18-10-15

Terry McMillan, Wendy Wasserstein, Rick Moody, Pierre Choderlos de Laclos, Koos Dalstra

 

De Afrikaans - Amerikaanse schrijfster Terry McMillan werd geboren op 18 oktober 1951 in Port Huron, Michigan. Zie ook alle tags voor TerryMcMillan op dit blog en ook mijn blog van 18 oktober 2009 en ook mijn blog van 18 oktober 2010.

Uit: A Day Late and A Dollar Short

“When ain't nobody there but him (which ain't often 'cause he can't stand being by hisself more than a few hours), he do crossword puzzles. Hard ones. And he good at it. These he do finish. And from what I gather, he done let hundreds of women walk through his revolving door for a day or two but then all he do is complain about Donnetta, his ex-wife, who he ain't been married to now going on six years, so most of 'em don't come back. And don't let him get a buzz going. Every other word outta his mouth is Donnetta. 
He talk about her like they just got divorced yesterday. "She wanted a perfect man," he claimed, or, "I almost killed myself trying to please that woman." But even though Donnetta was a little slow, she was nice, decent. After I'd left Cecil for the third time, I stayed with 'em for close to a month. By the second week, I was almost ready for the loony bin. First off, Donnetta couldn't cook nothing worth eating; she wasn't exactly Oprah when it came to having a two-way conversation; cleaning house was at the bottom of her things-to-do list; and that boy needed his ass beat at least twice a day but she only believed in that white folks' "time-out" mess. She didn't have as much sense as a Christmas turkey, and how you supposed to lead a child down a path when you lost your damnself? » 

 

 
Terry McMillan (Port Huron, 18 oktober 1951)

Lees meer...

Nic Pizzolatto

 

De Amerikaanse schrijver Nic Pizzolatto werd geboren op 18 oktober 1975 in New Orleans, Louisiana. Pizzolatto komt uit een arm, katholiek en Italiaans arbeidersgezin. Op de leeftijd van vijf jaar, verhuisde het gezin naar Lake Charles in het westen van Louisiana, waar hij in 1993 zijn middelbare schooldiploma behaalde aan deSt. Louis Catholic High School . Met de steun van een beurs was hij in staat te studeren aan de Louisiana State University en hij behaalde het Bachelor of Arts (BA) in Engels en filosofie. Daarna verhuisde hij naar Austin, Texas, waar hij werkte in verschillende beroepen. Hij studeerde aan de Universiteit van Arkansas, waar hij afstudeerde met een Master of Fine Arts (MFA) in het jaar 2005. Pizzolattos eerste publicaties waren twee korte verhalen die werden gepubliceerd in het tijdschrift Atlantic Monthly. Hij publiceerde in 2006 en 2009 nog meer korte verhalen en doceerde tot 2010 aan de Universiteit van North Carolina in Chapel Hill, de Universiteit van Chicago en de DePauw University in Greencastle (Indiana) de vakken fiction en letterkunde. 2010. Na de publicatie van zijn roman “Galveston” verhuisde hij met zijn vrouw en dochter naar Ojai in Californië, waar hij zich sindsdien alleen maar aan het schrijven wijdt. Als scenarioschrijver werd Pizzolatto in 2011 bekend door de crimeserie voor televisie “The Killing”, in 2014 gevolgd door de tv-scenario's voor “True Detective”, waarbij hij ook als co-producer betrokken was. Het tweede seizoen van “True Detective” kwam met nieuwe spelers en nieuwe peronages in juni 2015 bij HBO op het scherm.

Uit: Galveston

“A doctor took pictures of my lungs. They were full of snow flurries.
When I walked out the office all the people in the waiting room looked grateful they weren't me. Certain things you can see in a person's face.
I'd felt something was wrong because days before I had chased a guy up two flights of stairs and I'd had trouble breathing, like there was a barbell on my chest. I'd been drinking pretty hard for a couple weeks, but I knew it was more than that. I'd gotten so angry about the sudden pain that I broke the man's hand. He spat teeth and complained to Stan that he thought it was excessive.
But that's why they've always given me work. Because I'm excessive.
I told Stan about the chest pains and he sent me to a doctor who was into him for forty large.
Outside the doctor's office now I took the cigarettes from my jacket and started to crush the pack in my hands, but I decided this was no time to quit. I lit one up there on the sidewalk but it didn't taste good and the smoke made me think of cotton fibers weaving through my chest. Buses and cars cruised slow and daylight flashed off their glass and chrome. Behind my sunglasses it was kind of like I was at the bottom of the sea and the vehicles were fish. I imagined a much darker, cooler place, and the fish became shadows.
A horn jolted me awake. I'd started to step off the curb. I flagged down a taxi.
I was thinking about Loraine, a girl I'd once dated, and how one night I'd stayed up talking with her till dawn on a beach in Galveston, from a spot where we could watch the plump white exhaust from oil refineries unroll in the distance like a road into the sun. That would have been ten, eleven years ago. She was always too young for me, I guess.
Even before the X-rays I was already foul with anger because the woman I had thought of as my girlfriend, Carmen, had started sleeping with my boss, Stan Ptitko. I was on my way to meet him at his bar. Not much point today. But you don't stop being who you are just because there's a blizzard of soap chips in your chest.
There's no getting out alive, but you hope to avoid a deadline. I wasn't going to tell Stan or Angelo or Lou about my lungs. I didn't want them hanging out at the bar, talking about me when I wasn't there. Laughing.”

