11-12-15

Christoph W. Bauer

 

Rectificatie

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Christoph W. Bauer werd geboren in Kolbnitz op 11 december 1968 (niet 26 september). Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en ook alle tags voor Christoph W. Bauer op dit blog.

 

[euphrat und tigris zwei paradiesische]

euphrat und tigris zwei paradiesische
ströme sie kommen aus der vertikalen
in der mosaischen konfession wie im
glauben der inder ganges brahmaputra
indus und oxus keine legenden um das
leben buddahs ohne ufer kein johannes

kein orpheus und auch kein narziss der
den tod übersah als er ihm gegenüber
hockte abgelenkt vom feuerwerk einer
liebe die sich zu verteidigen weiß von

einem kriegsjahr aufs andere angriffe
wie sprichwörter einlöst aus den minuten
drieseln gespinste kämpfen sich durch
die flaute als kolonnen müder soldaten
die sich auf dem heimweg wähnen und
keine ahnung wohin die strömung sie

treibt wenn wind aufkommt bobrowski
plötzlich aus dem ins gestade leckenden
abend metaphern giessen blein in die
fersen und all die flüsse nur präludien

 



Christoph W. Bauer (Kolbnitz, 11 december 1968)

 

17:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christoph w. bauer, romenu |  Facebook |

10-12-15

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Jorge Semprún, Gertrud Kolmar, Nelly Sachs, Cornelia Funke

 

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

Als ik niet meer in leven zal zijn

Als ik niet meer in leven zal zijn
En de roodborstjes komen, zul je dan schenken
Dat eene met 't dasje van karmozijn
Een kruimel brood als aandenken?
 
En hoor je dan mijn dank woord niet.
Diep uit de donk're groeve,
Weet, dat ik 't tóch zal beproeven
Met mijn lippen van graniet.

 

Vertaald door Simon Vestdijk

 

 

Als Men Zijn leven opgeeft

Als Men Zijn leven opgeeft
Valt afscheid van de rest
Niet zwaar, zoals wanneer de Dag
Het hele Westen lost

De Top, het langste zichtbaar
Vervult Hem nog met spijt
Maar als de Jodium bij Staar
Is het voor korte tijd-

 

Vertaald door Peter Vestegen

 

 

Dood maakt iets veelbetekenend

Dood maakt iets veelbetekenend
Waar eerst geen oog voor was
Om aandacht doen zij smeken
Nu dat het is volbracht

Creaties om bij stil te staan
Verfijnd van wol of krijt
Hier zat ze aan te werken tot …
Steeds bezig als altijd

De vingerhoed te zwaar werd
Een steek niet afgehecht
Daar opgeborgen in het stof
En in de kast gelegd

Een boek dat van een vriend was
Waarin je her en der
Zijn streepjes vond met potlood
En nu was het zover

En lees ik, als ik lees, niet
Bang dat wat staat gegrift
En onvervangbaar, kostbaar
Door tranen wordt gewist.

 

Vertaald door Ans Bouter

 

 
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Cover van een biografie

Lees meer...

Reinhard Kaiser Mühlecker

 

De Oostenrijkse schrijver Reinhard Kaiser Mühlecker werd geboren op 10 december 1982 in Kirchdorf an der Krems. Kaiser Mühlecker groeide op in Eberstalzell (Opper-Oostenrijk) in het district Hallwang. Van 2003-2007 studeerde hij o.a. landbouw, geschiedenis en Internationale ontwikkeling in Wenen. In 2008 verscheen zijn eerste roman “Der lange Gang über die Stationen”. Nog vóór de publicatie ontving hij de literaire prijs van de Jürgen Ponto Stiftung en een beurs van het lHerrenhaus Edenkoben.

