19-07-15

A. J. Cronin, Heinrich Christian Boie, Dominic Moraes, Georg Diefenbach, Ferdinand Brunetière, Jean-Marie Déguignet

 

De Schotse schrijver Archibald Joseph Cronin werd geboren op 19 juli 1896 in Cardross, Dunbartonshire. Zie ook alle tags voor A. J. Cronin op dit blog en ook mijn blog van 19 juli 2010.

Uit: Two Gentlemen of Verona

“As we drove through the foothills of the Alps two small boys stopped us on the outskirts of Verona. They were selling wild strawberries, bright scarlet berries that looked delicious against the dark green leaves lining the wicker basket.
“Don’t buy,” warned Luigi, our cautious driver. “You will get much better fruits in Verona. Besides, these boys….” He shrugged his shoulders to convey his disapproval of their shabby appearance.
One boy had on a worn jersey and cut off khaki shorts, the other a shortened army tunic gathered in loss folds about his skinny frame. Yet gazing at the two little figures, with their brown skins, tangled hair and dark earnest eyes, we felt ourselves strangely attracted. My companion spoke to the boys discovered that they were brothers. Nicola, the elder was 13; Jacopo, who barely came up to the door handle of the car, was nearly 12. We bought their biggest basket, then set off towards town.
Verona is a lovely city, rich in history, with quite medieval streets and splendid buildings of an exquisite pale honey color. Romeo and Juliet are reputed to have lived there. Bombed in the recent war, it has lost its bridges, but not its gaiety or charm.
Next morning, coming out of our hotel, we drew up short. There, bent over shoe-cleaning boxes beside the fountain in the public square, doing a brisk business, were our two young friend of the previous afternoon. We watched for a few moments; then, as trade slackened, we went over. They greeted us with friendly faces. “I thought you picked fruits for a living,” I said. “We do many things, sir,” Nicola answered seriously. He glanced at us hopefully. “Often we show visitors through the town…. to Juliet’s tomb ….and other places of interest.”

 

 
A. J. Cronin (19 juli 1896 – 6 januari 1981)
Cover

Lees meer...

Laurent Binet

 

De Franse schrijver Laurent Binet werd geboren in Parijs op 19 juli 1972. Binet is de zoon van een historicus en studeerde literatuur in Parijs. In 1996 deed hij vervangende dienstplicht in Košice, Slowakije, waar hij Frans doceerde aan een luchtmachtschool. Sindsdien is hij leraar moderne literatuur in Parijs en werkt hij ook aan de Universiteit van Vincennes Saint-Denis. In 2000 publiceerde Binet zijn surrealistische vertelling “Forces et faiblesses de nos muqueuses” (sterke en zwakke kanten van onze slijmvliezen) en in 2004 verscheen zijn boek “La Vie professionnelle de Laurent B.” (Het beroepsleven van Laurent B), over zijn ervaringen als docent Frans. Internationale bekendheid verwierf Binet met zijn debuutroman “HHhH” (acroniem voor 'Himmlers Hirn heißt Heydrich') uit 2010, zich afspelend binnen het Tsjechische verzet in WO II, cumulerend in de aanslag op SS-leider Reinhard Heydrich in 1942. Voor dit werk kreeg hij de 'Prix Goncourt du premier roman' toegekend. De Nederlandse vertaling door Liesbeth van Nes verscheen in 2011. In 2012 verscheen zijn boek “Rien ne se passe comme prévu” (Nederlands: Niets gaat zoals werd verwacht), over de verkiezingscampagne van François Hollande, in 2015 “La septième fonction du langage” (Nederlands: De zevende functie van de taal), een roman die speelt met werkelijkheid en fictie, tevens een satire op het intellectuele discours van het Franse poststructuralisme.

