot om niet te gaan studeren, om te kunnen schrijven. In zijn levensonderhoud voorzag hij met diverse gelegenheidsbaantjes. Zijn tweede roman, "Becks letzter Sommer ", werd als eerste gepubliceerd (in 2008) en kreeg veel aandacht in de literaire kritiek. Zo noemde hem het weekblad Die Zeit "het meest interessante debuut van het jaar." Het boek vertelt het verhaal van Robert Beck, een leraar en muzikant van eind 30, die terugkijkt op zijn leven en een roadtrip naar Istanbul maakt. Op de leeftijd van 23 was Wells, toen de roman werd gepubliceerd, de jongste auteur onder contract. Voorafgaand aan de publicatie van de roman werkte Wells als redacteur bij de televisie. In 2009 werd hij onderscheiden met de Beierse Kunstprijs. In hetzelfde jaar verscheen zijn oorspronkelijk eerste roman "Spinner", die hij schreef hij toen hij negentien jaar was. De hoofdpersoon is de twintig jaar oude Jesper Lier, die een bewogen week in Berlijn beleeft. Wells 'derde roman " Fast genial " verscheen in 2011 en steeg naar plaats 6 op de bestseller lijst. Het gaat over een jongen uit een arme familie, die op zoek gaat naar zijn onbekende en blijkbaar briljante vader. Zoals pas na het succes van zijn derde roman bekend werd - en zeer tegen zijn wil - is Wells de broer van Ariadne von Schirach, en neef van de schrijver Ferdinand von Schirach. Zijn achternaam is echter geen pseudoniem, hij heet ook in zijn dagelijks leven Wells. Om zich te distantiëren van zijn vroegere achternaam, in welke vorm dan ook, en om onafhankelijk te zijn, liet Wells zijn naam in zijn paspoort officieel veranderen. Het is ook een eerbetoon aan Homer Wells uit de roman "The Cider House Rules" door John Irving. Irving's romans waren ook de reden waarom hij begon te schrijven.

Uit: Fast genial

„Einen Tag nach dem Selbstmordversuch seiner Mutter saß Francis auf einer Bank am Hudson. Er war angespannt, denn er hatte etwas vor, was ihm eigentlich widerstrebte. Er wollte Ryan Wilco in seiner Kanzlei besuchen und sich von ihm Geld leihen. Sein Stiefvater hatte es ihm zwar oft angeboten, aber Francis hatte immer abgelehnt. Und seit Ryan sich an der Börse verspekuliert hatte, war er längst nicht mehr so großzügig. Das Haus in Long Island hatte er zwar behalten können, allerdings hatte er dafür einen Kredit aufnehmen müssen, den er nun monatlich abbezahlte. Doch Francis musste es einfach bei ihm versuchen. Durch den Brief seiner Mut ter wusste er endlich, was er zu tun hatte, und dafür brauchte er so viel Geld wie möglich.
Dampf stieg aus den Straßenschächten, alle paar Minuten ertönten Polizeisirenen, ein Presslufthammer dröhnte. Francis hatte der lärmenden Stadt den Rücken zugedreht und blickte auf den Fluss. Es war ein warmer Nachmittag, die Sonne spiegelte sich auf dem Wasser, neben ihm saß eine Japanerin in einem pinkfarbenen Trainingsanzug und telefonierte.
Als Kind war Francis oft in New York gewesen. Er hatte Ryan in seiner Kanzlei besucht, und auch nach der Scheidung war er ein Mal die Woche mit ihm in Manhattan Mittag essen gegangen. Sein Stiefvater hatte versprochen, ihn immer zu unterstützen, und Francis war sich sicher gewesen, dass sich an ihrem Verhältnis nichts ändern würde.
Aber bald hatten sich die Probleme gehäuft. Er war in die Pubertät gekommen und hatte rebelliert. Und er hatte diesen simplen Gedanken einfach nicht abschütteln können: Wenn Ryan ihn wirklich so gern hatte, wieso lebte er dann lieber allein mit seinem richtigen Sohn in New York?
Dieser Gedanke war in den folgenden Jahren stärker geworden und hatte ihre Beziehung vergiftet. Sie hatten sich nur noch selten zum Mittagessen getroffen. Ryan hatte die unschöne Angewohnheit gehabt, sich als sein Vater aufzuspielen und ihn zu kritisieren, und einmal war es dabei zu einem folgenschweren Streit gekommen. Ryan hatte schlecht über seine Exfrau geredet, Francis hatte seine Mutter verteidigt und entgegengehalten, er sei nicht sein richtiger Vater, und schließlich hatte er Ryan in einem unbeherrschten Moment ein kaltherziges Arschloch genannt.“

