21-01-16

Ludwig Thoma, Louis Menand, Ludwig Jacobowski, Kristín Marja Baldursdóttir, Imre Madách, Egon Friedell

 

De Duitse dichter en schrijver Ludwig Thoma werd geboren op 21 januari 1867 in Oberammergau. Zie ook alle tags voor Ludwig Thoma op dit blog.

Uit:Auf dem Bahnsteig

»Es wird Herbst!« sagte Major Burkhardt und blickte den Studienlehrer fest an mit seinen furchtlosen Soldatenaugen.
Er sagte es mit Betonung, als suchte er in seinem Begleiter bestimmte Vorstellungen zu erwecken.
»Ja ja«, seufzte Professor Hasleitner, »es wird allmählich kalt.«
»Und ungemütlich. Kalt und ungemütlich.«
Der Major wies auf die Kastanien vor dem Dornsteiner Bahnhofe, deren gelbe Blätter sich fröstelnd zusammenkrümmten.
»Um fünf Uhr wird es Nacht. Ein schlecht geheiztes Zimmer. Eine qualmende Lampe. Die Zugeherin bringt lauwarmes Essen aus dem Gasthof. Stellt es unfreundlich auf den Tisch. Das ist Ihr Leben.«
Hasleitner hatte ins Weite geblickt, zu dem Walde hinüber, an dessen Fichten der Nebel lange Fetzen zurückließ.
Der soldatisch bestimmte Ton des pensionierten Majors weckte ihn auf.
»Wie?« fragte er.
»Ich sage, Sie müssen heiraten.«
Der alte Soldat deutete auf die tiefer gelegene Stadt, deren Häuser behaglich aneinandergedrückt waren.
»Das ist das Glück!« sagte er. »Eine Frau am Herde, fleißig, um unser Wohl besorgt und stattlich.«
Er beschrieb mit der Rechten eine nach rückwärts ausbauchende runde Linie.
»Und stattlich!« wiederholte er.
Hasleitner sah, wie es weiß und grau und dick und dünn aus vielen Kaminen rauchte, und er schien die Gemütlichkeit des Anblickes zu verstehen.
In seine Augen trat ein freundlicher Schimmer, und man konnte glauben, daß er an Herdfeuer dachte, oder an die runde, sich nach rückwärts ausbauchende Linie.
Überhaupt, er war ein träumerischer Mensch.
Sorglos im Äußeren, den Hemdkragen nicht immer blendend weiß, die Krawatte verschoben, den Bart naß von der letzten Suppe, aber in den Augen Herzensgüte, im ganzen Wesen eine Verträumtheit, die immer wieder zum Nasenbohren führte.”

 

 
Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)
Portret door Thomas Baumgartner,1911

Lees meer...

20-01-16

Edward Hirsch, Stefan Popa, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Batya Gur, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Fast Break
In Memory of Dennis Turner, 1946-1984

A hook shot kisses the rim and
hangs there, helplessly, but doesn't drop,

and for once our gangly starting center
boxes out his man and times his jump

perfectly, gathering the orange leather
from the air like a cherished possession

and spinning around to throw a strike
to the outlet who is already shoveling

an underhand pass toward the other guard
scissoring past a flat-footed defender

who looks stunned and nailed to the floor
in the wrong direction, trying to catch sight

of a high, gliding dribble and a man
letting the play develop in front of him

in slow motion, almost exactly
like a coach's drawing on the blackboard,

both forwards racing down the court
the way that forwards should, fanning out

and filling the lanes in tandem, moving
together as brothers passing the ball

between them without a dribble, without
a single bounce hitting the hardwood

until the guard finally lunges out
and commits to the wrong man

while the power-forward explodes past them
in a fury, taking the ball into the air
 

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)
 

Lees meer...

