27-07-17

Michael Longley, Marijke Höweler, Theodore Dreiser, Hilde Domin, Julien Gracq, Hilaire Belloc, Vladimir Korolenko, Eimear McBride, Graeme C. Simsion

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog en ook mijn blog van 27 juli 2010.

 

Saint Francis To The Birds

And, summing up, I think of when
With cloud and cloudburst you confer,
By God's sheer genius lifted there,
Lighthearted starling, nervous wren.
It is perfection you rehearse -
God placed the limpet on a rock,
He dressed the primrose in its frock
upside down with its leg showing
And closed the chestnut in its purse:
Creating one more precedent,
With no less forethought, no less care
He gave you feathers and the air
To migrate to his best intent.
To useful angles well aligned,
At proper heights compelled to tilt,
Across kind landscapes yearly spilt -
Birds, you are always on his mind.
Quick emblems of his long estate,
It's good to have you overhead
Who understand when all is said,
When all is done, and it is late.
May my sermon, like your customs,
Reach suddenly beyond dispute -
Oh, birds entire and absolute,
Last birds above our broken homes.

 

 

Cloudberries

You give me cloudberry jam from Lapland,
Bog amber, snow-line titbits, scrumptious
Cloudberries sweetened slowly by the cold,
And costly enough for cloudberry wars
(Diplomatic wars, my dear).
Imagine us
Among the harvesters, keeping our distance
In sphagnum fields on the longest day
When dawn and dusk like frustrated lovers
Can kiss, legend has it, once a year. Ah,
Kisses at our age, cloudberry kisses.

 

 
Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)
Cover

Lees meer...

26-07-17

Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Anne Provoost, Yves Petry, Aldous Huxley, Nicholas Evans, Chairil Anwar, George Bernard Shaw, Hanya Yanagihara

 

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit:Vaslav

“En ik heb mevrouw nog zo gewaarschuwd. Maanden geleden al, begin oktober, meteen toen ik het aan zag komen. Kan best zijn dat ik toen te voorzichtig ben geweest, niet hard genoeg, gewoon omdat ik niet goed durfde. Het was ook een ijzingwekkende boodschap, verschrikkelijk! Haar zoiets te moeten zeggen over de man op wie ze haar hele ziel heeft ingezet, voor wie ze haar lijf heeft afgebeuld tot haar spieren ervan scheurden en het bloed in haar schoenen stond. Het ijzer in die wil! Ze heeft voor hem gestreden als een straatmeid en hem veroverd als een strateeg.
En nou dit.
Hoe kun je iemand die liefheeft voor zoiets de ogen openen?
Natuurlijk, het hoort niet dat een man als ik over zoiets begint, maar iemand moest het toch zeker doen? Ik heb het zo rustig mogelijk gebracht. Zakelijk bijna, zoals ik meld dat het bad klaarstaat of dat er aanmaakhout moet komen. Het laatste wat ik wilde was haar aan het schrikken maken, maar mij doet het evengoed pijn het te moeten aanzien. Ons allemaal hier in huis, maar mij misschien nog net iets meer. Ik, die dag in dag uit zoveel uren met hem optrek, had ik het dan zomaar stilletjes moeten laten gebeuren, terwijl ik zie wat er gaat komen? Ik weet als geen ander wat ons vandaag te wachten staat. Ik verzin het niet, ik heb het allemaal al eens eerder zien gebeuren, vroeger in Sils Maria. Niet nog een keer, dacht ik, niet nog een keer!
Ik heb het haar gezegd, maar ze wilde het niet horen. Wat had ik dan moeten doen, zwijgen? Ik herkende het gevaar. Ik zag het toch in zijn ogen. Het was mijn plicht daarop te wijzen. Dat is me niet in dank afgenomen. Marie en Lise vielen me nog bij, maar er was er maar één de kwaaie pier, dat voelde je. Die kilte. En later heeft ze dat gezegd ook, dat ik mijn plaats moest weten en dat als ik die niet kende, zij mij weg zou sturen. En desondanks ben ik er nog een keer op teruggekomen – ik moest toch wel!
Nog geen maand later, zodra het vrede was, begon ze brieven te schrijven. Twee, drie keer op een dag stuurde ze me naar de post. Geadresseerd aan theaters in Parijs, Londen en Monte Carlo, aan impresario’s en intendanten. Ook zag ik de namen van al die mensen over wie ze het altijd heeft, allemaal kunstenaars, sommigen zo beroemd dat wíj er in dit dal zelfs van gehoord hebben, zogenaamde oude vrienden, al heb ik ze hier nog nooit een voet zien zetten, op wie ze al haar hoop heeft gezet.”

