01-01-15

Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

 

De Syrische schrijver Adonis (pseudoniem van Ali Ahmad Sa'id) werd geboren op 1 januari 1930 in Qassabin in het noorden van Syrië.

 

Celebrating Childhood

Even the wind wants
to become a cart
pulled by butterflies.
 
I remember madness
leaning for the first time
on the mind’s pillow.
I was talking to my body then
and my body was an idea
I wrote in red.
 
Red is the sun’s most beautiful throne
and all the other colors
worship on red rugs.
 
Night is another candle.
In every branch, an arm,
a message carried in space
echoed by the body of the wind.
 
The sun insists on dressing itself in fog
when it meets me:
Am I being scolded by the light?
 
Oh, my past days—
they used to walk in their sleep
and I used to lean on them.
 
Love and dreams are two parentheses.
Between them I place my body
and discover the world.
 
Many times
I saw the air fly with two grass feet
and the road dance with feet made of air.
 
My wishes are flowers
staining my days.
 
I was wounded early,
and early I learned
that wounds made me.
 
I still follow the child
who still walks inside me.
 
Now he stands at a staircase made of light
searching for a corner to rest in
and to read the face of night again.
 
If the moon were a house,
my feet would refuse to touch its doorstep.
 
They are taken by dust
carrying me to the air of seasons.
 
I walk,
one hand in the air,
the other caressing tresses
that I imagine.
 
A star is also
a pebble in the field of space.
 
He alone
who is joined to the horizon
can build new roads.
 
A moon, an old man,
his seat is night
and light is his walking stick.
 
What shall I say to the body I abandoned
in the rubble of the house
in which I was born?
No one can narrate my childhood
except those stars that flicker above it
and that leave footprints
on the evening’s path.
 
My childhood is still
being born in the palms of a light
whose name I do not know
and who names me.
 
Out of that river he made a mirror
and asked it about his sorrow.
He made rain out of his grief
and imitated the clouds.
 
Your childhood is a village.
You will never cross its boundaries
no matter how far you go.
 
His days are lakes,
his memories floating bodies.
 
You who are descending
from the mountains of the past,
how can you climb them again,
and why?
 
Time is a door
I cannot open.
My magic is worn,
my chants asleep.
 
I was born in a village,
small and secretive like a womb.
I never left it.
I love the ocean not the shores.

 

Vertaald door Khaled Mattawa

 

 
Adonis (Qassabin, 1 januari 1930)

Lees meer...

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen

 

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

“They went mad. They were exactly the same morons that laugh like hyenas in the movies at stuff that isn't funny. I swear to God, if I were a piano player or an actor or something and all those dopes thought I was terrific, I'd hate it. I wouldn't even want them to clap for me. People always clap for the wrong things. If I were a piano player, I'd play it in the goddam closet. Anyway, when he was finished, and everybody was clapping their heads off, old Ernie turned around on his stool and gave this very phony, humble bow. Like as if he was a helluva humble guy, besides being a terrific piano player. It was very phony--I mean him being such a big snob and all. In a funny way, though, I felt sort of sorry for him when he was finished. I don't even think he knows any more when he's playing right or not. It isn't all his fault. I partly blame all those dopes that clap their heads off--they'd foul up anybody, if you gave them a chance. Anyway, it made me feel depressed and lousy again, and I damn near got my coat back and went back to the hotel, but it was too early and I didn't feel much like being all alone.
They finally got me this stinking table, right up against a wall and behind a goddam post, where you couldn't see anything. It was one of those tiny little tables that if the people at the next table don't get up to let you by--and they never do, the bastards--you practically have to climb into your chair. I ordered a Scotch and soda, which is my favorite drink, next to frozen Daiquiris. If you were only around six years old, you could get liquor at Ernie's, the place was so dark and all, and besides, nobody cared how old you were.
You could even be a dope fiend and nobody'd care.
I was surrounded by jerks. I'm not kidding. At this other tiny table, right to my left, practically on top of me, there was this funny-looking guy and this funny-looking girl.
They were around my age, or maybe just a little older. It was funny. You could see they were being careful as hell not to drink up the minimum too fast. I listened to their conversation for a while, because I didn't have anything else to do. He was telling her about some pro football game he'd seen that afternoon. He gave her every single goddam play in the whole game--I'm not kidding. He was the most boring guy I ever listened to.”