 

 
Benedict Wells (München, 1984)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: benedict wells, romenu |  Facebook |

11-03-15

80 Jaar Frans Vogel

 

De Nederlandse schrijver, dichter, columnist, het fotomodel, de beeldend kunstenaar en copywriter Frans Vogel werd op 11 maart 1935 geboren in Haarlem als Geert Franciscus de Vogel. In 1949 verhuisde hij van het Sint Jozefkindertehuis in Haarlem naar een tehuis in Rotterdam. Hij werkte o.a. als corrector bij de Maasbode en op een reclamebureau en schreef o.a. voor Het Vrije Volk, Rotterdams Dagblad en Circuit. Van groot belang was zijn ontmoeting in de jaren vijftig met de dichters Hans Sleutelaar en Cornelis Vaandrager. Later zouden daar Armando en Hans Verhagen nog bijkomen. Zij maakten samen de literaire tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl. Vogel debuteerde in 1996 met de bundel “Te gek moment & andere gedichten”. Deze werd in 2000 gevolgd door “Het onaandoenlijk hart (72 bpm)”. In 2007 verscheen de bundel “Gelukkig maar”. Op 8 maart 2015 werd in galerieWind op het Noordereiland te Rotterdam een expositie geopend en een boek (tegelijk de catalogus bij de expositie) Ken zó in Boijmans, Frans Vogel 80 over het leven en werk van Frans Vogel gepubliceerd. Frans Vogel viert vandaag zijn 80e verjaardag.

 

Marriage de raison

Elk huwelijksbootje
telt maar 1 reddingsboei,
zeggen ze: de liefde.

Bijgevolg, reken maar uit,
kom je met z'n tweeën
dan meteen al mooi 1 reddingsboei
te kort. (Wat nu, zei Pichegru:
valse start?)

Wees daarom zo verstandig
bij het aan boord gaan
minstens ook 1 zwemvest
mede te nemen: met het oog
op beider lijfsbehoud
op de woelige baren.

Maar, dat zeg ik,
een ouwe autobinnenband
uit Cuba of een geïmproviseerde
belt van opgeblazen condooms
is natuurlijk ook niet
in de majem gepleurd.

 

 

Zomer in Rotterdam

Nou de stad van gloeiend beton is,
doorklief je het beste nog de Maas
per watertaxi: langs je kanis
strijkt dan een briesje - vlindergeraas.
 
De ‘stuur’ koerst aan op Hotel New York,
waar je van boord stapt naar het terras
om te gaan lunchen met knife   fork:
top is 't leven, 't ligt waterpas.
 
Tink'lende glazen, een schaterlach.
Scheepshondgeblaf, heel in de verte.
Een heli- chopt retour zo ie kwam.
 
Wijl de havens rondom met hun pracht
je niets doen dan wereldofferte:
profiteer - zomer in Rotterdam!

 

 

 
Frans Vogel (Haarlem, 11 maart 1935)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans vogel, romenu |  Facebook |

Karl Krolow, Daan de Ligt, Douglas Adams, Leena Lehtolainen, Ernst Wichert, Torquato Tasso, Willem Claassen, Patrick Beck

 

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

Die Wolke

Man kann mit ihr
spazieren gehen,
solange keine Himmelserscheinung
über sie herfällt.

