19-05-16

Simone van Saarloos

 

De Nederlandse schrijfster en columniste Simone van Saarloos werd geboren in Summit, New Jersey op 19 mei 1990 als dochter van een classica en een natuurkundige. Zij groeide op in Nederland. Ze doorliep enkele middelbare scholen (Haags Montessori Lyceum en Winter's Mill High School in Maryland). Van Saarloos studeerde vervolgens filosofie en literatuurwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en de New School in New York. Zij speelde Rugby Sevens in Leiden en in het Nederlands damesrugbyteam. Na haar afstuderen in 2013 werd ze columnist bij nrc.next.Ze schreef literaire kritieken en interviews voor De Volkskrant en publiceerde essays, opiniestukken en fictie in “De Revisor”, “Das Magazin”, “Tirade” en het Amerikaanse tijdschrift “12th Street”. Ook presenteerde ze in het Amsterdams academisch-cultureel centrum SPUI25 samen met auteur Niña Weijers van oktober 2013 tot voorjaar 2014 enkele malen een maandelijkse talkshow, Weijers & Van Saarloos, de seksistische talkshow, met vrouwelijke gasten uit de kunst, cultuur, wetenschap en journalistiek, eerst op de zaal aan het Spui, nadien in de Club Odeon. Van Saarloos was op 9 augustus 2015 de jongste Zomergast ooit.

Uit: Ook het niet-authentieke is echt (Column)

“We gingen liggend eten. Gewoon in Amsterdam, maar het restaurant waar ik was beland had een parenclub meets duizend-en-een-nacht interieur: een groot rond bed diende als tafel en zitplaats ineen, de mezzes – ‘Arabische tapas’ – werden geserveerd op schalen. Een man kreeg een hoofdmassage, een stel lag verstrengeld lurkend aan shisha. Het rook naar verbrand hout en het was bloedheet. Toen we zwetend vroegen of het niet wat koeler kon, verklaarde de ober (in harembroek, met een Limburgs accent) dat de temperatuur en de geur automatisch werden gereguleerd – er was geen echt vuur.
Tussen de mezzes lagen ook falafelballen. Ik hapte en proefde speculaaskruiden uit een pakje. Er zat geen enkele kikkererwt in verwerkt, maar ik had wel degelijk iets in mijn mond. Het is soms moeilijk te bevatten dat ook het niet-authentieke echt is.
Aan ons voeteneind verscheen een half ontklede vrouw. Ze schudde met de spiegeltjes rond haar middel, golfde haar buik. Even daarvoor was ze een vrouw die voor de deur een sigaretje stond te roken, nu hupte ze met haar billen. Ze was een echte buikdanseres. Ze was althans echt mens.
Activiste Rachel Dolezal nepte de wereld door te zeggen dat ze zwart was. De Amerikaanse loog over haar achtergrond, zat veel in de zon of gebruikte bronzeer spray en kroeste haar voormalig blonde haren. Haar ouders ‘outen’ haar als ‘kaukasisch’. In een interview met NBC News verklaart Dolezal dat ze zich altijd zwart heeft gevoeld. Ze herkent zich in het verhaal van transgenders.
In het nieuwe seizoen van de populaire gevangenisserie Orange is the New Black beweren enkele vrouwen dat ze joods zijn, zodat ze koosjere maaltijden geserveerd krijgen. Die zijn namelijk smakelijker. Omdat ze vrezen dat de directie hen zal ‘testen’, kijken ze naar een film van Woody Allen.
De andere gevangenen vinden dit oneerlijk. Niet omdat iemand de ‘joodse identiteit’ wil beschermen, maar omdat ze een voordeel genieten van hun leugen. Er wordt niet gediscussieerd over wat echt is, maar over het effect van de realiteit die wordt gepresenteerd."

