06-03-15

Patrick deWitt

 

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zijn eerste boek “Ablutions” (2009) werd uitgeroepen tot New York Times Editor’’s Choice boek. Zijn tweede boek,” The Sisters Brothers” (2011) werd genomineerd voor de Man Booker Prize 2011, de 2011 Scotiabank Giller Prize, de Rogers Writers' Trust Fiction Prize en de Governor General's Award for English language fiction. Patrick deWitt was één van de twee Canadese schrijvers, naast Esi Edugyan, die in 2011 de lijst van alle vier de orijzen haalde. In 2011 werd hij wel de winnaar van de Rogers Prize en de Governor General's Award for English language fiction. In 2012 kreeg hij voor “The Sisters Brothers” de Stephen Leacock Award. Zijn derde roman “Undermajordomo Minor” werd gepubliceerd in 2015. Patrick deWittwoont momenteel in Portland, Oregon.

Uit: The Sisters Brothers

“I was sitting outside the Commodore’s mansion, waiting for my brother Charlie to come out with news of the job. It was threatening to snow and I was cold and for want of something to do I studied Charlie’s new horse, Nimble. My new horse was called Tub. We did not believe in naming horses but they were given to us as partial payment for the last job with the names intact, so that was that. Our unnamed previous horses had been immolated, so it was not as though we did not need these new ones but I felt we should have been given money to purchase horses of our own choosing, horses without histories and habits and names they expected to be addressed by. I was very fond of my previous horse and lately had been experiencing visions while I slept of his death, his kicking, burning legs, his hot-popping eyeballs. He could cover sixty miles in a day like a gust of wind and I never laid a hand on him except to stroke him or clean him, and I tried not to think of him burning up in that barn but if the vision arrived uninvited how was I to guard against it? Tub was a healthy enough animal but would have been better suited to some other, less ambitious owner. He was portly and low-backed and could not travel more than fifty miles in a day. I was often forced to whip him, which some men do not mind doing and which in fact some enjoy doing, but which I did not like to do; and afterward he, Tub, believed me cruel and thought to himself, Sad life, sad life.
I felt a weight of eyes on me and looked away from Nimble. Charlie was gazing down from the upper-story window, holding up five fingers. I did not respond and he distorted his face to make me smile; when I did not smile his expression fell slack and he moved backward, out of view. He had seen me watching his horse, I knew. The morning before I had suggested we sell Tub and go halves on a new horse and he had agreed this was fair but then later, over lunch, he had said we should put it off until the new job was completed, which did not make sense because the problem with Tub was that he would impede the job, so would it not be best to replace him prior to? Charlie had a slick of food grease in his mustache and he said, ‘After the job is best, Eli.’ He had no complaints with Nimble, who was as good or better than his previous horse, unnamed, but then he had had first pick of the two while I lay in bed recovering from a leg wound received on the job. I did not like Tub but my brother was satisfied with Nimble. This was the trouble with the horses.”

 

 
Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: patrick dewitt, romenu |  Facebook |

05-03-15

Pier Paolo Pasolini, Arthur van Schendel, Koos van Zomeren, Jurre van den Berg, Nelly Arcan

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Uit: Seven Poems for Ninetto

 

1/
Your place was at my side,
and you were proud of this.
But, sitting with your arm on the steering wheel
you said, “I can’t go on. I must stay here, alone.”

If you remain in this provincial village you’ll fall into a trap.
We all do. I don’t know how or when but you will.
The years that comprise a life vanish in an instant.

You are quiet, pensive. I know it is love
that is tearing us apart.

I have given you
all the power of my existence,
yet you are humble and proud, obeying a destiny
that wants you to remain impoverished. You don’t know
what to do, whether to give in or not.

I can’t pretend your resistance
doesn’t cause me pain.
I can see the future. There is blood on the sand.


2/
I think of you and I say to myself: “ I have lost him.”
I cannot bear the pain and wish I were dead. A minute
or so passes and I reconsider. With joy 

I take back strength from your image. I refuse to cry.
My mind is changed.
Then again I consider you, lost and alone.

Who is this ugly gentleman
who does not understand what concerns him most? Are you
or are you not this Other,

he who always loses without really dying?
He is my double: I, pedantic. He, informal.

Knowledge of him has changed everything in my life.
He says that if I am lost he will find me.
He knows that when he does I will be dead.