 

 
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)

Lees meer...

Ernest van der Kwast

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Van der Kwast debuteerde in 2005 met de roman “Soms zijn dingen mooier als er mensen klappen”. Van der Kwast was ook verantwoordelijk voor de verhalenbundel “Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken” (2003), die hij onder het pseudoniem Yusef el Halal publiceerde met een groep collega-schrijvers (waaronder Steven Verhelst, Ronald Giphart, Ingmar Heytze en Jacob van Duijn). Zijn tweede volledige roman ("Stand-in", 2007) verscheen eveneens onder een pseudoniem, Sieger Sloot - een bestaande acteur. Deze roman is opzettelijk geschreven in de stijl van Arnon Grunberg in de hoop hiermee de indruk te wekken dat het om een nieuw pseudoniem van deze auteur ging. De hoofdpersoon is handelaar in modeartikelen voor grote maten. De doorbraak naar het grote publiek kreeg hij in 2010 met zijn roman “Mama Tandoori”. Van der Kwast was enige tijd hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Passionate en organiseert de literaire evenementen Nur Literatur en Gooi een tomaat naar een schrijver en een roos naar de zangeres. Daarnaast presenteert hij elke maand De Unie Late Night in Rotterdam. Hij woont en werkt beurtelings in Nederland en Italië. In het najaar van 2010 was Van der Kwast met de roman Mama Tandoori genomineerd voor de NS publieksprijs. Van der Kwast schreef van februari 2011 tot en met juni 2012 satirische columns voor de website van NRC Handelsblad waarin hij zogenaamd een kopje espresso dronk met personen uit het nieuws, zoals leider Moammar Gaddafi, politicus Geert Wilders en koningin Beatrix. In mei 2012 verscheen zijn vijfde boek “Giovanna’s navel”, bestaande uit een novelle en vier korte verhalen.

Uit:Giovanna's navel

“Het was zijn laatste lente. De warmste die de mensen zich konden herinneren. Heinrich Kienzl vond ook geen mooiere lente in zijn geheugen. Meer dan zeventig jaar kon hij teruggaan. Witte bloesem en een wandeling met zijn ouders. Hij vloog als een engel tussen hen in. Klein en licht en vrolijk.
Nu was het begin april en dertig graden. Er schoten zwaluwen door de lucht. Heinrich Kienzl was de warmte ontvlucht en had de kabelbaan naar Jenesien genomen. Het bergstation lag op duizend meter hoogte. Tijdens de vaart had hij naar de weilanden onder hem gekeken. Het grastapijt dat al overal groen was, paardenbloemen die in grote vlekken uitwaaierden. Later zouden de andere kleuren komen. Paars van klaver, blauw van gentiaan, wit van duizendblad. Heinrich Kienzl had veertig jaar lang over de weiden van Jenesien gezweefd. Hij was conducteur van de kabelbaan geweest. Het was rustig werk. Hij moest de kaartjes controleren en bediende de knoppen in de cabine. Het overgrote deel van de tijd keek hij naar buiten. Hij zag de kastanjes groeien, het land dat door de boeren werd bewerkt. Reeën die 's ochtends vroeg terug het bos in vluchtten, de laatste vlinders van het jaar.
De werknemers van Seilbahn Jenesien kenden hem niet. Ze waren jong, begin dertig. De conducteur die zijn kaartje had gecontroleerd las een stripboek op een kruk. De kruk was er vroeger niet geweest. Verder was er niets veranderd in de cabine. Dezelfde knoppen, dezelfde zwarte telefoon die in verbinding stond met het bergstation. Ook het maximaal aantal passagiers was onveranderd. Twintig plus één. De conducteur.
Heinrich Kienzl was als twintigjarige jongen begonnen bij de kabelbaan en had als langzame man afscheid genomen. Tussen zijn eerste en zijn laatste werkdag hing een leven in de lucht. Geen groot avontuur, niet de droom van jongens die de wolken willen aanraken. Slechts enkele meters boven de grond, net iets hoger dan hij ooit tussen zijn ouders in had gevlogen. Negen minuten deed de kabelbaan erover om van het dalstation in Bozen naar het bergstation in Jenesien te zweven. Het hoogteverschil bedroeg 741 meter, de kabel was bijna tweeënhalve kilometer lang en hing aan zeven staalbetonnen pijlers. Het was iets wat hij in zijn laatste jaar als conducteur had gedaan: uitrekenen hoeveel tijd van zijn leven hij had gezweefd. Maar Heinrich Kienzl viel elke nacht midden in een vermenigvuldiging in slaap. Niemand had meer uren in de kabelbaan doorgebracht, niemand had meer gezien.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

12:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ernest van der kwast, romenu |  Facebook |

31-12-14

Ghosts Of The Old Year (James Weldon Johnson)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Delft door Hendrik Gerrit ten Cate, 1818

 

 

Ghosts Of The Old Year

The snow has ceased its fluttering flight,
The wind sunk to a whisper light,
An ominous stillness fills the night,
A pause — a hush.
At last, a sound that breaks the spell,
Loud, clanging mouthings of a bell,
That through the silence peal and swell,
And roll, and rush.

What does this brazen tongue declare,
That falling on the midnight air
Brings to my heart a sense of care
Akin to fright?
'Tis telling that the year is dead,
The New Year come, the Old Year fled,
Another leaf before me spread
On which to write.

It tells the deeds that were not done,
It tells of races never run,
Of victories that were not won,
Barriers unleaped.
It tells of many a squandered day,
Of slighted gems and treasured clay,
Of precious stores not laid away,
Of fields unreaped.

And so the years go swiftly by,
Each, coming, brings ambitions high,
And each, departing, leaves a sigh
Linked to the past.
Large resolutions, little deeds;
Thus, filled with aims unreached, life speeds
Until the blotted record reads,
'Failure!' at last.

 

 

 
James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)
Jacksonville, Kersttijd downtown. James Weldon Johnson werd geboren in Jacksonville.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

Anne Vegter, Arjen Duinker, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, Kingbotho, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

MH 17

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds waar: zomaar in het web gevlogen van de oorlog van anderen.

Bestaat er in het Russisch ook een woord voor schuld,
woord voor genade, noem het woord dat macht niet duldt:

voor zulke pijn heb je niet eens een woord.

Twintig keer naar het journaal gekeken en het is nog steeds moord. Je zoekt de weefsels van dit abrupt verhaal. Je vindt

het woord, who cares of het bestaat of niet. Wereldverdriet.

 

 

GEBED VOOR IEDEREEN

Nog trekt het zich terug als in twee vuisten, reculer pour mieux sauter.
Nog lift het vrolijk mee als op het stuur van een weesfiets, zwenkt uit.
Nog loopt het mee in de optocht van iedereen, het spreekt verdwenen taal.
Nog verstopt het zich in geluidsfragmenten, applaus en partituren.
Nog nestelt het gebed zich in het Nederlands en biedt royaal onthaal.
BENG! KLEDDERRRRR! KLENG!
Een opstelling van stokken en tomaten, stenen uit de straat, de verf.
Tongen die spugen op gebed: ,,Niet buigen broddah! Strek je op!''
Wereldvreemden die maar wat floepen: ,,Wie de staat kent, kent zichzelf.''
Nieuwe talen zingen, roepen: ,,Niks kebed, suster, komt niet koed.''
Daar de mening, hier de uitspraak. Het Laatste Oordeel is bankroet,
roept uit nood en overvloed. Het kruipt door puin en bloeit op stank.
Hecht zich aan honger en verruilt een koninkrijk voor voedselbank,
kijkt, verwart, merkt op. Niet schadevrij, er heerst het schrale tij.
Het lacht en lijdt maar in gelijke mate, dat is de vrijheid van de poëzie.
Bemint een land uit een verlangen naar dat land: gebed laat liefde vrij.
LEVE
majesteit boven dit krachtenveld. Zo’n spiedend oog over de dijk.
Het soort alwetendheid ten dienste van het Crisisrijk. Verheft
in majesteit saamhorigheid tot kunst. Zo dus. O lieve koningin
die levenslang het hele land voorbij zag gaan, nu mag het zomaar,
lekker zomaar in de rij gaan staan.

