07-11-15

Albert Helman, Albert Camus, Jan Vercammen, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

 

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

Uit: De stille plantage

“Vele mensen zijn bij de Stille Plantage geweest, en hebben de woestenij gezien, deze kostelijke woestenij van planten die groeien over planten, van bomen die nieuwe bomen overschaduwen, eiken beladen met wuivende tuinen. Zij hoorden het kwinkeleren van klein gevogelte dat nooit verschrok door luide mensenstemmen. Jonge apen buitelden van vreugde, een oude riep met de galm van een sirene; ver achter klaterde het water toen paradijsvogels speelden met jonge eekhoorns, en het strakke blauw in zuilen licht omlaag kwam tussen bruine stammen. Oerwoud, wildernis, woestenij. Niemand wist dat hier ooit, voor lange jaren, de Stille Plantage geweest was.
Maar stilte was er nog. De zoemende stilte van vele geluiden die het zwijgen zijn der natuur, die 't grote zwijgen zijn van deze kinkhoorn binnen ons. En op een late middag, toen de schaduw van een palm als altijd schuw zijn weg zocht naar de brede voeten van een groenhartboom, zijn al de vogels neergezwermd: de schuwe die herinnering heet, de al te trage van de weemoed, de zwarte die fluistert: ‘nu is 't zo niet meer’ , en de andere die altijd cirkelen rondom hoge kruinen; wie ze ooit zag, geneest niet meer van het heimwee naar een onvindbaar huis. Ze streken neer, ieder op hun eigen tak, en andere op de grond, die nog het droefste kirden. De spechten sloegen met lange tikken; nooit speelde een xylofoon zo schoon. De pelikanen bewogen langzaam hun koppen; het was als een droom.
En wat er bleef van die droom: al te vaste gestalten, al te starre herinneringen, hoop die nooit waarheid werd, liefde die haar bedding niet vond, geloof dat nimmer ophield te geloven in de onverwoestbaarheid van al het heilige, dit alles moest nu hier gezegd zijn... Maar woorden schieten te kort, woorden zijn te weinig, te arm aan klank, te dwaas van beeld. Te klein, te luid. Leun uit uw dakraam, wie ge zijt, waar ge zijt. Laat uw oog de verte ontdekken als het avond wordt; als al de daken u ontzinken, de weiden, de straten of wat u ook omringt, en de verte u nabij komt, zo nabij als een zachte wand, een mensenwang. Vang in uw hand de vogel herinnering, sluit het raam, ontsteek het licht in uw kamer. Is dit uw kamer nog? Zijn kooi is een nieuwe wereld. Nieuw en oud, dezelfde en eeuwenoud tegelijk. Reeds eerder waart ge hier; als kind, of vroeger nog. Zo lang reeds kent ge deze mensen, hun woorden, hun gebaren, hun hart, nietwaar..."

 

 
Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)
Portret door fotograaf Nicolaas Porter

Lees meer...

Vladimir Volkoff, Auguste Villiers de L'Isle-Adam, Friedrich zu Stolberg-Stolberg, Johann Gottfried Schnabel, Gédéon Tallemant des Réaux

 

De Franse schrijver Vladimir Volkoff werd geboren in Parijs op 7 november 1932. Zie ook alle tags voor Vladimir Volkoff op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2009 en ook mijn blog van 7 november 2010

Uit: Langelot Agent Secret

“La juridiction moderne, efficace, de la Commission ne s’étendait pas en dehors de ses locaux. Résultats : deux des garçons qu’elle accueillait pendant trois jours, pour des tests et des examens divers, en étaient réduits à se battre pour une gamelle modèle 14 modifié 39 ! En effet, le « grand » avait perdu la sienne et prétendait s’approprier celle du « petit », pour n’avoir pas d’ennuis avec l’adjudant, le jour du départ.
« Allez, rends-moi ma gamelle sans faire d’histoires ou je t’assomme, reprit le grand. Moi, je pèse 60 kilos et je…
- Tu m’assommes déjà avec tes discours ! rétorqua le petit. Il y en a qui sont doués, tout de même, comme orateurs.
- Vas-y le grand !
- Vas-y le petit ! »
Quarante-huis garçons brandissant leur gamelle (modèle 14 modifié 39) excitaient les adversaires.
« Eh bien ce sera tant pis pour toi », dit le grand en avançant d’un pas.
Et lança le poing.
Il dominait l’autre de la tête, d’une bonne demi-carrure et de la moitié de la longueur du bras.
Un ou deux spectateurs à l’âme sensible fermèrent les yeux pour ne pas voir ratatiner leur camarade… Lorsqu’ils les rouvrirent, ils virent le grand à plat ventre, au sol, le nez dans le gravier, un bras tordu derrière le dos. Le petit, qui lui avait enfourché les reins, lui demandait gentiment :
« Dis, je te casse l’avant-bras ou je ne te le casse pas ? »

