21-11-15

Voltaire, Kerstin Preiwuß, Veza Canetti, Ada Cambridge, Arthur Quiller-Couch, Wilhelm Waiblinger, Franz Hessel

 

De Franse schrijver Voltaire, (pseudoniem van François-Marie Arouet)werd werd op 21 november 1694 geboren in Parijs. Zie ook alle tags voor Voltaire op dit blog.

Uit: Candide ou l'Optimiste

"Il s'adressa ensuite à un homme qui venait de parler tout seul une heure de suite sur la charité dans une grande assemblée. Cet orateur, le regardant de travers, lui dit : « Que venez-vous faire ici ? y êtes-vous pour la bonne cause ? – Il n'y a point d'effet sans cause, répondit modestement Candide ; tout est enchaîné nécessairement, et arrangé pour le mieux. Il a fallu que je fusse chassé d'auprès mademoiselle Cunégonde, que j'aie passé par les baguettes, et il faut que je demande mon pain, jusqu'à ce que je puisse en gagner ; tout cela ne pouvait être autrement –Mon ami, lui dit l'orateur croyez-vous que le pape soit l'Antéchrist ? – je ne l'avais pas encore entendu dire, répondit Candide ; mais, qu'il le soit ou qu'il ne le soit pas, je manque de pain.- Tu ne mérites pas d'en manger, dit l'autre ; va coquin ;va, misérable, ne m'approche de ta vie. » La femme de l'orateur ayant mis la tête à la fenêtre, et avisant un homme qui doutait que le pape fût antéchrist, lui répandit sur le chef un plein… O ciel ! à quel excès se porte le zèle de la religion dans les dames !
Un homme qui n'avait point été baptisé, un bon anabaptiste nommé Jacques, vit la manière cruelle et ignominieuse dont on traitait ainsi un de ses frères, un être à deux pieds sans plumes, qui avait une âme ; il l'emmena chez lui, le nettoya, lui donna du pain et de la bière, lui fit présent de deux florins, et voulut même lui apprendre à travailler dans ses manufactures aux étoffés de Perse qu'on fabrique en Hollande, Candide, se prosternant presque devant lui, s'écriait : « Maître Pangloss me l'avait bien dit que tout est au mieux dans ce monde, car je suis infiniment plus touché de votre extrême générosité que de la dureté de ce monsieur à manteau noir, et de madame son épouse. »
Le lendemain, en se promenant, il rencontra un gueux tout couvert de pustules, les yeux morts, le bout du nez rongé, la bouche de travers, les dents noires, et parlant de la gorge, tourmenté d'une toux violente, et crachant une dent à chaque effort".

 

 
Voltaire (21 november 1694 – 30 mei 1778)
Beeld van Jean Antoine Houdon in de bibliotheek van de Comédie-Française, Parijs

Lees meer...

20-11-15

Viktoria Tokareva, Don DeLillo, Sheema Kalbasi, Nadine Gordimer, Thomas Chatterton, Zinaida Hippius, Selma Lagerlöf

 

De Russische schrijfster en scenariste Viktoria Tokareva werd geboren op 20 november 1937 in Leningrad (Sint Petersburg). Zie ook alle tags voor Viktoria Tokareva op dit blog.

Uit:Alle meine Feinde und andere Erzählungen (Vertaald door Angelika Schneider)

