26-08-15

Laura van der Haar

 

De Nederlandse dichteres Laura van der Haar werd geboren in Groningen in op 26 augustus 1982. Zij studeerde journalistiek, vormgeving, geschiedenis en archeologie. Ze woont in Amsterdam waar ze werkt als archeoloog. Naast haar werk doet ze de Schrijversvakschool en is ze redacteur bij Hard//hoofd. Zij won op 14 december 2012 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. Zie ook alle tags voor Laura van der Haar op dit blog.

 

grip

bomen staan voor je klaar
belangrijk is nu
eerst de zaag aan te zetten
dan pas contact met de bast

de meubels thuis, de vensterbank ondertussen: overal zand
op tafel ligt plastic
verschillende groenten

stevig in de banden van je rugzak knijpen
en maar doorstappen daar in de berm

aan de overkant zijn typisch Noord-Europese weilanden
die er zo bedremmeld bij kunnen liggen in de regen

de graszoden worden zachtjes losgeknuppeld, de schapen
steeds dunner
en meer uit het lood geslagen

 

 

asfalteren

deze jongen heeft het donker in zijn ogen
ziet een beetje klam om de mond
met hem is het keldertje spelen
of niets

zeg maar wat je wilt
(de meeste mensen kiezen keldertje spelen)

ik kneep mijn neus dicht
hield mijn adem in

al best vroeg ontdekte ik
dat je handen van een ander nodig hebt

hoe dan ook

 

 
Laura van der Haar (Groningen, 26 augustus 1982)

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: laura van der haar, romenu |  Facebook |

25-08-15

Martin Amis, Howard Jacobson, Charles Wright, Maxim Biller, Frederick Forsyth, Jògvan Isaksen, Johann Gottfried von Herder

 

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog en ook mijn blog van 25 augustus 2010.

Uit: Denton's Death

“Suddenly Denton realized that there would be three of them, that they would come after dark, that their leader would have his own key, and that they would be calm and deliberate, confident that they had all the time they needed to do what had to be done. He knew that they would be courtly, deferential, urbane - whatever state he happened to be in when they arrived - and that he would be allowed to make himself comfortable; perhaps he would even be offered a last cigarette. He never seriously doubted that he would warm to and admire all three at once, and wish only that he could have been their friend. He knew that they used a machine. As if prompted by some special hindsight, Denton thought often and poignantly about the moment when the leader would consent to take his hand as the machine began to work. He knew that they were out there already, seeing people, making telephone calls; and he knew that they must be very expensive.
At first, he took a lively, even rather self-important interest in the question of who had hired the men and their machine. Who would bother to do this to him? There was his brother, a huge exhausted man whom Denton had never liked or disliked or felt close to or threatened by in any way: they had quarreled recently over the allotment of their dead mothers goods, and Denton had in fact managed to secure a few worthless extras at his brothers expense; but this was just one more reason why his brother could never afford to do this to him. There was a man at the office whose life Denton had probably ruined: having bullied his friend into assisting him with a routine office theft, Denton told all to his superiors, claiming that he had used duplicity merely to test his colleague (Denton's firm not only dismissed the man — they also, to Denton's mild alarm, successfully prosecuted him for fraud); but someone whose life you could ruin so easily wouldn't have the determination to do this to him.”

 

 
Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

Lees meer...

Kees Stip

 

De Nederlandse Cornelis Jan (Kees) Stip werd geboren in Veenendaal op 25 augustus 1913. Hij bediende zich van veel pseudoniemen, waaronder Trijntje Fop en Chronos. Stip studeerde klassieke talen aan de Rijksuniversiteit Utrecht en was lid van studentenvereniging Unitas waar hij Albert Alberts, Leo Vroman en Anton Koolhaas leerde kennen. In de Tweede Wereldoorlog werd een gedicht van hem anoniem en illegaal verspreid:Dieuwertje Diekema, een persiflage op het gedicht Mária Lécina (1932) van de dichter J.W.F. Werumeus Buning. Na de oorlog werkte Stip als tekstschrijver bij de Legervoorlichtingsdienst en de Rijksvoorlichtingsdienst. Van 1951 tot 1979 was hij redactielid van het Polygoon-bioscoopjournaal. In 1950 maakte Stip een dichtbundel, “Vijf variaties op een misverstand”, over de noodlottigheden van Pyramus en Thisbe, in de stijl van vijf Nederlandse auteurs: Speenhoff, Jan Prins, Nijhoff, Gorter en Vondel. Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop (ontleend aan een van de dichtende klasgenoten van Woutertje Pieterse) dierenversjes voor de Volkskrant. In de loop der jaren schreef hij er vele honderden, die in diverse bladen en bundels werden gepubliceerd. Ook leverde hij teksten aan Wim Kan. Een grote verzameling "Trijntje Fops" verscheen in 1988 onder de titel “Het Grote Beestenfeest”. De verzamelde gedichten (inclusief de "Trijntje Fops") van Kees Stip verschenen in 1993 onder de titel “Lachen in een leeuw” Deze laatste titel is ontleend aan het Trijntje Fop-gedicht "Op een spreeuw". De bekendste Trijntje Fop is misschien wel "Op een bok" (uit Het Grote Beestenfeest). Dit versje is bekend geworden doordat het zijn eigen standbeeld heeft. Sinds 1978 staat te Siddeburen een stenen bok met het versje op de sokkel (de Siddebuurster Bok). Aanvankelijk stond het aan de Oudeweg, later is het verplaatst naar de hoek van de Poststraat/Lougpadje in Siddeburen. In 1985 stelde het literaire tijdschrift De tweede ronde de Kees Stip Prijs in voor light verse.

