15-05-16

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Noach's duif

Ik rustte in 't holle van een golf, ik plooide
Mijn vleugels en ik deinde: ik wist niet meer
Bewoog ik mee omhoog of mee omneer
En of mij links of rechts mijn schomling gooide.

Er was gedroppel dat zich op mij strooide,
Er was een hemel en een hemels weer,
En ik genoot en leefde in iedre veer,
Verheugd omdat zo schoon heelal mij kooide.

Toch wiekte ik traag en wendde en naar mijn ark
Richtte ik de koers: van boom op hoge heuvel
Plukte ik een twijg en gaf me aan 't venster in.

En mensen, beesten, met vervreugden zin,
Haastten weer uit met mij naar 't vorig euvel:
Het godverlaten, schendig aardepark.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

9
Men kàn geen vlammen als een gouden vloed
Uit éen vaas gieten in een andre vaas:
Daarbinnen branden ze en een bevend waas
Gloeit door het hulsel heen met halven gloed.

Open het nooit – het is zoo schoon, en ’t moet
Zó schoon zijn, blijvend in die zelfde plaats:
Die vlam zal niemand zien: zij zal, helaas!
Zichzelf verteren daar haar niemand voedt.

Brand niet zoo luid, mijn ziel! waaróm zoo luid?
Gij weet toch, dat ge alleen en stil moet zijn;
En veel begrijpen, daar me’ ú nièt verstaat;

Gloed bréngt geen gloed voort, ziel! úw gloed vergaat
Weldra, die grote, en zie, een schone schijn
Is om u, maar die ook dooft aanstonds uit.

 

 

Orfeus

Had Orfeus niet Eurydice gedood
Door zelf te hunkren naar haar levende ogen,
Voor eeuwig had hij haar in ’t licht gevoerd.

Nu stond hij wenend waar zich de afgrond sloot
En had voorgoed zich aan zijn arm onttogen
Wie hij zo vast zich dacht aan ’t hart gesnoerd.

Nu bleef zijn hunkren als een open wond
En ’t lied van nederwaarts gericht verlangen
Zwaar en verzadigd als een boom die treurt,

Terwijl die Andre opnieuw de cirkling bond
Waaruit alleen de opvaart van zijn gezangen
Haar – voor hoe kort, helaas! – had losgescheurd.

 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Albert Verwey en Stefan George door Jan Toorop, 1901

Lees meer...

Michael Lentz, Max Frisch, Judith Hermann, Peter Shaffer, Raymond Federman

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

rätsel, kreuz, prozeß
ein springtanz ohne wanz

was hört was kommt vom draußen ich.
das muß ein wagen träger sein
dem niemand fehlt den kommt allein
von selber aus dem kuckuck zum.

was ich nicht bin das frißt die not
also denke beißt die runde.
denn er reicht die mühle hof
mit schlägern in der stunde.

um heimes willen drückt er zu
sieh da sieh da jambeus auch du
wie lange noch das über alles
schweig lieb heimat, kreist der dalles.

noch eh ich was fromm draußen rein
dem niemand frißt die stunde ein
will über smok und schweigen
der richter sich verneigen.

und aller fragen ofen.

 

 

Einige einfache Sätze

Soeben ist ein Insekt ins Netz gegangen.
Es wird dort verenden. Auf Vorrat. Aber
noch unternimmt das Kerbtier alle Anstrengung
der Fangwolke stolzer zu entkommen
die Wind nicht zerreißen das Licht nicht trocknen kann.
Am Schleppseil turnt der Spinnerich Tod.
Ein Widerling. Wie kann man sich nur so gehen
lassen. Es klingelt die Masche
das fette Kinn lässt sich herab: Den leichen Fang
zur Kenntnis nehmen. Distanz.
Ein stummer Mechanismus. In der Kehle blüht
bereits der Erntekranz:
»Probleme werden erst gestellt, wenn sie gelöst
werden.« Ganz von selbst.
Allein wo hört der Leim denn auf, die Beute an?
Du spürst es kaum.
Ich stehe dicht davor und schmier die Webe platt.
Verwettert
als Wandbild, frisch gemalt, prangt unser Sternenzelt:
Kehricht.
Ein schönes Spiel. Es muss doch ein Gott über uns
sein.

