14-05-15

Jens Sparschuh, Krister Axel, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters

 

De Duitse schrijver Jens Sparschuh werd geboren op 14 mei 1955 in Karl-Marx-Stadt en groeide op in Oost-Berlijn Zie ook alle tags voor Jens Sparschuh op dit blog.

Uit: Ende der Sommerzeit

"Als Nabokov 1917 mit seinen Eltern auf der Flucht war, gerät auf einem irgendwo in der Ukraine gelegenen Bahnhof sein Spazierstock unter die Räder des langsam Fahrt aufnehmenden Eisenbahnzuges. Und da kommt es zu einer Szene, die herzerschütternd schön ist. Nabokov setzt alles daran, den Stock wiederzubekommen. Als er ihn hat, bemerkt er, dass der Zug langsam wegfährt. Er rennt dem schneller werdenden Zug hinterher, und da streckt sich ihm ein Rotarmisten-Arm entgegen, der, so schreibt es Nabokov, alle Regeln des Marxismus außer acht lassend, sich eher an die Vorgaben eines wunderbaren Trivialromans hält, und dem Mann auf den Zug hilft. Und das ist eine Umsetzung dessen, was für Nabokovs gesamtes Werk zentral und wichtig ist: Es zählt nur das Einzelne. Vergiss' alle Ideologien, vergiss' alles, was dir die Obrigkeit sagt - es gibt Situationen, da musst du nur helfen."

 

 
Jens Sparschuh (Karl-Marx-Stadt, 14 mei 1955)

Lees meer...

13-05-15

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

Het pure spectrum

Het pure spectrum
Lang in vloed gelegen

Ebde jij
Onwaarschijnlijk weg

Door mij onder alle sterren verkozen
Heropgeroepen, verdampt

Vele woorden van liefde
Bij het finale aflopen van alles, absurd

En toch, en evengoed, zal niets gedaan zijn
Wat achteraf gezien onmogelijk bleek

Nergens resten wat ooit zeker zou
Geen wijsheid of richtlijn

Dan in het brandpunt
De verdwenen parabool

Die cirkel werd, meisje
Hemelsblauw


 

Ongelooflijk veel verdriet

Terwijl ze langdurig en gewelddadig schreeuwt
zijn haar ogen stevig gesloten, zodat de huid
er rond rimpelt, en het voorhoofd zich

samentrekt tot een frons.

Zuigeling: meesteres in het beoefenen
van de buigzaamheden.
Die overtuigender dan de dichter
voorwendt pijn te zijn haar werkelijk
doorvoelde pijn?

Gegeven hoe droog haar tranen zijn.

En als je zwicht voor haar chantage
houdt ze in minder dan een vingerknip op.

 

 

Anatomie van melancholie

Is de Kilimanjaro hoog genoeg?
Om jezelf in de rug te schieten?

Wanneer je voeten wegzinken in eeuwige sneeuw.
Nu dan?

Je strekt je arm,
je haalt de ijzeren hoektand over.
De draak in je hand spuwt vuur.

Draak: orbitaleur, brenger van veelal
ongewenste voorwerpen in een baan rond de aarde

ware het niet

dat de slaagkans omgekeerd evenredig is
met zwaartekracht. Tegenwind?

 

 
Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

12-05-15

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti

 

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Debuut

De eerste nacht die ze zonder slapen
doorbracht in een schuur met hem
aan wie ze haar eerste kus onthield
onthoudt ze nog na vele nachten waken.

Ze bleef daar liggen met haar ogen dicht
niet wetend hoe te beginnen
met wat door geen van beiden
ooit eerde was verricht.

Langzaam drong het buitenlicht
door het raam naar binnen
en met het licht verdween de reden
van het wachten naar een elders dat,
bedenkt ze zich, ook nu nog toekomst is.

 

 

Koorddansen

Altijd op zoek naar een navelstreng
nu de eerste niet langer bestaat,
balanceer ik op de ragdunne draad
van blik tot blik, tot het ogenblik
dat ik opnieuw jij
en jij ik.

Een keten weer opeens
hangen we boven het land.
Geen afstand meer. In dit verband
past het heelal met gemak
in één hand.

Ik snoep je lieve woordjes.
Je tovert zoentjes uit je zak.
Ik slik ze, pik ze, blik ze in
voor later.

Wanneer het strak gespannen snoer
halverwege de acrobatentoer
ombuigt tot valstrik,
val ik.