 

 

De bok van Siddeburen

In Siddeburen was een bok
die machtsverhief en worteltrok.
Die bok heeft onlangs onverschrokken
de wortel uit zichzelf getrokken,
waarna hij zonder ongerief
zich weer in het kwadraat verhief.
Maar ‘t feit waardoor hij voort zal leven
is, dat hij achteraf nog even
de massa die hem huldigde
met vijf vermenigvuldigde

 

 

Nog eens Holland

Ik hou van deze veel te lage grauwe
lucht boven dit nog eens zo lage land.
Kom kameraden, klim eens op een krant
en jubel dat we Holland willen houen.

Of ga eens juichen aan het vlakke strand
en waai van Callantsoog naar Westerschouwen.
In vijf minuutjes ben je al verkouwen
met natte voeten en een neus vol zand.

Al scheppend zag God neer uit den hoge
en scheidde toen het natte van het droge.
Dat hoeft hier niet. Bij ons schept Waterstaat
water uit land, en land waar water staat.
We plassen in de plassen met een boogje
en hebben er ons natje en ons droogje.

 

 

Op twee slakken

Twee slakken waren al sinds jaren
op weg van Groningen naar Haren.
Ten slotte kwam geheel ontdaan
de oudste aan het eindpunt aan.
Hij slikte en sprak diep bewogen:
'Mijn broer is uit de bocht gevlogen.'

 

 
Kees Stip (25 augustus 1913 – 27 juni 2001)

19:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kees stip, romenu |  Facebook |

24-08-15

John Green, Drs. P, Marion Bloem, Stephen Fry, Jorge Luis Borges, A. S. Byatt

 

De Amerikaanse schrijver John Green werd geboren in Indianapolis, Indiana, op 24 augustus 1977. Zie ook alle tags voor John Green op dit blog.

Uit: Paper Towns (Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders)

“Zoals ik het zie krijgt ieder mens een wonder. Dat zit zo: ik zal wel nooit door de bliksem worden getroffen of een Nobelprijs winnen of dictator van een eilandje in de Stille Zuidzee worden of terminale oorkanker krijgen of spontaan in brand vliegen. Maar als je alle onwaarschijnlijke dingen bij elkaar neemt, krijgt ieder van ons vast wel met minstens één ervan te maken. Ik had het kikkers kunnen zien regenen. Ik had voet op Mars kunnen zetten. Ik had door een walvis verslonden kunnen worden. Ik had met de koningin van Engeland kunnen trouwen of maanden op zee kunnen overleven. Maar mijn wonder was anders. Mijn wonder was dit: dat van alle huizen in alle woonwijken in heel Florida, het huis waar ik kwam wonen nu net het huis naast dat van Margo Roth Spiegelman was.
Onze woonwijk, Jefferson Park, was vroeger een marinebasis. Maar toen had de marine die niet meer nodig en gaven ze het land terug aan de burgers van Orlando, Florida, die besloten er een enorme woonwijk te bouwen, want dat doen ze in Florida met land. Vlak nadat de eerste huizen waren gebouwd, kwamen mijn ouders en die van Margo er wonen, naast elkaar. Margot en ik waren twee jaar.
Voor Jefferson Park een soort Pleasantville werd, en voor het een marinebasis was, was het eigendom van een echte Jefferson, een man die Dr. Jefferson Jefferson heette. Er is een school in Orlando die naar Dr. Jefferson Jefferson is genoemd, en ook een grote liefdadigheidsinstelling, maar het fascinerende en raar-maar-ware aan Dr. Jefferson Jeffferson is dat hij helemaal geen doctor was.
Hij was gewoon iemand die sinaasappelsap verkocht en Jefferson Jefferson heette. Toen hij rijk en machtig werd stapte hij naar de rechter en maakte van Jefferson zijn tweede voornaam door als eerste voornaam ‘Dr.’ te kiezen. Hoofdletter D. Kleine letter r. Punt.
Margo en ik waren negen. Omdat onze ouders bevriend waren, speelden we soms met elkaar. Dan reden we op onze fiets langs de doodlopende stratennaar Jefferson Park, de naaf van het wiel dat onze wijk vormde.”