 

 
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

Lees meer...

René Regenass, Paul Zindel, Mikhail Bulgakov, Lyman Frank Baum, Katherine Anne Porter

 

De Zwitserse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar René Regenass werd geboren op 15 mei 1935 in Basel. Zie ook alle tags voor René Regenass op dit blog.

Uit: Lob der Langsamkeit

Schon als Kind musste ich schnell sein. wenn die Mutter um halb zwölf feststellte, dass das Salz ausgegangen war.
«Aber ditfig!»‚ mahnte sie.
Die Modelleisenbahn sollte möglichst schnell über die Gleise rattern, sonsr mache es keinen Spass. meinten meine Spielkameraden.
Mit dem Dreirad oder dem Trottinett wollte ich unbedingt mit den älteren Kollegen mithalten, obwohl sie bereits ein kleines Fahrrad hatten.
In der Schule lernte ich, dass bei Prüfungsaufgaben die Zeit unerbittlich schrumpft.
An meinem ersten Arbeitsplatz wiihrend der Semesterferien war die Stempeluhr das Mass der Zeit und Pünktlichkeit.
Jede Verspätung wurde registriert, da gab es keine Ausrede.
Die Strassenbahn durfte ja keine Verspätung haben.
Meine Hoffnung: die letzte Tür des Anhängers noch zu erreichen.
An der Universität blieb nur eine knappe Viertelstunde nach der Vorlesung, um vom Kollegiengebäude am Petersplatz zum Seminar am Stapfelberg zu gelangen.
Nichts und niemand durfte mich aufhalnen. Der Professor war gnadenlos.
Als Journalist musste ich stets auf dem Sprung sein.
Der Redaktor: «In einer halben Stunde beginnt die Pressekonferenz des Regiemngsrats. Ihr Kollege ist ausgefallen. Der Bericht sollte am frühen Abend auf mei nem Tisch liegen."

 

 
René Regenass (Basel, 15 mei 1935)

Lees meer...

14-05-16

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ach, hoe sereen en listig de narcissen in april

Op de dag
dat het gebeurde
had het gevroren
 
Het serveren van de thee was
nauwelijks een ritueel naast
het bed dat begroeid was
met bloemen van hen
die je niet meer wilde zien
 
Het sap nog in de mond
van sinaasappelmarmelade
deed mij eraan denken
dit is geen sinister sprookje
 
De zuster kwam bedauwd
de kamer binnen
met voeten verend
onder schaars gewicht
Op een gedempt klavier
van juist gestemde woorden
vroeg ze naar de nacht
en naar de morgenboterham
waarna ze hoorbaar
voorzichtig als een vis
door kieuwen ademde
 
de zeep stond klaar
de schone handdoek als fluweel
gevouwen en gladgestreken
voor het toedekken
van zoveel doelloos lichaam
 
Ik tastte aan de golven
van uitgebloede aders
geen aroma's meer
van japanse kerselaren in de tuin
waar het gekanker met kapotgevreten
vingertoppen ook daar niet ophield
te bestaan
 
Ach, en wat sereen en listig
de gele bekken van narcissen
in april

 

 

Nog eenmaal

Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi
 
Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment
 
Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen
 
Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze
 
Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

Krister Axel, Jens Sparschuh, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs.Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

Georgia rain

I set out in the morning
And she's watching over me
This angel on my shoulder
Crying into the sea

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose

Tell me you won't fade out
Now the clouds are rolling in
Maybe you remember
Almost losing everything

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose
Somebody shine a light on me

Georgia rain

 

 
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

Lees meer...

Frans Bastiaanse

De Nederlandse dichter Wilhelm Ange François (Frans) Bastiaanse werd geboren in Utrecht op 14 mei 1868. Bastiaanse studeerde in Utrecht en was lange tijd leraar Nederlands te Hilversum. Hij is bekend om zijn impressionistische natuur- en liefdeslyriek in de trant van het impressionisme der vroege tachtigers: “Natuur en leven” (1900), “Gedichten” (1909), “Een zomerdroom” (1919). Vooral Lodewijk van Deyssel was erg met zijn werk ingenomen. Geïnspireerd door een late liefde toont zijn talent in verspreid later werk een opmerkelijke verdieping: “Ultima thule” (aflevering Helikon, 1938). Van zijn “Verzamelde gedichten” (1946) is slechts één deel verschenen. Van zijn hand zijn voorts: “De techniek der poëzie” (1918) en “Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde” (4 dln., 1914-1927).