 

 
Nic Pizzolatto (New Orleans, 18 oktober 1975)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nic pizzolatto, romenu |  Facebook |

17-10-15

Simon Vestdijk, Georg Büchner, Mark Gatiss, Miguel Delibes, Emanuel Geibel

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

Uit: Sint Sebastiaan

“Het was misschien door het grote, verzwegen saamhorigheids gevoel tussen hem en de kat, dat hij uitsluitend op dit kleine wezen het opwekken van angst actief beproefde.
Ware dit niet te overdreven geweest, men had van zelfkwelling kunnen spreken; maar het meest geleek het nog op gewone baldadigheid, zucht om wat te 'doen'. Een andere reden was ongetwijfeld, dat de poes Mimi, die hij vrijwel van zijn geboorte af gekend had, niet genoeg met hem meeleefde naar zijn zin. Wanneer hij haar met veel moeite het rood gestikte dekentje van het paard omgedrapeerd had, liep ze weg om in de vensterbank naar mussen te gaan loeren, en het dekentje viel op de grond. Uit nijdigheid begon hij dan met iets, dat een toeschouwer waarschijnlijk gebrandmerkt zou hebben als laf geterg, grote, veerkrachtige danspassen heen en weer door de kamer, de handen bezwerend in de hoogte, en af en toe een fikse bokkesprong; geluid en waren er niet bij nodig. Onmiddellijk gingen de katteogen wijd open, de zwarte streepjes werden rond, en dan wipte ze al gauw van de vensterbank of de stoel om zich in een hoek te verbergen, waar ze in elkaar kromp en angstig blies, wanneer hij dicht bij haar kwam, luchtig dansend of hij van de prins geen kwaad wist. Hij deed het niet vaak, en altijd als hij alleen met haar in de kamer was, niet uit vrees voor straf, maar omdat hij niet wilde, dat iemand ter wereld aan zijn grote liefde voor Mimi twijfelen zou.
Men kon zich licht verbeelden, dat ze samen een heerlijk opwindend spel speelden, ten overstaan van de andere dieren. Maar in werkelijkheid gedroeg Mimi zich niet veel anders dan toen ze pas van de melkboer was gekomen, als een schuw, opgejaagd poesje, dat zich op de onmogelijkste plaatsen verstopte. Eerst toen hij zich dit verhaal weer herinnerde staakte hij zijn intieme angstoefeningen met de kat.”

 

 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Het jongetje Vestdijk, omstreeks 1905

Lees meer...

Arthur Miller, Nel Noordzij, Ernst Hinterberger, Anatoli Pristavkin, Alfred Polgar, Jupiter Hammon, Nathanael West, Tom Rachman

 

De Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller werd geboren in New York op 17 oktober 1915. Zie ook mijn blog van 17 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Arthur Miller op dit blog.

Uit: Death of a Salesman

„WILLY: No, I see everything. I came back ten miles an hour. It took me nearly four hours from Yonkers.
LINDA (resigned):Well, you’ll just have to take a rest, Willy, you can’t continue this way.
WILLY: I just got back from Florida.
LINDA: But you didn’t rest your mind. Your mind is overactive, and the mind is what counts, dear.
WILLY: I’ll start out in the morning. Maybe I’ll feel better in the morning. (She is taking off his shoes.)
These goddam arch sup-ports are killing me.
LINDA: Take an aspirin. Should I get you an aspirin? It’ll soothe you.
WILLY (with wonder): I was driving along, you understand? And I was fine. I was even observing the scenery. You can imagine, me looking at scenery, on the road every week of my life. But it’s so beautiful up there, Linda, the trees are so thick, and the sun is warm. I opened the windshield and just let the warm air bathe over me. And then all of a sudden I’m goin’ off the road! I’m tellin’ya, I absolutely forgot  I was driving. If I’d’ve gone the other way over the white line I might’ve killed somebody. So I went on again — and five minutes later I’m dreamin’ again, and I nearly... (He presses two fingers against his eyes.)  I have such thoughts, I have such strange thoughts.
LINDA: Willy, dear. Talk to them again. There’s no reason why you can’t work in New York.
WILLY: They don’t need me in New York. I’m the New England man. I’m vital in New England.
LINDA: But you’re sixty years old. They can’t expect you to keep travelling every week.
WILLY: I’ll have to send a wire to Portland. I’m supposed to see Brown and Morrison tomorrow morning at ten o’clock to show the line. Goddammit, I could sell them! (He starts putting on his jacket.“

 

 
Arthur Miller (17 oktober 1915 – 10 februari 2005)
Dustin Hoffmann (Willy) en John Malkovich (Biff) in de film van Volker Schlöndorff uit 1985

Lees meer...