Uit: HHhH

"Il y avait les traces encore terriblement fraîches du drame qui s’est achevé dans cette pièce voilà plus de soixante ans : l’envers du soupirail aperçu de l’extérieur, un tunnel creusé sur quelques mètres, des impacts de balles sur les murs et le plafond voûté, deux petites portes en bois. Mais il y avait aussi les visages des parachutistes sur des photos, dans un texte rédigé en tchèque et en anglais, il y avait le nom d’un traître, il y avait un imperméable vide, une sacoche, un vélo réunis sur une affiche, il y avait bien une mitraillette Sten qui s’enraye au pire moment, il y avait des femmes évoquées, il y avait des imprudences mentionnées, il y avait Londres, il y avait la France, il y avait des légionnaires, il y avait un gouvernement en exil, il y avait un village du nom de Lidice, il y avait un jeune guetteur qui s’appelait Valcik, il y avait un tramway qui passe, lui aussi, au pire moment, il y avait un masque mortuaire, il y avait une récompense de dix millions de couronnes pour celui ou celle qui dénoncerait, il y avait des capsules de cyanure, il y avait des grenades et des gens pour les lancer, il y avait des émetteurs radio et des messages codés, il y avait une entorse à la cheville, il y avait la pénicilline qu’on ne pouvait se procurer qu’en Angleterre, il y avait une ville entière sous la coupe de celui qu’un surnommait « le bourreau », il y avait des drapeaux à croix gammée et des insignes à tête de mort, il y avait des espions allemands qui travaillaient pour l’Angleterre, il y avait une Mercedes noire avec un pneu crevé, il y avait un chauffeur, il y avait un boucher, il y avait des dignitaires autour d’un cercueil, il y avait des policiers penchés sur des cadavres, il y avait des représailles terribles, il y avait la grandeur et la folie, la faiblesse et la trahison, le courage et la peur, l’espoir et le chagrin, il y avait toutes les passions humaines réunies dans quelques mètres carrés, il y avait la guerre et il y avait la mort, il y avait des Juifs déportés, des familles massacrées, des soldats sacrifiés, il y avait de la vengeance et du calcul politique, il y avait un homme qui, entre autres, jouait du violon et pratiquait l’escrime, il y avait un serrurier qui n’a jamais pu exercer son métier, il y avait l’esprit de la Résistance qui s’est gravé à jamais dans ces murs, il y avait les traces de la lutte entre les forces de la vie et celle de la mort, il y avait la Bohême, la Moravie, la Slovaquie, il y avait toute l’histoire du monde contenue dans quelques pierres."

 

 
Laurent Binet (Parijs, 19 juli 1972)

13:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: laurent binet, romenu |  Facebook |

18-07-15

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog.

 

Hooglied

Ik zeg tegen mezelf: jongen, ze verwijten je vaak
dat je geen omgang hebt met je vrienden & vakgenoten,
dat je hun gezelschap mijdt, hun discussies niet wilt zoeken
(ze zeggen het anders, zó zien ze het niet)
En ze vragen je vaak: wat zoek je toch bij die gekke jongens?

Dan antwoord ik niet, of ik zoek naar uitvluchten,
zeg ik dan, Simon Vinkenoog,
ik heb het ze nooit durven zeggen,
waarom ik zó leef, en niet anders.

Zal ik antwoorden, beterweten, zeggen?
Omdat Kees Bottenberg eens heeft gezegd:
‘ik zou willen schrijven,
want er zou een bijbel geschreven moeten worden.’

Daarom, medeschrijvers. Wij schrijven een bijbel.
Ieder zijn eigen hooglied. Ieder het zijne.
Ik de mijne.
Allen één God.

 

 

Profielschets: Dichter
JE est un autre - Arthur Rimbaud

Ik ben
dichter
experimenteel dichter
gelegenheidsdichter
laatnaarjekijkendichter
je mag gezien worden, dichter
stadse kijkmijnoudichter
fratsendichter
margedichter
worshopdichter
mystiekdichteretceteradichter

Dichter van het eerste
en het laatste woord
dichter van de afscheidsgroet
dichter van de levende adem
uitje voor scholieren
gesprekspartner voor
verslaafden en gedetineerden

parkdichter
festivaldichter
gebrokendromendichter
paradedichter
straathoekdichter
droomdansdichter
jazzdichter

dag dichter nacht dichter
vrijetijdsdichter
arbeidstrijddichter
ladenlichter &
schielijke oplichter
standwerkdichter
feestdisdichter

In het spoor van
Adam dichter
naamgeefdichter
aangeefdichter
aanmaakdichter
toegewijd dichter
gedreven, vervoerd,
geleid, eigengereid
en bevlogen
dichter

