14-01-15

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Martin Auer. Isaäc da Costa

 

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook alle tags voor J. Bernlef op dit blog.

 

De rups trekt zichzelf in twijfel

De rups trekt zichzelf in twijfel
steigert op de twijg, lijkt blind rond
te tasten in de richting van de vlinder die hij wil
stort dan neer
recht voor de bek van de merel.
Hap!
Weg vlinder.

 

 

Liefde

Op een vluchtheuvel
kust een jongen een meisje
met paardentanden
bolle ogen achter een bril
zoeken de zijne fletse blauwe
in een gezicht vol pukkels

In zijn aktentas
dat weet ik zeker
zitten nog de broodkruimels van vorige week
en haar bloemetjesjurk
ruikt naar thuis en een keeshond van porselein
waarvan een poot is gebroken

en toch staat de stad
plotseling stil
straks in het warenhuis
een pakje shampoo vallen
zal deze vrouw zich wegen en
die man zijn voeten vegen

op een mat
waarop welkom staat geschreven

maar nu
staat de stad
stil

als blauwe ogen
fletse blauwe trouwen

 

 

Oom Karel: een familiefilmpje

Vanmiddag een familiefilmpje gezien. Oom Karel
niets vermoedend in een bootje bij Loosdrecht.
Drie weken later was hij dood, niet meer vatbaar voor
celluloid.

Hoe goed zou het zijn een filmpje van zijn sterven te bezitten
als operateur zijn laatste adem af te draaien
vertraagd het stollen van zijn blik, het vallen van die hand
langs ijzeren bedkant nog eens en nog eens te vertonen.

Of op topsnelheid, zodat het doodgaan van oom Karel
iets vrolijks krijgt, een uitgelaten dans op een krakend bed,
de omhelzing van een onzichtbare vrouw

die teruggedraaid hem wakker kust; de ogen
worden weer blik, kijken in de lens, de hand wijst.
Oom Karel leeft, oom Karel is dood.

 

 
J. Bernlef (14 januari 1937 - 29 oktober 2012)

Lees meer...

Chris De Stoop

 

De Vlaamse schrijver en journalist Chris De Stoop werd geboren op 14 januari 1958 in Sint-Gillis-Waas. In zijn eerste boek, “Ze zijn zo lief meneer” (1992), beschreef hij als eerste over de internationale vrouwenhandel van binnenuit, wat grote beroering veroorzaakte in België en onder meer leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. Hij mocht hierover ook spreken in de begrafenisdienst van koning Boudewijn in 1993. In 2004 ontving De Stoop voor “Zij kwamen uit het Oosten”, het vervolg op zijn eerste boek, de Gouden Uil Publieksprijs. Hij was ook in 2008 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs met “Het complot van België” De Stoop is opgegroeid in de polderstreek in het noorden van het Waasland en vestigde zich in 1999 in Doel. Zijn ervaringen bij de ontreddering en teloorgang van de dorpsgemeenschap in dit door havenuitbreidingen bedreigde polderdorp verwerkte hij in zijn boek “De Bres” (2000).