Les apparences, il faut l’avouer, étaient trompeuses. L’adjudant chargé de la discipline, que les cris des garçons avaient alerté, pouvait difficilement deviner que le coupable se trouvait dessous et que le polisson qui caracolait sur son dos n’avait d’autre tort que de tenir à sa gamelle et de connaître un peu de judo. »

 

 
Vladimir Volkoff (7 november 1932 - 14 september 2005)
Portret door Sergei Chepik, 2002

Lees meer...

06-11-15

K. Schippers, Michael Cunningham, Robert Musil, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste, Bodenski, Johannes Petrus Hasebroek

 

De Nederlandse dichter, schrijver, essayist en kunstcriticus K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter, werd geboren in Amsterdam op 6 november 1936. Zie ook alle tags voor K. Schippers op dit blog.

 

De plantjes water geven

Het huis van een kennis,
die met vakantie is,
leeg halen.

De schilderijen, meubels,
tapijten, kachels, het servies,
grammofoonplaten, kleding, spiegels
en ander huisgerei
fotograferen en op
ware grootte afdrukken.

De gefotografeerde dingen
eventueel met een
standaard in de rug
- denk aan de meubels -
weer op hun oude
plaats terugzetten.

Messen en vorken hebben
geen standaard nodig,
komen gewoon in de
gefotografeerd bak
(het zoutvaatje een
kleine standaard).

Bij zijn thuiskomst
zit wat de bewoner
in het buitenland
de laatste weken zag,
ontwikkeld door een
plaatselijk fotograaf,
plat in een reistas.

 

 

No, no Nanette

Tea for two heeft voor de oorlog
iets voor mijn vader gedaan.
En ook voor mij.
Hij liep langzaam om
het langer uit een huis
te kunnen horen
en miste zo lijn 2.
In de volgende zat mijn moeder.

 

 

 
K. Schippers (Amsterdam, 6 november 1936)

Lees meer...

05-11-15

Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Bert Wagendorp, Maurice Kilwein Guevara, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman, Ella Wheeler Wilcox

 

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

Uit: Mijn zusje (Vertaald door Anke ten Doeschate)

“Ons huis, nummer 17, was het kleinste van de straat met drie donkere slaapkamers, in grootte variërend van klein tot piepklein, een woonkamer met een verlaagd plafond en een keuken die door de vorige bewoners was uitgerust met meubilair van groen formica en bijpassende avocadogroene apparatuur die allerlei mankementen vertoonde. De houten lambrisering was een mislukte poging om de woonkamer een gezellige aanblik te geven.
Onze ouders hadden het huis in 1968 gekocht, toen ik twee jaar oud was en mijn zusje nog maar net was geboren. Iets beters hadden ze met het salaris van een politieagent niet kunnen krijgen. Mijn vader werkte in San Francisco, maar mijn moeder vond Marin County voor ons een betere plek om op te groeien.
Destijds was hij een gewone agent, nog geen rechercheur, en hem kennende, vond hij het waarschijnlijk wel prima om zijn eigen gang te gaan en mensen te redden, terwijl wij ergens veilig in een huisje zaten weggestopt.
Tegenwoordig zou niemand het nog in zijn hoofd halen om goedkope huizen te bouwen op de plek waar wij woonden. Nu zou dat land bestemd zijn voor villa’s op grote lappen grond, met zwembaden, buitenkeukens en duur tuinmeubilair. De garages zouden plek bieden aan drie auto’s van Europese makelij.
Maar toen vlak na de Tweede Wereldoorlog de huizen aan Morning Glory Court en omliggende straten als Bluebell, Honeysuckle, Daffodil en mijn persoonlijke favoriet Muriel Lane – vermoedelijk vernoemd naar de vrouw van de aannemer – werden gebouwd, maakten vrije natuur en een mooi uitzicht van een plek nog geen toplocatie. Zo was het mogelijk dat ons gezin met zo weinig geld toch op een plek kon wonen waar de achtertuin uitliep in vele hectares vrije natuur. De hele berg was onze speeltuin. Die van mij en mijn zus.”

