07-12-15

Tatamkhulu Afrika, Johann Nestroy, Joyce Cary, Gabriel Marcel, Willa Cather, Noam Chomsky

 

De Zuid-Afrikaanse dichter en schrijver Tatamkhulu Afrika werd geboren op 7 december 1920 in Egypte. Zie ook alle tags voor Tatamkhulu Afrika op dit blog.

Uit:Bitter Eden

“Do I love her? ‘Love’ is a word that frightens me in the way that these two letters frighten me and if I were to say ‘yes’, I would qualify that by adding that – in our case and from my side – love is an emotion too often threatened by ennui to attain to the grand passion for which I have long since ceased to hope.
Certainly, though, I loved her enough to be able to say, ‘No, everything is fine,’ and turn around and smile into the once so startling blue eyes that now – under certain lights and when looked at in a certain way – have faded into the almost as startling white stare of the blind.
Whether she believed me or not, I cannot say, and equally do I not know why I have bothered to even mention a wife, and a second one at that – the first having absconded to fleshlier fields a lifetime ago – who does not in any way figure in the now so distant and tangled happenings with which the letters deal. Or do I, indeed, know why and have I subconsciously allowed Carina to surface in a manner and image that have more to do with me than her and that will save me the pain of having to explain in so many words why, in those years of warping and war, an oddness in my psyche became set in stone?
Whatever the case, I am now back with the package and the letters, leaving Carina sleeping – or pretending to, she being disconcertingly perceptive at times – and no commonplace papers or gulls beyond the window to divert me: only a darkness that is as inward as it is outward as – yielding to the persuasion of the tide I thought had ebbed beyond recall – I turn to the package and start to unwrap it, then stop, not wanting this from him and as afraid of it as though it held his severed hand.
Or is this all fancifulness? Am I permitting a phantom a power that belongs to me alone? What relevance do they still have – a war that time has tamed into the damp squib of every other war, a love whose strangeness is best left buried where it lies?
Haplessly, unable to resist, I listen for the nightingale that will never sing again, hear only the screaming of an ambulance or a patrol car, a woman crying to deaf ears of a murder or a raping in a lane, and lower my face into the emptiness of my hands.”

 

 
Tatamkhulu Afrika (7 december 1920 – 23 december 2002)

Lees meer...

Dirk Sterman

 

De Duits-Oostenrijkse schrijver, presentator en cabaretier Dirk Sterman werd geboren op 7 december 1965 in Duisburg. Sterman deed na zijn middelbare school vervangende diensplicht. Daarna wilde hij theaterwetenschappen studeren in Duitsland, waar echter enkele jaren op een plek zou hebben moeten wachten. Daarom besloot hij uiteindelijk om in Wenen naar drama en geschiedenis te studeren, maar ook deze studie maakte hij tenslotte niet af. Sinds 1988 werkt hij voor de ORF; Hij is sinds 1990 aan de zijde van de Oostenrijker Christoph Grissemann, de Duitse helft van het duo Stermann & Grissemann waarmee hij de radio satire show Salon Helga presenteert. Tussen 1998 en 2011 werkte hij ook voor Radio Eins en maakte daar samen met zijn partner het radioprogramma Royale. Van 2004 tot 2013 presenteerde hij het protest songfestival in het Weense Rabenhoftheater. Sinds 2007 organiseert hij samen met Christoph Grissemann de talkshow Willkommen Österreich Vanaf 1989 publiceert Sterman ook gedichten, verhalen en romans. In zijn roman “Sechs Österreicher unter den ersten fünf” komt een tandarts, genaamd Dr Braun, voor die in opdracht gaat stelen. Toevallig bestaat in Graz een echte tandarts met dezelfde naam. Deze klaagde Stermann aan en eiste een schadevergoeding, maar verloor het proces in laatste instantie. Vanaf januari 2015 presenteert Sterman het NDR televisieprogramma Soul Kitchen.