Uit: Verdoemenis

“Wanneer hij omstreeks half vijf plotseling wakker schrikt, heeft hij een melig, duizelig gevoel in zijn hoofd. Hij strijkt door zijn haar, dat door het zweet vast aan zijn schedel klit, en zegt, Zo voelt een drieduizend jaar oude mummie zich, als hij zijn omzwachtelde kop tegen het deksel van zijn sarcofaag stoot. Laffe nachtjager, vieze sluipdoder, bromt hij daarna, terwijl hij met zijn rechterhand naar een in de duisternis onzichtbare, al enige tijd boven zijn hoofd heen en weer snorrende mug slaat. En dan theatraal tegen zichzelf, André, laat de Heilige Geest binnen, en om de mug te verdrijven ontsteekt hij het licht. Een vergeelde farao, die, door ongedierte getergd, de slaap niet vatten kan, declameert de man in bed met luide stem, zodat zijn vrouw, die al even onrustig slaapt als hijzelf, zich knorrend omdraait. Hij klaagt steen en been tegen zijn moeder omdat allebei zijn armen elke zomer weer door muggenbeten weekrood, ontstoken en opgezwollen zijn. Jouw bloed is veel te zoet, antwoordt ze op wijze toon, jouw bloed is veel te zoet, jongen, kijk naar je broer, hij slaapt in dezelfde kamer, zelfs in hetzelfde bed, maar toch heeft hij nooit last van muggen, dat komt doordat muggen zoet bloed zoeken, en het jouwe is blijkbaar zoeter dan het zijne. Om hoe laat ben ik gisterenavond gaan slapen? vraagt hij zich af, terwijl hij, op zijn rug liggend, naar de diverse leeggewreven muggelijven op het plafond staart, ik heb Lydia toch geen klappen gegeven?, heb ik die kleine spastische Tamara wel netjes in bed gelegd?, en hoeveel heb ik in godsnaam weer gedronken? Je wil toch niet beweren dat ik te veel gedronken heb? lalt zijn dronken vader verontwaardigd, en dan stoot hij zijn kameraad aan, die drie jaar later voor aanranding en diefstal zal gearresteerd worden, en hij zegt, Kijk naar André, hij is mijn oudste, hij zal het zeker ver schoppen, en zijn straalbezopen kameraad, die vijf jaar later in zijn cel zijn linker pols zal oversnijden, omdat na een werkongeval in de drukkerij van de gevangenis zijn rechterarm moet geamputeerd worden, grijpt de jongen bij de schouder vast en hij zegt, André, lieve jongen, het ga je goed in je leven, en hij zoent hem met weke sponsachtige lippen op zijn voorhoofd, en daarna begint hij te hoesten en te rochelen tot hij bijna stikt in zijn eigen slijm.”

 

 
Chris De Stoop (Sint-Gillis-Waas, 14 januari 1958)

19:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: chris de stoop, romenu |  Facebook |

13-01-15

Edmund White, Daniel Kehlmann, Jay McInerney, Lorrie Moore, Jan de Bas, Edgardo Cozarinsky, Mohammad- Ali Jamālzādeh, Clark Ashton Smith

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: City Boy

“I had constant daydreams of meeting Susan Sontag and Paul Goodman. I don't know why I focused on them — maybe because they were so often mentioned in the Village Voice and the Partisan Review but even by Time. He'd written Growing Up Absurd, the bible of the sixties, now largely forgotten (I never read it in any event). How could I have worshipped a man whose work I didn't know? I guess because I'd heard that he was bisexual, that he was a brilliant therapist, and that he was somehow for the young and the liberated. I read his astonishing journal, Five Years, published in 1966, a groundbreaking book in which he openly discussed paying men for sex and enjoying anonymous sex in the meatpacking district. Today that would seem unremarkable, perhaps, but for a husband and a father back then to be so confi ding, so shameless, was unprecedented, especially since the sex passages were mixed in with remarks on culture and poetry and a hundred other subjects.
Sontag was someone I read more faithfully, especially Against Interpretation and even individual essays as they were published.
New York, in short, in the seventies was a junkyard with serious artistic aspirations. I remember that one of our friends, the poet Brad Gooch, wanted to introduce us to his lover, who'd become an up-and-coming Hollywood director, but Brad begged him not to tell us that he worked as a director since Hollywood had such low prestige among us. That sort of reticence would be unthinkable today in a New York that has become enslaved by wealth and glitz, but back then people still embraced Ezra Pound's motto, "Beauty is difficult."
We kept asking in 1972 and 1973 when the seventies were going to begin . . .
Then again we had to admit the sixties hadn't really begun until the Beatles came over to the States in 1964, but after that the decade took on a real, definite personality — protest movements, long hair, love, drugs, a euphoria that turned sour only toward the end of 1969. Of course for Leftists the decade began with the Brown v. Board of Education decision and ended with Nixon's resignation in 1974.”

 

 
Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)
Cover

Lees meer...

12-01-15

Cees van der Pluijm, Jacques Hamelink, Kamiel Verwer, Haruki Murakami, Alain Teister, Jakob Lenz

De Nederlandse dichter, schrijver en columnist Cees van der Pluijm werd geboren op 12 januari 1954 te Radio Kootwijk (Gld.). Cees van der Pluijm overleed op 14 december jongstleden op 60-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Cees van der Pluijm op dit blog.

