30-11-15

Christophe Vekeman, Y.M. Dangre, David Nicholls, Yasmine Allas, Reinier de Rooie, Jan G. Elburg, Mark Twain

 

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Zie ook alle tags voor Christophe Vekeman op dit blog.

Uit: Een uitzonderlijke vrouw

“Voor wie lessen heeft getrokken uit het leven en dus uit ervaring meent te weten dat alles altijd slecht afloopt, zijn er natuurlijk redenen genoeg om nooit ergens nog een begin aan te maken, maar Gwen was pas een kleuter toen ze de gewoonte aannam om zo weinig mogelijk te ondernemen. Urenlang zat zij zonder zich noemenswaardig te bewegen op de donkerrode, ribfluwelen bank in de veranda dromerig voor zich uit te staren, of ze lag in de zomervakantie dagen achtereen op haar buik in de tuin terwijl zij steeds opnieuw dezelfde tien grassprietjes telde met de toppen van haar strelende vingers.
‘Dat meisje verveelt zich nog dood!’ klaagde haar moeder, en alsof Gwen geen enig kind was, maar integendeel de laatste in een haast eindeloze rij broers en zussen, voegde zij eraan toe:
‘Dit heb ik echt nog nooit meegemaakt!’ Dat verveling doorgaans juist gepaard gaat met het soort van taaie rusteloosheid dat Gwen nu eenmaal volkomen ontbeerde, scheen ze daarbij niet te beseffen, zoals het blijkbaar ook geen moment bij haar opkwam dat haar dochter zich simpelweg gelukkig voelde op die bank of in de tuin, te gelukkig om iets aan haar toestand te willen veranderen.
‘Maar is er dan niets wat je zou willen doen?’
‘Ik doe toch iets?’
‘Wat doe je dan?’
‘Gewoon.’
Verveling? Hooguit verveelde haar het gezeur van haar moeder als die erop stond dat ze met de kinderen uit de buurt zou gaan spelen (ook toen zij zelf nog kind was, kende zij de grootste moeite om het gezelschap van kinderen naar waarde te schat-ten), haar zou helpen met de voorbereidingen van de avondmaaltijd (ze wist dat ze geen hulp wás; ze liet dingen vallen en liep in de weg) of desnoods (geeuw geeuw) een puzzel zou leggen. Maar zolang zij alleen was, niet door anderen gestoord, had zij volmaakt voldoende aan de kalme, smetteloze leegte in haar hoofd.”

 

 
Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)

Lees meer...

29-11-15

Advent Hymn (Ada Cambridge)

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

 
De verkoop van kerstbomen door David Jacobson (1818-1891)

 

 

Advent Hymn

Another mile—a year
Pass'd by for ever! And the warnings swell
From upper heaven to darkest depths of hell,—
O we are drawing near!

All through the waiting lands
Dim signs and tokens, if unheeded, throng;
We feel them thickening as we pass along,
Holding out fearful hands.

Light! which in love sent down
That tender gleam on Eden's darken'd bowers,
When sin had breathed the blight upon the flowers
Whereof death made his crown:—

Light! which did deign to stamp
The tables on that Arab mountain-crest;—
Light! which, in shrouded glory, once did rest
On Israelitish camp:—

O day! whose dawn was spread,
Golden and clear, on Judaea's terraced hills,—
O shining noon! whose waxèd beauty thrills
Earth and her quick and dead:—

Come to our hearts, we pray!
Through open doors let gracious gleams come in;
Fill us with light and life, and let the sin
And darkness pass away.

Lord, waken us who sleep,
Strengthen the feeble knees and weak hands now;
Teach us, with prayer and work, to measure how
The stealthy minutes creep.

Let not our lamp be dim
When in the night we hear the footsteps fall
Upon our threshold,—let death find us all
Watching in peace for him.
Let us lie down to rest
In surest hope of endless life in store,
With happy reverent hands, that strive no more,
Folded across our breast.

And when the angels come,
And the sharp echo of the herald's cry
Pierces the dark and stillness where we lie
Cold in our sleep, and dumb,—

May we arise, O King!
In bridal garments, beautiful and white;
And do Thou, coming in Thy godly might,
Our crown of glory bring.