Uit: Eier

“Wussten Sie, dass man sich mit Bierflaschen nur sehr schwer abtrocknen kann? und mit Karamellbonbons? Jetzt wissen Sie es. ich habe mich einmal in einem bayrischen Theater geduscht, ohne mich vorher zu vergewissern, dass es ein Handtuch gibt. ich ging davon aus, weil: Theater ist ja irgendwie kKultur, und körperpflege ist Körperkultur, da wird man ja wohl davon ausgehen können, dachte ich, aber nass stand ich dann vor der Dusche, ich tropfte aus allen Poren, ich war nasser als der neusiedler See, aber kein Handtuch, nur eine halbvolle Bierflasche und ein am Boden liegendes Karamellbonbon ohne Verpackung. und eine Kaffeemaschine, in der noch ein benutzter Filter steckte mit Kaffeesud. ich nahm zuerst das Karamellbonbon, wischte mich damit trocken, so gut es ging, war dann aber so pickig, dass ich seufzend wieder unter die Dusche stieg. Verstehen Sie, warum manche Eltern ihre Kinder davor warnen, Bühnenberufe zu ergreifen?
In der Berliner Volksbühne wird man angehalten, alle Wertsachen mit auf die Bühne zu nehmen, weil dort alle wie die raben stehlen. Darum haben viele Schauspieler ihre Geldbörsen in der Hand, während sie den Monolog sprechen. im Wiener Rabenhof gibt es als Catering uralte Semmeln aus dem 19. Jahrhundert, in die schon Soldaten bei der Schlacht von Königgrätz gebissen haben. im Linzer Landestheater fand ich ein Stück Wurst, wo sich auf dem Schimmel bereits Schimmel gebildet hatte, im Burgtheater steht ein halbvolles Glas milch von Oskar Werner, aus dem nippen Fans und durstige kollegen. auf der Bühne, da erstrahlen die Damen und Herren Schauspielerinnen und Schauspieler im hellsten Licht, aber das ist natürlich alles ein resultat der maske. Viele Schauspieler leben weit unter dem, was man weit unter dem Existenzminimum nennt. Denken Sie nur an Albert Fortell. ein paar wenige Auserwählte verdienen gut, Brandauer, Voss und ich, aber auch wir sehen uns mit der unfassbaren Armut der Kulturschaffenden ständig konfrontiert. Kultur schafft einen.
Mit der Bierflasche, da hatte ich gedacht, gut, vielleicht saugt das etikett meine Feuchtigkeit auf. erdinger Weißbier, das Franz Beckenbauer Bier, der sieht stets akkurat aus, der Kaiser. ich hab übrigens in einer Zeitschrift ein Foto von unserem Kaiser gesehen, in Uniform, und dachte mir, Wahnsinn, der arme Palfrader, ist der gealtert, aber dann war es doch Jopi Heesters.“

 

 
Dirk Sterman (Duisburg, 7 december 1965)

17:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dirk sterman, romenu |  Facebook |

06-12-15

Johannes der Täufer (Friedrich Treitschke)

 

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
Johannes de Doper door Giovanni Guercino, 1641

 

 

Johannes der Täufer
(Von Guercino.)

"Bereitet euerm Herrn die rechte Bahn!
Was Gott verhieß, soll in Erfüllung gehen.
Bald werdet ihr den Heiland kommen sehen;
Sei weit das Tor der Ehren aufgetan."

"Des Kreuzes Zeichen trag' ich ihm voran.
Mit Wasser tauf ich; doch in blauen Höhen
Wie Flammen rauscht des Geistes Flügelwehen;
Dem Sohne nach des Vaters Wort zu nahn."

Also Johannes: und die Völker kamen,
Er wandt' sie emsig zu des Meisters Namen,
Und lebt' und lehrt', nicht achtend sein Verderben.

O Treue, fremd den neuen kalten Zeiten!
Wer mag noch jetzt für Gott und Wahrheit streiten?
Und muss es sein: für Gott und Wahrheit sterben?

 

 
Friedrich Treitschke (29 augustus 1776 - 4 juni 1842)
Kerstmarkt in Leipzig, waar Friedrich Treitschke werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 6e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:43 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: friedrich treitschke, advent, romenu |  Facebook |

Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer

 