Buitennissig
buitensporig
buitenzinnig dichter

Altijd onderweg dichter
overwegdichter
omwegdichter tunneldichter
viaductdichter
stoplichtdichter
te fiets te voet in bed
bijrijddichter

Nou is het wel genoeg, dichter
nu ben je luisterdichter
inkijkdichter
voorbijganger dichter
zwijgdichter

Kijk, dichter
mensen om je heen, dichter
MindMirrorPaintboxdichter
supergeleiderdichter
krachtmetingsbegeleidingsdichter

Niets is weg dichter
niets gaat verloren dichter
levenslang meekijkdichter
benaderdichter verwijderdichter
kleurrijk dichter regenboogdichter
zelfgezegddichter
gelukkig dichter!

 

 
Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Lees meer...

Jan Stanisław Skorupski, Ludwig Harig, Ricarda Huch, Tristan Corbiere, Jan Gerhard Toonder, Josepha Mendels, Bobby Henderson

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Jan Stanisław Skorupski werd geboren op 18 juli 1938 in Łosznióv in Podolië. Zie ook alle tags voor Jan Stanisław Skorupski en ook mijn blog van 18 juli 2010 en eveneens mijn blog van 18 juli 2009.

 

Sonett vom Dienstag-Markt im Lido

die beste Musik ist die Ruhe
an der jeder Denker Freude hat
nur der Dumme zeigt sich immer laut
nicht wie im Tempel ohne Schuhe

die Bedingungen sind luxuriös
obwohl der Nebel die Laune stört
der Markt im Lido hat seinen Wert
deshalb verschwindet bald der Stress

im Lido fehlt mir die Fähigkeit
was man kochen kann und was backen
um den Magen besser zu fördern

in Venedig ist die Gelegenheit
Herrn Gott an den Füssen zu packen
und auch Mephisto bei den Hörnern

 

 

Sonett mit der Zweisimmen-Katze

schon eine Woche in Zweisimmen
und alles ist schön von frühmorgens
die gleiche Katze kommt mit Sorgen
hungrig miaut mit der Bettelstimme

Balkonboden ist neu gestrichen
das lustige Züglein pfeift nicht mehr
leider weil wir bedauern das sehr
vom Grill frisches Gemüse riechen

Schönwetterwolken auf den Bergen
jetzt lachen zu uns auf Balkonien
wo trotz uns leben nur die Zwerge

hier gibt’s eine breite Offerte
wo statt kirchlicher Zeremonien
in der Kirche hört man Konzerte

 

 
Jan Stanisław Skorupski (Łosznióv, 18 juli 1938)

Lees meer...

Per Petterson

 

De Noorse schrijver Per Petterson werd geboren in Oslo op 18 juli 1952. Petterson werd opgeleid tot bibliothecaris en werkte later als boekhandelaar en vervolgens ook als vertaler. Vanaf de jaren negentig is hij fulltime schrijver. Petterson debuteerde in 1987 met de bundel korte verhalen “Aske i munnen, sand i skoa”. Vanaf dat moment werd zijn werk in Noorwegen steeds goed ontvangen en meermaals onderscheiden. Zijn roman “Det er greit for mig” werd in 1992 met 'Spraklig samlings litteraturpris' bekroond, in 1997 werd “Til Sibir” (Heimwee naar Siberië) genomineerd voor de ' Literatuurprijs van de Noordse Raad ' en in 2003 ontving hij de 'Brage-prijs' voor de roman “I kjølvannet” (Kielzog), over een jongeman die zijn familie verloor tijdens de ramp met de Scandinavian Star-ferry. Petterson brak in 2003 internationaal door met de roman “Ut og stjæle hester” , (Paarden stelen), in Noorwegen gekozen tot het beste boek van het jaar en bekroond met de Noorse kritiekprijs, maar ook buiten Scandinavië gelauwerd, onder meer met de International IMPAC Dublin Literary Award. “Paarden stelen” handelt over een oudere man die na de dood van zijn vrouw met een leeftijdgenoot op nostalgische wijze terugblikt op de drama’s in hun leven. Pettersons roman uit 2008 “Jeg forbanner tidens elv” (Ik vervloek de rivier des tijds) won in 2009 de prestigieuze Literatuurprijs van de Noordse Raad. In deze roman wordt de knellende relatie van hoofdpersoon Arvid Jansen met liefde en het bestaan beschreven en de pogingen die hij doet om de persoon te worden die hij wil zijn. Pettersons roman “Jeg nekter” (Twee wegen) uit 2012, over twee mannen, oude vrienden, die elkaar na 35 jaar opnieuw treffen, werd een internationaal succes en behaalde ook in Nederland de bestsellerlijsten.