 

 
John Green (Indianapolis, 24 augustus 1977)

Lees meer...

Pepijn Lanen

De Nederlandse schrijver en rapper Pepijn Lanen werd geboren in Utrecht op 4 augustus 1982. Lanen is opgegroeid in Utrecht waar hij naar de Kathedrale Koorschool ging. De middelbare school heeft hij voltooid aan het Christelijk Gymnasium. Op latere leeftijd verhuisde hij naar Amsterdam en ging hij European Studies studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 2000 richtte Pepijn samen met zijn neef Nils Kenninck, zijn broer Sander Lanen en Bas Bron de rapgroep Spaarndammerbuurtkliek op. In 2004 ontmoette hij Freddy Tratlehner (Vieze Fur) en Olivier Locadia (Willie Wartaal) en ontstond De Jeugd van Tegenwoordig. Het nummer Watskeburt?! werd in 2005 uitgebracht bij Magnetron Music en werd direct een grote hit. Samen met Pièt Par’ra & Rimer London startte Pepijn een zijproject onder de naam Le Le. Onder dit alias verschenen singles en albums als “Skinny Jeans”, “Breakfast” en “Flage”. Lanen bracht in 2012 zijn eerste soloplaat uit: “Coco”. In 2013 tekende Pepijn een contract bij uitgeverij Ambo/Anthos voor zijn boek “Sjeumig”, een boek met korte verhalen. Het verscheen op 14 november 2013. In januari 2016 verscheen zijn roman Naamloos. Lanen is verder vooral bekend onder zijn artiestennaam Faberyayo.

Uit: Sjeumig

“Haar haren roken naar sigaretjes; maar niet per se op een onprettige manier. Zijn borst danste de dans van de driedagenkater tot in zijn keel, als ware zijn borstkas zo’n vreselijke djembé en ware zijn hart de in eelt ondergedompelde knuistjes van een krust met een slapgedraaide, half opgerookte, half shag, half eigen teelt wietjoint. Ze woonde leuk, dacht hij bij zichzelf. Haar naam was hij niet helemaal vergeten maar had hij ook expres niet helemaal onthouden, en hield zodoende nu in zijn hoofd het midden tussen drie vrouwennamen waarvan hij vond dat dit soort gezichten ze wel vaker droegen. Mariatna. Zoiets. Hij herinnerde zich een nikserige avond vol baldadige seksualiteit van hem uit en een slordige zoensituatie met zoveel tong en open mond dat hun beider gebitten van tijd tot tijd tegen elkaar aan kletterden. Uit reflectie schoot zijn tong over zijn voortanden, waar hij direct spijt van had. Het was eender het baffen van een onaangenaam persoon met een fris gestorte betonvloeren anus.
Na het sluiten van café-bar Om ’t Even waren ze tezamen naar haar woning vertrokken, alwaar ze had aangeboden een ei voor hem te bakken. Een laffe pot seks was gevolgd. Los van het feit dat, ergens tien minuten de vleesdans in, een spiegel zijn oog had gevangen, waarna hij in de reflectie had gadegeslagen dat zijn lichaam de kleur had van een uitgedroogde Saksische leverworst, had zij veelvuldig gesproken over zijn ‘piemel’, wat hem onherroepelijk had opgezadeld met het beeld van schrijver Arnon Grunberg. Nu was er niet direct iets mis met meneer Grunberg als schrijver, alhoewel hij wel van tijd tot tijd zijn vraagtekens had bij diens publicaties, maar het was evenwel niet een beeld waar hij tijdens de nachtelijke pomp op zat te wachten. Het einde stond hem niet heel helder meer bij, maar zijn gevoel zei hem dat eenieder uiteindelijk enigszins tevreden in slaap was gevallen. Hij moest zeiken als een otter. Dit kwam doordat zijn blaas helemaal vol zat met een combinatie van nacht- en ochtendurine. En omdat het meisje met het sigaretjeshaar met het kniegewricht van een van haar benen er precies bovenop in slaap was gevallen. Ze leek in een diepe slaap. Misschien droomde ze wel van een korte novelle. Van Grunberg. Over ochtendurine. Joost mocht het weten wat hem betrof. Het kniegewricht hield hem tegen zijn wil geklemd tegen een ongelijk matras, waarschijnlijk voorgevormd naar een zwaarlijvige geest uit haar romantische verleden. Hij was een gevangene van vlees en bed.”

