03-02-16

Else Kemps

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Else Kemps werd geboren in Malden in 1995. Kemps is zo rond haar negende begonnen met het schrijven van odes aan een onbereikbare jeugdliefde. Inmiddels studeert ze Creative Writing aan Artez Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Het liefst schrijft ze over jongeren die gemiddeld drie keer per week een grens overgaan, sporadisch ook over dode cavia’s in een sokkenla.

 

Zilvervisjes

we kozen voor een bestaan buiten alle atlassen om.

de dag duurt van boven tot onder onze kleren
en van alles dat tikt zullen we zeggen dat het ijlt.

dit is wat we nog zullen bereiken: de bodem
van een fles, een climax samenvallend met de klokken
van een naamloze kerk en een tweetal records:

flauwste woordgrap, grootste aantal zilvervisjes
ooit gestorven in een douche.

er is geen levensbehoefte die we niet verwaarloosd hebben.
lust vervangt slaap vervangt honger, naakt discussiëren we
over hoe een oorlog zich beweegt.

ze sluipt, zeg jij, ze kan al onderweg zijn
en ik denk als een koortsdroom: dat ze opkomt
en weer afzwakt en dat nachtenlang.  

wat we beiden zeker weten: als we fluisteren
gaat ze aan ons voorbij.

 

 
Else Kemps (Malden, 1995)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: else kemps, romenu |  Facebook |

02-02-16

Lichtmess (Josef Weinheber)

 

Bij Maria Lichtmis

 


Presentatie in de tempel door Jan van Scorel, ca 1530

 

Lichtmess

Der Tag weht grau herauf.
Der Schnee vor meinem Fenster
liegt meterhoch zuhauf.

Und heute wird es wieder schnein,
und frieren tut es Stein und Bein —
Ich steh gleich gar nicht auf.

Was braut im nahen Tann?
Es will ein Licht sich rühren,
daß man es spüren kann.
Es wächst der Tag, so kindeljung,
schon gar um einen Hirschensprung —
Ich zieh mich hurtig an.

Will schauen, wie ichs mach.
Zu Lichtmeß Schnee und Finster,
das ist die rechte Sach.
Heraus den Schlitten — Jörg, spann ein,
die Wachsstöck leg mir hinterdrein,
fein unters Wagendach.

Und der da ist der größt.
Und gegen Blitz und Hagel
entzündt, das allerbest.
Mit dem geh ich ums Immenhaus,
und der treibt Sucht und Fieber aus —
So bin ich wohlgetröst.

In Gottes Namen denn!
Du liebe Sonne, scheine,
du gutes Lichtel, brenn!
Steig an und geh mit mildem Schein
ins Jahr, ins dunkle Herz hinein,
daß ich das Heil erkenn.

 

 

 
Josef Weinheber (9 maart 1892 - 8 april 1945)
Wenen. Josef Weinheber werd in Wenen geboren.

 


Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

19:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: maria lichtmis, josef weinheber, romenu |  Facebook |

Hella Haasse, Norbert Bugeja, Esther Gerritsen, James Joyce, Kees Torn, Eriek Verpale, Santa Montefiore

 

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook alle tags voor Hella Haasse op dit blog.

Uit De verborgen bron

"Ik heb mijn onrust, mijn onbehagen, trachten te sussen; blijkbaar ben ik al die jaren lang de waarheid stelselmatig uit de weggegaan. Ik ken je níét, Rina. Je bent mijn vrouw, wij hebben acht jaar onder hetzelfde dak gewoond, tafel en bed gedeeld; maar ik ken je niet, ik weet minder van jouw wezen dan van de schim van haar die je moeder is geweest.Jij bent een vreemde voor mij. Ik geef mij rekenschap van iets, dat ik, onbewust, al gevoeld moet hebben, telkens wanneer ik in jouw tegenwoordigheid overrompeld werd door het besef onverklaarbaar, ondraaglijk eenzaam te zijn. Je liep heen en weer, bezig met huishoudelijk werk, je zat voor je spiegel, je stond gebogen over de gasvlam in het laboratorium; ik was bij je, ik kon je aanraken, je zou antwoorden wanneer ik tegen je sprak, maar toch was ik alleen."
(…)

