17-11-16

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

Uit: Joseph In Egypten

Het eerste bedryf

REY VAN ENGELEN:
Daer schijnt de zon op 't hof, en zijn vergulde tinnen,
En weckt heel Memphis op, en schiet heur straelen binnen
Dit hoffelijcke huis, en alle zalen van
Den grooten Potiphar, dien koningklijken man;
Wien Joseph, Jakobs zoon, als een gewenschte zegen,
Weleer lijfeigen wert; toen hy van verre wegen
(In Kanaän van zijn gebroederen verkocht,
Aen Arabiers, en over Nijl te merckt gebroght,
En weder opgeveilt) te hoof in dienst geraeckte,
By Pharoos amptenaer, die hem goetwilligh slaeckte,
En zette dien Hebreeuw, geleert, van elck bezint,
En zynen meester trouw, in top van 't huisbewint.
De heer, door 's dienaers trouw, ontlast van alle zorgen,
Hecht, nacht en dagh gerust, den avont aen den morgen;
Maer niet zijn gemaelin, vrouw Jempsar, die, ontroert
In haeren geilen geest, zoo schendigh wort vervoert,
Om, buiten spoor van eere en van betaemlijckheden,
Het vier van deze pest (die ziel en lijf en leden
Zoo dootelijck besmet) te koelen met een' kus
Van Josephs schoonen mont, en kuische lippen: dus
Verslingert op zijn jeught en deught, en zuivre zeden,
Heeft zy nu, dagh op dagh, den jongeling bestreden;
Die noit op haer geboôn noch lockaes acht wou slaen,
En nu den jongsten storm groothartigh uit moet staen.
Het huis van Potiphar wil een tooneel verstrecken
Van 's helts godtvruchtigheit, die wy om strijt bedecken,
Met deze vleugelen, waer meê wy zijn gedaelt
Op d'aerde, uit 't eeuwigh licht, dat van Godts aenschijn straelt,
In Josephs aengezicht, en elckontvonckende oogen,
Waer uit dees Hofmeestres haer koortsen heeft gezogen.



 
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Jozef en de vrouw van Potifar door Bartolomé Esteban Murillo, 1640-1645

Lees meer...

16-11-16

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer, Jónas Hallgrímsson

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Dereliction

I quit the carved stool
in my father’s hut to the swelling
chant of saber-tooth termites
raising in the pith of its wood
a white-bellied stalagmite

Where does a runner go
whose oily grip drops
the baton handed by the faithful one
in a hard, merciless race? Or
the priestly elder who barters
for the curio collector’s head
of tobacco the holy staff
of his people?

Let them try the land
where the sea retreats
Let them try the land
where the sea retreats

 

 

Lazarus

The breath-taking
of his sisters when the word
spread: He is risen! But a
man who has lived a full life
will have others to
reckon with beside his
sisters. Certainly that keen-eyed
subordinate who has moved up
to his table at the office, for
him resurrection is an awful
embarrassment The luckless
people of Ogbaku knew its
terrors that day the twin-headed
evil strode their highway. It
could not have been easy
picking up again the blood-spattered
clubs they had cast away; or to
turn from the battered body
of the barrister lying beside his
battered limousine to finish off
their own man, stirring now suddenly
in wide-eyed resurrection How well
they understood those grim-faced
villagers wielding their crimson
weapons once more that at the hour
of his rising their kinsman
avenged in murder would turn
away from them in obedience
to other fraternities, would turn indeed
their own accuser and in one
breath obliterate their plea
and justification! So they killed
him a second time that day on the
threshold of a promising resurrection.

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

15-11-16

Clemens J. Setz, Wolf Biermann, Jan Terlouw, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Liane Dirks, Lucien Rebatet, Elizabeth Arthur

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit:Die Stunde zwischen Frau und Gitarre