Das Wasser widmet ihr
seine Aufmerksamkeit
und winkt aus verdunstenden Flüssen.
Es rührt an das Gedächtnis
des Regens.

 

Seestück

Da angelt kein Mensch
einen Schellfisch
vor lauter Küste!
Verschiedene Dampfer
fahren vorbei, beliebig,
als wäre überall Wasser,
das bis auf den Grund
naß ist. Die Oberfläche
bleibt schiffbar und blau,
eine Postkarte lang,
die man von Bord schreibt.
Gefühl für die Nautik
hat niemand, solange
er nicht am Land steht
und winkt.

 

Ein Uhr mittags

Das Licht fällt nicht umsonst
Senkrecht.
Wer die Augen schließt,
sieht blaue Sensen am Himmel.
Ein Uhr mittags. Die Blumen
Hingen mit gebrochenem Genick
In der Windstille.
Aus dem Steinbruch kommen Pfiffe.
Sie gelten einer Flasche Bier
Oder einem Hund, der sich verlief.
In den Heuschobern
Rascheln Mäuse
Und weibliche Schenkel.

Handbreiter Schatten
Verschwindet gleichzeitig
Mit dem letzten Laut,
Der zu hören ist.

 

 
Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

Lees meer...

10-03-15

John Rechy, Joseph von Eichendorff, Friedrich Schlegel, Jakob Wassermann, Hilde Van Cauteren, Karel van de Woestijne

 

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: The Life and Adventures of Lyle Clemens

“A grand hotel, aptly named the Texas Grand Hotel, continued to assert a stubborn pride in its Spanish terra cotta architecture and its ornate dining room. Bonnie and Clyde stayed there one night-"before their bloodiest raid." So did Judy Garland and Clark Gable-"separately"-on their way to the mineral springs in the nearby City of Mineral Wells. The hotel remained almost guestless now, new travelers choosing to stay in one of several motels that border the main highway with sizzling electric signs.
During two occasions, the Texas Grand sprang to full life-when its chandeliered dining room was taken over for "big weddings" and when its rooms were occupied by evangelical preachers here for the twice-a-year Gathering of Souls, a loud, quivery orgy of sermons and healings held at the local Pentecostal Hall and later televised through a mega-network of stations headquartered at the Lord's Headquarters in Anaheim, California.
(…)

Lyle Clemens's journey to become the Mystery Cowboy who appeared naked on Hollywood Boulevard might be said to have begun years before his birth, perhaps during a certain time of the year when Eulah Love, Sylvia's mother, prepared to speak in tongues at the Gathering of Souls. An isolated unhappy woman with no friends, often glowering at her daughter as if she did not recognize her but was nevertheless angry at her, Eulah left her small house only to attend religious meetings, and when otherwise necessary. As if to underscore her drab existence, dry vines drooped over her house-a cluster of feeble green here and there struggling out-only in summer-in contrast to the tidiness of other houses nearby.
Why her mother was so hostile to her was a mystery to Sylvia from as far back as she could remember. Even an ordinary child's question would arouse her ire.
"Why did you name me Sylvia?"
"Because it's a name."
"Why is our last name Love?"
"Ha!" Eulah laughed without mirth.
Eulah's revival meetings terrified Sylvia and had made her wonder, at a very early age, what kind of God would inspire such frightening shrieks and trembling.”

 

 
John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

Lees meer...

09-03-15

In Memoriam H.H. ter Balkt

 

In Memoriam H.H. ter Balkt

De Nederlandse dichter H.H. ter Balkt is op 76-jarige leeftijd overleden. Zijn uitgeverij meldt dat hij afgelopen nacht is gestorven. Ter Balkt werd vele malen onderscheiden voor zijn poëzie. Zo kreeg hij de Constantijn Huygensprijs in 1998 en de P.C. Hooftprijs in 2003. Zie ook alle tags voor H. H. ter Balkt op dit blog.