"Dit is, voor zover ik het mij herinneren kan, de geschiedenis van Arethusa, de nimf die in een bron veranderde. Zij behoorde tot het gevolg van Artemis, de godin van de jacht en van de maan. Eens daalde Arethusa af in de golven van de rivier de Alpheus om daar te baden. De stroomgod zag haar en begeerde haar. Zij vluchtte, maar de rivier trad uit zijn bedding om haat te achtervolgen. Arethusa, bevreesd voor de hartstochtelijk schuimende stortvloed, riep haar meesteres aan, de kuise eenzame Artemis, De godin veranderde haar in een bron, maar ook in die gedaante herkende haar Alpheus. Door een spleet in de rotsachtige bodem verdween de bron in ondergrondse spelonken. zo meende zij te kunnen ontkomen aan eenwording met de wilde stroom. zij baande zich een weg door de duisternis van de onderwereld; maar toen zij, na een eindeloze zwerftocht, weer te voorschijn sprong uit de grond, vond zijn daar Alpheus, de rivier, die haar gevolgd was door de grotten van de hades.

 

 
Hella Haasse (2 februari 1918 - 29 september 2011)

Lees meer...

Willem van Zadelhoff

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem van Zadelhoff werd geboren in Arnhem op 2 februari 1958. Van Zadelhoff volgde de docentenopleiding van de Arnhemse Toneelschool, waar hij in 1982 afstudeerde. Hij werkte vervolgens onder meer in een galerie, in het theater en als tekstschrijver voor televisie. Hij debuteerde met de roman “Een stoel” in 2003. Met “Holle haven” (2006) haalde hij de longlist van de Libris literatuurprijs 2007. “Ga niet weg is verschenen in de herfst van 2010. Voor zijn dichtbundel “Tijd en landen” werd hem de Herman de Coninckprijs 2009 voor het beste poëziedebuut toegekend. Van Zadelhoff woont afwisselend in Antwerpen en Amsterdam. Voor het Vlaamse dagblad De Standaard was hij recensent Duitse literatuur.

 

Tussen taal en teken

9
nu is de cirkel rond traag tekent het potlood
haar schouder langzaam ontstaat een herinnering
op papier een beeld van lang geleden waarvoor
geen woorden beschikbaar waren dat soort drogredenen
 
ook is nu wat was niet langer meer excuus
ik lees haar ik volg de lijnen van haar mond
met mijn vinger teken ik figuren in de lucht
ik kleed haar omgeving in zacht oranje licht
 
ik trakteer mezelf op verleden ik beuk de waarheid
op papier straks ga ik bloemen strooien op haar graf
luisteren naar dat oorverdovend zwijgen
dat stem gaf aan dat toch nog onverwacht verleden

 

 

Brommertje
 
Het begon langzaam. Iedereen keek gespannen hoe de eerste stralen het gras streelden. De dag verhief zich, zonder haast. Een pastoraal brommertje doorkruiste de stilte. Zonder dat brommertje wisten wij niet hoe stil onze stilte was. En het bracht brood en kaas. Niet iedereen reed op het brommertje. Iedere keer genoot ik weer van het geluid van zijn motortje. Daar had ik genoeg aan. Gisteren hadden we geen brood en kaas nodig. We beseften niet hoe stil het was toen we de zon zagen opkomen. Het was geen dag als alle anderen. Het was zondag.