 

 
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

Lees meer...

Nicolas Born, Dieter Noll, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

 

De Duitse dichter en schrijver Nicolas Born werd geboren op 31 december 1937 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Nicolas Born op dit blog.

 

Ein Mittag im Dorf macht noch kein Gedicht

hier haben wir es aber schon
es ist aus dem Fenster gesehen und auch
        von innen
ein braunes altes Sofa kommt vor
        das war schon die Stelle mit dem Sofa
es wird nie richtig anwachsen
wie auch die Schwarzwaldtanne nicht anwächst.
        Der Ort ist übel
was machen wir damit wenn wir in den Städten
        das NEUE LEBEN anfangen
wenn wir die Städte platzen und auffliegen lassen
        zugunsten einer Liebesgeschichte?
Jetzt muß ich aufpassen daß ich nicht anwachse
eine graue Dachrinne geht um das Haus so wie du
um mich herumgehst als wäre ich angewachsen:
        »Soll ich die Gardinen heute waschen
oder morgen oder geht es noch?«
        »Laß doch Mutter ich fahre ja morgen wieder.«
Sie sieht erstaunt auf: »Morgen schon wieder?«
Ich streife sie mit einem melancholischen Blick
dann die Teppichstange im Garten auf der jetzt drei
        kleinere Vögel angewachsen sind.
In diesem Augenblick schaltet sich im Keller
        die Heizung an.
»Es wird gleich wieder wärmer« sagt sie
und dabei geht eine große Wärme von ihr aus.

 

 
Nicolas Born (31 december 1937 – 7 december 1979)

Lees meer...

Irina Korschunow, Nicholas Sparks, Gottfried August Bürger, Alexander Smith, Horacio Quiroga, Stephan Krawczyk

 

De Duitse schrijfster Irina Korschunow werd geboren op 31 december 1925 in Stendal in Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Irina Korschunow op dit blog. 

Uit: Glück hat seinen Preis

»War das mein Leben?« fragte sie, als ob ich eine Antwort wissen müßte. Für wen? Für sie? Für mich? Ich werde sie finden. Ich habe die Bilder im gelben Karton, die Geschichten dazu. Und auch die Stadt, in die ich fahren kann auf meiner Spurensuche. Die Abrißkolonnen sind darüber hinweggegangen und später der Krieg, aber ein paar Straßenläufe gibt es noch, ein paar Häuser, ein paar Gräber, ein paar Menschen: Kiel, dänisch-beschaulich bis 1866, dann unter preußischer Herrschaft zur Großstadt explodiert, Stadt der Marine, der Schiffe, der Werften, Hafenstadt, Kaiserstadt, in die mein Großvater Peersen am 5. März 1887 kam, um sein Glück zu machen.
»Er kam vom Dorf«, sagte meine Mutter, wenn sie von seinen Anfängen erzählte. »Seine Eltern hatten einen kleinen Hof in der Probstei. Aber er träumte vom Häuserbauen, dein Großvater Peersen, und ist Maurer geworden und eines Tages nach Ellerbeck gegangen und mit einem Fischer rüber nach Kiel gefahren.«
Ich stelle mir meinen Großvater Peersen vor, nicht den Mann mit dem grauen Kinnbart und den runden Schultern, wie meine Mutter sie von ihm geerbt hat und ich vielleicht auch, sondern jung, breit, einsneunzig groß, mit hellen Haaren und hellen Augen, die er zusammenkniff, weil dort, von wo er herkam, immer ein Wind wehte.
»Lat mi mit röver«, sagte er zu dem Fischer im breiten Platt seines Dorfes hinter der Förde. Er war als Geselle auf Wanderschaft gewesen, danach zwei Jahre bei einem Meister in Flensburg. Er hatte sein Erbe verkauft, sechs Hektar Ackerland, Koppeln, das reetgedeckte Haus mit den Kastanien, die es vor dem Wind schützen sollten, ein paar Stück Vieh, und die Schwestern ausgezahlt. In seiner Tasche steckte der Meisterbrief. Maurermeister Johann Peersen.“

 

 
Irina Korschunow (31 december 1925 – 31 december 2013)

Lees meer...