 

 
Pepijn Lanen (Utrecht, 4 augustus 1982)

18:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pepijn lanen, romenu |  Facebook |

23-08-15

Charles Busch, Albert Alberts, Ilija Trojanow, Willy Russell, Gustav Ernst

 

De Amerikaanse schrijver en acteur Charles Busch werd geboren op 23 augustus 1954 in New York. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Charles Busch op dit blog.

Uit: Psycho Beach Party

« Chicklet, a wholesome All-American teenage girl suffers from a multiple personality syndrome. At the big luau, Starcat, a surfer and a psychology major, hypnotizes her and she reveals the dark secret that has caused her personality to fracture.
CHICKLET
I was so angry with my mother. I wanted to hurt her. I took my brother Frankie’s hand and we crossed the street to the playground. There were these awful slum children playing, pounding strange primitive instruments. A sharp breeze caused the wild flowers to have the wizened faces of starving circus clowns. The sky seemed so threatening, as if the clouds were created of demented angels warning me to flee. But I couldn’t. I look down and there’s a pale green snake slithering along the crack of the pavement, a cooly seductive creature on its way to a lizard ball. This viridian temptress stops to deliver me a message.
A perverse billet-doux that I must disobey my mother. No, no, I can’t do that. I love my mother. She’s kind and beautiful. The snakes multiply, in a moment, there are reptiles covering the jungle gym making those steel bars as green as grass and terrifyingly alive. And all of them whispering “Go on, go on, go on the swings. Your mother doesn’t love you.
She loathes the very sight of you.” I looked at my little brother, wearing his red overalls with the little fishes. I said, “Frankie, let’s go on the swings. It’ll be fun. I don’t care what Mama said,” He got on the swing and I pushed him. Harder and harder I pushed him until he was soaring into the clouds and that’s when I dared him. I dared him, “I bet you can’t stay on with no hands.” He took me up on the bet and let go, and my wonderful little twin brother, this adorable little boy who loved and trusted me, he flew off the swing and into the outstretched arms of those ghastly angels and I never saw him again until we found his crushed, little body in thedumpster next door!“

 

 
Charles Busch (New York, 23 augustus 1954)
Lauren Ambrose als Chicklet en Charles Busch (r) als Captain Monica Stark in een opvoering in 2000

Lees meer...

Ephraïm Kishon, William Henley, Edgar Lee Masters, Theobald Hock, Andrei Pleşu, Aleksander Grin

 

De Hongaars/Israëlische schrijver Ephraïm Kishon werd op 23 augustus 1924 in Boedapest geboren. Zie ook mijn blog van 23 augustus 2010 en ook alle tags voor Ephraïm Kishon op dit blog.

Uit:The Silver Frenzy

“I reconnoitered the flat and silver-painted two worn-down door handles, a dripping kitchen tap, and three aluminum saucepans (after the treatment they looked like new), plus the cactus pot and the cactus spines, a few trifles like a shoehorn, an ash tray, two footstools, and the kitchen table.
By then I really wanted to stop, because I felt I was falling from one extreme to the other, but when I saw the paint flaking off my faithful old motorcycle, the least I could do was drag it out onto the porch and highlight its streamlined form. But my tackling the rear chain as well points to a certain deterioration of my mental balance, no doubt brought about by the inhu­man weather. By then I had completely lost control over myself, and as the floor tiles had anyway become covered with a pattern of silver polka dots, it occurred' to me to relieve the monotony of the floor with a checkerboard effect.
After the checkerboard I said, "Now, enough!" But down on my knees in front of the stove, I gave it another coat. Then it occurred to me that it was in bad' taste to paint only two door handles silver, therefore I silver-plated all door and window handles, then devoted a few minutes to the picture frames and made a few changes in the reproduction of the Mona Lisa, dressing her in a silver lame evening gown, which fitted her imbecile smirk much better.
But while painting the sides of the radio set, I realized that my shoes had become covered with silver freckles, which I made disappear under an even layer. The shoes were literally shining, and I am really surprised that nobody has yet thought of making aluminum shoes, especially for wear with dark suits. After silvering the covers of the Encyclopaedia Britannica, I really decided to stop after rejuvenating the lamps, which I did while standing on a ladder. (Funny ladder: I could have sworn it was aluminum, though I knew it was wood!) I painted the light bulbs as well, and as I stood there on top of the. ladder, some paint spilled on the Persian rug, but I was pleasantly surprised to find that the rug had an amazing ability for absorbing silver paint, which proves what gratifying progress kibbutz industry has made".

