11-04-17

Leonard Nolens, Glenway Wescott, Mark Strand, Silvia Avallone, Walid Soliman, Dorothy Allison, Hubert Nyssen, Barbara Köhler, Rolf Schilling

 

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog.

 

Kier

Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijks bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.

Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed. Laat alle deuren

Op een kier.

 

 

Noordkant

Als zij thuis is kan ik hier het zuiden horen.
Zij is het licht dat mij zijn kern te eten geeft
En straalt tot in de koudste hoeken van mijn leven.
Alle warmte die ik ben komt hier van haar.

Dat ooit een mens mij zo brutaal, zo helemaal
Heeft aangekeken, met een blauw dat ging en gaat
Tot op het botste van mijn mannelijke leegte,
Dat ooit twee handen hier zo gruwelijk intiem

Mijn bloed gingen betasten, elke blote zenuw
Van het kind dat er onvindbaar in mij sliep,
Dat doet mijn oude dood nog pijn, dat maakt mij ziek
Van geluk dat ik met haar niet delen kan.

Als zij weg is blijf ik achter met de schaamte
Van de jongen die zijn moeder wil bezitten, hurk ik
Neer onder de rok van haar afwezigheid en neurie
Onverstaanbaar de zoete ellende van mijn geboorte.

 

 

Stof

Vier vrouwen hebben mij gebaard en gezoogd en gewiegd.
Ze droegen me 's middags en 's avonds naar de hemel
Van mijn kamer en wasten mijn vleugels en kleedden me uit.
Ze kleden me uit en ze bidden me niet meer in slaap.
Doe dat maar zelf! Doe dat voortaan maar zelf!

Vier vrouwen lagen op hun knieën voor mijn bed te zingen.
De enkele vader zit beneden, overstemt de bovenwereld
Met zijn stilte, pent er zijn hartgrondige verslagen
Over de herkomst en erfeniskwesties van de aardbol neer.
Zijn moegezworven dood verkavelt alle slijk onder mijn voet.

Op alle plaatsen waar hij jaar na jaar begraven wordt
Veeg ik zijn stof bijeen en spuw erin
En kneed mezelf weer heel
En vloek dat ik hem lief moet hebben als de mond
Waarmee ik dit leven bedenk en mijn kinderen kus.

 

 
Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)

Lees meer...

10-04-17

Leo Vroman, Jan van Mersbergen, Paul Theroux, Claudio Magris, Bella Akhmadulina, Stefan Heym, Richard Wagner, Marcel van Maele, Eric Knight

 

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

De drie zwanen

Die drie zwanen
drijvend op het meer
zag ik niet weggaan en
waren er weer,

en de treurwilg met een
scheef houten been,
haar haar omlaag
en weerkaatsend omhoog
maakte een boog
om de zwanen heen,

door een kind getekend, maar
ik moet om te beginnen
het kind nog verzinnen.
Dan is het waar
maar lang, lang later.
Dan is het najaar
en klotst het water.

 

 

Een stille ontmoeting

Soms moet ik zo verlangen naar
blauwgras, wimperparelgras,
zoals ons tuintje vroeger was,
honderd jaar, duizend jaar,
liesgras, trilgras, liefdegras,
duizend jaar geleden, maar
kweldergras, knolbeemdgras,
kijk daar eens even, daar
scherpgras, hardgras, tandjesgras,
een lege kleine zoogdiervacht,
kamgras, baardgras, borstelgras,

zo onaantastbaar zacht,
en het schedeltje zo onbewoond
kruipertje kromstaart, herderstas,

dat nog zo'n brede grijns vertoont,
raaigras raaigras

 

 

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang wij kersenbomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten,
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven.

 

 
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Lees meer...