“Folgen Sie diesem Heißluftballon!
Der Taxifahrer drehte den Kopf und schaute in die Richtung, in die Natalies Arm wies. Tatsächlich war da ein Ballon an der von ihrem Finger angepeilten Stelle zu sehen: ein fingerhutgroßer umgekehrter Wassertropfen im wolkenlosen Blau des Stadtrandhimmels, mit einem erahnbaren Firmenlogo auf der Außenhaut.
Natalie ließ ihren Arm sinken. Es war nicht abzusehen, wie der Taxifahrer reagieren würde. Ihr Herz klopfte, noch konnte alles schiefgehen. Sein Gesicht verriet nichts.
Es war der letzte Tag ihrer Ausbildung, und sie hatte gewaltig verschlafen. Im Grunde hatte sie alles schon hinter sich, alle Fachbereichsarbeiten geschrieben, alle Prüfungen bestanden, das Diplom gehörte ihr, war ab sofort Teil ihres Namens, also würde niemand wütend sein, wenn sie nicht zum Abschlussfest erschien. Aber sie hatte sich wochenlang darauf gefreut: Red Bull veranstaltete für die Ausbilderinnen und Absolventinnen aller Behindertenpädagogik-Lehrgänge des Landes einen fröhlichen Ballon-Tag, und selbstverständlich waren auch alle ehemaligen Schützlinge eingeladen, zwei Sonderballons würden mit rollstuhlgerechten Gondeln ausgestattet sein. Und Natalie war drei Stunden zu spät. Dreieinhalb.
Aber das hielt den Taxifahrer nicht davon ab, sich Zeit zu lassen, um die Informationen zu verarbeiten. Natalie begann ihn zu hassen, seine Schultern, seine schneeweißen Haare – doch da fuhr er unvermittelt los, ohne eine weitere Frage zu stellen. Natalie ließ sich in den Sitz zurückfallen, schnallte sich an, klatschte lautlos in die Hände und lachte. Geschafft!
Alles lief wieder glatt. Sie hatte letzte Woche elf Bewerbungen abgeschickt und stand in Kontakt mit der Welt. Vielleicht würde sie die Ballone noch aus der Nähe sehen, diese herrlichen sphärischen Gebilde, bei deren Anblick man innerlich runder und vollkommener wurde. Es würde doch ein schöner Tag werden!”

 

 
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Lees meer...

Ted Berrigan

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Na de middelbare school bezocht hij een jaar lang Providence College voordat hij in het Amerikaanse leger ging. Na drie jaar in het leger, beëindigde hij zijn universitaire studies aan de Universiteit van Tulsa in Oklahoma, waar hij in 1959 een BA in Engelse taal behaalde en in 1962 net kort kwam voor de vereisten voor een MA. Berrigan was een prominente figuur in de tweede generatie van de New York School of Poets, waartoe ook Jim Carroll, Anselm Hollo, Alice Notley, Ron Padgett, Anne Waldman, Bernadette Mayer en Lewis Warsh behoorden. Hij heeft samengewerkt met Padgett en Joe Brainard op “Bean Spasms”, een werk dat belangrijk is bij het afwijzen van traditionele concepten van eigendom. Hoewel Berrigan, Padgett en Brainard allemaal individuele gedichten schreven voor het boek, en samengewerkten bij vele anderen, werden er geen auteurs opgenomen voor individuele gedichten. De dichter Frank O'Hara noemde Berrigan's meest significante publicatie, The Sonnets, 'een feit van de moderne poëzie'. Sinds de oorspronkelijke publicatie in 1964 izijn “The Sonnets” beschouwd als een belangrijke esthetische verklaring van zowel de New York School als de 20e eeuwse Amerikaanse poëzie als geheel, beinvloed als zij zijn door de eerste generatie New York School dichters (in het bijzonder John Ashbery, Frank O'Hara en Kenneth Koch), de compositietheorieën van John Cage, de filosofieën van Alfred North Whitehead en door het gebruik van een door de tijd heen bewezen poëtische vorm, die variëert van William Shakespeare tot Edwin Denby. Berrigan was getrouwd met Sandy Berrigan, die eveneens dichtte, en met wie hij twee kinderen kreeg, David en Kate. Berrigan en zijn tweede vrouw, de dichteres Alice Notley, waren meerdere jaren actief in de poëziescène in Chicago en verhuisden vervolgens naar New York City, waar hij diverse tijdschriften en boeken bewerkt.

 

The Sonnets: I

His piercing pince-nez. Some dim frieze
Hands point to a dim frieze, in the dark night.
In the book of his music the corners have straightened:
Which owe their presence to our sleeping hands.
The ox-blood from the hands which play
For fire for warmth for hands for growth
Is there room in the room that you room in?
Upon his structured tomb:
Still they mean something. For the dance
And the architecture.
Weave among incidents
May be portentous to him
We are the sleeping fragments of his sky,
Wind giving presence to fragments.

 

 

The Sonnets: III

Stronger than alcohol, more great than song,
deep in whose reeds great elephants decay,
I, an island, sail, and my shoes toss
on a fragrant evening, fraught with sadness
bristling hate.
It’s true, I weep too much. Dawns break
slow kisses on the eyelids of the sea,
what other men sometimes have thought they’ve seen.
And since then I’ve been bathing in the poem
lifting her shadowy flowers up for me,
and hurled by hurricanes to a birdless place
the waving flags, nor pass by prison ships
O let me burst, and I be lost at sea!
and fall on my knees then, womanly.