 

 

 
Willem van Zadelhoff (Arnhem, 2 februari 1958)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: willem van zadelhoff, romenu |  Facebook |

01-02-16

Hugo von Hofmannsthal, Stijn Vranken, José Luis Sampredo, F. B. Hotz, Toine Heijmans, Dieter Kühn, Günter Eich

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

 

Für mich ...
Ghasel

Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche,
Mein Auge adelt mirs zum Zauberreiche:
Es singt der Sturm sein grollend‘ Lied für mich,
Für mich erglüht die Rose, rauscht die Eiche.
Die Sonne spielt auf goldnem Frauenhaar
Für mich – und Mondlicht auf dem stillen Teiche.
Die Seele les ich aus dem stummen Blick,
Und zu mir spricht die Stirn, die schweigend bleiche.
Zum Traume sag ich: »Bleib bei mir, sei wahr!«
Und zu der Wirklichkeit: »Sei Traum, entweiche!«
Das Wort, das Andern Scheidemünze ist,
Mir ists der Bilderquell, der flimmernd reiche.
Was ich erkenne, ist mein Eigentum,
Und lieblich locket, was ich nicht erreiche.
Der Rausch ist süß, den Geistertrank entflammt,
Und süß ist die Erschlaffung auch, die weiche.
So tiefe Welten tun sich oft mir auf,
Daß ich drein glanzgeblendet, zögernd schleiche,
Und einen goldnen Reigen schlingt um mich
Das längst Gewohnte, das alltäglich Gleiche.

 


Frage

Merkst du denn nicht, wie meine Lippen beben?
Kannst du nicht lesen diese bleichen Züge,
Nicht fühlen, daß mein Lächeln Qual und Lüge,
Wenn meine Blicke forschend dich umschweben?

Sehnst du dich nicht nach einem Hauch von Leben,
Nach einem heißen Arm, dich fortzutragen
Aus diesem Sumpf von öden, leeren Tagen,
Um den die bleichen, irren Lichter weben?

So las ich falsch in deinem Aug, dem tiefen?
Kein heimlich‘ Sehnen sah ich heiß dort funkeln?
Es birgt zu deiner Seele keine Pforte

Dein feuchter Blick? Die Wünsche, die dort schliefen,
Wie stille Rosen in der Flut, der dunkeln,
Sind, wie dein Plaudern: seellos ... Worte, Worte?

 


»Sunt animae rerum«
Thomas von Aquino

Ein gutes Wort mußt du im Herzen tragen,
Und seinen Wert enthüllt dir eine Stunde:
Stets dringt dein Aug nicht nach des Meeres Grunde,
An trüben tiefer als an hellen Tagen.

Zuweilen gibt ein lichter Blick dir Kunde
Von Herzen, die in toten Dingen schlagen,
Und wenn du nur verstehest recht zu fragen,
Erfährst du manches auch aus stummem Munde.

Drum flieh aus deinem Selbst, dem starren, kalten,
Des Weltalls Seele dafür einzutauschen,
Laß dir des Lebens wogende Gewalten,

Genuß und Qualen, durch die Seele rauschen,
Und kannst du eine Melodie erlauschen,
So strebe, ihren Nachhall festzuhalten!

 

 
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
In 1906

Lees meer...

31-01-16

Anton Korteweg, Alfred Kossmann, Anna Blaman, Henk van Straten, Jozef Eijckmans, Marcus Roloff, Norman Mailer, Stefan Beuse

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook alle tags voor Anton Korteweg op dit blog.

 

Weggaan

Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.

 

 

Leerling

Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:

Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.

Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.

 

 

Een goed huwelijk

Een goed huwelijk is meer dan alleen
stil en ongedwongen alles voor elkander doen, zodat
je op den duur elkanders beê voorkomt. Nee.

Af en toe moet je ook eens communiceren
over de dingen waar het werkelijk op aan komt in
dit bestaan: brood voor het hart, van mens tot mens

Spreken. Vraagt bijvoorbeeld de liefste naar de zin
van dit haar leven, antwoord dan:
'Dat is een goeie vraag, m'n lief' - en zwijg.

 

 
Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

Lees meer...

Marie Luise Kaschnitz, Benoîte Groult, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara, Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Marie Luise Kaschnitz op dit blog.

 

Nicht gesagt

Was von der Sonne zu sagen gewesen wäre
Und vom Blitz nicht das einzige Richtige
Geschweige denn von der Liebe.
Versuche. Gesuche. Mißlungen
Ungenaue Beschreibung

Weggelassen das Morgenrot
Nicht gesprochen vom Sämann
Und nur am Rande vermerkt
Den Hahnenfuß und das Veilchen.