09-04-17

Palmsonntag (Stefan Zweig)

 

Bij Palmzondag

 

 
De intocht van Christus in Jeruzalem door Peter Paul Rubens, 1632

 

 

Palmsonntag

Du Tag, der jedem Pilger Seligkeit verkündet,
Der jedem Leidensweg ein Morgenrot entzündet,
Du schöner Tag der Kinder, die mit grünen Zweigen
Die Straßen auf und ab sich sehr geschäftig zeigen
Und unterwegs den duftigen Reichtum gerne mehren,
Um Armevoll von frischem Glück nach Haus zu kehren

An jenem Tage sucht auch ich den jungen Ast,
Als Halt für meines Schicksals wintermüde Last.
Ich ging, ich schritt voran, auf trauervollen Wegen
Durch Sonne bald und bald durch grauen Regen,
Von Kerzenglanz verlockt, der unsre Andacht weiht
Und unserm Gottesdienst so holde Anmut leiht.
Die Chöre waren voll von hellem Kindersingen,
Das durch die Kirche zog auf unschuldsfrohen Schwingen;
Und Gott allein vernahm durch diesen lauten Sang
Ein Beten und ein Lied, das weinend aufwärts rang:

»Von einer Verbannung zur anderen ruhlos vertrieben,
Wahrhaftig, ich weiß keine Heimat, die je mir geblieben!
Die Bäume zumindest, sie haben doch Zeit, um zu blühn,
Um Früchte zu tragen, zu wachsen, zu Tode zu glühn,
Mir, mir ward nicht Zeit! Meine Pflicht will nicht warten und weilen,
Gott! Zwing mich nicht immer, aus Frieden in Fremde zu eilen;
Gott! Gönn mir im Schatten am Wegrand ein wenig Bestand,
Meine Kinder im Arm, meine Stirne gestützt in die Hand!

Ich kann nicht mehr gehn. Ich komme ... ich sah ... und ich falle,
Ich holte dort droben vom Berg eine Blume; ich walle
An rosenkranztragenden Gräbern vorbei wie gehetzt,
Die Füße vom steinigen Bergpfad erlahmt und verletzt.
Gott! bin ich der Vogel mit ewig gebreiteten Schwingen,
So laß mich noch einmal das Haupt meines Sohnes umschlingen;

Des blondfrohen Knaben, der ohne mich wandert und strebt,
Die ich sein Gemüt doch mit Seele und Sehnsucht durchwebt!
Du Gott der Bedrückten, — Gott! bist du wirklich mein Vater,
So sei du den Meinen ein Retter, sei mir ein Berater,
Laß nicht meine Sorgen die Boten des Kommenden sein,
Nein, zeig uns den Hafen und führ uns in Frieden hinein;
In Nacht, in verfrühte, laß endlich ein Morgenrot dringen,
Verbiete den Wegen, mich weiter und weiter zu zwingen,
Bezeichne für uns einen Ort, eine Heimat, die Ruh,
Und führe den knieenden Kindern den Vater zu!« —

Die Orgel schwieg; der Glanz erlosch, mein heißes Sinnen
Ward still, um tief im Herzen heimlich fortzuspinnen;
Im Herzen, das nun doch die neue Hoffnung trank,
Die aus dem Lied der vielen in mich niedersank.
Ein Greis beglückte mich mit einem schlanken Zweige,
Weihwasser tropfte durch das Grün in meinen Händen,
Und froh betrat ich meine winterkalten Steige,
Mit festem Schritt den Erdenweg zu enden ...

 


Stefan Zweig (28 november 1881 – 22 februari 1942) 
Wenen. Stefan Zweig werd geboren in Wenen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 9e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

14:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: palmzondag, stefan zweig, romenu |  Facebook |

Charles Baudelaire, Jelle Brandt Corstius, Karel Jonckheere, Joolz Denby, Albert von Schirnding, Johannes Bobrowski

 

De Franse dichter Charles Baudelaire werd geboren in Parijs op 9 april 1821. Zie ook alle tags voor Charles Baudelaire op dit blog.