 

 
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

 

Libris Literatuur Prijs 2015 voor Adriaan van Dis

De Libris Literatuur Prijs 2015 is gewonnen door Adriaan van Dis voor zijn boek 'Ik kom terug'. Dat maakte juryvoorzitter Wim Pijbes maandagavond bekend tijdens een galadiner in het Amstel Hotel in Amsterdam. Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit: Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht. ‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

11-05-15

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

In de bleeke wangen als violen
o rijkdom van het onvoltooide

IN de bleeke wangen als violen
de sombere oogen dof gezet,
de rijpe mond met de bloedende lippen
opeen genepen en dun geplet.
 
En het leven, als woei het en is verdwenen,
wegkrimpende als een vogelenvlucht,
zich zelf een sluier, een wa geworden
is dit onbewogene aangezicht.
 
Een leegte, een schemer, en zich niet keeren,
een treden de jaren ongeteld
met door alles heen het voortdurend weten:
gekrenkt, gekrenkt, en achtergesteld.
 
En schokkende het groote zwichten
en armen die in vertwijfeling slaan,
een wringen omhoog, een biddend reiken,
een klemmen en jammerend laten gaan.
 
En een hoofd verwordende en bedolven
in der snikken en in der haren nacht,
wond over ondoorgrondlijke stroomen
vervreemd en doodswit opgebracht.
 
En een stem verwezen en ingezonken
en die nog stervende aanbad:
ik heb zoo zielsveel van je gehouden,
ik heb je zoo lief, zoo lief gehad.

 

 

De lippen van het water...

De lippen van het water leggen zich
verliefd, verlustigd op de rondom open
gewelfde kring; zij komen toegeslopen
en dringen op en rekken zich...

Gesneden in de alabasten rand
is er een vers van een zo uitverkoren
zoetheid van woorden, dat de zin verloren
wegdeinde in dit bedwelmende verband.

Een strofe, die in jubel zich verhief
en dan zich strengelde en zich ging winden
tot een beschaduwing van de beminde,
van het besloten, zinsbetoovrend lief.

En zwijmend onder alle heerlijkheden
benadert nu een weke en vochte mond
de kostlijke syllaben, snikte en vond
er zijn besterven, stom teruggegleden.

 

 

O dromend hart, kies u een nieuw vertier

O dromend hart, kies u een nieuw vertier
in vrouwenwang en purpren eglantier;
licht als kwikzilver vlieten onze dagen,
de pracht der jeugd zinkt als een bergrivier.

 

 
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Cover

Lees meer...

10-05-15

An meine Mutter (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Bij Moederdag

 

 
Moeder met kinderen bij een raam tijdens de schemer door Viggo Pedersen (1854 - 1926)

 

 

An meine Mutter

So gern hätt' ich ein schönes Lied gemacht
Von Deiner Liebe, deiner treuen Weise;
Die Gabe, die für andre immer wacht,
Hätt' ich so gern geweckt zu deinem Preise.

Doch wie ich auch gesonnen mehr und mehr,
Und wie ich auch die Reime mochte stellen,
Des Herzens Fluten wallten darüber her,
Zerstörten mir des Liedes zarte Wellen.

So nimm die einfach schlichte Gabe hin,
Von einfach ungeschmücktem Wort getragen,
Und meine ganze Seele nimm darin:
Wo man am meisten fühlt, weiß man nicht viel zu sagen.

 

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Therese von Droste-Hülshoff, geb. von Haxthausen, moeder van de dichteres, rond 1830

 

 

Zie voor de schrijvers van de 10e mei ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Het huisje in de duinen

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.
Het late middaglicht was warm en bronzen,
en de ongerepte stilte klonk als gonzen
van vele kleine vleugelen te zaam.

En achter het beschutte, kleine huis
verhieven zich de wit-geblaakte duinen:
een strakke hemel stond boven hun kruinen;
haast niet te horen was het zeegeruuis.

Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,
één ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar,
de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar
binnen de grens van een beperkt bestaan.

Welke is die mensen ingeschapen drang,
die geen vervulling duldt van het begeerde,
maar altijd van hun zwakke harten weerde,
waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

 

 

Feestavond

Roode lantarens hangen in het loover
Der boomenrijen langs de gracht en over
Het water liggen plekken rooden schijn,
Als uitgestorte, vurig-lichte wijn.

Onder de boomen gaan gearmde paren;
Zacht klinkt hun spreken als 't geruisch der blaren,
Zacht is hun lachen — de avond is zoo zwoel. —
Heel in de verte juicht kermisgejoel.