 

PORTRETSONNETTEN 9

Je kunt met hem de humorberg beklimmen
Hij heeft voor iedereen altijd wel iets
Een kleine kwinkslag of een goede witz
Waar hij verschijnt, daar gaan de ogen glimmen

O al die keren dat we om hem lachten
Wat is die man toch vreselijk ad rem
Gebeurt er iets, dan kijken we naar hem
Je hoeft er nog geen oogwenk op te wachten

En heus, hij is nooit een seconde triest
Het lijkt wel alsof alles langs hem afglijdt
Waardoor hij nooit zijn goede zin verliest

Ik denk dat hij nog vrolijk naar zijn graf schrijdt
Waarop de hele stoet nog één keer briest
Om wat zijn laatste geintje wordt: zijn afscheid

 

 

PORTRETSONNETTEN 13

Ik vond mijn kind, hij waaide tot mij aan
Wat scheelt die vijfendertig jaar verschil?
Wanneer ik honderd word, is hij de spil
Daarna kan ik gerust ter ziele gaan

Nu ben ik nog ten vleze, het bestaan
Laveert weer tussen schreeuwstorm en windstil
Een mengeling van hoop, geloof en wil
Een innig rendez-vous van zon en maan

Twee kamers heeft het hart dat stadig klopt
Twee liefdes zijn het minste voor een man
Totdat de adem stokt, de motor stopt

Twee liefdes – veel voor wie niet veel verwacht
Meer dan waarop een zondaar hopen kan
De wind, de wind heeft mij een kind gebracht

 

 

Uit: Momenten

 

1978

Er was van dreiging helemaal geen sprake
Je kreeg een eigen huis, een flat met hem
Wat later kwam deed toen nog niet ter zake

Nog nergens dood als stimulans of rem
Wel engelen, maar niet nog die der wrake
Je zong je lied met ongebroken stem

Een zoete inval en een bruisend bad:
De tijd dat je nog geen ontvangstangst had

Het leven leek een feest vol zang en dans
Studeren? Ja, dat deed je er wel bij
Wat misging kreeg vanzelf een nieuwe kans

Dat eens het lied verstommen zou, dat jij
Er in zou tuinen als een domme gans –
Je was naïef, je leek maar frank en vrij

 

 

 
Cees van der Pluijm (12 januari 1954 – 14 december 2014)
Hier met Conny Palmen (l)

Lees meer...

David Mitchell

 

De Britse schrijver David Mitchell werd geboren in Southport op 12 januari 1969. Mitchell groeide op in Malvern (Worcestershire) als kind van twee als kunstenaar werkende ouders. Al vroeg las hij veel en hij was vooral dol op avontuurlijke verhalen. Op 18-jarige leeftijd ondernam hij met een vriend een reis door India en Nepal. Hij studeerde vervolgens aan de Universiteit van Kent in Canterbury Engels en Amerikaanse literatuur en studeerde af met een MA in Vergelijkende Literatuurwetenschap. Daarna bracht Mitchell een vormend jaar als leraar Engels op Sicilië door en verhuisde vervolgens naar Japan, waar hij zes jaar aan de Universiteit van Hiroshima doceerde. In 2007 stond hij op de lijst van 100 invloedrijkste personen van het Amerikaanse opinieblad Time. Zijn debuutroman “Ghostwritten” (Geschreven door de geesten, 1999) kreeg veel lovende kritieken. Hij ontving hiervoor de Llewellyn Rhys-prijs. Er zijn negen verhaallijnen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar subtiel met elkaar in verband staan. Ze hebben steeds een andere ik-figuur en spelen zich over de hele wereld af, zoals Tokyo, Mongolië, St. Petersburg en Londen. In 2001 werd zijn roman “number9dream” (Droom Nummer 9) genomineerd voor de Booker Prize of Fiction. Deze roman gaat over een Japanse jongen op zoek naar zijn vader. “Cloud Atlas” (Wolkenatlas) bevat, net als zijn debuutroman, weer een aantal verschillende verhaallijnen in zeer uiteenlopende schrijfstijlen. Elk van de verhalen wordt halverwege abrupt beëindigd. Het volgende verhaal bevat een verwijzing naar het vorige. Na het zesde verhaal worden de verschillende lijnen weer in teruglopende volgorde verteld. Wolkenatlas was de gedoodverfde winnaar van de Man Booker Prize 2004, maar won deze niet. Wolkenatlas is Mitchells grootste bestseller en kwam onder de originele Engelstalige titel in 2012 als bioscoopfilm uit. In “Black Swan Green” (Dertien) wijkt Mitchell af van zijn mozaïekachtige schrijfstijl: het is een rechttoe-rechtaan vertelling van een jaar uit het leven van een dertienjarige jongen met een spraakgebrek op het Engelse platteland in de jaren 1980. In zijn in 2010 verschenen roman “The Thousand Autumns of Jacob de Zoet” (vertaald als: 'De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet') brak Mitchell wellicht pas echt door in Nederland. In september 2014 verscheen “The Bone Clocks”. (Tijdmeters).