Euch nicht den Rücken gestärkt
Mit ewiger Seligkeit
Den Verfall nicht geleugnet
Und nicht die Verzweiflung

Den Teufel nicht an die Wand
Weil ich nicht an ihn glaube
Gott nicht gelobt
Aber wer bin ich daß

 

 

Bräutigam Froschkönig

Wie häßlich ist
Dein Bräutigam
Jungfrau Leben

Eine Rüsselmaske sein Antlitz
Eine Patronentasche sein Gürtel
Ein Flammenwerfer
Seine Hand

Dein Bräutigam Froschkönig
Fährt mit Dir
(Ein Rad fleigt hierhin, eins dorthin)
Über die Häuser der Toten

Zwischen zwei
Weltuntergängen
Preßt er sich
In Deinen Schoß

Im Dunkeln nur
Ertastest Du
Sein feuchtes Haar

Im Morgengrauen
Nur im
Morgengrauen
Nur im

Erblickst Du seine
Traurigen
Schönen
Augen.

 

 
Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

Lees meer...

Hasso Krull

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Na de middelbare school studeerde hij Estse taal en literatuur aan de Pedagogische Universiteit in Rallinn. In 1998 verdedigde hij zijn proefschrift over het vertalen van Jacques Lacan's psychoanalytische theorie.Vanaf 1990 doceerde hij met kleine onderbrekingen literaire theorie aan het Estse Instituut voor Geesteswetenschappen. Krull schreef talloze boeken, waaronder Meeter ja Demeeter (Meter en Demeter, 2004); Talv (Winter, 2006) en Neli korda neli (Vier keer vier, 2009). Hij publiceerde ook essays in kranten en tijdschriften, waarvan er een aantal werd gebundeld in Millimallikas (Medusa, 2000) en Paljusus ja ainulisus (Pluraliteit en singulariteit, 2009). Bovendien vertaalde Krull werk van Jacques Derrida, Paul Valéry, Allen Ginsburg en andere bekende schrijvers en filosofen. Hij ontving onder meer de Literatuurprijs van de Baltische Assemblee, twee essayprijzen en twee poëzieprijzen van het Cultuurinstituut van Estland, een Juhan Liiv Poëzieprijs, een Ivar Ivask Werkbeurs en een docentenprijs van de Universiteit van Tallinn. Zijn werk is vertaald in talloze talen, waaronder in het Fins, Zweeds, Engels, Duits, Spaans en Russisch.

 

Kijk hem

Kijk hem. Waarom is die man verdrietig?
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Misschien inderdaad. Misschien is er inderdaad iets gebeurd.
Maar misschien ook niet. Misschien is hij helemaal niet verdrietig.
 
Misschien was het gisteren. Maar misschien niet.
Misschien wel. Misschien een paar dagen eerder.
Misschien nooit. Misschien toch een keer.
Er werd stevig gedronken. Misschien meer dan goed was.
 
Misschien minder. Er had misschien meer gedronken moeten worden.
Er was toch een meer? Waarom heb je het meer niet leeggedronken?
Maar misschien was er geen meer. Maar meer een rivier.
Misschien zelfs de zee. Misschien was er helemaal geen water.
 
Misschien was er een meisje. Misschien een ander meisje.
Is er iets gebeurd? Ik weet het niet. Misschien wel.
Maar misschien niet. Er werd vreselijk gedronken.
Maar misschien ook niet. Misschien was er helemaal geen water.

 

 

De nacht zit vol gaten

De nacht zit vol gaten. Ze glinsteren,
fonkelen, twinkelen, ramen in de nacht
en ramen aan de hemel, ramen van het bestaan
en ramen zonder bestaansreden.
 
We staan op een trap en roken.
Sigaretteneindjes zijn bewegende ramen,
bewegende gaten, vuur zonder vlammen
en wij moeten hier zijn op een trap.
 
Lampen in het trappenhuis. Ruiten in de nacht.
Beelden, waarin je naakt op het strand ligt
als een glimmende hagedis in oplichtend zand:
elke zandkorrel is een schitterend raam.
 