30-12-14

Peter Buwalda, Paul Bowles, Theodor Fontane, Peter Lund, Joshua Clover

 

De Duitse schrijver Theodor Fontane werd geboren in Neuruppin op 30 december 1819. Zie ook alle tags voor Theodor Fontane op dit blog.

Uit: Effie Briest

„In Front des schon seit Kurfürst Georg Wilhelm von der Familie von Briest bewohnten Herrenhauses zu Hohen-Cremmen fiel heller Sonnenschein auf die mittagsstille Dorfstraße, während nach der Park- und Gartenseite hin ein rechtwinklig angebauter Seitenflügel einen breiten Schatten erst auf einen weiß und grün quadrierten Fliesengang und dann über diesen hinaus auf ein großes, in seiner Mitte mit einer Sonnenuhr und an seinem Rande mit Canna indica und Rhabarberstauden besetzten Rondell warf. Einige zwanzig Schritte weiter, in Richtung und Lage genau dem Seitenflügel entsprechend, lief eine ganz in kleinblättrigem Efeu stehende, nur an einer Stelle von einer kleinen weißgestrichenen Eisentür unterbrochene Kirchhofsmauer, hinter der der Hohen-Cremmener Schindelturm mit seinem blitzenden, weil neuerdings erst wieder vergoldeten Wetterhahn aufragte. Fronthaus, Seitenflügel und Kirchhofsmauer bildeten ein einen kleinen Ziergarten umschließendes Hufeisen, an dessen offener Seite man eines Teiches mit Wassersteg und angekettetem Boot und dicht daneben einer Schaukel gewahr wurde, deren horizontal gelegtes Brett zu Häupten und Füßen an je zwei Stricken hing – die Pfosten der Balkenlage schon etwas schief stehend. Zwischen Teich und Rondell aber und die Schaukel halb versteckend standen ein paar mächtige alte Platanen.

 

 
Scene uit de film „Effie Briest” uit 2009 met Julia Jentsch (Effi) en Sebastian Koch (Innstetten)

 

Auch die Front des Herrenhauses – eine mit Aloekübeln und ein paar Gartenstühlen besetzte Rampe – gewährte bei bewölktem Himmel einen angenehmen und zugleich allerlei Zerstreuung bietenden Aufenthalt; an Tagen aber, wo die Sonne niederbrannte, wurde die Gartenseite ganz entschieden bevorzugt, besonders von Frau und Tochter des Hauses, die denn auch heute wieder auf dem im vollen Schatten liegenden Fliesengange saßen, in ihrem Rücken ein paar offene, von wildem Wein umrankte Fenster, neben sich eine vorspringende kleine Treppe, deren vier Steinstufen vom Garten aus in das Hochparterre des Seitenflügels hinaufführten. Beide, Mutter und Tochter, waren fleißig bei der Arbeit, die der Herstellung eines aus Einzelquadraten zusammenzusetzenden Altarteppichs galt; ungezählte Wollsträhnen und Seidendocken lagen auf einem großen, runden Tisch bunt durcheinander, dazwischen, noch vom Lunch her, ein paar Dessertteller und eine mit großen schönen Stachelbeeren gefüllte Majolikaschale. Rasch und sicher ging die Wollnadel der Damen hin und her, aber während die Mutter kein Auge von der Arbeit ließ, legte die Tochter, die den Rufnamen Effi führte, von Zeit zu Zeit die Nadel nieder und erhob sich, um unter allerlei kunstgerechten Beugungen und Streckungen den ganzen Kursus der Heil- und Zimmergymnastik durchzumachen.“

 

 
Theodor Fontane (30 december 1819 - 20 september 1898)

Lees meer...