Uit: Ghostwritten

“Who was blowing on the nape of my neck?
I swung around. The tinted glass doors hissed shut. The light was bright. Synthetic ferns swayed, very gently, up and down the empty lobby. Nothing moved in the sun-smacked car park. Beyond, a row of palm trees and the deep sky.
"Sir?"
I swung around. The receptionist was still waiting, offering me her pen, her smile as ironed as her uniform. I saw the pores beneath her make-up, and heard the silence beneath the muzak, and the rushing beneath the silence.
"Kobayashi. I called from the airport, a while ago. To reserve a room." Pinpricking in the palms of my hands. Little thorns.
"Ah, yes, Mr. Kobayashi. . ." So what if she didn't believe me? The unclean check into hotels under false names all the time. To fornicate, with strangers. "If I could just ask you to fill in your name and address here, sir ... and your profession?"
I showed her my bandaged hand. "I'm afraid you'll have to fill the form in for me."
"Certainly ... My, how did that happen?"
"A door closed on it."
She winced sympathetically, and turned the form around. "Your profession, Mr. Kobayashi?"
"I'm a software engineer. I develop products for different companies, on a contract-by-contract basis."
She frowned. I wasn't fitting her form. "I see, no company as such, then . . ."
"Let's use the company I'm working with at the moment." Easy. The Fellowship's technology division will arrange corroboration.
"Fine, Mr. Kobayashi...Welcome to the Okinawa Garden Hotel."
"Thank you."
"Are you visiting Okinawa for business or for sightseeing, Mr. Kobayashi?"
Was there something quizzical in her smile? Suspicion in her face?
"Partly business, partly sightseeing. "I deployed my alpha control voice.“

 

 
 David Mitchell (Southport, 12 januari 1969)

14:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: david mitchell, romenu |  Facebook |

11-01-15

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Mart Smeets, Oswald de Andrade, Helmut Zenker

 

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook alle tags voor Jasper Fforde op dit blog.

Uit: One of our Thursdays is Missing

“I stood up and noticed for the first time that my living room seemed that little bit more realistic. The colours were subtler, and the walls had an increased level of texture. More interestingly, the room seemed to be brighter, and there was light coming in through the windows. It was real light, too, the sort that casts shadows, and not the pretend stuff we were used to. I grasped the handle, opened the front door and stepped outside.
The empty inter-book Nothing that had separated the novels and genres had been replaced by fields, hills, rivers, trees and forests, and all around me the countryside opened out into a series of expansive vistas with the welcome novelty of distance. We were now in the South-East corner of an island perhaps a hundred miles by fifty and bounded on all sides by the Text sea, which had been elevated to 'Grade IV Picturesque' status by the addition of an azure hue and a soft billowing motion that made the text shimmer in the breeze.
As I looked around I realised that whoever had remade the Bookworld had consid- ered practicalities as much as aesthetics. Unlike the Realworld, which is inconveniently located on the outside of a sphere, the new Bookworld was anchored on the inside of a sphere, thus ensuring that horizons worked in the opposite way to those in Realworld. Further objects were higher in the visual plane than nearer ones. From anywhere in the Bookworld it was possible to view anywhere else. I noticed, too, that we were not alone. Stuck on the inside of the sphere were hundreds of other islands very similar to our own, and each a haven for a category of literature therein.
About ten degrees upslope of Fiction I could see our nearest neighbour: Artistic Criticism. It was an exceptionally beautiful island, yet deeply troubled, confused and suffused with a blanketing layer of almost impenetrable bullshit. Beyond them were Psychology, Philately, and Software Manuals. But the brightest and biggest archipelago I could see upon the closed sea was the scattered group of Genres that made up Nonfiction. They were positioned right on the other side of the inner globe so were almost directly overhead. On one side of the island the cliffs of irrationality were slowly being eroded away, while on the opposite shore the sands of science were slowly reclaiming salt-marsh from the sea.
While I stared upwards, open mouthed, a steady stream of books moved in an endless multi-layered criss-cross high in the sky. But these weren't books of the small, paper-and-leather variety that one might find in the Outland. »

 

 
Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

Lees meer...