 

Kleine Sonatine

Dit is een sonatine
Precies voor jou, die zacht en fijn
Met een viool, een mandoline
Een cello moet bezongen zijn.

Ik kon de taal wel voor jou zetten
Op pauk, bazuin en klarinet,
Het klaar klaroenen van trompetten
En dubbel héél 't orkest bezet,

Maar bij die rozen op je wangen,
Die glimlach om je teed're mond
Die wedergeeft in diep verlangen
Wat in verlangen oorsprong vond,

Speelt nog de taal maar 'en sourdine'
Precies voor jou, die slank en fijn,
In de allerkleinste sonatine
Wil, allerliefst, bezongen zijn...

En na het laatste en zoetst gehoorde
Vangt er het lange zwijgen aan
Waarin, als lied'ren zonder woorden,
Wij nog het best elkaar verstaan.

 

 

Heel mijn leven

Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn
Als zij zó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.

Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in de zomerdag;
De zomer sterft, de bloem verdort:
Zo sterft der mensen zang en lach.

Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat, zingend of zij zal
Zó eeuwig zingen zonder leed,

Nu voel ik - of 'k mij zelve wieg
In dromen die maar kort bestaan
't Is beter zo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droomloos door te gaan -

Nu voel ik zalige vreugde in mij
Bij 't luistren naar haar lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.

 

 
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)

11:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans bastiaanse, romenu |  Facebook |

Wilma Vermaat

 

De Nederlandse schrijfster Willemina (Wilma) Vermaat werd geboren in Zetten op 14 mei 1873. Haar moeder overleed toen zij elf jaar was, en zij werd opgevoed door een zeer gelovige tante. Haar vader was leraar maar nogal van het gezin vervreemd. Haar neef dr. J.H. Gerretsen, hofpredikant, ging de doopdienst van Juliana voor. Ze deed kweekschool en ging in Apeldoorn in het onderwijs werken, maar raakte echter rond haar twintigste in een persoonlijke psychische en ook lichamelijke crisis. Hiervan hersteld, raakte zij tijdens WO I betrokken bij groepen die hulp verleenden aan oorlogsslachtoffers en vluchtelingen. Ze sloot zich aan bij de pacifistische beweging onder leiding van Kees Boeke. Samen met twee zusters ging ze in de jaren twintig in een huis in de bossen bij Beekbergen wonen, de Neumshutte. Vermaat debuteerde in 1907 met het verhaal 'Oude vrijster', in Ons Tijdschrift. Ze was een productief schrijfster met een vast eigen publiek, dat ze in de loop der jaren bediende met meer dan veertig romans en novellen. Ze was bevriend met mensen als Willem de Mérode, Roel Houwink, Jo Ypma, H.M. van Randwijk, Bert Bakker en Klaas Heeroma.