 

 
Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

Lees meer...

04-11-15

Judith Herzberg, Willem van Toorn, Peter W.J. Brouwer, Arthur van Amerongen, Klabund, Charles Frazier

 

De Nederlandse dichteres en toneelschrijfster Judith Herzberg werd geboren op 4 november 1934 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 4 november 2010 en eveneens alle tags voor Judith Herzberg op dit blog.

 

Alleen in een klein huis

Alleen in een klein huis kan je behoorlijk denken
de muren zijn dichtbij genoeg
weren de regen met gesneden voegen
die regen moet je kunnen horen
het dak lekt op bekende plekken
daar heb je plastic neergelegd
emmers gezet, als er een raam is
zelfs een plant, alleen
in een klein huis
kan je behoorlijk denken.

 

 

Keer om, keer om

Keer om, keer om
mooi meisje keer om!

Je danst in je sandalen
met voeten die groeten
met heupen als schakels
gemaakt om te draaien.

Ga mee in de velden
dan gaan we slapen
dan gaan we daar kijken
hoe alles gegroeid is
of de knoppen al botten
de blaadjes al groenen,

daar ga ik je zoenen
en bij onze deur
ligt allerlei fruit klaar
rijp en groen
speciaal mijn lief
voor jou bewaard.

 

 

Vader en zoon in hevige regen

Je zoon op je schouders.
Boven hem je paraplu
een lopend torentje
In regen van nu.
Zelf wees geweest
en wees gebleven
zit je daar zelf
op schouders
van ouders, zelf
in de vorm
van een zoontje,
en boven de hoofden
een ronde en kleine
maar troostende droogte.

 

 

 
Judith Herzberg (Amsterdam, 4 november 1934)

Lees meer...

03-11-15

Joe Queenan, Oodgeroo Noonuccal, Jan Boerstoel, André Malraux, Ann Scott

 

De Amerikaanse schrijver, humorist en criticus Joe Queenan werd geboren op 3 november 1950 in Philadelphia, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor Joe Queenan op dit blog.

Uit:One For The Books

“There are many sad and beautiful stories about books. After being banished to a backwater on the edge of the Black Sea, Ovid wrote a eulogy in honor of his nemesis Augustus Caesar in the language of the barbarians that inhabited the region. Both the eulogy and the language have disappeared. Homer wrote a comic epic that has vanished. Fifteen hundred of Lope de Vega’s plays are no longer with us. Almost all of Aeschylus’s work – seventy-three plays out on loan from the Greeks -- went up in flames when cultural pyromaniacs burned down the library of Alexandria in A.D. 640. Only seven plays remain.
Electronic books will ensure that these tragedies—described in Stuart Kelly’s The Book of Lost Books -- never reoccur. That’s wonderful, but I’d still rather have the books. For me and for all those like me, books are sacred vessels. Postcards and photos and concert programs and theater tickets and train schedules are souvenirs; books are connective tissue. Books possess alchemical powers, imbued with the ability to turn darkness into light, ennui into ecstasy, a drab, predictable life behind the Iron Curtain into something stealthily euphoric. Or so book lovers believe. The tangible reality of books defines us, just as the handwritten scrolls of the Middle Ages defined the monks who concealed them from barbarians. We believe that the objects themselves have magical powers.
People who prefer e-books may find this baffling or silly. They think that books merely take up space. This is true, but so do your children and Prague and the Sistine Chapel. A noted scientific writer recently argued that the physical copy of a book was an unimportant fetish, that books were “like the coffin at a funeral.” Despite such comments, I am not all that worried about the future of books. If books survived the Huns, the Vandals, and the Nazis, they can surely survive noted scientific writers. One friend says that in the future “books will be beautifully produced, with thick paper, and ribbons, and proper bindings.” People who treasure books will expect them to look like treasures. And so they will have ribbons. Another says, wistfully, that books will survive “as a niche, a bit like taking a carriage ride in Central Park. But more than that.”