Uit: Twee wegen (Vertaald door Marin Mars)

“Donker. Het was half vijf ’s nachts. Ik reed van Hauketo naar de Herregårdsveien. Vlak voor het station van Ljan sloeg ik links af de brug op over het spoor, het licht stond op rood, maar er was  niemand te zien, dus reed ik gewoon door. Toen ik aan de andere kant een stukje naar beneden was  gereden, voorbij de winkel daar, Karusellen heet die, kwam er plotseling een man vanuit het donker  het licht van de koplampen in struikelen, alsof hij werd gelanceerd. Op het moment dat ik hem zag,  viel hij bijna. Ik trapte vol op de rem, de wielen blokkeerden en de auto slipte met een afschuwelijk  gierend geluid zijdelings een paar meter door en stopte vlak bij de man. De motor sloeg in één klap af.
Ik was ervan overtuigd dat ik hem met de bumper had geraakt. Maar hij viel toch niet. Hij steunde op de motorkap, deed drie stappen naar achteren en bleef  staan, zwaaiend op zijn benen , ik zag hoe het licht zijn ogen overspoelde. Hij staarde naar de voorruit,  maar hij kon me niet zien, hij kon niets zien. Zijn haar was lang, en zijn baard was lang, en hij hield  een grijze zak stevig onder zijn arm geklemd. Eén moment dacht ik dat het mijn vader was. Maar het  was mijn vader niet. Ik had mijn vader nog nooit gezien.
Toen verdween hij in het donker aan de andere kant van de weg waar het pad steil naar  beneden liep naar Ljansdalen. Ik bleef met stijve armen zitten, mijn handen stevig tegen het stuur  gedrukt en de auto dwars op de Herregårdsveien, deels op de andere weghelft. Het was nog steeds  donker, ja, nog donkerder. Twee koplampen kwamen dichterbij, op weg naar boven. Ik draaide het  contactsleuteltje om, en toen wilde de motor niet starten, ik probeerde het nog een keer, en toen sloeg  hij aan. Ik voelde mijn adem snel gaan, boven in mijn keel, zoals een hond ademt. Ik reed achteruit  terug naar mijn eigen weghelft voordat de andere auto boven was, draaide voorzichtig, en reed  langzaam naar  beneden naar de Mosseveien en sloeg onder aan de weg af naar rechts, richting Oslo.”

 

 
Per Petterson (Oslo, 18 juli 1952)

12:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: per petterson, romenu |  Facebook |

Elizabeth Gilbert

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Elizabeth M. Gilbert werd geboren op 18 juli 1969 in Waterbury, Connecticut. Haar vader was chemisch ingenieur en haar moeder verpleegster. Ze groeide op in een klein gezin samen met haar enige zus, de schrijfster en historica Catherine Gilbert Murdock. Ze woonden in Litchfield , Connecticut, zonder buren, televisie of muziekspeler. Bijgevolg lazen ze veel. Gilbert en haar zus vermaakten zich met het schrijven van kleine boeken en toneelstukken. Gilbert behaalde in 1991 een diploma Bachelor of Arts in de politieke wetenschappen aan New York University. Vervolgens ging ze aan de slag als kokkin, tafelbediende en werknemer bij een tijdschrift. Het Amerikaanse tijdschrift Esquire publiceerde haar kortverhaal “Pilgrims” in 1993 onder de kop "The Debut of an American Writer". Daarmee was ze de eerste niet-gepubliceerde schrijver van korte verhalen die in Esquire haar debuut maakte sinds Norman Mailer. Vanaf dat moment kon ze zich toeleggen op serieus journalistiek werk in opdracht van een hele serie nationale tijdschriften zoals SPIN, GQ, The New York Times Magazine, Allure, Real Simple en Travel + Leisure. In haar memoires Eat, Pray, Love geeft ze te kennen dat ze carrière maakte als een goed verdienende freelance-schrijver. Voor “Pilgrims” ontving ze de Zacharis Award van 1999. In 1998 vormde ze haar GQ-artikel "Eustace Conway is Not Like Any Man You've Ever Met" om in een biografie van de moderne naturalist getiteld "The Last American Man". Deze werd genomineerd voor de National Book Award in de categorie non-fictie. In 2006 bracht Gilbert Eat, Pray, Love: One Woman's Search for Everything Across Italy, India and Indonesia uit. Het vertelt haar verhaal over haar jaar van "spirituele en persoonlijke verkenning" tijdens haar reizen in het buitenland. De verfilming van Eat, Pray, Love ging uit van Columbia Pictures en werd vervolgens onder dezelfde titel uitgebracht op 13 augustus 2010. De actrice Julia Roberts speelt de rol van Elizabeth Gilbert. Haar vijfde boek "Committed: A Skeptic Makes Peace with Marriage" kan beschouwd worden als het vervolg op “Eat, Pray, Love”. Het is een diepgaand onderzoek van het instituut van het huwelijk vanuit meerdere historische en hedendaagse perspectieven.