 

Altijd

Altijd de verweekte kalfshersenen van de regen
als het gezijk van een oude dichter die de sloot niet inklimt.
Altijd de losse draadjes van machientjes en de kloterige plons
van raketten (plas-plas) in dezelfde verrotte zee.

Altijd de afdruk van voetstappen in sneeuw of modder, &
de herfst die zijn grijnzend smoelwerk uit de groene boom steekt.
& altijd Celsius met de koude kwikzak in de maand januari
als de steden huilen: Haal ons van de landkaarten moedertje.

Altijd dezelfde klaagzangen om dezelfde schurftige wereld,
altijd dezelfde slechte dichters terwijl de goeden ondergespit zijn
en ah! ah! owee! altijd dezelfde droevige opeenvolging
van gezichten en gezangen op de stenen akkers en op die van zand.

 

 

Geestverschijning van de meikersenboom

Tegels de velden op het suizend wiel
van de winter, de pottenbakker. Maar
winters gieten nu ook de ijskruik van
oogopslagen, blauwe tegelvloeren en

-wanden, kwik in de thermometers van
de zomer; onderwereld steelt nu smaak,
licht; vlekt het waas van de druiven;
roof in volle bloei zwaait zijn bijl.

Bij de geknotte linden is doorzichtig
-stralend met lichtrode vruchten, geel
en groen blad, sneeuw op zijn takken -

de meikersenboom verschenen, roomwit
bloesemend, takkenwringend spiegelend
door het raam in de koudblauwe tegels.

 

 

De tijd

'De tijd is een mesjokkeme dokter.
Van kerkhofdrek druppelt zijn ketting.
Zijn jas van zwachtels en knechting
Is de vlag van 't land van de boktor.

Onder het uithangbord met de adder
Hield ie eerste spreekuur in Eden.
Een klokhuis zit sindsdien in de appel
En de ratelslang rijdt door de steden.

Vermomd als Dokter, Zandloper en Joker
Brouwt ie in zijn kolven de zwarte loper.
Doofpotten: zalfpotten met zachte zalven,
Eeuwen streek ie ze leeg aan de galgen.

 

 
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit:De eerste maandag van de maand

“Ik hield de klok in de gaten. Hij had geen secondewijzer, zoals die van Sara en mij wel had. Ik wachtte tot de twee wijzers samen omhoog zouden wijzen.
Ik wist niet meer wanneer ik ermee begonnen was. In de puberteit, die periode van je leven waarin je ontdekt dat je los van je ouders bestaat? Ik zag de meeste vreselijke dingen gebeuren als ik het niet deed. Elk wakker moment was ik bezig met het bezweren van gevaar dat ik zelf in gedachten opriep.
Gaandeweg verzon ik daar remedies voor. Regels die mij en mijn vader nieuwe tegenslag zouden besparen, als ik ze maar goed uitvoerde en zo vaak herhaalde als me van binnenuit werd opgelegd. Inmiddels was ik dertig en had ik een Wetboek van Ongeschreven Regels verzameld. Sommige verdwenen na een tijdje, om plaats te maken voor andere. Wat altijd was gebleven, was het luchtalarm.
Vaak dacht ik het een of twee minuten van tevoren al te kunnen horen, zoals je soms denkt dat je je telefoon voelt trillen terwijl het toestel helemaal niet in je broekzak zit. Meestal werd ik zenuwachtig, alsof er iets ergs stond te gebeuren.
De wijzers stonden nu recht omhoog. Twaalf uur.
Het geluid zwol aan vanuit de verte. Elke afzonderlijke sirene klonk zo’n zes seconden en verdween dan in de volgende, die inzette voordat de vorige was stilgevallen.
Het luchtalarm klonk hier iets zachter dan thuis. Dan in het huis wat tot vanochtend mijn thuis was.”

 

 
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

Lees meer...