 

 
Joe Queenan (Philadelphia, 3 november 1950)

Lees meer...

02-11-15

Allerzielen (Guido Gezelle)

 

Bij Allerzielen

 

 
Am Allerseelentage Auf Dem Friedhofe door Wilhelm Ludwig Friedrich Riefstahl, 1869

 

 

Allerzielen

'k Heb zo menigmaal gegaan
waar de wilgen te treuren staan,
buiten stad, naar 't dodenveld ...
'k Heb bij woeste windgeweld
't geel gebladert dwarren zien
en onwetend op de knien
neergezakt en nagedacht
dat de dood met 't mensdom lacht
lijk de wind met 't dorre blad ...
Kranke mensdom, sta hier wat
bij de graven. 't Wormgekriel
knaagt aan 't lichaam; maar de ziel,
waar is zij? En lijdt zij niet
't snoerend vagevuurverdriet,
waar zij naar verlossing smacht
en naar uw gebeden wacht?
Allerzielen! Bededag
die ik niet vergeten mag ...
Allerzielen! Vader weent,
moeder kermt zo vereend ...
Vrouw of man of wie het is
roepen ons om lavenis.

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Het oude kerkof van Brugge

 

 

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn vorige blog van vandaag.

13:17 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (1) | Tags: allerzielen, guido gezelle, romenu |  Facebook |

Charlotte Mutsaers, Désanne van Brederode, E. du Perron, Odysseas Elytis, Kees van den Heuvel, Augusta Peaux

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster, essayiste en kunstschilderes Charlotte Jacoba Maria Mutsaers werd geboren in Utrecht op 2 november 1942. Zie ook alle tags van Charlotte Mutsaers op dit blog.

 

Recept voor Sousa's kattegraf
(Ljevka tot troost)
 
Snoes, zit niet in de nesten
maar ga er opuit, ga
snorren naar visafval,
eersteklas muizenvet,
zet dat opzij.
 
Spit grondig je tuintje om,
hol uit de aarde, graaf
minstens een vierkant
wel in het rond
en ook diep.
 
Stort dan met graten vol
van pladijzen, vlij
daarop kilo's van
lippen en keeltjes
en kieuwen.
 
Stofferen dat fundament
tot allerzaligste nest nu:
mussenbont, pluimen van
pauwen en eigenste
viking-haar.
 
Vlug aan het metsen met
smijdig zacht muizenvet.
Drenk het grijs paardekleed
kletsnat in tranen en
stollend bloed.
 
Pak stijve Sousa nu, plak
hem goed vast op de stof.
Doe het keihard dat hij
nooit meer verschuift
uit zijn rust.
 
Ik neem de trompet en speel voor.
Jij knielt en befluistert zijn oor:
Slaap lieve
schattekop kattekop
verkruip jij je maar
in mijn tuin
tot ik kom
als ik kom
reken maar
snor dan zacht.
 
Werp aarde op aarde op aarde.

 

 

When walls come tumbling down

De witte tanden
op
de witte wanden
zo onzichtbaar
nog
behoren Kronos
toe

Pas als die wanden
langzaam
op ons
landen
maakt het blikkeren
van zijn kunstgebit
ons moe

Kronos vrat met smaak
zijn eigen kinders
op
peanuts
naast
de aangevreten
harteklop

 

 
Charlotte Mutsaers (Utrecht, 2 november 1942)

Lees meer...

01-11-15

All-Saints' Day (Ada Cambridge)

 

Bij Allerheiligen

 

 
Allerheiligen door Ludovico Brea, 1513

 

 

All-Saints' Day
"But they are at peace."

Never to weary more, nor suffer sorrow,—
Their strife all over, and their work all done:
At peace—and only waiting for the morrow;
Heaven's rest and rapture even now begun.

So tired once! long fetter'd, sorely burden'd,
Ye struggled hard and well for your release;
Ye fought in faith and love—and ye are guerdon'd,
O happy souls! for now ye are at peace.