Elk raam is een gat. Elk gat is een raam,
dat geboren wil worden, laat het er maar uitkruipen,
uit het menselijk raam, uit het raam van het bestaan
onder de ramen van maan en zon.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

 
Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

14:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hasso krull, romenu |  Facebook |

30-01-16

Bernard Dewulf, Tijs Goldschmidt, Anne-Gine Goemans, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Karl Gerok

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Uit: Kleine dagen

“Het werd de ochtend van een dag. Buiten sloegen de geluiden aan het zweven in ons late hoofd. lets in de kamer hield onze adem in en kwam toen ademend de kamer in, de ochtend van zijn leven. Het keek naar alles wat het nog niet zag.
Het schreeuwde om alles wat het nog niet wist maar wel al miste. Het lag in onze handen en het was hij.
Hij is van vlees en bloed, dat is soms schrìkwekkend. Hij doet al dingen die wij nog niet kunnen, Door ons heen zien, geregeld wenen, zijn been in drieën vouwen. Hij is een wonder en dat wij hetn hebben gemaakt verwondert ons nog het meest Wij wilden geen wonder maken, wij weten wel beter.
Een kind volstond. Nu staren we naar elkaar en zie, ons wonder zìt ons aan te kijken alsof, in zijn kamergrote bestaan, wij het wonder zijn.
Hij zit nog niet. Nog niet helemaal. Nog even zit hij liever in zichzelf, dat is eenvoudiger dan op die Stoel. Maar op die stoel kan hij dingen die niet kunnen uit hemzelf. Daarom zìt hij in zichzelf op de stoel. Met zijn armpjes, die hij gisteren aan zichzelf gevonden heeft, komt hij twintig centimeter verder in zijn uitdijend kanelheelal. En als zijn rubberen rugje wat meezit raakt hij twee keer verder. Wat daarbuiten ligt, het melkwegstelsel van de zuigfles, huilt hij naar zich toe.Of kijkt hij zijn geheugen in, voor later.
Hij kijkt hoe alles komt kijken. Hij begint verdwijningen te zien. En te onthouden, zodat hij onze terugkomst vanachter een deur uitbundig viert. Dan doet hij aan choreografie, ook al kan hij nog niet staan. Zijn handjes gaan dan dansen, schijnbaar in het wilde weg, maar in feite met een voor ons, reusachtigen, onnavolgbaar geïmproviseerde elegantie. Soms beseft hij pas na de opvoering dat het zijn eigen vingers waren die zo raar deden.”

 

 
Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960

Lees meer...

Michael Dorris, Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook alle tags voor Michael Dorris op dit blog.

Uit: The Broken Cord

“One of its most difficult features for an outsider to grasp was the practice of almost always speaking, and thinking, in a collective plural voice. The word for people, "dene," was used as a kind of "we"--the subject for virtually every predicate requiring a personal pronoun--and therefore any act became, at least in conception, a group experience.
It was my second autumn in Tyonek. I had spent the morning interviewing an elderly woman, Mrs. Nickefor Alexan, the respected expert on subjects ranging from traditional herbal medicine to the do's and don'ts of appropriate courting behavior. In the course of our conversations, I consumed too much tea and my mouth was dry with the acidic taste.
I returned to my house in the afternoon and was uninterrupted as I organized my notes; most adults in the community were busy in their smokehouses, preserving and canning August's catch of fish, and the children, my frequent summer visitors, had returned to school. In a world of "we," I was an "I," with no essential responsibilities or links outside myself.
Periodically, I glanced from my window at the darkening sky. The twenty-four-hour circuit of day and night, upon which most of Western time is based, expands to a full twelve months in the far north. There is light enough to fish any time in the summer, and so the arbitrary schedules of passing salmon runs rather than a wristwatch dictate when dories should put to sea. The darkness is absolute in winter, underlined by forbidding temperatures that sometimes dip fifty degrees below zero. The short fall season, therefore, is a blend of both fatigue and melancholy, of final consolidation of the summer's gains and of preparation for the severity of approaching weather. It is a bridge of contemplation, of taking stock, and there is no occasion more appropriate for that practice than when the turning of the tide corresponds to the setting or rising of the low sun.”