„Ich sagte zu ihr: »Heirate den bloß nicht.«
»Er hat mich auch gar nicht gefragt«, beruhigte mich Lisa.
Das hieß, das Kind würde bei mir aufwachsen. Und Lisa wäre frei wie der Wind.
Aber ich fand eine Kinderfrau. Sie hieß Anna Fjodorowna Strelzowa. Anna Fjodorowna, Rufname: Anka.
Sie erledigte alles schnell und zuverlässig, war einfach wie geschaffen für diese Dinge. Ich bin Künstlerin. Und nur das. Hausarbeit deprimiert mich, ja sie bringt mich um.
Das, wofür ich einen ganzen Tag brauchen würde, erledigte Anka in vierzig Minuten. Wenn sie nur erschien, wurde es sonniger ringsum. Mit leichten, schnellen Bewegungen legte sie die Dinge an ihren Platz zurück. Sie schaffte Sauberkeit und Ordnung, schon allein durch ihre Anwesenheit Und erst ihre Krautwickel – das waren echte Kunstwerke.
Es tat einem geradezu leid, sie aufzuessen. Klein, sorgfältig zubereitet, schön anzusehen, mit einer besonderen Soße übergossen. Meine Krautwickel wurden immer groß wie ein Handteller. Ich drehte schon durch bei dieser Vielzahl von Vorbereitungen: erst das Hackfleisch anbraten, die Kohlblätter blanchieren, Reis kochen, Zwiebeln andünsten …
Wie viel lieber würde ich in dieser Zeit eine flirrende Birke malen, mit geflecktem Stamm …
Aber das Kochen war nur die eine Hälfte. Die Hauptsache war die Enkelin. Anka liebte meine Enkelin mit überirdischer Hingabe, und diese erwiderte ihre Liebe. Mein ganzes Haus war vom Boden bis zum Dach angefüllt mit idealer, gegenseitiger Liebe. Nur Anka konnte die Kleine füttern, beschäftigen, trösten, heilen und ihr etwas beibringen.
Eines Tages wurde meine Enkelin krank. Das Fieber wollte einfach nicht sinken. Das ging so eine ganze Woche lang. Das Mädchen lag apathisch da und lutschte am Daumen. Da versank Anka in eine Depression, ja sie wollte nicht mehr leben. Aber dann, von einem Tag auf den anderen, fiel das Fieber, und Anka fasste frischen Mut, ihre Augen funkelten wieder wie zwei grüne Edelsteine. Das Leben kehrte ins Haus zurück.“

 

 
Viktoria Tokareva (Leningrad, 20 november 1937)

Lees meer...

19-11-15

Scott Cairns, Sharon Olds, Mark Harris, Karel van den Oever, Christoph Wilhelm Aigner, Alan Tate

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

A Word
For A.B.

She said God. He seems to be there
when I call on Him but calling
has been difficult too. Painful.

And as she quieted to find
another word, I was delivered
once more to my own long grappling

with that very angel here — still
here — at the base of the ancient
ladder of ascent, in foul dust

languishing yet at the very
bottom rung, letting go my grip
long before the blessing.

 


Idiot Psalms

3

     A psalm of Isaak, whispered mid the Philistines, beneath the breath.

Master both invisible and notoriously  
                     slow to act, should You incline to fix  
                     Your generous attentions for the moment
                     to the narrow scene of this our appointed
                     tedium, should You—once our kindly
                     secretary has duly noted which of us
                     is feigning presence, and which excused, which unexcused,
                     You may be entertained to hear how much we find to say
                     about so little. Among these other mediocrities,
                     Your mediocre servant gets a glimpse of how
                     his slow and meager worship might appear
                     from where You endlessly attend our dreariness.
Holy One, forgive, forgo and, if You will, fend off  
                     from this my heart the sense that I am drowning here  
                     amid the motions, the discussions, the several
                     questions endlessly recast, our paper ballots.

 

 
Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

Lees meer...

18-11-15

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Thomas Möhlmann, Pauline Genee, Klaus Mann, Richard Dehmel