 

 

A Certain Slant Of Sunlight

In Africa the wine is cheap, and it is
on St. Mark's Place too, beneath a white moon.
I'll go there tomorrow, dark bulk hooded
against what is hurled down at me in my no hat
which is weather: the tall pretty girl in the print dress
under the fur collar of her cloth coat will be standing
by the wire fence where the wild flowers grow not too tall
her eyes will be deep brown and her hair styled 1941 American
will be too; but
I'll be shattered by then
But now I'm not and can also picture white clouds
impossibly high in blue sky over small boy heartbroken
to be dressed in black knickers, black coat, white shirt,
buster-brown collar, flowing black bow-tie
her hand lightly fallen on his shoulder, faded sunlight falling
across the picture, mother & son, 33 & 7, First Communion Day, 1941--
I'll go out for a drink with one of my demons tonight
they are dry in Colorado 1980 spring snow.

 

 
Ted Berrigan (15 november 1934 - 4 juli 1983)

18:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ted berrigan, romenu |  Facebook |

14-11-16

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, P.J. O'Rourke, Karla Schneider, Peter Orner

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Chamomile

Along the border
of an Indiana garden
beside a cold frame

my great-grandparents
cultivated you for
the herb-blossom tea
they believed cured
most of their ills.

Oh calmer of nerves
and delirium tremens,
soother of headaches
and preventer of nightmares,
repeller of insects
and softener of hair

Oh spirit whose steamed
essence unclogged
my infected sinuses
in the Black Forest
and eased my eyelids
toward sleep

may your feathery
foliage and sunburst
flowers flourish in
the herb garden outside
the kitchen window.

 

 

Evening Song
(after Matthias Claudius, 1740-1815)

The moon has risen,
the tiny golden stars shine
bright and clear in the heavens.
The woods are black and silent
and the white mist rises
mysteriously from the meadows.

How still is the world,
and cozy and friendly
in the cover of dusk,
like a quiet chamber
where you can sleep away
and forget the misery of day.

See the moon up there?
You can see only half of it,
yet it is round and beautiful.
So indeed are many things
which we laugh at too easily,
because we cannot see them.

 

 
Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

Lees meer...

Olga Grjasnowa

 

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku, Azerbeidzjan, in een Russisch-Joodse familie. Daar werkte haar vader Oleg Grjasnow als advocaat en haar moeder Yulia Vinnikova als musicologe. In 1996 verhuisde de familie naar Hesse, waar ze op 11-jarige leeftijd Duits leerde en haar school in Frankfurt am Main voltooide. Vanaf 2005 studeerde Grjasnowa kunstgeschiedenis en slavische studies in Göttingen. Vervolgens verruilde zij deze studies voor de leergang “literair schrijven” aan het Duitse literaire instituut Leipzig, waar ze in 2010 haar bachelor behaalde. Nadat ze in Polen, Rusland (Maxim-Gorki-Literaturinstitut) en Israël studeerde, studeerde ze danswetenschappen aan de Freie Universität Berlin. Zij is lid van het PEN-centrum Duitsland. Grjasnowa heeft deelgenomen aan de "Klagenfurter Literaturkurses" 2007. In 2008 kreeg zij een beurs van de Rosa Luxemburg Stiftung. In 2010 kreeg zij de dramaturgenprijs van de "Wiener Wortstätten" voor haar debuutstuk " Mitfühlende Deutsche". In 2011 ontving zij het Grenzgängerstipendium van de Robert Bosch Stiftung, en in 2012 het Hermann Lenz Stipendium. Haar romandebuut “Der Russe ist einer, der Birken liebt”, gepubliceerd in 2012, baarde vanaf het begin opzien en werd in diverse tijdschriften goed besproken.