 

 
Ada Cambridge (21 november 1844 - 19 juli 1926)
Maria en kind op de lambrizering in St Mary the Virgin’s Church in Wiggenhall St Germans.
Ada Cambridge werd geboren in Wiggenhall St Germans

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

12:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ada cambridge, advent, romenu |  Facebook |

Mario Petrucci, Jean Senac, Carlo Levi, Jean-Philippe Toussaint, C.S. Lewis, Wilhelm Hauff, Louisa May Alcott, Franz Stelzhamer

 

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

BREAD
(Southwell Workhouse)

We’re men half-
baked – swinging
lead-heavy sledges

over our heads
on elbowy sticks
of bread. Hour

by hour: men
of flour. Saved by
a pinch of salt.

Here because
we ought to use
our loaf. Because

men of fire eat
iron.
Rust. Entire
nations. But we

float through days
on crusts. Dawn
to dusk each raft

the same. Like
us. Each slice we
are – adrift on

a basin of gruel.
Breakfast. Dinner.
Supper. One fuel.

And when at last
we rise to heaven
then I suppose

we’ll be made
to mow His fields
divine with wheat –

move mountains
of holy yeast – and
reach back down

to knead (one
by one) each grey
cloud of dough.

 

 

Ukritye
(Chernobyl, 1986)

Even the robots refuse. Down tools. Jerk up
their blocked heads, shiver in invisible hail. Helicopters

spin feet from disaster, caught in that upwards cone
of technicide – then ditch elsewhere, spill black running guts.

Not the Firemen. In rubber gloves and leather boots
they walk upright, silent as brides. Uppers begin

to melt. Soles grow too hot for blood. Still they shovel
the graphite that is erasing marrow, spine, balls –

that kick-starts their DNA to black and purple liquid life.
Then the Soldiers. Nervous as children. They re-make it –

erect slabs with the wide stare of the innocent, crosshatch
the wreck roughly with steel, fill it in with that grey

crayon of State Concrete. In soiled beds, in the dreams
of their mothers, they liquefy. Yet Spring still chooses

this forest, where no deer graze and roots strike upwards.
Fissures open in the cement – rain finds them. They grow:

puff spores of poison. Concrete and lead can only take
so much.
What remains must be done by flesh.

 

 
Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

Lees meer...

Ludwig Anzengruber, Maurice Genevoix, Antanas ¦kėma, Madeleine L’Engle, Silvio Rodríguez, Andrés Bello

 

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Anzengruber werd geboren op 29 november 1839 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Anzengruber op dit blog.

Uit: Wie mit dem Herrgott umgegangen wird. Eine Geschichte mit einigen »Merks«

„Es ist eine arge Welt, einer macht's dem andern und der liebe Gott allen zusammen nie recht. Es ist eine hübsche Sache um die Frömmigkeit, aber wenn einer um Sonnenschein und der andere auf dem nämlichen Fleck um Regen betet, da möcht' ich wohl einen dritten zum Herrgott machen und zusehen, was der bei all seiner Allmacht anfinge, um es mit keinem von den beiden zu verderben.
Im Norden sind die Menschen etwas kühler und nehmen's nicht gleich übel, wenn er sich etwas schwerhörig stellt, aber im Süden da sind sie heißblütig und werden sehr ungehalten: da ist es denn für dort eine ganz gute Einrichtung, daß man zwischen Gott und die aufdringlichen Beter die lieben Heiligen eingeschoben hat, die nun freilich für jede unerfüllte Bitte aufkommen müssen.
Wahrhaftig, so ein Heiliger ist nicht zu beneiden und ich möcht' keiner werden; denn abgesehen davon, daß die Erreichung einer solchen hohen Stelle auf der Erde mit manchen Unannehmlichkeiten und Umständlichkeiten verknüpft ist, so muß ja einer im Himmel ganz höllisch aufpassen, daß er tagüber keine Anrufung vergißt, so daß ihm fast keine Zeit bleibt, sich der ewigen Seligkeit zu erfreuen, höchstens zur Nachtzeit, aber solche übernächtige Seligkeit verträgt sich wieder tags darauf spottschlecht mit den Berufsgeschäften, wie manche gar wohl wissen, die gerade keine Heiligen sind.
Ja, es ist eine hübsche Sache um die Frömmigkeit, wenn es nur nicht manche so weit versehen möchten, daß ihr Gebet einer Lästerung auf ein Haar gleicht. Da war einmal eine öffentliche Dirne, die hat einen jungen Menschen zu berücken gewußt, daß er eine Zeitlang zu ihr gehalten hat; nun sind ihm denn doch endlich die Augen aufgegangen und das war ein Glück für ihn, sonst wäre er ja ein verlorener Mensch gewesen, und er hat das Weibsbild verlassen. Aber die Allerweltsliebste war darüber gar sehr betrübt und was thut sie? In die Kirche geht sie und betet zur »allerreinsten Jungfrau Maria«, dieselbe möge ihr das Herz ihres Buhlen wieder zuwenden, damit die unsaubere Liebschaft ihren Fortgang haben könne. Wenn das nicht gelästert ist, dann weiß ich überhaupt nicht, was Beten heißt und sein soll.
Ueber das Stück lacht wohl keiner, dazu ist's nicht angethan und steht nur da, damit man sieht, was manche für Anliegen vor die Heiligen bringen, denn es ist eine wahrhaftige Thatsache und nicht erfunden. Was aber den Heiligen in Welschland begegnen kann, das will auch erzählt werden und darüber könnten sie selber lachen, falls sie es im Himmel nicht verlernt haben.“