 


Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)
Hier met Louise Erdrich

Lees meer...

29-01-16

Hans Plomp, Saskia de Coster, Willem Hussem, Anton Tsjechov, Lennaert Nijgh, Olga Tokarczuk, Hubert K. Poot

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

 

Slaap zacht
Voor Hanny

Slaap zacht mijn sidderende vogel in de verte,
ontspan de lokroep van je ogen.
Slaap lekker, kleine koele introverte,
ontspan de borsten die ons kind gaan zogen.
Slaap zacht harpiste van mijn hartstocht,
je schone kiekendief komt spoedig teruggevlogen.
Dag vrouwtje jezus in je kribbe,
mijn eeuwenoude achtste ribbe,
schone slaapster.

 

Mijn lief ging

Geen toekomst en mijn hemel zwart.
Bevroren schaduw likt mijn hart:
een spook uit het verleden.
Geen zon, geen wind,
mijn vleugels slap,
geen wortels meer
en ook geen sap.
Geen doel
of reden.
Gevoelens geen.
Mijn lief ging heen

 

 
Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

Lees meer...

28-01-16

Ramsey Nasr, Peter Verhelst, Maik Lippert, Thierry Baudet, Ismail Kadare, Wies Moens, José Martí

 

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

De zeldzame dageraad' ('Am leuchtenden Sommermorgen')

de bloemen fluistren en murmen
en waar praten ze dan over
en met welke mond
en waarom wandel ik zelf stom
rond bloemenkas kortom
traag start de zomermorgen op

Om later in een lofroep op de vrouw uit te barsten:

in een blinkende vrouw
van wie ik zeldzaam had gehouden
stulpte ze uit

o volroze dageraad
o dichtbevolkt hart

 

 

Feest in de stad

het is daar een fluiten en gijgen
ze smijten de trompetten erbij
op een hoop de genodigden
slopen de rieten en kleppen
een select groepje poept fagotten vol
een ander gezelschap spuit voor straf
de celesta tussen de bellen
men stampt er de bas in zijn kloten
kontneukt de piano het podium af
en dan ook ineens de hens
in het bruiloftsorkest
het is feest in de stad
dat moet godverdomme gedanst

het was er een klingen en dreunen
van hard pauken hard posaunen

daartussen hinkten en steunden
de kreupele engelen

gezeten vanaf kraakwitte schouders
keken er twee op haar hart ze wezen

onherstelbaar deze bruid
haar huid gebroken zwart

 

 
Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

Lees meer...

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

 

VSB poëzieprijs voor Ilja Leonard Pfeijffer

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer is de winnaar van de VSB Poëzieprijs 2016, de prijs voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar. De schrijver krijgt de prijs voor zijn bundel “Idyllen”. Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