 

 
Simone van Saarloos (Summit, 19 mei 1990)

20:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: simone van saarloos, romenu |  Facebook |

H.W.J.M. Keuls

 

De Nederlandse dichter Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls werd geboren in Obdam op 19 mei 1883. Keuls studeerde rechten en werd advocaat in Amsterdam. Van 1925 tot 1948 was hij directeur van het Bureau voor Muziek en Auteursrechten van de Vereniging van Letterkundigen. Voor het Algemeen Handelsblad schreef hij kritieken over muziek en toneel. Keuls debuteerde met poëzie in 1910 in het tijdschrift De Gids. Hij behoort met zijn poëzie tot de generatie waartoe ook Bloem, Greshoff, Roland Holst en Van Eyck behoren. Hij schreef elegische poëzie met een voorkeur voor traditionele vormen zoals rondelen en kwatrijnen. Zijn gedichten zijn doortrokken van een sterk besef van religieuze levenszin. In 1920 verscheen een eerste bundeling met “In den stroom”, gevolgd door “Om de stilte” (1924) en “De dansende lamp” (1935). Aanvankelijk was er weinig weerklank voor zijn poëzie, maar met het verschijnen van zijn “Verzamelde gedichten” (4 dln, 1947-1949) begon de waardering toe te nemen en groeide zijn bekendheid als dichter. In 1948 kreeg hij de Tollensprijs voor zijn gehele oeuvre en vervolgens werd hem de P.C. Hooftprijs 1961 toegekend. Keuls verzorgde een aantal vertalingen, onder meer van Omar Khayyams “Kwatrijnen” (1944), Dante's “Het nieuwe leven” (1951), Pirandello's “Hendrik IV” (1956) en T.S. Eliots “Een staatsman van verdienste’ (1957) en “De familiereünie” (1957). Voor zijn Dantevertaling kreeg hij in 1957 de Martinus Nijhoffprijs.

 

Ik heb een wijkplaats….

Ik heb een wijkplaats in uw hart gevonden,
Daar weet ik mij beveiligd en bevrijd,
En voel ik nog de pijn van oude wonden
Dan druppelt troost van uw aanwezigheid.

Het schijnt bepaald dat wegen elkaar kruisen
En de aarde elken dag opnieuw begint;
Uw stem voert mij naar ’t onweerstaanbaar ruisen
Van hoge bomen in een zoele wind.

Gij hebt een macht de wereld te doorstralen
En ’t is of ik betreed een jong gebied,
Waarin ik hoor de bloemen ademhalen
En gij mij nadert als een levend lied.

 

 

En toen zij zaten naast elkaar

En toen zij zaten naast elkaar
En wisten: ’t was de laatste maal,
Vond hunne liefde geen gebaar
Meer, en hun teederheid geen taal.
En in de stilte tusschen hen
Scheen, saam met een verloren woord,
’t Geluk nu weg te zinken en
Al wat hun eens had toebehoord.
Daar was niet meer van hart tot hart
Dan een zacht smachten, treurnis om
Vergaan, en een zich half-verstard
Verzetten hulpeloos en stom.
Zoo is de eenzaamheid van twee,
Die samenzijn een laatste maal,
En wachten stil, dat zonder vreê
Over hun smart de avond daal’;
En ’t is, of in hun wachten weent
Een eindlooze verlatenheid,
Of in hun droef’nis zich vereent
Al wat op aard’ zijn lot beschreit.
Het donker nam de dingen in,
Zij zwijgend zijn uiteengegaan;
Als eeuwig leed had elk den zin
Des levens in zijn hart verstaan.

 

 
H.W.J.M. Keuls (19 mei 1883 – 28 oktober 1968)
Portret door Conrad Kickert, z.j.

20:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: h.w.j.m. keuls, romenu |  Facebook |

18-05-16

Markus Breidenich, W.G. Sebald, Yi Mun-yol, François Nourissier, Gunnar Gunnarsson, Omar Khayyam, Ernst Wiechert

 

De Duitse dichter en schrijver Markus Breidenich werd geboren in Düren op 18 mei 1972. Zie ook alle tags voor Markus Breidenich op dit blog.

 

Aber wahr ist

Aber wahr ist auch, dass es über den Bergen
leichter wird. Die Körnung der Wolken. Alles
unter den Hängen. Sieben Winde, die ziehen.

In meiner Form des Abendlichts spielen
Rottöne eine unbedeutende Rolle. Ich lese
in den Hochglanzspalten des Eises kein

leises Wort. Von der Hand in den Mond
leben heißt, seltsam sein, Staubkörner
sammeln für später. Der Weg, der hier oben

endlos ist, hat weder Höhen noch Tiefen.
Ich fahre über den Kraterrand. Daumenhoch
liegt Schnee neben dem Meer. Die Luft

über allem ist dünnhäutig. Blaustichig. Taub.
Wie die Westentasche meines Federkleids
kenne ich die Fluglinien der Sternschnuppen.