Uit: Eat, Pray, Love

„I wish Giovanni would kiss me.
Oh, but there are so many reasons why this would be a terrible idea. To begin with, Giovanni is ten years younger than I am, and—like most Italian guys in their twenties—he still lives with his mother. These facts alone make him an unlikely romantic partner for me, given that I am a professional American woman in my mid-thirties, who has just come through a failed marriage and a devastating, interminable divorce, followed immediately by a passionate love affair that ended in sickening heartbreak. This loss upon loss has left me feeling sad and brittle and about seven-thousand years old. Purely as a matter of principle, I wouldn't inflict my sorry, busted-up old self on the lovely, unsullied Giovanni. Not to mention that I have finally arrived at that age where a woman starts to question whether the wisest way to get over therthe loss of one beautiful brown-eyed young man is indeed to promptly invite another one into her bed. This is why I have been alone for many months now. This is why, in fact, I have decided to spend this entire year in celibacy.
To which the savvy observer might inquire: "Then why did you come to Italy?"
To which I can only reply—especially when looking across the table at handsome Giovanni—"Excellent question."
Giovanni is my Tandem Exchange Partner. That sounds like an innuendo but un-fortunately is not. All it really means is that we meet a few evenings a week here in Rome to practice each other's language. We speak first in Italian, and he is patient with me; then we speak in English, and I am patient with him. I discovered Giovanni a few weeks after I arrived in Rome, thanks to that big Internet café at the Piazza Barberini, across the street from that fountain with the sculpture of that sexy merman blowing into his conch shell. He (Giovanni, that is—not the merman) had posted a flier on the bulletin board explaining that a native Italian speaker was seeking a native English speaker for conversational language practice. Right beside his appeal was another flier with the same request, word-for-word identical in every way, right down to the typeface. The only difference was the contact information. One flier listed an e-mail address for some-body named Giovanni; the other introduced somebody named Dario. But even the home phone number was the same.”

 

 
Elizabeth Gilbert (Waterbury, 18 juli 1969)

12:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: elizabeth gilbert, romenu |  Facebook |

17-07-15

Dolce far niente, Emily Dickinson, Rainer Kirsch, Martin R. Dean

 

Dolce far niente

 

 
Morgen, Zon Effect, Eragny door Camille Pissarro, 1899

 

 

Uit : Complete Poems. 1924, Part Two: Nature

V

THE SUN just touched the morning;     
The morning, happy thing,       
Supposed that he had come to dwell,   
And life would be all spring.     
She felt herself supremer,—           
A raised, ethereal thing;           
Henceforth for her what holiday!          
Meanwhile, her wheeling king  
Trailed slow along the orchards
His haughty, spangled hems,          
Leaving a new necessity,—     
The want of diadems!  
The morning fluttered, staggered,        
Felt feebly for her crown,—     
Her unanointed forehead                 
Henceforth her only one.

 

 
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Amherst. The Homestead (nu museum), gebouwd rond 1813. Hier werd Emily geboren.

Lees meer...