Uit: Moeder Stieneke

“In razende vaart kwam een auto aansnorren door de nachtstille straat, en stopte voor het Dominéshuis. Het was de auto van hun dokter. De chauffeur gaf een briefje af, daarin stond met donkere, kort-afgebeten woorden een groot verhaal van ellende en een roep om oogenblikkelijke hulp.
‘We komen....’
Stieneke was al naar boven om haar meisje Marieke te waarschuwen, en kwam snel weer beneden gekleed en gereed.
De Dominé wachtte in de gang en daar ging het heen in suizende vaart naar den buitenkant van de stad, de dood-stille Oude Vest. Ze zaten zwijgend in gespannen luisteren naar den angstroep, die hen uit de simpele woorden van den dokter tegen had geklonken.
Het was de angst over de ontdekking van een misdaad jaren geleden begaan. De man had zich, nog jong, aan een kas vergrepen. De oorlogsverwarring had de daad verborgen gehouden, en hij had gehoopt door een voorbeeldig leven zijn vergrijp te kunnen uitwisschen. In het laatste oorlogsjaar was hij getrouwd met een zacht vrouwtje, zij had hem zes maanden geleden twee blonde meisjes geschonken, helaas ten koste van haar beste krachten. Ze was nog niet hersteld.
En nu was plotseling het kwaad uit zijn schuilhoek opgejaagd en aan den dag gebracht. Morgen.... morgen.... dan zou de heele stad het weten!.... dan zou zij het weten, dat was 't allerergste!
In dien angst voor morgen had hij zich met blinde oogen in den dood gestort. Maar het sterke leven had zoo geweldig gestreden, tegen den zwakken dood, dat hij in de lange worsteling tot bezinning gekomen, plotseling, in zijn berouw wel duizend nieuwe levensmogelijkheden zag, waar hij er tevoren geen enkele meer had kunnen ontdekken. Hij kon zich niet meer losrukken uit den greep van den dood. Hij moest mee naar het onbekende land, naar God! en riep in zijn angst om haar, zijn teere vrouw, en riep om God........
De auto raasde door de stille straten; de Dominé en Stieneke luisterden, en hoorden niet anders meer dan dit wanhopige roepen, en bleven hun antwoord geven in een stil gebed om hulp, om nog bijtijds te mogen komen. Als aan een schip in nood in een pikdonkeren nacht, zoo zonden ze hun seinen over. God was tusschen hen en dezen nood.
Voor een huis op de Oude Vest met hel-verlichte bovenvensters stopte de auto. Stieneke zag dat het gordijn van een donkere benedenkamer wat op zij was geschoven, ze verbeeldde zich daarachter angstige oogen die tuurden in de leege straat.
De voordeur schoot open, het licht in een klein portaal schoot aan; ze stonden voor een smalle trap met een bonten looper. Dat zag Stieneke, en zag tegelijk eigenlijk niets; het drong haar bewustzijn binnen, terwijl ze achter haar vader aan naar boven klom in een ontzagwekkende stilte; het roepen, dat ze zoo duidelijk had gehoord scheen door die stilte na te klinken als uit een verren droom.”

 

 
Wilma Vermaat (14 mei 1873 - 20 maart 1967)

11:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: wilma vermaat, romenu |  Facebook |

13-05-16

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin, Alphonse Daudet, Kōji Suzuki

 

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

De bladzijden open

De bladzijden open
wacht je
 
op het als een bij zoemend dansen
 
een mug in de neusvleugel
 
reeds heb ik bijtspoortjes
op mijn oren
 
de moederkat schrikt terug
 
met van die witpluizige
 
die daar in je homepage
gevangen zitten
 
ik laat het geschip
 
doe het antieke kalfsleer toe
 
verhuis naar de voorleeskamer.

 

 

Je doet het of

Je doet het of
je doet het niet
 
happy time with animal
 
als je het doet
doe je het
 
oog op verzadiging
en lekkerness
 
zo klaar en gretig afgehandeld
 
logisch
filosofisch
 
dat de stilstand der dingen
 
op de heupen werkt
tot ik het daar daarvan
 
krijg
 
book off
 
en rap een beetje.

 


Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees meer...

12-05-16

Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Sabine Imhof, Dante Gabriel Rossetti, Nicolaas Anslijn

 

De Nederlandse dichteres Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Beste,

Beste mijn dit, beste mijn dat,
waarom schrijf ik je
het best-zijn toe?
Misschien ben je wel goed
maar niet goed genoeg,
en beter dan wie ben je dan?

Maar goed, lieve…
want lief ben je vast
nu je de moeite neemt
mijn brief te lezen.
Je weet bij voorbaat
tenslotte niet
wat er in staat.

Beantwoord mijn aanhef.
Maak hem waar op zijn minst.

Een kort ‘gegroet’ voldoet

 

 

Gedenksteen

Konden de doden
zich herdenken
welke woorden
zouden zij vinden
voor welke namen
aan wie vragen
wiens adem
te doen stokken,
van wie het leven
af te breken?
Als de doden zichzelf
konden herdenken,
hoeveel minuten
zouden zij zich gunnen,
is om de doden
te herdenken
de duur van de dood
toereikend?

 

 
Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

Lees meer...