Uit: Der Russe ist einer, der Birken liebt

„Ich wartete am Ben-Gurion-Flughafen unter bunten Luftballons, die an der Decke klebten. Ich las die Anzeigetafel, aß ein Sandwich, beobachtete Menschen, die sich ratlos umsahen, Soldaten, russische Großmütter, orthodoxe Juden und arabische Großfamilien. An der Schleuse zur Ankunftshalle war eine Mesusa angebracht, viele der Ankommenden küssten sie, indem sie die Fingerspitzen ihrer
rechten Hand an die Mesusa führten und dann zum Mund.
In den meisten Gesichtern waren Freude und große Erwartungen zu lesen. Immer wieder liefen zwei Menschen aufeinander zu, umarmten sich, ließen voneinander ab, musterten das Gesicht des anderen, als versuchten sie, die verlorene Zeit wettzumachen. Neben mir fiel ein Ultraorthodoxer im schwarzen Anzug und mit einem breitkrempigen Hut auf die Knie und küsste den Boden, eine junge Frau, die einen kleinen Jungen im Arm hielt, wurde von einem älteren Mann abgeholt, der Junge schrie und trat um sich, als dieser ihn berühren wollte. Eine ältere Frau redete energisch auf ihren Enkel ein, in der Flughafenhalle vermischten sich die Sprachmelodien zu einem Klangteppich: Russisch, Hebräisch, Englisch, Italienisch und Arabisch. Über die Lautsprecher mahnte eine tiefe Frauenstimme immer wieder, das Gepäck nicht aus den Augen zu lassen, und fügte hinzu: »It’s prohibited to carry weapons in all the terminal halls.«
Mein Computer war vor einer Viertelstunde erschossen worden, und ich wartete nun auf die Bestätigungsformulare, die mich dazu berechtigen würden, einen Antrag auf eine Kompensationszahlung seitens des Staates Israel zu stellen.
Es hatte mit der Passkontrolle angefangen. Ich wurde nach meinen Namen gefragt.
»Maria Kogan.«
»Ausgerechnet Maria.«
Ich zuckte mit den Schultern und sagte: »Der Name hatte meiner Mutter gefallen. Mascha.«
»Was für eine Mascha?«
»Mein Kosename.«
Er machte einen Vermerk in eines seiner Formulare und studierte eingehend mein Arbeitsvisum.
Weshalb ich gekommen sei.“

 

 
Olga Grjasnowa (Bakoe, 14 november 1984)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: olga grjasnowa, romenu |  Facebook |

13-11-16

Inez van Dullemen, Frank Westerman, José Carlos Somoza, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Peter Härtling, Stanisław Barańczak

 

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

Uit:De twee rivieren

“Altijd brak in de lente het verlangen naar reizen in mij los. Reizen was voor mij geen vlucht, maar een poging om dichter bij het onbekende te komen. Ieder mens heeft de neiging om dicht te slibben, zoals schapen waarvan de schedelnaden dichtgroeien als ze volwassen worden. Allemaal neigen we naar aanpassing aan het bekende, gewenning aan de status quo, de sleur van luxe. Steeds verlangde ik ernaar de gewenning te ondergraven, ik wilde geen trut worden, niet de tirannie van de dingen ondergaan, ik wilde geen slaaf zijn - ook niet van mijn eigen tekorten ik wilde keuzen openhouden, mezelf onderwerpen aan het onbekende.
Ik realiseer het me: mijn reisperiode is bijna afgesloten. Dat houdt in dat ik mijn herinneringen levend moet zien te houden. Urenlang zat ik aan de oever van de Ganges, kijkend naar de rituele verbranding van de doden. Ik was er getuige van hoe de oudste zoon gewijde kruiden tussen de dode lippen van zijn vader schoof, ik volgde met mijn ogen hoe de heilige rivier de as afvoerde, op weg naar de monding ver weg aan zee.
Ik genoot ervan te communiceren met mensen van wie ik de taal niet kende: zonder woorden samen eten, gezamenlijk iets ondergaan. Een enkele keer had ik het gevoel dat het pervers was, die voyeuristische eigenschap van me. Om te willen speuren naar andersoortige existenties.
Reizen is een dubbelleven leiden, net als een spion, zei de schrijver Paul Theroux.
Reisde ik om mezelf te ontdekken? Nee, zo belangrijk vond ik mezelf niet. Eerder wilde ik een oog zijn dat alles opzuigt. Ik trachtte draden te spinnen tussen het ene fenomeen en het andere. Reizen obsedeerde me omdat ik de fragmenten van een legpuzzel aan elkaar moest zien te passen.”

 

 
Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

 

Lees meer...

Dacia Maraini, Humayun Ahmed, William Gibson, Gérald Godin, Karl Jakob Hirsch, Robert Louis Stevenson, Esaias Tegnér

 

De Italiaanse schrijfster Dacia Maraini werd geboren op 13 november 1936 in Fiesole. Zie ook alle tags voor Dacia Maraini op dit blog en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

Uit:Geraubte Liebe (Vertaald door Gudrun Jäger)

