28-05-15

Guntram Vesper

 

De Duitse schrijver Guntram Vesper werd geboren op 28 mei 1941 in Frohburg. Guntram Vesper is de zoon van een plattelandslandarts. Zijn voorouders waren mijnwerkers en smeden in het gebied rond Freiberg en Altenburger. Van 1947 tot 1955 bezocht hij de school in Frohburg en van 1955 tot 1957 de middelbare school in de nabijgelegen provinciestad Geithain. Zijn eerste pogingen tot schrijven deed hij al in de eerste klas. In 1957 vluchttede familie vluchtte uit Frohburg naar de Bondsrepubliek. Vanuit de noodopvang ging de jonge Vesper gingen op eigen houtje naar een dorp in de Vogelsberg en werkte eerst op een boerderij en vervolgens in de Hessische bruinkoolwinning. Hij bezocht het Aufbaugymnasium metinternaat in Friedberg / Hessen. Daar ontmoette hij zijn toekomstige vrouw. Met schrijvende vrienden gaf hij een literair tijdschrift uiy. Tegelijkertijd correspondeerde Vesper met veel Duitse schrijvers, zoals Arnold Zweig, Kurt Hiller, Alfred Kantorowicz, Hans Mayer, Peter Huchel, Arno Schmidt, Enzensberger, Kunert, Rühmkorf en Bobrowski. In 1963 beëindigde hij de middelbare school en ging hij een korte tijd Duits en geschiedenis studeren in Gießen. Nog in hetzelfde jaar ginghij naar Göttingen en volgde er geneeskunde en vooral geesteswetenschappen met de nadruk op sociale geschiedenis van de industrialisatie en de geschiedenis van revoluties en oorlogen in de late 18e en in de 19e eeuw. Na de eerste boekpublicaties, hoorspelen en opdrachten voor de pers besloot Vesper te kiezen voor het freelance schrijverschap. Hij nam deel aan de laatste grote bijeenkomst van de Gruppe 47. In 1967 ondernam hij een lezingentournee met Wolf Peter Schnetz maar Praag, gevolgd in 1968 door een reis naar Moskou, Leningrad en Kiev. In de periode 1986-1987 gaf hij gastcolleges aan de universiteit van Essen. 1993-1994 bekleedde hij de Brüder-Grimm-leersoel aan de Universiteit van Kassel. Naast boeken schreef Vesper ongeveer twintig toneelstukken en essays, evenals radio- en tv-films.

Uit: Frohburg

„Möbel. Zimmerwände. Tür. Der lange schmale Korr‘idor.Braunes Linoleum. Halhdunkel. “Faderhall der Schritte.
Die Steintreppe abwärts. Unten Eingangshalle. Der Quergang.Rechts die Küche. links das Restaurant. Weißgefleekt der Hund des Gastwirts. Dreibeinn. blind. nach allen Seiten horchend, schnuppemd. nach allen Seiten schnappend. Der Hund hieß Hink, der Gastwirt Kuntz. die Leute sagten Hink und Kuntz.
In der Post. so die Säufer. kriegst du von Hink und Kuntz dein Bier. Eines Tages verschwunden der Kuna, verschwunden der Hink und auch die restliche Familie. Fluchtpunkt Schwanewald. Dort ging der Köter ein. Aus Heimweh. schrieb Frau Kuntz nach Frohburg. In der vertrauten engen Post hat er jede
Ecke. jedes Zentimeterchen gekannt. im großen Schwarzwald nichts. Mutter las das Vater vor und drückte die Augen raus: Siehste.
Der Posthof hinten. Laderampe, Fässerluke, Wasehhaus, Hasenställe, Schuppen füir Feuerholz, Briketts. Handwagen. Benzinkanister, Fahrräder. In der Remise das rote Paketauto.jeden Werktag früh halb sechs den Kellerberg hinauf zum Bahnhof. Lautlos fast. nur leise surrend, an den Zug aus Leipzig. dann durch die Stadt von Haus zu Haus. Akkuantrieb. Gleichrichter. Ladekabel. Aus dem braunen Olympiajahr.
Torwege: Wege ins Leben. auf die Thälmannstraße.
Um die Ecke unser ganzer Stolz. der weite Markt. Dreiunddreißig, 1. Mai, Festtagsfoto. Weiß Gott ein Fahnenmeer. Jede Bahn schwarzweiß und rot bei Braunsberg aus den Druckmaschinen.
Bis in die letzte Ecke gefüllt der große Platz mit Uniformen, Arbeitsmänteln. weißen Kitteln. Im Vordergrund. mit dem Vergrößerungsglas entdeckt, Mutter, einundzwanzig‚ Krimmermantel. unterm Arm ein Buch. Der Graf von Monte Christo, wie ich später hörte. Vergingen zwanzig Jahre, dann neuer Auftrieb. Nuschke kam. der alte Mann aus der Regierung. Am l7.]uni nach Westberlin verbracht, anderntags zurückgekehrt aus Amischutzhaft. jetzt zur Belohnung Ehrenbürger, Spalierstehen auf der Rathaustreppe, Klatschen.“