Uit: Der lange Gang über die Stationen

“Ganz am Anfang standen einzelne lange, mit Eis überzogene Grashalme aus einer harten Schneedecke hervor, und kein Wind konnte sie bewegen. Drinnen, im Haus, lag der Tabakbeutel, daneben zwei in Rechteckform zurechtgeschnittene Papierchen auf dem schweren Küchentisch. Dazwischen die gestopfte Pfeife mit dem langen, sich zweimal biegenden Hals. Das Aroma des Tabaks breitete sich in der Küche aus. Die Türen waren geschlossen und die Luft im Raum aufgewärmt.
Meine Frau kam auf mich, der ich dort am Tisch nach hinten gelehnt, das Kreuz hohl und die Beine ganz durchgestreckt, saß, zu. Sie hatte den Lappen mit der übergroßen hellen Schlaufe zum Aufhängen in der Hand und ließ es sich nicht nehmen, nach dem ausgiebigen Frühstück gleich den Tisch zu wischen. Im Milchtopf war nur noch eine dicke Rahmschicht ganz unten am Topfboden,
in der sich eine Fliege auf eine Art rührte, als hätte sie da in dem Augenblick eine mühsame Arbeit zu verrichten. Eine der Katzen strich mit aufrechtem Schwanz eng um meine Beine, sodass es den Stoff der Hose gegen die Haut drückte; dabei miaute sie, oder sie schrie, das Maul weit aufgerissen und das Körnige der Zunge deutlich sichtbar. Ich betrachtete das in die Tischplatte Geschnitzte, bis mein Blick unscharf wurde; es steckten mir noch die Müdigkeit und der Schlaf in den Knochen.
Meine Frau hatte den Lappen in Spülwasser getaucht und ihn ausgewrungen. Ihre Hände hatten sich ein Stück mitgedreht dabei, die Haut über den Pulsschlagadern hatte schmale Falten geworfen, und die Knöchel waren blutleer, weiß hervorgetreten. Das Wasser, das grau geworden dann aus dem Lappen gedrückt worden war; das Geräusch dieses Wassers auf dem Metall des Abwaschbeckens.
Ich saß dort am Tisch, hielt den Pfeifenkopf in der hohlen Hand, zuerst in der rechten, dann in der linken; die Hosenträger spannten sich über meine Brust, über die Rippenbögen. Saß dort – und tat nichts anderes, als der jetzt Arbeitenden zuzusehen. Sie wippte beim Abwischen vor und zurück, ganz nah an mir. Ihr harter Beckenknochen stieß zweimal seitlich gegen die Lehne meines Stuhls; stieß weich, und doch ging der Stoß weiter und drang durch die Lehne in mich. Ich sah ihr zu, aber dennoch sah ich sie auf eine Weise auch nicht, ich sah nur eine Silhouette, die sich bewegte. Ich sah diejenige tanzen, die nicht tanzte.“

 

 
Reinhard Kaiser Mühlecker (Kirchdorf an der Krems, 10 december 1982)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: reinhard kaiser mühlecker, romenu |  Facebook |

09-12-15

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Michael Krüger, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

 

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit:Als de winter voorbij is

“Het leek wel alsof je schrok,’ zegt Aimee.
‘Schrok?’
De etage waar ik ruim vijftien jaar heb gewoond, is bijna leeg. De meeste spullen zijn al naar het huis van Aimee gebracht, nog veel te veel, maar ‘die zoek ik daar wel uit’, een voornemen dat ze niet omhelsde.
‘Wat we hier kunnen doen, hoeven we daar niet meer.’
Ze houdt van het elimineren van ballast. En het meeste dat we bewaren in onze huizen, in de kasten, op zolder, in de kelder, is ballast. Misschien een poging inzicht te krijgen in onze identiteit of de betekenis van ons leven, misschien willen we denken: we zijn tenminste wat we bewaard hebben. Van veel hebben we ooit gedacht: leuk voor later. Het is veel sneller later dan we konden vermoeden en dan moet er dus veel leuk zijn, maar de dingen van toen zijn dat meestal niet, omdat ze niet eens de ruimte krijgen dat te worden.
Aimee kan enorm vragend een stapeltje brieven omhooghouden, bijeengehouden door bijvoorbeeld een rood touwtje – omdat ik ooit een rood touwtje passend vond voor die brieven, afkomstig van een geliefde die me schandalig had laten zitten, een gang van zaken die vloekte met de toon van haar brieven. En natuurlijk was ik het zelf die ervoor had gezorgd dat ze me schandalig liet zitten. Ik heb al vroeg geleerd over dit soort kwesties alsjeblieft niet te klagen.
‘Wanneer lees je die?’ Aimee stelt vragen zo dat ik de tijd neem om serieus over een antwoord na te denken.
‘Misschien wel nooit meer. Ik ben er zelfs bang voor,’ zeg ik. En ik denk erbij dat ik bang ben voor alles wat te dichtbij komt. Misschien is het geen angst, misschien wil ik het niet, maar veel van wat je niet wilt, heeft ook met angst te maken.
Aimee pakt een nieuwe vuilniszak. Paar dagen geleden stonden er dertig op de stoep, dertig loodgrijze, lompe, vormloze omhulsels van een vergeetbaar verleden.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees meer...