29-12-14

Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis, Carmen Sylva, Vesna Lubina

 

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Korrels in Gods grote zandbak

“Deze laatste was een kweekvijver voor priesters en schrijvers en zodoende ook voor  schrijvende priesters. Noem een naam uit de Turnhoutse literatuur en de kans is groot dat zijn  ziel door de jezuïeten is gekneed. Dat had helaas één groot nadeel. De literatuur werd er week  van. Ze was veel te vaak belerend en moraliserend. Verhalen voor het volk en over het volk.  Voeg daar de bescheiden aard van de Kempenaar aan toe en de vraag waarom er zo weinig  Turnhoutse schrijvers diepe voren in de Vlaamse aarde hebben nagelaten, is beantwoord.
Maar niettemin, Turnhout had en heeft schrijvers! Veel meer dan er in de opzet van dit boek pasten. Daarom heb ik ervoor gekozen om me te concentreren op de schrijvers die Turnhout hád. Hun oeuvre is afgerond, de tijd is erover gegaan, oordelen kunnen geveld worden. Soms  zijn die mild, soms zijn die hard. Ook heb ik me beperkt tot auteurs van oorspronkelijk werk,  en in het bijzonder van proza en poëzie voor volwassenen, want in verscheidenheid blonk de  Turnhoutse schrijversbent eveneens uit: toneel- en jeugdschrijvers, essayisten en historici,  journalisten, vertalers, pedagogen, natuurvorsers, heemkundigen... Vele boeken hebben zij  geschreven, vele bladzijden kunnen er nog over hen geschreven worden. Ik hoop dat iemand  het ooit doet. In het hoofdstuk ‘De Turnhoutse bijdrage tot de Nederlandse letterkunde’ uit  Turnhout, groei van een stad heeft August Keersmaekers in elk geval een uitstekend en volledig  overzicht van al deze schrijvers en hun belangrijkste werken gegeven.
Restte mij nog de vraag wanneer een schrijver Turnhouts mocht worden genoemd. Ook  daarvoor ging ik te rade bij Keersmaekers, die het heel eenvoudig samenvatte: ‘De vermelde  auteurs zijn ofwel geboren in Turnhout ofwel hebben ze er geruime tijd gewoond.’ Op een of  andere manier moest er dus een fysieke band hebben bestaan tussen de schrijver en Turnhout  of, plastischer, de voeten moesten geworteld hebben in het Turnhoutse zand.”

 

 
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees meer...

28-12-14

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, Guy Debord

 

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

One Letter Is Enough
for Xia

one letter is enough
for me to transcend and face
you to speak

as the wind blows past
the night
uses its own blood
to write a secret verse
that reminds me each
word is the last word

the ice in your body
melts into a myth of fire
in the eyes of the executioner
fury turns to stone

two sets of iron rails
unexpectedly overlap
moths flap toward lamp
light, an eternal sign
that traces your shadow

 

 

Longing to Escape
for my wife

abandon the imagined martyrs
I long to lie at your feet, besides
being tied to death this is
my one duty
when the heart’s mirror-
clear, an enduring happiness
 
your toes will not break
a cat closes in behind
you, I want to shoo him away
as he turns his head, extends
a sharp claw toward me
deep within his blue eyes
there seems to be a prison
if I blindly step out
of with even the slightest
step I’d turn into a fish

 

Vertaald door Jeffrey Yang

 

 
Liu Xiaobo (Changchun, 28 december 1955)

Lees meer...

Öyvind Fahlström, Antoine Bodar, Morris Rosenfeld, Erich Köhler, Alfred Wolfenstein, Édouard d’Anglemont, Antoine Furetière

 

De Zweedse kunstenaar, dichter en schrijver Öyvind Axel Christian Fahlström werd geboren op 28 december 1928 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Öyvind Fahlström op dit blog.

Uit: The Invisible Painting, 1960

« To create new conventions, context, shapes that interpret what is sensed as crucial to our inner situation and our relationship to the world. To create a new visual language in which "form" and "content" collaborate unconditionally in order to convey this experience, which is neither purely "literary" nor musically "formal", but is somewhere between these extremes, though presumably closer to "content" than "form".

 

 
Nights, Winters, Years, 1975

 

Since, in accordance with our usual habits, we tend to interpret visual form (at least in the case of more complex form), the visible forms can never constitute such a contained and precise system as musical notation. By means of this interpretive experience we also distance ourselves from the object — the appetizing daubs of color on the wall — and approach a new spirituality in art (in a richer sense than Kandinsky's) and the invisible painting. »

 

 
Öyvind Fahlström (28 december 1928 - 9 november 1976)

Lees meer...