“Gianni Lenti, ein junger Arzt, sitzt auf einem Hocker in der Notaufnahme. In der Hand hält er einen Plastikbecher mit Kaffee, in seinen Ohren stecken Kopfhörer, aus denen eine sanfte, exotisch anmutende Musik dringt. Gerade lauscht er einer seiner Lieblingsstellen, sie erinnert ihn an die Bilder von Gauguin, die er vor Kurzem erst in einer Ausstellung gesehen hat. Barfüßige Frauen mit Blumen im Haar, im Hintergrund blaue Pferde, Palmen mit großen wogenden Blättern, die er
sich duftend und weich vorstellt.
Heute ist endlich einmal Zeit zum Durchatmen. Den ganzen Morgen über nur ein Schlaganfall. Zum Glück. Eigentlich könnte ich mir ein Eis holen, denkt er. Genau in dem Moment sieht er, wie sich die Glastür öffnet. Vor ihm steht ein junges Mädchen mit vorstehenden Wangenknochen und langen kas-
tanienbraunen Haaren, das nun schleppend näher tritt, mit einem offenkundig gebrochenen Arm.
»Vorbei mit der Ruhe«, murmelt er und geht ihr entgegen. Was zum Teufel ist denn mit der passiert. Als ob ein Lastwagen sie überfahren hätte. Überall blaue Flecken, und der Arm baumelt ihr einfach so an der Seite.
»Sie behauptet, sie wäre die Treppe runtergefallen«, sagt Ada, die Krankenschwester, gereizt. »Kümmerst du dich um sie?«
»Was denn für eine Treppe?«
»Keine Ahnung. Sie sagt nichts. Außerdem hat niemand so genau nachgefragt, wie der Sturz passiert ist. Eine Unterschrift, der übliche Papierkram, das war’s.«
Doktor Gianni Lenti betrachtet das junge Mädchen aufmerksam. Ihm ist, als hätte er sie schon einmal gesehen.
»Waren Sie nicht schon einmal hier in der Notaufnahme, mit zwei gebrochenen Rippen und Würgemalen am Hals?«
Marina Savina – so der Name, der auf dem Aufnahmeformular steht – schüttelt energisch den Kopf. Aber sie kann dem Blick des Arztes nicht standhalten, er scheint zu sagen: Natürlich bist du das, ich erkenne dich doch wieder.
»Was ist passiert?«, schaut er sie weiter forschend an.
»Ich bin die Treppe hinuntergefallen«, antwortet sie, allerdings kaum hörbar, bockig und mit gesenktem Blick.
»Selbst wenn du aus dem Fenster gesprungen wärst«, beharrt er. »Wer hat dir den Arm gebrochen?«
Keine Antwort.“

 

 
Dacia Maraini (Fiesole, 13 november 1936)

Lees meer...

Christine Otten

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Christine Otten werd geboren in Deventer op 13 november 1961. Otten was als journalist onder meer werkzaam voor De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland. Ze debuteerde in 1995 met de roman “Blauw metaal”. Haar doorbraak kende ze in 2004 met de roman “De laatste dichters” die genomineerd werd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2011 verzorgde Otten samen met fotokunstenaar Erik Kessels het Boekenweekessay “Good luck”. Ze is ook actief als performer.

Uit:Om adem te kunnen halen

“Het was een bloedhete zomer. Op onze etage in Amsterdam in Oud-West koelde het zelfs ’s nachts niet meer af, ook al stonden alle ramen open en hielden we de gordijnen overdag dicht. Ik was zevenentwintig en zwanger van mijn eerste kind en mijn buik was heel dik.
Op een doordeweekse dag kwam mijn vader op bezoek. Hij zou met de trein komen en de tram en er rond een uur of één zijn. Sinds de scheiding woonde hij alleen in ons oude huis in Deventer. Hij had wel een vriendin, maar die was getrouwd.
Om kwart over één ging de bel. Van bovenaf opende ik de voordeur en mijn vader kwam naar binnen.
Ik droeg een felgroene korte zomerjurk. Mijn vader zei dat ik er goed uitzag. Hij keek naar mijn buik. ‘Het is me wat,’ zei hij. Hij overhandigde me een set champagneglazen en zei dat zijn vriendin die voor me had uitgekozen.
Ik ging koffie zetten in de keuken en bedacht dat mijn vader pas uit de psychiatrische inrichting was ontslagen toen mijn broer en ik de deur uit waren. Zou er een verband zijn tussen onze aanwezigheid en zijn ziekte?
Toen ik terugkwam in de woonkamer met een blad met koffie en koekjes, zei mijn vader weer dat ik er zo goed uitzag. ‘Jij ook,’ zei ik en ik aarzelde of ik misschien iets anders zou aantrekken, een minder blote jurk, die niet zo om mijn buik spande.
Terwijl we koffie dronken, keek hij weer naar mijn buik en zei: ‘Wie had dat kunnen denken toen je nog zo klein was.’
Als in een reflex legde ik mijn handen op mijn buik, voelde de baby bewegen, alsof hij naar me toe zwom. Ik had liever dat mijn vader wegging, maar ik vond het zielig omdat hij helemaal met de trein en de tram hiernaartoe was gekomen.
Ik pakte de champagneglazen uit. Het waren mooie glazen van dun glas. Ik zei dat ik ze mooi vond en dat we geen champagneglazen hadden omdat we nooit champagne dronken.
‘Echte champagne is duur,’ zei mijn vader.
‘Ik drink geen alcohol,’ zei ik. ‘Voor de baby.’
‘Juist ja,’ zei hij en keek alsof hij de baby opgerold zag liggen in mijn buik, dwars door de dunne stof van mijn jurk en mijn huid heen. Alsof ik naakt was, doorschijnend. Zijn blik brandde op mijn huid. Het was inmiddels bijna twee uur.”