Eduardo Mendoza, Diana Gabaldon, Slavko Janevski, Ilse Weber, Alan Stewart Paton, Bayard Taylor, Annette von Droste-Hülshoff

 

De Spaanse schrijver Eduardo Mendoza werd geboren in Barcelona op 11 januari 1943. Zie ook alle tags voor Eduardo de Mendoza op dit blog.

Uit: Der Friseur und die Kanzlerin (Vertaald door Peter Schwaar)

“Der Tagesanbruch beleuchtete mich auf dem Bürgersteig vor meinem Haus. Erleichtert betrachtete ich den heiteren Himmel und nahm den mäßigen Wind wahr – offensichtlich keine Hindernisse für den Luftverkehr. Nach einer Weile fuhr der Swami in seinem Auto vor. Er kam vom Flughafen und entschuldigte sich für die leichte Verspätung mit dem Hinweis, er habe noch vollgetankt, und an der Tankstelle sei er auf die Idee gekommen, den Wagen durch die Waschstraße zu schicken, damit er auch schön glänze, wo es die Umstände doch so erforderten. Zuvor hatte er den Juli und Quesito am Flughafen abgesetzt, den Juli als lebende Statue, damit er von seinem Podest aus die Vorgänge im Terminal im Blick behalte, und die Quesito strategisch in einem Café platziert, wo sie beim Durchblättern einer Zeitschrift zu frühstücken vorgab, in Wirklichkeit aber bereit war, jederzeit Bericht zu erstatten, wenn der Juli es ihr mit einem vorher vereinbarten Zeichencode zu verstehen gäbe.
Wir holten den Dandy Morgan ab, der schon in Zivilkleidung am vereinbarten Ort stand und ein dickes Bündel bei sich hatte, das er in den Kofferraum des Peugeot stopfte. Hingegen musste man mehrmals klingeln, bis Cándida herunterkam, und als sie endlich erschien, war sie sehr verstört. Um ihrer Nervosität Herrin zu werden, hatte sie mehrere Liter Pfefferminztee getrunken und musste jetzt, wie sie sich bescheiden ausdrückte, ununterbrochen ihr kleines Geschäft verrichten. Im Auto auf der Rückbank neben dem Dandy Morgan sitzend, gab sie ihrer Angst Ausdruck, im heikelsten Moment ihres Auftritts wieder dieses unaufschiebbare Bedürfnis zu verspüren.
«Mach dir deswegen keine Sorgen», sagte ich und versuchte, um ihren bereits verwirrten Zustand nicht noch zu verschlimmern, die Gereiztheit zu verbergen, die ihre angeborene Dämlichkeit in mir auslöste. «Denk daran, dass du eine hochbedeutende Frau zu ersetzen hast, deren Anordnungen keinen Widerspruch dulden. Wo du auch bist, wenn du den Drang verspürst, dein kleines Geschäft zu verrichten oder sogar dein großes, gehst du in eine Ecke und erledigst in aller Gelassenheit, was du zu erledigen hast. Vergiss nicht, dir nachher die Hände zu waschen. Die Person, die du ersetzt, besitzt Autorität, aber auch Klasse.»

 

 
Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943)

Lees meer...

10-01-15

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Adrian Kasnitz, Mies Bouhuys, Harrie Geelen, Yasmina Khadra

 

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook alle tags voor Antonio Muñoz Molina op dit blog.