11-05-16

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela, Rachel Billington

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

 

In winteravondkou

In winteravondkou, in het groot open
van het blauwvloeiende belopen
roestrandig staal,
spichtig, onzichtig nu de nieuwe maan
als een fijn edel veertje, als een losse haal
en dun getogen.

Rondom vochtig staan
de zwarte sparren, lorken gril verwezen,
verzameld onderhout, somber en nors,
maar onder de donkerte der schors
is helder al het jonge sap gerezen.

Onder de nevels in de vert'
het bronzen roepen van een hert.

 

 

Maartlucht

Maartlucht, die er tegelijk
zo scherp als glas
en zo ontvoerend zijn kan.

O, de bezieling, zijnde in de bezwaren
anders nooit betrokken streken
en schuilgelegen uitzicht

te brengen vondsten fonkelend en schaars:
de moeilijkheden zijn de kans der kunstenaars.

 

 

Zingende lucht

Zingende lucht
zingende wind -
en binnen in,
binnen de struiken
ligt uitgegoten
een donkere vijver
en luistert en hoort,
hoort stil verloren
en denkt en peinst...
Want van lente, van lente,
Het zingt al van lente en zonneschijn.

 

 
J. H. Leopold (11 mei 1865 - 21 juni 1925)
Cover Leopold Cahier

Lees meer...

Eugen O. Chirovici

 

De Roemeense schrijver Eugen O. Chirovici werd op 11 mei 1964 geboren in Făgăraș, Transsylvanië, in een Roemeens-Hongaars-Duits gezin. Nadat hij een studie Economie voltooide, werkte Chirovici onder meer als manager van een nationaal dagblad en een tv-kanaal. Hij publiceerde meer dan 1000 artikelen en is de auteur van verschillende non-fictieboeken. Hij is drager van drie eredoctoraten in economie, communicatie en geschiedenis en is lid van de Roemeense Academie van de Wetenschappen. Voor zijn journalistieke werk ontving hij verschillende prijzen. In 2009 werd hem de prestigieuze Kent Medallion toegekend door Prins Edward, de Graaf van Kent. Chirovici schreef bovendien maar liefst tien romans en diverse korte verhalen, voor zowel volwassenen als young adults.  Hij maakte zijn debuut in de literatuur met korte verhalen, en zijn eerste roman, “The Massacre”, verkocht in 1990 meer dan 100.000 exemplaren Sinds 2013 wijdt Chirovici zich volledig aan het schrijven. Zijn eerste Engelstalige boek, “The Book of Mirrors”, werd een internationale uitgeefsensatie. De vertaalrechten werden uiteindelijk verkocht aan maar liefst 38 landen.

Uit: The Book of Mirrors

“I received the submission in January, when everybody at the agency was still trying to recover from the post-festive-season hangovers.
        The message had deftly missed my junk folder, turning up in my inbox, where it formed part of a queue with a few dozen others. I cast a glance at the query and found it intriguing, so I printed it off along with the attached pages from the partial manuscript and put them in my desk drawer.
Busy completing a deal, I forgot about them until the end of the month. It was on the weekend extended by Martin Luther King Day that I rediscovered the papers, lying in a pile of submissions I was planning on reading during the holiday.
        
The query letter was signed ‘Richard Flynn’ and went like this:

Dear Peter,

My name is Richard Flynn and twenty-seven years ago I majored in English at Princeton. I dreamed of becoming a writer, published a few short stories in magazines, and even wrote a 100,000-word novel, which I abandoned after it was rejected by a number of publishers (and which I myself now find mediocre and dull). After that, I got a job at a small advertising agency in New Jersey and I’ve remained in the industry to this day. At first I used to fool myself that advertising could be likened to literature and that one day I’d go back to being a writer. Obviously nothing of the sort happened. I think that for most people growing up means, unfortunately, gaining the ability to lock your dreams in a box and throw it in the East River. I was no exception to the rule, it’d seem.
        But a couple of months ago I discovered something important, which brought back to my memory a series of tragic events that took place in the fall and winter of 1987, my last year at Princeton. You probably know how it is: you think you’ve forgotten something – an event, a person, a situation – and then all of a sudden you realise that the memory has been languishing in some secret room in your mind and that it’s always been there, as if it happened only yesterday. It’s like opening an old closet, full of junk, and all you have to do is move one box or one thing for it all to come crashing down on you.
That thing was like a detonator. An hour after I found out the news, I was still thinking about its significance. I sat down at my desk and, overwhelmed by memories, I wrote. By the time I stopped it was long after midnight and I’d written more than five thousand words. It was as if I’d suddenly rediscovered who I was, after completely forgetting myself. When I went to the bathroom to brush my teeth, it seemed to me as if a different person was looking at me from the mirror.”

