15-12-16

Klaus Rifbjerg, Indrek Hirv, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

Die Stühle

Die Dünung ist ruhig
regelmäßig
kommt und geht.

Es ist nicht tief hier
und wenn das Meer sich zurückzieht
sitzen alle meine Freunde
auf ihren Stühlen.

Mit bloßen Füßen
die Hosenbeine hochgerollt.
Sie haben keine Angst.

Die Wellen brausen und schäumen
laufen über ihre Füße
verschwinden dann wieder
murmelnd.

Meine Freunde sitzen etwas
zu weit voneinander entfernt
um ein Gespräch zu führen.
Das Meer macht Lärm
und tatsächlich sieht es so aus
als wären sie nur interessiert an
ihrer eigenartigen Lage.
Dämmerung herrscht
die Sonne rollt sichtbar widerwillig
im Westen hinab.
Die Dunkelheit naht.

Ich strenge meine Augen an
um sie allesamt zu sehen.
Schwer unterscheidbar. Schwer
in all dem einen Sinn zu erkennen.
Ich lächele und lächele
hebe die Hand und winke.

Jetzt kommt die Gezeitenwelle
es steigt die Flut.
Das Wasser reicht schon übers Knie.
Doch keiner erhebt sich.
Nicht einer der Freunde verläßt seinen Platz.

Einige verbergen das Gesicht
in den Händen
und einer sieht weg
doch selbst als das Wasser den Hals erreicht
bleiben sie sitzen.

Unter dem glühend ins Schwarz sich färbenden Himmel
renne ich
angstvoll und verwirrt
umher auf dem Strand
niedergedrückt von der ertränkenden Unbeweglichkeit.
Schließlich zerbricht das Meer die Stühle
und hier und dort greift eine Hand
nach den Resten
ein Gesicht leuchtet weiß
es gurgelt in einem Mund.

Der Arbeit ist nicht nachzukommen am Strand
die verfügbaren Rettungsmethoden
sind ineffektiv und veraltet.
Stöhnend werfe ich mich
über die offenen Münder
schnell aber bin ich ermattet
und wer hat den Vorrang
wer?

Der Morgen spült letzte Wrackteile
den Strand hinauf
während der Himmel zerreißt:
ein aufgeblähtes Lungengewebe
über den letzten Krämpfen.


Vertaald door Lutz Volke

 

 
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

Lees meer...

14-12-16

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard, Helle Helle, Regina Ullmann

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit: Op weg naar het einde

“Intussen is, terwijl we nog niet eens vertrokken zijn, de plee om de hoek al volgekotst en grondig verstopt. Het is, als altijd op een schip, veel te warm, en de lucht van minerale olie en opgewarmde gebakken vis, gemengde wierook der maritieme zwaarmoedigheid, maakt mijn stemming niet joliger.
Het montere tweetal gaat, misschien wegens mijn voortdurende geloer, verder weg zitten en plaatst zich vlak voor een zeer knap gelijkend, elektriek gevoed, imitatie kolenvuur. (Door welks aanblik ik mij opeens herinner dat ik jaren geleden, in een hotel in Bremen, snacht op de overloop, op een guéridon, in een vaas, een bos rozen met lampjes erin heb gezien — niet van het gewone, vulgaire soort zoals men ze op de Nieuwendijk kan kopen, maar elke roos verschillend wat betreft de dichtheid van de kelk, elke roos om zo te zeggen een individu.)
Inmiddels wordt mijn bewering over de eersteklasse reizigers aangevochten: een jongen van omtrent zeventien jaar, in verschoten blauwe lifterskleding, komt de lounge binnen, blijft enige tijd zitten, eet een appel, en spreekt zijn reisgezel die even lelijk is als hij hartverscheurend mooi, in een stoterige, hese woordenstroom toe, die mij dwingt om sneller en dieper adem te halen. Hij wijzigt gelukkig niets aan zijn kleding, noch doet hij iets aan zijn haar, dat regen en wind op volmaakte wijze boven zijn grijze ogen hebben gearrangeerd. Mijn droomprins gaat achterover liggen op een van de zwart
lederen zitbanken, en dit is het ogenblik waarop de kellner moet ingrijpen: heeft meneer een hut? Neen. Reist hij eersteklas? Neen. Dan mag hij hier alleen blijven als hij zestien shilling suppletie betaalt, en voor nog enige shillings meer kan hij een bed huren. Het tweede bed in mijn hut is onbezet.
Een dagdroom suist door mij heen, een avonddroom, een zeedroom. Maar hoe moet ik hem door al die gangen krijgen, waar bij iedere kruising weer een andere zieke penguin op wacht zit achter een met kaartjes, volgnummers en sleutels belegd tafeltje? De jongen grijnst brutaal, verdwijnt met zijn reisgezel, en ik ga nu maar naar bed. Niet mijn, maar uw wil geschiede. Zo vaak ik een hut op een schip met een ander gedeeld heb, is het trouwens altijd een jongeman geweest van weliswaar nog een eind onder de dertig, maar met reeds een dik en uitdrukkingsloos gezicht, een lijkwitte huid onder twee lagen ondergoed, een zeer slecht figuur, een nare zeeplucht, en een das met stippeltjes — generlei herkomst, noch enig doel bezittend, en geen enkele opmerking of mededeling van mij begrijpend, zodat ik tenslotte meer en meer neig naar de overtuiging dat het doden zijn geweest, door wraakzuchtige landgoden veroordeeld om in eeuwigheid des nachts over de zeeën te varen. Men kan beter een hut alleen hebben, dan deze met zulke onheildragers te delen.”