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op 6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Vrouw (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Het idee om mijn veertigste verjaardag te vieren was geen moment bij me opgekomen, het was absoluut niet aan de orde. Maar vroeg in de herfst het jaar daarvoor, dat wil zeggen in september 2008 bij Yngve in Voss op bezoek, waren Yngve en Linda er plotseling over begonnen. Toen de kinderen naar bed waren, zaten we ’s avonds op het terras, elk met een glas rode wijn in de hand. De hemel boven ons was inktzwart en duizelde van de sterren. De lucht was koud en helder.
‘We hadden het even over je veertigste verjaardag’, zei Linda en ze keek me in het flauwe schijnsel van de deur naar het terras aan.
‘O?’ zei ik.
‘Ja. We zijn tot de conclusie gekomen dat je een echt feest moet geven en het groots moet vieren.’
‘Iedereen uitnodigen die je kent’, zei Yngve. ‘Dan kunnen de Kafkatrakterne en de Lemen spelen, bijvoorbeeld.’
‘Maar dat is het laatste wat ik wil’, zei ik. ‘Dat is echt het ergste wat ik me kan voorstellen.’
‘Dat weten we’, zei Linda. ‘Maar je hebt je lang genoeg verstopt gehouden, toch?’
‘Wie moet ik dan uitnodigen?’
‘O, dat zijn er een heleboel’, zei Yngve. ‘Je kent veel meer mensen dan je denkt. Je moet gewoon even nadenken.’
‘Kan zijn’, zei ik terwijl ik naar Linda keek. ‘Maar als ik mocht kiezen, zou ik het het liefst alleen met jullie vieren, als een doodnormale verjaardag. Dat is toch leuk. Jullie komen al zingend met kaarsjes en cadeautjes binnen. Dat is feestelijk genoeg wat mij betreft.’
‘Dat is duidelijk’, zei Linda.”

 

 
 Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

Lees meer...

Baldassare Castiglione, Paul Adam, Dirk Dobbrow, Sophie von La Roche

 

De Italiaanse schrijver Baldassare Castiglione, graaf van Novellata werd geboren op 6 december 1478 te Casatico, bij Mantua. Zie ook alle tags voor Baldassare Castiglione op dit blog.

Uit: Het boek van de Hoveling (Vertaald door Anton Haakman)

“Ik vind dus dat de hoveling niet alleen van adel moet zijn maar ook op dit punt voorrechten dient te genieten en dat hij van de natuur niet alleen verstand, een goed gebouwd lichaam en een knap gezicht moet hebben ontvangen, maar dat hij ook iets innemends dient te hebben, iets in zijn bloed, zoals men dat noemt, dat maakt dat hij meteen al, op het eerste gezicht, een innemende, aangename, indruk maakt; dit moet een sieraad zijn dat al zijn handelingen leidt en begeleidt en er borg voor staat dat hij de omgang met een groot heer en diens gunst waardig is.
Daarop zei Gasparo Pallavicino, die zat te popelen: 'Om te zorgen dat ons spel verloopt als voorgeschreven en wij niet de indruk wekken dat wij weinig waarde hechten aan ons recht op het maken van tegenwerpingen, geef ik als mijn mening te kennen dat de hoveling niet noodzakelijk adellijk van geboorte hoeft te zijn; en als ik dacht dat ik hiermee iets zou zeggen dat nieuw was voor sommigen van u, had ik voorbeelden genoemd van velen die van zeer adellijke afkomst waren, maar toch vol ondeugden; en daar kan ik een groot aantal personen tegenover stellen die niet adellijk van geboorte waren, maar met hun voortreffelijke daden roem hebben verworven voor hun nakomelingen. Als het waar was dat, zoals u zojuist zei, in alles de kracht verborgen ligt van de eerste kiem, dan zouden wij allen in dezelfde omstandigheden moeten verkeren, want wij zijn allemaal op dezelfde wijze begonnen, en dan zou niemand nobeler zijn dan een ander.”

 

 
Baldassare Castiglione (6 december 1478 – 2 februari 1529)
Portret door Raffaello Sanzio, 1514-1515

Lees meer...

05-12-15

Sinterklaas, René de Clercq, Dolce far niente

 

Bij Sinterklaas

 

 

 

 

Sinte Klaas

Wees brave, broerke, brave,
Ons kloefkes staan gezet:
Het ene bij de kave,
En 't ander onder 't bed.
't Zijn wortels in en raapkes,
Wel zes of zeven gaapkes.
Wees brave, of weet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet?

Bid zoetekes, met zusje,
De heilgen tabbaardman,
Heel koes gelijk een musje,
Dat nog niet vliegen kan.
En morgen, bij 't ontwaken,
Uw schoonste kruiske maken!
Wees brave, of weet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet?

Dan lopen, juichen, zoeken
Uw marbels, band en top;
De menten en de koeken;
Mijn langgelinte pop!
Van ieder mokje en tartje,
Krijgt moederken haar partje.
En zo vergeet-je niet
Dat Sinte Klaas ons ziet.