 

 
Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)
Maarten Heijmans (Vaslav) en Noortje Herlaar (Romola) in de toneelbewerking, Amsterdam, 2014

Lees meer...

25-07-17

Lieke Marsman, Sytze van der Zee, Elias Canetti, Max Dauthendey, Jovica Tasevski –, Eternijan, Annette Pehnt, Ottokar Kernstock, Albert Knapp, Louise Boege

 

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

Uit:Het tegenovergestelde van een mens

„Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was. ’s Avonds lag ik met mijn armen langs mijn lichaam onder mijn dinosaurussendekbed, soms kaarsrecht, soms met mijn benen licht kromgetrokken, en probeerde voor heel even de gestalte van mijn lievelingsgroente aan te nemen. Ben een komkommer, ben een komkommer, ben een komkommer, fluisterde ik tegen mijn achtjarige zelf, totdat ik bedacht dat komkommers niet kunnen fluisteren. Vervolgens zei ik mijn mantra op in mijn hoofd, totdat me te binnen schoot dat komkommers ook niet in zichzelf kunnen praten. Maar doorgaans was ik tegen die tijd al in een zoete, diepe slaap gevallen. Nota bene: dit was in de tijd dat mindfulness nog niet bestond en ook meditatie nog iets zo exotisch was dat de meeste mensen er alleen maar van in paniek raakten.
Ik woonde met mijn ouders en mijn broer Carl in een Vinexwijk aan de rand van een middelgrote provinciestad. De huizen in onze straat waren gemaakt van witte bakstenen met lichtgrijs cement ertussen. De meeste bewoners hadden hun kozijnen blauw, rood of geel geverfd: primaire kleuren die fel afstaken bij het wit van de stenen. Er woonden veel kinderen in de wijk en daarom mochten de auto’s niet harder dan 30 kilometer per uur. Als logge beesten bewogen de gezinswagens zich voort naar school en werk, grazende bizons op een steppe van rechte stoepranden en basketbalpleintjes. Alleen ’s avonds laat hoorde je wel eens een auto snel optrekken. Zo nu en dan zelfs een scooter.
Van hun vakantiegeld kochten de mensen uit de straat een nieuwe parasol of een nieuwe hogedrukspuit. Of een vakantie natuurlijk. De meeste buren gingen net als wij op vakantie in eigen land, naar een bungalowpark op de Veluwe of een camping aan de Noordzeekust, maar zo nu en dan reed er eind augustus een zongebruinde familie de straat in die met caravan en partytent drie weken lang op een Spaans grasveldje had gestaan. Zij zouden op de buurtbarbecue die ieder jaar in het eerste weekend van september gehouden werd hoge ogen gooien.”

 

 
Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

Lees meer...

24-07-17

Robert Graves, Johan Andreas der Mouw, Banana Yoshimoto, Rosemarie Schuder, Katia Mann, Junichirō, Tanizaki, Frank Wedekind, Alexandre Dumas père, Betje Wolff