 

À celle qui est trop gaie

Ta tête, ton geste, ton air
Sont beaux comme un beau paysage ;
Le rire joue en ton visage
Comme un vent frais dans un ciel clair.

Le passant chagrin que tu frôles
Est ébloui par la santé
Qui jaillit comme une clarté
De tes bras et de tes épaules.

Les retentissantes couleurs
Dont tu parsèmes tes toilettes
Jettent dans l'esprit des poètes
L'image d'un ballet de fleurs.

Ces robes folles sont l'emblème
De ton esprit bariolé ;
Folle dont je suis affolé,
Je te hais autant que je t'aime !

Quelquefois dans un beau jardin
Où je traînais mon atonie,
J'ai senti, comme une ironie,
Le soleil déchirer mon sein ;

Et le printemps et la verdure
Ont tant humilié mon coeur,
Que j'ai puni sur une fleur
L'insolence de la Nature.

Ainsi je voudrais, une nuit,
Quand l'heure des voluptés sonne,
Vers les trésors de ta personne,
Comme un lâche, ramper sans bruit,

Pour châtier ta chair joyeuse,
Pour meurtrir ton sein pardonné,
Et faire à ton flanc étonné
Une blessure large et creuse,

Et, vertigineuse douceur !
A travers ces lèvres nouvelles,
Plus éclatantes et plus belles,
T'infuser mon venin, ma soeur !

 

Alchimie de la douleur

L'un t'éclaire avec son ardeur,
L'autre en toi met son deuil, Nature !
Ce qui dit à l'un : Sépulture !
Dit à l'autre : Vie et splendeur !

Hermès inconnu qui m'assistes
Et qui toujours m'intimidas,
Tu me rends l'égal de Midas,
Le plus triste des alchimistes ;

Par toi je change l'or en fer
Et le paradis en enfer ;
Dans le suaire des nuages

Je découvre un cadavre cher,
Et sur les célestes rivages
Je bâtis de grands sarcophages.

 


Charles Baudelaire (9 april 1821 – 31 augustus 1867)
Portret Gustave Courbet, 1848-1849

Lees meer...

Bernard-Marie Koltès, Arnold Stadler, Julius Hart, Lev Kopelev, Carl Amery, Leonard Wibberley

 

De Franse toneelschrijver Bernard-Marie Koltès werd geboren in Metz op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Bernard-Marie Koltès op dit blog.

Uit: Le retour au désert (suivi de) Cent ans d'histoire de la famille Serpenoise

« MAAME QUEULEU. - Aziz, entre, dépêche-toi. Il y a beaucoup de travail aujourd'hui, car Mathilde, la soeur de Monsieur, revient d'Algérie avec ses enfants. Il faut tout préparer et seule, je n'y arriverais pas.
AZIZ. - J'arrive, Maame Queuleu. Mais j'avais cru entendre des pas et des bruits de voix : et, à cette heure-ci, dans cette rue, cela m'a paru étrange.
MAAME QUEULEU. - Les rues sont dangereuses. Entre vite. Je n'aime pas laisser cette porte ouverte.
AZIZ. - Cela s'annonce comme une sale journée.

 

 
Scene uit een opvoering in Parijs, 2016



Entre Mathilde.
MATHILDE. - Et pourquoi ce serait une sale journée?
AZIZ. - Parce que, si la soeur est aussi conne que le frère, cela promet.
MATHILDE. - La soeur n'est pas aussi conne que le frère.
AZIZ. - Et comment le sais-tu, toi?
MATHILDE. - Parce que la soeur, c'est moi."

 

 
Bernard-Marie Koltès (9 april 1948 – 15 april 1989)

Lees meer...

08-04-17

Herinnering aan Gerard Reve, Hanz Mirck, Christoph Hein, Judith Koelemeijer, Nnedi Okorafor, Barbara Kingsolver

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 11 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog en eveneens mijn blog van 14 december 2006. en mijn blog van 9 april 2006.