Lilian Loke

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster Lilian Loke werd geboren in 1985 in München. Loke, wiens vader uit Maleisië afkomstig is, groeide meertalig op met Duits, Engels en Kantonees. Ze studeerde aan de Ludwig Maximilian Universiteit in München Engelse literatuur, Duitse literatuur en kunstgeschiedenis. Zij werd daarna werkzaam aan de universiteit als assistente en werkte tegelijkertijd bij uitgeverijen als vertaalster. Sinds 2012 werkt ze als consultant in een Münchens PR-bureau. Voor haar literaire werk heeft ze diverse prijzen ontvangen: Zo ontving zij in 2011 een beurs voor de schrijverswerkplaats van de Jürgen Ponto Stichting, kreeg ij hetzelfde jaar de publieksprijs van het literatuurfestival “Wortspiele” in München en een literaire beurs van de stad München. In 2015 verscheen haar eerste roman “Gold in den Straßen” over de steile opkomst en snelle neergang van een makelaar in luxe vastgoed. Deze werd bekroond met de Tukan Preis en de Beierse Kunstprijs.

Uit: Gold in den Straßen

„Als er den Kopf über Wasser bringt, versucht Meyer zu schreien. aber sein Atem reicht nicht. Baumkronen. kahl und dunkel gegen den Himmel. bevor sich das Wasser wieder über ihm schließt. kalt seinen Mund ausfiillt. lm Weiher des Stadtwalds. so also. Licht bricht durch die Oberfläche. mit jeder Bewegung wird der Widerstand seiner Kleider bleierner. Ein Schmerz in der Brust, als berste etwas, bis sein Kragen Meyer plötzlich den Hals abschntirt. etwas packt ihn von hinten, zerrt ihn hoch. Auf einmal spürt er fest den Grund unter sich, eine Hand auf dem Rücken. eine Hand an der Schulter. Ihm fährt luft in die Lungen. und ein Husten zwingt ihn vorniiber, auf dem Wasser erkennt er die Spiegelung des Himmels. Der Baumkronen. seines eigenen Gesichts: ungläubig blickt er an sich herunter. Das Wasser reicht ihm kaum bis zur Brust.
Hey. alles in Ordnung mit ihnen? Dicht neben ihm im Wasser steht ein Mann. sein Blick mehr verwirrt als besorgt. Die neongrüne Sportiacke klebt ihm nass am Oberkörper. – Mein Gott, was machen Sie denn? Sie sind ja gar nicht mehr hochgekommen.
Kreislauf wohl der Kreislauf, - Meyer wischt sich über die Augen. Er zittert am ganzen Körper, je mehr er versucht. es zu unterdrücken. desto mehr zittert er. Er dachte. er ertrinke. ln dieser Pfütze von Weiher.
Los. kommen Sie. raus aus dem Wasser. Der Mann fasst ihn um die Schultern, zieht ihn von der steilen. gemauerten Uferkante am Stauwehr fort und hilft ihm die Böschung hinauf, zurück bis zum Waldweg. dann setzt er sich neben ihn auf den Boden. kippt grimmig das Wasser aus den Schuhen. - Ehrlich. wie haben Sie denn das geschafft?
Heute früh fuhr Meyer extra raus zum Laufen in den Stadtwald. wollte sich ordnen vor dem Termin mit Brink. Während er ine Runden lief, spielte er wieder und wieder die penibel geplante Besichtigungsroute für die Villa durch, neun Zimmer, drei Bäder, Einliegerwohnung für Personal, ein Parkgrundstück mit prächtigem, altem Baumbcstand. Als er vor ein paar Wochen das Haus in Kronberg für Brink akquiriert hatte, war Meyer sich sicher. das werde das perfekte Matching. dieser Abschluss bringe ihn der Büroleitung bei Falber ganz nahe.“

 

 
Lilian Loke (München, 1985)

16:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lilian loke, romenu |  Facebook |

16-07-15

Dolce far niente, William Henry Davies, Reinaldo Arenas

 

Dolce far niente

 

 
De Rustende Reiziger door Frans van Mieris I, rond 1655

 

 

Leisure

What is this life if, full of care,
We have no time to stand and stare.

No time to stand beneath the boughs
And stare as long as sheep or cows.

No time to see, when woods we pass,
Where squirrels hide their nuts in grass.

No time to see, in broad daylight,
Streams full of stars, like skies at night.

No time to turn at Beauty's glance,
And watch her feet, how they can dance.