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

Uit: I, Claudius

"This is a confidential history. But who, it may be asked, are my confidants?
My answer is: it is addressed to posterity. I do not mean my great-grandchildren, or my great-great- grandchildren: I mean an extremely remote posterity.
Yet my hope is that you, my eventual readers of a hundred generations ahead, or more, will feel yourselves directly spoken to, as if by a contemporary: as often Herodotus and Thucydides, long dead, seem to speak to me. And why do I specify so extremely remote a posterity as that? I shall explain.
I went to Cumae, in Campania, a little less than eighteen years ago, and visited the Sibyl in her cliff cavern on Mount Gaurus. There is always a Sibyl at Cumae, for when one dies her novice-attendant succeeds; but they are not all equally famous. Some of them are never granted a prophecy by Apollo in all the long years of their service. Others prophesy, indeed, but seem more inspired by Bacchus than by Apollo, the drunken nonsense they deliver; which has brought the oracle into discredit. Before the succession of Deiphobe, whom Augustus often consulted, and Amalthea, who is still alive and most famous, there had been a run of very poor Sibyls for nearly three hundred years. The cavern lies behind a pretty little Greek temple sacred to Apollo and Artemis--Cumae was an Aeolian Greek colony. There is an ancient gilt frieze above the portico ascribed to Daedalus, though this is patently absurd, for it is no older than five hundred years, if as old as that, and Daedalus lived at least eleven hundred years ago; it represents the story of Theseus and the Minotaur whom he killed in the Labyrinth of Crete. Before being permitted to visit the Sibyl I had to sacrifice a bullock and a ewe there, to Apollo and Artemis respectively. It was cold December weather.
The cavern was a terrifying place, hollowed out from the solid rock, the approach steep, tortuous, pitch-dark and full or bats. I went disguised, but the Sibyl knew me. It must have been my stammer that betrayed me. I stammered badly as a child and though, by following the advice of specialists in elocution, I gradually learned to control my speech on set public occasions, yet on private and unpremeditated ones, I am still, though less so than formerly, liable every now and then to trip nervously over my own tongue: which is what happened to me at Cumae.”

 

 
Robert Graves (24 juli 1895 - 7 december 1985)
Derek Jacobi als Claudius in de BBC-serie uit 1976

Lees meer...

23-07-17

Wilfried de Jong, Mohsin Hamid, Lauren Groff, Frans Erens, Kai Meyer, Thea Dorn, Irina Liebmann

 

Bij (het slot van) de Tour de France

 

 
 Wout Poels en Chris Froome op de Alpe d'Huez in 2015

 

Uit: Froome en Poels (Column)

Ze reden ze samen het Critérium du Dauphiné, Froome en Poels. De Sky-kopman met zijn Hollandse meesterknecht. Dit was een meerdaagse wedstrijd over een parcours dat al een beetje rook naar de Tour de France.
Wout Poels is de lange lerp voor wie het geluk in de bergen ligt. Geef de Noord-Limburgse klimmer een paar meter stijgend asfalt en zie hoe sierlijk en rustig hij op zijn fiets blijft zitten.
In het voorjaar had hij pech. Wout brak een stuk van zijn schouder. En in 2012 was hij betrokken bij een ernstige valpartij in de Tour. Hij brak drie ribben, scheurde nier en milt en kneusde zijn longen. Poels lag achterover in het gras te kermen maar besloot toch op de fiets te stappen.
Ik wil er niet aan denken hoe dat voelde.
In deze Dauphiné zag ik een herboren Poels. Hij reed tijdens de bergetappes in dienst van Froome. Onverstoorbaar trappen op tempo. Stille rug, malende benen. Alleen de wijd opengesperde mond van Wout verraadde de pijn.
Wout reed zich leeg op de laatste helling, keek om, ten teken dat zijn kopman ten aanval kon.
Na de klassieke fietsbewegingen van Poels, zag ik Froome vol in beeld. De in Kenia geboren Brit trapte als een wezenloze. Hij hield zijn hoofd naar beneden, zijn ellebogen staken lelijk naar buiten.
Zijn gezicht werd steeds bleker; alsof de rode bloedlichaampjes in nood hadden geroepen: “Baas, wij blijven hier even beneden, in je kuiten.”
Pierlala op een zadel.
Zijn stijl is geen lelijke stijl te noemen. Nee, het is erger; het ís geen stijl. Het gaat alleen verschrikkelijk hard.

 

 
Wilfried de Jong (Rotterdam, 30 september 1957)
De Tour de France in Rotterdam, 2015

Lees meer...