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

Uit: Tegen de literaire quarantaine

“Wat Zeeman verzuimt te vermelden is dat de eigenaar van het statige pand de glamour-crimineel Philip van Heemskerk is, de man die als een pasja zijn nieuwe rijkdom toont in Zuid-Frankrijk. Van Heemskerk kan met zijn charme, zijn geld en zijn geraffineerde intimidatiemethoden de halve wereld aan - behalve die kleine zielen op verdieping drie van zijn prachtige huis in Amsterdam, die lastige huurders die er behagen in scheppen hun eigenaar te treiteren.
Aldus loodst Marja Brouwers de lezers een gelaagde wereld in. De meester-handelaar, playboy en crimineel Heemskerk ligt als een muizige huisjesmelker een leiding in een keukentje te repareren dat door de huurders nota bene expres kapotgemaakt is. Door die omkering beeldt de roman het eeuwige menselijke gewemel uit. En achter die omkering schemert in Casino het staketsel van het leven zelf, gestut door de tijdloze vragen: hoe zinvol zijn onze strevingen, waar vinden wij waarheid, en waarom toch rest ons op de beslissende ogenblikken niets dan lucht, desillusie en onmacht?           
Wat zegt het over onze literatuur als drie doorgaans bepaald niet oliedomme beroepslezers sommige romans beoordelen op volstrekt verkeerde gronden? Het antwoord moet zijn dat de zelfopgelegde literaire quarantaine tot gevolg heeft gehad dat er in Nederland relatief weinig romans verschenen die zich én stevig verankerden in de eigen tijd én afdaalden in de contreien van de eeuwige vragen naar de menselijke ervaring. Critici zijn daardoor niet gewend aan romans die zich niets gelegen laten liggen aan die quarantaine. Door die onbekendheid met het genre vervallen ook doorgaans capabele recensenten als Nuis, Ramdas en Zeeman in onnozele beginnersfouten. Met in de praktijk de funeste gevolgen voor Mystiek lichaam, De buitenvrouw en Casino. Dat juist deze drie romans het slachtoffer werden van die reductionistische manier van lezen is geen toeval, want alle drie onttrekken ze zich, ieder op zijn eigen manier, aan de literaire quarantaine.
Is een faux pas als door Nuis, Ramdas en Zeeman te voorkomen? Natuurlijk niet. Maar zolang de zelfopgelegde literaire quarantaine in stand wordt gehouden, blijft de kans extra groot dat beroepslezers hun huishoudboekje van morele standaards te voorschijn toveren. Het is onvermijdelijk en het zal bevrijdend werken: de literaire quarantaine opgeheven. Door de afschaffing van de literaire quarantaine is de kans groter dat in Nederland een literatuur kan bloeien waarin geen enkel onderwerp en geen enkele verzinnebeelding op voorhand tot minderwaardig of ‘verkeerd’ wordt verklaard. In zo'n literair klimaat is niets taboe, de moord op Van Gogh evenmin als de verpopping van een vlinder ergens in de uiterwaarden nabij Tiel. Alles mag meedoen. Ter wille van die ideale situatie is de literaire quarantaine vanaf nu en bij dezen afgeschaft.”

 

 
Joost Zwagerman (18 november 1963 - 8 september 2015)

Lees meer...

17-11-15

Joost van den Vondel, Guido van Heulendonk, Pierre Véry, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Archibald Lampman

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Uit: Gysbreght van Aemstel

Willebrord
(Gekleed iin katholieke pij)
Myn welgeboren heer, de zoete Jesus zy
Met u en uwe stadt, en sta u eeuwigh by,
In allerhande nood. De Broeders van ons orden
En ick, zijn zoo verblijd, als ofwe levend worden
Geen hair is ons gekrenckt, geen overlast gebeurt.
Men heeft het klooster noit in zijnen dienst gesteurt.
Wij hebben staegh volhard in onzen ouden yver.
De boomgaerd leed geen scha aen vruchten, noch de vyver
Aen visschen, noch de kerck aen d’allerkleensten ruit.
Gysbreght
Wie heeft dan des soldaets baldaedigheid gestuit?
Willebrord
Verwonder u niet eens, de nood heeft hen gedrongen.
Gysbreght
Godvruchte vader, spreeck, ik luister na’et verslagh.
Willebrord
Na dat ick d’oversten een wijl had hooren mompelen
Van Amsterdam, al stil, by duister t’overrompelen
Rees tussen Diedrick zelf en Egmond een krackeel,
Dat uitborst meer en meer, en yeder trock een deel
Van t krijgsvolck op zijn zy, en zocht het stuck te stijven,
En na zijn eigen hoofd den aenslagh door te drijven.
Veel hoplien yverden te slissen het gheschil.
Maer Diedrick stijf van kop, die nimmer luisteren wil
Na reden, noch bescheid, en t veld behoud met kryten
Men brack al heimlijck op, en zonder eenigh teecken
Van horen en trompet, of hut in brand te steecken.
Gijsbreght
Ghy hebt de stad, en my geen kleinen dienst gedaen:
Een deughd, die nimmer zal uit mijn gedachten gaen.
Gedenck my in t gebed, voor uw autaer, ten goede.
Willebrord
De lieve Jesus neem u eeuwigh in zijn hoede.