C. Louis Leipoldt

 

De Zuid-Afrikaanse dichter C. Louis Leipoldt werd geboren op 28 december 1880 in Worcester in de toenmalige Kaapkolonie, als vierde kind in zijn gezin. Zijn vader was een predikant. Hij groeide op in Clanwilliam, kreeg thuis onderwijs - zijn moeder wilde haar kinderen niet naar de school in de stad sturen - en werkte daarna als journalist onder meer voor De kolonisator, en Het dagblad. Hij heeft ook voor menige buitenlandse kranten verslag gedaan over de Tweede Boerenoorlog, voordat hij zich in Engeland gedurende de jaren 1902 tot 1907 in de geneeskunde bekwaamde De bekende botanicus Harry Bolus, een levenslange vriend, had het geld voor zijn studie aan hem uitgeleend. Hij heeft daarna rondgereisd over de wereld, toen voor een periode gewerkt als scheepsdokter, schooldokter in Londen, als medische inspecteur van scholen in Transvaal, als journalist en uiteindelijk als kinderarts in Kaapstad in 1925 . Hij is nooit getrouwd. Hij heeft wel een zoon, Jeff, aangenomen. Hij was een van de leidende figuren van de Tweede Taalbeweging (samen met Jan FE Celliers en JD du Toit). Naast gedichten, heeft hij ook romans, toneelstukken, kinderverhalen, kookboeken en een reisjournaal geschreven. Hij was een liefhebber van de natuur en heeft die vaak als thema in zijn werk gebruikt, maar met bijzondere nadruk op de legendes en landschappen van zijn geliefde Hantam. Andere thema's zijn het lijden en de pijn, veroorzaakt door de Tweede Boerenoorlog en de culturele leefwereld van de Kaapse Maleiers.

 

Die aakligste

Dit is die bitterste van alles, dit,
Dat wat ek liefgehad het, wat nou dood
En weggeleg is in 'n kis van lood

En sederhout, onsterflik êrens sit,
Of swerwe as 'n spookwolk silwerwit,
Deur onbeperkte magte voortgestoot -
Miskien, soos ek, verlate, of in nood,
 
Maar onbereikbaar, ook al smeek en bid
Ek heel die dag en jammer al my tyd.
Dit is die bitterste dat ek geen hand
Kan uitstrek, hulpvol, meelyend in my smart;
 
Geen steun kan gee, hoe hard en swaar die stryd;
En dat daar swerwe in die Dodeland,
Verlate, wat ek liefhet in my hart

 

 

The Worst Horror

This is the bitterest thing of all my days,
That which I have loved so well, that now is dead
And in a coffin laid away, of lead

And cedarwood, immortal somewhere stays,
Or as a ghost-cloud goes its lonely ways
By strange and boundless forces urged ahead,
Perhaps, like me, forlorn, uncomforted,

But out of reach, howe'er one pleads or prays,
Day after day with unending lament.
This is the bitterest thing, that I no hand
Can reach to help, or comfort to impart,

No aid can give, and no encouragement;
And that there wanders in that ghostly land
Forlorn, that which I loved with all my heart!

 

Vertaald door C. J. D Harvey

 

 

VI Buitenzorg

'n Wondertuin, hier waar die Salak spog
Oor Wehstenland en oor die wêreld troon -
'n Wondertuin! Dis jarewerk bekroon
Hier eind'lik met die seëpraal vir hom,
Ou Teysmann, kruidenier; hy het gedog
Hy kon 'n standbeeld opsit in 'n tuin -
'n Lewendige standbeeld tot sy eer
Om vir die nageslag te toon hy was
'n Kunstenaar in bome en in gras.
Jy wat hier wandel, as jy hierso kom,
Bring hom dan lof vir wat geskape is -
Jou loflied-eer, dit kan ou Teysmann mis.
Sy standbeeld staan in hierdie tuin, en hy,
As hier miskien sy spook by nag probeer
Om rond te dwaal en alles te aanskou,
Die kleureprag, die skaduryke bruin,
Dan kan hy trots wees en sy hande vou
En sê: ‘Ek het geywer vir die land,
Ek het volbring. My dank is dat ek weet
Dit alles help 'n bietjie vir verstand
En kennis, wetenskap wat nooit vergeet!’