André Kubiczek

 

De Duitse schrijver André Kubiczek werd op 20 januari 1969 geboren in Potsdam. Kubiczek is de oudste van de twee zonen van de politieke wetenschapper Wolfgang Kubiczek. Zijn moeder, een Laotiaanse had zijn vader ontmoet in Moskou, toen zij daar allebei studeerden. André Kubiczek studeerde een tijdje germanistiek in Leipzig en Bonn, maar brak zijn studie af. In 1997 kreeg hij een werkbeurs van Brandenburg, in 1998 de Alfred Döblin-beurs van de Akademie der Künste. Zijn debuutroman “Junge Talente” verscheen in 2002. Het thema van de roman is "het literaire afscheid van de kindertijd en jeugd in een ten onder gaand staatsbestel” 'door critici vergeleken met gelijksoortige debuutwerken van Jakob Hein en Claudia Rusch. Alle drie auteurs waren 'kinderen van de laatste echte DDR generatie ". Voor zijn tweede roman “Die Guten und die Bösen” werd Kubiczek genomineerd voor de Marburg Literatuurprijs 2005, In 2007 werd hij bekroond met de Candide prijs. In 2016 ontving hij een werkbeurs ​​van de Berlijnse Senaat. In hetzelfde jaar verscheen de roman “Skizze eines Sommers” die op de shortlist van de Deutsche Buchpreis kwam.

Uit: Junge Talente

“Er solle nicht so arrogant sein, sagte Delia, Theateraufführungen, ein 8-mm-Film. Lass mich raten, sagte Less, experimentell. Keine Ahnung, sagte Delia, und dass Göhrke – wie Less mutmaßte: um dem Fass die Krone aufzusetzen - jetzt schreibe,
Kurzgeschichten, Gedichte, Fabeln. Fabeln? Hatte er ihr all das in der Eisdiele aufgetischt? Ja schon, schließlich waren sie fast drei Stunden zusammen gewesen. Ob er, Less, denn auch schreibe, passen würde es ja, fände sie. Nein, ebendarum nicht, sagte Less, ob sie denn schreibe, passen, dachte Less, würde es auch, kam ja schließlich drauf an, was man schrieb, Wanderlieder zum Beispiel oder Fabeln. Fabeln! Delia druckste rum, und Less wusste, dass sie schrieb, Gedichte wahrscheinlich, die ihr armes Herz nicht für sich behalten konnte.
Less sagte, dass einige behaupteten, jeder sei ein Künstler, na ja, sagte Delia geniert, sie hoffe nur, morgen durch die Prüfung zu kommen.
Da Delia auf einem Dessert bestand, stocherten sie anschließend jeder in einem Eisbecher Melba herum, als Less vom Tresen her eine wohl bekannte Stimme vernahm, betrunken und schwerfällig, die Du dämliche Schwuchtel! brüllte. Er spähte an Delia vorbei und sah tatsächlich Nathanael auf einem Barhocker hängen, die Hände, die seine Worte wohl unterstrichen hatten, noch immer in der Luft. Der Wirt redete beruhigend auf ihn ein und stellte dann ein Getränk mit zerstoßenem Eis vor ihm ab.
Less zog den Kopf ein, bemüht, sich hinter Delias dürrer Gestalt zu verbergen, die mit dem Rücken zum Tresen saß und so den Grund seiner abschweifenden Aufmerksamkeit nicht mitbekam, die sie und ihr Gerede von der Macht der Poesie allein gelassen hatte. Er konnte jetzt kaum mit ihr am Tresen vorbei, also überredete er sie zu einer weiteren Flasche Wein, was sie zu dem schnippischen Kommentar veranlasste, Maik Göhrke trinke nicht so viel wie er, und ihn gleichzeitig zwang, auf das Thema, das ihr sehr wichtig schien, einzugehen.
Dass die Poesie bestimmte Saiten anschlage, die gespannt wären zwischen Verstand und Seele und ebenjenes Territorium mit Klängen erfülle, das unerkannt dazwischen im Nebel liege, abgeklemmt von den Nervenbahnen und ohne die Kanalisation der Instinkte, dass durch diese Klänge seine Dämonen geweckt würden, lichtscheue Mädchennachthemd trug.“

 

 
André Kubiczek (Potsdam, 20 januari 1969)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andré kubiczek, romenu |  Facebook |

In Memoriam Aristide von Bienefeldt

 

In Memoriam Aristide von Bienefeldt

De Nederlandse schrijver Aristide von Bienefeldt is op 56-jarige leeftijd overleden. Aristide von Bienefeldt (pseudoniem van Rijk de Jong) werd geboren op 24 oktober 1964 in Rozenburg bij Rotterdam. Zie ook alle tags voor Aristide von Bienefeldt op dit blog.