 

 
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)
In 1963

Lees meer...

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

 

P.C. Hooft-prijs 2017 voor Bas Heijne

De P.C. Hooft-prijs 2017 gaat naar de Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne. Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Bas Heijne op dit blog.

Uit: Onbehagen

“Op 7 januari 2015 stond ik in een Parijse boekhan¬del de op die dag verschenen nieuwe roman van Michel Houellebecq af te rekenen, toen ik een be¬richt op mijn telefoon voelde binnenkomen.
Op mijn scherm stond: Charlie Hebdo!
Even dacht ik dat de vriend die het stuurde me wilde attenderen op een bijzonder grappige of pro-vocerende cover van het beruchte satirische blad. Al snel volgden sms’jes van anderen. Daarna ver-scheen het nieuws van de krantensites op mijn scherm.
Omdat ik me niet zo ver van de redactie van Charlie Hebdo bevond, besloot ik ernaartoe te lo¬pen, ik wist eigenlijk niet goed waarom. Op de boulevard waar de redactie in een zijstraatje was gevestigd, niet ver van Place de la Bastille, hing een vreemd verstilde sfeer. Het was zo’n twee uur na¬dat de bloedige aanslag op de redactie had plaats¬gevonden. Er was politie. Het straatje waar de re¬dactie zich bevond was afgesloten met linten. Hier en daar stonden tv-journalisten met een micro¬foon in hun hand te wachten tot de camera zou gaan lopen. Maar er klonken nauwelijks geluiden. Er was weinig publiek. Verderop liepen mensen met boodschappentassen, alsof er niks gebeurd was.
Het nieuws leek nog niet doorgedrongen. Er was alleen het naakte feit, maar het was nog niet ingedaald, er was nog niets geduid. De daders wa¬ren voortvluchtig. Hier was niets meer. Het was alsof ik in een vacuüm stond, daar op die winterse boulevard. Er was iets ontzagwekkends gebeurd, maar het had nog geen betekenis gekregen.
In de dagen, weken, maanden daarna liep dat vacuüm vol met woorden, duizenden, miljoenen woorden, en evenveel beelden. Je suis Charlie werd eerst een geuzenleus, toen een alomtegenwoordige slogan en vervolgens een meme, een cultureel stop¬woordje, onderwerp van ironie en parodie. Al die woorden en beelden gaven betekenis – en vlakten die toen onvermijdelijk weer af.
Maar dat eigenaardige gevoel die middag is me bijgebleven – de gewaarwording dat ik tegenover iets stond dat ik niet kon bevatten, iets rauws en elementairs, dat zich heel even onttrok aan al mijn redelijke verklaringen en beschouwingen. De slachtpartij die zich daar had afgespeeld liet zich een paar uur lang niet inpassen in mijn werkelijk¬heid.”