 

 
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Scene uit een opvoering in Amsterdam, 2002 met o.a.
Mark Rietman, Daan Schuurmans en Bart Klever

Lees meer...

16-11-15

Chinua Achebe, Anton Koolhaas, José Saramago, Renate Rubinstein, Craig Arnold, Danny Wallace, Frits van der Meer

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Refugee Mother And Child

No Madonna and Child could touch
that picture of a mother’s tenderness
for a son she soon would have to forget.
The air was heavy with odours

of diarrhoea of unwashed children
with washed-out ribs and dried-up
bottoms struggling in laboured
steps behind blown empty bellies. Most

mothers there had long ceased
to care but not this one; she held
a ghost smile between her teeth
and in her eyes the ghost of a mother’s
pride as she combed the rust-coloured
hair left on his skull and then –

singing in her eyes – began carefully
to part it… In another life this
would have been a little daily
act of no consequence before his
breakfast and school; now she

did it like putting flowers
on a tiny grave.

 

 

Love Cycle

At dawn slowly
the sun withdraws his
long misty arms of
embrace. Happy lovers

whose exertions leave
no aftertaste nor slush
of love’s combustion; Earth
perfumed in dewdrop
fragrance wakes

to whispers of
soft-eyed light…
Later he
will wear out his temper
ploughing the vast acres
of heaven and take it

out of her in burning
darts of anger. Long
accustomed to such caprice
she waits patiently

for evening when thoughts
of another night will
restore his mellowness
and her power
over him.

 

 
Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

Lees meer...

15-11-15

Clemens J. Setz, Wolf Biermann, Jan Terlouw, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Heinz Piontek, Liane Dirks

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

 

Die Nordsee

Die Kleine Hexe Bibi Blocksberg
hat einen Bruder
mit Namen Boris.

Doch nur bis Folge 9, dort
zieht er zu den Großeltern
an die Nordsee.

Als Grund wird genannt. dass er Husten hat
und die frische Seeluft ihm guttun wird.
Er taucht daraufhin nie wieder auf.

Und auch zu Weihnachten und zu Ostern
denkt die Familie
nicht mehr an ihn.

 

 

Männer in der Dunkelheit

Ein Reisehandbuch des 19. lahrhunderts
empfiehlt jungen Frauen spitze Nadeln
in den Mund zu nehmen wenn der Zug
in einen langen Tunnel taucht
um unbelästigt zu bleiben
von fremden Männern in der Dunkelheit
und ungeküsst
bis zum Licht am anderen Ende.

 

 

Schrödingers Katze

Stell dir den Wissenschaftler vor
in der ersten Nacht auf seinem Bettlager,
neben der schwarzen Box
mit dem geschlossenen Deckel.

Die erste Nacht ist immer die schlimmste.

Das Surren der Generatoren
hinter den Wänden, die trockene Luft des Labors.
der Geruch nach Staub und Pulverkaffee,
und das Kreidegespenst einer langen Gleichung
auf der verdunkelten Tafel.

Stell ihn dir vor. wie er die Nacht
damit zubringt, auf Geräusche zu achten,
wie er Schafe zählt
und in Gedanken
dreimal um den Häuserblock rennt.

Und niemand kann sagen. ob er von Toten
oder von Lebenden träumt
in der ersten Nacht auf seiner Matratze
neben der schwarzen Box.

  

 
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Lees meer...

