29-12-15

Stefan Brijs, Gilbert Adair, Paul Rudnick, William Gaddis, Carmen Sylva, Brigitte Kronauer, Vesna Lubina

 

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: De engelenmaker

“Ten slotte had ook hij een eis gehad. Het was voor haar een volslagen verrassing geweest.
‘Wilt u hun over Jezus vertellen?’
‘Wat zegt u?’
‘Over Jezus. Uit het Nieuwe Testament.’
‘Over Jezus,’ herhaalde ze, de wenkbrauwen fronsend.
‘Over Jezus, niet over God,’ zei hij met nadruk. ‘Alleen over Jezus.’
‘Alleen over Jezus?’
‘Ja, alleen het Nieuwe Testament, niet het Oude Testament.’
Ze wist niet wat ze hoorde. Ten eerste had ze totaal niet verwacht dat de dokter gelovig was en ten tweede vroeg ze zich af hoe ze over Jezus kon vertellen zonder het ook over God te hebben. Ze had het nog eens expliciet gevraagd: ‘Dus wel over Jezus, maar niet over God?’
‘Ja.’
‘Dat kan toch niet. Dat is onmogelijk.’
‘Niets is onmogelijk, Frau Maenhout. Moeilijk misschien wel, maar onmogelijk niet.’
Ze besloot er niet verder op in te gaan. Ze was al tevreden dat ze aan Michaël, Gabriël en Rafaël godsdienst mocht geven, zij het dan met beperkingen.”

 

 
Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

Lees meer...

Christian Kracht

 

De Zwitserse schrijver en journalist Christian Kracht werd geboren in Saanen op 29 december 1966. Kracht studeerde in Zwitserland, Duitsland, Canada en de Verenigde Staten. Hij werd geboren als zoon van een directeur van multinational-uitgever Axel Springer AG. In de jaren negentig werkte Kracht als journalist, onder meer voor Der Spiegel. Midden jaren negentig werd hij correspondent in India, ging wonen in Bangkok en schreef een serie veelgeprezen reisartikelen voor het dagblad “Welt am Sonntag”, later gebundeld in “Der Gelbe Bleistift” (2000). Van 2004 tot 2006 was hij samen met Eckhart Nickel redacteur van het litaratuurtijdschrift “Der Freund”. Krachts eerste roman, “Faserland” (1995), wordt gezien als een sleutelwerk in de Duitse golf van "popliteratuur", die toen opgang maakte. Internationale bekendheid verwierf Kracht met zijn roman “1979” (2001). Deze toont het fragiele en decadente karakter van het Westerse waardesysteem en haar onmacht tegen Oosterse totalitaire modellen zoals de islam. Het boek trok veel aandacht, met name ook omdat het vrijwel gelijktijdig gepubliceerd werd met de aanslagen op 11 september 2001. Een toneelversie van 1979 had in 2004-2010 internationaal groot succes. Kracht handhaafde zijn naam als literator met de romans “Metan” (2007) en „Ich werde hier sein im Sonnenschein und im Schatten“ (2008). Van dit laatste boek verscheen in 2010 de Nederlandse vertaling. Voor zijn roman “Imperium” ontving Kracht in 2012 zowel de Kulturpreis van het Kanton Bern als de Wilhelm-Raabe-Preis. Kracht geldt in de Duitstalige literaire wereld als een controversiële persoon. Doorgaans presenteert hij zich als een ironische, kosmopolitische dandy en hij schrikt niet terug voor gepeperde uitspraken over de Taliban, Noord-Korea en actuele maatschappelijke ontwikkelingen, op een wijze die critici wel als ‘nieuw-rechts’ betitelen. Kracht woont tegenwoordig in Florence en Afrika.