 

 
Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

13-12-16

Dolce far niente, Mary Oliver, Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa

 

Dolce far niente

 

 
Vor Weihnachten door Ernst Bosch, 1868.

 

 

Making the House Ready for the Lord

Dear Lord, I have swept and I have washed but
still nothing is as shining as it should be
for you. Under the sink, for example, is an
uproar of mice –it is the season of their
many children. What shall I do? And under the eaves
and through the walls the squirrels
have gnawed their ragged entrances –but it is the season
when they need shelter, so what shall I do? And
the raccoon limps into the kitchen and opens the cupboard
while the dog snores, the cat hugs the pillow;
what shall I do? Beautiful is the new snow falling
in the yard and the fox who is staring boldly
up the path, to the door. And I still believe you will
come, Lord: you will, when I speak to the fox,
the sparrow, the lost dog, the shivering sea-goose, know
that really I am speaking to you whenever I say,
as I do all morning and afternoon: Come in, Come in.

 

 
Mary Oliver (Maple Heights, 10 september 1935)

Lees meer...

Jack Hirschman

 

De Amerikaanse dichter en sociaal activist Jack Hirschman werd geboren op 13 december 1933 in New York. Hij behaalde in 1955 een Bachelor of Arts aan het City College in New York en een AM en PhD aan de Universiteit van Indiana in respectievelijk 1957 en 1961. Tijdens zijn studie aan het City College, werkte hij tevens voor de Associated Press. Toen hij 19 was stuurde hij een verhaal naar Ernest Hemingway, die hem antwoordde: "I can't help you, kid. You write better than I did when I was 19. But the hell of it is, you write like me. That is no sin. But you won't get anywhere with it." Hirschman trouwde in 1954 met Ruth Epstein. Na haar afstuderen werd Ruthprogrammadirecteur van National Public Radio en uiteindelijk algemeen directeur van Santa Monica’s radiostation KCRW. Het echtpaar kreeg twee kinderen. In de jaren 1950 en '60 doceerde Jack Hirschman aan Dartmouth College en de University of California, Los Angeles. Tijdens zijn ambtstermijn als hoogleraar aan de UCLA was Jim Morrison (The Doors) één van zijn studenten. De oorlog in Vietnam maakte een einde aan Hirschmans academische carrière; hij werd ontslagen aan de UCLA nadat hij zijn leerlingen tot verzet tegen de oorlog had aan gemoedigd. Zijn huwelijk liep op de klippen en hij verhuisde in 1973 naar San Francisco. Zijn eerste dichtbundel publiceerde Hirschman in 1960. Een kwart eeuw lang zwierf Hirschman door de straten van San Francisco, bezocht café ’s, gaf lezingen, was actief als straatdichter en als wandelende activist. Hirschman was ook een schilder en collagist, en heeft meer dan twee dozijn boeken vertaald uit het Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Russisch, Albanees en Grieks. Tot zijn vele dichtbundels behoren “A Correspondence of Americans” (1960), “Black Alephs” (1969), “Lyripol” (1976), “The Bottom Line” (1988), en “Endless Threshold” (1992). In 1999, Hirschman trouwde nog een keer, met de Zweedse dichteres, schrijfster en kunstenares Agneta Falk. In 2006 publiceerde Hirschman zijn meest uitgebreide dichtbundel “The Arcanes”. Bovendien werd hij dat jaar benoemd tot Poet Laureate van San Francisco.

 

The Happiness

There's a happiness, a joy
in one soul, that's been
buried alive in everyone
and forgotten.

It isn't your barroom joke
or tender, intimate humor
or affections of friendliness
or big, bright pun.

They're the surviving survivors
of what happened when happiness
was buried alive, when
it no longer looked out

of today's eyes, and doesn't
even manifest when one
of us dies, we just walk away
from everything, alone

with what's left of us,
going on being human beings
without being human,
without that happiness.

 

 

All that’s Left

All that’s Left
    in the world
—whether in Cuba, Venezuela, Bolivia
as well as in China, Japan, the United States,
Europe, the Middle East, Africa—
all of them cannot,
    despite their resistance,
    despite their refusal,
stop this march of death
because they,
as well as all that’s Right
in the world,
    despite their refusal,
    despite their resistance,
already are counted among those
    in this last parade.
Communists and progressives,
nazis, fascists and reactionaries,
zionists and anarchists of every stripe—
none are excluded, none can evade the march.