 

 
Guntram Vesper (Frohburg, 28 mei 1941)

14:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: guntram vesper, romenu |  Facebook |

27-05-15

Jan Blokker, Niels 't Hooft, Louis-Ferdinand Céline, Georges Eekhoud, Said, John Cheever, John Barth

 

De Nederlandse schrijver, journalist en columnist Jan Blokker werd geboren in Amsterdam op 27 mei 1927. Zie ook alle tags voor Jan Blokker op dit blog.

Uit: De locomotief rijdt

“‘Van films wordt verwacht dat ze ergens over gaan, zoals dat ook wordt verwacht van boeken, brochures, krantenartikelen of ander geschreven materiaal. Beeldkijkers zijn daarbij net als letterlezers bijna altijd voorbereid op waar het over zal gaan, want dát vooral bepaalt hun keuze. De één wil wijzer worden en kiest consequent voor documentaires, de ander heeft het avontuur in de tropen lief en sloeg vroeger nooit een film over van Dorothy Lamour en haar lamé zwempakken. Een mededeling, een Boodschap of een verhaal - in alle gevallen wordt het houvast verschaft door een inhoud.
In tegenstelling tot de oudste geschréven inhoud is de oudste filminhoud zeer wel bekend, want die is ook maar van nog geen tachtig jaar geleden. Het ligt overigens voor de hand te veronderstellen dat de inhoud van de eerste geschreven tekst ons even erg zou ‘tegenvallen’ als die van de eerste filmbeelden. Het oerfilmbeeld is een stoomtrein die anno 1895 een Frans station binnenloopt (of een soortgelijke trein langs een Amerikaans perron: net als de boekdrukkunst heeft de cinematografie twee uitvinders), en wat er onmiddellijk aan beelden op volgt is even rauw, ongestileerd en ‘naturalistisch’: arbeiders die een fabriek verlaten, twee meisjes doen een paraplu-dans, een moeder geeft haar kind de borst, een man stapt uit een rijtuig; we schijnen te maken te hebben met het huis-tuin-en-keuken-kiekjes-stadium van de film. Doorslaggevend bij dat alles is de illusie van de werkelijkheidsbetrapping. Parijse kranten schrijven na de eerste demonstratie van de gebroeders Lumière over de ‘mathematische getrouwheid’ van de vertoonde beelden en over ‘tableaux vivants animés d'une vie absolument intense’, en becijferen met vooruitziende blik de dankbaarheid van latere generaties voor wat de Kinematographe kan bewaren: ‘on pourra par exemple revoir agir les siens longtemps après qu'on les aura perdus’. (Le Radical, eind december 1895). Dat laatste is natuurlijk het waarst van alles - wat er ook tegenvalt aan het oerfilmbeeld, het laat ons in ieder geval zien hoe een locomotief er in 1895 uitzag en bewoog, en dan heb ik 't nog niet eens over de gelukkige omstandigheid dat de Lumières net op tijd waren met hun uitvinding om de kroning van de laatste tsaar aller Russen (14 mei 1896) met mathematische getrouwheid te laten vereeuwigen.”

 

 
Jan Blokker (27 mei 1927 - 6 juli 2010)

Lees meer...