08-12-15

Jamal Ouariachi, Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, Jim Morrison, Georges Feydeau

 

De Nederlandse schrijver Jamal Ouariachi werd geboren in Amsterdam op 8 december 1978. Zie ook alle tags voor Jamal Ouariachi op dit blog.

Uit: De Vernietiging van Prosper Morèl

“Geen antwoord.
‘De gaten in de kaas, mevrouw! Greppels waar onsmakelijk groen water doorheen stroomt! Is dat het gezicht van Amsterdam? Een klysma dat de aars van de stad reinigt? Ik mag toch hopen van niet!’
Gespeelde verontwaardiging in zijn wijd opengesperde ogen. Wij lachten gul, ’t was een artiest, die gids, een echte showman, en zo deskundig ook op z’n vakgebied.
‘Bovendien zijn grachten niet uniek voor Amsterdam; Utrecht heeft ze ook. En wat dacht u van Venetië? Juist... I rest my case.’
De dame lachte beschaamd haar vernedering weg, de gids maakte een verzoenend geeftniksgebaar en hervatte zijn verhaal op een serieuzere toon.
‘Laat ik zelf eens wat kandidaatsymbolen noemen. De grachtenpánden misschien, met hun pittoreske gevels? Zeker een belangrijk kenmerk van de oude binnenstad, maar het probleem is: er zijn er te veel van! Er bestaat niet zoiets als één archetypische gevel, die ene gevel waar iedereen meteen aan denkt als je “Amsterdam” zegt... Conclusie: ook de grachtenpanden voldoen niet.’
Wij voelden vaaglijk aan waar de gids heen wilde met zijn verhaal:de kolossale, bijna angstaanjagende toren, daar achter hem, viel niet te negeren. Maar zover was hij nog niet, de gids, hij was een man die zijn eigen woordegraag hoorde en er daarom de tijd voor nam, hij had geen haast, dat gebouw bleef wel staan.
‘Wat hebben we nog meer? Het Rijksmuseum? De Westerkerktoren? Het Paleis op de Dam? U gaat die prachtwerken de komende dagen allemaal zien, dames en heren, maar er zit geen icoon tussen die alle andere overbodig maakt. Kunt u nagaan, ik leid deze stadswandelingen al jaren, en al die tijd ben ik op zoek geweest naar een samenvatting, naar één woord om de stad te kenschetsen. Tevergeefs, zo leek het.”

 

 
Jamal Ouariachi (Amsterdam, 8 december 1978)

Lees meer...

07-12-15

Tatamkhulu Afrika, Johann Nestroy, Joyce Cary, Gabriel Marcel, Willa Cather, Noam Chomsky

 

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

Uit:Bitter Eden

“Do I love her? ‘Love’ is a word that frightens me in the way that these two letters frighten me and if I were to say ‘yes’, I would qualify that by adding that – in our case and from my side – love is an emotion too often threatened by ennui to attain to the grand passion for which I have long since ceased to hope.
Certainly, though, I loved her enough to be able to say, ‘No, everything is fine,’ and turn around and smile into the once so startling blue eyes that now – under certain lights and when looked at in a certain way – have faded into the almost as startling white stare of the blind.
Whether she believed me or not, I cannot say, and equally do I not know why I have bothered to even mention a wife, and a second one at that – the first having absconded to fleshlier fields a lifetime ago – who does not in any way figure in the now so distant and tangled happenings with which the letters deal. Or do I, indeed, know why and have I subconsciously allowed Carina to surface in a manner and image that have more to do with me than her and that will save me the pain of having to explain in so many words why, in those years of warping and war, an oddness in my psyche became set in stone?
Whatever the case, I am now back with the package and the letters, leaving Carina sleeping – or pretending to, she being disconcertingly perceptive at times – and no commonplace papers or gulls beyond the window to divert me: only a darkness that is as inward as it is outward as – yielding to the persuasion of the tide I thought had ebbed beyond recall – I turn to the package and start to unwrap it, then stop, not wanting this from him and as afraid of it as though it held his severed hand.
Or is this all fancifulness? Am I permitting a phantom a power that belongs to me alone? What relevance do they still have – a war that time has tamed into the damp squib of every other war, a love whose strangeness is best left buried where it lies?
Haplessly, unable to resist, I listen for the nightingale that will never sing again, hear only the screaming of an ambulance or a patrol car, a woman crying to deaf ears of a murder or a raping in a lane, and lower my face into the emptiness of my hands.”