 

 

 
René de Clercq (4 november 1877 - 12 juni 1932)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2014.

04-12-15

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup, Nikolay Nekrasov, Samuel Butler

 

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Um die vielen Madonnen sind

Um die vielen Madonnen sind
viele ewige Engelknaben,
die Verheißung und Heimat haben
in dem Garten, wo Gott beginnt.
Und sie ragen alle nach Rang,
und sie tragen die goldenen Geigen,
und die Schönsten dürfen nie schweigen:
ihre Seelen sind aus Gesang.
Immer wieder müssen sie
klingen alle die dunklen Chorale,
die sie klangen vieltausend Male:
Gott stieg nieder aus Seinem Strahle
und du warst die schönste Schale
Seiner Sehnsucht, Madonna Marie.

Aber oft in der Dämmerung
wird die Mutter müder und müder,-
und dann flüstern die Engelbrüder,
und sie jubeln sie wieder jung.
Und sie winken mit den weißen
Flügeln festlich im Hallenhofe,
und sie heben aus den heißen
Herzen höher die eine Strophe:
Alle, die in Schönheit gehn,
werden in Schönheit auferstehn.

 

 

Gott im Mittelalter

Und sie hatten Ihn in sich erspart
und sie wollten, daß er sei und richte,
und sie hängten schließlich wie Gewichte
(zu verhindern seine Himmelfahrt)

an ihn ihrer großen Kathedralen
Last und Masse. Und er sollte nur
über seine grenzenlosen Zahlen
zeigend kreisen und wie eine Uhr

Zeichen geben ihrem Tun und Tagwerk.
Aber plötzlich kam er ganz in Gang,
und die Leute der entsetzten Stadt

ließen ihn, vor seiner Stimme bang,
weitergehn mit ausgehängtem Schlagwerk
und entflohn vor seinem Zifferblatt.

 

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

Das VI. Sonett

Ist er ein Hiesiger? Nein, aus beiden
Reichen erwuchs seine weite Natur.
Kundiger böge die Zweige der Weiden,
wer die Wurzeln der Weiden erfuhr.

Geht ihr zu Bette, so laßt auf dem Tische
Brot nicht und Milch nicht; die Toten ziehts -.
Aber er, der Beschwörende, mische
unter der Milde des Augenlids

ihre Erscheinung in alles Geschaute;
und der Zauber von Erdrauch und Raute
sei ihm so wahr wie der klarste Bezug.

Nichts kann das gültige Bild ihm verschlimmern;
sei es aus Gräbern, sei es aus Zimmern,
rühme er Fingerring, Spange und Krug.

 

 
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Knut Odde, 1897

Lees meer...

Feridun Zaimoglu

 

De Duitse schrijver en beeldend kunstenaar van Turkse afkomst Feridun Zaimoglu werd geboren op 4 december 1964 in Bolu. Zaimoglu kwam in 1965 met zijn ouders naar Duitsland. Hij woonde tot 1985 in Berlijn en München, en begon aan een studie geneeskunde en een studie kunsten in Kiel, waar hij nog steeds woont. Tegenwoordig werkt hij als schrijver en journalist. Zijn essays en literaire kritieken zijn verschenen in toonaangevende Duitse kranten als Die Zeit, Die Welt, SPEX en de Tagesspiegel. Van 1999 tot 2000 was hij werkzaam in Mannheim bij het Nationale theater. In 2003 werd hij “Insel Schreiber” op het eiland Sylt, en in 2004 was hij visiting fellow aan de Freie Universität Berlin. In zijn eerste boek "Kanak Sprak" 1995, probeert hij de authentieke, taal en subversieve kracht van het slang, gesproken door jonge Turkse mannen in Duitsland literair weer te geven. Daarbij verzet hij zich tegen een romantisch multiculturalisme. In 1997 werd Kanak Sprak“ voor het theater bewerkt, waarbij ook monologen uit Zaimoglu’s derde roman “Kopffstoff” werden gebruikt. Zijn tweede roman “Abschaum – Die wahre Geschichte von Ertan Ongun” werd in 2000 verfilmd door Lars Becker als “Kanak Attack”. Daarna verschenen misschien wel de meest bekende romans “Leyla” en “Liebesbrand”. Voor het verhaal “Häute” ontving hij de juryprijs bij de Ingeborg Bachmann Wettbewerb in 2003. In 2006 ontving hij als "een van de meest recente Duitse schrijvers van onze tijd", de kunstprijs van de deelstaat Sleeswijk-Holstein. In 2007 volgde in München de Carl Amery literatuurprijs. Vervolgens schenen nog de romans „Hinterland“ (2009), „Ruß“ (2011), „Der Mietmaler: eine Liebesgeschichte“ (2013) en „Isabel“ (2014). Theaterbewerkingen en draaiboeken schrijft Zaimoglu meestal met zijn co-auteur Günter Senkel. Naast zijn werk als schrijver werkt Zaimoglu als beeldend kunstenaar en curator. Onder de titel “Kanak Attack. Die dritte Türkenbelagerung” realiseerde hij in 2005 in de Kunsthalle in Wenen een vlaggeninstallatie.