 

 
Ephraïm Kishon (23 augustus 1924 – 29 januari 2005)

Lees meer...

22-08-15

Annie Proulx, Griet Op de Beeck, Krijn Peter Hesselink, Jeroen Theunissen, Dorothy Parker, Willem Arondeus, Gorch Fock

 

De Amerikaanse schrijfster en journaliste Annie Proulx werd geboren op 22 augustus 1935 in Norwich, Connecticut. Zie ook alle tags voor Annie Proulx op dit blog en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

Uit: Brokeback Mountain

“During the day Ennis looked across a great gulf and sometimes saw Jack, a small dot moving across a high meadow as an insect moves across a tablecloth; Jack, in his dark camp, saw Ennis as night fire, a red spark on the huge black mass of mountain.
Jack came lagging in late one afternoon, drank his two bottles of beer cooled in a wet sack on the shady side of the tent, ate two bowls of stew, four of Ennis's stone biscuits, a can of peaches, rolled a smoke, watched the sun drop.
"I'm commutin four hours a day," he said morosely. "Come in for breakfast, go back to the sheep, evenin get em bedded down, come in for supper, go back to the sheep, spend half the night jumpin up and checkin for coyotes. By rights I should be spendin the night here. Aguirre got no right a make me do this."
"You want a switch?" said Ennis. "I wouldn't mind herdin. I wouldn't mind sleepin out there."

 

 
Scène uit de film Brokeback Mountain uit 2005
Heath Ledger en Jake Gyllenhaal in de film uit 2005

 

"That ain't the point. Point is, we both should be in this camp. And that goddamn pup tent smells like cat piss or worse."
"Wouldn't mind bein out there."
"Tell you what, you got a get up a dozen times in the night out there over them coyotes. Happy to switch but give you warnin I can't cook worth a shit. Pretty good with a can opener."
"Can't be no worse than me, then. Sure, I wouldn't mind a do it."
They fended off the night for an hour with the yellow kerosene lamp and around ten Ennis rode Cigar Butt, a good night horse, through the glimmering frost back to the sheep, carrying leftover biscuits, a jar of jam and a jar of coffee with him for the next day saying he'd save a trip, stay out until supper.
"Shot a coyote just first light," he told Jack the next evening, sloshing his face with hot water, lathering up soap and hoping his razor had some cut left in it, while Jack peeled potatoes. "Big son of a bitch. Balls on him size a apples. I bet he'd took a few lambs. Looked like he could a eat a camel. You want some a this hot water? There's plenty."

 

 
Annie Proulx (Norwich, 22 augustus 1935)

Lees meer...

Gustaf Fröding, Panait Istrati, Wolfdietrich Schnurre, Irmtraud Morgner, Georges de Scudéry, Jean Regnault de Segrais

 

De Zweedse dichter Gustaf Fröding werd geboren op 22 augustus 1860 in Alsters gård bij Karlstad. Zie ook alle tags voor Gustaf Fröding op dit blog en ook mijn blog van 22 augustus 2010.

 

Es war Tanz Samstagnacht

Es war Tanz Samstagnacht, ein Lachen und Lärmen,
und es hallte weithin von den lustigen Schwärmen,
ein Juhu! und ein Hopp! und und ein Hej!
Nils Utterman sah man, den Spielmann und Narren,
wie er saß mit der Pfeife am Weg auf dem Karren,
spielte dudeli! dudeli! dej!

Da war Bolla, das prächtige Takene-Täubchen,
sie ist arm, aber hübsch mit dem reizenden Häubchen
und lustig und geckig und keck.
Da war Kersti, die trotzige, wandernde, wilde,
da war Finnbacka Britta und Kajsa und Tilde
und die stattliche Marja von Bäck.

Da war Petter von Toppsta und Gustaf von Backen,
das sind Jungs, die verstehn sich aufs Holzen und Hacken
und auf Mädchen im Tanz, holla hü!
Man sah Flaxman vom Torp und Niklas von Swängen
und Pistol, den Rekruten, im Tanze sich drängen  -
und Kall-Johan von Skräddareby.

Und als hätten sie Wespen in Hosen und Röcken,
so hüpften im Rejland die Gören und Gecken
und klickten und klackten wie toll,
und Rockschöße flatterten, Schürzelein flogen,
und Blondzöpfe schwangen und schwirrten im Bogen,
und die Pfeife, die schallte und scholl.