Ik loop alleen langs die geluk' ge menschen,
Verlangend, maar ik weet niet wat te wenschen...
Ach ja: óok lachend en gearmd te gaan
Door de avondstilte in deze luwe laan.

 

 

Futura

Als eens de hooge vloed der jeugd gaat dalen,
Dan vloeit mijn leven kalm en toch zoo schoon
'Lijk 't water in de Hollandsche kanalen:
Doodstil, maar spieglend lucht en boom en woon.

Dan leef ik in een wit huis, weggedoken
Ter zij van de' allen winden open dijk,
Temidden van de honinglijke roken
Van linden en van rozelaars in prijk.

De kamers groot en laag, en lange gangen,
Waarin de steenen vochtig zijn als mos,
En bieden wien de hitte heeft bevangen
Heraadming als na verre heide een bosch.

Achter den tuin zijn diepe, groene weiden,
Waardoor het staal der slooten lijnrecht snijdt,
En slechts van vogels, die hun wieken breiden
Of wolken een doorzichten schaduw glijdt.

Ik zie den hemel daags in vele verven,
Alle schakeeringen der teerheid, staan,
En sluit, wanneer het land den dag gaat derven,
Mijn luiken niet voor 't loutre licht der maan.

Als dan mijn lijf, het raam —nachtschouw —verlaten,
Gelijk het dorpje in vroege rust verzinkt,
Hoor ik in halven slaap nog hoe een late,
IJzeren hoefslag langs de klinkers klinkt.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door W. Schuhmacher, 1948

Lees meer...

Jayne Cortez, Roberto Cotroneo, Barbara Taylor, Benito Pérez Galdós, Johann Peter Hebel

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

Poetry

In fact
poetry
will not
strike
lightning
through
any
convoy of chickens

Today poems are like flags
flying on liquor store roof
poems are like baboons
waiting to be fed by tourists

& does it matter
how many metaphors
reach out to you
when the sun
goes down like
a stuffed bird in
tropical forest
of your solitude

In fact
poetry
will not
sing jazz
through
constricted mouth
of an anteater
no matter how many
symbols survive
to see the moon
dying in saw dust
of your toenail

 

 
Jayne Cortez (Fort Huachuca, 10 mei 1936)

Lees meer...

Antonine Maillet, Ivan Cankar, Martin Boelitz, Ariel Durant, Fritz von Unruh, Leonard Buyst

 

De Canadese schrijfster Antonine Maillet werd geboren op 10 mei1929 in Bouctouche, New Brunswick. Zie ook alle tags voor Antonine Maillet op dit blog.

Uit: Bearsaga (L’Oursiade, vertaald door david L. Koral)

“They say his mother fed him on bear’s milk as she went through the terminal stage of tuberculosis. No doubt about it: once every two years, when the conditions are right, the black she-bear drops a litter, and for five months she nurses her two or three cubs. One more infant at her breast wouldn’t make her run dry. But no one could say how a woman who had just given birth, consumptive to boot, managed to draw milk from a six-hundred-pound sow and be left unscathed. Not a single scratch. These were lean times for everyone, they say, while the bears, on the other hand, abounded in the woods, glutted and fat. Believe what you like. In any case, a mother whose breasts are empty and knows she’s a goner won’t be too picky, and builds up her resolve. It’s true. Under similar circumstances, the weathervane’s been known to beat back the wind. But to go rummaging through the belly fur of a mother bear as she stepped out of her winter quarters with a yawn and two woolly balls of fur rolling by her sides and tumbling between her paws. To elbow newborn cubs out of the way to make room for her own: a pink, hairless little man…no, there’s no way Simon the Halfbreed could have suckled milk from a bear, as it’s been told; he must have been fed by one of those few, kindhearted wet-nurses untouched by the Spanish flu or the times of tuberculosis. Anyway, even the most fanatical hunter would never kill his nurse, anyone could tell you that. That’s a whole different matter. For this outlaw, the law of blood was the same as any other. A law is a law. Simon was born outside.”

 

 
Antonine Maillet (Bouctouche, 10 mei 1929)

Lees meer...