 

Avondrood

Eens was ik jong en schoon.
Vrouwen die met mij dansten werden in mijn armen
medegevoerd tot duizelingwekkende hoogten.
Nu gaat er niets meer omhoog:
het enige dat stijf staat zijn mijn gewrichten.
Ach, waar zijt gij gebleven
zoete, bittere, onstuimige jeugd?

 

 
Gerard Reve (14 december 1923 - 8 april 2006)
Portret door Gerrit Breteler, z.j.

Lees meer...

John Fante, Johann Christian Günther, Glendon Swarthout, Martin Grzimek, Hégésippe Moreau

 

De Amerikaanse schrijver John Fante werd geboren in Colorado op 8 april 1909. Zie ook alle tags voor John Fante op dit blog.

Uit: Ask the Dust

“Then I went down the hill on Olive Street, past the horrible frame houses reeking with murder stories, and on down Olive to the Philharmonic Auditorium, and I remembered how I'd gone there with Helen to listen to the Don Cossack Choral Group, and how I got bored and we had a fight because of it, and I remembered what Helen wore that day -- a white dress, and how it made me sing at the loins when I touched it. Oh that Helen -- but not here.
And so I was down on Fifth and Olive, where the big street cars chewed your ears with their noise, and the smell of gasoline made the sight of the palm trees seem sad, and the black pavement still wet from the fog of the night before.
So now I was in front of the Biltmore Hotel, walking along the line of yellow cabs, with all the cab drivers asleep except the driver near the main door, and I wondered about these fellows and their fund of information, and I remembered the time Ross and I got an address from one of them, how he leered salaciously and then took us to Temple Street, of all places, and whom did we see but two very unattractive ones, and Ross went all the way, but I sat in the parlor and played the phonograph and was scared and lonely.
I was passing the doorman of the Biltmore, and I hated him at once, with his yellow braids and six feet of height and all that dignity, and now a black automobile drove to the curb, and a man got out. He looked rich; and then a woman got out, and she was beautiful, her fur was silver fox, and she was a song across the sidewalk and inside the swinging doors, and I thought oh boy for a little of that, just a day and a night of that, and she was a dream as I walked along, her perfume still in the wet morning air.
Then a great deal of time passed as I stood in front of a pipe shop and looked, and the whole world faded except that window and I stood and smoked them all, and saw myself a great author with that natty Italian briar, and a cane, stepping out of a big black car, and she was there too, proud as hell of me, the lady in the silver fox fur. We registered and then we had cocktails and then we danced awhile, and then we had another cocktail and I recited some lines from Sanskrit, and the world was so wonderful, because every two minutes some gorgeous one gazed at me, the great author, and nothing would do but I had to autograph her menu, and the silver fox girl was very jealous.”

 

 
John Fante (8 april 1909 – 8 mei 1983)
Affiche voor de film uit 2006 met o.a. Colin Farrell (Arturo)

Lees meer...

07-04-17

Juliana Spahr, William Wordsworth, Özcan Akyol, Gabriela Mistral, Henk Fedder, Donald Barthelme, Jens Peter Jacobsen, Hervé Bazin, Johannes Mario Simmel

 

De Amerikaanse dichteres, critica en uitgeefster Juliana Spahr werd geboren op 7 april 1966 in Chillicothe, Ohio. Zie ook alle tags voor Juliana Spahr op dit blog.

 

In Imitation Of For Love

If he or she is clumsy in places, those are clumsy places
and when he or she says I have a lover or a husband or a wife, we or I feel sad,
or is it just clumsy?
can't one make it simple, or at least simpler?
or why can't it be that way for just one moment?
I am writing this on a hip pocket pad, a waterproof one
but I am not crying, never crying
and it never rains when or where in some northern or southern or western

or eastern city I am writing
to tell you I've got a crush on you
cootchi coo
the waterproof cost me extra
the words are extra; they don't come with the pad
the crush, the love is extra
and you are extra.
oh, wake up.