 

 
Ludwig Anzengruber (29 november 1839 – 10 december 1889)
Gedenksteen in Wenen (detail)

Lees meer...

George Szirtes

 

De Britse dichter en schrijver George Szirtes werd geboren op 29 november 1948 in Boedapest. Szirtes kwam in 1956 als vluchteling naar Engeland op de leeftijd van 8 jaar. Na een paar dagen in een legerkamp, ​​gevolgd door drie maanden in een off-season pension aan de kust van Kent, samen met andere Hongaarse vluchtelingen, verhuisde zijn familie naar Londen, waar hij werd opgevoed en naar school ging. Hij studeerde vervolgens Fine Art in Londen en Leeds. Tot zijn docenten op Leeds behoorde de dichter Martin Bell. Zijn gedichten begonnen in nationale tijdschriften te verschijnen in 1973 en zijn eerste boek “The Slant Door” werd gepubliceerd in 1979. Het won een jaar later de Geoffrey Faber Memorial Prize. Szirtes heeft diverse prijzen gekregen voor zijn werk, meest recentelijk in 2004 de TS Eliot Prize, voor zijn verzameling “Reel” en de Bess Hokin Prize voor gedichten in Poetry magazine in 2008. Voor zijn vertalingen van Hongaarse poëzie, fictie en drama ontving hij ook vele prijzen. Szirtes woont in Wymondham, Norfolk, na zijn vertrek uit het het onderwijs aan de Universiteit van East Anglia in 2013. Hij is getrouwd met de kunstenaar Clarissa Upchurch, met wie hij The Starwheel Press leidde en die verantwoordelijk is geweest voor het grootste deel van zijn boekcovers.

 

Water

The hard beautiful rules of water are these:
That it shall rise with displacement as a man
does not, nor his family. That it shall have no plan
or subterfuge. That in the cold, it shall freeze;
in the heat, turn to steam. That it shall carry disease
and bright brilliant fish in river and ocean.
That it shall roar or meander through metropolitan
districts whilst reflecting skies, buildings and trees.

And it shall clean and refresh us even as we slave
over stone tubs or cower in a shelter or run
into the arms of a loved one in some desperate quarter
where the rats too are running. That it shall have
dominion. That it shall arch its back in the sun
only according to the hard rules of water.

 

 

Chairs

It was the empty chairs he feared,
not those with a proper behind rammed into them,
not those littered with stray bits of food or waste paper.

It was the voices that did not speak,
the wheezes and creaks the chairs didn’t make.
The kicking over, the collapse,
the broken legs of chairs, the everyday business.

To see them ranged about a table
turned in on themselves as for a ritual,
that was the unsettling thing, and that one there,
yes, that one with its open arms
and its invitation to sit,
its somnolence, its stab at dignity
its emptiness, was the very devil.

 

 

The cloud’s hair

Which can be brushed out long and fine
to lie across a pillow
or bunched and scrunched into an angry
knot of rain before it is undone,
when long hanks of it hang
over the horizon like curtains,
the whole sky shaking
its beautiful dense head.