Marianne Moore, Richmal Crompton, Emmy von Rhoden, Madeleine de Scudéry, José de Lizardi

 

De Amerikaanse dichteres Marianne Moore werd geboren op 15 november 1887 in Kirkwood, Missouri. Zie ook alle tags voor Marianne Moore op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2009 en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

What Are Years

What is our innocence,
what is our guilt? All are
naked, none is safe. And whence
is courage: the unanswered question,
the resolute doubt, —
dumbly calling, deafly listening—that
in misfortune, even death,
encourage others
and in its defeat, stirs
the soul to be strong? He
sees deep and is glad, who
accedes to mortality
and in his imprisonment rises
upon himself as
the sea in a chasm, struggling to be
free and unable to be,
in its surrendering
finds its continuing.
So he who strongly feels,
behaves. The very bird,
grown taller as he sings, steels
his form straight up. Though he is captive,
his mighty singing
says, satisfaction is a lowly
thing, how pure a thing is joy.
This is mortality,
this is eternity.

 


Appellate Jurisdiction

Fragments of sin are a part of me.
New brooms shall sweep clean the heart of me.
Shall they? Shall they?

When this light life shall have passed away,
God shall redeem me, a castaway.
Shall He? Shall He?

 

 
Marianne Moore (15 november 1887 – 5 februari 1972)

Lees meer...

Lucien Rebatet, Antoni Słonimski, Elizabeth Arthur, Carlo Emilio Gadda, Janus Secundus

 

De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

Uit: Les décombres

« Nous roulions en direction de Montlhéry. Quelques kilomètres après Versailles, un embouteillage inouï nous arrêta tout à coup. Nous n’étions plus en retraite, mais au milieu d’une débâcle sans précédent. Le flux des fuyards vomi de Paris par cinq ou six portes était venu se confondre inextricablement à ce carrefour. Tous les aspects de la plus infâme panique se révélaient dans ces voitures, remplies jusqu’à rompre les essieux des chargements les plus hétéroclites, femelles hurlantes aux tignasses jaunes échevelées se collant dans les trainées de fard fondu et de poussière, males en bras de chemises, en nage, exorbités, les nuques violettes, retombé en une heure à l’état de la brute néolithique, pucelles dépoitraillées à plein seins, belles-mères à demi-mortes d’épouvante et de fatigue, répandues parmi les chienchiens, les empilements de fourrures, d’édredons, de coffrets à bijoux, de cages à oiseaux, de boites de camemberts, de poupées-fétiches, exhibant comme des bêtes devant la foule leurs jambons écartés et le fond de leurs culottes. Des bicyclettes étaient fichées entre les garde-boues. Des enfants de douze ans étaient partis agrippés aux portières de petites neuf chevaux au fond desquelles s’emmêlaient dix paires de jambes et de bras. Certains avaient arrimé des lits-cages à leur malle-arrière. Des voitures de deux cent mille francs portaient sur leurs toits, enveloppés dans des draps sales, deux ou trois célèbres matelas de juin Quarante, disparaissaient sous des paquets d’on ne savait quoi ficelés dans des journaux et de vieilles serviettes éponges, pendant le long des garde-boues. Des ouvrières s’étaient mises en route à pied, nu-tête, en chaussons ou en talons Louis XV, poussant deux marmots devant elles dans une voiture de nourrice, un troisième pendu à leur jupes. Des cyclistes étaient parvenus jusque là on ne savait comment, traînant sur leurs vélos leurs échines la charge d’un chameau de caravane. Des gens avaient emportés un peignoir de bain, un aspirateur, un pot de géranium, des pincettes, un baromètre, un porte-parapluie, dans l’affolement d’un réveil de cauchemar, une empilade éperdue, le pillage forcené d’un logis par ses propres habitants. »

 

 
Lucien Rebatet (15 november 1903 - 24 augustus 1972)
In 1931

Lees meer...

14-11-15

Norbert Krapf, Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, René de Clercq, Chloe Aridjis, Peter Orner, P.J. O'Rourke, Karla Schneider

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Dogwoods and Redbuds for Rita

We come driving south
into the hills in the rain,
to settle you into the earth.