 

 

Dynamic Positioning (Fragment)

It is dynamic positioning that
Allows a semi-submersible the

Ability to hover there over
The well. It is a thirty-six inch tube,

A casing, that extends down to allow
The drill and bit to be rotated there;

The drill then spudding in; the seafloor, dark,
And giving way. It is a thick column

Of drilling mud that keeps natural gas
And oil beneath the seafloor while the well

Is capped and it is a cement that
Fills in the casing so the drill pipe stays

Unmoving, stable, in this ever moving sea.
It is a sort of drilling mud that is

Then pumped through the drill pipe and out through
The drill bit then up through the casing and

Then back up to the oil rig in the space
Between the drill pipe and the inner wall.

 

 
Juliana Spahr (Chillicothe, 7 april 1966)

Lees meer...

06-04-17

Kazim Ali, Annejet van der Zijl, John Pepper Clark, Jakob Ejersbo, Günter Herburger, Uljana Wolf, Brigitte Schwaiger, Julien Torma, Nicolas Chamfort

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Kazim Ali werd geboren op 6 april 1971 in Croydon, Engeland. Zie ook alle tags voor Kazim Ali op dit blog.

 

Speech

How struck I was by that face, years ago, in the church mural:
Eve, being led by Christ through the broken gates of Hell.

She’s been nominated for the position of Featured Saint
on the Icon of Belief, up against the dark horse candidate—

me: fever-ridden and delirious, a child in Vellore, unfolding
the packet around my neck that I was ordered not to open.

Inside, a folk cure, painted delicately in saffron.
Letters that I could not read.

Why I feel qualified for the position
based on letters I could not read amounts to this:

Neither you nor I can pronounce the difference
between the broken gates and the forbidden letters.

So what reason do we need to believe in icons or saints?
How might we otherwise remember—

without an image to fasten in that lonely place—
the rock on which a Prophet flung himself into fever?

Without an icon or church, spell “gates of Hell.”
Spell “those years ago unfolding.”

Recite to me please all the letters you are not able to read.
Spell “fling yourself skyward.”

Spell “fever.”

 

 

Bright Felon Dvd Extra/Alternate Ending

In the convicted evening I am a victor struck loose and restless,
creeping for the unlocked window.
The family inside at the dinner table is mine.
Listening to the escape story on the radio, my mother's hand freezes
in the air halfway to her mouth.
She realizes it's me they're talking about.
Lightning by lightning the minute before thunder.
Streets as empty as a beach before rain.
My hand on the cold glass.
Car alarm, tornado warning, catastrophe.
Who remembers the criminal son, free of the labyrinth and still
unsought, unthought of.
Oh when will the streetlamps blink out so my father can appear furtive
at the door and beckon me furiously in.

 

 
Kazim Ali (Croydon, 6 april 1971)

Lees meer...

20:08 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-04-17

Hugo Claus, Martin Reints, Vítězslav Hálek, Algernon Swinburne, Bora Ćosić,, Werner J. Egli, Mieke van Zonneveld, Michael Georg Conrad, Marente de Moor

 