 

 
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Paolo Pasolini en Ninetto Davoli

Lees meer...

04-03-15

Khaled Hosseini, Robert Kleindienst, Kristof Magnusson, Irina Ratushinskaya, Alan Sillitoe, Ryszard Kapuściński

 

De Afghaanse schrijver Khaled Hosseini werd geboren op 4 maart 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Khaled Hosseini op dit blog.

Uit: En uit de bergen kwam de echo (Vertaald door W. Hansen)

“Ten slotte, toen de zon net over zijn hoogste punt heen was, bleef vader weer staan. Hij draaide zich in de richting van Abdullah, leek even na te denken en maakte toen een beweging met zijn hand.
‘Je geeft het toch niet op,’ zei hij.
Vanaf de kar gleed Pari’s hand snel in die van Abdullah. Ze keek naar hem met vochtige ogen, en met haar uiteenstaande tanden glimlachte ze alsof haar nooit iets slechts zou kunnen overkomen zolang hij aan haar zijde was. Hij sloot zijn vingers om haar hand zoals hij elke nacht deed als hij en zijn zusje in hun bed lagen, hun hoofden tegen elkaar, hun benen verstrengeld.
‘Je had eigenlijk thuis moeten blijven,’ zei vader. ‘Bij je moeder en Iqbal. Dat heb ik je gezegd.’
Abdullah dacht: het is jouw vrouw. Mijn moeder hebben we begraven. Maar hij wist die woorden in te slikken voor hij ze uitsprak.
‘Nou goed dan. Kom maar mee,’ zei vader. ‘Maar we gaan niet huilen. Begrepen?’
‘Ja.’
‘Ik waarschuw je. Dat zal ik niet dulden.’
Pari glimlachte breed naar Abdullah, hij keek naar haar bleke ogen en ronde roze wangen en glimlachte terug.
Vanaf dat ogenblik liep hij naast de kar die over de woestijngrond vol kuilen en gaten hotste, en hij hield Pari’s hand vast. Ze wisselden gelukkige steelse blikken, broer en zus, maar ze zeiden niet veel, uit angst vaders stemming te bederven en hun geluk te verspelen. Heel vaak waren ze alleen, zij met hun drieën, niemand in de verste verte te zien, alleen de roodkoperen bergketens en de grote zandstenen rotsen. De woestijn strekte zich voor hen uit, open en weids, alsof die voor hen was geschapen, alleen voor hen, de lucht roerloos en snikheet, de hemel hoog en blauw. Rotsblokken schitterden op de gebarsten grond. De enige geluiden die Abdullah hoorde waren zijn eigen ademhaling en het ritmisch gepiep van de wielen, terwijl vader de rode kar trok, in noordelijke richting.”

 

 
Khaled Hosseini (Kabul, 4 maart 1965)

Lees meer...

03-03-15

Hans Verhagen, James Merrill, Manfred Flügge, Kola Boof, Clifton Snider, Josef Winkler, Gudrun Pausewang

 

De Nederlandse dichter, schilder en journalist Hans Verhagen werd geboren in Vlissingen op 3 maart 1939. Zie ook alle tags voor Hans Verhagen op dit blog.

 

Momentum

Geen honderdste seconde krediet hebben ze ons gegeven
nadat we toch de waarheid
in transparante regels hadden weergegeven
als een plastic kinderspeeltje van plusminus 12 cent
dat door de veelkantigheid en equilibrium permanent
tot in de eeuwigheid wordt aangedreven,
maar toch aan elke honderdste seconde z'n momentum toekent

Vooral die 12 cent stond de dames & heren tegen;
als charlatannetjes armlastig werden we bejegend
en in hun bekakte bakstenen ivoren torentje
van onze post ontheven, opgehangen, doodgezwegen -
ondertussen was de waarheid al die tijd
nog geen honderdste seconde hetzelfde gebleven
Weer hadden wij snotneuzen gelijk gekregen.

 

 

Brief naar Huis

Wat is nu je groot verstandelijk vermogen waard?
je instinct is verziekt door jaren goede smaak,
je waarneming kapot van te veel kunstgenot.

Je hebt alleen jezelf nog en die heb je nu het minste nodig.
En hoe lang is het geleden dat je, zonder traangas,
om je moeder hebt gehuild?

Stof tot nadenken,
zou je denken,
maar je denkt: denken tot stof.

Als je een brief naar huis zou willen schrijven,
je zou geen adressering weten.
Afzender overbodig.