 

 
Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)

Lees meer...

Dirk Stermann

 

De Duits-Oostenrijkse schrijver, presentator en cabaretier Dirk Stermann werd geboren op 7 december 1965 in Duisburg. Sterman deed na zijn middelbare school vervangende diensplicht. Daarna wilde hij theaterwetenschappen studeren in Duitsland, waar echter enkele jaren op een plek zou hebben moeten wachten. Daarom besloot hij uiteindelijk om in Wenen naar drama en geschiedenis te studeren, maar ook deze studie maakte hij tenslotte niet af. Sinds 1988 werkt hij voor de ORF; Hij is sinds 1990 aan de zijde van de Oostenrijker Christoph Grissemann, de Duitse helft van het duo Stermann & Grissemann waarmee hij de radio satire show Salon Helga presenteert. Tussen 1998 en 2011 werkte hij ook voor Radio Eins en maakte daar samen met zijn partner het radioprogramma Royale. Van 2004 tot 2013 presenteerde hij het protest songfestival in het Weense Rabenhoftheater. Sinds 2007 organiseert hij samen met Christoph Grissemann de talkshow Willkommen Österreich Vanaf 1989 publiceert Sterman ook gedichten, verhalen en romans. In zijn roman “Sechs Österreicher unter den ersten fünf” komt een tandarts, genaamd Dr Braun, voor die in opdracht gaat stelen. Toevallig bestaat in Graz een echte tandarts met dezelfde naam. Deze klaagde Stermann aan en eiste een schadevergoeding, maar verloor het proces in laatste instantie. Vanaf januari 2015 presenteert Sterman het NDR televisieprogramma Soul Kitchen.

Uit: Eier

“Wussten Sie, dass man sich mit Bierflaschen nur sehr schwer abtrocknen kann? und mit Karamellbonbons? Jetzt wissen Sie es. ich habe mich einmal in einem bayrischen Theater geduscht, ohne mich vorher zu vergewissern, dass es ein Handtuch gibt. ich ging davon aus, weil: Theater ist ja irgendwie kKultur, und körperpflege ist Körperkultur, da wird man ja wohl davon ausgehen können, dachte ich, aber nass stand ich dann vor der Dusche, ich tropfte aus allen Poren, ich war nasser als der neusiedler See, aber kein Handtuch, nur eine halbvolle Bierflasche und ein am Boden liegendes Karamellbonbon ohne Verpackung. und eine Kaffeemaschine, in der noch ein benutzter Filter steckte mit Kaffeesud. ich nahm zuerst das Karamellbonbon, wischte mich damit trocken, so gut es ging, war dann aber so pickig, dass ich seufzend wieder unter die Dusche stieg. Verstehen Sie, warum manche Eltern ihre Kinder davor warnen, Bühnenberufe zu ergreifen?
In der Berliner Volksbühne wird man angehalten, alle Wertsachen mit auf die Bühne zu nehmen, weil dort alle wie die raben stehlen. Darum haben viele Schauspieler ihre Geldbörsen in der Hand, während sie den Monolog sprechen. im Wiener Rabenhof gibt es als Catering uralte Semmeln aus dem 19. Jahrhundert, in die schon Soldaten bei der Schlacht von Königgrätz gebissen haben. im Linzer Landestheater fand ich ein Stück Wurst, wo sich auf dem Schimmel bereits Schimmel gebildet hatte, im Burgtheater steht ein halbvolles Glas milch von Oskar Werner, aus dem nippen Fans und durstige kollegen. auf der Bühne, da erstrahlen die Damen und Herren Schauspielerinnen und Schauspieler im hellsten Licht, aber das ist natürlich alles ein resultat der maske. Viele Schauspieler leben weit unter dem, was man weit unter dem Existenzminimum nennt. Denken Sie nur an Albert Fortell. ein paar wenige Auserwählte verdienen gut, Brandauer, Voss und ich, aber auch wir sehen uns mit der unfassbaren Armut der Kulturschaffenden ständig konfrontiert. Kultur schafft einen.
Mit der Bierflasche, da hatte ich gedacht, gut, vielleicht saugt das etikett meine Feuchtigkeit auf. erdinger Weißbier, das Franz Beckenbauer Bier, der sieht stets akkurat aus, der Kaiser. ich hab übrigens in einer Zeitschrift ein Foto von unserem Kaiser gesehen, in Uniform, und dachte mir, Wahnsinn, der arme Palfrader, ist der gealtert, aber dann war es doch Jopi Heesters.“