Uit: Alles wat solide was (Vertaald door Tineke Hillegers-Zijlmans en Frieda Kleinjan-van Braam)

“Tenzij je een cynicus bent of een gewetenloze schurk, geneest het hebben van kinderen je van apocalyptische verleidingen, van die obligate woede waarmee sommige ouderen verbitterd door de gebreken van hun leeftijd en het naderen van de dood zouden willen dat de wereld hen niet overleeft. Wat je graag wil is dat de veranderingen die wellicht komen niet catastrofaal zijn en dat je kinderen een behoorlijk leven hebben, zoals de meeste mensen zich voorstellen en wensen, met uitzondering van psychopaten en visionairs.
Camus zegt dat het geruststellende weten dat de volmaakte septembermiddagen zullen blijven bestaan als wij er niet meer zijn je verzoent met de dood. Ik zou willen dat mijn kinderen en de mensen van wie ze houden geen slechter leven hebben dan dat wat ik heb gehad, dat ze niet minder kansen krijgen, geen giftiger lucht hoeven in te ademen, niet hoeven te werken als slaven of meedogenloos moeten wedijveren of zich verdedigen achter geblindeerde deuren en hoge cementen muren, noch dat ze geplaagd worden door angst voor een ongeneeslijke ziekte of medische behandelingen die ze niet kunnen betalen.
Wat zou het fijn zijn als ze door Europa konden blijven reizen zonder bij de grens te worden aangehouden, of bang te hoeven zijn dat ze hun paspoort of visum moeten laten zien; als ze nooit trouw hoeven te zweren aan een dictator of in een menigte een demagoog hoeven toe te juichen, als ze hun gedachten niet hoeven te verbergen of moeten zeggen wat ze niet denken.”

 

 
Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

Lees meer...

Jared Carter, Jutta Treiber, Franz Kain, Philip Levine, Renate Schostack, Ingeborg Drewitz

 

De Amerikaanse dichter Jared Carter werd geboren op 10 januari 1939 in Elwood, een dorpje in Indiana, VS. Zie ook alle tags voor Jared Carter op dit blog.

 

Improvisation

To improvise, first let your fingers stray
across the keys like travelers in snow:
each time you start, expect to lose your way.

You’ll find no staff to lean on, none to play
among the drifts the wind has left in rows.
To improvise, first let your fingers stray

beyond the path. Give up the need to say
which way is right, or what the dark stones show;
each time you start, expect to lose your way.

And what the stillness keeps, do not betray;
the one who listens is the one who knows.
To improvise, first let your fingers stray;

out over emptiness is where things weigh
the least. Go there, believe a current flows
each time you start: expect to lose your way

Risk is the pilgrimage that cannot stay;
the keys grow silent in their smooth repose.
To improvise, first let your fingers stray.
Each time you start, expect to lose your way.

 

 
Jared Carter (Elwood, 10 januari 1939)
Cover

Lees meer...

Robinson Jeffers, Giselher Werner Hoffmann, Jan H. Eekhout, Vicente Huidobro, Aubrey Thomas de Vere, Alexei Tolstoy

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Robinson Jeffers werd geboren op 10 januari 1887 in Allegheny, nu Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook ook alle tags voor Robinson Jeffers op dit blog.

 

Delusion Of Saints

The old pagan burials, uninscribed rock,
Secret-keeping mounds,
Have shed the feeble delusions that built them,
They stand inhumanly
Clean and massive; they have lost their priests.
But the cross-bearing stones
Still foot corruption, and their faces carved
With hopes and terrors
At length too savagely annulled to be left
Even ridiculous.
Long-suffering saints, flamelike aspirers,
You have won your reward:
You sleep now as easily as any dead murderer
Or worn-out lecher.
To have found your faith a liar is no thorn
In the narrow beds,
Nor laughter of unfriends nor rumor of the ruinous
Churches will reach you.
As at Clonmacnoise I saw them all ruined,
And at Cong, at Glendalough,
At Monasterboice; and at Kilrnacduagh
All ruined, all roofless
But the great cyclopean-stoned spire
That leans toward its fall.
A place perfectly abandoned of life,
Except that we heard
One old horse neighing across the stone hedges
In the flooded fields.

 

 

End Of The World

When I was young in school in Switzerland, about the time of the Boer War,
We used to take it for known that the human race
Would last the earth out, not dying till the planet died. I wrote a schoolboy poem
About the last man walking in stoic dignity along the dead shore
Of the last sea, alone, alone, alone, remembering all
His racial past. But now I don't think so. They'll die faceless in flocks,
And the earth flourish long after mankind is out.

 

 
Robinson Jeffers (10 januari 1887 – 20 januari 1962)
Portret door  Hamilton Wolf, 1919

Lees meer...