 

 
Hans Verhagen (Vlissingen, 3 maart 1939)

Lees meer...

Tjitske Jansen

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Tjitske Jansen werd geboren in Barneveld op 3 maart 1971. Zij ging op haar 12de tijdelijk wonen in een pleeggezin. Zij deed vwo en studeerde cum laude af in beeldende kunst en theater aan de Hogeschool voor de kunsten Arnhem. Daarnaast deed ze een opleiding Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen, die ze echter niet afmaakte. Voordat ze begon te dichten, was ze onder meer werkzaam als koopvrouw op de markt, serveerster, administratief medewerker en kokshulp. Nationaal verkreeg ze bekendheid in 2003 door haar debuutbundel “Het moest maar eens gaan sneeuwen”. Van deze bundel werden meer dan vijftienduizend exemplaren verkocht, een groot aantal voor een dichtbundel. Jansen draagt vaak voor uit eigen werk, onder meer op (literatuur)festivals als Poetry International, Lowlands, de Nacht van de Poëzie en de Wintertuin. Jansen is tegenwoordig woonachtig in Amsterdam.

 

Vrouw Holle

Ik kijk liever naar de maan
dan naar de mens.
De mens,
ik word er zó moe van.
Dat roepende, smekende,
lachende, verlangende,
niet wetende,
willen wetende
ik hou van jou zeggende,
of denkende,
op schoenen
of op eelt lopende,
van de een naar de ander rennende,
met sieraden en muziek beklede mens.
Ik kijk liever naar de maan
die altijd hetzelfde is:
onverschillig.
trouw.

De maan heeft geen woorden nodig
om te zeggen:
ik ben er
en morgennacht ben ik er weer

Misschien zit er een wolk voor,
misschien zie je me niet omdat je binnen bent,
omdat je binnen naar dwaze liedjes ligt te luisteren
of omdat er tranen voor je ogen zitten,
tranen omdat je denkt dat je alleen bent,
maar je bent niet alleen,
want ik ben er,
en gisteren was ik er ook,
en morgen ben ik er weer.

 

 

Voor zijn verjaardag

Ik weet de kleur waar hij het liefst op loopt
Ik weet de kleur die hij bij voorkeur draagt

Maar lopen is niet hetzelfde als slapen
en dragen niet hetzelfde als wakker worden.

Ik heb hem dus gevraagd: in welke kleur wil jij het liefste
slapen, in welke kleur wil jij het liefste wakker worden

In de kleur van jouw ogen zei hij, in de kleur van jouw huid.
Ik heb er niet naar gezocht. Ik wist ook zonder zoeken wel

dat er geen winkel bestaat die dekbedovertrekken verkoopt
in die kleuren. Er zit niets anders op. Ik moet voor altijd

bij hem slapen.

 

 
Tjitske Jansen (Barneveld, 3 maart 1971)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tjitske jansen, romenu |  Facebook |

02-03-15

Godfried Bomans, Multatuli, John Irving, Thom Wolfe, Michael Salinger, János Arany

 

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Wandelingen door Rome

“Ja mijne heren, de beste gids van Rome komt uit Sittard. Het is een klein stevig gebouwd mannetje, met borstelige, witte wenkbrauwen, een witte snor en een wit baardje dat aan de stevige kin vol moed begonnen is, maar zich dan plotseling bedenkt en er ineens mee uitscheidt. Hij draagt een wit hemd, dat van voren open is en daar een kettinkje laat zien, vermoedelijk eindigend in een gouden penning of medaille, doch daarover worden geen inlichtingen vertrekt. Opzij van de mond hebben zich twee kuiltjes gegraven, die op een algemene geneigdheid wijzen het leven een prettige instelling te vinden. De ogen zijn blauw en hebben de argeloze uitdrukking van een Walt Disney-kabouter. De schedel is opzij met een vermoeden van haar bekropen, doch in het midden volkomen kaal. Onder deze schedel bevindt zich Rome.’
(…)