 

 
Dirk Stermann (Duisburg, 7 december 1965)

17:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: romenu, dirk stermann |  Facebook |

06-12-15

Johannes der Täufer (Friedrich Treitschke)

 

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
Johannes de Doper door Giovanni Guercino, 1641

 

 

Johannes der Täufer
(Von Guercino.)

"Bereitet euerm Herrn die rechte Bahn!
Was Gott verhieß, soll in Erfüllung gehen.
Bald werdet ihr den Heiland kommen sehen;
Sei weit das Tor der Ehren aufgetan."

"Des Kreuzes Zeichen trag' ich ihm voran.
Mit Wasser tauf ich; doch in blauen Höhen
Wie Flammen rauscht des Geistes Flügelwehen;
Dem Sohne nach des Vaters Wort zu nahn."

Also Johannes: und die Völker kamen,
Er wandt' sie emsig zu des Meisters Namen,
Und lebt' und lehrt', nicht achtend sein Verderben.

O Treue, fremd den neuen kalten Zeiten!
Wer mag noch jetzt für Gott und Wahrheit streiten?
Und muss es sein: für Gott und Wahrheit sterben?

 

 
Friedrich Treitschke (29 augustus 1776 - 4 juni 1842)
Kerstmarkt in Leipzig, waar Friedrich Treitschke werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: friedrich treitschke, advent, romenu |  Facebook |

Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer

 

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op 6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Vrouw (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Het idee om mijn veertigste verjaardag te vieren was geen moment bij me opgekomen, het was absoluut niet aan de orde. Maar vroeg in de herfst het jaar daarvoor, dat wil zeggen in september 2008 bij Yngve in Voss op bezoek, waren Yngve en Linda er plotseling over begonnen. Toen de kinderen naar bed waren, zaten we ’s avonds op het terras, elk met een glas rode wijn in de hand. De hemel boven ons was inktzwart en duizelde van de sterren. De lucht was koud en helder.
‘We hadden het even over je veertigste verjaardag’, zei Linda en ze keek me in het flauwe schijnsel van de deur naar het terras aan.
‘O?’ zei ik.
‘Ja. We zijn tot de conclusie gekomen dat je een echt feest moet geven en het groots moet vieren.’
‘Iedereen uitnodigen die je kent’, zei Yngve. ‘Dan kunnen de Kafkatrakterne en de Lemen spelen, bijvoorbeeld.’
‘Maar dat is het laatste wat ik wil’, zei ik. ‘Dat is echt het ergste wat ik me kan voorstellen.’
‘Dat weten we’, zei Linda. ‘Maar je hebt je lang genoeg verstopt gehouden, toch?’
‘Wie moet ik dan uitnodigen?’
‘O, dat zijn er een heleboel’, zei Yngve. ‘Je kent veel meer mensen dan je denkt. Je moet gewoon even nadenken.’
‘Kan zijn’, zei ik terwijl ik naar Linda keek. ‘Maar als ik mocht kiezen, zou ik het het liefst alleen met jullie vieren, als een doodnormale verjaardag. Dat is toch leuk. Jullie komen al zingend met kaarsjes en cadeautjes binnen. Dat is feestelijk genoeg wat mij betreft.’
‘Dat is duidelijk’, zei Linda.”

 

 
 Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

Lees meer...

Baldassare Castiglione, Paul Adam, Dirk Dobbrow, Sophie von La Roche

 

De Italiaanse schrijver Baldassare Castiglione, graaf van Novellata werd geboren op 6 december 1478 te Casatico, bij Mantua. Zie ook alle tags voor Baldassare Castiglione op dit blog.