Saskia Stehouwer

 

De Nederlandse dichteres Saskia Stehouwer werd geboren op 10 januari 1975 in Alkmaar. Zij groeide op in Koedijk en Schoorl en volgde het Murmelliyus Gymnasium te Alkmaar (1987-1993). Stehouwer studeerde in 1993-1994 Engels aan Exeter University. Van 1994-2000 studeerde ze Nederlands en Engels aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2001-2012 was Stehouwer als redacteur en projectleider werkzaam bij de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze was intensief betrokken bij de ontwikkeling van SAVUSA, het Zuid-Afrika instituut van de VU. In 2012 richtte ze het Life Coach-bedrijf 'U bevindt zich hier' op. Daarnaast was zij medewerkster aan o.a. Awater, De Revisoren Slang literair magazine.

 

niet over de blaadjes fietsen

op muisgrijze pantoffels
sluipt de droom de kamer uit
wij worden wakker
bij elkaar in de buurt
de zon stift onze lippen

mijn omtrek staat in de kromming van je rug
maar wat laat ik na

hoe je deugt zoals je buigt
wie bepaalt waarheen

ik wil stofzuigen tot elk oppervlak
een heldere gedachte is
die mijn handen warm houdt

ik wil een goede kaart
waar ik niet afval

ik ben de goudvis
die steeds zijn kom ontmoet
hoed afneemt
praatje maakt over het weer
maar nooit de zee zal voelen
en weten: dit is de zee

 

 

 
Saskia Stehouwer (Alkmaar, 10 januari 1975)

14:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: saskia stehouwer, romenu |  Facebook |

09-01-15

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Wessel te Gussinklo, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison, Kurt Tucholsky

 

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Angst en schoonheid. Louis Couperus, mystiek der zichtbare dingen

“Beide boeken van Couperus die tijdens die zomermiddag met de studenten ter sprake kwamen – Noodlot als jeugdwerk, Van oude mensen als het werk van een schrijver op de toppen van zijn kunnen – zitten vol ervaringen, tragische en komische. Ze gaan over mensen met bij uitstek herkenbare emoties: jaloezie, verlangen, wreedheid, moordlust, geilheid, benauwdheid, onvrede, benepenheid, wanhoop, angst voor het leven, angst voor de dood, allemaal ingebed in voor ons nog herkenbare situaties.
Over die Couperus gaat dit essay. Het is geen biografische schets en ook geen literaire studie. Het is geen zelfhulpboek, waarmee Couperus weer aantrekkelijk gemaakt moet worden voor niet-lezers, door hem uit zijn literaire context te halen en te doen alsof hij ons tips geeft voor een gelukkiger leven –
Hoe Couperus je leven kan veranderen. Bij Couperus is de inzet altijd een dieper bewustzijn, een uitnodiging om beter te zien, het voelbaar maken van ambivalenties.
De vraag voor mij is niet waar Couperus het vandaan haalde, maar wat hij ermee gedaan heeft.
De stille kracht is een meesterwerk, maar als de roman alleen zou gaan over de fatale berekendheid van de Hollandse koloniale onderneming in Indië, zou die ons nu weinig meer te zeggen hebben.
Ik lees Couperus dan ook persoonlijk. De feiten van zijn leven gebruik ik alleen voor zover ze volgens mij licht werpen op zijn thema’s, zijn blik.
Waarom legde hij er in zijn feuilletons zo veel eer in echte omstandigheden te mengen met mensen en gebeurtenissen die verzonnen waren? En waarom loog hij in 1913 tegen zijn uitgever L.J. Veen, toen hij hem schreef dat zijn Italiaanse vriend de reis naar Spanje voor hem en zijn vrouw Elisabeth had betaald? Als deze Orlando, die in zo veel van zijn Franse en Italiaanse feuilletons opduikt, inderdaad een grotendeels verzonnen figuur blijkt te zijn, waarom verzon Couperus hem dan, zo laat in zijn leven, als rustige, viriele
imaginary friend? In hoeverre kan een kunstenaar die door kenners van zijn leven en werk ‘narcistisch’ en ‘egocentrisch’ genoemd wordt, zich oprecht het lot van de lijdende mensheid aantrekken? Waarom zijn de zelfportretten in zijn romans zo dodelijk – intelligente en fijnzinnige, maar uiteindelijk steriele estheten als Vincent in Eline Vere, Paul in De boeken der kleine zielen en Lot in Van oude mensen?
En waarom wisselde Couperus zijn grote psychologische romans zo gretig af met een zwaar symbolistisch proza, dat, zoals hij het zelf uitdrukte, slechts ‘la beauté pour soi-même’ leek na te streven? Dat hij de gekunstelde poëzie, waarmee hij zijn loopbaan als schrijver begon, van de ene dag op de andere opzijschoof voor de psychologische diepteboring die Eline Vere is, laat zich niet enkel en alleen verklaren door zijn jeugdigheid – de jonge schrijver die na een al te romantisch begin zijn ware talent ontdekt. Daarvoor laat de mooischrijver zich daarna nog te vaak zien.”