Uit: En weer zat er een Paul Newman in de keuken

“Ene Jaap uit Mijnsherenland heeft een reusachtige hoeveelheid houtblokken opgehaald. Ik had die blokken te koop gezet op Marktplaats, en Jaap was de eerste bieder. We hebben ze één voor één - ze lagen opgeslagen op de graanzolder - naar beneden gegooid; daarna heb ik geholpen - nou ja, ik deed alsof, hij had al betaald dus erg gemotiveerd was ik niet - om ze in het busje te stouwen dat hij speciaal voor het vervoer gehuurd had. Ik ben bang dat het busje meer gekost heeft dan het hout. Op het busje kon hij niet afdingen.
Sinds 1973, het jaar van de oliecrisis, lagen die blokken hun lot af te wachten. Mijn vader, die een ‘stel dat’-mens was, vreesde dat onze kachel op een dag niet meer zou branden.
‘Stel dat’-mensen sluiten nooit iets uit. ‘Stel dat de Arabieren de oliekraan diehtdraaien,’ rechtvaardigde hij zijn hamsterwoede, ‘dan hoeven wij van de winter geen kou te lijden.’
Dat die houtblokken veertig jaar later zouden verpulveren in een open haard in Mijnsherenland, kon hij niet vermoeden. Dat kon niemand vermoeden. Het kacheltje, bedoeld om in actie te komen als mijn vaders ‘stel dat’-scenario uitkwam, staat ook te koop. Ik vond het naast de houtberg, in een plastic zak, afgesloten met vlastouw.
‘Hout naar het bos dragen,’ dacht ik terwijl ik de blokken naar beneden gooide, samen met Jaap uit Mijnsherenland. Een quote van Erasmus, geloof ik.
Ik probeerde de quote van Erasmus in overeenstemming te brengen met onze bezigheden, of met wat mijn vader bedoeld had toen hij, bijna veertig jaar geleden, die houtvoorraad aanlegde. Vergeefse moeite.”

 


Aristide von Bienefeldt (24 oktober 1964 - 20 januari 2016)

19-01-16

Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink

 

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: Levels of Life

“You put together two things that have not been put together before; and sometimes it works, sometimes it doesn't. Pilâtre de Rozier, the first man to ascend in a fire balloon, also planned to be the first to fly the Channel from France to England. To this end he constructed a new kind of aerostat, with a hydrogen balloon on top, to give greater lift, and a fire balloon beneath, to give better control. He put these two things together, and on the 15th of June 1785, when the winds seemed favourable, he made his ascent from the Pas-de-Calais. The brave new contraption rose swiftly, but before it had even reached the coastline, flame appeared at the top of the hydrogen balloon, and the whole, hopeful aerostat, now looking to one observer like a heavenly gas lamp, fell to earth, killing both pilot and co-pilot.
You put together two people who have not been put together before; and sometimes the world is changed, sometimes not. They may crash and burn, or burn and crash. But sometimes, something new is made, and then the world is changed. Together, in that first exaltation, that first roaring sense of uplift, they are greater than their two separate selves. Together, they see further, and they see more clearly.
Of course, love may not be evenly matched; perhaps it rarely is. To put it another way: how did those besieged Parisians of 1870-71 get replies to their letters? You can fly a balloon out from the Place St.-Pierre and assume it will land somewhere useful; but you can hardly expect the winds, however patriotic, to blow it back to Montmartre on a return flight. Various stratagems were proposed: for example, placing the return correspondence in large metal globes and floating them downstream into the city, there to be caught in nets. Pigeon post was a more obvious idea, and a Batignolles pigeon fancier put his dovecote at the authorities' disposal: a basket of birds might be flown out with each siege balloon, and return bearing letters. But compare the freight capacity of a balloon and a pigeon, and imagine the weight of disappointment. According to Nadar, the solution came from an engineer who worked in sugar manufacture. Letters intended for Paris were to be written in a clear hand, on one side of the paper, with the recipient's address at the top. Then, at the collecting station, hundreds of them would be laid side by side on a large screen and photographed. The image would be micrographically reduced, flown into Paris by carrier pigeon, and enlarged back to readable size..”