Uit: Leyla

“Wir häkeln, nähen und stricken, wir legen die fertigen Handarbeiten in die Mitgifttruhe, manchmal hebe ich den Truhendeckel und atme den Duft der Seifen tief ein. Ich bin vergeben und verlobt, ich darf das Haus aber nicht verlassen.
Beschwere dich nicht, sagt meine Mutter, dein Mann wird dich bald ausführen. Setz’ dich hin und mehre deine Mitgift. Du bist nunmehr unser Eigentum auf Zeit. Und ich setze mich und nähe, häkele und stricke, manchmal entfährt mir ein Seufzer, dann weiß ich nicht, wieso ich so traurig bin.
Der Vater spricht nicht mehr mit mir, ich darf auf sein Geheiß hin das Wohnzimmer nicht betreten. Er klingelt zweimal an der Haustür, das ist das verabredete Zeichen, ich husche dann hoch zum Damentrakt und verstecke mich. Er will mich nicht sehen. Melek Hanim hat versucht, ihn davon abzubringen, die Großtante hat ihm gesagt, sie könne es nicht dulden, daß ein fremder Mann sich bei ihr verhalte wie ein Hausherr. Doch alles vergeblich. Er hat meiner Mutter bei Verstößen gegen sein Hausgesetz Schläge und Püffe versetzt. Wie ich erfuhr, spielte er sogar mit dem Gedanken, mich zu töten. Er schrie, seine Ehre sei verletzt worden, die jüngste Hündin habe die Familienehre in den Schmutz gezogen. Also füge ich mich. Häkeln, nähen, stricken. Er kann uns nicht freigeben. Meine Mutter verschließt sich unseren Fragen, ob sie ihn verlasse, ob die Verwandten sie mitnehmen. Einmal Heimat, immer Heimat, sagt sie nur, meine schöne Mutter. Sie hat große Schmerzen am Rücken, doch sie putzt und kocht, sie näht, häkelt und strickt.
Ihre bemehlten Hände, Hände, die Laken glätten und manchmal den Vogelflug am Morgenhimmel nachzeichnen, immer dann, wenn ich sie bitte, mein Lieblingsspiel aus der Kindheit vorzuführen. Ich sehe ihre flappenden Hände, die Schatten an der Zimmerwand, sie läßt die Handflügel auf- und absteigen, und dabei gibt sie Summlaute von sich, weil sie nicht pfeifen kann. Sie verlangt einen Gegengefallen, und ich schlage das Magazin auf, suche die Rubrik ›Die mondäne Frau‹ und lese ihr die Briefe vor, die die Stadtdamen an ›die sehr geehrte Frau Seelenverwandte‹ schreiben. Ich bin sehr angetan von Ihren Ratschlägen, heißt es da beispielsweise, aber ich fürchte, ich kann die Handcreme nach Ihrem Rezept nicht benutzen. Es liegt nicht an meinem bösen Willen.“

 

 
Feridun Zaimoglu (Bolu, 4 december 1964)

16:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: feridun zaimoglu, romenu |  Facebook |

03-12-15

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren, F. Sionil José

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog.