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit:Het verdriet van België

‘‘Staan er fouten in?’
‘Met de beste wil van de wereld… nee, geen fout te ontwaren.’
‘Maar moet de datum van uw voordracht er…’
‘Godverdomme, natuurlijk, dedju, dat hadden wij bijna… dedju!...’
Hij ging aan tafel zitten, het kleed had overal brandgaatjes, hij hijgde alsof hij de 500 meter had gelopen. Maurice zei nooit wat, dus nu ook niet, maar hij was wel onder de indruk.
‘Zet u, zet u.’
‘Derangeren wij u niet?’
‘Jongeman, ik heb de hele nacht gewrocht, een zekere verpozing is me zeker toegestaan. Alhoewel… verpozen… als dat zou kunnen… is de grondtoon van de mens niet het irrequietum?’ Gelukkig wachtte hij niet op een antwoord, hij blies felle rookwalmen in Maurice’s snufferd.
‘Ik zou u met genoegen enkele passages voorlezen uit het derde bedrijf van het stuk dat mij thans bezighoudt, een nogal nauwkeurige evocatie van Zannekin. Dokter Leevaert die een eminent kenner is van de veertiende eeuw verzekert mij dat ik de historische waarheid geen geweld aan doe, maar, jongens, ik ben óp. Alhoewel ik me realiseer dat gij, de jeugd van Vlaanderen, er alle belang bij zoudt hebben kennis te nemen van mijn kijk op ons verleden. Gij leest toch boeken, ik bedoel, naast uw verplichte schoollectuur?’
Zij knikten beiden gedwee. Maurice zat ongemakkelijk te draaien op zijn stoel, moest waarschijnlijk plassen. Van de weeromstuit moest Louis ook ineens zeer dringend.
‘Help me onthouden dat ik u straks mijn Psalmen en Palinodieën moet meegeven, ge zult sommige hexameters beslist amusant vinden. En het is spijtig dat de uitgeverij de Kogge me deerlijk in de steek heeft gelaten, vanwege zogezegde papierschaarste, anders had ik u als primeur mijn Dood van Descartes kunnen overhandigen, vijf bedrijven, waarin ik, vanuit de Germaanse gedachte definitief afreken met het Latijnse quasi-geredeneer dat ons volk, via de Franse overheersing, zo lamentabel heeft verschraald, om niet te zeggen verdord.’

 

 
Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

Lees meer...

04-04-17

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, E. L. James, Marko Klomp, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim, Edith Södergran

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Woman Work

I've got the children to tend
The clothes to mend
The floor to mop
The food to shop
Then the chicken to fry
The baby to dry
I got company to feed
The garden to weed
I've got shirts to press
The tots to dress
The can to be cut
I gotta clean up this hut
Then see about the sick
And the cotton to pick.

Shine on me, sunshine
Rain on me, rain
Fall softly, dewdrops
And cool my brow again.

Storm, blow me from here
With your fiercest wind
Let me float across the sky
'Til I can rest again.

Fall gently, snowflakes
Cover me with white
Cold icy kisses and
Let me rest tonight.

Sun, rain, curving sky
Mountain, oceans, leaf and stone
Star shine, moon glow
You're all that I can call my own.

 

 

Harlem Hopscotch

One foot down, then hop! It's hot.
Good things for the ones that's got.
Another jump, now to the left.
Everybody for hisself.

In the air, now both feet down.
Since you black, don't stick around.
Food is gone, the rent is due,
Curse and cry and then jump two.

All the people out of work,
Hold for three, then twist and jerk.
Cross the line, they count you out.
That's what hopping's all about.

Both feet flat, the game is done.
They think I lost. I think I won.

 

 
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

Lees meer...

Marcel Vaarmeijer

 

De Nederlandse schrijver Marcel Vaarmeijer werd geboren op 4 april 1963 in Amsterdam. In februari 1966 overleed zijn vader. Hij verbleef vier keer voor langere tijd in kindertehuizen, o.a. in Petten, Amsterdam en Egmond aan Zee. Met zijn moeder verhuisde hij in 1973 naar Enschede. Omdat zijn moeder ernstig ziek werd, logeerde hij geregeld bij buren, familieleden en pleeggezinnen. Hij doorliep de lagere school deels in Amsterdam en Enschede. Op school ging het moeizaam. Toch bleef hij nooit zitten en behaalde hij in 1979 zijn mavodiploma. Hij wilde graag studeren en cameraman worden, maar door de ziekte van zijn moeder besloot hij bij de marine te gaan. Van 1979 tot 1986 werkte hij als seiner-telexist bij de Koninklijke Marine. Omdat hij een vaste relatie kreeg en vaak van huis was, verliet hij in de 1986 de marine. Hij verhuisde naar Amsterdam en werkte o.a. als receptionist, bewaker, telefonist, winkelverkoper en baliemedewerker bij benzinestations. Geïnspireerd door Godfried Bomans, Gerard Reve en Simon Carmiggelt begon hij zelf te schrijven. Zijn eerste publicatie was een gedicht in Propria Cures (1989), waarvoor hij nog meerdere gedichten en korte verhalen schreef. In 1994 en 1995 schreef hij een reeks korte verhalen over de marine voor NRC Handelsblad, waarvan in 1996 een verzamelbundel verscheen. Zijn eerste roman “Dov” publiceerde hij in 2001.Om zijn stijl verder te ontwikkelen, schreef hij een detective, een kinderboek, twee jeugdboeken en een thriller. Uiteindelijk keerde hij terug naar de roman. In februari 2015 verscheen “De Gloriedagen van Walter Gom”.