In dem Dickicht von Birken und Erlen und Hasel
war Geflüster, Getuschel, Gelärm und Gefasel
im schummrigen Schattenrevier,
es war Spiel und Geras’ über Steine und Stöcke,
es rauschten die Zweige und raschelten Röcke: 
- Wenn du willst, so hast du mich hier!

Es glommen die Sterne, den Platz zu erhellen,
und es lag ihr Schein auf den plätschernden Wellen,
auf dem laubwaldumkränzten See.
Und ein Duft lag schwer auf den blühenden Triften
von den harzigen Zapfen der Föhren und Fichten,
von Sträuchern und Blumen und Klee.

Und ein Fuchs stimmte ein in die lustigen Laute,
und ein Kauz schrie uhu! aus dem Brombeerkraute,
und sie hörten es nicht, was da schrie;
doch uhu! kam vom Getberg das Echo der Schreie
und als Antwort Nils Uttermans Dudelideie!
und ein dudeli di! dudeli!

 

Vertaald door Klaus-Rüdiger Utschick

 

 
Gustaf Fröding (22 augustus 1860 – 8 februari 1911)
Gustaf Fröding in de ziekenkamer door Richard Bergh 1909 

Lees meer...

21-08-15

Rogi Wieg, X.J. Kennedy, Elisabeth Alexander, Robert Stone, Aubrey Beardsley, Gennadi Ajgi, Lukas Holliger

 

De Nederlandse schrijver en dichter Rogi Wieg werd geboren op 21 augustus 1962 in Delft. Wieg overleed vorige maand op 53-jarige leeftijd. Zie ook mijn blog van 21 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Rogi Wieg op dit blog.

 

U bent

Toen U wegging brak U mijn hart.
Als U terug kon keren zou ik Uw nek breken.

Maar U heeft geen nek, alleen een onsterfelijke,
denkbeeldige lange hals, als van een fles van
dun glas die zich uitrekt over het water van de zee,
glas met daarin de geschiedenis van alles.

Als U terug kon keren zou ik de tafel dekken,
het brood breken en de wijn drinken. Ik zou
mijzelf aan het kruis slaan voor Uw bestaan.

U bent niet meer De Zoon en niet meer De Vader.
U bent het onbezielde veld en de ruimtetijd.

U bent de onbezielde zwaartekracht en het verloop
van de lichtstraal bij nacht, U bent de wiskunde
zonder zachte geest, U bent er nu en bent er
altijd al geweest. U bent de symbolen die men leest.

Maar niet De Zoon en niet De Vader. Niet De Geest.

Toen U wegging brak U mijn hart.
Als U terug kon keren zou ik U hardhandig wurgen.

U bent ooit toen ik kind was in mijn huis geweest.

 

 

Een huilend, sidderend blad

De fysicus zegt dat ik niet echt ben,
een hologram.Toch zoekt God
mijn gezelschap om niet alleen te zijn.

God zoeken is een ding, maar door God
worden gezocht is heel iets anders. Het is groter.

De natuurkunde sluit Hem uit het universum,
multiversum, uit het holisme en het veld van
quantumwaarschijnlijkheden.

Het hiernamaals is zo een huilend, sidderend blad
aan een boom, het valt tussen de bladen
van een woordenboek.

 

 

Iets anders

Hier is het verhaal uit,
het was geen oefening
in doodmaken, maar
iets anders. Ik wacht op
haar, eet dan iets met haar
en slaap, later in de nacht,
met haar. Ze leest op bed, in
de woonkamer doe ik Taak.

Zij wacht daar op mij, is bij mij,
zoals haar en mijn uitgestrekte
God op ons wacht en bij ons is,
hoog en laag. Ik schrijf vandaag

al 32 jaar mijn verzen. Dat is
64% van tijd die ik tot aan deze
avond toe besta. Zij weet hiervan,
kent procenten, volgemaakt getal.

En ik heb geen verbrijzeld, gekapt,
of afgebroken werk gemaakt.
Niet over haar, of onze God.
En ook niet over al dat andere.

 

 
Rogi Wieg (21 augustus 1962) – 15 juli 2015)

Lees meer...

20-08-15

Anneke Brassinga, Etgar Keret, Clemens Meyer, Arno Surminski, Maren Winter, Edgar Guest, Charles de Coster, Tarjei Vesaas

 

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Tedere nacht

Er komt een nacht
dat je liefhebt

niet wat mooi -
wat lelijk is.

Niet wat stijgt -
maar vallen moet.

Niet waar je helpen kan -
waar je hulpeloos bent.

Het is een tedere nacht
de nacht dat je liefhebt

wat liefde
niet redden kan.