“Naar het schoonmaken van de Trevi-fontein ben ik ook gaan kijken, maar om een heel andere reden. De Fontana di Trevi is de fontein, waar alle vreemdelingen, die later in Rome nog eens willen terugkeren, een munt ingooien. (..) Ik ging daar heen om te kijken, wat ze met al die duizenden munten zouden doen. Hoe vindt u die gedachte? Mij dunkt, dit is een typisch burgerlijke gedachte, die alleen door een Hollander kan worden voortgebracht. Niet de poëzie van zo’n munt in ‘t water gooien, met de volle maan boven je hoofd en een meisje aan je zij, nee, niets daarvan. Alleen de vraag: wáár blijven de duiten? Gaan ze naar de fiscus? Pikt de waterleiding ze in? Of verdwijnen ze in het potje der omliggende percelen? Kijk, aan zo’n vraag heb ik, als Hollander, houvast, daar kan ik mij uren in verdiepen.”
(…)

“Met honderden liepen ze in de stoet mee, allemaal als patertjes, nonnetjes, engelen of martelaren verkleed, met grote, oneindig verbaasde ogen, sommigen met hun eigen martelwerktuigjes in de hand en er verzonken op zuigend. Ik zag één engel, wier beide vleugels tot op de billetjes waren afgezakt en die liep nu juist heel ingetogen te bidden, in een brevier, dat zij precies omgekeerd in de beduimelde handjes hield. (..) Zestig Franciscaner paters trokken voorbij, ieder zeven jaar oud, met echte bruine pijtjes en hagelwitte koordjes, onder leiding van een dik gardiaantje, dat bijna omviel van de slaap.”

 

 
Godfried Bomans (2 maart 1913 - 22 december 1971)

Lees meer...

Frank Albers

 

De Vlaamse schrijver Frank Albers werd geboren op 2 maart 1960 in Schoten. Hij studeerde in Gent en Oxford en promoveerde aan Harvard op een proefschrift over het utopische denken van Jean-Jacques Rousseau en Ralph Waldo Emerson. Van 1998 tot 2000 leidde hij samen met Bernard Dewulf het Nieuw Wereldtijdschrift. In het jaar daarop werd hij chef van de boekenbijlage Standaard der Letteren (tot 2005). Als auteur trad Albers op de voorgrond met de fragmentarische roman “Angst van een Sneeuwman” (1982) waarvoor hij in 1983 de Yangprijs ontving. In 2007 verscheen het reisessay “Beatland”: In het spoor van Jack Kerouac’s On the road (De Bezige Bij), waarin hij verslag doet van zijn tocht dwars door de Verenigde Staten, vijftig jaar na het verschijnen van Kerouac’s cultroman. Voor het Nationale Toneel in Den Haag vertaalde Albers onder meer Hamlet, Titus Andronicus en King Lear. Albers houdt ook een blog bij en geeft lezingen over onder andere Shakespeare, Kerouac en Albert Camus.

Uit: Een zonderling land

“Er was eens een land dat niet wilde bestaan. Dat vonden de andere landen raar. De meeste landen waren trots op zichzelf. De meeste landen voelden zich beter dan alle andere landen. Zelfs een land dat hanger leed, deed vaak alsof het beter was dan een land dat te eten had. De meeste landen waren macho's. Wie hen tergde, kreeg een dreun. Zo waren vele landen ook ontstaan. Al vechtend. Vechten schept een band en soms een land. Al was er om een land bijeen te houden meer nodig
dan speren of bommen. De meeste landen waren een samenweefsel van gedeeld leed en gedeelde herinneringen, van gedeeld geloof en gedeelde taal. Soms. als ze wat ouder en wijzer waren geworden, leenden landen om met elkaar samen te werken. Dan gingen 2e bijvoorbeeld samen naar
de maan. of samen een ander land vernietigen. Maar hoe lang en innig ze ook met elkaar samenwerkten, uiteindelijk hielden landen altijd het meest van zichzelf. Dat zag je bij sportwedstrijden en fabriekssluitingen. Eens macho, altijd macho. Er bestaat geen tweelandenvlag.
Tussen al deze grote, trotse macholanden lag dus dit ene landje dat. tot verbijstering van velen, niet wilde bestaan. Het had zichzelf niet bedacht, was niet gegroeid uit het verlangen van mensen om binnen dezelfde grenzen te wonen, niet uit angst voor een vijand, niet uit krijgszucht of list, maar uit slib samengeklonterd in een trage bocht van de tijd. Het land was als een vondeling, verwekt en vergeten in een achterkamertje van de geschiedenis, een bastaardje dat de natuur niet bepaald had verwend, want behalve erg klein was het ook erg lelijk, en het bezat ook niets van wat kleine lelijke landjes voor grotere landen soms toch aantrekkelijk maakt. zoals gas olie of diamant.”