This one’s not coming
with hammer and sickles or swastikas
or flags of any land.

This one’s the march
all wars surrender to.

But when?! comes the unanimous cry.
When will it really happen?
If death is peace,
when can I truly die?

You will never know,
and yet you do,
because you may already have,
and this life is your way
of paying homage to the power
that loves you enough
to have taken your life away
and left you with the taste
of immortality on your lips.

Nothing mystical: no Christ,
Allah, Jahweh or Buddha in the wings.
Even lying on your back you’re marching.

This is not a cynical or pessimist
or nihilist poem. Join death
to your life and you will live
as if there were no drum to march to.

There is no march at all.

You’re done. All will be well for all.

 

 
Jack Hirschman (New York, 13 december 1933)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jack hirschman, romenu |  Facebook |

12-12-16

Susanna Tamaro, Kader Abdolah, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou, Vassilis Alexakis, Shrinivási

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit: Der Tannenbaum (Vertaald door Maja Pflug)

„„Nach einer Woche gab es keinen Baum und keinen Strauch im Wald, in dem sich nicht ein gemütliches, bauchiges kleines Nest verbarg.
Manche waren rund und winzig: außen weiches Moos, innen kuschelige Wolle. Andere, größere, bestanden nur aus ineinander geflochtenem Reisig. Wieder andere – ein Knäuel aus Flechten, trockenen Blättern und Zweiglein – hingen von den Bäu-
men wie Nikolausstrümpfe.
Jedes war nach den Bedürfnissen des kommenden Nachwuchses geplant und gebaut worden, mit hohen, stabilen Rändern, um in den noch kalten Nächten die laue Wärme zu speichern, die Ungezogenheiten der unternehmungslustigsten Küken auszuhalten und sie gleichzeitig vor dem Auge der Raubvögel zu schützen.
Eines schönen Tages folgte im Wald auf die rege Geschäftigkeit des Nestbaus die zärtliche Stille des Brütens.
Während die Männchen auf der Suche nach Nahrung für ihre Bräute unterwegs waren, gab es stürmische Regentage.
Der Regen peitschte Bäume und Wiesen, machte die Stämme nass und nährte den Boden, und die Samen, die geduldig in der Erde warteten, begannen anzuschwellen. Nach dem Regen schien wieder die Sonne, und das Häutchen, das die Samen wie ein zu enges Kleid umschloss, zerriss. Auch der kleine geflügelte Samen ging auf, verankerte sich mit einer winzigen Wurzel im Boden und schickte ein zartes Federchen nach oben auf der Suche nach Licht.
Im Wald begannen die Kleinen zu schlüpfen.
Die Nestlinge piepsten, während sie auf die Eltern warteten, und versteckten sich beim geringsten bedrohlichen Schatten: Auch die Raben, Sperber und Eulen hatten Nachwuchs zu versorgen.
Noch nackt schlummerten die Siebenschläfer, die Eichhörnchen und die Haselmäuschen in den Baumhöhlen, während die jungen Spitzmäuse in den Gängen unter dem Moos die ersten Schritte probten und die Nattern aus ihren zylindrischen Eiern schlüpften.“

 

 
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

Lees meer...

18:06 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ezra miller (léon) |  Facebook |

11-12-16

Sint-Jan (Guido Gezelle)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 

 
Salome bezoekt Johannes de Doper in de gevangenis door Il Guercino, 1619

 

 

Sint-Jan (Fragment)

In dien tijde en in die streken
een ontuchtig koning was,
die zijn huwlijk kwam te breken:
hiet Herodes Anti-pas.

‘t Was zijns broeders eigen vrouwe,
die hem hielp in dat verkeer;
zijns wel willens, en geen’ rouwe
noch geen’ ruste en had hij meer.

En Sint Jan, die zulke zaken
onbesproken nooit en liet,
zei: ‘Herodes, staken, staken
zal dat!’ Maar ‘t en staakte niet.