No more of pain, no more of bitter weeping!
For us a darkness and an empty place,
Somewhere a little dust—in angels' keeping—
A blessèd memory of a vanish'd face.

For us the lonely path, the daily toiling,
The din and strife of battle, never still'd;
For us the wounds, the hunger, and the soiling,—
The utter, speechless longing, unfulfill'd.

For us the army camp'd upon the mountains,
Unseen, yet fighting with our Syrian foes,—
The heaven-sent manna and the wayside fountains,
The hope and promise, sweetening our woes.

For them the joyous spirit, freely ranging
Green hills and fields where never mortal trod;
For them the light unfading and unchanging,
The perfect quietness—the peace of God.

For both, a dim, mysterious, distant greeting;
For both, at Jesus' cross, a drawing near;
At Eucharistic gate a blessed meeting,
When angels and archangels worship here.

For both, God grant, an everlasting union,
When sin shall pass away and tears shall cease;
For both the deep and full and true communion,
For both the happy life that is "at peace.

 

 
Ada Cambridge (21 november 1844 - 19 juli 1926)
St Mary the Virgin’s Church in Wiggenhall St Germans

 

 

De Australische dichteres en schrijfster Ada Cambridge werd geboren op 21 november 1844 in St Germans, Norfolk. Zie ook alle tags voor Ada Cambridge op dit blog. 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

12:33 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: allerheiligen, ada cambridge, romenu |  Facebook |

Job Degenaar, Rudy Kousbroek, Huub Oosterhuis, Ilse Aichinger, Stefaan van Laere, Hermann Broch

 

De Nederlandse dichter Job Degenaar werd geboren in Dubbeldam op 1 november 1952. Zie ook alle tags voor Job Degenaar op dit blog.

 

Bij het ouder worden

zo broos jonge baksteen
in een wei vol ervaring, zo
leeg nog de ramen, de koeien
keken daar dwars doorheen

vader, jouw huis is gaan leven
toen de veestapel verdween
en het gras

zo wit is het nu, zo rood
de rozen, met plukjes vacht nog
aan het prikkeldraad

soms vind je tussen de struiken
een poppenarm, een lekke bal
of 't ruikt er weer naar jongenspies

dichtgegroeid tegen de buitenwereld
wordt 't weer vroeger, maar omgekeerd:
de wei het huis en wij verweid

om het huis wiegen nu de populieren,
duwen de katten hun rug
in je hand

 

 

Nachtzang

De dag laten voorbijgaan tot het
avond werd en in de fruitschaal
de vergeten mandarijn ontaardde

in de verte gloeide de stad, zich
ontstekend aan zichzelf

wat leefde in de beijsde weiden
kroop in cocons, zette stekels
tegen de sterren op

Alleen de hemeljagers van diamant
geluidloos snijdend in het graniet
namen ons mee, losten ons op

Tot de morgen brood en woorden
aandroeg, als vogels takjes

 

 
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

Lees meer...

Jean-Simon DesRochers, Aras Ören, Günter de Bruyn, Henri Troyat, Jean Tardieu, Stephen Crane

 

De Canadese schrijver Jean-Simon DesRochers werd geboren op 1 november 1976 in Montréal, Québec, Canada. Zie ook alle tags voor Jean-Simon DesRochers op dit blog en ook mijn blog van 1 november 2010