Uit: Die Toten

„Es war der nasseste Mai seit ]ahrzehnten in Tokio; das schlierige Grau des bewölkten Himmels hatte sich seit Tagen in ein tiefes, tiefes Indigo verfärbt, kaum jemand vermochte sich jemals an derartig katastrophale Wassermengen zu erinnern; kein Hut, kein Mantel, kein Kimono, keine Uniform saß noch, wie sie sollte; Buchseiten, Dokumente, Bildrollen, Landkarten begannen sich zu wölben; dort war ein widerspenstiger Schmetterling im Flug von Regenschauern hinab auf den Asphalt gedrückt worden - Asphalt, in dessen Vertiefungen
voller Wasser sich abends die hellbunten Leuchtschilder und Lampions der Restaurants beharrlich spiegelten; künstliches Licht, zerbrochen und portioniert von arrhythmisch prasselnden, ewigen Schauern.
Ein junger, gutaussehender Offizier hatte diese oder jene Verfehlung begangen, weshalb er sich nun im Wohnzimmer eines ganz und gar unscheinbaren Hauses im Westen der Stadt bestrafen wollte. Die Linse der Filmkamera wurde an ein entsprechendes Loch in der Wand des Nebenzimmers geführt, dessen Ränder man mit Tuchstreifen wattiert hatte, damit das Surren des Apparats nicht die empfindliche Szenerie störe:
Der Offizier kniete sich hin, öffnete die weiße Jacke links und rechts, fand prüfend mit nahezu unmerklich zitternden, gleichwohl präzise suchenden Fingerspitzen die korrekte Stelle, verneigte sich und tastete nach dem vor ihm auf einem Sandelholzblock liegenden, hauchscharfen tantö. Er hielt inne, horchte, hoffte darauf, noch einmal das Geräusch des fallenden Regens zu hören, aber es ratterte lediglich leise und maschinell hinter der Wand.
Gleich nachdem die hellgeschlilfene Spitze des Dolchs die Bauchbinde und die darunterliegende feine weiße Bauchhaut angeritzt hatte, deren sanfte Wölbung von nur wenigen schwarzen Schamhaaren umspielt wurde, glitt die Klinge schon durchs weiche Gewebe in die Eingeweide des Mannes hinein - und eine Blutfontäne spritzte seitwärts zur unendlich zart getuschten kakejiku, zur Bildrolle hin. Es sah aus, als sei das kirschrote Blut mittels eines Pinsels, den ein Künstler mit einer einzigen, peitschenhaften Bewegung aus dem Handgelenk ausgeschüttelt hatte, absichtlich quer über die kakejiku geklatscht worden, die dort in erlesener Einfachheit im Alkoven hing.“

 

 
Christian Kracht (Saanen, 29 december 1966)

18:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christian kracht, romenu |  Facebook |

28-12-15

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet, Manuel Puig, Hildegard Knef, C. Louis Leipoldt, Guy Debord

 

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook alle tags voor Liu Xiaobo op dit blog.

 

A Small Rat in Prison
for Little Xia


a small rat passes through the iron bars
paces back and forth on the window ledge
the peeling walls are watching him
the blood-filled mosquitoes are watching him
he even draws the moon from the sky, silver
shadow casts down  
beauty, as if in flight

a very gentryman the rat tonight  
doesn’t eat nor drink nor grind his teeth
as he stares with his sly bright eyes
strolling in the moonlight


 

Daybreak
for Xia


over the tall ashen wall, between
the sound of vegetables being chopped
daybreak’s bound, severed,
dissipated by a paralysis of spirit

what is the difference
between the light and the darkness
that seems to surface through my eyes’
apertures, from my seat of rust
I can’t tell if it’s the glint of chains
in the cell, or the god of nature
behind the wall
daily dissidence
makes the arrogant
sun stunned to no end
 
daybreak a vast emptiness
you in a far place
with nights of love stored away

 

Vertaald door Jeffrey Yang

 

 
Liu Xiaobo (Changchun, 28 december 1955)
Hier met zijn vrouw

Lees meer...

27-12-15

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan, Malin Schwerdtfeger

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook alle tags voor Bernard Wesseling op dit blog.

 

Naar de daken

Als ik opkijk is het nacht.
De maan verschijnt, het is die uit de kindertijd:
pips maar bont gemutst. Nu dwaalt mijn blik
naar mijn werkeloze handen als gaf een herinnering af.
Had ik al gezegd dat ik geen ondragelijk geheim heb?
Soms waan ik me onderwerp van twist tussen deze of gene listige goden.
Mijn onbegrip een ode aan hun almacht,
als ik dat eens durfde geloven. Dan weer denk ik de holle lach
van de alleman te horen, maar het blijkt slechts de wereld
van de verrekijk en de uitgekiende gein van elkaar opzettelijk
verkeerd begrijpen. Niets doet minder pijn of het is doodgeboren.
Inenen wens ik mijn vod van een gemoed uitgeslagen
en ik vraag me af: wat wacht ons op het dak?
Welke overheerlijke vloek rijpt daar in de sferen?
Naar de daken ja! En dan maar wachten tot morgen de luchten
van postmodern blauw – het oude grijs – naar een trouwer blauw
verschieten en mij de staar wegnemen, in het kraaiennest
van de antenne gezeten, want op mijn plek
ben ik de vogel in de krok zijn bek en
het is begonnen te hongeren.