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

"Wee degene die mij raakt!" riep hij met kracht. "De raven van Vlaanderen zullen mij niet eten; zij vreten liever Frans vlees!"
"Val aan, lafaards!" riep De Chatillon tegen zijn knapen. "Val aan dan! Zie die bloodaards!--Zijt gij bang van een mes? Mocht ik mijn handen aan die Laat vuil maken; maar ik ben edel. Grauw tegen grauw, het is uw taak. Loopt hem dan over 't lijf."
Enige der omstaande ridders poogden De Chatillon te bedaren, doch de meesten stemden in deze daad en hadden de Vlaming gaarne aan een strop gezien. Ongetwijfeld zouden de knapen, door hun meesters opgehitst, de jongeling overvallen en verwonnen hebben; maar nu naderde de ridder die enige stappen van daar in diepe gepeinzen had gewandeld. Zijn kleding en uitrusting ging die der andere ridders ver in pracht te boven; het schild dat op zijn borst gewrocht was, droeg drie gulden leliën op een blauw veld, onder een graaflijke kroon. Dit beduidde dat hij van koningsbloede was.
"Hou op!" riep hij met streng gelaat tegen de knapen, en zich tot De Chatillon kerende sprak hij: "Mijnheer!... Gij schijnt te vergeten, dat ik Vlaanderen van mijn broeder en koning Philippe te leen heb. Die Vlaming is mijn vazal.--Gij hebt geen recht op zijn leven, mits hij mij alleen toebehoort."
"Zal ik mij dan door een boer bespotten laten?" vroeg De Chatillon met spijt. "Waarlijk Graaf, ik versta niet waarom gij altijd het geringe volk tegen de Edelen voorstaat. Zal die Vlaming zich beroemen dat hij een Franse ridder ongestraft gehoond heeft? En zegt gij het, Mijne heren, heeft hij de dood niet verdiend?"
"Mijnheer De Valois," antwoordde De St.-Pol, "verleen mijn broeder de kleine vertroosting, die Vlaming te zien hangen. Wat geeft het leven van die koppige Laat aan uw prinselijke Hoogheid?"
"Hoort, Mijne heren!" riep Charles de Valois met toorn. "Mij is uw losse taal ten hoogste onaangenaam. Het leven van een onderdaan is mij van groot gewicht, en ik begeer dat men de jongeling ongehinderd late. Te paard, Mijne heren! Te veel tijds is dit verspild."

 

 
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
De Slag der Gulden Sporen door Nicaise de Keyser, 1836

Lees meer...

02-12-15

Frédéric Leroy, Botho Strauß, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders, Jacques Lacarrière

 

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Laatste oriëntatie: het falen van de queeste

Stilstaan
in een anonieme straat
ach vooruit, een boulevard
met de naam van een generaal
die nooit een oorlog heeft gevochten
ergens tussen nummer 10 en nummer 12
(omdat je je ook tussen de nummers kunt ophouden)
terwijl je voelt hoe een krentengezicht je begluurt
vanuit nummer 7 omdat je gekeerd staat
naar nummer 9 en wie weet wat daar
nog achter de gordijnen
schuilt.

Je wou de stad zien

maar keer op keer wanneer je meende
eindelijk oog in oog te staan met het monster
verscheen opnieuw het woud, het vertrouwde treurspel
van predator en prooi – het ogenblik dat bevriest
tussen het in aarde wroeten en het graaien
van klauwen in, wanneer bomen
van elkaar gaan verschillen.

Je verstopt
zorgvuldig uitgekozen woorden
tussen de bakstenen en luistert hoe ze ruisen
als eikenbladeren terwijl je voortschrijdt en hoopt
op een zwerm onnavolgbare vogels, een luchtschip
met fiere zwarte zeilen.

 

 

Blankenberge

Zij (belegen sloerie)
speelt het link, doet zich voor
als dame, koketteert en vouwt zich open
als een strandparasol, deelt vanille-ijs uit
en verse Berlijnse bollen, kirt van plezier
tijdens hoge, dwaze rondjes op de velodroom,
wuift als een diva naar de uitzinnige massa
die haar schelpjes voor de voeten gooit;
men adoreert haar, likt haar tenen,
offert haar klaprozen uit cellofaan
en op de stadhuisvlag prijken
(als smaakloos eerbetoon)
haar blanke borsten.

Maar, onder haar zware rokken
stinkt ze naar algen – het is leedvermaak
dat ze als zandkorrels hoorbaar laat knarsen
(wanneer tevergeefs een halfdappere augustuszon
zich in staketselhout vast probeert te bijten,
zware golven de zomerkleuren wegspoelen
met vunzig, schuimend water).