Dogwoods and redbuds for Rita,
white and pink in the woods
turning green with new leaves
unfurling everywhere sheath wet.

You suffered for so many years
the agony of trying to speak
we must send you off with
a gift of very few words,
our father’s baby sister,
last of ten children,
released at eighty-six.

We give you dogwoods and redbuds
in blossom and green leaves opening.
We give you gentle rain falling
on the rolling hills we love.

We give you dogwoods and redbuds
and rain falling on new leaves, Rita.

We form a choir of relatives
and sing thee to thy rest,

and sing thee to thy rest.

 


The Family Farm: for Wendell Berry

11.
Catalpa beans hang
dry as dead bones.
An old tractor stands
in the shed like
a sagging work horse
put out to pasture.
The hollyhocks and mums
no longer come up strong.
The silo wears stains
up and down its ribs,
the barn door
no longer closes,
and the coon hounds
have fallen asleep
forever beneath
the old walnut tree.

 

 
Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

Lees meer...

Jurga Ivanauskaitė, Fondane Benjamin, Eric Malpass, Taha Hussein, Aleardo Aleardi, Adam Oehlenschläger, Herbert Zand, Jakob Schaffner

 

De Litouwse schrijfster Jurga Ivanauskaitė werd geboren in Vilnius op 14 november 1961. Zie ook mijn blog van 14 november 2008 en ook mijn blog van 14 november 2009 en ook mijn blog van 14 november 2010.

Uit: The Red Dress (Vertaald door Kristina Sakalavičiūtė)

“Nora suddenly jumped up, locked the door and, throwing off the violet sweater and green skirt resolutely, grabbed the red dress and froze for an instant. Then, in a frenzy—as if someone were impatiently yelling at her to hurry—she began to dress, rushing, staggering, having difficulty getting into the sleeves. Getting into the fiery garb was not so simple, even though Nora was smaller than Elegija. The dress clung to her and outlined her body, emphasizing her breasts, pulling tight on her hips and thighs. It fell from her knees in tiny pleats, which spread on the floor like sharp tentacles. Nora looked at herself in the mirror, pulling back her black hair. It used to have a blue sheen, but now it became chestnut-colored because of the intensity of the red dress. She narrowed her eyes and smiled with satisfaction.
The inside of the dress was the opposite of its silky exterior. It was coarse and chafed her in a strange way. Nora thought it felt like a facial masque of egg whites and yeast that tightens on one's face. She began to walk around the room, a trifle dissatisfied that the dress restricted her steps. She imagined Salome floating across the stage—not shuffling like Cho-Cho-San. Fortunately, she had another costume for the dance scene.
Suddenly, somebody knocked at the door. Nora started and rushed to take off the dress. But it was so tight it seemed almost impossible to pull off—the dress kept catching on her shoulders.
"Yes, my shoulders really are broader than Elegija's," Nora uttered, wriggling, squirming and crying out. The dress did not yield.
Someone was now persistently knocking at the door.
"Hey, Nor, open the door," rang Vilija's deep voice."Stop fooling around."

 

 
Jurga Ivanauskaitė (14 november 1961 - 17 februari 2007)

Lees meer...

13-11-15

90 Jaar Inez van Dullemen, Frank Westerman, José Carlos Somoza, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Peter Härtling

 

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zij viert vandaag haar 90e verjaardag. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