09-05-15

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Nostalgische priëlen

I
‘ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
alles verjongt zich, behalve de ziel,
groter de kloof met wie je al was -
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
 
de zon zal een onbetrouwbare gloed in het daglicht leggen
en een voorspelde profetie uit de hanen geselen
de doden zullen er slijpen de zeisen en
wankelen naar het vruchtbare veld, en moeders
zullen hoeren zijn als zij dragen de vrucht van je vlees.
 
nee, ga niet ruggelings in nostalgische priëlen.
een kim verheft zich uit het gras en noemt zich
levensdoel; daarachter dansen duizend zwarte
kimmen op een rij. er zal geen vrijgesproken oog
opnieuw details vergulden met een milde tong van binnen.
 
en wat er torent heeft naam en schaduw.
bestrijkt met grote macht de aanzet tot gedachten
die vervagen achter de gestalten van de zo even
nog klinkende dingen, dus nee:
ga niet ruggelings in nostalgische priëlen...’


II
‘... of in de violette winter waar de jeugd patent op heeft,
waar portieken fonkelen van blozende omhelzingen,
achter ouderwetse vensters, in de schemerende serres,
beosnavels glanzen als een bloeddoorlopen oog,
waar lantarenlicht zich uitrekt als een majesteit,
stiller dan de jaren vijftig weer de jonge vrouwen lachen
en zich statig weten in hun drachtige heelal,
waar lopers op de sloten passen met een zucht
van heimwee, houtrook uit een woonboot een moment
een meeuw verbijstert en hem verbrande veren geeft
waar de zolders gloeien voor een redeloze toekomst
en gipsen cherubijnen tegen de beroete gevels
geen wolkjes adem zuchten, maar verdomd: van goud.’

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...

Bulat Okudzhava, Mona Van Duyn, Gamal al-Ghitani, Richard Adams, James Barrie, Pitigrilli

 

De Russische schrijver, dichter en zanger Bulat Shalvovich Okudzhava werd geboren in Moskou op 9 mei 1924. Zie ook alle tags voor Bulat Okudzhava op dit blog.

 

The Song Of The Trampling Jackboots

Now do hear the sound of trampling boots?
And do you see the birds fly off like mad
and women stare scrutinising routes?
I think you know what they are staring at.

Now do hear the sound of drum-beat bass?
The soldiers have to say their good-byes...
The squadron leaves to vanish in the haze...
The past appears clearly in the eyes.

What happens to your soldier's fortitude
when you return to your old neighbourhood?
It's women's trick who steal it from your chest
and keep it like a birdie in the nest.

What happens to your women, man of war,
when you come home and open the front door?
They welcome you and kindly let you in
but in the house there's a smell of sin.

The past is gone -- who cares about that!
We look into the future, for the light!
And in the fields the carrion-crows are fat,
the roaring war pursues us like a plight.

Again you hear the sound of trampling boots
and see the frenzied birds fly off like mad,
and women stare scrutinising routes...
It's our napes that they are staring at.

 

 
Bulat Okudzhava (9 mei 1924 – 12 juni 1997)
Monument in Moskou

Lees meer...

08-05-15

Roddy Doyle, Thomas Pynchon, Pat Barker, Gary Snyder, Gertrud Fussenegger, Edmund Wilson, James Worthy

 

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit:Two More Pints

“– Have yeh made your mind up yet?
– A pint – same as always. I haven’t had to make me mind up since –
– I meant the election.
– Ah, shove it.
– Well, it’s either tha’ or the Greek default.
– Alrigh’ – fuck it. Who’s goin’ to
win?
– Hard to say. They’re all shite.
– I seen Mary Davis’s Sex an’ the City posters.
– There yeh go. An’ Mitchell. He said you can see the house he grew up in – in Inchicore, like – from the window of the Áras. An’ he’s goin’ to look out at it every mornin’.
– An’ shout, Fuck you, Inchicore.
– He could get the queen to do it with him the next time she’s over.
– A bondin’ exercise.
– Exactly. She probably never gets the chance to say “fuck” at home.
– Talkin’ abou’ fuck an’ the queen. What’s McGuinness up to?
– Says he’ll only pay himself the average industrial wage.
– The fuckin’ eejit.
– I’m with yeh. He says he’ll employ six young people with the money left over.
– Cuttin’ the grass an’ washin’ diesel. What about the Senator?
– Ah Jaysis. It looks like Greece is goin’ to miss its deficit target an’ has fuck-all chance of avertin’ bankruptcy.“

 

 
Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

Lees meer...