26-05-15

Alan Hollinghurst, Radwa Ashour, Hugo Raes, Vítězslav Nezval, Ivan O. Godfroid, Maxwell Bodenheim, Machteld Brands

 

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: The Swimming Pool Library

„I came home on the last train. Opposite me sat a couple of London Transport maintenance men, one small, fifty, decrepit, the other a severely handsome black of about thirty-five. Heavy canvas bags were tilted against their boots, their overalls open above their vests in the stale heat of the Underground. They were about to start work! I looked at them with a kind of swimming, drunken wonder, amazed at the thought of their inverted lives, of how their occupation depended on our travel, but could only be pursued, I saw it now, when we were not traveling. As we went home and sank into unconsciousness gangs of these men, with lamps and blow-lamps, and long-handled ratchet spanners, moved out along the tunnels; and wagons, not made to carry passengers, freakishly functional, rolled slowly and clangorously forwards from sidings unknown to the commuter. Such lonely, invisible work must bring on strange thoughts; the men who walked through every tunnel of the labyrinth, tapping the rails, must feel such reassurance seeing the lights of others at last approaching, voices calling out their friendly, technical patter. The black was looking at his loosely cupped hands: he was very aloof, composed, with an air of massive, scarcely conscious competence - I felt more than respect, a kind of tenderness for him. I imagined his relief at getting home and taking his boots off and going to bed as the day brightened around the curtains and the noise of the streets built up outside. He turned his hands over and I saw the pale gold band of his wedding-ring.
All the gates but one at the station were closed and I, with two or three others, scuttled out as if being granted an unusual concession. Then there were the ten minutes to walk home. The drink made it seem closer, so that next day I would not remember the walk at all. And the idea of Arthur, too, which I had suppressed to make it all the more exciting when I recalled it, must have driven me along at quite a lick.
I was getting a taste for black names, West Indian names; they were a kind of time-travel, the words people whispered to their pillows, doodled on their copy-book margins, cried out in passion when my grandfather was young. I used to think these Edwardian names were the denial of romance: Archibald, Ernest, Lionel, Hubert were laughably stolid; they bespoke personalities unflecked by sex or malice.“

 

 
Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

Lees meer...

25-05-15

Am heiligen Pfingstfest (Sigmund von Birken)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 
Pinksteren door Nicolás Borrás (1530–1610)

 

 

Am heiligen Pfingstfest

Gottes Odem und Verwandter,
Gott von Gotte, Geister-Geist,
Der du, Jesu Abgesandter,
Himmel-ab auf Erd gereist!
Sey willkommen! Trost der Herzen,
Liecht der Seelen, bäster Gast,
Sinnen-Sonne, Freuden-Glast
In den trüben Trübsal-Schmerzen,
Geber aller guten Gab!
Willkomm kommest du herab.

Jesus und sein Vater sollen
Neben dir mir willkomm seyn,
Weil sie (ach der Ehre!) wollen
Beyde bey mir ziehen ein.
Du solst ihnen Wohnung machen,
Drüm sie senden dich voran.
Thu dann du, was ich nicht kan:
Schmück mein Herz mit edlen Sachen,
Daß diß Haus mög schön und rein
Solcher Gäste würdig seyn.

Glaub muß ihnen gehn entgegen,
Demut muß aufwarten hier
Und die Lieb der Gäste pflegen:
Diese Gaben bring mit dir
Und was sonst mir ist vonnöten.
Ach der hohen Gnaden-Sach,
Daß will unter diesem Dach
Gott, der Herren Herr, eintreten.
Ja er kehret nicht nur ein,
Ich soll seine Wohnung seyn.

Grosse Herren bringen Gaben.
Was wird mangeln mir forthin,
Wann ich Gott zum Gast werd haben
Und wann sein Palast ich bin?
Weiche, Welt! weich, Höll und Sünde!
Fleisches-Lüste, weicht von mir,
Daß der Geist des Himmels hier
Nicht, was ihm zuwider, finde.
Nun so komm zu mir, mein Hort,
Bis ich zu dir komme dort.

 


Sigmund von Birken (25 april 1626 – 21 juni 1681)
Wildstein, parochiekerk St. Johannis. Sigmund von Birken werd geboren in Wildstein

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e mei ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

17:23 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pinksteren, sigmund von birken, romenu |  Facebook |

Egyd Gstättner, Eve Ensler, Friedrich Dieckmann, Claire Castillon, Raymond Carver, Jamaica Kincaid