Uit: Het boek van de Hoveling (Vertaald door Anton Haakman)

“Ik vind dus dat de hoveling niet alleen van adel moet zijn maar ook op dit punt voorrechten dient te genieten en dat hij van de natuur niet alleen verstand, een goed gebouwd lichaam en een knap gezicht moet hebben ontvangen, maar dat hij ook iets innemends dient te hebben, iets in zijn bloed, zoals men dat noemt, dat maakt dat hij meteen al, op het eerste gezicht, een innemende, aangename, indruk maakt; dit moet een sieraad zijn dat al zijn handelingen leidt en begeleidt en er borg voor staat dat hij de omgang met een groot heer en diens gunst waardig is.
Daarop zei Gasparo Pallavicino, die zat te popelen: 'Om te zorgen dat ons spel verloopt als voorgeschreven en wij niet de indruk wekken dat wij weinig waarde hechten aan ons recht op het maken van tegenwerpingen, geef ik als mijn mening te kennen dat de hoveling niet noodzakelijk adellijk van geboorte hoeft te zijn; en als ik dacht dat ik hiermee iets zou zeggen dat nieuw was voor sommigen van u, had ik voorbeelden genoemd van velen die van zeer adellijke afkomst waren, maar toch vol ondeugden; en daar kan ik een groot aantal personen tegenover stellen die niet adellijk van geboorte waren, maar met hun voortreffelijke daden roem hebben verworven voor hun nakomelingen. Als het waar was dat, zoals u zojuist zei, in alles de kracht verborgen ligt van de eerste kiem, dan zouden wij allen in dezelfde omstandigheden moeten verkeren, want wij zijn allemaal op dezelfde wijze begonnen, en dan zou niemand nobeler zijn dan een ander.”

 

 
Baldassare Castiglione (6 december 1478 – 2 februari 1529)
Portret door Raffaello Sanzio, 1514-1515

Lees meer...

05-12-15

Sinterklaas, René de Clercq, Dolce far niente

 

Bij Sinterklaas

 

 

 

 

Sinte Klaas

Wees brave, broerke, brave,
Ons kloefkes staan gezet:
Het ene bij de kave,
En 't ander onder 't bed.
't Zijn wortels in en raapkes,
Wel zes of zeven gaapkes.
Wees brave, of weet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet?

Bid zoetekes, met zusje,
De heilgen tabbaardman,
Heel koes gelijk een musje,
Dat nog niet vliegen kan.
En morgen, bij 't ontwaken,
Uw schoonste kruiske maken!
Wees brave, of weet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet?

Dan lopen, juichen, zoeken
Uw marbels, band en top;
De menten en de koeken;
Mijn langgelinte pop!
Van ieder mokje en tartje,
Krijgt moederken haar partje.
En zo vergeet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet.

 

 

 
René de Clercq (4 november 1877 - 12 juni 1932)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2014.

04-12-15

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup, Nikolay Nekrasov, Samuel Butler

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Um die vielen Madonnen sind

Um die vielen Madonnen sind
viele ewige Engelknaben,
die Verheißung und Heimat haben
in dem Garten, wo Gott beginnt.
Und sie ragen alle nach Rang,
und sie tragen die goldenen Geigen,
und die Schönsten dürfen nie schweigen:
ihre Seelen sind aus Gesang.
Immer wieder müssen sie
klingen alle die dunklen Chorale,
die sie klangen vieltausend Male:
Gott stieg nieder aus Seinem Strahle
und du warst die schönste Schale
Seiner Sehnsucht, Madonna Marie.

Aber oft in der Dämmerung
wird die Mutter müder und müder,-
und dann flüstern die Engelbrüder,
und sie jubeln sie wieder jung.
Und sie winken mit den weißen
Flügeln festlich im Hallenhofe,
und sie heben aus den heißen
Herzen höher die eine Strophe:
Alle, die in Schönheit gehn,
werden in Schönheit auferstehn.

 

 

Gott im Mittelalter

Und sie hatten Ihn in sich erspart
und sie wollten, daß er sei und richte,
und sie hängten schließlich wie Gewichte
(zu verhindern seine Himmelfahrt)

an ihn ihrer großen Kathedralen
Last und Masse. Und er sollte nur
über seine grenzenlosen Zahlen
zeigend kreisen und wie eine Uhr

Zeichen geben ihrem Tun und Tagwerk.
Aber plötzlich kam er ganz in Gang,
und die Leute der entsetzten Stadt

ließen ihn, vor seiner Stimme bang,
weitergehn mit ausgehängtem Schlagwerk
und entflohn vor seinem Zifferblatt.

 

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

Das VI. Sonett

Ist er ein Hiesiger? Nein, aus beiden
Reichen erwuchs seine weite Natur.
Kundiger böge die Zweige der Weiden,
wer die Wurzeln der Weiden erfuhr.