 

 
George Szirtes (Boedapest, 29 november 1948)

12:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: george szirtes, romenu |  Facebook |

28-11-15

Erwin Mortier, Alberto Moravia, Hugo Pos, Stefan Zweig, Sherko Fatah, William Blake

 

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

Uit: Les dix doigts des jour (Alle dagen samen. vertaald door Marie Hooghe)

Car les mots ne se montrent pas encore à lui. Il ne peut boire qu’à petites gorgées à leurs coupes. 
« On ne peut pas dire qu’il a la langue bien pendue, dit, maman. S’il tient quelque chose de son père... Mais Dieu sait tout ce qui mijote dans cette petite caboche. » 
Sa voix tourne en rond et se rembobine d’elle-même quand elle est au bout de la chanson, elle tapote des touches et frappe des cymbales. Elles croient qu’elles parlent, maman, grand-maman, tante Cactus, mais elles sont seulement, comme dit parfois papa, des grandes machines à trompette où il n’y a pas de bouton pour couper le son quand la mélodie ne vous plaît plus.
(…)

Quand papa vient m’éveiller, je rêve de grands papillons de nuit dans la haie de troènes. Ils frétillent sur le drap quand je m’assieds et frotte les fils de mes yeux. 
Il me soulève et me prend dans ses bras. Je pose mon cou sur l’arrondi de sa nuque et me laisse retomber par-dessus ses épaules pour compter le bord de chaque marche pendant que nous descendons. Il y en a dix et sept. 
Quand nous arrivons en bas, je crie « Bravo ». Je veux taper dans mes mains, mais papa attrape mes doigts dans son poing. 
Autour du lit en bas, les gens rient dans leur barbe. 
Arrière-grand-père réfléchit sérieusement, les couvertures sont tirées jusque sous son menton. Ses fausses dents, il les a mises dans un verre sur la tablette de la fenêtre, ainsi il peut rire sans se fatiguer pendant qu’il meurt. 
« Chuut », dit papa. 
Arrière-grand-père se redresse. Regarde autour de lui avec des yeux qui n’ont encore jamais été aussi grands. 
« Tous ces gens, dit-il. Tous ces gens », et il retombe sur les draps. 
Les gens hoquètent de rire. 
Toi aussi, maman.”

 

 
Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

Lees meer...

Alexander Blok, Rita Mae Brown, Julian Randolph Stow, Philippe Sollers, Nancy Mitford

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook alle tags voor Alexander Blok op dit blog.

 

The night

The night. The street. Street-lamp. Drugstore.
A meaningless dull light about.
You may live twenty-five years more;
All will still be there. No way out.

You die. You start again and all
Will be repeated as before:
The cold rippling of a canal.
The night. The street. Street-lamp. Drugstore.

 

Vertaald door Vladimir Markov en Merrill Sparks

 

Here We Live..

Here we live in ancient chambers
By the water strings.
Here at spring the gladness rambles,
And the river sings.

As the gaiety's first message,
With the first spring gales,
There will pour the blazing azure
In the doors of cells.

And quite full of sacred shudder
Of the years of dreams,
Through the fields we'll gaily ride in
Bless of dazzling beams. 

 


My Monastery, Where..

My monastery, where I’m badly pining,
Is granite, melted by the burning mind.
I’m strangled and blinded under this heat, lying,
And leave it, trying a new cell to find…

There’ll be still heat, but one that’s always warming.
The bloody ball will melt my brain to ash,
I’ll lose my mind in ways, the more calming,
Than in this one, oppressing blood and flesh.

Where’s the new cell? Where is my cloister, novel?
Not on the skies, the grave’s darkness behind,
But on the Earth it’s healthy one and low,
Where I’ll find all, when having lost my mind!...

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 
Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)
Portret door Ladunya, 2010

Lees meer...

Yves Thériault , Dawn Powell, Dennis Brutus, Carl Jonas Love Almqvist

 

De Canadese schrijver Yves Thériault werd geboren op 28 november 1915 in Quebec. Zie ook alle tags voor Yves Thériault op dit blog.