Unter den Siebenmeilenstiefeln meiner Erd-
uniform liegen Kalksteinplatten. Dem Morgengrau
hinterlasse ich meinen Breitengrad und die Uhrzeit.

 

 

WIE MAN DAS AUSHÄLT.
Dass man drinnen ist.
Und die Haut über den Dingen.

Wie man spätabends noch
auf den Bus wartet. Wenn es
sein könnte, dass er nicht kommt.

Dann zu Fuß geht. Dann
auf Händen. Kopfüber in
den Regen. In den Wald.

Wie das zugeht. Wie das
sein kann. Das mit den Augen.
Dass es immer so bleibt.

 

 
Markus Breidenich (Düren, 18 mei 1972)

Lees meer...

17-05-16

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

 

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

De haas

Op een namiddag was hij er opeens.
Doodstil tussen de seringen en de
aalbessenstruiken.
Net als bij Dürer:
oren langer dan het hoofd
van onderen wit. Grote zachte ogen.
 
Waarom zat hij daar zo stil
tot beeld bevroren in het namiddaglicht?
 
Had hij meer vertrouwen in ons
dan in andere mensen?
Wat had hij daar voor reden voor?
 
Geroerd, bijna gevleid
sloot ik de deur. Liep terug
naar binnen. De volgende dag
vond ik hem liggend in
een eigenaardige houding,
 
iets tussen slaap en embryo in,
buiten voor de schuurdeur.
 
Een paar druppels uit een waterkan
zorgden ervoor dat hij een paar aarzelende
stappen zette
alsof hij niet langer vertrouwen had
 
in de wereld en haar beelden.
De volgende dag zag ik in
dat hij blind moest zijn.
 
Het was toen dat ik hem vond
verdronken en slap als een vod
vlak bij de botensteiger. Wat ik beschouwd had
als volmaakte rust en vertrouwen
was blindheid en niets anders.
 
“De natuur is goed” staat er
op bepaalde pakken. Van het merk Bregott.
De natuur is goed.
Hoe weten jullie dat
margarinekooplui?
 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 

Roach

That was the same strange word
that I searched for in a dream
and was unable to find.

I awoke
from a dream of a fish
with red eyes

easy to catch with a piece of chewed bread
on a crooked short nail.
A roach, cause of death for Yvonne

Princess of Burgundy
So much more indolent than the beautiful minnows,
those dancers of the warm water near the shoreline.

Yes, this dream was full
of beauty and dance.
And no one in the whole world knew

that roaches are called roaches.

 

Vertaald door Susan W. Howard

 

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 - 3 april 2016)

Lees meer...

16-05-16

Wenn's Pfingsten regnet (Paula Dehmel)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 
Pinksterfeest door Hans Multscher, 1437

 

 

Wenn's Pfingsten regnet

Wenn`s Pfingsten regnet Oben aus dem Fahnenhaus
Guckt das schwarze Wettermännchen raus,
Spreizt die Beine und grinst uns an;
Schäme dich, alter Wettermann!
Am Ostersonntag, vor sieben Wochen,
Hast du dem Fritze fest versprochen,
Dass zu Pfingsten, im Monat Mai,
Das allerschönste Wetter sei.
Und nun regnets, liebe Not,
Alle hellen Blüten tot,
Sie liegen da wie nasser Schnee,
Auf den Wegen steht See an See;
Ja, wenn wir schon drinnen baden könnten,
Wie die Spatzen oder die Enten!
Wir dürfen aber garnicht raus,
Sehn so mucksch wie Maulwürfe aus;
Röch nicht der Kuchen so lecker her,
Wüßt man gar nicht, dass Feiertag wär.
Nicht mal die Pfingstkleider kriegt man an;
Schäme dich, schwarzer Wettermann!

 

 


Paula Dehmel (31 december 1862 - 9 juli 1918)
Nikolaikirche in Berlijn. Paula Dehmel werd geboren in Berlijn

 

Zie voor de schrijvers van de 15 mei ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

 

09:48 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: pinksteren, paula dehmel, romenu |  Facebook |

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

 

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

Cartographies of Silence

1.
A conversation begins
with a lie. and each

speaker of the so-called common language feels
the ice-floe split, the drift apart

as if powerless, as if up against
a force of nature

A poem can being
with a lie. And be torn up.