 

 
Eugen O. Chirovici (Făgăraș, 11 mei 1964)

18:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: eugen o. chirovici, romenu |  Facebook |

10-05-16

J.C. Bloem, Herman Leenders, Didi de Paris, Ralf Rothmann, Jeremy Gable, Petra Hammesfahr, Roberto Cotroneo

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog en ook mijn blog van 10 mei 2013 en ook deze tags voor J. C. Bloem.

 

Donkere zomerdag

Dit is een donkre zomerdag,
Wiens koeler ernst ons denken strookt
Tot glad berusten: geen beklag,
Dat zwakt en krookt.

En zonder weemoed, zonder vreugd
Volgen wij 's levens zeekre lijn,
En hopen dat bezonnen jeugd
Schooner zal zijn.

Wij zijn toch wel wat dwaas geweest
Onder der klachten domp gewelf,
En hebben 't ergste nooit gevreesd:
Die klachten zelf.

Nu in dit zuiverende licht,
Welks grijs niet droef, maar peinzend maakt,
Wordt juister rechten tot een plicht,
Die geen verzaakt.

De kleine smarten zwermen heen
En laten 't ruimer hart bereid
Voor wat onwezenlijk eerst scheen:
Meer zaligheid.

 

 

In den boom

Zwarte takken, hechte binten
Voor dit hooge zomerhuis,
Bladermuren, groene tinten,
Wind en looveren-geruisch,

Zonlicht slipt door twijggewarrel,
Warme weldaad voor het bloed,
Boven: 't groen en blauw gedwarrel
Van geblaarte en hemelgloed.

Op een slanken tak gezeten,
10 Wiegelde ik als in een boot
Stroomen langs, die luchten heeten:
Haven was het avondrood.

 

 

Regen in de zomernacht

De zomernanacht groeit den morgen tegen;
Nog is de hemel rein van dageraad.
Alleen de kleine stem der zachte regen,
Die aan mijn open venster praat.

Naar bed gegaan, vermoeid van leed en leven,
Een mensch, die slaap wenscht als het lot hem pijnt,
Voel ik mij tot een lichter lust verheven,
Omdat de maan zoo helder schijnt.

0 onrust van de heete zonnedagen,
0 wegen in den beet van 't stof begaan,
Wie zou na loomte en angst nog anders vragen,
Dan dezen schijn der maan?

Al wat ik heel mijn leven heb verzwegen,
Verlangen zonder vorm en zonder naam,
Is nu geworden tot een warme regen
Buiten een zilvren raam.

 

 
J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door door Sierk Schröder, rond 1953

Lees meer...

09-05-16

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

 

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

De Libris Literatuur Prijs 2016 is maandagavond naar Connie Palmen gegaan voor de roman “Jij zegt het.” In 'Jij zegt het' wordt de noodlottige liefde beschreven tussen de dichters Ted Hughes en Sylvia Plath. Behalve een cheque ter waarde van 50.000 euro ontving Connie Palmen een bronzen legpenning, die haar werd uitgereikt door minister Jet Bussemaker. De andere genomineerden waren Alex Boogers met 'Alleen met de goden', Joke van Leeuwen met 'De onervarenen', Inge Schilperoord met 'Muidhond', P.F. Thomése met 'De onderwaterzwemmer' en Thomas Verbogt met 'Als de winter voorbij is' Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