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Absturz aus dem Himmel

„Ein einziges Wahllokal habe aber unvorhergesehen noch offen und könne bis auf Weiteres auch nicht geschlossen werden, ein Unikum in der Geschichte der Republik, vielleicht das Ende dieser und der Anfang einer anderen Republik oder überhaupt einer anderen Herrschaftsform. Das waren noch Zeiten, als man Republiken für unvergänglich und Atlanten für mehr oder weniger endgültig hielt. In Wirklichkeit ist mein Mittelschulatlas heute ein Märchenbuch, in Wirklichkeit purzeln Republiken immer über Lächerlichkeiten und werden von winzigen Details zu Fall gebracht.
Ein falsches Händeschütteln, und der Minister stürzt ein, und der einstürzende Minister reißt den Bundeskanzler mit sich, der Bundeskanzler reißt den Bundespräsidenten mit sich, der Bundespräsident reißt die Republik mit sich fort, und schon ist die Welt verändert und der Atlas antiquarisch. Sofort wird eine Konferenzschaltung vom Fernsehzentrum ins Landesstudio und ins Wahllokal gelegt und der unentschlossene Wähler durch die Trennwand hindurch interviewt. Zur Frage des Zeithorizonts wolle und könne er sich noch nicht äußern, sagt er, er sei sich als Einsiebenkommafünfmillionstelsouverän der ihm übertragenen Verantwortung, die vergleichsweise tonnenschwer auf seinen Schultern laste, voll bewusst, sagt er.“

 

 
Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

Lees meer...

Robert Ludlum, Theodore Roethke, Georges Bordonove, W. P. Kinsella, John Gregory Dunne, Max von der Grün

 

De Amerikaanse schrijver Robert Ludlum werd geboren in New York op 25 mei 1927. Zie ook alle tags voor Robert Ludlum op dit blog.

Uit: The Bourne Sanction

"A rare compliment from you, Jason."
"Are my compliments so rare?"
"Like Martin, you're a master at keeping secrets," she said. "But I have doubts about how healthy that is."
"I'm sure it's not healthy at all," Bourne said. "But it's the life we chose."
"Speaking of which." She sat down on a chair opposite him. "I came early for our dinner date to talk to you about a work situation, but now, seeing how content you are here, I don't know whether to continue."
Bourne recalled the first time he had seen her, a slim, shapely figure in the mist, dark hair swirling about her face. She was standing at the parapet in the Cloisters, overlooking the Hudson River. The two of them had come there to say good-bye to their mutual friend Martin Lindros, whom Bourne had valiantly tried to save, only to fail.
Today Moira was dressed in a wool suit, a silk blouse open at the throat. Her face was strong, with a prominent nose, deep brown eyes wide apart, intelligent, curved slightly at their outer corners. Her hair fell to her shoulders in luxuriant waves. There was an uncommon serenity about her, a woman who knew what she was about, who wouldn't be intimidated or bullied by anyone, woman or man.”

 

 
Robert Ludlum (25 mei 1927 – 12 maart 2001)
Matt Damon als Jason Bourne

Lees meer...

Ralph Waldo Emerson, Rosario Castellanos, Alain Grandbois, Naim Frashëri, Edward Bulwer-Lytton

 

De Amerikaanse dichter, schrijver, filosoof en essayist Ralph Waldo Emerson werd geboren in Boston, Massachusetts op 25 mei 1803. Zie ook alle tags voor Ralph Waldo Emerson op dit blog.

 

Fate

Deep in the man sits fast his fate
To mould his fortunes, mean or great:
Unknown to Cromwell as to me
Was Cromwell's measure or degree;
Unknown to him as to his horse,
If he than his groom be better or worse.
He works, plots, fights, in rude affairs,
With squires, lords, kings, his craft compares,
Till late he learned, through doubt and fear,
Broad England harbored not his peer:
Obeying time, the last to own
The Genius from its cloudy throne.
For the prevision is allied
Unto the thing so signified;
Or say, the foresight that awaits
Is the same Genius that creates.

 

 

The Bell

I love thy music, mellow bell,
I love thine iron chime,
To life or death, to heaven or hell,
Which calls the sons of Time.

Thy voice upon the deep
The home-bound sea-boy hails,
It charms his cares to sleep,
It cheers him as he sails.

To house of God and heavenly joys
Thy summons called our sires,
And good men thought thy sacred voice
Disarmed the thunder's fires.

And soon thy music, sad death-bell,
Shall lift its notes once more,
And mix my requiem with the wind
That sweeps my native shore.

 

 
Ralph Waldo Emerson (25 mei 1803 - 27 april 1882)
Portret door David Scott, 1848

Lees meer...