Dan, om ‘t lastig wijf te krijgen
tot bedaarnisse, en voortaan
dien Sint Jan te leeren zwijgen,
heeft hij hem in ‘t kot gedaan.

Staande om ‘t oude recht te plegen
zijns verjarens, korts nadien,
zond Herodes allerwegen
volk ter maaltijd inontbiên.

‘t Kwamen vele en groote mannen,
diepe drinkers dan te gaar;
volle berden, hooge kannen,
breede schalen stonden daar.

‘t Wierd gezongen, ‘t wierd gevedeld,
‘t wierd gedeeld en deurgedaan
menig vat; en, al ontedeld,
ging de blijdschap verder gaan.

Want, ‘t oneerlijk wijfgebroedsel,
Herodias’ dochter koen,
kwam, tot ‘s konings oogenvoedsel,
dansen daar, en dertel doen.

‘Kind, wat lust u? ‘k Zal ‘t u laten,’
zei de ontaarde booswicht nu:‘
g’hebt de helft van al mijn’ staten,
zoo gij wilt! Dat zwere ik u!’

Aanstonds uit de bruiloftzale
vloog de dochter: ‘Eischt den hals,
zeg ik, die met lastertale
kwetste uw’ moeder, vuil en valsch!’

‘Eischt den hals!’ Dat hoorden ze allen,
die daar zaten, buiten een’,
een’ die lag in ‘t slot gevallen
van des konings gijzelsteen.

‘Haalt het hoofd mij,’ sprak de deerne,
‘van Johannes hier beneên:
dat, o koning, hadde ik geerne,
in een snijberd afgesneên!’

Al te schriklijk woord! Het brandde
deur Herodes veege vleesch,
om zijne eedspreuke en de schande
van dien vrouwelijken eesch.

‘’k Heb ‘t gezworen, ‘t moet gebeuren!
Doch, en wete ‘t volk daarvan,
want het zou me in stikken scheuren,
roerde ‘t hoofd ik van sint Jan!’

Hij wordt boos. ‘Den beul!’ En boven
kwam dat hoofd, met eere omstraald,
daar het koninklijk beloven
mee zijn danswijf heeft betaald.

Verder weet het volk te dichten
nog een lang vertellingsnoer;
hoe die booze vrouwe sich ten
loon naar werken wedervoer.

Hoe zij, schaatsende eens bedorven,
liep een lomme in; zulker wijs,
dat, den hals intween gekorven,
‘t hoofd vloog op, zij onder ‘t ijs.

Hoe ze, in wervelwind veranderd,
maalt het mul meê van den grond;
en, verwenscht, voor eeuwig pandert,
port en pijnt, de wereld rond.

‘t Heilig hoofd, en ‘t lijk mitsgaders,
van Gods edelen boetgezant.
wierd ontweerd zijne euveldaders,
en gewijd in ‘t heilig Land.

‘Onder al die moeder minden,’
zei ‘t Lam Gods, ‘en was ooit man,
hier op ‘t aarderijk, te vinden,
die was grooter als sint Jan!’

 

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 - 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guide Gezelle werd geboren in Brugge.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 11e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

12:29 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, guido gezelle, romenu |  Facebook |

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher

 

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Villa Metaphora (Vertaald door Maja Pflug)