Josef Weinheber

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en essayist Josef Weinheber werd geboren op 9 maart 1892 in Wenen als zoon van een slager en een naaister. Na de scheiding van zijn ouders verbleef hij van 1901 tot 1909 in een weeshuis. Voor hij met schrijven begon werkte hij als dagloner, en van 1911 tot 1918 bij de post. Vanaf 1919 verschenen bijdragen van hem in het satirische tijdschrift “Die Muskete”. In 1918 verliet hij de Rooms-Katholieke Kerk, en in 1927 werd hij protestants. In 1920 verscheen zijn eerste bundel poëzie "Der einsame Mensch". Weinheber stond vooral onder de literaire invloed van Rainer Maria Rilke, Anton Wildgans en Karl Kraus. Hij stond op vriendschappelijke voet met zijn collega-schrijvers Mirko Jelusich en Robert Hohlbaum. Van 1931 tot 1933 en vanaf 1944 was Weinheber was lid van de nazi-partij. Met de publicatie van zijn bundel gedichten "Adel und Untergang” werd hij een van de meest vooraanstaande dichters van zijn tijd. Vooral bewonderd werd de bundel "Wien wörtlich" die gedeeltelijk in Weens dialect werd geschreven. Maar de uit veertig odes bestaande cyclus 'Zwischen Göttern und Dämonen”uit 1938 wordt beschouwd als zijn poëtische meesterwerk. Ten prooi gevallen aan alcohol tijdens de latere gebeurtenissen van WO II, pleegde hij zelfmoord door het nemen van een overdosis morfine ten tijde van de opmars van het Rode Leger. Hij werd begraven in het dorp Kirchstetten, waar hij woonde vanaf 1936. Een deel van zijn huis, gelegen aan Josef Weinheber-Strasse, is bewaard gebleven als museum ter zijner ere. De Engels dichter W. H. Auden, die van 1958 tot 1973 zijn zomers doorbracht in Kirchstetten uit 1958 schreef een ontroerend gedicht over Weinheber genaamd "Josef Weinheber." Auden erkent Weinhebers steun aan het nazisme, maar registreert ook zijn antwoord op nazi-minister van propaganda Joseph Goebbels 'aanbod om de Oostenrijkse cultuur verrijken: "in Ruah Lossen" (laat ons met rust).


Wassermann

So du, o Christ, geboren bist
im Zeichen des, der Wasser gießt,
lauf nicht zu geil dem Neuen zu,
mit Schwärmen nicht dein Herz vertu!
Zuviel des Denkens, das ist meist
gefährlich dem gesunden Geist.
Den Amethyst trag überm Bauch,
tilgt flinken Hirnes Rausch und Rauch.
Was sonsten noch? Im Hornung trink
fest Würzwein und das Tanzbein schwing!

 


März

Die Wälder brausen nah und fern.
Die Erde riecht, es regnet gern.
Windröschen stehn im apern Grund,
an Kunigund wirds warm von unt.
Die Kranich ziehn, bald blüht der Schleh:
Um Benedikt den Hafer säe!
Den Hering iß zu Okuli,
das Licht zur Gleiche löscht Marie,
sie kommt und richt' die Reben auf,
nimmt auch den leichten Frost in Kauf;
und ist getan, was nötig war,
so gebe Gott ein gutes Jahr!

 


Bauer

Wir Bauern sind aus hartem Holz,
im Reden schwer, im Werken stolz.
Wir haben Weib und Kind und Knecht,
und Sonntags ist ein Spaß uns recht.
Wir geben euch das Brot, den Wein,
und unsre Söhne obendrein,
und unsrer Töchter Liebeskraft,
daß nimmer das Geschlecht erschlafft,
daß sich sein Kern, sein Glück und Glut
erweise im gesunden Blut.

Wir hangen zäh am alten Brauch,
ziehn Zauber auch aus Kraut und Lauch,
wir von dem Ahn zum Enkel hin
auf eignem Grund seit Anbeginn.
Nicht minder als die Herren Herr,
wenn Herr nicht unser Herrgott wär.
Der Erde treu mit treuer Hand,
und unvergänglich wie das Land:
Stürzt Babylon verwirrt zuhauf —
Wir bauen Korn und Rebe drauf.