Zij, ach ja, zij
is oorspronkelijk – de gestrande gedachte
van een garnaalvisser die zwijgend de kim beloert
(de ruggengraat tussen land en zee geklemd,
op zijn schouders het tumult van kleiduivels
die van de zee niet weten, kermissen houden,
dansen rond het vuur),

en met betonnen vingers grijpt ze
naar de hemel, terwijl klokkengeluid
alweer een nieuw kadaver aankondigt
in deze stad van stervenden, deze kanker
die gulzig teert op bejaardenrot.
Zij, mijn lief,
is een viswijf dat ruikt naar pis,
voorbijgangers te lijf gaat met droge wijting,
zand in open ogen strooit,
en toch, en toch,
mijn bleke geuzenhart draagt haar
hoog als het schuim op de golven.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)
Blankenberge vanuit de lucht

Lees meer...

01-12-15

Pierre Kemp, Daniel Pennac, Tahar Ben Jelloun, Billy Childish, Henry Williamson, Ernst Toller

 

De Nederlandse dichter Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.

 

Brood

Ik zie het brood en lach maar stil
en snuif héél langzaam aan de goede geur.
Ik ruik het hart en de gebakken schil
ieder voor zich en in zij eigen kleur.
Ik keer het om en voel naar zijn gewicht
en tast 't relief af met een tere hand.
heeft ieder brood niet een eigen gezicht,
als kwamen er geen twee broden van één land?

 

 

Verloofden

Als hij mij een hand geeft,
kleedt hij mijn vingers uit.
Toch verlang ik zo naar dit
contact met mijn huid.
Als hij met een vinger de split
van mijn vingers beroert, word ik rood
en voel ik mijn schoot.
Wij glimlachen, het doet ons goed.
Is het wel, als het moet?
Maar ik geef toe
en doe, en doe, en doe.

 

 

Dichterschemering

Het wordt erg stil om mij.
Alles rond me begint te lopen
op kussens. De zon, de bomen,
de bloemen staan gordijnen te kopen.
De muziek rijdt al in flessen voorbij.
Het duurt niet lang meer met mij.

 

 
Pierre Kemp (1 december 1886 - 21 juli 1967)

Lees meer...

Herinnering aan Ramses Shaffy

 

Herinnering aan Ramses Shaffy

Nederlands grootste chansonnier Ramses Shaffy is vandaag precies zes jaar geleden op 76-jarige leeftijd overleden.

De Nederlandse chansonnier en acteur Ramses Shaffy werd op 29 augustus 1933 geboren in de Parijse voorstad Neuilly-sur-Seine als zoon van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin van Russische afkomst. Zie ook alle tags voor Ramses Shaffy op dit blog.

 

 
Ramses Shaffy (29 augustus 1933 – 1 december 2009)

 

Sammie

sammie loop niet zo gebogen
denk je dat ze je niet mogen
waarom loop je zo gebogen sammie
met je ogen sammie op de vlucht
hoog sammie
kijk omhoog sammie
want daar is de blauwe lucht

sammie loop niet zo verlegen
zo verlegen door de stegen
waarom loop je zo verlegen sammie
door de regen sammie van de stad
hoog sammie
kijk omhoog sammie
want dan word je lekker nat

sammie
kromme kromme sammie
dag sammie
domme domme sammie
kijkt niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

sammie wil bij niemand horen
zich door niets laten verstoren
toch voelt hij zich soms verloren sammie
hoge toren sammie kan niet aan
hoog sammie
kijk omhoog sammie
want daarboven lacht de maan

sammie wilt met niemand praten
maar toch voelt hij zich verlaten
waarom voel je je verlaten sammie
op de straten sammie van de stad
hoog sammie
kijk omhoog sammie
want dan word je lekker nat

sammie
kromme kromme sammie
dag sammie
domme domme sammie
kijk niet om zich heen
doet alles alleen
en vind de wereld heel gemeen

sammie wil heus wel veranderen
maar is zo bang voor de anderen
waarom zou je niet veranderen sammie
want de anderen sammie zijn niet kwaad
hoog sammie
kijk omhoog sammie
anders is het vast te laat
sammie loopt maar door de nachten
op een wondertje te wachten
wie zou dit voor jouw verzachten sammie
want jou nachten sammie zijn zo koud
hoog sammie
kijk omhoog sammie
er is 1 die van je houdt.