 

 
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Lees meer...

Bert Natter

 

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Hij doorliep het Baarnsch Lyceum en zat een jaar op de Werkplaats Kindergemeenschap te Bilthoven. In 1988 ging hij Neerlandistiek studeren aan de Universiteit van Amsterdam, een studie die hij niet heeft afgemaakt. In 1990 ging hij als redacteur werken bij Uitgeverij Kwadraat te Utrecht, waar hij toen woonde. In 1995 verhuisde hij terug naar Baarn en werd hij uitgever bij de aldaar gevestigde Uitgeverij De Prom/De Fontein, die onder leiding stond van schrijver/biograaf Wim Hazeu. In 2001 werd hij hoofdredacteur van het treintijdschrift Rails, waar hij na ruim een jaar vertrok om freelance journalist te worden. Hij schreef onder andere columns, essays en artikelen over kunst en cultuur voor het Utrechts Nieuwsblad, AD Magazine, Oog en De Revisor. Sinds de middelbare school werkte hij met zijn vriend Ronald Giphart aan diverse boeken en publicaties. Ze houden samen, met nog een aantal andere schrijvers, een weblog bij dat door Natter werd geïnitieerd: de papieren wereld. In 2004 publiceerde hij “Het Rijksmuseum Kookboek”, waarvoor tien meester-koks zich lieten inspireren door Hollandse zeventiende-eeuwse schilderijen. In 2005 verscheen de historische roman “Rembrandt, mijn vader”. Zijn debuutroman “Begeerte heeft ons aangeraakt” is bekroond met de Selexyz Debuutprijs 2009 en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2010 en kreeg een vermelding op de longlist van de Academica Debutanten Prijs 2009, een eervolle vermelding voor de Anton Wachterprijs 2008 en een nominatie voor de Halewijnprijs 2008. Deze roman is door Tom Blokdijk (tekst) en Theu Boermans (regie) in 2011 bewerkt voor het toneel, een productie van Het Nationale Toneel en Het Derde Bedrijf. De tweede roman van Bert Natter, “Hoe staat het met de liefde?” verscheen in 2012, drie jaar later gevolgd door “Remington” en “Goldberg”.

Uit: Remington

“Mijn vader is er niet meer. In de achteruitkijkspiegel verdwijnt de Poolse vrachtwagen. Ik moet mee met de rest van het verkeer.
Is er een moment geweest waarop mijn vader zich voorstelde hoe ik me zou voelen? Heeft hij mij zien zitten, zonder hem, achter het stuur van zijn auto, op weg naar zijn huis?
Ik zou de wagen op de vluchtstrook tot stilstand moeten brengen, met knipperende alarmlichten achteruitrijden, maar ik raas door, want ik ben alweer een paar kilometer verder. Het gebeurde zo snel, voor ik het wist was mijn vader uit het zicht verdwenen.
Met honderddertig per uur vis ik mijn telefoon uit mijn broekzak.
Bijna leeg. Morgen zal mijn telefoon zijn opgeladen, de zon komt op, ik smeer een boterham en zet koffie, een nieuwe dag.
Ik bel het alarmnummer en ik vertel wat er is gebeurd, blijkbaar zo kalm en waardig dat de vrouw aan de andere kant van de lijn niet eens mijn gegevens vraagt. Ze bedankt mij vriendelijk voor de melding, meneer.
Alsof ik een ooggetuige ben.
Aan het eind van de Afsluitdijk bedenk ik dat het weinig zin heeft door te rijden naar mijn vaders huis. Niemand zal daar ooit meer thuiskomen. Ik draai de snelweg af. Voor de bijrijdersstoel rolt de kartonnen beker over de vloer heen en weer.
Ik moet stoppen en op de politie wachten. Die zal uit Friesland komen, neem ik aan. Dat duurt me te lang. Of uit Den Helder? Ja, eerder uit Noord-Holland. Beter kan ik omkeren en over de Afsluitdijk oostwaarts gaan naar de plek waar ik mijn vader voor het laatst heb gezien.
Het verkeer uit de richting Zurich dunt uit, terwijl het op mijn wegheft juist drukker wordt en ik moet afremmen. Ik kan onmogelijk meer terug. Pas aan het eind van de dijk, met nog ruim dertig kilometer voor de boeg, zal ik weer een keuze hebben.”