“Ze was onvermoeibaar, mijn van energie stuiterende bruid. Zodra ze thuis was, de colleges voor de volgende dag had voorbereid, had gekookt, gebakken, geboend en gewassen, ging ze achter de typemachine zitten om ons werk uit te typen, van een begeleidend schrijven te voorzien en de wereld in te sturen. Sinds we weer dicht bij elkaar waren, kon ik nauwelijks de stroom aan poëtische ideeën en invallen bijhouden, schreef elke dag, het ene gedicht na het andere. Zij hield meticuleus een dagboek bij, zat een leven op de hielen dat pas geleefd was zodra ze het had beschreven, verstuurde wekelijks brieven aan haar moeder en soms aan haar broer, werkte moeizaam aan een roman, en maakte zo nu en dan een gedicht. Naast Shakespeare en Yeats lazen we vooral de eigen gedichten hardop aan elkaar voor, leverden waar nodig commentaar, schaafden ze bij, lazen ze opnieuw voor.
In de eerste winter van ons huwelijk kwamen - naast de talloze afwijzingen die op haar het effect hadden van een rode lap op een stier en een nog woedendere scheppingsdrift losmaakten - de eerste lofzangen binnen, toezeggingen van gerenommeerde tijdschriften, verzoeken om meer werk, en een bescheiden extra inkomen.
Soms was de nacht al begonnen als we, moe van het geconcentreerde werken, bij het ouijabord gingen zitten, de toppen van onze wijsvingers op het glas legden, en eens wat geesten uitnodigden om het ingespannen denkwerk over te nemen, ons te inspireren, te laten huiveren of aan het lachen te maken. Het wachten op beweging is als vissen, spannend en ontspannend tegelijkertijd. Gebeurt er iets? Beweegt er iets onder het oppervlak? Is er leven dat ik nog niet zie, maar zich kenbaar maakt zodra het toehapt? Wat komt er aan het licht?
De eerste keer dat ik met mijn bruid achter het bord zat, pen en papier bij de hand, en we na de invitatie aan de ether of aan ons onderbewuste - Is er iemand? - een poosje wachtten, en toen het omgekeerde glas opeens naar 'ja' zagen schuiven, keek ze me met wantrouwige ogen aan. Ze geloofde het niet. Ze verdacht me ervan dat ik het uit ongeduld naar de linkerhoek duwde. Ik ontkende. Als we al iets doen, doen we het samen, dat is de magie van de vermenging.”

 

 
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

Pieter Boskma, Charles Simic, Jotie T'Hooft, Jan Drees, Leopold Andrian, Alan Bennett, Lucian Blaga

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Ontwakend zelfportret
Voor Remco Campert

Terwijl ik de tram in stapte dacht ik aan de zee.
Maar al wat er ruiste, wat er aan golven brak
stak aan een draadje in de meeste oren om mij heen.
En laten we ter stede maar niet spreken van de geuren.

Toch was het een prachtdag: de zon verscheen
boven de Herengracht, die licht begon te geven,
de mooiste meisjes fietsten blozend door de
katerloze ochtend, en nergens een hinderlaag.

Ik spoorde rustig voort, ik leefde op omdat ik dacht
dat ik het verplicht was aan mijn omgekomen liefde.
Men zit vast aan iets waarin men ging geloven
al betwijfelt men dat minstens even sterk.

Hoop en vrees, een koppig koppel dat elkaar
nooit loslaat, maar ik spoorde rustig voort
langs regel na stillere regel, hopend op de volgende,
vrezende dat die niet kwam – al hoeveel jaar.

Museumplein, ik moest eruit en alles klopte weer.
Ik stak schuin over het gras naar mijn nieuwe
uitgeefhuis, het vers was bijna af, een merel
zong brutaal op het Amerikaanse consulaat.

Dit was de dag, ik keek omhoog, ja, dit was de dag.

 

 

Uit: Doodsbloei

Ben jij het, liefste, ben je alles nu?
Stem die de diepste tonen zingen kan?
Gras dat koorddanst op een duinrug,
zon die opvlamt uit een vennetje?

Is het de zee waarmee je aanruist nu,
het nauw hoorbaar vallen van een blad?
Knipoog je vliegtuigstrepen aan de lucht
en plaag je me gewoon maar wat?

Naar het waarom zal ik niet langer vragen.
Geen enkel antwoord was bevredigend,
het leidde slechts tot feller onbehagen.

Vlieg dus maar rond en wees het lied
dat wij elkaar nog altijd kunnen geven,
allebei de tekst en allebei de melodie.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

Lees meer...