 

 

Stomme vogel

Ik had me teruggetrokken om ergens op te mediteren,
waarop weet ik niet meer. Toen hij me eindelijk belde.

Ik zei dat ik me gevangen voelde in deze kersenboomgaard
– hij zei dat het hem niks verbaasde – en er een joekel
van een boom was hier, met een net erover waar
een vogel in vastzat die zich vol had gevreten van de
kersen en nu onder het net uit wilde maar niet kon,
hoe ik ook probeerde te helpen door het net te lichten.

Ik was almaar moe. In mijn hoofd deden namen de
ronde, gezichten ook. Wat ik nodig had, ik kon er niet
opkomen. Wat ik niet nodig had, ik zag het overal.
In de smalende groene velden, in de kersen rondom
de bomen die de geur van likeur verspreidden.

Er was een betekenisloze stilte.
Hij zei: en je weet het, altijd een steen los in
de muur achterlaten voor mij.

 

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Louis de Bourbon, Bob Flanagan, Malin Schwerdtfeger, Romenu
Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)

Lees meer...

Mariella Mehr, Markus Werner, Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer

 

De Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Mariella Mehr op dit blog.

Uit: Angeklagt

„Ich sage das nicht, weil ich die Absicht habe, Sie
zu belügen. Aber ein bisschen Spiel sei mir erlaubt und Erinnerungen, das wissen Sie, sind unberechenbar.
Nehmen wir zum Beispiel mein Vaterhaus. Eins, das man wirklich so nennen darf, denn es wurde von meinem Vater eigenhändig erbaut. Zu groß für eine Kleinfamilie. Vier Stockwerke, die Mansarde mitgerechnet. Ich kann mich nur noch an die Küche, den unbewohnten Salon, so nannte ihn meine Mutter, an das elterliche Schlafzimmer, an meines und an die Mansarde erinnern.
An die Mansarde.
Seltsam, sich an eine Mansarde erinnern zu wollen, nicht wahr? An eine wie die unsere, an der nichts Nennenswertes zu sehen ist.
Vater baute das Haus vor meiner Geburt. Um das Haus wucherte eine hohe Buchsbaumhecke. Innerhalb des Geheges ein Gemüsegarten, Spalierbirnen an der Hausmauer, ein Rosenstrauch. Lachsfarbene Blüten. Jedes Jahr ein paar weniger.”

 

 
Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

Lees meer...

Louis Bromfield, Wilfrid Sheed, Charles Olson, Serafín Estébanez Calderón, Klaus Hoffer

 

De Amerikaanse schrijver Louis Bromfield werd geboren op 27. Dezember 1896 in Mansfield, Ohio. Zie ook alle tags voor Louis Bromfield op dit blog.

Uit: Early Autumn

“There was a ball in the old Pentland house because for the first time in nearly forty years there was a young girl in the family to be introduced to the polite world of Boston and to the elect who had been asked to come on from New York and Philadelphia. So the old house was all bedizened with lanterns and bunches of late spring flowers, and in the bare, white-painted, dignified hallway a negro band, hidden discreetly by flowers, sat making noisy, obscene music.
Sybil Pentland was eighteen and lately returned from school in Paris, whither she had been sent against the advice of the conservative members of her own family, which, it might have been said, included in its connections most of Boston.
Already her great-aunt, Mrs. Cassandra Struthers, a formidable woman, had gone through the list of eligible young men - the cousins and connections who were presentable and possessed of fortunes worthy of consideration by a family so solidly rich as the Pentlands. It was toward this end that the ball had been launched and the whole countryside invited, young and old, Spry and infirm, middle-aged and dowdy-toward this end and. with the idea of showing the world that the family had lost none of its prestige for all the lack of young people in its ranks. For this prestige had once been of national proportions, though now it had shrunk until the Pentland name was little known outside New England.
Rather, it might have been said that the nation had run away from New England and the Pentland family, leaving it stranded and almost forgotten by the side of the path which marked an unruly, almost barbaric progress away from all that the Pentland family and the old house represented.
Sybil’s grandfather had seen to it that there was plenty of champagne; and there were tables piled with salads and cold lobster and sandwiches and hot chicken in chafing-dishes. It was as if a family whose whole history had been marked by thrift and caution had suddenly cast to the winds all semblance of restraint in a heroic gesture toward splendor.”