Geht ihr zu Bette, so laßt auf dem Tische
Brot nicht und Milch nicht; die Toten ziehts -.
Aber er, der Beschwörende, mische
unter der Milde des Augenlids

ihre Erscheinung in alles Geschaute;
und der Zauber von Erdrauch und Raute
sei ihm so wahr wie der klarste Bezug.

Nichts kann das gültige Bild ihm verschlimmern;
sei es aus Gräbern, sei es aus Zimmern,
rühme er Fingerring, Spange und Krug.

 

 
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Knut Odde, 1897

Lees meer...

Feridun Zaimoglu

 

De Duitse schrijver en beeldend kunstenaar van Turkse afkomst Feridun Zaimoglu werd geboren op 4 december 1964 in Bolu. Zaimoglu kwam in 1965 met zijn ouders naar Duitsland. Hij woonde tot 1985 in Berlijn en München, en begon aan een studie geneeskunde en een studie kunsten in Kiel, waar hij nog steeds woont. Tegenwoordig werkt hij als schrijver en journalist. Zijn essays en literaire kritieken zijn verschenen in toonaangevende Duitse kranten als Die Zeit, Die Welt, SPEX en de Tagesspiegel. Van 1999 tot 2000 was hij werkzaam in Mannheim bij het Nationale theater. In 2003 werd hij “Insel Schreiber” op het eiland Sylt, en in 2004 was hij visiting fellow aan de Freie Universität Berlin. In zijn eerste boek "Kanak Sprak" 1995, probeert hij de authentieke, taal en subversieve kracht van het slang, gesproken door jonge Turkse mannen in Duitsland literair weer te geven. Daarbij verzet hij zich tegen een romantisch multiculturalisme. In 1997 werd Kanak Sprak“ voor het theater bewerkt, waarbij ook monologen uit Zaimoglu’s derde roman “Kopffstoff” werden gebruikt. Zijn tweede roman “Abschaum – Die wahre Geschichte von Ertan Ongun” werd in 2000 verfilmd door Lars Becker als “Kanak Attack”. Daarna verschenen misschien wel de meest bekende romans “Leyla” en “Liebesbrand”. Voor het verhaal “Häute” ontving hij de juryprijs bij de Ingeborg Bachmann Wettbewerb in 2003. In 2006 ontving hij als "een van de meest recente Duitse schrijvers van onze tijd", de kunstprijs van de deelstaat Sleeswijk-Holstein. In 2007 volgde in München de Carl Amery literatuurprijs. Vervolgens schenen nog de romans „Hinterland“ (2009), „Ruß“ (2011), „Der Mietmaler: eine Liebesgeschichte“ (2013) en „Isabel“ (2014). Theaterbewerkingen en draaiboeken schrijft Zaimoglu meestal met zijn co-auteur Günter Senkel. Naast zijn werk als schrijver werkt Zaimoglu als beeldend kunstenaar en curator. Onder de titel “Kanak Attack. Die dritte Türkenbelagerung” realiseerde hij in 2005 in de Kunsthalle in Wenen een vlaggeninstallatie.