 

 
Christine Otten (Deventer, 13 november 1961)

10:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: christine otten, romenu |  Facebook |

Am siebenundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff )

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

 
De evangelist Mattheus en de engel door Vincenzo Campi, 1588

 

 

Am siebenundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
Ev.: Vom Senfkörnlein und Sauerteig.

»Das Himmelreich ist gleich einem Senfkörnlein, das ein Mensch nahm, und säte es auf seinen Acker; dasselbe ist zwar das kleinste unter allen Körnern, wenn es aber gewachsen ist, so ist es größer als alle Kräuter und wird ein Baum, so daß alle Vögel des Himmels kommen, und unter seinen Zweigen wohnen. – Das Himmelreich ist gleich einem Sauerteige, den ein Weib nahm, und steckte ihn unter drei Scheffel Mehls, bis es ganz durchsäuert war.«


Tief, tief ein Körnlein schläft in mancher Brust,
Doch Herr, du siehst es und du magst es segnen.
O schau auf jene die, sich unbewußt,
Nicht fühlen deiner Gnadenwolke Regnen,
Die um sich steigen lassen deinen Tau;
Nachtwandler, dumpf gebannt in Traumes Leben,
Umwandeln Turmes Zinne sonder Beben,
Nicht zuckend nur mit der geschloßnen Brau'.

Ich bin erwacht, ob auch zu tiefer Schmach;
So will ich heut nicht an mein Elend denken,
Will, ach, das einzige, was ich vermag,
Ein zitterndes Gebet den Armen schenken;
Ob nur ein kraftlos halbgebrochner Hauch,
Der dennoch mag die rechten Wege finden,[695]
Und muß er sich zu deinem Throne winden
Wie sich zum Äther wälzet Nebelrauch.

Du Milder, weißt aus allem Erdendunst
Den warmen Lebensodem wohl zu scheiden,
Gerechter du und doch die höchste Gunst,
Des Sonne scheinet über Moor und Heiden,
O kräft'ge deinen Strahl, daß er entglüht
Die langverjährte Rinde mag durchdringen;
Mach des erstarrten Blutes Quellen springen,
Auftauen das erfrorne Augenlid.

Wie oft sah ich in schier vereistem Grund
Sich leise noch das Samenkörnlein dehnen,
Wie öfters brach aus längst entweihtem Mund
Ein Schmerzenslaut, der alles kann versöhnen!
O, nur wer stand in glüher Wüstenei,
Der weiß des grünen Blattes Wert zu schätzen,
Und wessen Ohr kein Luftzug durfte letzen,
Nur der vernimmt den halberstickten Schrei.

Mit meinem Schaden hab' ich es gelernt,
Daß nur der Himmel darf die Sünde wägen,
O Menschenhand, sie halte sich entfernt,
Die nur das Leben zählt nach Pulses Schlägen.
Lebt doch das Samenkorn und atmet nicht,
Und kann es dennoch einen Stamm enthalten,
Der herrlich einst die Zweige mag entfalten,
Wo das Gevögel jubelt unterm Licht.

Sei Menschenurteil in Unwissenheit
Hart wie ein Stein, du Herr, erkennst das Winden
Der Seele, und wie unter Mördern schreit
Zu dir ein Seufzer, der sich selbst nicht finden
Und nennen kann. Kein Feuer brennt so heiß
Als was sich wühlen muß durch Grund und Steine,
Von allen Quellen rauschender rinnt keine
Als die sich hülflos windet unterm Eis.

Im Fluch, dem alle schaudern, hörst du noch
Den Klageruf an Kraft und Mut gebrochen;
In des Verbrechers Wahnsinn trägt sich doch
Entgegen dir zerfleischten Herzens Pochen.
Das ist das Samenkorn, was wie im Traum
Bohrt ängstlich mit den Würzelchen zum Grunde,
Und immer trägt es noch den Keim im Munde
Und immer schlummert noch in ihm der Baum.

Brich ein o Herr! du weißt den rechten Stoß
Und weißt, wo schwach vernarbt der Sünde Wunden;
Noch liegt in deiner Hand ihr ewig Los,
Noch lauert stumm die schrecklichste der Stunden,
Wo ihnen deine Hand die Waage reicht
Und die Verdammung steht im eignen Herzen,
O Jesu Christ gedenk an deine Schmerzen,
O rette die aus deinem Blut gezeugt!