No time to wait till her mouth can
Enrich that smile her eyes began.

A poor life this is if, full of care,
We have no time to stand and stare.

 

 
William Henry Davies (3 juli 1871 in - 26 september 1940)
Newport (Wales), Westgate Square,met het Westgate Hotel en Stow Hill
William Henry Davies werd geboren in Newport

Lees meer...

In Memoriam Rogi Wieg

 

In Memoriam Rogi Wieg

In zijn woonplaats Amsterdam is woensdagavond de Nederlandse dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Dat heeft zijn vrouw laten weten via Wiegs uitgeverij In de Knipscheer. Rogi Wieg was 52 jaar oud. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

Poëzie

Nu is het dus dat ik niet meer weet
hoe bang zijn was. Ik zal niet langer vijand
zijn van zoveel vormen goedheid. Maar vergeet
niet wat je was: ogen, haar, een hand

om mee te schrijven. En wat moet ik zeggen,
de stadsweg waarover je naar huis toe gaat,
mijn huis zelfs is zo liefdevol voor mij. Verleggen
van dit leven is gewichtig. dat je hier bestaat

alsof je altijd zal bestaan lijkt eigenaardig
- en al die mooie dingen dan -
om alles weg te gooien voor wat poëzie is te lichtvaardig.

Er is te weinig taal in mij om zaken
te omschrijven zoals dit gebrek aan angst;
dus noem ik maar wat afgebroken wordt, om nog iets goed te maken.

 

 

Als een sonnet van verveling

Vroeger wist ik al dat trage tijd
in mijn leven komen zou, dadenloos omlijnd.
Geboren in een sterrendoek zijn alle dingen toen verleid
tot maan die opkomt, maan die niet verdwijnt.
 
De stad legt zich in straten aan mij uit;
de nachtlamp brandt, gekletter van bestek.
Hier is men thuis in dat wat sluit
en nooit meer opengaat. Ik weet alleen oneigenlijk vertrek.
 
Ik deed de tijd af of ik niet bedacht
dat wat voorbij is nooit meer wijkt
en bij me blijft tot kindszijn toe.
 
Men kleedt zich uit, de klacht is moe
dat tijd veel trager lijkt
en einde weer tot herkomst bracht.

 

 

I WANT TO TALK ABOUT YOU

God, geef mij nog een laatste
gedicht. In Uw metaforen beveel
ik mijn lichaam en geest.

Laat mijn dood een bloemlezing
zijn van iemand en iets. God,
maak van mijn pijn een bloementrompet
en maak van mij een vuurzee van water.

Zo zal ik niet sterven, maar ga ik
alleen een beetje dood. In mijn
ruggenmerg strooit U confetti
en daaruit zullen vleugels groeien.

Zo zal ik gezelschap voor U zijn
en U vliegensvlug voorlezen uit
oude boeken. Mijn God, ik zal
U niet verlaten.

 

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)

15-07-15

Dolce far niente, Karel N.L. Grazell, Iris Murdoch

 

Dolce far niente

 


Zomerdijkstraat, Amsterdam 

 

 

Zomerdijkstraat 1950
(met Remco Campert bij

Wil en Sjaantje Bakker)

Ooit dronk ik er zoveel
dat ik een halve dag
van mijn leven mis.
Wat zou ik anders in
die bewusteloze uren
hebben gedaan: een
gedicht geschreven
dat de hele wereld zou
lezen, of dat me het
dichten juist deed vergaan?
Naar schilderijen van
Sjaantje hebben gekeken,
een verhaal verteld aan
Wil over Harderwijk?
Met Remco een intelligent
gesprek gevoerd over
het nieuwe dichten dat
we deden? Of nog meer
jenever gedronken?
De Zomerdijkstraat heeft
ten eeuwigen dage
een ongewilde schuld aan
mij van misschien wel
zegge of al dan niet schrijve
een halve dag.

 

 
Karel N.L. Grazell (Amsterdam, 3 april 1928)

Lees meer...