 

 
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bert natter, romenu |  Facebook |

In Memoriam Michel Tournier

 

In Memoriam Michel Tournier

De Franse schrijver Michel Tournier is maandag op 91-jarige leeftijd thuis in Choisel overleden, meldden Franse media. Michel Tournier werd geboren op 19 december 1924 in Parijs. Zie ook alle tags voor Michel Tournier op dit blog.

Uit: Les météores

« J'ai le temps de me poser la vieille question qui surgit fatalement en voyage dans le cœur sédentaire que je suis : pourquoi ne pas m'arrêter ici ? Des hommes, des femmes, des enfants considèrent ces lieux fugitifs comme leur pays. Ils y sont nés. Certains n'imaginent sans doute aucune autre terre au-delà de l'horizon. A lors pourquoi pas moi ? De quel droit suis-je ici et vais-je repartir en ignorant tout de North Bend, de ses rues, de ses maisons, de ses habitants ? N'y-a-t-il pas dans mon passage nocturne pire que du mépris, une négation de l'existence de ce pays, une condamnation au néant prononcée implicitement à l'encontre de North Bend ? Cette question douloureuse se pose souvent en moi lorsque je traverse en tempête un village, une campagne, une ville, et que je vois le temps d'un éclair des jeunes gens qui rient sur une place, un vieil homme conduisant ses chevaux à l'abreuvoir, une femme suspendant son linge sur une corde tandis qu'un petit enfant s'accroche à ses jambes. La vie est là, simple et paisible, et moi je la bafoue, je la gifle de ma stupide vitesse...
Mais cette fois encore, je vais passer outre, le train rouge fonce vers la montagne nocturne en hululant, et le quai glisse et emporte deux jeunes filles qui se parlaient gravement, et je ne saurai jamais rien d'elles, et rien non plus de North Bend.
(…)

"L'Esprit-Saint est vent, tempête, souffle, il a un corps météorologique. Les météores sont sacrés. La science qui prétend en épuiser l'analyse et les enfermer dans des lois n'est que blasphème et dérision. "Le vent souffle où il veut et tu entends sa voix, mais tune sais ni d'où il vient, ni où il va", a dit Jésus à Nicodème. C'est pourquoi la météorologie est vouée à l'échec. ses prévisions sont constamment ridiculisées par les faits, parce qu'elles constituent une atteinte au libre arbitre de l'Esprit. Et il ne faut pas s'étonner de cette sanctification des météores que je revendique. En vérité tout est sacré. Vouloir distinguer parmi les choses un domaine profane et matériel au-dessus duquel planerait le monde sacré, c'est simplement avouer une certaine cécité et en cerner les limites. Le ciel mathématique des astronomes est sacré parce que c'est le lieu du Père. La terre des hommes est sacré, parce que que c'est le lieu du Fils. Entre les deux, le ciel est brouillé et imprévisible de la météorologie est le lieu de l'Esprit et fait lien entre le ciel paternel et la terre filiale. C'est une sphère vivante et bruissante qui enveloppe la terre comme un manchon plein d'humeurs et de tourbillons, et ce manchon est esprit, semence et parole."

 

 
Michel Tournier (19 december 1924 – 18 januari 2016)

18-01-16

Sascha Kokot, Peter Stamm, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

die Maschinen werden dir zu klein

die Maschinen werden dir zu klein
du kannst damit nichts mehr anfangen
und weißt nur die alten Geräte zu bedienen
mit ihren schweren Leibern scharf und grob
gegossen stehen sie stur als Herde in der Halle
und zwischen all dem das kleine Getier
zerbricht bei der geringsten Erschütterung in staubige Teile
als Nährboden für die befruchteten Eier
die warten auf einen günstigen Moment
wenn du nicht mehr im Raum bist und
nur die Glühbirne als letzte Wärmequelle summt

 

 

ruhig werd ich nicht

ruhig werd ich nicht
mit dem Blick auf den Wald
und dem schwarzen Mobiliar
mir in den Rücken gestellt
die Frau steht in der Küche
redet mit dem Kind im Laufgitter
der Hunger lässt es quengeln
morgen kommt der Mörtel
für die letzten Fugen am Haus
seit einigen Tagen hält sich
die Wärme länger im Ofen
das Befeuern gelingt nun besser
auch der Frost zieht sich zurück
doch es sammelt sich Wild vor den Toren
ruhig werd ich nicht

 

 
Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

Lees meer...