Lisa Alther, Hubert Selby jr., Raymond Chandler, Matthias Spiegel, Tim Reus

 

De Amerikaanse schrijfster Lisa Alther werd geboren op 23 juli 1944 in Kingsport, Tennessee. Zie ook alle tags voor Lisa Alther op dit blog en ook mijn blog van 23 juli 2010.

Uit: About Women: Conversations Between a Writer and a Painter (Met Francoise Gilot)

“LA: Although we were born of different generations an ocean apart, both our childhoods were impacted by war—­yours by World Wars I and II, and mine by World War II, the Cold War, Korea, and Vietnam. We read a lot about the effect of war on the combatants but not that much about its effect on civilians. Can you say something about how war affected you as a child?
FG: My maternal grandmother had five children, two of whom died when they were quite young, leaving two sons and my mother, the youngest. The child my grandmother loved best was named André. He was wounded at the front and died on November 1, 1918, from a shrapnel wound to the liver. The armistice occurred on November 11, 1918. Just when my grandmother thought that her two sons had escaped the war, she learned the tragic news. André was only twenty-­three years old. She had had a special relationship with him, so for her it was as if life ended right then and there.
On the third floor of her home in Neuilly, there was a small room where her sons, my uncles, both of them officers, had collected all sorts of paraphernalia from the different phases of the war. Many photographs were pinned to the walls, as well as warmaps with little flags on pins for the various events. This room was left as it had been when André died. On the walls, one could see all these black-­and-­white photographs, some taken from the sky, of destroyed villages and cathedrals and bridges, charredforests, trenches. It was a room entirely full of destruction.
LA: Why did your uncles do this?
FG: I think they were so involved in the fight that destruction had grown inside them. They had had to withstand so much horror, and perhaps it was a catharsis to objectify their feelings on the walls of that room.
Years later, when I entered it for the first time, it felt very strange. I was five years old. It was quite frightening. There were also some half-­exploded bombshells that looked like dark and ghostly flowers. My grandmother called that room the War Room.I thought it was the Death Room.”

 

 
Lisa Alther (Kingsport, 23 juli 1944)

Lees meer...

22-07-17

Arno Geiger, Susan Hinton, Manu Joseph, Stephen Vincent Benét, Tom Robbins

 

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog en ook mijn blog van 22 juli 2010.

Uit: Zelfportret met nijlpaard (Vertaald door W. Hansen)

“Een paar dagen geleden kwam Judith op de eerste hulp, met een oehoe. Het was onze eerste ontmoeting in bijna tien jaar, en ik herkende haar niet, al had ik haar wel moeten herkennen. Dat lag slechts voor een deel aan haar korte haar, ik werd afgeleid door de oehoe, mdat ik bij de eerste blik al dacht dat het een verloren zaak was. En plotseling zei de vrouw: ‘We kennen elkaar. Ik ben het!’
Ik keek haar aan en herkende haar. Mijn handen trilden, terwijl ik de oehoe onderzocht om me ervan te verzekeren dat mijn eerste indruk juist was geweest. Die valt in een duister gat, hem vangt niemand op. En tegen Judith zei ik: ‘Nou, Judith, er is niets meer aan te doen.’
‘Daar was ik al bang voor,’ zei ze. En alsof er een licht verwijt tussen ons beiden hing, voegde ze er hoofdschuddend aan toe: ‘Hij is niet van mij, ik heb hem bij mijn huis gevonden.’
Ze sloeg haar ogen neer, een ongemakkelijke situatie. De oranje-gele ogen van de oehoe met de zwarte pupillen waren enorm en staarden met een vreselijke uitdrukking in het niets.
Terwijl ik voorbereidingen trof om het dier te doden, wisten we beiden niet wat te zeggen. Vroeger had ik Judith nooit verlegen gezien, ze had altijd gestraald, een en al beweging, het prototype van de ongecompliceerde vrouw, de vrouw die in contactadvertenties wordt gezocht als maatje voor het leven. Ze keek afwisselend naar de grond en opzij.
Ik dacht: nee, we kennen elkaar niet, we hebben elkaar gekend, nu niet meer, nu zijn we een raadsel voor elkaar.
Die vervreemding was verrassend snel gekomen, parallel aan het verdwijnen van de openhartigheid. Op de dag nadat we uit elkaar waren gegaan had ik zo goed als niets meer gemerkt van de normale vertrouwdheid, en dat bleef zo bij elk weerzien. We wisten niet eens meer hoe we elkaar moesten groeten.”