A conversation has other laws
recharges itself with its own

false energy, Cannot be torn
up. Infiltrates our blood. Repeats itself.

Inscribes with its unreturning stylus
the isolation it denies.


2.
The classical music station
playing hour upon hour in the apartment

the picking up and picking up
and again picking up the telephone

The syllables uttering
the old script over and over

The loneliness of the liar
living in the formal network of the lie

twisting the dials to drown the terror
beneath the unsaid word


3.
The technology of silence
The rituals, etiquette

the blurring of terms
silence not absence

of words or music or even
raw sounds

Silence can be a plan
rigorously executed

the blueprint of a life

It is a presence
it has a history a form

Do not confuse it
with any kind of absence

 

 
Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

Lees meer...

Olga Berggolts, Lothar Baier, Olaf J. de Landell, Rens van der Knoop, Naomi Rebekka Boekwijt

 

De Russische dichteres en schrijfster Olga Fyodorovna Berggolts werd geboren op 16 mei 1910 in Sint Petersburg. Zie ook alle tags voor Olga Berggolts op dit blog.

 

The Trial

And you'll have strengths enough
To see and know again
How all that was your love
Will start to bring a pain.
Your friend - without blame -
Will come a werewolf once;
You'll be by him defamed,
By other ones - repulsed.
They will start to seduce,
And order, "Abrogate!" -
Your heart will be reduced
From fear and regret.
And you'll have strengths enough
To answer them again:
"From all that was my life
I never will abstain!"
And you'll have strengths enough,
Having recalled this rake,
To all that you have loved
To cry again: "Come back!"

 

 
Olga Berggolts (16 mei 1910 – 13 november 1975)
Monument in in St Petersburg

Lees meer...

15-05-16

Whitsunday in Kirchstetten (W. A. Auden)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

 
Pinksterfeest door Juan de Flandes (ca. 1465-1519)

 

 

Whitsunday in Kirchstetten
(for H.A. Reinhold)

Grace dances. I would pipe. Dance ye all.
[Acts of John]
 
Komm Schöpfer Geist I bellow as Herr Beer
picks up our slim offerings and Pfarrer Lustkandl
quietly gets on with the Sacrifice
as Rome does it: outside car-worshippers enact
the ritual exodus from Vienna
their successful cult demands (though reckoning time
by the Jewish week and the Christian year
like their pedestrian fathers).

When Mass is over,
although obedient to Canterbury,
I shall be well grüss-gotted, asked to contribute
to Caritas though a metic come home
to lunch on my own land: no doubt, if the Allies had not
conquered the Ost-Mark, if the dollar fell,
the Gemütlichkeit would be less, but when was peace
or its concomitant smile the worse
for being undeserved?

In the onion-tower overhead
bells clash at the Elevation, calling
on Austria to change: whether the world has improved
is doubtful, but we believe it could
and the divine Tiberius didn’t.  Rejoice, the bells
cry to me.  Blake’s Old Nobodaddy
in his astronomic telescopic heaven,
Army, Navy, Law, Church, nor a Prince
say who is papabile. (The Ape of the Living God
knows how to stage a funeral though,
as penitents like it: Babel, like Sodom, still
has plenty to offer, though of course it draws
a better sort of crowd.)  Rejoice we who were born
congenitally deaf are able
to listen now to rank outsiders. 

The Holy Ghost
does not abhor a golfer’s jargon,
a Lower-Austrian accent, the cadences even
of my own little Anglo-American
musico-literary set (though difficult,
saints at least may think in algebra
without sin): but no sacred nonsense can stand Him.
Our magic syllables melt away,
our tribal formulae are laid bare: since this morning,
it is with a vocabulary
made wholesomely profane, open in lexicons
to our foes to translate, that we endeavor
each in his idiom to express the true magnalia
which need no hallowing from us, loaning terms,
exchanging graves and legends. (Maybe, when just now
Kirchstetten prayed for the dead, only I
remembered Franz Joseph the Unfortunate, who danced
once in eighty-six years and never
used the telephone.)