 

 
Louis Bromfield (27 december 1896 – 18 maart 1956)

Lees meer...

17:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-12-15

Am zweiten Weihnachtstage (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Weihnachtsmarkt door Hans G. Jentzsch, 1907

 

 

Am zweiten Weihnachtstage
[Stephanus]

Jerusalem, Jerusalem!
Wie oft erschollen ist sein Ruf;
Du spieltest sorglos unter dem
Verderben, unter Rosses Huf
Und Rades Wucht. Schau, darum ist
Verödet deine Stätte worden,
Und du ein irres Küchlein bist,
Sich duckend unter Geierhorden.

Vorüber ist die heil'ge Zeit,
Wo deine Sinne ihn erkannt;
Noch seiner Wunder Herrlichkeit
Zieht nur als Sage durch das Land.
Der Weise wiegt sein schweres Haupt,
Der Tor will dessen sich entschlagen,
Und nur die fromme Einfalt glaubt
Und mag die Opfergabe tragen.

O bringt sie nur ein willig Tun,
Ein treues Kämpfen zum Altar,
Dann wird auf ihr die Gnade ruhn,
Ein hohes Wunder immerdar.
Doch bleibt es wahr: der Gegenwart
Gebrochen sind gewalt'ge Stützen,
Seit unsren Sinnen trüb und hart
Verhüllt ward seiner Zeichen Blitzen.

War einst erhellt der schwanke Steg,
Und klaffte klar der Abgrund auf,
Wir müssen suchen unsren Weg
Im Heiderauch ein armer Hauf.
Des Glaubens köstlich teurer Preis
Ward wie gestellt auf Gletschers Höhen;
Wir müssen klimmen über Eis
Und schwindelnd uns am Schlunde drehen.

Was, Herr, du ließest fort und fort,
Hat in die Seele wohl gebrannt;
Doch bleibt es ein geschriebnes Wort,
Unsichtbar die lebend'ge Hand.
Ach, nur wo Grübeln nicht und Stolz
Am Stamme nagt seit Tag und Jahren,
Blieb frisch genug das mark'ge Holz,
Frei durch Jahrtausende zu fahren.

So ist es, wehe, schrecklich wahr,
Daß Mancher, der zum starken Mast
Geschaffen, in der Zeit Gefahr
Die Glaubenssegel hat gebraßt,
Nun dürre Säule nackt und schwer
Nur krachend kündet durch das Wehen,
Hier sei in Zweifels schwarzem Meer
Ein mächtig Schiff am Untergehen.

O sende, Retter, deinen Blitz,
Der ihm den frommen Hafen hellt,
Da einst der starke Mast als Sitz
Der Pharuslampe sei gestellt.
Es trägt Gebirge ja dein Land,
Wo Cedern sich zu Cedern einen;
Laß nicht ein Sturmlicht den Verstand
Und einen Fluch die Kraft erscheinen!

Als Stephanus mit seinem Blut
Besiegelte den Christussinn,
Da legten Mörder, heiß vor Wut,
Zu eines Jünglings Füßen hin,
Der stumm und finster sich gesellt,
Die Kleider staubig, schweißbefeuchtet:
Und der ward Paulus, Christi Held,
Des Strahl die ganze Welt durchleuchtet.

 

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Winter op Burg Hülshoff, waar von Droste-Hülshoff werd geboren.



Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

 

David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski, Mani Beckmann, Alejo Carpentier

 

De Amerikaanse schrijver David Sedaris werd geboren in Binghamton, New York, op 26 december 1956. Zie ook alle tags voor David Sedaris op dit blog.