 

 
Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

Lees meer...

Maria Janitschek, Oskar Maria Graf, Emma Lazarus, Per Hojholt, Jakob Lorber

 

De Duitse schrijver Oskar Maria Graf werd geboren op 22 juli 1894 in Berg am Starnberger See. Zie ook alle tags voor Oskar Maria Graf op dit blog en ook mijn blog van 22 juli 2010.

Uit: Das Leben meiner Mutter

„Nachdem mit der Zeit die Gesichtszüge des Kindes deutlicher geworden waren und insbesondere die breiten, stark hervortretenden Backenknochen mit den tief dahinterliegenden kleinen graugrünen Augen das Eigentümliche des Geschlechtes mehr und mehr sichtbar machten, meinte sein Vater mitunter, die Res' sei durch und durch eine echte Heimrathische. Er sagte es sicherlich nicht aus irgendeiner besonderen Hinneigung, denn mit den Kindern machte man beim Heimrath kein großes Aufheben. Jedes Jahr wurde eins geboren. Starb es, so war es schade darum, blieb es am Leben, war es gut. Wahrscheinlich erinnerte das Gesicht der Resl den Bauern an seine Väter und Urväter und heimelte ihn an. Die Heimraths lebten seit Jahrhunderten auf dem einsamen Bauernhof in Aufhausen. Es gab dort nur noch das weit kleinere Lechnerhaus, und erst in den letzten Jahren nach dem Weltkrieg ist ein gräfliches Gut dazugekommen. Die alte, breite Fahrstraße, die vom hochgelegenen, weithin sichtbaren Aufkirchen in südöstlicher Richtung talabwärts läuft, führt am Hof vorbei, rinnt kurz darauf in einen weit ausgedehnten Fichtenwald und erreicht schließlich nach langen Windungen durch eine triste Moorgegend, in welcher nur wenige niedere, winklige Häuser armer Torfstecher stehen, den ansehnlichen Marktflecken Wolfratshausen. Aufhausen liegt in einer tellerflachen Mulde, die linkerseite sich aufschließt und schräg abfällt. Weite grüne Wiesen, fruchtbare Äcker und friedliche Wälder, die die fernen, leicht gewellten Hügel verdunkeln, breiten sich rundherum aus. Auf der einzigen Straße ächzen schwere Fuhrwerke dahin Wandernde Zigeuner ziehen am Hof vorüber und kampieren mitunter einige Tage am Waldrand. Fremde städtische Menschen tauchen ganz selten auf. Gleichgültig schauen sie die paar Häuser an und gehen weiter. Es mag vorkommen, daß einmal ein Hausierer nach langem Gerede in Aufhausen etwas von seiner Ware absetzt.“

 

 
Oskar Maria Graf (22 juli 1894 - 28 juni 1967)
Portret door Georg Schrimpf, 1927

Lees meer...

21-07-17

Frouke Arns, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, David Boerljoek

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars tijdens de Vierdaagse van Nijmegen

 

 

Roem en blaren

dit vallen in de voetstappen van hen
die voor je gingen gaat je goed af;
zwaaiend doe je voort, aangespoord door
duizend klanken langs de weg

als lava stroom je door de straten,
geeft je glimlach aan elk gezicht,
in iedere taal een nieuwe vriend

in de vroegte op de Wedren moedigt
de laatste lichting uit de kroeg je aan
twee werelden die elkaar hier raken –
ieder draagt zijn eigen kruis

in de maat van het legioen ga ook jij
de eindstreep halen; op de Via Gladiola
wachten zwaardlelies jouw komst

en de stad, zij heeft de tijd, deinend staat zij
aan haar kade middenin het feestgedruis
straks ga je naar huis, zijn haar straten vreemd
sereen, geeft je eeuwige roem en blaren mee.