Idyllen

1
De nacht is aangezegd. De warre uren waaien
als klamme lakens waarnaar hete handen graaien.
De beide engelen verschijnen nu niet meer,
hoop ik. Verleiding rekt zich uit. Ik kauw op teer.
Geen mens heeft van een zoekend mens nog weet.
De namen zoemen wel. Maar wie is er die heet
zoals hij heet? Ik weet niet hoe ik mij moet zijn.
Het liefste was ik klein, mijn hoofd als mandarijn
gevouwen in een schil van fel oranje handen
om niet te hoeven zien waar mijn gebaren landen.
Je bent mijn lieve lief, ik heb het tegen jou.
Je hebt me spartelend aan wal gebracht met touw
waarmee een zeeman netten boet of stroppen knoopt.
Zo zilverbuikig lig ik en ik had gehoopt
om tot de ochtend door je pekelhand te glippen
in ademnood van lucht op jouw verzilte lippen.
Hij vindt een thuis die in de warme fuik komt schuilen.
Hij wordt gered van water. Trieste netten huilen.
Wat liefde heet, is altijd een karaktermoord.
In plaats van het karakter leeft de liefde voort.
In armen stort ik mij als van een flatgebouw.
Terwijl ik met begrip een grafkelder uithouw,
smeed ik een gouden dodenmasker van je snoetje.
Maar jij hebt mij onthand. Met fijne maden wroet je
vlak onder zwachtels van gebalsemd eeuwig slapen.
Je wet mijn zwaard met zout. De roest koekt aan het wapen.
Het zijn de warre uren van de zilte nacht.
Mijn troost is dat ik nergens nu meer word verwacht.
En alles wat ik in mijn leven heb geleerd,
wordt door een visboer met drie sneden gefileerd.
Met lekkend zwaard lig ik gebalsemd in het zuur
en zeil onder de golven naar het blauwe uur.
Iets trekt mij terug. Was jij dat? Iemand riep mijn naam.
Niet doen. Want ik ontsnap aan lakens uit mijn raam.
Er wordt naar mij geloerd op alle drie de benen.
Het lekkend roze engeltje is toch verschenen
en druppelt met haar arabesken in mijn oor.
De zure engel met haar glaspoot geeft gehoor.
De uren van verdrinken zijn voor mij als water.
Hier is mijn buik. Evaluaties zijn voor later.
Maak mij intussen schoon met handen als een vis.
Ik heb het tegen jou. En weet je wat het is?
Ik zou je zo graag alles willen zeggen, maar
ik hap naar adem met mijn mondje en ik staar
de blauwe diepte in van water dat mij peilt.
De wind steekt op. De laatste zeeman zeilt
op zijn galjoen met rafelend tuigage zwart
van zwarte engelen het zeegat uit. Nou. Start
de tape. ‘Dus. Dichtertje. Vertel het ons maar even.’
Ik zou niets liever willen dan te leren leven.

 

 
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

27-01-16

Ethan Mordden, Rudolf Geel, Lewis Carroll, Leopold von Sacher-Masoch, Benjamin von Stuckrad-Barre, Neel Doff, Samuel Foote

 

De Amerikaanse schrijver Ethan Mordden werd geboren op 27 januari 1947 in Pennsylvania. Zie ook alle tags voor Ethan Mordden op dit blog.

Uit: Some Men are Lookers

“Whose name is Tuffy?" asked Virgil, switching off the television. "Is he some rough boy of the streets?"
"Is he?" I asked Lionel. "He certainly puts on a hard act, as I recall. Ferocious triceps."
"Tom always liked it down and dirty, you know."
"I could be Tuffy," Virgil ventured.
"And I could be Tuffy on weekends," said Cosgrove.
"Look," said Dennis Savage with his famous weary patience. "Tuffy and his like are for people who cannot live in reality. People who go through their time on earth like a teenager at his first fuck. People who have no sense of responsibility or fairness or loyalty. Tom Driggers is the Circuit personified—drug up, dance, screw, sleep it off, and do it again. He got rich organizing service industries for other people like himself. He ran buses to the beach, he ran whores to the closeted rich, he ran discos till you drop. He had, and he had, and he had—and when the rest of us appetitive sexboys looked around and saw that our appetites could kill us and backed away, Tom Driggers went right on having. That's why he is on the verge of defunct. I'm sorry to say so, but if someone has to die of this cursed poison, it ought to be Tom Driggers. Because he took his choice, and this is his consequence."
Somewhere in all that, Dennis Savage had left Virgil and Cosgrove and had resumed addressing Lionel, not gently.
"And you can stop begging me to visit that disgusting, putrid piece of Texas redneck trash, because he's going to die with his kind around him, not with me!"
"For pity's sake—"
Dennis Savage chopped out the following words: "He has what he created!"
There was silence.
"Someone," said Virgil, finally, "is rather snarky today."
"He is very desperately threatened," Cosgrove quickly added.
"I'll quit while I'm behind," said Lionel, getting up to go. Virgil saw him to the door, where Lionel turned to Dennis Savage, regarding him mildly but holding it out into a stare."

 

 
Ethan Mordden (Pennsylvania, 27 januari 1947)
Cover

Lees meer...