Uit: La canicule des pauvres

« Monique ouvre la porte et sort la tête pour répondre avec son sourire de convalescence. Oui, elle veut un café. Deux laits, deux sucres, comme d’habitude. Elle aurait aussi besoin d’un avis sur ses cicatrices, celles sous sa ligne de fesses. Christian en est conscient. Conscient aussi que ce premier juillet représente sa vingt-cinquième journée sans sexe. Dix de plus que sa limite acceptable, proclamée devant témoins à bord d’une Buick Skylark fraîchement volée, il y a plusieurs années.
Christian a les mains posées sur le comptoir de cuisine. Il attend la demande de Monique. Son œil demeure éteint. Il essaiera de tâter le terrain, se fera repousser une quinzième fois, reviendra au même bout de comptoir mettre du café dans le percolateur. Il s’en doute.
– Minou… j’aurais besoin de toi…
Monique pourrait se servir d’un petit miroir pour vérifier l’état de ses cicatrisations. Constater d’elle-même que tout se porte à merveille. Puisqu’il est là, aussi bien qu’il serve à quelque chose, le mâle… Elle contemple son visage parfaitement lisse, aussi tendu qu’à ses vingt ans, mais avec un petit quelque chose en plus. L’expérience… Le chirurgien avait fait un travail de maître. Il lui avait promis de lui enlever dix à quinze ans. Il avait réussi à lui effacer le double. Ce type est un génie… un artiste… vraiment…
Christian pousse la porte avec deux doigts. Monique se contemple dans le miroir. Elle est nue. Ses seins, refaits l’année passée, pointent fièrement vers le haut. Son ventre, liposucé il y a six mois, est aussi plat que celui d’une ballerine. Ses fesses, rondes et relevées, tiennent du miracle médical, dignes de figurer dans une revue spécialisée. L’intervention de début juin lui a sculpté un parfait cul de vierge."

 

 
Jean-Simon DesRochers (Montréal, 1 november 1976)

Lees meer...

31-10-15

A Rhyme for Halloween (Maurice Kilwein Guevara)

 

Bij Halloween

 

 
Halloween door Emma Brownlow, 1860

 

 

A Rhyme for Halloween

Tonight I light the candles of my eyes in the lee
And swing down this branch full of red leaves.
Yellow moon, skull and spine of the hare,
Arrow me to town on the neck of the air.

I hear the undertaker make love in the heather;
The candy maker, poor fellow, is under the weather.
Skunk, moose, raccoon, they go to the doors in threes
With a torch in their hands or pleas: "O, please . . ."

Baruch Spinoza and the butcher are drunk:
One is the tail and one is the trunk
Of a beast who dances in circles for beer
And doesn't think twice to learn how to steer.

Our clock is blind, our clock is dumb.
Its hands are broken, its fingers numb.
No time for the martyr of our fair town
Who wasn't a witch because she could drown.

Now the dogs of the cemetery are starting to bark
At the vision of her, bobbing up through the dark.
When she opens her mouth to gasp for air,
A moth flies out and lands in her hair.

The apples are thumping, winter is coming.
The lips of the pumpkin soon will be humming.
By the caw of the crow on the first of the year,
Something will die, something appear.

 

 
Maurice Kilwein Guevara (Belencito, 5 november 1961)
The Bloomfield Halloween parade in Pittsburgh, 2012

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en hoogleraar Maurice Kilwein Guevara werd geboren op 5 november 1961 in Belencito, Colombia, en groeide op in de buurt van Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Maurice Kilwein Guevara op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

Joseph Boyden, Bruce Bawer, John Keats, Carlos Drummond de Andrade

 

De Canadese schrijver Joseph Boyden werd geboren op 31 oktober 1966 in Willowdale, Ontario. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Joseph Boyden op dit blog.

Uit: Through Black Spruce

“I hit hard ice this time, and it knocked the little breath left out of me. My jeans and jacket were already frozen worse than a straitjacket, and the shivers came so bad my teeth felt like they were about to shatter. I knew my Zippo was in my coat pocket but probably wet to uselessness. Push bad thoughts away. One thing at a time. First things first. I crawled quick as I could, trying to stand and walk, and I frankensteined my way to the trees and began snapping dry twigs from a dead spruce.
After I made a pile, I reached into my chest pocket, breaking the ice from the material that felt hard as iron now. My fingers had lost all feel. I reached for my cigarettes, struggled to pull one from my pack, and clinked open the lighter. I’d decided that if the lighter worked, I‘d enjoy a cigarette as I started a fire. It the lighter didn't work, I’d freeze to death and searchers would find me with an unlit smoke in my mouth, looking cool as the Marlboro Man. On the fifteenth thumb roll I got the lighter going. I was saved for the first time. I reached for my flask in my ass pocket and struggled to open it. Within five minutes I had a fire going. Within fifteen I’d siphoned fuel from my tank and had one of the greatest fires of my life burning, so hot I had to stand away from it, slowly rotating my body like a sausage.
The darkness of a James Bay night in January is something you two girls know well. Annie, you’re old enough to remember your grandfather. Suzanne, I don't know. I hope so.Your moshum, he liked nothing more than taking you girls out, bundled up like mummies, to look at the stars and especially the northern lights that flickered over the bay. He’d tell you two that they danced just for you, showed you how to rub your fists together to make them burn brighter. Do you remember?
My first crash ended good. My old friend Chief Joe flew out to me the next morning. found me by the smoky fire I’d kept burning all night. We got my plane unstuck and had a couple of good drinks and he gave me a spare pair of boots. Then Joe went to find those trappers and I got my gas lines unfrozen and flew home to Helen.
Joe quit flying soon after that. He was ready for something else. Me, I kept going. I had no other choice. A wife who wanted children, the idea of a family to feed coming to us like a good sunrise on the horizon. I made my choices. I was young still, young enough to believe you can put out your gill net and pull in options like fish.
The snow’s deep here, nieces. I'm tired, but I have to keep walking. I’m so tired, but I‘ve got to get up or I'll freeze to death. Talking to you, it keeps me warm.”