Uit:Le Dernier Havre

L'histoire est toute simple, et tient en une phrase : c'est un vieux pêcheur - d'âge incertain, 80, 90, qui tient ces comptes-là, dans son univers ? – qui remet en état en douce une vieille barque échouée, afin de faire son dernier voyage.
Mais c'est surtout l'occasion pour lui de se raconter, de nous faire partager sa vision – savoureuse, ô combien – de la vie. le tout avec ce merveilleux accent québécois, qu'on entend, à travers les mots, et dans la beauté flamboyante et amicale de la Gaspésie, ah, on bave d'envie.
C'est beau, c'est du miel pour les yeux et les oreilles, d'ailleurs, c'est impossible de garder ça pour soi, on n'a qu'une envie, c'est de le lire à haute voix à quelqu'un.
« Raisonner, en ce bas monde, vous savez ce que c'est ? Pourvu que vous pensiez comme tout le monde, le plus niaisement possible, c'est ça, raisonner. Jour après jour, vivre de la même manière ; jour après jour, penser comme pense le voisin, faire attention pour pas avoir une idée un peu audacieuse, un peu risquée, un peu plaisante. Oui, j'ai bien dit plaisante. Se conformer, marcher dans les traces du premier qui a marché, prendre garde de pas voir le beau du temps ou la grâce des fleurs, fuir tout ce qui pourrait être étrivant ou tentant, c'est ça, vivre, pour la plupart des gens.
[…]
Tout ça pour dire que nous autres, les vieux, loin d'avoir les idées aussi ankylosées que les genoux, on est souvent rendu au point où on voit plus clair que bien des jeunes, et que le vrai progrès, on le salue avec plaisir…
Et que même si on semble radoter, on a le plus souvent cent fois de lucidité comme les gens pris dans la routine, qui ont peur de penser par eux-mêmes, au cas où ça serait mal vu. »

 

 
Yves Thériault (28 november 1915 – 20 oktober 1983)

Lees meer...

27-11-15

Navid Kermani, Philippe Delerm, Han Kang, James Agee, Nicole Brossard, Jos. Habets, Friedrich von Canitz

 

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Der Schrecken Gottes

„Solange meine Erinnerung zurückreicht, versorgte er die Häuser aller Verwandten und Bekannten, auch jener, die in Europa und den Vereinigten Staaten leben, mit einem selbstentworfenen braunen Poster, auf dem «Remember God» in drei Sprachen stand, auf englisch, arabisch und persisch. Bei meinen Eltern hängt es noch heute im Flur.
Herr Ingenieur war fromm, aber nie kleingeistig. Ich war jung, um seine Größe zu überblicken, mein ältester Bruder jedoch berichtete mir, wie der Herr Ingenieur ihn einmal während der Ferien in Teheran zur Seite nahm und auf dessen Hosenlatz deutete. Mein Bruder stand damals kurz vor der Geschlechtsreife, die im Islam mit der Verpflichtung zum Ritualgebet einhergeht.
– Paß mal auf, sagte er meinem Bruder, du wirst bald an deinem Körper etwas ganz Besonderes und sehr Schönes bemerken. Dein Glied wird manchmal groß und fest werden, und vielleicht wachst du auch mal eines Morgens mit einem Flecken vorn in der Hose auf oder bemerkst, daß es Spaß macht, mit deinem Glied zu spielen. Vielleicht wird dann etwas Weißes aus deinem Glied spritzen, eine Flüssigkeit, die aussieht wie Milch. Das ist nicht schlimm. Das ist etwas Wunderbares. Das ist eines der schönsten Geschenke, die Gott uns gibt. Du mußt dich nicht schämen oder dich fürchten. Du darfst es genießen.
Bei allem Frohlocken über die Wohltaten Gottes vergaß Herr Ingenieur Kermani nicht, meinen Bruder auf die bevorstehende Verpflichtung zum Ritualgebet hinzuweisen. Daß ihm die Sexualität göttlich vorkam, machte ihn nicht zum Freigeist. Er nahm es als einen Grund mehr, Gott zu danken. Gott zu lieben hieß für den Herrn Ingenieur, die Schöpfung zu lieben. Gott zu dienen hieß für ihn, Gottes Geschöpfen zu dienen. Mein Bruder erzählte mir auch von der Hochzeit eines Bettlers, die der Herr Ingenieur ausgerichtet hatte. Der Bettler hatte ihn auf der Straße um ein Almosen gebeten, und der Herr Ingenieur hatte ihm statt dessen eine Arbeit besorgt, später eine Ehefrau vermittelt und dazu noch die Aussteuer bezahlt. Auch die anderen
Bettler und Bedürftigen der Nachbarschaft konnten sich auf ihn verlassen, und für die Waisenkinder Isfahans gründete er ein Heim, wie es heute noch in Isfahan kein größeres und besser organisiertes gibt.“

 

 
Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

Lees meer...

26-11-15

Luisa Valenzuela, Eugène Ionesco, Marilynne Robinson, Louis Verbeeck, William Cowper, Theophilus Cibber

 

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Valenzuela op dit blog.