24-05-15

Pinksteren (Gerrit Achterberg)

 

Prettige Pinksterdagen!

 


De nederdaling van de Heilige Geest door Juan de Roelas, ca. 1615

 

 

Pinksteren

Ontvang de vlam des Heren:
Hij heeft u rijp bevonden
om midden uit uw zonden
van Hem te profeteren.
 
En voel het blinde wonder
op uw tong preluderen:
gij kunt de taal schakeren
naar alle spraak en monden.
 
Onder het samenkomen
van klank en wezen moeten
zin en begrip verdwijnen;
 
onder het hete schijnen
van dit vuur Zijner dromen,
laat God zich door u groeten.

 

 


Gerrit Achterberg (20 mei 1905 - 17 januari 1962)
Nederlangbroek, N.H. kerk. Achterberg werd geboren in Nederlangbroek

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

08:31 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pinksteren, gerrit achterberg, romenu |  Facebook |

Joseph Brodsky, Michael Chabon, Bob Dylan, Henri Michaux, William Trevor, Tobias Falberg, Arnold Wesker

 

De Russisch-Amerikaanse dichter Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook mijn blog van 24 mei 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

A Song

I wish you were here, dear, I wish you were here.
I wish you sat on the sofa
and I sat near.
the handkerchief could be yours,
the tear could be mine, chin-bound.
Though it could be, of course,
the other way around.

I wish you were here, dear,
I wish you were here.
I wish we were in my car,
and you'd shift the gear.
we'd find ourselves elsewhere,
on an unknown shore.
Or else we'd repair
To where we've been before.

I wish you were here, dear,
I wish you were here.
I wish I knew no astronomy
when stars appear,
when the moon skims the water
that sighs and shifts in its slumber.
I wish it were still a quarter
to dial your number.

I wish you were here, dear,
in this hemisphere,
as I sit on the porch
sipping a beer.
It's evening, the sun is setting;
boys shout and gulls are crying.
What's the point of forgetting
If it's followed by dying?

 

 

Constancy

Constancy is an evolution of one’s living quarters into
a thought: a continuation of a parallelogram or a rectangle
by means—as Clausewitz would have put it—
of the voice and, ultimately, the gray matter.
Ah, shrunken to the size of a brain-cell parlor
with a lampshade, an armoire in the “Slavic
Glory” fashion, four studded chairs, a sofa,
a bed, a bedside table with
little medicine bottles left there standing like
a kremlin or, better yet, manhattan.
To die, to abandon a family, to go away for good,
to change hemispheres, to let new ovals
be painted into the square—the more
volubly will the gray cell insist
on its actual measurements, demanding
daily sacrifice from the new locale,
from the furniture, from the silhouette in a yellow
dress; in the end—from your very self.
A spider revels in shading especially the fifth corner.
Evolution is not a species’
adjustment to a new environment but one’s memories’
triumph over reality, the ichthyosaurus pining
for the amoeba, the slack vertebrae of a train
thundering in the darkness, past
the mussel shells, tightly shut for the night, with their
spineless, soggy, pearl-shrouding contents.

 

 
Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Een jonge Brodsky

Lees meer...

George Tabori, Rainald Goetz, Louis Fürnberg, Michail Sjolochov, Arthur Wing Pinero, Kamiel Vanhole, Jean de La Varende

 

De van oorsprong Duits-Hongaarse, maar Engelstalig schrijver en dramaturg George (György) Tabori werd geboren in Boedapest op 24 mei 1914. Zie ook alle tags voor George Tabori op dit blog.