 

 
Frouke Arns (Handorf, 1964)
Handorf. Frouke Arnswas in 2015 en 2016 stadsdichter van Nijmegen.

Lees meer...

Sarah Waters

 

De Britse schrijfster Sarah Waters werd geboren in Neyland, Wales, op 21 juli 1966. Ze ging daar ook naar school en bezocht later de universiteit van Canterbury waar ze haar doctoraat in Engelse literatuur verkreeg. Haar specialisering was moderne homoliteratuur vanaf de negentiende eeuw. Zij deed voor haar proefschrift onderzoek naar lesbische historische romans. Door een bestudering van de negentiende-eeuwse seksuele onderwerelden toont zij onder meer aan dat de voorstellingen die men tegenwoordig van (homo)seksualiteit in de Victoriaanse periode heeft, in het beste geval stereotiep en in het slechtste geval onjuist zijn. Haar werk voor haar promotiethesis inspireerde haar tot het schrijven van haar eigen lesbische historische romans waarin ze het Victoriaanse tijdperk nieuw leven inblaast. Door haar stijl, de periode waarin haar romans zich afspelen en het feit dat haar hoofdpersonages uit de onderklasse afkomstig zijn, wordt zij vaak vergeleken met Dickens. Zij ontving o.a. de Betty Trask Award, Somerset Maugham award, de Lambda Literary Award for Lesbian Fiction, Young Writer of the Year Award en de CWA Historical Dagger prizee. Twee van haar boeken werden door de BBC tot miniseries bewerkt. In 2002 verscheen “Tipping the Velvet” met Rachael Stirling en Keeley Hawes in de hoofdrollen. De serie zorgde voor enige opschudding, omdat op de BBC nog nooit eerder zulke expliciet (lesbische) erotische scènes werden uitgezonden. In 2005 werd Waters’ derde boek “Fingersmith” verfilmd, met Sally Hawkins, Elaine Cassidy en Rupert Evans in de belangrijkste rollen. In het voorjaar van 2006 verscheen haar vierde roman getiteld “The Night Watch” die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog afspeelt.    

 Uit: Tipping the Velvet

“Have you ever tasted a Whitstable oyster? If you have, you will remember it. Some quirk of the Kentish coastline makes Whitstable natives – as they are properly called – the largest and the juiciest, the savouriest yet the subtlest, oysters in the whole of England. Whitstable oysters are, quite rightly, famous. The French, who are known for their sensitive palates, regularly cross the Channel for them; they are shipped, in barrels of ice, to the dining-tables of Hamburg and Berlin. Why, the King himself, I heard, makes special trips to Whitstable with Mrs Keppel, to eat oyster suppers in a private hotel; and as for the old Queen – she dined on a native a day (or so they say) till the day she died.
Did you ever go to Whitstable, and see the oyster-parlours there? My father kept one; I was born in it – do you recall a narrow, weather-boarded house, painted a flaking blue, half-way between the High Street and the harbour? Do you remember the bulging sign that hung above the door, that said that Astley's Oysters, the Best in Kent were to be had within? Did you, perhaps, push at that door, and step into the dim, low-ceilinged, fragrant room beyond it? Can you recall the tables with their chequered cloths – the bill of fare chalked on a board – the spirit-lamps, the sweating slabs of butter?
Were you served by a girl with a rosy cheek, and a saucy manner, and curls? That was my sister, Alice. Or was it a man, rather tall and stooping, with a snowy apron falling from the knot in his neck-tie to the bow in his boots? That was my father. Did you see, as the kitchen door swung to and fro, a lady stand frowning into the clouds of steam that rose from a pan of bubbling oyster soup, or a sizzling gridiron?
That was my mother.
And was there at her side a slender, white-faced, unremarkable- looking girl, with the sleeves of her dress rolled up to her elbows, and a lock of lank and colourless hair forever falling into her eye, and her lips continually moving to the words of some street-singer's or music-hall song?
That was me.
Like Molly Malone in the old ballad, I was a fishmonger, because my parents were. They kept the restaurant, and the rooms above it: I was raised an oyster-girl, and steeped in all the flavours of the trade. My first few childish steps I took around vats of sleeping natives and barrels of ice; before I was ever given a piece of chalk and a slate, I was handed an oysterknife and instructed in its use; while I was still lisping out my alphabet at the schoolmaster's knee, I could name you the contents of an oyster-cook's kitchen – could sample fish with a blindfold on, and tell you their variety. Whitstable was all the world to me, Astley's Parlour my own particular country, oyster-juice my medium. Although I didn't long believe the story told to me by Mother – that they had found me as a baby in an oyster-shell, and a greedy customer had almost eaten me for lunch – for eighteen years I never doubted my own oysterish sympathies, never looked far beyond my father's kitchen for occupation, or for love. »