 

 

Jongste dag

aarde is het plafond, vol bleke tastende
ranken. We waren ten slotte onder het gras
beland, om van hartstocht te verteren.

Hoor, hoe in den hogen grote koren blij opeens kwelen!
Stop met ijle vingers me de oren toe: wie
kan er boodschap hebben aan ons, die heimelijk

en traag in humus opgaan, zinnen strelend
van de diepste stof? Wij zullen opstaan
als gesteente, als een zee, een zwerfhond

of een wilde ui. Of als een zon
die bloedig alle zijnsgordijnen scheurend
ondergaat daarboven.

 

 

Verschiet te Rome

Ruïnes? Ik weet ze in mijn leven al.
Een weids terrein vol brokken, zelf gemaakt,
uit eigen grond gestampt. Maar avondgloed
te Rome, zachtvurige zonsravage regenboogbekroond
laat door geen glorieus verwoest bestaan
zich evenaren. Ik aanzie die wondere
ondergang, besef hoe mijne evenmin fataal
en keer op keer als voor het eerst zal zijn.

 

 

 
Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

Lees meer...

James Rollins

 

De Amerikaanse schrijver James Rollins (pseudoniem van James Paul Czajkowski) werd geboren in Chicago op 20 augustus 1961. In 2007 heeft hij op vraag van de filmproducent van de laatste Indiana Jonesfilm, Indiana Jones and the Kingdom of the Crystal Skull, het boek naar de film geschreven. Samen met zijn drie broers en drie zusters bracht hij zijn jeugd door in een berggebied in Canada. Daar verkende hij vaak de omliggende velden, de bevroren vijvers, en alles wat de natuur te bieden had. Omdat hij niet zeker was dat hij ging kunnen leven van het schrijverschap studeerde hij Diergeneeskunde aan de universiteit van Missouri, waar hij in 1985 tot doctor promoveerde. Een van de onderwerpen die hij tijdens zijn studies behandeld had was evolutie, een onderwerp dat hij ook verwerkte in “De Zwarte Orde”. Na zijn promotie verhuisde hij naar El Dorado County in Californië waar hij een praktijk begon. Daarnaast probeerde hij korte verhalen schrijven, waar hij echter geen uitgever voor kon vinden. Dus besloot hij om een ​​roman te schrijven. Nadat het manuscript voor “Sub Terra” na 49 mislukkingen was aanvaard door de vijftigste uitgever, werd het als zijn eerste werk gepubliceerd in 1999 onder het pseudoniem James Rollins. Kort tevoren was echter “Witch Fire” , in het Nederlands uitgegeven als “Het boek van Vuur”, verschenen onder het pseudoniem James Clemens. De daarop volgende 10 jaar bleef Rollins aan het werk in zijn praktijk en schreef hij minstens één boek per jaar. Pas toen in 2009 zijn boek​ “The Doomsday Key” op de 2e plaats van de bestsellerlijst van de New York Times terecht was gekomen, verkocht hij zijn praktijk. Onder het pseudoniem James Rollins heeft hij ook nog een aantal opzichzelfstaande boeken gepubliceerd, waarvan er maar vier in het Nederlands vertaald zijn, namelijk IJsjacht (Ice Hunt), Het Maya Mysterie (Jake Ransom And The Skull King's Shadow), De Sfinx (Jake Ransom And The Howling Sphinx) en "Hof van Eden" ("Altar of Eden").

Uit:The Bone Labyrinth

“6:22 a.m.
An abrupt knock on the door woke Maria in her office. Fueled by a vague sense of panic, she jerked up to an elbow. Her heart pounded in her throat. An open book, resting on her bosom, toppled to the floor. It took her a half breath to remember where she was — though no more than that, since she had spent many nights at work.
Calming herself, she glanced to the computer monitor on the neighboring desk. The screen scrolled with data from the latest genetic assay. She had fallen asleep while waiting for it to compile.
Damn . . . still processing.
“Y-yes?” she managed to croak out.
“Dr. Crandall,” a voice called through her office door. “I’m sorry to disturb you, but there’s a bit of a ruckus with Baako. I thought you should know.”
She sat quickly, recognizing the nasal twang of the animal husbandry student from Emory University.
“Okay, Jack, I’ll be right there.”
She climbed to her feet, took a swig of stale Diet Coke from the can on her desk to wash away her morning dry mouth, and headed into the hall.
The student on duty, Jack Russo, paced beside her.
“What happened?” she asked, trying to keep any accusation out of her voice, but her maternal instincts made her words harsher than she intended.
“Don’t know. I was cleaning some empty pens nearby when he just went off.”
She reached the door that led down to Baako’s domicile. Below, he had his own dedicated playroom, bedroom, and classroom, separate from much of the rest of the facility. During the day, under supervision, he also had a fair amount of free run of the hundred wooded acres that made up the field station of the Yerkes National Primate Research Center. The main facility was located at Emory University in Atlanta thirty miles away.”