 

 
Frank Albers (Schoten, 2 maart 1960)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank albers, romenu |  Facebook |

01-03-15

Jan Eijkelboom, Franzobel, Jim Crace, Franz Hohler, Lytton Strachey

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Tuin Dordrechts museum

Als ik gestorven ben
zal in de tuin van dit museum
boven het warrig bladerengedruis
een merel net zo helder zingen
op net zo’n late voorjaarsdag

En ik, ik zal er niet meer zijn
om door dit zingen te vergeten
dat ik moet sterven mettertijd.

Maar aan de andre kant zal ik
– je weet maar nooit –
veel langer leven dan die vogel
En als ik dan toch onder de zoden lig
dan zal mijn zoon nog eens
een merel net zo horen klinken
op net zo’n late voorjaarsdag.
En hij zal weten wie ik was
en ach, een vogel weet van niets.

Maar aan de andre kant alweer:
als merels aan hun vaders konden denken
wellicht dat ze dan krasten als een raaf.

 

 

Een schilder

Op dijkjes langs de balkegaten
stonden wij stil te schetsen in de kou,
en dan maar over kunst en toekomst praten
als jij in elk geval een schilder wezen zou.
Ik wist nou nooit eens wat ik worden wou
en kon mezelf soms om die vaagheid haten.
Maar onder mijn bewondering voor jou
school toch dédain voor missers en hiaten
 
bij iemand die te weinig boeken las.
Jij slikte dankbaar, of het manna was,
al wat ik je vertelde over morgen
en over wat er vroeger is geweest.
Je schildert nu decors in Avereest,
in godsdienstwaan gekerkerd, of geborgen.

 

 

Moeilijk moment

Net als hij op 't café-toilet
in de verschoten spiegel kijkt
barst er een bloedrivier
zijn oogbal binnen.
Ook wordt het ademen beperkt:
de refusal is nog aan 't werk.
 
Toch weet hij in zijn ademnood
dat het maar even duurt,
dan kan het weer beginnen,
de zachte levensdood.
 
De stortbak heet Silentium.
Grijs bovenlicht zakt om hem heen.
Een vrede buiten kijf
vult hem, die net niet stierf,
van top tot teen.

 

 
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

Lees meer...

Robert Lowell, Jacques Chessex, Ryūnosuke Akutagawa, Sabina Lorenz, Richard Wilbur, Ralph Ellison

 

De Amerikaanse dichter Robert Traill Spence Lowell werd geboren op 1 maart 1917 in Boston. Zie ook alle tags voor Robert Lowell op dit blog.

 

Homecoming

What was is ... since 1930;
the boys in my old gang
are senior partners. They start up
bald like baby birds
to embrace retirement.

At the altar of surrender,
I met you
in the hour of credulity.
How your misfortune came out clearly
to us at twenty.

At the gingerbread casino,
how innocent the nights we made it
on our Vesuvio martinis
with no vermouth but vodka
to sweeten the dry gin--

the lash across my face
that night we adored . . .
soon every night and all,
when your sweet, amorous
repetition changed.

 

 

"To Speak of Woe That Is in Marriage"

"The hot night makes us keep our bedroom windows open.
Our magnolia blossoms.Life begins to happen.
My hopped up husband drops his home disputes,
and hits the streets to cruise for prostitutes,
free-lancing out along the razor's edge.
This screwball might kill his wife, then take the pledge.
Oh the monotonous meanness of his lust. . .
It's the injustice . . . he is so unjust--
whiskey-blind, swaggering home at five.
My only thought is how to keep alive.
What makes him tick?Each night now I tie
ten dollars and his car key to my thigh. . . .
Gored by the climacteric of his want,
he stalls above me like an elephant."

 

 
Robert Lowell (1 maart 1917 - 12 September 1977)

Lees meer...

Jean-Edern Hallier, Marcel Cabon, William Dean Howells, Steven Barnes, Mercedes de Acosta

 

De Franse schrijver Jean-Edern Hallier werd geboren op 1 maart 1936 in Saint-Germain-en-Laye. Zie ook alle tags voor Jean-Edern Hallier op dit blog.