Uit: I'm your horse in the night (Vertaald door Deborah Bonner)

« Cachaca's good drink. It goes down and up and down all the right tracks, and then stops to warm up the corners that need it most. Gal Costa's voice is hot, she envelops us in its sound and half-dancing, half floating, we reach the bed. We lie down and keep on staring deep into each other's eyes, continue caressing each other without allowing ourselves to give into the pure senses just yet. We continue recognizing, rediscovering each other.
Beto, I say, looking at him. I know that isn't his real name, but it's the only one I can call him out loud. He replied:
"We'll make it some day, Chiquita, but let's not talk now."
It's better that way. Better if he doesn't start talking about how we'll make it someday and ruin the wonder of what we're about to attain right now, the two of us, all alone.
"A noite eu so teu cavala," Gal Costa suddenly sings from the record player.
"I'm your horse in the night," I translate slowly. And so to bind him in a spell and stop him from thinking about other things:
"It's a saint's song, like in the macumba. Someone who's in a trance says she's the horse of the spirit who's riding her, she's his mount."
"Chiquita, you're always getting carried away with esoteric meanings and witchcraft. You know perfectly well that she isn't talking about spirits. If you're my horse in the night it's because I ride you, like this, see? …"

 

 
Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

Lees meer...

Mohamed Al-Harthy

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Omaanse dichter Mohamed Al-Harthy werd geboren in al-Mudhayrib, Oman, in 1962. Mohamed Al-Harthy studeerde geologie en maritieme wetenschappen en begon een loopbaan die daarop aansloot, maar na korte tijd nam hij ontslag om te reizen en te schrijven. Zijn eerste gedichtenbundel werd in 1992 onder de titel “Ogen zolang het dag is" in Casablanca gepubliceerd. Zijn bundel “Terug naar het schrijven met potlood” verscheen in 2013 en bevat gedichten die hij tussen 2005 en 2012 schreef. Een bijzondere uitgave van Al-Harthy is zijn reisboek “Oog en vleugel” waarin hij over zijn reizen naar Thailand, Vietnam, Andalusië en het lege kwartier van Arabië schrijft. Voor dit boek kreeg hij de Ibn Battuta Award voor Geografische literatuur in 2005.

 

THE BOAT OF WORDS CASTS ANCHOR

Remarkable, the three of them together:
the mouse,
the keyboard
and the word processor
that fails to process them, but rather
does quite the contrary
and makes me forget
to save them in the proper file.
And so the icon of accusation
appears on the screen
before I can even accuse myself
or the word processor
or the playful mouse
after the disappearance of many a poem
about nights and morning suns . . . 
 
The icon’s accusation wore me out
so I thought of looking for a typewriter
(like the one Virginia Woolf used),
one that would not weary
of tapping out its symphony
with speedy slowness
or slowing speed.
But these enchanting instruments
have fallen out of use these days
and no one pays them any heed:
under heavy guard they bemoan their fate
in museum kingdoms
that no one ever visits.
 
I almost raised the flag, I almost surrendered,
but I opted to follow Hemingway’s advice
and go back to writing with a pencil.
I traversed page after page with that sharpened oar
so that the boat of words might finally cast anchor
on arrival’s coast. But I went too far
in my emulation, and started
scrawling on the walls
like him,
and so I failed to master
his short sentences.

 
 
Vertaald door Kareem James Abu-Zeid

 

 

 
Mohamed Al-Harthy (al-Mudhayrib, 1962)

18:19 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mohamed al-harthy, romenu |  Facebook |

Alyosha Brell

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijver Alyosha Brell werd geboren in 1980 in Wesel als zoon van een balletleraar en een operazangeres. De eerste 18 jaar van zijn leven bracht hij door op een boerderij in de buurt van Goch. Na zijn eindexamen verhuisde hij naar Berlijn om filosofie en Duitse literatuur te studeren, wat hij echter al snel voor gezien hield. In plaats daarvan werkte hij meer dan tien jaar in een in Berlijn gevestigd IT-bedrijf, waar hij leiding gaf aan een team van concept ontwikkelaars, grafisch ontwerpers en webprogrammeurs. In 2008 kreeg hij een beurs van de schrijverswerkplaats Proza van het Literaire Colloquium Berlin. In 2009 ontving hij de Alfred Döblin beurs van de Berliner Akademie der Künste. Zijn debuutroman 'Kress' verscheen in 2015 in de Ullstein Verlag.