Uit: Voor wie ik heb liefgehad

‘Een wonderschone morgen, mevrouw Veldman.’
Haar stem slaat als een kanonskogel mijn kamer binnen.
Twee klompen klossen luid over de vloer. Ze heeft een luchtje op, een penetrant goedkoop luchtje, waarschijnlijk van haar man gekregen. Mannen van vandaag weten niet meer hoe ze een vrouw moeten behagen. Goedkope luchtjes, verlepte chrysanten, sieraden die na drie dagen groen uitslaan, veel meer hebben ze niet te bieden en veel meer hebben die meiden ook niet nodig.
Als ze de gordijnen met een onbeheerste ruk heeft opengetrokken, buigt ze zich over mij heen. Hoofdzuster Melissa, alleen haar dwingende blik is al voldoende om uit bed te springen en de benen te nemen. Maar de jaren dat ik uit bedden sprong en de benen nam liggen ver achter mij.
‘Heb je goed geslapen, Louise?’ brult ze mij toe, alsof ik doof en seniel ben. Dat heeft de dokter ooit in mijn medisch dossier geschreven. Dokters schrijven veel in medisch dossiers: pertinente waarheden, veronderstelde waarheden, uit de lucht gegrepen waarheden. Die laatste categorie schijnt steeds vaker op te duiken, vooral in dossiers van dokters die beter violist of groenteboer hadden kunnen worden.
Ik kijk naar Melissa’s ogen, grijsblauw, als de hemel voor een daverende onweersbui. ‘In 1928 heb ik goed geslapen,’ antwoord ik. ‘Maurice Ravel componeerde zijn Bolero, de Graf Zeppelin maakte zijn eerste vlucht en ik sliep als een roos.’
Melissa grijnst. Haar tanden zijn geel en kort. Te veel snoep en te weinig zuivel, daar lopen er meer van rond hier. Met een venijnig kneepje in mijn wang bezegelt ze het einde van de nacht, het einde van de duisternis waarin we voor een paar uurtjes verlost zijn van het tumult van alledag.
Verdwijnen doet men het beste in kleine ruimtes: kleerkasten, berghokken, wijnkelders, boomhutten. Mijn verdwijnruimte is mijn kamer. Een schamele praktisch ingerichte woning van vierenhalf bij vijf meter, waar ik op mijn gemak kan werken aan mijn definitieve verdwijning.”

 

 
Marcel Vaarmeijer (Amsterdam,4 april 1963)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: marcel vaarmeijer, romenu |  Facebook |

03-04-17

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Bert Bakker, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell, Johanna Walser

 

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Kamers

Een huis is de som van bonzende kamers.
In bad wast een vrouw haar verloren gezicht.
Achter de muur zit een man aan een tafel
en schrijft zich afwezig van iedere plicht.

Een nacht is de som van simpele gebaren.
De vrouw neemt een borst in iedere hand
en biedt ze de spiegel om zich te verklaren.
De man trekt een streep door ieder verband.

Een bed is de som van eenzame vragen.
De vrouw leidt een hand naar het wachtende vlees.
Achter de muur ligt een hand op de tafel
en schrijft aan de vrouw die er nooit is geweest.