 

 
Sarah Waters (Neyland, 21 juli 1966)

16:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sarah waters, romenu |  Facebook |

20-07-17

Hans Lodeizen, Henk Hofland, Arie Storm, Uwe Johnson, Simin Behbahāni, Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt, Cormac McCarthy

 

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

Weet je nog...


Weet je nog...? - Toen de wind, de bomen
Tergde en hen de mantels, van het lichaam trok,
Dat wij samen - de regen kletterde bij stromen -
Schuilden onder 't loof, en jij zó schrok

Toen ik je zei dat dit het eind was, en voorgoed
Onze wegen voortaan zouden scheiden.
'Mijn arme kind 't is droevig maar het moet;
Beter is het heen te gaan' Ik zweeg en jij schreide.

Weet je nog? Toen mijn hand de jouwe
Zachtkens drukte, omdat jij spoedig zou zien
Dat ik niet de beste was. 'zo zijn vrouwen!'
En dat jij door je tranen lachte, en zei; 'Misschien...!"

Nu is het herfst opnieuw en regen, maar alleen
Schuil ik onder 't lover, denk aan jou - en ween...

 

 

In de bedding van je heupen

In de bedding
van je heupen wil ik slapen
door de hemel van je
ogen bedekt

je voeten zijn ver
en toch behoren ze bij je als een
vlieger zijn ze opgelaten
in een zomerdag

ik woon
in een ander huis; soms
komen we elkander tegen
ik slaap altijd zonder jou
en wij zijn altijd samen

 

 

spinnenwebben van moeheid

spinnenwebben van
moeheid dragen over
grandioze zeeën zijn
ellendig hart. en toch
zal alles zo blijven

 

 
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

Lees meer...

Paul Violi

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Violi was in de periode 1972-1974 redacteur van The Architectural Forum, werkte als freelancer bij Universal Limited Art Editions en als voorzitter van de Associate Council Poetry Committee organiseerde hij van 1974 tot 1983 een reeks lezingen in het Museum of Modern Art. Hij was ook mede-oprichter van de Swollen Magpie Press, die poëziebundels, anthologieën en een tijdschrift genaamd New York Times uitgaf en werkte samen met Dale Devereux Barker aan kunstboeken, zoals “Envoy; Life is Completely Interesting” en “Selected Accidents, Pointless Anecdotes, a collection of non-fiction prose”. Violi kreeg ook twee poëziebeurzen van het National Endowment for the Arts en ontving de John Ciardi Lifetime Achievement Award in Poetry, de the American Academy of Arts and Letters Morton Dauwen Zabel Award, en subsidies van The Foundation for Contemporary Arts Poetry, The Fund for Poetry, The New York Foundation for the Arts, The Ingram Merrill Foundation,en de New York Creative Artists Public Service Fund. Hij publiceerde elf poëziebundels, waaronder “Splurge” (1982), “Likewise” (1988), “The Curious Builder” (1993), “Fracas” (1998), en “Overnight” (2007).