     An altar bell makes a noise
as the Body of the Second Adam
is shown to some of his torturers, forcing them
to visualize absent enemies,
with the same right to grow hybrid corn and be wicked
as an Abendlander. As crows fly,
ninety kilometers from here our habits end,
where minefield and watchtower say NO EXIT
from peace-loving Crimtartary, except for crows
and agents of peace: from Loipersbach
to the Bering Sea not a living stockbroker,
and church attendance is frowned upon
like visiting brothels (but the chess and physics
are still the same).  We shall bury you
and dance at the wake, say her chiefs: that says Reason
is unlikely. But to most people
I’m the wrong color: it could be the looter’s turn
for latrine duty and the flogging block,
my kin who trousered Africa, carried our smell
to germless poles.

Down a Gothic nave
comes our Pfarrer now, blessing the West with water:
we may go.  There is no Queen’s English
in any context for Geist or Esprit: about
catastrophe or how to behave in one
what do I know, except what everyone knows—
if there when Grace dances, I should dance.

 

 
Wystan Hugh Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)
Sint Vituskerk in Kirchstetten

 

 

Zie voor de schrijvers van de 15e mei ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

12:01 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: w. h. auden, pinksteren, romenu |  Facebook |

Albert Verwey, Arthur Schnitzler, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Frits van Oostrom

 

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Noach's duif

Ik rustte in 't holle van een golf, ik plooide
Mijn vleugels en ik deinde: ik wist niet meer
Bewoog ik mee omhoog of mee omneer
En of mij links of rechts mijn schomling gooide.

Er was gedroppel dat zich op mij strooide,
Er was een hemel en een hemels weer,
En ik genoot en leefde in iedre veer,
Verheugd omdat zo schoon heelal mij kooide.

Toch wiekte ik traag en wendde en naar mijn ark
Richtte ik de koers: van boom op hoge heuvel
Plukte ik een twijg en gaf me aan 't venster in.

En mensen, beesten, met vervreugden zin,
Haastten weer uit met mij naar 't vorig euvel:
Het godverlaten, schendig aardepark.

 

 

Van de liefde die vriendschap heet

9
Men kàn geen vlammen als een gouden vloed
Uit éen vaas gieten in een andre vaas:
Daarbinnen branden ze en een bevend waas
Gloeit door het hulsel heen met halven gloed.

Open het nooit – het is zoo schoon, en ’t moet
Zó schoon zijn, blijvend in die zelfde plaats:
Die vlam zal niemand zien: zij zal, helaas!
Zichzelf verteren daar haar niemand voedt.

Brand niet zoo luid, mijn ziel! waaróm zoo luid?
Gij weet toch, dat ge alleen en stil moet zijn;
En veel begrijpen, daar me’ ú nièt verstaat;

Gloed bréngt geen gloed voort, ziel! úw gloed vergaat
Weldra, die grote, en zie, een schone schijn
Is om u, maar die ook dooft aanstonds uit.

 

 

Orfeus

Had Orfeus niet Eurydice gedood
Door zelf te hunkren naar haar levende ogen,
Voor eeuwig had hij haar in ’t licht gevoerd.

Nu stond hij wenend waar zich de afgrond sloot
En had voorgoed zich aan zijn arm onttogen
Wie hij zo vast zich dacht aan ’t hart gesnoerd.

Nu bleef zijn hunkren als een open wond
En ’t lied van nederwaarts gericht verlangen
Zwaar en verzadigd als een boom die treurt,

Terwijl die Andre opnieuw de cirkling bond
Waaruit alleen de opvaart van zijn gezangen
Haar – voor hoe kort, helaas! – had losgescheurd.

 

 
Albert Verwey (15 mei 1865 - 8 maart 1937)
Albert Verwey en Stefan George door Jan Toorop, 1901

Lees meer...

Michael Lentz, Max Frisch, Judith Hermann, Peter Shaffer, Raymond Federman

 

De Duitse dichter, schrijver, literatuurwetenschapper en musicus Michael Lentz werd geboren in Düren op 15 mei 1964. Zie ook alle tags voor Michael Lentz op dit blog.

 

rätsel, kreuz, prozeß
ein springtanz ohne wanz

was hört was kommt vom draußen ich.
das muß ein wagen träger sein
dem niemand fehlt den kommt allein
von selber aus dem kuckuck zum.

was ich nicht bin das frißt die not
also denke beißt die runde.
denn er reicht die mühle hof
mit schlägern in der stunde.

um heimes willen drückt er zu
sieh da sieh da jambeus auch du
wie lange noch das über alles
schweig lieb heimat, kreist der dalles.

noch eh ich was fromm draußen rein
dem niemand frißt die stunde ein
will über smok und schweigen
der richter sich verneigen.

und aller fragen ofen.