Uit: Leyla

“Wir häkeln, nähen und stricken, wir legen die fertigen Handarbeiten in die Mitgifttruhe, manchmal hebe ich den Truhendeckel und atme den Duft der Seifen tief ein. Ich bin vergeben und verlobt, ich darf das Haus aber nicht verlassen.
Beschwere dich nicht, sagt meine Mutter, dein Mann wird dich bald ausführen. Setz’ dich hin und mehre deine Mitgift. Du bist nunmehr unser Eigentum auf Zeit. Und ich setze mich und nähe, häkele und stricke, manchmal entfährt mir ein Seufzer, dann weiß ich nicht, wieso ich so traurig bin.
Der Vater spricht nicht mehr mit mir, ich darf auf sein Geheiß hin das Wohnzimmer nicht betreten. Er klingelt zweimal an der Haustür, das ist das verabredete Zeichen, ich husche dann hoch zum Damentrakt und verstecke mich. Er will mich nicht sehen. Melek Hanim hat versucht, ihn davon abzubringen, die Großtante hat ihm gesagt, sie könne es nicht dulden, daß ein fremder Mann sich bei ihr verhalte wie ein Hausherr. Doch alles vergeblich. Er hat meiner Mutter bei Verstößen gegen sein Hausgesetz Schläge und Püffe versetzt. Wie ich erfuhr, spielte er sogar mit dem Gedanken, mich zu töten. Er schrie, seine Ehre sei verletzt worden, die jüngste Hündin habe die Familienehre in den Schmutz gezogen. Also füge ich mich. Häkeln, nähen, stricken. Er kann uns nicht freigeben. Meine Mutter verschließt sich unseren Fragen, ob sie ihn verlasse, ob die Verwandten sie mitnehmen. Einmal Heimat, immer Heimat, sagt sie nur, meine schöne Mutter. Sie hat große Schmerzen am Rücken, doch sie putzt und kocht, sie näht, häkelt und strickt.
Ihre bemehlten Hände, Hände, die Laken glätten und manchmal den Vogelflug am Morgenhimmel nachzeichnen, immer dann, wenn ich sie bitte, mein Lieblingsspiel aus der Kindheit vorzuführen. Ich sehe ihre flappenden Hände, die Schatten an der Zimmerwand, sie läßt die Handflügel auf- und absteigen, und dabei gibt sie Summlaute von sich, weil sie nicht pfeifen kann. Sie verlangt einen Gegengefallen, und ich schlage das Magazin auf, suche die Rubrik ›Die mondäne Frau‹ und lese ihr die Briefe vor, die die Stadtdamen an ›die sehr geehrte Frau Seelenverwandte‹ schreiben. Ich bin sehr angetan von Ihren Ratschlägen, heißt es da beispielsweise, aber ich fürchte, ich kann die Handcreme nach Ihrem Rezept nicht benutzen. Es liegt nicht an meinem bösen Willen.“

 

 
Feridun Zaimoglu (Bolu, 4 december 1964)

16:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: feridun zaimoglu, romenu |  Facebook |

03-12-15

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren, F. Sionil José

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

"Wee degene die mij raakt!" riep hij met kracht. "De raven van Vlaanderen zullen mij niet eten; zij vreten liever Frans vlees!"
"Val aan, lafaards!" riep De Chatillon tegen zijn knapen. "Val aan dan! Zie die bloodaards!--Zijt gij bang van een mes? Mocht ik mijn handen aan die Laat vuil maken; maar ik ben edel. Grauw tegen grauw, het is uw taak. Loopt hem dan over 't lijf."
Enige der omstaande ridders poogden De Chatillon te bedaren, doch de meesten stemden in deze daad en hadden de Vlaming gaarne aan een strop gezien. Ongetwijfeld zouden de knapen, door hun meesters opgehitst, de jongeling overvallen en verwonnen hebben; maar nu naderde de ridder die enige stappen van daar in diepe gepeinzen had gewandeld. Zijn kleding en uitrusting ging die der andere ridders ver in pracht te boven; het schild dat op zijn borst gewrocht was, droeg drie gulden leliën op een blauw veld, onder een graaflijke kroon. Dit beduidde dat hij van koningsbloede was.
"Hou op!" riep hij met streng gelaat tegen de knapen, en zich tot De Chatillon kerende sprak hij: "Mijnheer!... Gij schijnt te vergeten, dat ik Vlaanderen van mijn broeder en koning Philippe te leen heb. Die Vlaming is mijn vazal.--Gij hebt geen recht op zijn leven, mits hij mij alleen toebehoort."
"Zal ik mij dan door een boer bespotten laten?" vroeg De Chatillon met spijt. "Waarlijk Graaf, ik versta niet waarom gij altijd het geringe volk tegen de Edelen voorstaat. Zal die Vlaming zich beroemen dat hij een Franse ridder ongestraft gehoond heeft? En zegt gij het, Mijne heren, heeft hij de dood niet verdiend?"
"Mijnheer De Valois," antwoordde De St.-Pol, "verleen mijn broeder de kleine vertroosting, die Vlaming te zien hangen. Wat geeft het leven van die koppige Laat aan uw prinselijke Hoogheid?"
"Hoort, Mijne heren!" riep Charles de Valois met toorn. "Mij is uw losse taal ten hoogste onaangenaam. Het leven van een onderdaan is mij van groot gewicht, en ik begeer dat men de jongeling ongehinderd late. Te paard, Mijne heren! Te veel tijds is dit verspild."

 

 
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
De Slag der Gulden Sporen door Nicaise de Keyser, 1836

Lees meer...