 

Appeal to the Grammarians

We, the naturally hopeful,
Need a simple sign
For the myriad ways we’re capsized.
We who love precise language
Need a finer way to convey
Disappointment and perplexity.
For speechlessness and all its inflections,
For up-ended expectations,
For every time we’re ambushed
By trivial or stupefying irony,
For pure incredulity, we need
The inverted exclamation point.
For the dropped smile, the limp handshake,
For whoever has just unwrapped a dumb gift
Or taken the first sip of a flat beer,
Or felt love or pond ice
Give way underfoot, we deserve it.
We need it for the air pocket, the scratch shot,
The child whose ball doesn’t bounce back,
The flat tire at journey’s outset,
The odyssey that ends up in Weehawken.
But mainly because I need it—here and now
As I sit outside the Caffe Reggio
Staring at my espresso and cannoli
After this middle-aged couple
Came strolling by and he suddenly
Veered and sneezed all over my table
And she said to him, “See, that’s why
I don’t like to eat outside.

 

 

Midnight Shift

I listen to the crickets and hear
the machinery at the bottom of the night.

They are all made in Hong Kong
out of interchangeable parts.

They all rise and fall on the same wave,
the creaking, changeless sea
they made out of sound and the night air.

                I don't surprise myself anymore:
a sense of motion but no advance, no shore
in sight other than sleep; and the usual
lines scribbled on the way, the notes
an alchemist hears adrift in the ordinary
with no symbol for the element of surprise.

 -- But then to feel your hand instead, palm up
on the bed like a little boat in the dark,

with everything calm for an instant
before out of nowhere all of you lands
on me with a great laugh, a splash of hair.

 

 
Paul Violi (20 juli 1944 - 2 april 2011)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul violi, romenu |  Facebook |

19-07-17

Otto Julius Bierbaum, Anna Enquist, Gottfried Keller, Lucas Malan, Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye

 

Dolce far niente

 

 
Champ de coquelicots door Claude Monet, 1885

 

 

Roter Mohn

Wenn im Sommer der rote Mohn
wieder glüht im gelben Korn,
wenn des Finken süßer Ton
wieder lockt im Hagedorn,
wenn es wieder weit und breit
feierklar und fruchtstill ist,
dann erfüllt sich uns die Zeit,
die mit vollen Massen misst.

Dann verebbt, was uns bedroht,
dann verweht, was uns bedrückt,
über dem Schlangenkopf der Not
ist das Sonnenschwert gezückt.
Glaube nur, es wird geschehn!
Wende nicht den Blick zurück!
Wenn die Sommerwinde wehn,
werden wir in Rosen gehn,
und die Sonne lacht uns Glück!

 

 
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)
Raadhuis in Grünberg (Nu: Zielona Góra), de geboorteplaats van Otto Bierbaum

Lees meer...

18-07-17

Simon Vinkenoog, Steffen Popp, Per Petterson, Elizabeth Gilbert, Alicia Steimberg, Jevgeni Jevtoesjenko, Aad Nuis, William M. Thackeray, Nathalie Sarraute

 

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vinkenoog werd op 18 juli 1928 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Simon Vinkenoog op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Zuster

Er woont een zachte zuster in mijn huid
een vrijbuiter die in mijn lichaam bijt
ensoms haar handen op mijn zijde legt,
‘s nachts stelten loopt, of danst of rust.

Dan dringt zij ook haar dromen aan mij op
en ik leg mij huiverend naast haar:
een dode, een schamel geraamte,
knikkend en stamelend.

 

 

Tenzij de dingen uit zichzelf gaan spreken

een kraan het hoog geluid van liefde fluit
een waterstraal die onverslapte aandacht tikt
een dronken boodschap in de brievenbus
een onverwacht bezoek aan de deur gevonden

de zee die door de straten weifelt
de zon een onbeholpen minnaar op mijn huid
en de doofstomme takken van de bomen
in mijn ogen et cetera

Tenzij ik jaren op je wachten wil
en op je mond het stempel ongeopend druk

als met een zegelring die woorden bloed
en vlijt in de nagels drijft

de handen die niets meer weten
van het feest dat morgen
in de cijfers van het heden
wijdbeens staat geplant

 

 
Simon Vinkenoog (18 juli 1928 – 12 juli 2009)

Lees meer...