Uit: Bréviaire pour une jeunesse déracinée

« Aujourd’hui, en mon train endiablé, quand je me retourne, je vois d’autres enfants qui me poursuivent, et se rapprochent. L’un me ressemble singulièrement, avec ses yeux verts, sa mèche noire. Il me fait plus peur que les autres, avec son air de farouche détermination. Lui, est sans pitié. A sa moue dédaigneuse, à son regard perdu et fixe de voyant, je reconnais qui je fus – et qui je redeviens, quand je m’évade de la société des hommes pour travailler à l’un de mes livres. O solitudes enchantées ! Ma force d’oubli se déverse souvent en un havre de grâce, un vert paradis où le temps se gonfle, reprenant sa capillarité perdue, sa subjectivité, et ce rêve habité de réel. Elle est partie. Quoi ? L’Eternité. La voici retrouvée. »

 

 
Jean-Edern Hallier (1 maart 1936 – 12 januari 1997)

Lees meer...

Myrthe van der Meer

 

De Nederlandse schrijfster Myrthe van der Meer (pseudoniem) werd geboren op 1 maart 1983 in Den Bosch. Zij werkte als redacteur bij een grote uitgeverij, tot ze een burn-out kreeg en zwaar depressief vijf maanden op de paaz belandde, de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis. Over deze ervaring schreef ze haar debuut “PAAZ”. Het boek werd meer dan 50.000 keer verkocht en het werd genomineerd voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs. Myrthe won de Psyche Mediaprijs en de Viva400-Award. In 2013 verscheen haar tweede boek, de roman “Kalf”. In 2015 volgde het vervolg op “PAAZ”, de roman “UP”.

Uit: PAAZ

“Over drie uur begint de vakantie.
Ik leun achterover in mijn bureaustoel en draai weer in het rond. Onder me kruipt het verkeer zich een infarct rond de kantoorflat. Ik zet me nog een keer af en de kamer, mijn collega en de ramen zwiepen weer voorbij. Over drie uur ben ik vier weken vrij. Vier weken helemaal niets.
‘Is het feest soms al begonnen, Emma?’ zegt Simon als hij de kamer binnenloopt.
‘Yep,’ zeg ik lachend. ‘Wat moet je? Kan ik iets doen?’
‘Jij mocht toch niets meer doen?’ vraagt hij met een frons.
Ik kijk snel naar Felix die tegenover me volledig in beslag genomen wordt door het telefoontje van een auteur die ervan overtuigd is dat zijn boekomslag in precies de verkeerde tint azuurblauw is gedrukt.
Met een opgeluchte grijns wijs ik naar mijn bureau. Naast de stapel afgewezen manuscripten en de calculaties voor de herdrukken liggen de teksten en omslagen voor de nieuwe catalogus, voor me ligt de lijst met boeken die ik net heb aangekocht. in productie zijn of waar de afdeling promotie mee bezig is, en onder op het toetsenbord kleeft de traditionele post-it met mijn inloggegevens en wachtwoord.
Ik steek mijn armen in de lucht, draai nog een keer rond en kijk hem triomfantelijk aan.
‘Oké,’ verzucht hij. ‘Wil je de vormgever van de herdruk dan vragen of hij de maten van het omslag nog eens controleert? Volgens de drukker klopt er namelijk niets van en het moet echt aan zijn computer liggen of anders...’Ik krijg het gevoel dat ik langzaam gewurgd word.
‘Geen probleem,’ zeg ik en ik trek het printje uit zijn handen voor hij zich kan bedenken. ‘Ik gooi het mailtje er meteen uit. Anders nog iets?’
‘Dat jij als ik hier straks langskom ook echt weg bent,’ bromt hij goedmoedig. ‘En dat je nog even naar me zwaait voor je vertrekt.’
Ik steek mijn hand op.
‘Straks pas, tuttebel.’
Als Felix de hoorn op de haak legt, kijkt hij me argwanend aan”.

 

 
Myrthe van der Meer (Den Bosch, 1 maart 1983)

16:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: myrthe van der meer, romenu |  Facebook |

28-02-15

Martin Suter, Yórgos Seféris, Marin Sorescu, Howard Nemerov, Saul Williams, John Byrom

 

De Zwitserse schrijver Martin Suter werd geboren op 29 februari 1948 in Zürich. Zie ook alle tags voor Martin Suter op dit blog.