Pieter Waterdrinker

 

De Nederlandse schrijver Pieter Waterdrinker (pseudoniem van Pieter Arie Johannes van der Sloot - Waterdrinker is de achternaam van zijn moeder) - werd op 17 oktober 1961 in Haarlem geboren. Hij groeide op in Zandvoort, waar zijn ouders een hotel hadden en zijn grootvader in de jaren dertig als antiquair begon. Na zijn eindexamen in 1980 ging hij aan de Universiteit van Amsterdam Frans en Russisch studeren. Hij maakte deze studies niet af en stapte over op Nederlands Recht; in 1986 behaalde hij de meesterstitel. Daarna verbleef hij twee jaar in Spanje, waar hij onder andere als reisleider en animator op de Canarische Eilanden werkte. Vervolgens was hij een aantal jaren actief als reisleider en zakenman in onder andere Polen, de DDR (voormalig Oost-Duitsland). Rondom zijn debuutroman “Danslessen” ontstond een rel toen de toenmalige Zandvoortse burgemeester besloot een klacht in te dienen wegens smaad en antisemitisme. Het Openbaar Ministerie ging vervolgens over tot vervolging. Waterdrinker werd na veroordeling door de politierechter bij het gerechtshof in Amsterdam vrijgesproken. De Hoge Raad liet het arrest van het hof in stand. In februari 2010 verscheen Waterdrinkers zevende boek “De dood van Mila Burger”, een roman over een Russische vrouw die na tien jaar verblijf in Holland voor het eerst terugkeert naar haar vaderland. “Lenins Balsem” werd genomineerd voor zowel de Halewijnprijs als de Libris Literatuur Prijs. In april 2014 verscheen Waterdrinkers negende boek “De Correspondent”, een literaire autobiografie, die wederom alom lovend werd ontvangen. Waterdrinker gold lange tijd als een 'writer's writer', een schrijver die slechts gewaardeerd wordt door andere schrijvers maar zonder succes blijft onder het grote publiek. Nu wordt Waterdrinker echter zowel nationaal als internationaal geprezen. Hij werd genomineerd voor de Literatuurpijs Gerard Walschap, de Bob den Uyl-prijs, de Librisprijs, alsook voor de prestigieuze Engelstalige International IMPAC Dublin Literary Award 2011.

Uit:De dood van Mila Burger

“Een kereltje in een antracietgrijze mantel met duivelsmouwen dook ineens tussen de witte loopgraven op.
‘Die prinses mag je over een paar jaar wel met touwen aan je vastbinden, vriend. Anders is ze er zo vandoor!’
Twee kikkerogen staarden hen aan. Typisch het gezicht van een sovjetjood, in dienst van het Tataarse district.
Kirill Kirillovitsj Orlov knikte glimlachend naar zijn kleinkind, verhief zijn machtige hoofd en snoof geamuseerd.
De sneeuwruimer verkondigde – ratelend als een variétéartiest – iets over brunettes en blondines, gooide er een vreemd woord tussendoor (het woord amour), nam zijn pet af, keilde hem naar de satijnblauwe hemel, wilde hem weer opvangen, maar gleed met schuiver en al onder uit.
‘Een echte Russische schoonheid!’ zong hij, terwijl hij tussen de vriesdamppilaren die zijn longen uitstootten moeizaam overeind krabbelde.
Opa drukte de man een knisperend roebelbiljet in handen en troonde Mila verder mee naar het station. ‘Stakker,’ mompelde hij.
De wollen sjaal om Mila’s hoofd kriebelde. Haar grootvader had zijn beverbontmuts met zwartleren oorflappen opgezet, die hij ook altijd droeg als hij ’s morgens vroeg met de motor naar zijn werk ging, naar de cellulosefabriek, de fabriek des doods – maar dat wist Mila toen nog niet.
Ze maakte langs de bielzen hink-stap-sprongen van de ene glazuren voetafdruk naar de andere.
Het boemeltje naar Kazan stopte drie keer per dag op een perronnetje vlak bij hun huis, een plak beton met een lantaarnpaal en het verroeste geraamte van een abri erop. De locomotief hield er stil, als een logge hond die tegen een muur omslachtig een plasje deed.
Mila was vandaag negen jaar geworden en voor het eerst van haar leven op weg naar de dierentuin. Haar billen gleden over het lakwerk van de bank voortdurend weg. Tegenover haar zat een zigeunerin met een snorretje. Uit de tas op haar schoot steeg de geur op van knoflook en gezouten augurken.”

 

 
Pieter Waterdrinker (Haarlem, 17 oktober 1961)

09:29 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pieter waterdrinker, romenu |  Facebook |

16-10-15

Günter Grass, Oscar Wilde, Alma Mathijsen, Guðbergur Bergsson, Eugene O’Neill, Gustaaf Peek

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Günter Grassoverleed op 13 april van dit jaar. Zie ook mijn blog van 16 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Grass op dit blog.