Uit:Schrijf me in het zand

“SCENE 3
(Lichtwijziging. Anne komt op in 't zwart gekleed met een donkere striem rond haar hals. Judith ziet haar beeld in de spiegel weerkaatst. Ogenblik van bevroren stilte en aandacht, terwijl de zusters naar elkaar kijken via het glas. Vanaf dit moment zal Anne altijd ergens aanwezig zijn, waar dan ook: achterop het toneel, met de rug naar het publiek etc. Anne gaat nu in de schommelstoel zitten, wrijft met haar hand over de leuning)
ANNE
Mijn toverstoel, een goede stoel... Van hieruit kan ik regeren, oordelen, vonnissen. Ik kan mij niet losmaken van deze toverstoel, wie er in zit is veilig voor alle kwaad.
JUDITH
Je ziet er niet ouder uit dan twaalf jaar. Je hebt de baseballschoenen aan.
ANNE
(Steekt haar voeten naar voren)
Die waren op de groei gekocht.
(Ze trekt de sprei om zich heen die daar op de grond ligt) Ik heb het altijd koud. Ik trek altijd twee pyjama's over elkaar aan... Iedere avond wikkel ik mij in mijn oude sprei, als in een cocon, heel stijf, zodat hij mij 'niet zal kunnen vinden. Ik slaap als een haas met mijn oren overeind... Door alle muren resoneert zijn stap, ook al loopt hij op blote voeten.
JUDITH
Wie loopt er op blote voeten?
ANNE
(Lacht)
Er zijn geruisloze slangen, minuscule, die zich aanpassen aan de kleur van de stenen. Er zijn ook nachtslangen die 's nachts ronddolen en zich aanpassen aan het donker. Dat zijn de gevaarlijkste. Je moet jezelf injecteren tegen het gif.”

 

 
Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

Lees meer...

Anne Weber

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Anne Weber werd geboren op 13 november 1964 in Offenbach am Main. Zij bezocht het Wolfgang-Ernst-Gymnasium in Büdingen en slaagde in in 1983 voor haar eindexamen. Ze woont sinds 1983 in Parijs. Daar studeerde zij Franse literatuur en vergelijkende literatuurwetenschap aan de Sorbonne. Van 1989-1996 was zij werkzaam bij verschillende Franse uitgevers. Ze vertaalde ook teksten van hedendaagse Duitse auteurs en nonfictie in het Frans. Haar eigen, sinds 1998 gepubliceerde werken, schreef ze voor het eerst in het Frans en vertaalde ze later pas in het Duits. Intussen schrijft Weber de teksten weer eerst in de Duitse taal, om ze dan ook in het Frans te vertalen. Haar autobiografische lange essay “Ahnen. Een tijdreis dagboek", dat begin 2015 op hetzelfde moment in Frankrijk en Duitsland werd gepubliceerd, is een confrontatie met haar grootvader, de theoloog, politicus en schrijver Florens Christian Rang (1864-1924). Walter Benjamin, die met Rang bevriend was noemde hem de „tiefste Kritiker des Deutschtums seit Nietzsche.”

Uit: Ahnnen

„Es  fängt  damit  an,  dass  mein  Passwort  »Panzerdivision«  ist.  Ich  habe  es  vor  Jahren  gewählt,  als  ich  das letzte  Mal  eine  Dauerkarte  für  die  untere,  den  Forschern vorbehaltene Etage der Bibliothèque nationale beantragt  hatte.  Für  Platzreservierungen  und  Buchbestellungen im Internet braucht man dort ein Pseudonym.  Nun  hätte  ich  natürlich  Lindenblüte  oder Seidenwurm wählen können. Ich hatte Panzerdivision gewählt. Es war der Kosename, den mir einmal ein äußerst charmanter, in der hohen, wenn auch in meiner Wertschätzung  seither  gesunkenen  Kunst  der  Ironie unschlagbarer  Franzose  gegeben  hatte  und  der  mit möglichst nasalem Akzent, weichem »s« und Betonung auf der letzten Silbe ausgesprochen gehört: Pansèredivisión. Dieser Name, der nicht etwa nur mir als Deutscher galt, sondern gewisse, mir ganz persönliche Eigenschaften treffen sollte und vermutlich auch trifft, war mir einst komisch erschienen. Im Zusammenhang mit den Nachforschungen, die ich mit Hilfe dieses Passwortes  betreiben  will,  hört  er  sich  nicht  mehr  so  komisch an. Es soll um einen Deutschen gehen, der einige Jahre in Polen verbracht hat. Um meinen Urgroßvater.
Um es gleich zu sagen: Mein Urgroßvater ist nicht in Polen einmarschiert. Die Gegend um Poznan, in der er  lebte,  war  schon 1815 Preußen  zugeschlagen  worden.
Trotzdem.  Ich  will  das  Bibliothekspseudonym  ändern. Das ist unmöglich. Ein einmal gewähltes Kennwort, ein sogenannter Alias, erklärt mir unwirsch die für die Karten-Erstellung zuständige Dame, bleibe für immer bestehen. Panzerdivision.“