17-01-16

Nanne Tepper, David Ebershoff, Gavin Extence, Ib Michael, Anton Valens, Lukas Moodysson, Raoul Schrott

 

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit: De lijfbard van Knut de verschrikkelijke

“En daarbij: ik weet dat ik stervende ben (wil ik hiermee zeggen dat ik mij tot de hemelse dwazen reken? welzekerl), mijn duizelingen overtreffen die van de man met de eeuwige kater, mijn dagen zijn geteld, niet zozeer ben ik murw gebeukt als wel tot op mijn ziel afgekloven, maar ik ben nog altijd schrijver, een mislukte voorlopig, maar een schrijver ben ik, en een van de voornaamste taken van schrijvers is, naast het voortbrengen van schoonheid om de mens te kalmeren, het uit de doeken doen van raadsels waarop enkel individuele antwoorden mogelijk zijn, om de mens te verontrusten, om zichzelf te ontlasten, om, kortom, toch nog iets met de hele kolerezooi aan te vangen, al was het maar om de moderne gedachte dat de fut uit de menselijke geest is te logenstraffen.
Nog één boek moet ik schrijven voor ik doodgeduizeld ben. Hierin zal ik mijn raadsel presenteren. Uiteraard heb ik al zeven jaar een titel in mijn hoofd: Waarheen, waarvoor en waarvandaan? Maar deze dekt geenszins de lading. In feite is er voor zo’n lading ook geen titel te bedenken; daarom heb ik de volgende verkozen: Howto cope after you’re dead.
Mijn eigen oude credo zeg ik nu vaarwel, hoezeer ik er ook aan verslingerd ben geraakt. Geen salvo’s meer uit mijn six-gun, losjes uit de heup, in het wil-de weg, niemand ontziend. De kruitdampen die voortaan van mijn bladzijden zullen slaan zijn afkomstig van zwavel en vuunNerk, van een incidentele onweersbui en soms, heel soms, van de klappertjes van mijn van de zolder gehaalde klappertjespistool. En mijn oude credo? Ach, u raadt het al, ’t was Fuck ’Em All!”

 

 
Nanne Tepper (17 januari 1962 - 10 november 2012)

Lees meer...

Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, Jörg Bernig, Frank Geerk, Klaus M. Rarisch, Einar Schleef, William Stafford

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

Uit: La Superba

“Straatmuzikanten. Rozenverkopers. En toen sprak ze me aan. ‘Je hebt iets vrouwelijks.’ Ze streek met haar vingers door mijn haar als een man die zich iets toe-eigent. ‘Hoe heet je?’ Ze sprak met de stem van een havenarbeider. ‘Ik weet het al. Ik noem je Giulia.’
Die nacht onweerde het kort maar hevig. Ik was net op weg naar huis toen het gebeurde. Ik kon schuilen onder een arcade. Die heeft ook een officiële naam, zag ik later: Archivolto Mongiardino. De zwarte lucht lichtte donkergroen op. Ik had nog nooit zoiets gezien. De regen kletterde als twee gietijzeren valhekken neer aan weerszijden van de overkapping. Na een paar minuten was het voorbij.
Maar de straatverlichting was uitgevallen. In de stegen waar daglicht nauwelijks doordrong, heerste de middeleeuwse duisternis van de nacht. Mijn huis was niet ver. Ik kon het vinden op de tast, daar was ik zeker van. Precies, hier ging het omhoog. Dit moest Vico Vegetti zijn. Links en rechts voelde ik steigers. Dat klopte. Er werd verbouwd. En toen struikelde ik bijna over iets. Een houten balk of zo. Zo voelde het. Gevaarlijk dat die zo midden op straat lag. Ik bukte me om hem aan de kant te leggen. Maar het voelde niet aan als hout. Daarvoor was het te koud en te glad. Het was ook te rond om een balk te zijn. Het voelde raar aan, een beetje vies ook. Ik probeerde mijzelf bij te lichten met het lampje van mijn mobiele telefoon, maar het schijnsel was te zwak. Ik was vlak bij huis. Ik besloot het ding te verstoppen achter de containers met bouwafval en het de voIgende dag te bestuderen. Ik was nieuwsgierig. Ik wilde eigenlijk heel graag weten wat het was.
Hoertjes zijn voor de lunch. Rond een uur of elf, half twaalf komen ze tevoorschijn. Ze hangen rond in het labyrint van steegjes in de hellende driehoek tussen Via Garibaldi, Via San Luca en Via Luccoli, aan weerskanten van de Via della Maddalena, in duistere straatjes met poëtische namen als Vico della Rosa, Vico dei Angeli en Vico ai Quattro Canti di San Francesco. Dit zijn stegen waar zelfs op het middaguur de zon niet doordringt. Daar leunen ze achteloos tegen deurposten of ze zitten in groepjes bij elkaar op straat. Ze zeggen dingen tegen mij als ‘amore’. Ze zeggen dat ze van mij houden en dat ze willen dat ik bij hen kom.”