Uit: De Blikken Trommel (Vertaald door Jan Gielkens)

"Er bewoog iets tussen de telegraafpalen. Mijn grootmoeder deed haar mond dicht, trok de lippen iets naar binnen, kneep haar ogen tot spleten en kauwde langzaam en voorzichtig op de aardappel. Er bewoog iets tussen de telegraafpalen. Daar sprong iets rond. Drie mannen sprongen tussen de telegraafpalen rond, alle drie op de schoorsteeen toe, daarna eromheen naar voren en één liep terug, nam opnieuw een aanloop, leek klein en breed te zijn, slaagde in zijn sprong, over de steenfabriek heen, de twee anderen, meer lang en spichtig, op het nippertje maar toch over de steenfabriek heen, al weer tussen de palen, maar die klein en breed was maakte zijsprongen, klein en breed had meer haast dan lang en spichtig, de andere springers, die weer terug naar de schoorsteen moesten, zodat de ene er reeds overheen rolde terwijl de anderen, twee kaboutersprongetjes verwijderd, nog een aanloop namen en plotseling verdwenen waren, er geen zin meer in hadden, zo leek het, en ook de kleine viel midden in zijn sprong van de schoorsteen achter de horizon."
(…)

"Hij haalde de holle weg en was nauwelijke klein en breed daarin verdwenen of daar klommen ook reeds lang en spichtig de twee anderen, die misschien ondertussen een bezoek aan de steenfabriek hadden gebracht, over de horizon en stapten zo lang en spichtig, maar toch niet werkelijk mager, haastig over de leemgrond, dat mijn grootmoeder opnieuw haar aardappel miste."

 

 
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)
David Bennent als Oskar in de film “Die Blechtrommel“ van Volker Schlöndorff uit 1979.

Lees meer...

15-10-15

A. F.Th. van der Heijden, Heinz Helle, Boualem Sansal, Friedrich Nietzsche, Michail Lermontov, Italo Calvino

 

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook mijn blog van 15 oktober 2010 en eveneens alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog en alle tags voor van der Heijden op dt blog.

Uit: De lange mars langs de literaire cafés

‘Als het laatste deel van je trilogie op tijd af is,’ had mijn uitgever met de hem eigen gulheid gezegd, ‘dan maken wij, samen, een triomftournee door heel Nederland en Vlaanderen de komende Boekenweek. Zelfs de Wadden zullen eraan moeten geloven. 's Middags signeren in de plaatselijke boekhandel, en 's avonds voordracht in het literaire café of in de schouwburg. Desnoods twee optredens per avond, wat kan ons het schelen. Ik zorg voor een snelle auto, en ga zelf achter het stuur zitten met een goudgebiesde pet op. Ondertussen laten we het ons aan niets ontbreken ...’
Het najaar liep op z'n eind, het werd december, januari, maar ofschoon het laatste hoofdstuk al was voltooid - het boek kwam niet af. Op het achterbalkon van lijn 3 had al eens een student zijn gezicht vlakbij het mijne gebracht, zeggende: ‘Ah, u heeft dus ook een bruin vlekje in uw linkeroog, net als de hoofdpersoon. Wanneer verschijnt deel drie?’ En in een druk café was mij in dezelfde tijd door de barman een bierviltje toegeschoven met in balpeninkt de tekst: ‘Waar blijft het slotdeel?’ (zonder dat ik kon achterhalen wie de afzender was). Ook het slopen van mijn naamplaatje van de deurpost kon erop wijzen dat ik mighty popular aan het worden was ...
Het kon de voltooiing van nummer drie allemaal niet bespoedigen. Toch zat ik bij het aanbreken van de Boekenweek met al die afspraken, zonder dat me een ‘snelle auto’ met chauffeur ter beschikking stond om ze allemaal af te gaan. Het werd de trein.
Ondanks een in het bad genoten Alka-Seltzer Breakfast had ik in de trein naar Utrecht nog hoofdpijn van het Boekenbal. Ik zat met mijn rug naar de rijrichting, maar toen mijn oudere collega, die tegenover me zat, mij zijn plaats aanbod - ‘Ik kan goed tegen achteruit rijden’ - werd het alleen maar erger.
‘Te veel op, gisteravond?’
‘Het komt door die verdomde circusstallen van Carré. Ik ben de hele avond en de hele nacht in de stallen blijven rondhangen. Het stinkt daar naar kamelevijgen en olifantsdrollen en leeuwestront van het Chinese staatscircus, god nog aan toe. Een verpletterende atmosfeer. Vooral leeuwestront is erg. Van de lucht alleen al slaat een paard op hol, lees maar na in Bericht aan de rattenkoning. In mijn kop zijn de paarden in ieder geval op hol geslagen ... owh!’

 

 
 A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Lees meer...

Man Booker Prize 2015 voor Marlon James

 

Man Booker Prize 2015 voor Marlon James

De Jamaicaanse schrijver Marlon James heeft de Man Booker Prize 2015 gewonnen voor “Een beknopte geschiedenis van zeven moorden”. Zie ook alle tags voor Marlon James op dit blog.