 

 

Einige einfache Sätze

Soeben ist ein Insekt ins Netz gegangen.
Es wird dort verenden. Auf Vorrat. Aber
noch unternimmt das Kerbtier alle Anstrengung
der Fangwolke stolzer zu entkommen
die Wind nicht zerreißen das Licht nicht trocknen kann.
Am Schleppseil turnt der Spinnerich Tod.
Ein Widerling. Wie kann man sich nur so gehen
lassen. Es klingelt die Masche
das fette Kinn lässt sich herab: Den leichen Fang
zur Kenntnis nehmen. Distanz.
Ein stummer Mechanismus. In der Kehle blüht
bereits der Erntekranz:
»Probleme werden erst gestellt, wenn sie gelöst
werden.« Ganz von selbst.
Allein wo hört der Leim denn auf, die Beute an?
Du spürst es kaum.
Ich stehe dicht davor und schmier die Webe platt.
Verwettert
als Wandbild, frisch gemalt, prangt unser Sternenzelt:
Kehricht.
Ein schönes Spiel. Es muss doch ein Gott über uns
sein.

 

 
Michael Lentz (Düren, 15 mei 1964)

Lees meer...

René Regenass, Paul Zindel, Mikhail Bulgakov, Lyman Frank Baum, Katherine Anne Porter

 

De Zwitserse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar René Regenass werd geboren op 15 mei 1935 in Basel. Zie ook alle tags voor René Regenass op dit blog.

Uit: Lob der Langsamkeit

Schon als Kind musste ich schnell sein. wenn die Mutter um halb zwölf feststellte, dass das Salz ausgegangen war.
«Aber ditfig!»‚ mahnte sie.
Die Modelleisenbahn sollte möglichst schnell über die Gleise rattern, sonsr mache es keinen Spass. meinten meine Spielkameraden.
Mit dem Dreirad oder dem Trottinett wollte ich unbedingt mit den älteren Kollegen mithalten, obwohl sie bereits ein kleines Fahrrad hatten.
In der Schule lernte ich, dass bei Prüfungsaufgaben die Zeit unerbittlich schrumpft.
An meinem ersten Arbeitsplatz wiihrend der Semesterferien war die Stempeluhr das Mass der Zeit und Pünktlichkeit.
Jede Verspätung wurde registriert, da gab es keine Ausrede.
Die Strassenbahn durfte ja keine Verspätung haben.
Meine Hoffnung: die letzte Tür des Anhängers noch zu erreichen.
An der Universität blieb nur eine knappe Viertelstunde nach der Vorlesung, um vom Kollegiengebäude am Petersplatz zum Seminar am Stapfelberg zu gelangen.
Nichts und niemand durfte mich aufhalnen. Der Professor war gnadenlos.
Als Journalist musste ich stets auf dem Sprung sein.
Der Redaktor: «In einer halben Stunde beginnt die Pressekonferenz des Regiemngsrats. Ihr Kollege ist ausgefallen. Der Bericht sollte am frühen Abend auf mei nem Tisch liegen."

 

 
René Regenass (Basel, 15 mei 1935)

Lees meer...

14-05-16

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri

 

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Ach, hoe sereen en listig de narcissen in april

Op de dag
dat het gebeurde
had het gevroren
 
Het serveren van de thee was
nauwelijks een ritueel naast
het bed dat begroeid was
met bloemen van hen
die je niet meer wilde zien
 
Het sap nog in de mond
van sinaasappelmarmelade
deed mij eraan denken
dit is geen sinister sprookje
 
De zuster kwam bedauwd
de kamer binnen
met voeten verend
onder schaars gewicht
Op een gedempt klavier
van juist gestemde woorden
vroeg ze naar de nacht
en naar de morgenboterham
waarna ze hoorbaar
voorzichtig als een vis
door kieuwen ademde
 
de zeep stond klaar
de schone handdoek als fluweel
gevouwen en gladgestreken
voor het toedekken
van zoveel doelloos lichaam
 
Ik tastte aan de golven
van uitgebloede aders
geen aroma's meer
van japanse kerselaren in de tuin
waar het gekanker met kapotgevreten
vingertoppen ook daar niet ophield
te bestaan
 
Ach, en wat sereen en listig
de gele bekken van narcissen
in april

 

 