“Von der Schiffsbriicke blickt Lara Laremi auf die glitzernde Weite des Meeres. Das grelle Licht bricht sich vielfach auf der Wasserfläche, dringt durch die dunklen Gläser ihrer Sonnenbrille, überflutet ihre Gedanken. Es ist der einundzwanzigste Juni, Sommeranfang, der längste Tag des Jahres, der Tag, an dem die Sonne ihren Höchststand erreicht, und der einzige Tag, an dem die Sonne am nördlichen Polarkreis nie untergeht. Zwar sind das hier technisch gesehen italienische Gewässer, doch die geographische Breite ist afrikanisch, und das merkt man: Es sind etwa vierzig Grad, ihre alte Sonnenbrille und der in einem kleinen Geschäfl am Hafen von Lampedusa erworbene Strohhut schützen sie nur ungenügend. Hier und da auf dem Schiff haben sich Leute mit Schirmmützen, Getränken, Brötchen, MP3-Playern, Zigaretten niedergelassen. Vier Kinder albern herum, rennen hin und her und schubsen sich, lauthals getadelt von Müttern, die jedoch keine ernsthaften Anstalten machen, die Sprösslinge zu zügeln. Zwei Männer in kurzen Hosen rauchen und blicken sich träge um, zwei von der Sonne schon krebsrote Frauen reiben sich ständig mit Cremes und Lotionen ein. Lara Laremi tritt in den Schatten eines Vordaehs, setzt sich auf eine rostige weiße Metallkiste und zieht die Beine an. Ihre Mutter wirft ihr bei jedem Streit ihren »italienischen Charakter-z vor, den sie rein genetisch von ihrem Vater geerbt habe, doch an der irischen Herkunft ihrer Haut besteht keine Zweifel. Selbsr wenn sie sich der prallen Sonne ausset2te, wiirde sie wahrscheinlich eher einen Sonnenstieh bekommen, als braun zu werden, und ihre Sommersprossen würden in wenigen Tagen so zunehmen, dass sie aussähe wie eine kleine Giraffe. Sie lässt ihren Blickschweifen, schnuppcrt in der Luft; je nach Windrichtung riecht es nach Salz, Schweiß, schlechtem Parfüm, Dieselabgasen aus dem rußigen Schlot.
Sie fragt sich, ob es eine gute Idee war, Lynn Lou Shaws Einladung anzunehmen, eine Woche mit ihr auf der Insel Tari zu verbringen, als Freundin, Vertraute und Stütze für deren schwankendes psychisches Gleichgewicht. Wamm hat sie sich verpflichtet gefühlt, auf die Forderungen einer verwöhnten, labilen Schauspielerin einzugehen, die alle anderen Castmitglieder nicht ausstehen können oder sogar hassen? Nun, sie neigt dazu, Gelegenheiten, die das Schicksal ihr bietet, beim Schopf zu packen, da sie meint, sie könnten vielleicht einen verborgenen, tieferen Sinn haben.“

 

 
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

Lees meer...

Janko Ferk, Alain de Benoist, Christoph W. Bauer, Jim Harrison, Aleksandr Solzjenitsyn

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en rechter Janko Ferk werd geboren op 11 december 1958 in Sankt Kanzian am Klopeiner See, Kärnten. Zie ook alle tags voor Janko Ferk op dit blog en ook mijn blog van 11 december 2010.

Uit: Eine forensische Trilogie

„Das Recht an sich, sagt der Richter, dieses Wort klingt übergroß, wie ich bemerken muss, sei unsichtbar. Darin kann ich ihm im ersten Augenblick zwar leicht folgen, denke ich aber gründlicher nach und an meinen Aufenthaltsort in der letzten Zeit, muss ich erwidern, dass es doch mehr als spürbar ist. Fast greifbar. Allerdings nicht erreichbar. Das Recht. Unsichtbar. Lächerlich.
Auch meint der Rechtsanwender, das Recht, diese Kraft, sei eine nur im Geistigen lebende Macht, welche Erkenntnis natürlich nicht seine sei, sondern die eines viel bekannteren Berufsfreundes. Hier entgegne ich schnell, blitzschnell, dass ich nicht nur geistig in Haft war. Ich war nicht hinter geistigen Mauern verbannt. Meine Mauerwerke waren ziemlich feucht und steinern. Eigentlich unziemlich hart. Unüberwindlich und undurchlässig. Fast unvergänglich. Ekelhaft. Jedenfalls auf Dauer unerträglich.
Im Übrigen sei das Recht der zusammengefasste Inbegriff von Gesetzen für das Zusammenleben der Menschen, für die Möglichkeit von Gemeinschaftsdasein überhaupt. Es sei die stufenweise Gliederung von Rechtsregeln, die sich aus Rechtssetzungen und Entscheidungen ableiten. Dabei betonte er, dass dies alles auch für mich Geltung habe, was immer ich getan hätte.“

 

 
Janko Ferk (Sankt Kanzian, 11 december 1958)

Lees meer...

Ernst van Altena, Alfred de Musset, Christian Grabbe, Maximilian von Schenkendorf, Paul Kornfeld, Marco Kugel

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Ernst van Altena werd geboren in Amsterdam op 11 december 1933. Zie ook alle tags voor Ernst van Altena op dit blog.