 

 

 
C. Louis Leipoldt (28 december 1880 - 12 april 1947)

14:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: c. louis leipoldt, romenu |  Facebook |

27-12-14

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan

 

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

Uit: Portret van een onaangepaste

“Voorlopig gesterkt door je nieuwe voorkomen als ondergrondse rebellenleider uit de toekomst is het nu zaak om ook een en ander uit te dragen. Want bekeken word je en besproken ook en de mensen hè, de mensen, ik vraag ’t je, wat valt er eigenlijk nog van ze te vinden? In hun goeie bedoelingen geloof je al niet meer sinds je over dat ongeluk hebt gehoord van die vrouw die overstak en werd aangereden, niet omdat ze van zichzelf te traag was, maar omdat een gek vanaf de stoep ‘Kijk uit!’ riep en daarmee d’r gang had onderbroken. Daarna zie je alleen nog maar de legio dooie slachtoffers voor je, de slachtoffers van het goedbedoelde ‘Kijk uit!’ sinds het allereerste Begin Der Moderne Tijden, een uitdrukking van holle verbazing op hun gezichten. Koeristus, dat onsterfelijke ‘Kijk uit!’ galmt zowat door de eeuwen heen, rechtstreeks je oren in.”
(…)

Nee, dat was niet zomaar een dag geweest, achteraf, dat was de dag dat hij zijn grootste geheim prijsgaf en je wist ’t eigenlijk al toen ie ’t vertelde. Een groter geheim heeft ie nooit gehad. Wat ’t precies met jou te maken heeft, weet je niet, maar je besluit genoegen te nemen met je vermoedens, geloven heet dat, en in ene ben je kalm op dat moment.”

 

 
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees meer...

Malin Schwerdtfeger, Markus Werner, Mariella Mehr, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

 

De Duitse schrijfster Malin Schwerdtfeger werd geboren op 27 december 1972 in Bremen. Zie ook mijn blog van 27 december 2008. Zie ook alle tags voor Malin Schwerdtfeger op dit blog.

Uit: Mein erster Achttausender

„Ich glaube nicht“, sagte Mama. „Nur Blasen an den Füßen.“
Ich rückte ein paar Stühle weiter vor.
Ich trank meinen Kakao und sah zu, wie sie ihren Tee schlürfte. Sie hatte einen Klumpen Yakbutter in einer schmierigen Plastiktüte vor sich liegen. Davon drehte sie mit den Fingern kleine Stückchen ab, warf sie in den Tee und rührte um, bevor sie den Tee trank.
„Mama“, sagte ich schließlich, „wir müssen dir die Haare waschen!“
Während ich fast eine ganze Flasche Pfirsichöl-Pflegespülung in ihre verfilzte Matte einmassierte, erzählte Mama ungefragt von Steinschlägen am Annapurna[1], Überschwem­mungen im Rolwalingtal und Schneestürmen in Solo Khumbu. Sie erzählte von den Wäldern Osttibets, wo es Blutegel regnet, von chinesischen Dorfgefängnissen und betrunkenen Polizisten, von Bussen, die in tiefen Schluchten zerschellen, und von den schwarzgefrorenen Gesichtern der Bergsteiger, die in den verrotteten Absteigen von Lukla im Everest-Gebiet auf ihren Rückflug nach Kathmandu warten. Sie erzählte davon, wie ihr Gehirn aufweichte, als sie versuchte, den Pumori zu besteigen, und von der dünnen Luft des Himalaja, die das Blut träge macht und an der sich die Lungen wundatmen.
Zwei Stunden später hatte ich den letzten Knoten aus ihren Haaren gekämmt und alle Blasen an ihren Füßen aufgestochen und desinfiziert. Dann war Mama wieder so müde, daß sie sich aufs Sofa legte und sofort einschlief.
Das Telefon klingelte. Es war Arne von Trekking Guides. „Hallo“, sagte Arne. „Ist sie da?“
„Sie schläft“, sagte ich, „und will nicht gestört werden. Schon gar nicht von euch.“
„Sie soll nicht so viel schlafen, lieber schreiben“, sagte Arne.“

 

 
Malin Schwerdtfeger (Bremen, 27 december 1972)

Lees meer...