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

Lees meer...

Anne Brontë, Jan Van Droogenbroeck, Dorothee Wong Loi Sing, Hella Eckert, Nevil Shute, Mrs Henry Wood, George Lyttelton

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Brontë werd geboren op 17 januari 1820 in Thornton. Zie ook alle tags voor Anne Brontë op dit blog.

 

Verses To A Child

6
Now, Flora, thou hast but begun
To sail on life's deceitful sea,
O do not err as I have done,
For I have trusted foolishly;
The faith of every friend I loved
I never doubted till I proved
Their heart's inconstancy.

7
'Tis mournful to look back upon
Those long departed joys and cares,
But I will weep since thou alone
Art witness to my streaming tears.
This lingering love will not depart,
I cannot banish from my heart
The friend of childish years.

8
But though thy father loves me not,
Yet I shall still be loved by thee,
And though I am by him forgot,
Say wilt thou not remember me!
I will not cause thy heart to ache;
For thy regretted father's sake
I'll love and cherish thee.

 

 
Anne Brontë (17 januari 1820 – 28 mei 1849)

Lees meer...

16-01-16

Ester Naomi Perquin, Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Anthony Hecht, Tino Hanekamp

 

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Michael van W.

Wat ze ook willen, die dolle honden in mijn kop hebben altijd honger,
altijd dorst. Niet over praten. Het daglicht weet ze te verjagen,
voor even – maar zodra ik ga liggen begint het gedonder,
ze krabben me steeds uit mijn slaap, piepend om teven
of vlees, willen naar buiten gelaten.

Hoe noemt u dat? Bestaat er een woord voor de man die ik word
als ik me, buiten bereik, aan een straatkat vergrijp, kunt u
dat vatten met gekte of moord, lijnt mij dat aan? Ze luisteren niet.
Ze draaien, ze dreigen – ik ken ze bij naam, hun vlekken

en happende kaken – maar hier wil ik niet over praten, niet nu
het licht is. Niet bang zijn. Hier voel ik me veilig. Weet u
dat er een boek bestaat met dezelfde naam?

Voorop staat een man en zijn mond, zijn bek – je ziet
dat hij gromt, zijn tanden ontbloot en achter hem
de volle maan, precies zo schijnheilig.

Zoals hij, behaard als een hond – zo zou ik het doen als ik kon.
Op hem zou ik lijken. Dit dolle dat mij drijft dan
buitenkant, dit hongerige aan te wijzen.

 

 

Legale activiteiten I

Wakker maken aan het begin van de nacht
en om dromen vragen.

Als ze zeggen dat ze die nog niet hebben gehad
omdat je ze wakker maakte: een klap.

Als ze beginnen te huilen over hun haren naar beneden
aaien tot ze aan hun moeders denken. Dan zeggen
dat hun moeders niet meer zullen komen.

Als ze hun hoofden op hun armen laten rusten
heel lang zwijgen. Als ze dan in slaap zijn
wakker maken en om dromen vragen.