07-05-15

Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning, Peter Carey

 

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Villa des Roses

“De „Villa des Roses”, waarin het echtpaar Brulot te eten gaf en kamers verhuurde, stond in de rue d’Armaillé, een straat van weinig aanzien in het overigens breed aangelegde „Quartier des Ternes”.
En zooals de straat was, zoo was ook het huis, dat slechts één enkele verdieping had, terwijl de buurt heinde en verre volgebouwd was met huizen van vijf en zes verdiepingen, welke aan weerszijden torenhoog boven de „Villa” uitstaken. Hierdoor deed het pension wel eenigszins aan een gewezen landhuis denken, belegerd en ingesloten door den stuwenden vloed der groote stad, doch voor de nadere omschrijving welke opgesloten lag in de toevoeging „des Roses” had nooit iemand een gangbare verklaring weten op te duiken. Wel was er een tuin aan het huis, wat in Parijs toch reeds een zeldzaamheid is, doch sedert mijnheer en mevrouw Brulot de woning betrokken hadden — en zij woonden er nual meer dan zestien jaar — was er geen zorgzame hand meer naar uitgestoken, zoodat alle rozen en andere bloemen reeds lang tot het verleden behoorden. Ook kwam er maar weinig zon, omdat de naburige huizen met hunne reusachtige schaduwen het gansche terrein der Villa bestreken. Alleen het gras had het onder die omstandigheden weten uit te houden, het gras dat weliger tiert naar gelang men er minder naar omkijkt en dat een vriend is van vergeten steenen en bouwvallen in wording.
In verband met den toestand zooals die nu eenmaal was, had madame Brulot spoedig besloten kippen te houden, waarvan er een dertigtal in het „park” der Villa rondscharrelden. En alsof Parijs niet bestond en de zon in hun rijk niet onderging, legden die beestjes daar waarachtig eieren, welke door mevrouw in de stad verkocht werden à 20 centimes per stuk. Voor het garnizoen der Villa kocht zij er dan Italiaansche voor de helft van dien prijs, legde die ’s morgens hier en daar in den tuin te vinden, waarna zij overdag in triomf naar de keuken werden gebracht. Werd er dan ook al eens geklaagd over vleeschschotels of koffie, omtrent de eieren waren alle dames en heeren het eens: de weerga ervan was kort en goed in de heele stad niet te vinden.”

 

 
Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Lees meer...

06-05-15

Willem Kloos, Hélène Gelèns, Sasja Janssen, Ariel Dorfman, Erich Fried, Yasushi Inoue, Harry Martinson, Christian Morgenstern

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook alle tags voor Willem Kloos op dit blog.

 

Gij zult niet met een kroon op ’t hoofd

Gij zult niet met een kroon op 't hoofd in 't Rijk
Der Lettren zitten na uw dood, verdwaasden,
Gij knutslaars ijdlijk, die alleen maar aasden
Om eens te zitten, niet voor 't Volk, te prijk

Voor boeren, die dan zouden zeggen: ‘Kijk,
Dat 's óók een knappe dichter, maar 'k bereik
Er niets van, met mijn dom hoofd, 't zijn verraasden,
Die liever zorgen moesten dat zij kaasden.’

O allen gij, die meent te zijn een dichter,
Maak toch u-zelf een aantal ponden lichter
En weet wel dat de enig-echte kunst slechts daar staat,

Waar zij oprecht fier op haar benen waar staat,

Weet toch dat Uw taal slechts is in m i j n hand veilig,
Wijl zij gestaêg door m i j n stem slechts klinkt heilig.

 

 

De menschen dóen, maar weten niet waaróm

De mensen dóen, maar weten niet waaróm
Zij doen, en zitte' in hun eentjes te wegen,
Hoe zij het meeste van het leven kregen,
't Leven dat langs hen gaat en ziet niet om, -

Hopen en haken of er níet wat kom,
Voelen hun hartjes van blijdschap bewegen,
Stil in hun lekkere bedjes gelegen.....
Maar áls 't wat geeft, dan houden zij zich dom:

Dan kijken ze uit een paar onschuldige oogjes,
Willen niet, maar willen wel, en zijn zo bleutjes....
't Leven zegt: ‘zo!..’ en neemt het weer weerom.

O, geef elkaar zo even maar wat droogjes
Oogjes en schuintjes en vriendelijke peutjes,
O, mensjes lief, wat zijn wij allen dom!

 


Verzen XLIII

De blâren vallen zacht...
Ik kan alleen betreuren,
Dat ik niet eens verwacht,
Wat eens nog kan gebeuren...
De blâren vallen zacht...

 

 
Willem Kloos (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

Lees meer...