 

 
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Borstbeeld in Wenen

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: josef weinheber, romenu |  Facebook |

08-03-15

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, Walter Jens, A. Marja, John McPhee, Mouloud Feraoun

 

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: Meriswin

“Een glissando voer door de bladeren van de platanen en geen dichter die het zag. Alsof de wind de boekverkoper en boekverzamelaar had opgewacht en nu overmatig begeesterd tussen de takken struikelde. Met een smak viel de vlaag op de tafeltjes, nam zaadjes en bloesems mee in zijn val en rolde op de grond, waarna hij in allerijl het plein rondstoof op zoek naar een vluchtpunt, her en der panisch wervelend, botste tegen onze enkels en de poten van de tafels en de schenen van de banken voordat hij erachter kwam dat geen enkele uitgang gebarricadeerd was. En geen dichter die het beschreef.
(…)

‘Niets bewoog om het plein heen wat zich niet in de etalages bekeek en erdoor opgeslokt werd in dat parallelle universum waarin elke ijdelheid gedoemd is te verdwijnen, waarin elke gereflecteerde ontmoeting onherroepelijk uit elkaar valt. Het is de aquatische wereld waarin glas de stad verandert die de stad waarlijk onderscheidt van het leven in lemen dorpen, waarvan er geen zijn in dit land. Het is glas dat boer van stedeling onderscheidt. Glas waaruit men niet drinken kan.’
(…)

De portale bloedingen begonnen later. De bloedovergave op zijn vege schoot en zijn lief die naast hem stond, huilend als hij niet keek, glimlachend als hij haar aankeek. De bakjes met zwart bloed in haar beide handen. Het bloed, vloeibaar en in klonters, bleef maar komen totdat hij uitgeput was en wilde gaan liggen, slaap en rust trokken aan hem, hadden hun handen onder zijn rug gelegd, maar hij moest wakker blijven, zijn kleren uit en hij werd gehesen in een operatiehemd – hemelblauw van kleur, een vriendelijke en toegeeflijke dwangbuis."

 

 
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

Lees meer...

Juana de Ibarbourou, Harry Thürk, Heinar Kipphardt, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

 

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook alle tags voor Juana de Ibarbourou op dit blog.

 

The hour

Take me now while it's early
and because I have dahlia buds in my hands.

Take me now while my tumbling locks
are still shadow-black.

Now, while I have fragrant flesh
and clear eyes and skin like a rose.

Now, while I wear on my light feet
the living sandals of spring.

Now, while on my lips a smile chimes
like a bell struck suddenly.

Afterwards... Ah, I know
that what I have now, I won't have later!

That then your desire will be useless
as flowers on a tomb.

Take me now while it's early
and while I have plenty of lilies in my hands!

Today, not later. Before night falls
and the fresh petals wither.

Today, not tomorrow. Oh beloved, don't you see
that the morning-glory becomes the grave cypress?

 

Vertaald door Liz Henry

 

 
Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

Lees meer...

Mechtilde Lichnowsky

 