 

 
Anne Weber (Offenbach am Main, 13 november 1964)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anne weber, romenu |  Facebook |

ECI Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

 

ECI Literatuurprijs voor Jeroen Brouwers

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers ontvangt de ECI Literatuurprijs (de vroegere AKO-Literatuurprijs) voor zijn roman “Het hout”. Dat maakte juryvoorzitter Andrée van Es donderdag bekend op het Crossing Border Festival in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Het hout

“Er komt wit in mijn hersens, eindeloos horizonloos. Ik kijk, zonder dat er een spier in mijn gezicht vertrekt, naar de een, naar de ander. Gaan jullie je Jezus maar zelf begraven. Ik heb het lijk daarstraks gewassen, het kan zo nederdalen ter helle.
Je kunt gaan Bonaventura. Verdere instructies krijg je van Amadeo.
Dat boek had ik te leen, zeg ik nog. Meneer Woltgens zou het graag terug hebben.
Benedictus stempelt met zijn vuist opnieuw een bons op de rode omkafting en laat er een vochtplek op achter. Zorgen wij voor. Schuift Umbrië met de nagel van zijn pink naar Amadeo. Nog iets Amadeo? Het plaaginsect neemt de afgehandelde papiertjes van hem over en legt een nieuw papiertje voor hem neer. Dat Hyacintus daarjuist weer was binnengekomen met een klacht over
medebroeder Olaf. Straks, zegt Benedictus. De ouwe is zichtbaar afgemat.
In de gang loop ik over de witte tegels, ontheven van mijn taken. Rochus die gebogen achteruitlopend de dweil met brede bogen heen en weer beweegt groet mij niet. Ik hem ook niet. Onder de secondenklok, zestien uur zeventien, zie ik de speelplaats. Voetballen in de hitte. Wil van Lanschot die niet met zijn vriend Mark Freelink mag praten praat met Mark Freelink, dwingend gesticulerend, in de dode hoek naast de gymzaal, niet te bespieden vanuit het  rechterraam tweede verdieping schoolgebouw. Verboden plek dus. Hij durft, zo goed als vogelvrij als hij is. Mark, brekelijk albastwit als het engeltje boven zijn bed, schone kleren, beide schoenen aan, knikt, zegt iets terug, knikt. In zijn
ene bruine schoen zit een zwarte veter, dat merk ik op als ex-surveillant. Guido Weytjens komt erbij, wat in ieder geval in orde is met het kostschoolreglement dat contact tussen twee jongens verbiedt, altijd ten minste met zijn drieën om gore praatjes uit te wisselen. Wil toont Guido de paarse achterkant van zijn been. Guido reageert met een stap achteruit en roept iets, wat ik vanop deze afstand achter het raam natuurlijk niet kan verstaan. Tienduizendmiljard bommen en granaten, de grote kraakvis zal hem kraken die basjiboezoek! Ik weet dat hij verwerpelijke stripboeken leest. Ik zag altijd alles door de vingers, maar nu heeft Remigius het overgenomen. Die schreeuwt en koestert het hout in de binnenborstzak van zijn kloostervacht. De clubactiviteiten zijn voorbij, nu begint de studie en daarna, van vrijdag verplaatst naar vandaag, staat de leerlingen het doucheritueel te wachten, want morgen komt hoog kerkelijk bezoek, het lichaam moet schoon, alles wordt gecontroleerd.
Niets meer te doen, ik heb er niets meer mee te maken. U loof ik die mijn schepper zijt die met uw liefde mij geleidt.”

 

 
Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)