Uit: Ein perfekter Freund

"Das wollte ich Sie fragen."
"Keine Ahnung?"
Fabio schüttelte vorsichtig den Kopf. Die Frau liess sein Handgelenk los, nahm das Krankenblatt vom Bettgestell und notierte etwas. "Sie sind in der Neurochirurgie der Uniklinik."
"Weshalb?"
"Sie haben eine Kopfverletzung." Sie überprüfte die Infusionsflasche.
"Was für eine?"
"Ein Schädel-Hirn-Trauma. Sie haben einen Schlag auf den Kopf erhalten."
"Wie das?"
Sie lächelte: "Das wollte ich Sie fragen."
Fabio schloss die Augen. "Seit wann bin ich hier?"
"Seit fünf Tagen."
Fabio schlug die Augen auf. "Ich war fünf Tage im Koma?"
"Nein, Sie sind seit drei Tagen wach."
"Ich erinnere mich nicht."
"Das hängt mit Ihrer Kopfverletzung zusammen."
"Ist sie so schlimm?"
"Es geht. Kein Schädelbruch und keine Blutung."
"Und der Verband?"
"Auf der Intensivstation hatte man Ihnen eine Hirndrucksonde eingesetzt."

 

 
Martin Suter (Zürich 29 februari 1948)

Lees meer...

Stephen Spender, Bart Koubaa, Luc Dellisse, John Montague, Marcel Pagnol, Raphaële Billetdoux, Bodo Morshäuser

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

A Childhood

I am glad I met you on the edge
Of your barbarous childhood

In what purity of pleasure
You danced alone like a peasant
For the stamping joy's own sake!

How, set in their sandy sockets,
Your clear, truthful, transparent eyes
Shone out of the black frozen landscape
Of those gray-clothed schoolboys!

How your shy hand offered
The total generosity
Of original unforewarned fearful trust,
In a world grown old in iron hatred!

I am glad to set down
The first and ultimate you,
Your inescapable soul. Although
It fade like a fading smile
Or light falling from faces
Which some grimmer preoccupation replaces.

This happens everywhere at every time:
Joy lacks the cause for joy,
Love the answering love,
And truth the objectless persistent loneliness,
As they grow older,
To become later what they were
In childhood earlier,
In a world of cheating compromise.

Childhood, its own flower,
Flushes from the grasses with no reason
Except the sky of that season.
But the grown desires need objects
And taste of these corrupts the tongue
And the natural need is scattered
In satisfactions which satisfy
A debased need.

Yet all prayers are on die side of
Giving strength to naturalness,
So I pray for nothing new,
I pray only, after such knowledge,
That you may have the strength to be you.

And I shall remember
You who, being younger,
Will probably forget.

 

 
Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)
Portret door Wyndham Lewis, 1938

Lees meer...

Daniel Handler, Dee Brown, Berthold Auerbach, José Vasconcelos, Sophie Tieck, Michel de Montaigne, Ernest Renan

 

De Amerikaanse schrijver Daniel Handler werd geboren op 28 februari 1970 in San Francisco, Californië Zie ook alle tags Daniel Handler op dit blog.

Uit: Why We Broke Up

“So it all went into the box and the box went into my closet with some shoes on top of it I never wear. Every last souvenir of the love we had, the prizes and the debris of this relationship, like the glitter in the gutter when the parade has passed, all the everything and whatnot kicked to the curb. I’m dumping the whole box back into your life, Ed, every item of you and me. I’m dumping this box on your porch, Ed, but it is you, Ed, who is getting dumped.
The thunk, I admit it, will make me smile. A rare thing lately. Lately I’ve been like Aimeé Rondelé in The Sky Cries Too, a movie, French, you haven’t seen. She plays an assassin and dress designer, and she only smiles twice in the whole film. Once is when the kingpin who killed her father gets thrown off the building, which is not the time I’m thinking of. It’s the time at the end, when she finally has the envelope with the photographs and burns it unopened in the gorgeous ashtray and she knows it’s over and lights a cigarette and stands in that perfect green of a dress watching the blackbirds swarm and flurry around the church spire.
I can see it. The world is right again, is the smile. I loved you and now here’s back your stuff, out of my life like you belong, is the smile. I know you can’t see it, not you, Ed, but maybe if I tell you the whole plot you’ll understand it this once, because even now I want you to see it. I don’t love you anymore, of course I don’t, but still there’s something I can show you. You know I want to be a director, but you could never truly see the movies in my head and that, Ed, is why we broke up.”

 

 
Daniel Handler (San Francisco, 28 februari 1970)

Lees meer...