UitA Brief History of Seven Killings

““Listen.
Dead people never stop talking. Maybe because death is not death at all, just a detention after school. You know where you’re coming from and you’re always returning from it. You know where you’re going though you never seem to get there and you’re just dead. Dead. It sounds final but it’s a word missing an ing. You come across men longer dead than you, walking all the time though heading nowhere and you listen to them howl and hiss because we’re all spirits or we think we are all spirits but we’re all just dead. Spirits that slip inside other spirits. Sometimes a woman slips inside a man and wails like the memory of making love. They moan and keen loud but it comes through the window like a whistle or a whisper under the bed, and little children think there’s a monster. The dead love lying under the living for three reasons. (1) We’re lying most of the time. (2) Under the bed looks like the top of a coffin, but (3) There is weight, human weight on top that you can slip into and make heavier, and you listen to the heart beat while you watch it pump and hear the nostrils hiss when their lungs press air and envy even the shortest breath. I have no memory of coffins.
But the dead never stop talking and sometimes the living hear. This is what I wanted to say. When you’re dead speech is nothing but tangents and detours and there’s nothing to do but stray and wander awhile. Well, that’s at least what the others do. My point being that the expired learn from the expired, but that’s tricky. I could listen to myself, still claiming to anybody that would hear that I didn’t fall, I was pushed over the balcony at the Sunset Beach Hotel in Montego Bay. And I can’t say shut your trap, Artie Jennings, because every morning I wake up having to put my pumpkin-smashed head back together. And even as I talk now I can hear how I sounded then, can you dig it, dingledoodies? meaning that the afterlife is just not a happening scene, not a groovy shindig, Daddy-O, see those cool cats on the mat? They could never dig it, and there’s nothing to do but wait for the man that killed me, but he won’t die, he only gets older and older and trades out wives for younger and younger and breeding a whole brood of slow-witted boys and running the country down into the ground.”

 

 
Marlon James (Kingston, 24 november 1970)

14-10-15

E. E. Cummings, Maarten van der Graaff, Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2010 en eveneens alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

Humanity I Love You

Humanity i love you
because you would rather black the boots of
success than enquire whose soul dangles from his
watch-chain which would be embarrassing for both

parties and because you
unflinchingly applaud all
songs containing the words country home and
mother when sung at the old howard

Humanity i love you because
when you’re hard up you pawn your
intelligence to buy a drink and when
you’re flush pride keeps

you from the pawn shop and
because you are continually committing
nuisances but more
especially in your own house

Humanity i love you because you
are perpetually putting the secret of
life in your pants and forgetting
it’s there and sitting down

on it
and because you are
forever making poems in the lap
of death Humanity

i hate you

 

 

I Will Wade Out

i will wade out
                        till my thighs are steeped in burning flowers
I will take the sun in my mouth
and leap into the ripe air
                                       Alive
                                                 with closed eyes
to dash against darkness
                                       in the sleeping curves of my body
Shall enter fingers of smooth mastery
with chasteness of sea-girls
                                            Will i complete the mystery
                                            of my flesh
I will rise
               After a thousand years
lipping
flowers
             And set my teeth in the silver of the moon

 

 

A Connotation Of Infinity

a connotation of infinity
sharpens the temporal splendor of this night

when souls which have forgot frivolity
in lowliness,noting the fatal flight
of worlds whereto this earth’s a hurled dream

down eager avenues of lifelessness

consider for how much themselves shall gleam,
in the poised radiance of perpetualness.
When what’s in velvet beyond doomed thought

is like a woman amorous to be known;
and man,whose here is alway worse than naught,
feels the tremendous yonder for his own—

on such a night the sea through her blind miles

of crumbling silence seriously smiles

 

 

 
E. E. Cummings (14 oktober 1894 - 3 september 1962)
 

Lees meer...

13-10-15

Colin Channer, Herman Franke, Richard Howard, Migjeni, Arna Wendell Bontemps, Conrad Richter, Edwina Currie

 

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Colin Channer op dit blog.

Uit: Waiting in Vain

“The juice was inking the nib between her legs, making her want to draft an epic on his face. Couldn't he just screw her? She'd take just that. So what if the love was gone? The first time had been just a screw. And she had no regrets. Seeing him nude that first time had made her think of holidays, of turkey legs slathered with gravy. At first she thought he'd be a rammer, a longhorn bedroom bully, which would've been fine. She liked a little roughness at times. But he held her like a dancer, assumed that he would lead, and frigged her with finesse. He understood her needs. Wordplay for him was foreplay. Her thighs were the covers of an open book--a journal lined with fantasies and fears. He read her like a child read, slowly, with his nose against the page, using a finger to guide his way. So he knew when to baby her and when to bitch her up.
If he didn't want to screw her, she thought, couldn't they just flirt? Flirting was more than his pastime. It was an addiction. He couldn't help himself. He was intelligent and amusing, which was why women fell for him. That's why she had fallen. In the days when he loved her, his wordskissed her ears like butterfly wings. Now they stung like wasps: "I don't want you anymore. Leave me alone. I don't care how you feel."
She forced a smile. He didn't respond, but she knew he wanted her. She could feel it. What to do? What to say? She wanted to be the mango so he could suck her down to the seed.
"Kiss me."
The words were hers. He tried to resist. Thought he had, until his tongue was a honey stick in hot tea. Soon he was melting into memory . . . into their first kiss ten years ago in Cuba.”

 

 
Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

Lees meer...