Uit: Kress

„Als Kress an diesem Abend nach Hause kam, war ihm mächtig feierlich zumute. Auf dem Heimweg hatte er sich hinreißen lassen, in einem türkischen Imbiss eine Fanta zu ordern. Fanta war sein Lieblingsgetränk, aber weil schöne Dinge schwach machten, gab es Fanta nur in besonderen Momenten. Jetzt, noch während er die Tür abschloss, schüttelte er sich den letzten Tropfen in den Rachen, und weil er noch nicht genug hatte von dem herrlichen Süß, stapfte er in die Küche und suchte aus einem der Kartons das Brotmesser hervor. So ausgerüstet begab er sich an den Schreibtisch und machte sich daran, mit kleinen Sägebewegungen die Aluminuiumdose zu enthaupten, um auch an die in der Dose verbliebene Fantafeuchtigkeit zu gelangen. Er bog den Dosenkopf zur Seite, wischte mit dem Zeigefinger entlang der Innenwände und steckte sich den Finger gedankenvoll in den Mund. Die kleine blonde Person ging ihm nicht aus dem Sinn. Er fragte sich, wie er vernünftigerweise den Erstkontakt herstellte, wenn er sie denn aufgespürt hatte, und weil ihm nichts Besseres einfiel, stand er auf und wanderte hinüber zu seinen Umzugskartons, wo er aus seiner Ausgabe von Goethes Werken Band 3 hervor suchte (Dramatische Dichtungen I) und im Faust die Stelle aufschlug, wo Faust das Gretchen erstmalig anspricht, um ihm seinen Arm und Geleit anzutragen. Das Ganze erschien ihm nicht sonderlich überzeugend, trotzdem legte er einen Zettel zwischen die Seiten, um sie am Morgen noch einmal genau zu studieren. Er trat zurück an den Schreibtisch und streckte neuerlich den Finger zur Dose — ratsch, ärgerlich: Da hatte ihm der gesägte Dosenrand einen halben Quadratzentimeter Fingerkuppe abrasiert. Einen Moment lang war Kress sehr zufrieden mit sich, weil es gar nicht blutete; dann aber füllte sich der Schnitt mit dunklem Rot, und mürrisch latschte er ins Bad, um die Wunde mit Klopapier zu verbinden.“

 

 
Alyosha Brell (Wesel, 1980)

18:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alyosha brell, romenu |  Facebook |

Mihály Babits

 

De Hongaarse dichter, schrijver en vertaler Mihály Babits werd geboren op 26 november 1883 in Szekszárd. Hij studeerde Franse en Latijnse filologie aan de Loránd Eötvös-universiteit te Boedapest van 1901 tot 1905, waar hij Dezső Kosztolányi en Gyula Juhász ontmoette. Hij werd leraar en gaf les aan scholen in Baja (1905-1906), Szeged (1906–1908), Fogaras (1908 -1911), Újpest (1911) en Boedapest (1912 -1918).In 1908 verwief hij met zijn gedichten bekendheid. In datzelfde jaar reisde hij naar Italië, wat zijn interesse voor Dante Alighieri verklaart; later bezocht hij het land nog meerdere malen. Met zijn verworven kennis vertaalde hij Dantes Divina Commedia (Inferno, 1913, Purgatorium, 1920, en Paradiso, 1923).Kort na de Hongaarse Revolutie van 1919 werd hij professor Buitenlandse Literatuur en Moderne Hongaarse Literatuur aan de Eötvös Loránd Universiteit te Boedapest, maar hij werd er bedankt voor zijn diensten na de val van de revolutionaire regering vanwege zijn pacifisme.In 1911 werd hij redacteur van het literaire magazine Nyugat.In 1921 huwde hij Ilona Tanner. Zij publiceerde later gedichten onder de naam 'Sophie Török.Twee jaar later trok hij naar Esztergom. In 1927 werd hij lid van het Kisfaludy Társaság (Kisfaludy Gezelschap) In 1929 werd hij hoofdredacteur bij het tijdschrift “Nyugat”, een taak die hij deelde met Zsigmond Móricz. Babits is het meest bekend om zijn lyrische poëzie met invloeden van klassieke poëzie en Engelse rijmkunst. Behalve gedichten schreef hij ook essays en hij vertaalde veel werken uit het Engels, het Frans, het Duits, het Grieks, het Italiaans en het Latijn.