Rira Abbasi

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Iraanse dichteres, schrijfster en vredesactiviste Rira Abbasi werd geboren in 1962 in Khorramabad, Iran. Zij werd benoemd tot vrouwelijke Poet Laureate en was winnares van de Parvin Etesami Poëzie Prijs in 2005, Rira is ook lid van de Iraanse Writers Association en directrice van het tweejaarlijkse International Peace Poëzie festival sinds 2007. “Zwarte fee van woensdag” (2000), “Geen geweren meer voor deze Lors vrouw” (2001) en haar gewaagde bundel liefdesgedichten “Wie bemint je discreter?” (Engels:”Who Loves You More discreet?) (2002) behoren tot haar bekendste werken. Rira Abbasi heeft in 2002 ook de eerste collectie van Iraanse Vredespoëzie geredigeerd en uitgegeven (een bloemlezing).

 

Had the Sky Been Blue

My friend,
sitting on my little shoulders,
Iranian, Bosnian, Iraqi, Afghan….
my friend
for the same of your smile
my shoulders are born 
every morning early
to remove your wounds
although they have shut your smile
with gunpowder
perhaps in the absence of the first war,
second war
third or the last one.
My friend
when you let your silent fly and you spoke
at a distance, the size of one thousand part of the ant’s wing
then 
all the bombs in the world will grew silent
in front of you.
we all know
you are alive beyond the natural strength of man
when in the plan
you are returning home
tired, wounded and abandoned.
Which home are you returning?
When the sky is empty of peace
and the prevailing war
is tearing away your newborn’s eye
until the end of his life
I grieve for your future 
I grieve for the future.
I am tired 
but
I worry for your future…
I draw a nucleus from the atoms of wounds
your body is thin
tomorrow
tomorrow
I will get my shoulders born wider 
for the same of your smile
had the sky been blue.

 

Vertaald door M. Alexandrian

 

 
Rira Abbasi (Khorramabad, 1962)

14:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rira abbasi, romenu |  Facebook |

14-07-15

Dolce far niente, Diana Ozon, Irving Stone

 

Dolce far niente

 

 
Charles Leickert, Rivierlandschap in de zomer, 1853

 

 

Vakantie

Geef mij de sfeer van havens
de zoute lucht van zee
witgeklede matrozen
van wie ik verder niets weet

draaiing van geslagen touwen
gummi piepend tussen wal en schip
opgedroogde wieren op de kade
wespen langs een lijn vol vis

Ik leng anijsdrank aan met water
spuw de deksels van een pit
mompel in de zon iets Grieks

Geeft niet waar ik nog moet wezen
vandaag leef ik en hoef niks

 

 

 
Diana Ozon (Amsterdam, 7 augustus 1959)
Gezicht op het Singel met de Munttoren in Amsterdam door Isaak Ouwater, 1770

Lees meer...

13-07-15

Wole Soyinka, Rebecca Salentin, Isaak Babel, Scott Symons, Claire Beyer, Gustav Freytag

 

De Nigeriaanse dichter, schrijver en voorvechter van democratie Akinwande Oluwole "Wole" Soyinka werd geboren op 13 juli 1934 in Abeokuta. Zie ook alle tags voor Wole Soyinka op dit blog.

 

POST MORTEM

een vrieshal kent meer functies
dan bier opslaan; kille lijkbaren van mortuaria
leggen hun schulden voor, opgetuigd -goddank!-

in de kille hand van de dood...
zijn mond was met katoen gevuld, zijn pik
verschrompeld tot een ondergrondse made

zijn hoofd was uitgehold en zijn hersens
op een weegschaal - was dit een truc om voorkennis
na de dood te bewijzen?

zijn vlees getuigt van wat zijn tong
deed zwijgen; gemaskerde vingers denken van hem
te leren hoe niet te sterven.

laat ons al het grijze beminnen; grijze platen
grijze scalpel, één grijze slaap en vorm,
grijze beelden.

 

 

KAPITAAL

Het kan niet zijn
Dat de kiemen die de aarde heeft gevoed
De mens gekoesterd - ooit bekeek ik een waterval
Van kiemen, een korrelwolk volheid
Verstoven uit kokers van breedmondige
Blijde verzadiging; ik zweer dat de korrels
Aan het zingen waren -

Het kan niet zijn
Dat politiek, overleg
Deze sintels van mijn leven
Tot asse maakt, en in vervuilde zeeën
Droevige bedden van gist legt om deeg
Te doen rijzen
Op de wereldmarkt.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

 
Wole Soyinka (Abeokuta, 13 juli 1934)

Lees meer...