Uit: Me Talk Pretty One Day 

“No one else had been called, so why me? I ran down a list of recent crimes, looking for a conviction that might stick. Setting fire to a reportedly flameproof Halloween costume, stealing a set of barbecue tongs from an unguarded patio, altering the word on a list of rules posted on the gymnasium door; never did it occur to me that I might be innocent.
"You might want to take your books with you," the teacher said. "And your jacket. You probably won't be back before the bell rings."
Though she seemed old at the time, the agent was most likely fresh out of college. She walked beside me and asked what appeared to be an innocent and unrelated question: "So, which do you like better, State or Carolina?"
She was referring to the athletic rivalry between the Triangle area's two largest universities. Those who cared about such things tended to express their allegiance by wearing either Tar Heel powder blue, or Wolf Pack red, two colors that managed to look good on no one. The question of team preference was common in our part of North Carolina, and the answer supposedly spoke volumes about the kind of person you either were or hoped to become. I had no interest in football or basketball but had learned it was best to pretend otherwise. If a boy didn't care for barbecued chicken or potato chips, people would accept it as a matter of personal taste, saying, "Oh well, I guess it takes all kinds." You could turn up your nose at the president or Coke or even God, but there were names for boys who didn't like sports. When the subject came up, I found it best to ask which team my questioner preferred. Then I'd say, "Really? Me, too!"
Asked by the agent which team I supported, I took my cue from her red turtleneck and told her that I was for State. "Definitely State. State all the way."
It was an answer I would regret for years to come.
"State, did you say?" the agent asked.
"Yes, State. They're the greatest."

 

 
David Sedaris (Binghamton, 26 december 1956)

Lees meer...

Jean Toomer, Hans Brinkmann, Willy Corsari, Alfred Huggenberger, René Bazin, Julien Benda

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Jean Toomer werd geboren op 26 december 1894 in Washington, D.C. Zie ook alle tags voor Jean Toomer op dit blog.

 

People

To those fixed on white,
White is white,
To those fixed on black,
It is the same,
And red is red,
Yellow, yellow-
Surely there are such sights
In the many colored world,
Or in the mind.
The strange thing is that
These people never see themselves
Or you, or me.

Are they not in their minds?
Are we not in the world?
This is a curious blindness
For those that are color blind.
What queer beliefs
That men who believe in sights
Disbelieve in seers.

O people, if you but used
Your other eyes
You would see beings.

 

 
Jean Toomer (26 december 1894 – 30 maart 1967)
Cover

Lees meer...

Thomas Gray Jean Galtier-Boissière, Ernst Moritz Arndt, Johann Gaudenz von Salis-Seewis, E. D. E. N. Southworth, Jean-François de Saint-Lambert

 

De Engelse dichter en geleerde Thomas Gray werd geboren op 26 december 1716 in Londen. Zie ook alle tags voor Thomas Gray op dit blog.

 

The Bard

1.1
Ruin seize thee, ruthless King!
Confusion on thy banners wait,
Tho' fanned by Conquest's crimson wing
They mock the air with idle state.
Helm, nor Hauberk's twisted mail,
Nor even thy virtues, Tyrant, shall avail
To save thy secret soul from nightly fears,
From Cambria'sÊ curse, from Cambria's tears!'
Such were the sounds, that o'er the crested pride
Of the first Edward scatter'd wild dismay, 10
As down the steep of Snowdon's shaggy sideÊ
He wound with toilsome march his long array.
Stout Glo'ster stood aghast in speechless trance:
'To arms!' cried Mortimer, and couch'd his quiv'ring lance.

I.2

On a rock, whose haughty brow
Frowns o'er old Conway's foaming flood,
Robed in the sable garb of woe,
With haggard eyes the Poet stood;
(Loose his beard, and hoary hair
Stream'd, like a meteor, to the troubled air) 20
And with a Master's hand, and Prophet's fire,
Struck the deep sorrows of his lyre.
'Hark, how each giant-oak, and desert cave,
Sighs to the torrent's aweful voice beneath!
O'er thee, oh King! their hundred arms they wave,
Revenge on thee in hoarser murmurs breath;
Vocal no more, since Cambria's fatal day,
To high-born Hoßl's harp, or soft Llewellyn's lay.