 

 
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Kapel in de Meersburg waar von Droste-Hülshoff op het eind van haar leven woonde.

 

10:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annette von droste-hülshoff, romenu |  Facebook |

12-11-16

Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf

 

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

*

de fabriek waar compassie wordt geproduceerd
is stilgevallen en voor het eerst in eeuwen
komen de arbeiders naar buiten hun gezichten
ouder dan de tijd van woorden de arbeiders
ze schreeuwen niet maar in hun ogen staat
het verwijt te lezen: jullie zijn ons vergeten

 

 

Magie en hekserij

overblijvende
nachtschade

geneeskrachtig
helderziend

ei van de geest
liefdesplant
vertakt of gevorkt

ingesneden
afzonderlijk
ondergronds

giftig
hallucinogeen

duizeligheid
angstaanvallen
slapeloosheid
zware gevallen
woedeaanvallen
ademhalingsproblemen
delier
warmtegevoelens

heksenkruid
heksendrankjes en heksenzalf

miniatuurmensje
probeerseltje van de mens
bewerkt en besneden
 
het zeggen van speciale formules
en het dansen van bepaalde dansen

ijzingwekkende schreeuw
dodelijke schreeuw

lijkvocht
de urine en het zaad
galgenmannetje

 

 
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

Lees meer...

Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz, Jacobus Bellamy

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

Uit: Spuren im Sand

„Er hielt sich stramm, wie sich alle damals strammhielten, mit durchgedrücktem Kreuz und stolzem, geradeaus gerichtetem Blick. Etwas von dem Stolz und der Macht des Kaiserreichs war um ihn. Er konnte nicht schwimmen und war doch Bademeister - aber was machte das schon, angesichts von soviel Haltung und Würde, die damals überall zum Ausdruck kam. Mit aufgekrempelten Hosen stand er barfuß auf der Treppe der Badeanstalt, eine Art Autohupe in der linken Hand, und sah aufs Meer hinaus. Wenn jemand zu weit hinausschwamm. führte er die Hupe an den Schnurrbart, plusterte die Backen auf und gab einen schauerlichen Ton von sich. Mir erschien es dann, als beruhige sich das Meer unter diesem gewaltsamen, herrischen Ton meines Vaters augenblicklich.
Damals war das Meer, das heißt ein Stück des Meeres, noch für die Badenden abgezäunt und mit Stacheldraht und Planken begrenzt. so daß eigentlich niemand weit hinausschwimmen konnte; aber es war anscheinend eine Zeit der verbotenen Wege. und so gelang es immer einigen Verwegcncn, das offene Meer zu erreichen. Meinem Vater mißlielen diese Leute außerordentlich, denn er hatte nun einmal bei den Ulanen in Prenzlau gestanden und das Gehorchen gelernt. Er amtierte in einem Familienbad. Es gab außerdem noch ein Herren- und ein Damenbad, denn damals wurden die Geschlechter noch säuberlich voneinander getrennt.
Das war mein Vater. Er hatte, wie die meisten Väter im Ort, acht Kinder. und einige hatten zehn oder zwölf. Es war eine Zeit des Überflusses. Der Kaiser ging mit einem gesunden Geburteniiberschuß voran - und alle, alle folgten ihm. Es herrschte Ruhe und Ordnung. und auch in unserem Ort gab es eine feststehende Hierarchie. die mit dem Gemeindevorste her und Feuerwehrhauptmann begann und mit dem ärmsten Valdarbeiter endete.
Eines Nachmittags, und dieser Nachmittag gehört zu meinen ersten unklaren Erinnerungen, saß ich zu Füßen meiner Mutter, die an einem Plättbrett stand und bügeltc, als eine Frau mit einem hochgeschnürten Busen eintrat und mit meiner Mutter ein Gespräch begann.
Anna«‚ sagte sie, »was ist denn nun mit Richard?«
Was soll schon mit Richard sein?«
Der Großherzog ist doch dagewesen?«
Du meinst den Großherzog von Mecklenburg?«

 

 
Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)
Portret door  Nils Burwitz, 1988

Lees meer...