Als ze hun dromen vertellen luisteren en uitleggen
dat zulke dingen niet bestaan. Dan de orde
van de dag. Dan weer van begin af aan.

 

 
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

Lees meer...

Brian Castro, Uwe Grüning, José Soares, Aleksandar Tisma, Robert W. Service

 

De Australische schrijver en essayist Brian Castro werd geboren op 16 januari 1950 in Hongkong. Zie ook alle tags voor Brian Castro op dit blog.

Uit: After China

« But on this night, at number 1,199, the famous philosopher was stuck. No aphorism came to him. Not even a crude one on rain and earth, semen and secretion.
What was worse, he had committed 1,198 aphorisms to memory. Unable to think of the next, he was also unable to recall the others.
He tried the Reverse Flying Duck position. No go. He assumed the Two Dancing Female Phoenix Birds posture. Nothing. The Dark Cicada Cleaving to a Tree. Emptiness. The Donkeys in the Third Moon of Spring. Not a word came to him. He looked at the young woman. He hadn?t really observed his partners before. It was a revelation. She was extremely beautiful. Her pale flesh and dark eyes delighted him. He tried the Fluttering Butterflies. She smiled indifferently. It was really more of a blankness. No philosophy at all. To think that he once had to breathe in the manner of the Tao, gnash his teeth, apply pressure to secret parts to hold back from the abyss of excess. He disengaged himself. Went outside into the next room.
On his table, the future magnum opus. The introduction was already written. For the first time he experienced a fear of not being able to go on. A terrifying vision of somebody else completing his work appeared before him: a ghost-writer, a supplementer stealing the sacred kernels of his words, the hard-won visions of his longevity. Some bastard making the most of hindsight.
He took a short walk in a nearby forest.
When he returned she was still there, sleeping composedly on her silks. He tried again. The Winding Dragon. The Pawing Horse. Nothing. Not a pithy thing. The Hounds of the Ninth Day of Autumn. Disaster. Becoming quite ill and feverish, he suddenly sat up and held her face in his hands.
'Who are you?' he demanded. 'Why have you robbed me of everything I cherish?'
Her face was flushed.
She looked at him steadily and then said very softly: ‘I am the book you intend to write, the intention of which is jade resplendent. But writing is not jade.’

 

 
Brian Castro (Hongkong, 16 januari 1950)

Lees meer...

Kálmán Mikszáth, Nel Benschop, Franz Tumler, Jules Supervielle, Saint-Simon

 

De Hongaarse schrijver en journalist Kálmán Mikszáth werd op 16 januari 1847 in Szklabonya (tegenwoordig Slowakije) geboren. Zie ook alle tags voor Kálmán Mikszáth op dit blog.

Uit: St. Peter's Umbrella (Vertaald door B. W. Worswick)

“There was not quite enough money collected to defray the expenses, so they had to sell the goat to make up the sum; but the goose was left,though there was nothing for it to feed on, so it gradually got thinner and thinner, till it was its original size again; and instead of waddling about in the awkward, ungainly way it had done on account of its enormous size, it began to move in a more stately manner; in fact, its life had been saved by the loss of another. God in His wisdom by taking one life often saves another, for, believe me, senseless beings are entered in His book as well as sensible ones, and He takes as much care of them as of kings and princes.
The wisdom of God is great, but that of the judge of Haláp was not trifling either. He ordered that after the funeral the little girl (Veronica was her name) was to spend one day at every house in the village in turns, and was to be looked after as one of the family.
"And how long is that to last?" asked one of the villagers.
"Until I deign to give orders to the contrary," answered the judge shortly. And so things went on for ten days, until Máté Billeghi decided to take his wheat to Besztercebánya to sell, for he had heard that the
Jews down that way were not yet so sharp as in the neighborhood of Haláp. This was a good chance for the judge.
"Well," he said, "if you take your wheat there, you may as well take the child to her brother. Glogova must be somewhere that way."
"Not a bit of it," was the answer, "it is in a totally different direction."

 

 
Kálmán Mikszáth (16 januari 1847 – 28 mei 1910)
Portret door Gyula Benczúr, 1910

Lees meer...