 

 
Thomas Gray (26 december 1716 – 30 juli 1771)
The Bard door Tnomas Jones uit 1774 werd geïnspireerd door het gedicht van Gray

Lees meer...

25-12-15

Am Weihnachtstage (Annette von Droste-Hülshoff)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Aanbidding der herders door Peter Paul Rubens, 1608

 

 

Am Weihnachtstage

Durch alle Straßen wälzt sich das Getümmel,
Maultier, Kamele, Treiber: welch Gebimmel!
Als wolle wieder in die Steppe ziehn
Der Same Jakobs, und Judäas Himmel
Ein Saphirscheinen über dem Gewimmel
Läßt blendend seine Funkenströme sprühn.

Verschleiert' Frauen durch die Gassen schreiten,
Mühselig vom beladnen Tiere gleiten
Bejahrte Mütterchen; allüberall
Geschrei und Treiben, wie vor Jehus Wagen.
Läßt wieder Jezabel ihr Antlitz ragen
Aus jener Säulen luftigem Portal?

's ist Rom, die üpp'ge Priesterin der Götzen,
Die glänzendste und grausamste der Metzen,
Die ihre Sklaven zählt zu dieser Zeit.
Mit einem Griffel, noch von Blute träufend,
Gräbt sie in Tafeln, Zahl auf Zahlen häufend,
Der Buhlen Namen, so ihr Schwert gefreit.

O Israel, wo ist dein Stolz geblieben?
Hast du die Hände blutig nicht gerieben,
Und deine Träne, war sie siedend Blut?
Nein, als zum Marktplatz deine Scharen wallen,
Verkaufend, feilschend unter Tempels Hallen;
Mit ihrem Gott zerronnen ist ihr Mut!

Zum trüben Irrwisch ward die Feuersäule,
Der grüne Aaronsstab zum Henkerbeile,
Und grausig übersteint das tote Wort
Liegt, eine Mumie, im heil'gen Buche,
Drin sucht der Pharisäer nach dem Fluche,
Ihn donnernd über Freund und Fremdling fort.

So, Israel, bist du gereift zum Schnitte,
Wie reift die Distel in der Saaten Mitte;
Und wie du stehst in deinem grimmen Haß
Genüber der geschminkt und hohlen Buhle,
Seid gleich ihr vor gerechtem Richterstuhle,
Von Blute sie und du von Geifer naß.

O tauet, Himmel, tauet den Gerechten!
Ihr Wolken, regnet ihn, den wahr und echten
Messias, den Judäa nicht erharrt!
Den Heiligen und Milden und Gerechten,
Den Friedenskönig unter Hassesknechten,
Gekommen zu erwärmen, was erstarrt!

Still ist die Nacht; in seinem Zelt geborgen
Der Schriftgelehrte späht mit finstren Sorgen,
Wann Juda's mächtiger Tyrann erscheint.
Den Vorhang lüftet er, nachstarrend lange
Dem Stern, der gleitet über Äthers Wange,
Wie Freudenzähre, die der Himmel weint.

Und fern vom Zelte über einem Stalle,
Da ist's, als ob aufs niedre Dach er falle;
In tausend Radien sein Licht er gießt.
Ein Meteor, so dachte der Gelehrte,
Als langsam er zu seinen Büchern kehrte.
O weißt du, wen das niedre Dach umschließt?

In einer Krippe ruht ein neugeboren
Und schlummernd Kindlein; wie im Traum verloren
Die Mutter kniet, Weib und Jungfrau doch.
Ein ernster, schlichter Mann rückt tief erschüttert
Das Lager ihnen; seine Rechte zittert
Dem Schleier nahe um den Mantel noch.

Und an der Türe stehn geringe Leute,
Mühsel'ge Hirten, doch die Ersten heute,
Und in den Lüften klingt es süß und lind,
Verlorne Töne von der Engel Liede:
Dem höchsten Ehr' und allen Menschen Friede,
Die eines guten Willens sind!