Malcolm Guite

 

De Engelse dichter, singer-songwriter, Anglicaans priester en academicus Ayodeji Malcolm Guite werd geboren op 12 november 1957 in Ibadan in Nigeria. Bij de geboorte kreeg hij de voornaam Ayodeji wat "de tweede vreugde" betekent. Zijn ouders waren Britse expats en zijn vader werkte als Methodistisch predikant. Na 10 jaar Nigeria verhuisde het gezin naar Canada. Zijn ouders stuurden Guite echter naar een Britse kostschool, omdat zij vreesden dat hij zijn Engelse identiteit zou kwijtraken. Hij behaalde zijn MA in Engelse literatuur en promoveerde later in de filosofie op werk van Lancelot Andrewes, John Donne rn T.S. Eliot. Hij is momenteel een Bye-Fellow en aalmoezenier van Girton College, Cambridge en associate kapelaan van St. Edward Koning en Martyr in Cambridge. Ook werkte hij als gastdocent aan diverse hogescholen en universiteiten in Engeland en Noord-Amerika. Guite publiceerde o.a. “What do Christians Believe?” (2006), “Faith Hope and Poetry” (2010), “Sounding the Seasons; Seventy Sonnets for the Christian Year” (2012) en “The Singing Bowl; Collected Poems” (2013). Hij is ook werkzaam als librettist voor componist Kevin Flanagan en zijn Riprap Jazz Quartet, en heeft ook samengewerkt met de Amerikaanse componist J.A.C. Redford en met de Canadese singer-songwriter Steve Bell op zijn CD “Keening For The Dawn”. (2012) In 2015 was hij 'Visionary in residence' aan Biola University in Los Angeles.”

 

Silence

November pierces with its bleak remembrance
Of all the bitterness and waste of war.
Our silence tries but fails to make a semblance
Of that lost peace they thought worth fighting for.
Our silence seethes instead with wraiths and whispers,
And all the restless rumour of new wars,
The shells are falling all around our vespers,
No moment is unscarred, there is no pause,
In every instant bloodied innocence
Falls to the weary earth ,and whilst we stand
Quiescence ends again in acquiescence,
And Abel’s blood still cries in every land
One silence only might redeem that blood
Only the silence of a dying God.

 

 

Thanksgiving

Thanksgiving starts with thanks for mere survival,
Just to have made it through another year
With everyone still breathing. But we share
So much beyond the outer roads we travel;
Our interweavings on a deeper level,
The modes of life embodied souls can share,
The unguessed blessings of our being here,
The warp and weft that no one can unravel.
So I give thanks for our deep coinherence
Inwoven in the web of God’s own grace,
Pulling us through the grave and gate of death.
I thank him for the truth behind appearance,
I thank him for his light in every face,
I thank him for you all, with every breath.

 

 
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)

10:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: malcolm guite, romenu |  Facebook |

A.J.D. van Oosten

 

De Nederlandse dichter en schrijver Abraham Jan Daniël van Oosten werd geboren op 12 november 1898 in Delft. Van Oosten was een autodidact die eerst werkte als huisschilder, maar later ambtenaar werd en journalist. Hij behoorde aanvankelijk tot de Jong Protestantse groep, maar ging in 1931 over tot de rooms-katholieke kerk en was van 1934 tot 1939 redacteur van De Gemeenschap. In de jaren dertig verschenen met vrij grote frequentie dichtbundels van hem: “Het vuurwerk” (1930), “Slagen op de ruit” (1935), “De dag beweegt” (1936), “Vuur en Droom” (1937), “Schip en Vrouw”(1937) en “Vuursteen”(1940).

 

Het idiote oude mannetje

Bidt voor 't oud mannetje dat altijd beeft en knikt
zijn lieve zoontjes heeft hij beiden jong zien sterven
- de onnoozelen zullen Gods rijk beërven -
Als hij een ranke knaap ziet staat hij stil, verschrikt;
een ieder zegt dat hij van Lotje is getikt.

 

 

Het kantoor

Gods alziend oog vindt ons verdord van zin
gebogen over acten en statuten,
de dag verzwindt in rinzige minuten
en 't klokgetik spint ons als muggen in,
hier is geen eind, hier is geen nieuw begin.

 

 

Augustus

Augustus heeft zijn tenten opgeslagen,
en heerscht doorluchtig over 't heerlijk land,
heiden en hemel zieden te' allen kant
van 't goud en brons der schelle zonnevlagen.

Hoogzomer ment der dagen vuurgen wagen
de horizonnen rond, en wendt ten rand
der ijle kimmen 's nachts den blanken brand
van 't slapend licht tot nieuw en hèller jagen.

De dennen broeien, de erica vlamt paars,
't fel vogellied vliet 't bosch vol van geluiden,
't groot levensland viert 't koningsfeest des jaars.

Over 't gekroonde koren op den enk
wuift warme wind zijn loomen groet uit 't Zuiden
en kust de halmen in zijn zoelen zwenk.

 

 
A.J.D. van Oosten (12 november 1898 – 23 januari 1969)

10:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: a.j.d. van oosten, romenu |  Facebook |