 

 
Joseph Boyden (Willowdale, 31 oktober 1966)

Lees meer...

Jean Améry, Nick Stone, Irina Denezhkina, Ernst Augustin

 

De Oostenrijkse schrijver Jean Améry werd geboren op 31 oktober 1912 in Wenen. Zie ook mijn blog van 31 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jean Améry op dit blog.

Uit: Die Schiffbrüchigen

„Vollends verflogen war nun der Dämmer des Morgens, fordernd und hart war der Tag heraufgebrochen. Eugen hatte seinen Mantel genommen und das Fenster geöffnet. Nun also galt es fortzugehen, das Wehen des Aprilwindes, der durch das offne Fenster brach, die halbdunkle Stube reinigen zu lassen von Nacht und Traum und dem Duft von Agathe. An der Zeit war es nun, Überschriften der Morgenblätter zu ertragen, die tagblassen Mädchen, die Beamten – und Zughunde vor Fleischerwagen. Schwer ächzte draußen das Haustor. Eugen stand auf der Straße.
Die kommenden Stunden niederzuringen, war außerordentlich schwierig. Um diese Zeit saß Agathe gebückt vor einer grünbeschirmten Lampe und übertrug Zahlen aus vielen färbigen Zetteln in ein unmäßig großes Buch. Und unweit von dort, an einem niedrigen Pulte sitzend, schrieb Heinrich Hessl ebenfalls an Zahlen. So verschiedener Art die Zahlen auch waren, in deren engen Kreisen Agathe, die Geliebte, und Heinrich Hessl, der Freund, lebten, hielt sie doch der schmale Gurt irgend eines Gemeinsamen zusammen. Denn: wirklich waren die Geschäftsfälle gewesen, die Agathes Feder zu selbständigen geistigen Dingen machte, und wirklich waren die Kriege, Belagerungen und Stadteinnahmen gewesen, deren Jahrzahlen Heinrich Hessl kalt und entseelend in seine blauen Kolleghefte schrieb. Ein Mensch hatte von Agathes Firma am 16. Jänner fünf Fässer Wein gekauft und sie entsprechend bezahlt. Ein kleiner Mensch vielleicht, mit rundlich wintergerötetem Antlitz und blinkenden, dicken, ungefaßten Brillen. Unmenschlich aber und kalt, jedoch klar und bestimmt stand in Agathes Buch: Jänner 16., M. Korn & Sohn, 5 Faß Burgunder A.
Und auch aus Heinrich Hessls Zahlen stieg kein Geruch von Lagerküchen, oder Stampfen von Pferdehufen. Und dennoch waren Agathe, die Geliebte, und Heinrich Hessl, der Freund, noch hineinverwoben in ein Allgemeines, das man Sinn oder Leben oder Gesellschaft nennen mag, waren umstützt und gehalten von einer äußeren Gestalt der Dinge. Sorgsam geführt waren sie vom vorbestimmten Lauf ihrer Stunden, der hinführen mochte, wohin er wollte: in irgend einen Traum oder eine ferne Landschaft, der aber da sein mußte, den sie mitliefen, hungrig und voller Angst, ihn zu verlieren.“

 

 
Jean Améry (31 oktober 1912– 17 oktober 1978)
Cover

Lees meer...