Uit:Der Zauberberg und das Hollywoodschnitzel

„Das dritte Mal, im wunderschönen Monat Mai, begegneten wir uns vor meinem Geburtstag bei mir zu Hause. Thomas und Katja Mann kamen zum Abendessen. Meine damalige deutsche Ehefrau war so aufgeregt, dass das Essen ungefähr zwei Stunden verspätet fertig wurde (Hollywoodschnitzel und Bratkartoffeln). Thomas Mann, an dessen Lippen mir die weiße Spur eines Magenpulvers aufgefallen war, beklagte sich nicht über die Verspätung. Er nutzte die Zeit, um einen Witz zu erzählen, worauf die Gäste mit freundlich gebleckten Zähnen reagierten und die Schauspielerin Greta Garbo gleich und leichtsinnig mit einem prachtvollen Witz antwortete. Wir brüllten alle. Thomas Mann war so beleidigt, dass er in seinem Tagebuch alle Gäste, auch die Garbo, ignorierte und stattdessen eintrug: „Zum Abendessen bei Taboris hoch über Hollywood. Kleine ungarisch schwedisch englische Gesellschaft ... Lange Sitzerei vorm Dinner.“
Ich hatte damals ein paar Monate am Drehbuch für eine Verfilmung des „Zauberberg“ geschrieben. Thomas Mann hoffte auf Hollywood und hatte sich schon damit abgefunden, dass nicht alle seiner vielen „Zauberberg“-Figuren in einer anderthalbstündigen Kinoversion vorkommen könnten. In den Anmerkungen zu den von Inge Jens herausgegebenen Tagebüchern Thomas Manns (1946–48) steht dazu: „Dramatisierung des ,Zauberberg ’(...): Ein Treatment lag vor, und auch die Hauptdarsteller, auf die sich Tabori mit seinem Freund Zoltán Korda, dem Bruder des Rechtsinhabers Sir Alexander Korda, einigen konnte, standen bereits fest: Greta Garbo als Claudia Chauchat und Montgomery Clift als Hans Castorp. Der Plan wurde niemals realisiert.“

 

 
George Tabori (24 mei 1914 - 23 juli 2007)

Lees meer...

23-05-15

Adriaan Roland Holst, Maarten Biesheuvel, Lydia Rood, Jane Kenyon, Susan Cooper, Michaël Vandebril

 

De Nederlandse dichter Adriaan Roland Holst werd geboren op 23 mei 1888 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Adriaan Roland Holst op dit blog.

 

Voor het laatst

Een wolk schoof voor de maan,
en de verlorene gleed
tevoorschijn tot aan
de tafel bij het bed.

Ik twijfelde: ziet zij mij,
of lijdt zij nog maar het bestaan
van blinde mijmerij
om alles wat is vergaan?

Toen de maan weer inscheen
was zij er niet meer.
Wij zijn al zo lang alleen,
al sinds jaren her.

 

 

Eens

Eens zullen allen die
tussen ons kwamen,
zijn weggevallen-wie
weet nog hun namen…

Eens zal de vete zijn
bijgelegd
en zal vergeten zijn
ons bitter tweegevecht.

Eens zal het weer regenen
stil, zoals toen aan zee-
Kom mij dan tegen
en ga met me mee.

 

 

De kleine waterplek

Soms ga ik al vermoeden, dat de zee
-omdat zij sterk verschijnt- wel mijn heel leven
de onstuimige waarheid blijven zal, waarmee
ik hier de wereld kan weerstreven
bij tij en ontij, maar dat ik ten laatste
het wezen van den grote dood ontdek
bij de kleine waterplek,
die zo stil de wilde avondval weerkaatste.

 

 
Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 - 5 augustus 1976)
Portret uit 1963 door Charlotte van Pallandt in het beeldenpark De Havixhorst, de Wijk.

Lees meer...

Jack McCarthy, Friedrich Achleitner, Mitchell Albom, Annemarie Schwarzenbach, Pär Fabian Lagerkvist, Jean Markale

 

De Amerikaanse schrijver en slam poet Jack McCarthy werd geboren op 23 mei 1939 in Massachusetts. Zie ook alle tags voor Jack McCarthy op dit blog.

 

Riding Waves

I. The Approach

On a heavy day, with large and many waves,
it’s easy to waste all your strength
getting out to where
they’re breaking.
Don’t make this mistake.
As you work your way out
through the maelstrom of the broken waves,
don’t let them strike you.
For they will drive you backward,
and when you reach the surf-line—
if you do— you’ll be exhausted,
unequal to the task awaiting you.
Instead, play porpoise. As the broken wave
approaches, dive in front of it, just deep
enough for your hands to reach the bottom.
Dig your fingers in the sand and hold
until the wave is past, then push up quickly,
lest another wave be bearing down.
In that event, and no time to dive,
take a quick breath and duck your head
completely down before the leading edge of foam.
You won’t lose more than two steps.

With the diving and the ducking it’s not hard
arriving unexhausted at the surf-line.
Then you pick your wave.

 

 
Jack McCarthy (Massachusetts, 23 mei 1939)

Lees meer...

22-05-15

Erik Spinoy, Arthur Conan Doyle, Ahmed Fouad Negm, Anne de Vries, Kees Winkler, Gérard de Nerval, Johannes R. Becher

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Komt het?