 

 

Geheim

Gauw, heel gauw komt het uur van onthulling,
als wat hij verborgen heeft wordt ontdekt.
Het brandt in zijn vingers, het geheim
dat als een formule aan het kind trekt.

Het is hem te sterk, de vervulling
van een verlangen dat in het donker ontstaat
als koorts in zijn lichaam, dat week wordt,
vijandig, waarin hij vergaat,

zo hemels, zo honds. En altijd in angst
te worden betrapt door een broer, een zus
op de loer, wachtend op een kans
om hem van zijn ik te beroven

dat beter is dan het hunne,
omdat het op school, in de kerk
zo verschijnt. Om hem in de ogen van allen
aan te wijzen: schuldig, zwak en onrein.

 

 

Misverstand

Mijn vrouw is getrouwd met een dichter,
al had zij de zaak heel anders gepland.
Zij dacht aan een vader, een minnaar, een man.
Hij schrijft. Verder zijn er geen plichten.

En zelden is meer dan zijn lijf in bed,
mager en bleek in zijn eenzaam verlangen.
Soms staat hij op om een woord te vervangen,
verandert 'geliefde' bv. in 'slet';

en likt zich de lippen, zelfvoldaan.
In gemeenschap wordt niets ondernomen.
Wel mompelt de vrouw af en toe in haar dromen,
ontregelde praat, door geen mens te verstaan.

 

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees meer...

02-04-17

Thomas Glavinic, Jay Parini, Ed Dorn, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit:Unterwegs im Namen des Herrn

“In Leibnitz, etwa zwanzig Kilometer vor der slowenischen Grenze, steigen weitere Pilger zu, und damit sind wir vollständig. Der Reiseleiter nimmt sich wieder das Mikrophon.
»Ich werde jetzt die Pilgerpässe und eine Botschaft der Gospa verteilen. Ich sag die Namen, der Besitzer meldet sich, dann bring ich ihm die Sachen. Die Pilgerpässe hängts euch bitte um, damit man den Namen sieht. Vorher noch eine Kleinigkeit: Während der Pilgerreise wollen wir uns als Brüder und Schwestern im Glauben begegnen und uns duzen. Und dann muss in Slowenien Rosenkranz gebetet werden, da brauchen wir einen Vorbeter oder eine Vorbeterin. Könnts euch schon überlegen, wer von euch will.«
Wir wollen was? Rosenkranz? Vorbeter? Botschaft von wem? Ich schaue zu Ingo zurück, der nickt nur, und unter seinem Auge zuckt es.
Ich denke darüber nach, dass der Reiseleiter nie von be ten spricht, er sagt immer »betten«. »Vorbetten«. »Vorbetter«. »Es muss Rosenkranz gebettet werden.« Das gefällt mir sehr.
Lange dauert es nicht, da höre ich meinen Namen. Der Reiseleiter schaut über mich hinweg, als er mir den Pilgerpass und einen losen Zettel reicht.
Der Pilgerpass ist eine Art Visitenkarte, an die eine Schnur befestigt ist. Neben einem Bild der Jungfrau Maria steht mein Name. Auf dem Zettel ist links das Logo des Reisebüros, rechts ebenfalls das Bild der Jungfrau zu sehen, und über dem Bild der Muttergottes findet man kleingedruckt die genaue Anschrift des Reisebüros. Unter der Überschrift »Botschaft der Königin des Friedens in Medjugorje« steht:
Lieber Thomas,
Von neuem rufe ich dich auf, mir mit Freude zu folgen. Ich möchte euch alle zu meinem Sohn und eurem Erlöser führen. Bist du dir nicht bewusst, dass du ohne Ihn weder Freude noch Frieden und keine Zukunft, sowie kein ewiges Leben hast. Deshalb, mein lieber Thomas, nutze diese Zeit des frohen Gebetes und der Hingabe.“

 

 
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

Lees meer...