 

 
James Rollins (Chicago, 20 augustus 1961)

19:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: james rollins, romenu |  Facebook |

19-08-15

Jonathan Coe, Li-Young Lee, Louis Th. Lehmann, Ogden Nash, Frank McCourt, Frederik Lucien De Laere, John Dryden

 

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook mijn blog van 19 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Rain Before It Falls

“Let me see, now. The caravan itself is half-obscured, in this picture, by overhanging trees. It had been placed, for some reason, in one of the most remote corners of the grounds, and left there for many years. This photograph captures it just as I remember it: eerie, neglected, the woodwork starting to rot and the metalwork corroding into rust. It was tiny, as this image confirms. The shape, I think, is referred to as “teardrop”: that is to say, the rear end is rounded, describing a small, elegant curve, while the front seems to have been chopped off, and is entirely flat. It’s a curious shape: in effect, the caravan looks as though it is only half there. The trees hanging over its roof and trailing fingers down the walls are some kind of birch, I believe. The caravan had been placed on the outskirts of a wood: in fact the dividing line between this wood–presumably common land–and the furthest reaches of Uncle Owen’s property was difficult to determine. A more modern caravan might have had a picture window at the front; this one, I see, had only two small windows, very high up, and a similar window at the side. No surprise, then, that it was always dark inside. The door was solid and dark, and made of wood, like the whole of the bottom half of the caravan–even the towbar. That’s an odd feature, isn’t it?–but I’m sure that I am right. It rested on four wooden legs, and always sat closer to the ground than it should have done, because both the tyres were flat. The windows were filthy, too, and the whole thing gave the appearance of having been abandoned and fallen into irreversible decay. But to a child, of course, that simply made it all the more attractive. I can only imagine that Ivy and Owen had bought it many years ago–in the 1920s, perhaps, when they were first married–and had stopped using it as soon as they had children. Inside there were only two bunks, so it would have been quite useless for family holidays.
How many weeks was it, I wonder, before Beatrix and I set up camp there together? Or was it only a matter of days? They say that split seconds and aeons become interchangeable when you experience intense emotion, and after my arrival at Warden Farm I was soon feeling a sense of loneliness and homesickness which I find it impossible to describe. I was beside myself with unhappiness.”

 

 
Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

Lees meer...

18-08-15

Marc Degens, Ulrich Woelk, Jami, Luciano de Crescenzo, Alain Robbe-Grillet, Brian Aldiss

 

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook alle tags voor Marc Degens op dit blog.

Uit: Fuckin Sushi

„ZURG: Stellt euch bitte mal vor.
R@: Also ich bin R@. Ich bin achtzehn Jahre alt und Sänger und Gitarrist von Fuckin Sushi. Und das neben mir ist Nino, sie spielt bei uns Keyboards.
NINO: Prost.
ZURG: Und Wie alt bist du?
NINO: Sechzehn.
R@: Und das ist Niels am Bass. Er Wird nächstes Jahr achtzehn. Und das ist Lloyd, unser Schlagzeuger. Wie alt bist du eigentlich?
LLOYD: Zweiundzwanzig.
R@: Was? Das ist ja uralt!
ZURG: Geht ihr noch zur Schule?
LLOYD: Ich schon lange nicht mehr, die anderen schon.
ZURG: Und was machst du beruflich?
LLOYD: Ich bin in der Internetbranche.
R@ (lacht): So kann man das auch nennen.
ZURG: Ich habe grad euer Konzert gesehen und fand es hammer. Wie lang gibt es Fuckin Sushi schon?
R@: Seit über einem Jahr. Angefangen haben Wir als Straßenmusiker. Das heißt Niels und ich. Wir waren ein Duo und nannten uns R@‘n'Niels. Unseren ersten Auftritt hatten wir in einem kleinen Kaffvor dem Oma-Café von Heino. Es war auch unser einziger Auftritt und eine Art musikalisches Bombing.
ZURG: Vor dem Heino-Café? Lebt der eigentlich noch?
R@: Keine Ahnung.
NIELS: Na klar!
R@: Meinetwegen. Als Nachstes kam Lloyd dazu und zum Schluss Nino. Unseren ersten Auftritt zu viert hatten Wir dann dieses Jahr im Marz.
ZURG: Es gibt nicht viele Madchen, die in einer Jungsband spielen. Wie ist das denn so?
NINO: Gut.“

 

 
Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

Lees meer...