De Duitse schrijfster Mechthilde Christiane Marie Gravin von und zu Arco-Zinneberg, beter bekend als Mechtilde Lichnowsky, werd geboren op geboren op 8 maart 1879 op slot Schönburg.Zij stamde uit de familie van de graven van Arco-Zinneberg en was een achter-achter-achterkleindochter van Maria Theresia. Haar ouders waren graaf Maximilian von und zu Arco-Zinneberg en zijn vrouw Olga Barones von Werther. In 1904 trouwde zij met de grootgrondbezitter en diplomaat Karl Max Lichnowsky. Het echtpaar woonde met hun drie kinderen op slot Grätz en slot Kuchelna. Tussen 1912 en 1914 werd haar man benoemd tot Duits ambassadeur in Londen. In 1928 overleed hij. Reeds in München onderhield Lichnowsky nauw contact met schrijvers als Carl Sternheim en Frank Wedekind. Ook de regisseur Max Reinhardt en de uitgever Kurt Wolff behoorden tot haar vriendenkring. In Wolffs uitgeverij verschenen haar eerste werken, duidelijk beïnvloed door het Expressionisme. Een bijzondere vriendschap verbond haar met de Weense schrijver en uitgever van Die Fackel Karl Kraus, met wie zij lang correspondeerde en voor wiens Nestroy lezingen zij de muziek componeerde. In 1928 verhuisde Lichnowsky naar Zuid-Frankrijk Tijdens de naziperiode weigerde zij toe te treden tot de Reichsschrifttumskammer, haar werken werden vervolgens verboden. In 1937 trouwde Lichnowsky met haar jeugdvriend, de Britse majoor Ralph Harding Pet. Toen ze een bezoek bracht aan Duitsland in 1939, werd zij geïnterneerd en onder politietoezicht geplaatst, gescheiden van haar tweede echtgenoot, die zij nooit meer terug zou zien, want hij stierf op 3 september 1945. De tijd van het huisarrest gebruikt zij om het taal- en stijl kritische boek "Worte über Wörter" te schrijven, waarin onder meer uitspraken van Hitler belachelijk maakte. Het kon pas in 1949 uit worden gegeven. In de zomer van 1946 vestigde Lichnowsky zich in Londen. In 1954 werd ze bekroond met de Literatuurprijs van de stad München. Ook was zij lid van de Beierse Academie voor Schone Kunsten en de Duitse Academie voor Taal en Letterkunde.

Uit: Kindheit

„Die Kindsfrau Mali trug lichtblaue Brillen im verwelkten Gesicht. Oben hatte sie keine Zähne mehr, unten etwas, das dem Vierjährigen erschien wie ganz kleine Papierschnitzel. Auf dem Wickeltisch wälzte sich immer jemand, und jemand machte die Wiegenvorhänge zittern. Hunde durften nicht hereinkommen, aber es gab welche im Garten.
Die Turmuhr rief die Stunden blechern. Sie sagte nicht bim und nicht bum, sondern »beim« für die Viertelschläge und etwas Tiefes, Buchstabenloses für die Stunden. Blo - äum ... Blo äum ... Aber was das Ganze war, das so, klingend mit der Luft, ins Zimmer kam, wußte niemand. Hundekläffen und Glockenton waren zum Einatmen.
An den Fenstern stießen sich die Sommerfliegen. Und immer wieder konnte niemand sagen, ob die Mutter ein Kind oder der Vater den Gärtner gerufen hatte oder ob der Glockenton aus dem eigenen Ohr in jenes herrliche Riesenreich fiel, das ringsum noch bestand ... man selbst und ES ... Dunkel und Hell... Fluß und Stillstand ...
Unpolierte Holzfußböden sind ein lebendiger Grund. Da gibt es die Fugen, aus denen eine Mischung von dunklem Fett und grauer Wolle hervorsieht, worin blinkende Nähnadeln, Papierstreifchen, Besenhaare eingebettet liegen und hie und da als Luxusobjekt an breiteren Stellen eine Stahlfeder, ein blanker Nagel, ein dünner Bleistift. Die Bretter zeigen große Verschiedenheit in der Qualität des Holzes. Fichtenholz läßt sich zwischen seinen Jahresringen mit dem Fingernagel eindrücken. Man kann Rinnen einkerben, bis sich ein Schiefer zwischen Finger und Nagel drängt, der dem Kind Verwunderung und Schmerz bereitet.
Auch die Knie wissen davon. Aber sie gewöhnen sich daran wie an die Eiseskälte des Brunnenwassers, womit sie gewaschen werden. Knie riechen daher nach Seife oder nach Staub, bemerkt das Kind, wenn es sein Kinn darauf stützt.“

 

 
Mechtilde Lichnowsky (8 maart 1879 - 4 juni 1958)

10:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mechtilde lichnowsky, romenu |  Facebook |

07-03-15

Bret Easton Ellis, Robert Harris, Jürgen Theobaldy, Georges Perec, Milo Dor, Abe Kōbō

 

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Bret Easton Ellis op dit blog.