 

Jonah’s Prayer

Words have become unfaithful things to me,
or else am I an overflowing sea,
goalless and hesitant, without a shore.
Vain words, articulated once before,
I carry like dikes, or signposts made of wood,
torn hedges carried by a straying flood.
Oh if the Master only would provide
a bed for my brook’s current and thus guide
my steps on sheltered pathways toward the sea;
if only He would carve a rhyme for me,
a ready-made rhyme, I would avail myself,
for prosody, of the Bible on my shelf,
so that like Jonah, lazy servitor
of God, we hid from Him and later bore
not three brief days or months of agonies,
but three long years of even centuries,
when he went down into the living Fish,
in dark hot torments more than he would wish,
I too, before I disappear, might find
in an eternal Whale whose eyes are blind
my old accustomed voice, my words arrayed
in faultless battle order; as He made
His whispers clear, with all my poor throat’s might
I could speak out, unwearied till the night,
so long as Heaven and Nineveh comply
with my desire to speak and not to die.

 

 

The Lyric Poet’s Epilogue

I am the only hero of my verses,
the first and last in every line to dwell:
my poems hope to sing of Universes,
but never reach beyond my lonely cell.

Are others there outside, to bear the curses
of being born? If God would only tell.
A blind nut in the nutshell's dark traverses,
I loathe to wait for Him to break the spell.

A magic circle binds me like a chain,
and yet, my soaring dreams defy the weight -
but wishful dreams, I know, may tell a lie.

A prison for myself I must remain,
the subject and the object. Heavy fate:
the alpha and the omega am I.

 

 
Mihály Babits (26 november 1883 - 4 augustus 1941)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mihály babits, romenu |  Facebook |

25-11-15

Maarten ’t Hart, Connie Palmen, Arturo Pérez-Reverte, Alexis Wright, Ba Jin, Augusta de Wit

 

De Nederlandse schrijver Maarten 't Hart werd geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Zie ook alle tags voor Maarten ’t Hart op dit blog evenals mijn blogs van 25 november 2010 en eerder.

Uit:Stenen voor een Ransuil

"Als ik de kerk verlaat, zie ik dat de jongen de deur naar de hal heeft laten openstaan. Hij heeft de lamp in de hal laten branden. Door de deuropening straalt het licht de kerk binnen, een smalle lichtstreep. Ik duw de deur zacht heen en weer. De lichtstreep verschuift over de banken. Aan het uiteinde verbreedt de lichtstreep zich. Ik voel een eigenaardige beklemming bij dit licht. Ik kijk naar de hoge ramen, die van buiten verlicht worden door straatlantaarns. In het glas zijn voorstellingen aangebracht. Hoe goed ken ik die voorstellingen! Ik voel me verdrietig als ik naar de voorstellingen kijk. Hetzelfde verdriet als bij het maken van de preek voor mijn vader. Die voorstellingen en die preek hadden vroeger een bijzondere inhoud, die in de loop der jaren vervaagd is. Ik zou nu andere voorstellingen willen zien en niet over de geboorte van Christus een preek willen maken maar over David en Jonathan, Saul te Endor. Door het verlies van mijn geloof hebben de zo vertrouwde voorstellingen een andere inhoud gekregen. Maar de herinnering aan het vertrouwd zijn met de beelden blijft en door mijn ongeloof voel ik mij ontrouw tegenover mijn herinneringen. Dat besef van ontrouw is pijnlijk.
Ik kijk naar de voorstelling van de wederkomst van Christus. De rivier van het water des levens, helder als kristal, ontspringend uit de troon van het Lam. Het geboomte des levens, dat twaalf maal vrucht draagt. Nog altijd hebben die woorden hun klank niet verloren, hun mysterieuze klank, die mij zulke weidse en vreemde gevoelens gaf. De weemoed omdat de gevoelens geen reële basis hebben. Christus en Paulus serieus nemen is een hoge prijs, te hoge prijs, betalen om het water des levens te doen ontspringen. Ondanks dat blijf ik een soort hoop koesteren dat ergens het water des levens stroomt, vloeit.
Vreemd, dat ik juist dit niet opgeven kan, evenals de geest van God, die over de wateren zweeft, alsof dit altijd het belangrijkste is geweest, belangrijker dan die schimmige Jezus. Maar het water des levens stroomt niet. Ook het geboomte des levens bloeit niet en draagt geen vruchten, want waar Christus verschijnt, verdorren de vijgebomen."

 

 
Maarten ’t Hart (Maassluis, 25 november 1944)

Lees meer...