 

Nederlandse ballade

Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
en als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
de Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
als ik per auto over de kasseien martel
met om de duizend meter een gekneusde band
dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
maar lieve heer geef mij het nette Nederland.

Als ik zie, die eindeloze blokkedozen
van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
en als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
de Nederlander altijd op zijn buurman let
als ik zie die tuintjes zonder avonturen
gras zonder onkruid en liguster langs de rand
dan denk ik Nederland mag schoon zijn voor de buren
maar lieve heer geef mij het dolle Vlaanderland.

Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
de gang te wankel en de tong wat al te luid
als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
achter de klauwaard met te militair geluid
als ik ze hoor de Vlaamse grappen al te drollig
vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
maar lieve heer geef mij het kalme Nederland.

Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken,
hervormd, gereformeerd, nazaten van calvijn
met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
en met hun zekerheden uitgemalen fijn
als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
maar lieve heer geef mij het zondig Vlaanderland.

Oh lieve god geef ons een kilo Vlaamse blijheid
een kilo trouw en plichtsbesef uit Nederland
dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand.

 


 
Ernst van Altena (11 december 1933 – 14 juni 1999)
Cover LP 

Lees meer...

10-12-16

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmar

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Hope Is The Thing With Feathers

'Hope' is the thing with feathers—
That perches in the soul—
And sings the tune without the words—
And never stops—at all—

And sweetest—in the Gale—is heard—
And sore must be the storm—
That could abash the little Bird
That kept so many warm—

I've heard it in the chillest land—
And on the strangest Sea—
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb—of Me.

 

 

"Faith" Is A Fine Invention

"Faith" is a fine invention
When Gentlemen can see—
But Microscopes are prudent
In an Emergency.

 

 

Love is anterior to life

Love is anterior to life,
Posterior to death,
Initial of creation, and
The exponent of breath.



 
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Portret door Jerry Breen, ca. 2006

Lees meer...

Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke, Carolyn Kizer, Pierre Louÿs

 

De Amerikaanse schrijfster Jacquelyn Mitchard werd geboren in Chicago, Illinois, op 10 december 1951. Zie ook alle tags voor Jacquelyn Mitchard op dit blog.

Uit: Christmas, Present 

"But he could not frame a question that would elicit the date from Laura's cool and sharp-eyed mother. She was a busy realtor, a woman of few words except where they concerned post-and-beam construction or Carrera marble in the master bath. She would not burble forth, "And that was the last time Helen and David went anywhere together as husband and wife ... " or "I'd just bought that silver Volvo ... " or "Do you remember how adorable Laurie's sister Angela looked; she was only a junior ... " -- remarks that could be checked against a family timeline.
Their wedding album had been no help.
It was inscribed with their names, the month and day -- but, at Laura's behest, not the year. For the same reason, the photos all were in black-and-white. "Color makes pictures look dated. I want this to be always new," she'd said.
They were married December 23, and all the women, including Laura, wore red velvet, the men gray morning clothes, with top hats -- even without the help of color film, he could remember the splash they all made, like bright cardinals and sparrows against the snow. The photographer spread huge sheets of clear plastic beneath an evergreen bower for outdoor shots. Laura peeked from under the hood of a wool merino cape trimmed with rabbit fur, like a character from Little Women.
The photos were timeless; not even a single car with an identifiable grille or body shape was visible.
He might have asked his own mother outright, and she would have felt no impulse to chide him. She would have been moved by his diligence.
He had missed his mother, more or less constantly, for two years, with the persistence of a low-grade fever that spiked in spring or at moments of acute need or tenderness. Laura resembled his mother in no way; she had different habits, preferences, and talents. But his wife still somehow recalled Amy, in common sense, in pure spirit. Laura still teased him about their first date: He had confessed he might never marry at all, never find a woman the equal of his mother. Amy had died of ovarian cancer, hadn't even lived to hear Amelia, the daughter they had named for her, say her grandmother's name.”

 
Jacquelyn Mitchard (Chicago, 10 december 1951)

Lees meer...

Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

 

De Braziliaanse schrijfster Clarice Lispector werd geboren op 10 december 1925 in Podolia (Oekraïne). Zie ook alle tags voor Clarice Lispector op dit blog.

Uit: Why This World (Biografie door Benjamin Moser)

“In 1946, the young Brazilian writer Clarice Lispector was returning from Rio de Janeiro to Italy, where her husband was vice consul in Naples. She had traveled home as a diplomatic courier, carrying dispatches to the Brazilian Ministry of Foreign Relations, but with the usual routes between Europe and South America disrupted by the war, her journey to rejoin her husband followed an unconven-
tional itinerary. From Rio she flew to Natal, on the northeastern tip of Brazil, then onward to the British base at Ascension Island in the South Atlantic, to the American air station in Liberia, to the French bases in Rabat and Casablanca, and then via Cairo and Athens to Rome.
Before each leg of the trip, she had a few hours, or days, to look around. In Cairo, the Brazilian consul and his wife invited her to a cabaret, where they were amazed to see the exotic belly dance performed to the familiar strains of a hit of Rio's 1937 Carnival, Carmen Miranda's "I Want Mommy."
Egypt itself failed to impress her, she wrote a friend back in Rio de Janeiro.
"I saw the pyramids, the Sphinx--a Mohammedan read my palm in the `desert sands' and said I had a pure heart. . . . Speaking of sphinxes, pyramids, piasters, it's all in horribly bad taste. It's almost immodest to live in Cairo. The problem is trying to feel anything that hasn't been accounted for by a guide."1
Clarice Lispector never returned to Egypt. But many years later she recalled her brief sightseeing tour, when, in the "desert sands," she stared down no one less than the Sphinx herself.
"I did not decipher her," wrote the proud, beautiful Clarice. "But neither did she decipher me."
By the time she died in 1977, Clarice Lispector was one of the mythical figures of Brazil, the Sphinx of Rio de Janeiro, a woman who fascinated her countrymen virtually from adolescence. "The sight of her was a shock," the poet Ferreira Gullar remembered of their first meeting. "Her green almond eyes, her high cheekbones, she looked like a she-wolf, a fascinating wolf. . . . I thought that if I saw her again I would fall hopelessly in love with her." "There were men who couldn't forget me for ten years," she admitted.”

 

 
Clarice Lispector (10 december 1925 – 9 december 1977)

Lees meer...

09-12-16

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Waaitaal

““Last.
De slijter bij wie ik soms kom, doet vaak een beetje moeilijk over de wijn die hij verkoopt. Of moeilijk, nee, dat is niet het woord: artistiek - dát is het. Als we voor de schappen staan is het net alsof we naar een tentoonstelling kijken. Graag zou ik dit illustreren aan de hand van een voorbeeld, dus hoe hij over de wijnen praat, maar dat kan ik niet, want ik laat zijn woorden niet tot me doordringen. Ik kan doen alsof ik aandachtig luister, terwijl ik aan volstrekt andere dingen denk. Op het juiste moment zeg ik: ‘Doet u me daar maar een doosje van.’ Regelmatig complimnteert de slijter me vanwege mijn keuze.Laatst zei hij zelfs: ‘Heel verstandig.’
Het rare is dat wanneer ik zijn winkel verlaat, hij een ander register opentrekt. Dan kan hij zeggen: ‘Smakelijke avond.’ Ik moet daar niet moeilijk over doen, maar toch heb ik last van die woorden. Ze achtervolgen me op weg naar huis.
Gisteren sloeg hij toe tijdens het afrekenen. Hij stond al een tijdje met een fles in zijn handen, ik zag zijn mond bewegen, een keer of vier ving ik het woord ‘fruitig’ op, want sommige woorden dringen toch tot me door, en toen hij weer triomfantelijk tegen het etiket tikte, zei ik:
‘Doet u me maar een doosje. ’ Hij toetste een bedrag in op de kassa, hij sprak dat bedrag ook uit en toen zei ik waarom, geen idee: ‘Dat valt mee.’ Hij keek me aan en daar kwam het: ‘Geinig voor weinig.’ Ik voelde lichte schaamte en keek automatisch naar buiten. De hemel spuugde fel natte sneeuw tegen de winkelruit.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees meer...