Sebastian Fitzek

De Duitse schrijver en journalist Sebastian David Fitzek werd geboren op 13 oktober 1971 in Berlijn. Hij werkt in de programma-directie van het Berlijnse radiostation 104.6 RTL. Hij studeerde rechten tot aan het eerste staatsexamen, behaalde zijn doctoraat in het auteursrecht en werkte daarna als hoofdredacteur en programmadirecteur voor diverse radiostations in Duitsland. Fitzek schreef als co-auteur samen met Jürgen Udolph het non-fictieboek “Professor Udolphs Buch der Namen”, dat in 2005 werd uitgegeven. Het vormde de basis voor een tv-programma over Duitse namen dat in 2006 werd uitgezonden. Sinds 2006 schrijft Fitzek psychologische thrillers, die allemaal bestsellers werden. Zijn debuut uit 2006 heette “Die Therapie”. Zijn volgende Thriller “Amokspiel” verscheen in 2007. In 2012 werd zijn roman “Das Kind” als eerste van zijn boeken verfilmd. Fitzek houdt van experimenten. Omdat hij vindt dat bij boeken een "soundtrack" hoort bood hij in 2014 lezingen van de roman “Noah” aan met muzikale begeleiding door de Berlijnse band Buffer Underrun. Fitzeks werken zijn vertaald in 20 talen. Als één van de weinige Duitse thrillerauteurs wordt hij uitgegeven in Engeland en de Verenigde Staten. In september 2013 vierde de psychologische thriller “Der Seelenbrecher” première aan het Berliner Kriminal Theater. In oktober 2015 publiceerde Fitzek twee romans tegelijkertijd. De roman “Das Joshua-Profil” gaat over een mislukte schrijver genaamd Max Rhode, die slechts één succesvol boek schreef: “Die Blutschule”. Bij het schrijven ontdekte Fitzek zijn interesse in dit werk en schreef het boek onder het pseudoniem Max Rhode zelf. Hij benadrukt echter dat men dit boek niet hoeft te lezen om “Das Joshua-Profil” te begrijpen. 

Uit: Noah

Alicia wurde von der Stille geweckt. Sonst waren es die Schreie, die sie in unregelmäßigen Abständen aus dem Schlaf hochschrecken ließen, doch heute Nacht war es anders. Heute Nacht blieb es stumm an ihrer Brust.
»Noel?«, flüsterte sie und tastete nach dem Köpfchen ihres Sohnes. Es war kurz vor ein Uhr morgens, also gab es vermutlich keinen Strom in Lupang Pangako, der »Endstation«, wie Quezon Citys größter Slum im Großraum Manila von den Bewohnern genannt wurde. Doch selbst wenn sie Licht hätte machen können, hätte Alicia sich dagegen entschieden.
Jay schlief, und das war ein Segen. Sie wollte ihren Siebenjährigen nicht wecken, sonst würde er sich wieder daran erinnern, dass es gestern nichts zu essen gegeben hatte.
»Gleich, mein Schatz«, hatte sie spätabends auf seine ungeduldigen Fragen reagiert und dabei das köchelnde Wasser umgerührt. »Du hattest einen anstrengenden Tag in Payatas. Ruh dich aus, ich weck dich, sobald die Suppe fertig ist.« Er hatte genickt, mit der ernsten Miene seines Vaters Christopher, die Augen gerötet vom vielen Reiben, aber gegen die Dämpfe auf der größten philippinischen Müllkippe war man einfach machtlos. Zehntausend »Scavangers« arbeiteten dort, Aasgeier, wie sie sich selbst bezeichneten – die Hälfte von ihnen Kinder wie Jay, immer mit dem Schlachtruf »Einhundert« auf den Lippen, sobald ein neuer Müllwagen aus der 12-Millionen-Metropole eintraf. »Einhundert« stand für »Einhundert Pesos«, der Preis für ein Kilo Kupferdraht. Mit Metall konnte man sehr viel mehr als mit Plastik verdienen, weswegen Jay zehn Stunden desTages damit verbrachte, Autoreifen und Elektrokabel zu verbrennen, um das billige Gummi von dem wertvollen Rohstoff zu lösen.
Zum Glück war er ein folgsamer Junge und hatte sich gestern in seine Ecke auf den mit Sand ausgestopften Reissack gelegt, ohne zuvor in den Topf auf der Feuerstelle zu blicken. Sonst hätte Alicia ihm erklären müssen, weshalb sich nichts als Wasser und Kiesel darin befanden.“

 

 
Sebastian Fitzek (Berlijn, 13 oktober 1971)

21:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sebastian fitzek, romenu |  Facebook |

Deutscher Buchpreis voor Frank Witzel

 

Deutscher Buchppreis voor Frank Witzel

De Duitse schrijver Frank Witzel heeft verrassend de Deutscher Buchppreis gewonnen voor zijn roman „Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969“ Dat meldt de organisatie. Het verhaal speelt zich af in de oude Bondsrepubliek in de periode na de Tweede Wereldoorlog. De auteur beschrijft een reeks episoden vanuit de ogen van een 13-jarig kind in Wiesbaden.Zie ook alle tags voor Frank Witzel op dit blog.

Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch-depressiven Teenager im Sommer 1969

“Es ist ein verschneiter Tag im Januar. Ich stehe auf einem schmalen und verschneiten Hügel, schaue in ein verschlafenes und ebenfalls verschneites Dorf, das unterhalb des Hügels liegt und versuche, mich zu erinnern wie es war, dort unten in einer kaum möblierten und ungeheizten Wohnung zweieinhalb Monate zuzubringen, in einem Haus, das eher einem Schuppen ähnelte, dicht neben einem Bach, der halb zufror in diesem Winter vor so vielen Jahren. Ich stehe auf dem Hügel und schaue meinem gefrorenen Atem hinterher und dem Eichelhäher, der kurz auf einem der verschneiten Äste aufsetzt und dann in den grauen Himmel fliegt und hinter der nächsten Kuppe verschwindet.
Die Landstraße schlängelt sich wie auf einer Kinderzeichnung vom grauweißen Horizont zu dem Feld vor meinen Füßen. Und da kommt auch schon ein Auto angefahren. Es ist kein Ferrari 250 GT 12 Zylinder 4 Takt Hubraum 2953 cm³ mit 240 PS und 230 Stundenkilometern, noch nicht mal ein Porsche 501 6 Zylinder 4 Takt Hubraum 1995 cm³ mit 120 PS und 200 Kilometern, son-dern nur ein NSU Prinz 2 Zylinder 4 Takt 578 cm³ mit 30 PS, der gerade mal 120 macht, mit Rückenwind, und hier geht es bergauf, raus aus dem verschneiten Dorf, und ich habe noch nicht mal den Mopedführerschein, und Claudia brüllt und Bernd schreit, ich soll mich weiter rechts halten, damit uns die Bullen in den Kurven aus den Augen verlieren, aber das ist gar nicht so leicht, denn unser NSU Prinz hat hinten schlecht aufgepumpte Reifen, sodass ich kaum die Balance halten kann. Trotzdem liegen wir ein ganzes Stück vorn. Hinter uns die Bullen mit ihrem vollbesetzten Mannschaftswagen VW T2 fangen an zu ballern. Die Kugeln schlagen in die Schneewehen und springen vom Straßenasphalt gegen den zitronengelben Lack der Kotflügel. Claudia kramt im Handschuhfach nach einer Waffe. Die ist nicht geladen, sage ich. Wie, nicht geladen? Kein Wasser drin. Wasser? Das ist meine Wasserpistole. Sag mal, spinnst du? schreit Bernd. Wo ist denn die Erbsenpistole? Vergessen, aber die Wasserpistole ist echt gut, die hat vorne einen Ring, da kannst du um die Ecke schießen. Ihr seid Spinner, vollkommene Spinner, ich denk, ihr habt euch das Luftgewehr von Achim geliehen. Der war nicht da, nur seine Oma, und die wollte es nicht rausrücken. Pass auf! Ich schlingere nach links, und fast wären wir umgekippt, aber Claudia und Bernd werfen sich geistesgegenwärtig auf die andere Seite, und ich komme nur für einen Moment von der Fahrbahn ab. Der Schnee spritzt an den Scheiben hoch. Die Scheibenwischer arbeiten wie wild. Vielleicht sollten wir einfach drehen, ruft Claudia, damit rechnen die nie im Leben.”

 

 
Frank Witzel (Wiesbaden, 1955)

Frank Witzel

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver en muzikant. Frank Witzel werd geboren in 1955 in Wiesbaden. Als kind leerde de veelzijdige kunstenaar verschillende instrumenten en vervolgens begon hij als tiener te tekenen en te schrijven. Hij schreef gedichten, proza, essays en bijdragen aan culturele en literaire tijdschriften. In 1978 verscheen zijn eerste dichtbundel " Stille Tage in Cliché” met zijn eigen illustraties. Het tweede deel van " Tage ohne Ende , volgde in 1980. Hoewel zijn vroege prozawerk - een aantal korte verhalen en romanfragmenten - tot nu toe ongepubliceerd bleef, dienden zich hier al de belangrijkste elementen van zijn latere teksten aan. Met de roman “Blue Moon Baby” lukte hem in 2001 de doorbraak. “Blue Moon Baby” vertelt het verhaal van de leraar Hugo Rhäs, waarvan de verhaallijn zich met andere - zoals over de bizarre verschijning van spion zonder been Douglas Jr. in Wisconsin - overlapt. Hier verbindt Witzel moderne samenzweringstheorieën met elementen van de spionageroman, doorspekt met verwijzingen naar popcultuur en literatuur: Ook in de volgende roman “Revolution und Heimarbeit” (2003) combineert Witzel samenzweringstheorieën - zoals de vermeende gesimuleerde maanlanding in 1969 - met een reeks van groteske gebeurtenissen, kritiek op het kapitalisme en freakshow elementen. Voor zijn boek “Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch-depressiven Teenager im Sommer 1969” ontving Witzel in 2012 de Robert Gernhardt Prijs.