Onvindbaar in de groei
van gras, een heksenkring.

Diep in het rijpen van een vrucht.
Slaat donder in de lucht.

En doemt met bergen op
in ijs, een rode lavastroom.

En schrijft, wanneer de dag zijn
licht verliest, zijn naam
in uw gevoel.

Maar later slaat het licht weer aan.
Je moet eerst naar de bakker gaan.

 

 

Gesneeuwd heeft het..

Gesneeuwd heeft het
in deze vlakste aller vlakten

Een wolf voelt zich
geroepen tot bewegen
en zet zich dan ook
werkelijk in beweging

Een goede wolf draaft links
de dageraad tegemoet

Kwade wolven ook.

 

 

Een wolf

Een wolf
is als een huis
waarin twee gaten gapen:

een gat
waar nooit een voordeur zat

de holte
van het keldergat.

Door lege ramen kruipt
klimop en wingerd binnen
en neemt kamers in bezit.

In kelders huist
het ongewervelde
en draait en draait
zijn blinde cirkelgang.

 

 
Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

Lees meer...

21-05-15

Gabriele Wohmann, Urs Widmer, Emile Verhaeren, Robert Creeley, Alexander Pope, Tudor Arghezi

 

De Duitse schrijfster Gabriele Wohmann werd op 21 mei 1932 in Darmstadt geboren als Gabriele Guyot. Zie ook alle tags voor Gabriele Wohmann op dit blog.

Uit:Schönes goldenes Haar

“Ich versteh dich nicht", sagte sie, "sowas von Gleichgültigkeit versteh ich einfach nicht. Als wär's nicht deine Tochter, dein Fleisch und Blut da oben." Sie spreizte den Zeigefinger von der Faust und deutete auf die Zimmerdecke. Aufregung fleckte ihr großes freundliches Gesicht. Sie ließ die rechte Hand wieder fallen, schob den braunen Wollsocken unruhig übers Stopfei. Gegenüber knisterte die Wand der Zeitung. Sie starrte seine kurzen festen Finger an, die sich am Rand ins Papier krampften: fette Krallen, mehr war nicht von ihm da, keine Augen, kein Mund. Sie rieb die Fingerkuppe über die Wollrunzeln.
"Denk doch mal nach", sagte sie. "Was sie da oben vielleicht jetzt treiben. Man könnt meinen, du hättest deine eigene Jugend vergessen. "
Seine Jugend? Der fremde freche junge Mann; es schien ihr, als hätten seine komischen dreisten Wünsche sie nie berührt. Sie starrte die fleischigen Krallenpaare an und fühlte sich merkwürdig losgelöst. Es machte ihr Mühe, sich Laurela vorzustellen, da oben, über ihnen, mit diesem netten, wirklich netten und sogar hübschen und auch höflichen jungen Mann, diesem Herrn Fetter ‑ ach, war es überhaupt ein Vergnügen für Frauen? Sie seufzte, ihr Blick bedachte die Krallen mit Vorwurf. Richtige Opferlämmer sind Frauen.
"Ich versteh's nicht", sagte sie, "deine eigene Tochter, wirklich, ich versteh's nicht."
Der Schirm bedruckter Seiten tuschelte.
"Nein, ich versteh's nicht." Ihr Ton war jetzt werbendes Gejammer. Wenn man nur darüber reden könnte. Sich an irgendwas erinnern. Sie kam sich so leer und verlassen vor. Auf den geräumigen Flächen ihres Gesichtes spürte sie die gepünktelte Erregung heiß. Er knüllte die Zeitung hin, sein feistes viereckiges Gesicht erschien.
"Na was denn, was denn, Herrgott noch mal, du stellst dich an", sagte er.
Sie roch den warmen Atem seines Biers und der gebratenen Zwiebeln, mit denen sie ihm sein Stück Fleisch geschmückt hatte. Sie nahm den Socken, bündelte die Wolle unterm Stopfei in der heißen Faust. Nein: das hatte mit den paar ausgeblichenen Bildern von damals überhaupt nichts mehr zu tun.
"Na, weißt du", sagte sie, "als wärst du nie jung gewesen." Sie lächelte steif, schwitzend zu ihm hin.“

 

 
Gabriele Wohmann (Darmstadt, 21 mei 1932)

Lees meer...