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
„Winterträume“ op Burg Hülshoff, waar von Droste-Hülshoff werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 25e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

Karin Amatmoekrim, David Pefko, Quentin Crisp, Sabine Kuegler, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit: Wanneer wij samen zijn

“En toch, toen de zon twee keer was ondergegaan en toch weer opkwam, liet ze de vrouwen toe haar te baden en merkte dat haar pijn nog steeds levensgroot maar toch opeens draaglijk werd. Ze begroef het kind op de islamitische begraafplaats naast het dorp. Ze koos een koel plekje onder een grote boom, waar vuurrode bloemen opschoten en daarmee het graf markeerden en gaf het kind een naam die ze aan niemand anders, zelfs niet aan Wagiman, vertelde. Dit was háár kind en het had ervoor gekozen geen deel uit te maken van het leven van andere mensen. Zij zou die wens, als het er al een was, respecteren en begroef het kind anoniem, maar riep het bij zijn naam in haar dromen en haar nachtmerries.
Na het verlies van hun kind lette Wagiman extra goed op Soemi. Als ze bij ho e uitzondering vlees of kip aten, zorgde hij ervoor dat ze haar stuk niet onäer de kinderen verdeelde en als de kleintjes druk waren, maande hij ze streng rustig te zijn in de buurt van hun moeder. Deze bezorgdheid om Soemi maakte hem steeds intoleranter tegenover zijn kinderen, die hem op een gegeven moment alleen nog boos kenden. Soemi, die door het verlies van een baby steeds meer besefte hoeveel haar kinderen voor haar betekenden, bedekte elke streek en alle kattenkwaad met de mantel van haar liefde. Wanneer de kinderen Wagimans geduld op de roef gesteld hadden wilde hi', hoe kalm hij meestal ook was, nogal eens een d’riftbui hebben. Dan vlogen cle pannen door het huis en stoven de kinderen, al dan niet schuldig aan hetgeen hem kwaad maakte, de trap af naar buiten. Hij was nooit lang boos, maar zijn straffen waren streng. Soms strenger dan Soemi kon aanzien, waardoor zi' meerdere malen een gestraft kind uit zijn hoek - waar het voor een bepaalde tijd was neergezet - haalde en het troostte zonder te vragen wat er was gebeurd en of het kind ervan geleerd had.”

 

 
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

Lees meer...

Friedrich Wilhelm Weber, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Alfred Kerr, Christian Geissler, Ute Erb

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

Maria, Mittlerin (Fragment)

Es gibt so bittre Stunden
Im wirren Lebenslauf,
Da brechen alte Wunden
Mit neuen Schmerzen auf.
Der Frühling ist verdorben,
Der Sonnenschein erstorben,
Und trüb‘ und schwer der Mut:
Dann denk‘ ich Dein, Maria,
Und gleich ist alles gut.

In schlummerlosen Nächten,
Wie scheint das Leben schwer,
Ein Kampf mit finstren Mächten,
Trostlos und liebeleer.
Doch flieht, sobald ich wende
Zum Himmel Herz und Hände,
Des Argen böse Brut:
Und denk‘ ich Dein, Maria,
So ist schon alles gut.

Und wenn mich niederzwingen
Unmut und Überdruss,
Weil gar nichts will gelingen
Von allem, was ich muss:
Wag‘ ich vor Gott zu treten
Und recht um Rat zu beten
In rechter Andachtsglut,
Und denke Dein, Maria,
Dann ist schon alles gut.

 

 
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
Althausen, markt met stadsslot

Lees meer...

24-12-15

The Shepherds (William Drummond)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Die Verkündigung an die Hirten door Christian Wilhelm Ernst Dietrich, 1758

 

 

The Shepherds

O than the fairest day, thrice fairer night!
    Night to blest days in which a sun doth rise
Of which that golden eye which clears the skies
Is but a sparkling ray, a shadow-light!

And blessed ye, in silly pastors' sight,
    Mild creatures, in whose warm crib now lies
That heaven-sent youngling, holy-maid-born wight,
    Midst, end, beginning of our prophecies!

Blest cottage that hath flowers in winter spread,
    Though withered - blessed grass that hath the grace
    To deck and be a carpet to that place!

Thus sang, unto the sounds of oaten reed,
    Before the Babe, the shepherds bowed on knees;
    And springs ran nectar, honey dropped from trees.

 

 

 
William Drummond (13 december 1585 - 4 december 1649)
Hawthornden Castle, waar William Drummond werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

09:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, kerstavond, william drummond, romenu |  Facebook |