Uit: Glamorama

“A black Jeep, its top up, its windows tinted, wheels in behind me on 23rd Street and as I zoom through the Park Avenue tunnel whoever's driving flips on his brights and closes in, the Jeep's fender grazing the back of the Vespa's wheel guard.
I swerve onto the dividing line, oncoming traffic racing toward me while I bypass the row of cabs on my side, heading toward the wraparound at Grand Central. I accelerate up the ramp, zoom around the curve, swerving to miss a limo idling in front of the Grand Hyatt, and then I'm back on Park without any hassles until I hit 48th Street, where I look over my shoulder and spot the Jeep a block behind me.
The instant the light on 47th turns green the Jeep bounds out of its lane and charges forward.
When my light turns I race up to 51st, where the oncoming traffic forces me to wait to turn left.
I look over my shoulder down Park but I can't see the Jeep anywhere.
When I turn back around, it's idling next to me.
I shout out and immediately slam into an oncoming cab moving slowly down Park, almost falling off the bike, and noise is a blur, all I can really hear is my own panting, and when I lift the bike up I veer onto 51st ahead of the Jeep.
Fifty-first is backed up with major gridlock and I maneuver the Vespa onto the sidewalk but the Jeep doesn't care and careens right behind me, halfway on the street, its two right wheels riding the curb, and I'm yelling at people to get out of the way, the bike's wheels kicking up bursts of the confetti that litters the sidewalk in layers, businessmen lashing out at me with briefcases, cabdrivers shouting obscenities, blaring their horns at me, a domino effect.
The next light, at Fifth, is yellow. I rev up the Vespa and fly off the curb just as the traffic barreling down the avenue is about to slam into me, the sky dark and rolling behind it, the black Jeep stuck on the far side of the light."

 

 
Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

Lees meer...

Jan Frederik Helmers, Reinhard Kaiser, Manuel del Cabral, Manfred Gregor, Alessandro Manzoni

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jan Frederik Helmers werd geboren op 7 maart 1767 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jan Frederik Helmers op dit blog.

 

Aan mijne vriend Gerrit Joan Meijer

Bij al 't plundren, bij 't vernielen,
Bij het weiden van het zwaard,
Bij de duizenden die vielen
Door de dwingeland der aard',
Wiens gevloekte vuist niets spaart —

In dees hartverpletbre dagen,
Waar geen bloempje bloost aan 't blad,
En, in plaats der rozenvlagen,
Weemlend langs het bruiloftspad,
Merg en bloed de weg bespat —

Voegen zich bij éne stander,
In deez' algemene brand,
Alle braven bij elkander,
Vloekende d'uitheemse band
Op het puin van 't vaderland.

Die eenstemmigheid van denken
Hecht de zielen aan elkaar;
Kan in 't wee ons wellust schenken,
En verbindt een vriendenschaar
In de afgrond van 't gevaar.

Hechter wordt die band gesloten,
Als der wetenschappen gloed
Ombruist door 't ontvlamd gemoed,
Brave land- en kunstgenoten
Met dezelfde zielspijs voedt:
o! Die band verbindt als 't bloed!

Dierbre Meijer! deze banden
Strenglen zich om onze ziel;
Want gij brengt uwe offerhanden
(Wat 's lands dwingland ook verniel')
Aan de God, voor wie ik kniel.

Mocht ge, als ik niet meer zal wezen,
't Stille graf mijne as bewaart,
Eenmaal nog dees lettren lezen,
Zeggen: "Druk hem zacht, o aard'!
Helmers was mijn vriendschap waard'!"

 

 
Jan Frederik Helmers (7 maart 1767 – 26 februari 1813)
Tweede Helmersstraat, Amsterdam

Lees meer...