Nog eenmaal

Nog eenmaal om precies te zijn
zou ik een kind willen baren
Het ritueel van de ogenblikken
in mij opslaan als in een gouden kooi
 
Het lichaam dat zich opent om zwijgend dicht te gaan
in de trance van het afgebakend moment
 
Te weten dat ik vrouw ben
en niet zomaar vermoeid
van steeds weer stappen over zebrapaden
met kinderen in donker uniform
en boekentassen vol verzamelingen
 
Straks de quiche Lorraine op tafel
en schoenen poetsen voor het vertrek
de brooddoos met het gebakje, het springtouw voor de middagpauze
 
Nog éénmaal wil ik wakker worden
met het weke lijfje aan mijn weke mond
Het hart op het hart

 

 
Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees meer...

Krister Axel, Jens Sparschuh, Evelyn Sanders, Walter E. Richartz, Karin Struck, Kasper Peters

 

De Amerikaanse dichter en musicus Krister Axel werd geboren op 14 mei 1974 in Parijs.Zie ook alle tags voor Krister Alex op dit blog.

 

Georgia rain

I set out in the morning
And she's watching over me
This angel on my shoulder
Crying into the sea

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose

Tell me you won't fade out
Now the clouds are rolling in
Maybe you remember
Almost losing everything

Georgia rain in my walking shoes
I've got nothing to lose
Somebody shine a light on me

Georgia rain

 

 
Krister Axel (Parijs, 14 mei 1974)

Lees meer...

Frans Bastiaanse

De Nederlandse dichter Wilhelm Ange François (Frans) Bastiaanse werd geboren in Utrecht op 14 mei 1868. Bastiaanse studeerde in Utrecht en was lange tijd leraar Nederlands te Hilversum. Hij is bekend om zijn impressionistische natuur- en liefdeslyriek in de trant van het impressionisme der vroege tachtigers: “Natuur en leven” (1900), “Gedichten” (1909), “Een zomerdroom” (1919). Vooral Lodewijk van Deyssel was erg met zijn werk ingenomen. Geïnspireerd door een late liefde toont zijn talent in verspreid later werk een opmerkelijke verdieping: “Ultima thule” (aflevering Helikon, 1938). Van zijn “Verzamelde gedichten” (1946) is slechts één deel verschenen. Van zijn hand zijn voorts: “De techniek der poëzie” (1918) en “Overzicht van de ontwikkeling der Nederlandsche letterkunde” (4 dln., 1914-1927).

 

Kleine Sonatine

Dit is een sonatine
Precies voor jou, die zacht en fijn
Met een viool, een mandoline
Een cello moet bezongen zijn.

Ik kon de taal wel voor jou zetten
Op pauk, bazuin en klarinet,
Het klaar klaroenen van trompetten
En dubbel héél 't orkest bezet,

Maar bij die rozen op je wangen,
Die glimlach om je teed're mond
Die wedergeeft in diep verlangen
Wat in verlangen oorsprong vond,

Speelt nog de taal maar 'en sourdine'
Precies voor jou, die slank en fijn,
In de allerkleinste sonatine
Wil, allerliefst, bezongen zijn...

En na het laatste en zoetst gehoorde
Vangt er het lange zwijgen aan
Waarin, als lied'ren zonder woorden,
Wij nog het best elkaar verstaan.

 

 

Heel mijn leven

Mijn lief is blij, zij lacht en zingt
En schittert in de zonneschijn
Als zij zó héél mijn leven zingt
Kan nooit mijn leven lijden zijn.

Ja! zang en lachen duren kort
Als bloemen in de zomerdag;
De zomer sterft, de bloem verdort:
Zo sterft der mensen zang en lach.

Maar nu der zonne gouden val
Vloeit langs gelaat en blinkend kleed,
En zij gaat, zingend of zij zal
Zó eeuwig zingen zonder leed,

Nu voel ik - of 'k mij zelve wieg
In dromen die maar kort bestaan
't Is beter zo 'k mij zelf bedrieg
Dan 't leven droomloos door te gaan -

Nu voel ik zalige vreugde in mij
Bij 't luistren naar haar lach en zang
Want weet, wát blijve of ga voorbij:
Dát hoor ik héél mijn leven lang.

 

 
Frans Bastiaanse (14 mei 1868 - 12 juni 1947)

11:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: frans bastiaanse, romenu |  Facebook |