Uit: Bluemoon Baby

“Horst Janssen war fest davon überzeugt, daß er alles zu zeichnen vermochte. Er sagte das einmal in einem Interview, das im deutschen Fernsehen ausgestrahlt wurde. Wenn man sich jedoch seine Zeichnungen anschaut, so sind es meist verwelkte Blätter und eingetrocknete Früchte, die darauf zu sehen sind. Und wenn es keine verwelkten Blätter und eingetrockneten Früchte sind, so sieht es doch aus wie verwelkte Blätter und eingetrocknete Früchte. Ich finde, daß die Zeichnungen durchaus ge-konnt aussehen. Vielleicht konnte Horst Janssen auch tatsächlich alles zeichnen. Können im Sinne von: die Möglichkeit zu etwas besitzen. Ge-tan hat er es mit Sicherheit nicht. Das ist auch nicht weiter schlimm. Aber warum hat er so viel getrunken? Und warum war er o so unglücklich? Und so alt ist er nun auch nicht geworden.
Natürlich kann man solche Fragen nicht beantworten. Es wäre sogar zynisch, wollte man sie beantworten. Aber man kann sie stellen. Rein rhetorisch, weil gewisse Vorstellungen mit anderen Vorstellungen zu tun haben. Auf der Rückseite eines dtv-Taschenbuchs von Horst Janssen steht ein Zitat von ihm, das lautet: »Mich haben die Götter ungemein gestraft mit meinen Gaben.« Das ist es, was ich meine. Der Künstler denkt mit einem Mal, daß er alles zeichnen kann, und daß das eine Gabe sei, und daß es Götter gibt, die einen dann noch mit dieser Gabe strafen wollen. Wahrscheinlich entstehen Mythen aus unreflektiert Da-hingesagtem, das auf der Rückseite eines dtv - Taschenbuchs abgedruckt oder im Fernsehen gesendet wird. Nicht nur andere Leute denken: »Na, das hört sich doch ganz plausibel an«, sondern man selbst denkt es. Und dann verwechselt man die Medien schon mit den Göttern. Und dann wird es, glaube ich, ziemlich schwierig.
Das Buch ist jetzt ungefähr zu einem Viertel vorüber, und deshalb erlaube ich mir diese kleine persönliche Abschweifung. Ich kam darauf aus folgendem Grund: Eigentlich wollte ich mit der Beschreibung von Abbie Kofflager beginnen. Ich hatte aber gerade kurz zuvor eine Folge der Sendung »Ehen vor Gericht« gesehen. Das ist eigentlich keine besondere Sendung, eher billig produziert und in letzter Zeit auf eine Stunde heruntergekürzt. Deshalb erwarte ich dort auch keine besonderen Schauspieler. Nun war heute aber gerade dort eine ausgezeichnete Schauspielerin zu sehen. Diese Schauspielerin war so ausgezeichnet, daß ich mehrfach überlegte, ob sie vielleicht gar keine Schauspielerin war, sondern das alles wirklich in dem Moment erlebte, in dem sie es darstellte – was natürlich Unsinn ist. Sie war umgeben von schlechten bis rechten Schauspielern, die sich mit ihren Rollen abmühten oder identifizierten, oder eben sich selbst spielten. Demnach war sie aller Wahrscheinlichkeit auch eine Schauspielerin. Sie spielte die Böse. Die Schuldige, was die Psychologin in den Zwischengesprächen auch mehrfach betonte.”

 

 
Frank Witzel (Wiesbaden, 1955)

08:58 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frank witzel, romenu |  Facebook |

12-10-15

Eugenio Montale, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald, Paul Engle, Ann Petry, Louis Hemon, Paula von Preradović

 

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Eugenio Montale op dit blog.

 

Pirla

Voorje je ogen sloot, zei je nog pirla,
zo’n onvertaalbaar woord uit je bargoens.
Sindsdien draag ik het met me mee, een teken,
Niet weg te schrobben. Natuurlijk lopen er meer
pirla rond op de wereld, hoe kom ik ze tegen?
Je houdt nooit op pirla te zijn. Als ze niet zo
goed op de hoogte waren, had ik dat stigma
wel met mijn nagels uit me losgekrabd.

 


In het Saint James in Parijs

In het Saint James in Parijs moet ik voortaan vragen
om een eenpersoonskamer. (Ze hebben niet graag
eenpersoonsgasten.) Net zo
bij dat namaak- Byzantium waarvan je zo hield in Venetië
en dan door naar de telefonistes, vanouds je vriendinnen,
tot de verbinding uitvalt. En het begint weer,
het verlangen je terug te hebben, in een gebaar
bv, of in een gewoonte.

 

Vertaald door Eva Gerlach

 


Aan mijn moeder
 
Nu het koor van steenpatrijzen
jouw eeuwige slaap verzoet, verzaligde
zwerm in ordeloze vlucht naar de glooiingen
van de Mesco-kaap na de wijnoogst, nu de strijd
der levenden heviger woedt dan ooit: indien jij nu
als een schim je omhulsel loslaat
(het is geen schim,
o lieve, het is niet wat jij denkt),
 
wie zal jou dan beschermen? De verlaten straat
leidt nergens heen. Slechts twee handen, een gezicht,
die handen, dat gezicht, het teken van een leven
dat niet van iemand anders is maar van zichzelf,
slechts dát geeft jou een plaats in het van zielen
en van stemmen wemelend elysium waarin jij leeft;
 
en ook de vraag die je nalaat is,
in de schaduw van de kruisen, een teken van jou.

 

Vertaald door Frans Denissen

 

 
Eugenio Montale (12 oktober 1896 - 12 september 1981)
Portret door Galeazzo Viganò

Lees meer...