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

Lees meer...

08-01-15

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Gaston Miron, Leonardo Sciascia, Alfred Tomlinson, Vasyl Stus

 

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Juan Marsé op mijn blog.

Uit: De laatste middagen met Teresa (Vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu)

‘Ze had zo’n kleine persoonlijke chaos om zich heen, als bevestiging van het bestaan van de ware, solide luxe – de ceintuur van haar jas viel er bijna helemaal uit en sleepte met de gesp over de grond, uit haar ene jaszak piepte een roodzijden hoofddoek, haar blonde haar hing voor haar gezicht, en ze probeerde haar ene schoen, die tijdens het hollen was uitgegaan, met nerveuze bewegingen weer aan haar voet te krijgen -, een charmante slordigheid in de details die duidelijk aangeeft dat ze zich geen zorgen hoeft te maken over geld, vertrouwen heeft in haar eigen schoonheid en een intens, gepassioneerd en veelbelovend innerlijk leven heeft; een extra charme bij mensen die al door de natuur en de fortuin worden verwend.’
(…)

De feestelijke sfeer van de avond, met zijn vrolijke opwinding en drukte, gaf weinig aanleiding tot angst, en al helemaal niet in die buurt, maar toch kon een groepje elegant geklede paren dat toevallig langs de jongeman liep, een licht gevoel van onbehagen niet onderdrukken dat soms ontstaat door een amper waarneembare breuk in de orde: wat opviel aan de jongen was de serieuze schoonheid van zijn zuidelijke trekken en een zekere onrustbarende onbeweeglijkheid die op een merkwaardige manier in verband – liever gezegd in een verdacht evenwicht – stond met de prachtige auto."

 

 
Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

Lees meer...

07-01-15

Frans Kellendonk, Dionne Brand, Sofi Oksanen, Henk van Zuiden, Shobhaa Dé, Marie Desplechin

 

De Nederlandse schrijver en vertaler Frans Kellendonk werd geboren in Nijmegen op 7 januari 1951. Zie ook alle tags voor Frans Kellendonk op dit blog.

Uit: Mystiek Lichaam

“‘De medische ziekte sloeg een tweespalt in de jongen. Hij verhield zich tot zijn lichaam alsof hij het delen moest met een Siamese tweelingjongen die ziek was. Die ander moest maar verstandig zijn, vond hij, en het ervan nemen in het jaar dat hem restte, een wereldreis gaan maken of gaan vissen in Canada. Zelf wenste hij aan de ziekte geen concessies te doen.
Op één punt moest hij toch toegeven. Elke twee weken legde hij tegen heug en meug een bezoek af aan Klein-Transsylvanië, zoals hij de bloedkankerkliniek noemde. De deernis had bij de behandelende geneesheer het veld geruimd voor solidariteit met de zieke tweelingjongen, voor verraad dus. Wie door zijn eigen lichaam is verraden heeft geen medestanders meer. De arts geloofde even halsstarrig in de sterfelijkheid van zijn patiënt als de patiënt er zelf aan twijfelde. De controles waren veldslagen in een geloofsstrijd, waarbij de arts de werkelijkheid van de ziekte en de jongen die van de gezondheid verdedigde. Hij kwam elke keer deerlijk geblutst van het slagveld.’ (...) ‘Hij lag op bed in een pyjama, kledingstuk dat hij bij welzijn nooit had gedragen, uniform der moribunden. De dekens waren teruggeslagen en er was veel pyjama, weinig jongen.’

 

 
Frans Kellendonk (7 januari 1951 – 15 februari 1990)

Lees meer...