 

16:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ramses shaffy, romenu |  Facebook |

30-11-15

Christophe Vekeman, Y.M. Dangre, David Nicholls, Yasmine Allas, Reinier de Rooie, Jan G. Elburg, Mark Twain

 

De Vlaamse schrijver, dichter en performer Christophe Vekeman werd geboren in Temse op 30 november 1972. Zie ook alle tags voor Christophe Vekeman op dit blog.

Uit: Een uitzonderlijke vrouw

“Voor wie lessen heeft getrokken uit het leven en dus uit ervaring meent te weten dat alles altijd slecht afloopt, zijn er natuurlijk redenen genoeg om nooit ergens nog een begin aan te maken, maar Gwen was pas een kleuter toen ze de gewoonte aannam om zo weinig mogelijk te ondernemen. Urenlang zat zij zonder zich noemenswaardig te bewegen op de donkerrode, ribfluwelen bank in de veranda dromerig voor zich uit te staren, of ze lag in de zomervakantie dagen achtereen op haar buik in de tuin terwijl zij steeds opnieuw dezelfde tien grassprietjes telde met de toppen van haar strelende vingers.
‘Dat meisje verveelt zich nog dood!’ klaagde haar moeder, en alsof Gwen geen enig kind was, maar integendeel de laatste in een haast eindeloze rij broers en zussen, voegde zij eraan toe:
‘Dit heb ik echt nog nooit meegemaakt!’ Dat verveling doorgaans juist gepaard gaat met het soort van taaie rusteloosheid dat Gwen nu eenmaal volkomen ontbeerde, scheen ze daarbij niet te beseffen, zoals het blijkbaar ook geen moment bij haar opkwam dat haar dochter zich simpelweg gelukkig voelde op die bank of in de tuin, te gelukkig om iets aan haar toestand te willen veranderen.
‘Maar is er dan niets wat je zou willen doen?’
‘Ik doe toch iets?’
‘Wat doe je dan?’
‘Gewoon.’
Verveling? Hooguit verveelde haar het gezeur van haar moeder als die erop stond dat ze met de kinderen uit de buurt zou gaan spelen (ook toen zij zelf nog kind was, kende zij de grootste moeite om het gezelschap van kinderen naar waarde te schat-ten), haar zou helpen met de voorbereidingen van de avondmaaltijd (ze wist dat ze geen hulp wás; ze liet dingen vallen en liep in de weg) of desnoods (geeuw geeuw) een puzzel zou leggen. Maar zolang zij alleen was, niet door anderen gestoord, had zij volmaakt voldoende aan de kalme, smetteloze leegte in haar hoofd.”

 

 
Christophe Vekeman (Temse, 30 november 1972)

Lees meer...

29-11-15

Advent Hymn (Ada Cambridge)

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

 
De verkoop van kerstbomen door David Jacobson (1818-1891)

 

 

Advent Hymn

Another mile—a year
Pass'd by for ever! And the warnings swell
From upper heaven to darkest depths of hell,—
O we are drawing near!

All through the waiting lands
Dim signs and tokens, if unheeded, throng;
We feel them thickening as we pass along,
Holding out fearful hands.

Light! which in love sent down
That tender gleam on Eden's darken'd bowers,
When sin had breathed the blight upon the flowers
Whereof death made his crown:—

Light! which did deign to stamp
The tables on that Arab mountain-crest;—
Light! which, in shrouded glory, once did rest
On Israelitish camp:—

O day! whose dawn was spread,
Golden and clear, on Judaea's terraced hills,—
O shining noon! whose waxèd beauty thrills
Earth and her quick and dead:—

Come to our hearts, we pray!
Through open doors let gracious gleams come in;
Fill us with light and life, and let the sin
And darkness pass away.

Lord, waken us who sleep,
Strengthen the feeble knees and weak hands now;
Teach us, with prayer and work, to measure how
The stealthy minutes creep.

Let not our lamp be dim
When in the night we hear the footsteps fall
Upon our threshold,—let death find us all
Watching in peace for him.
Let us lie down to rest
In surest hope of endless life in store,
With happy reverent hands, that strive no more,
Folded across our breast.

And when the angels come,
And the sharp echo of the herald's cry
Pierces the dark and stillness where we lie
Cold in our sleep, and dumb,—

May we arise, O King!
In bridal garments, beautiful and white;
And do Thou, coming in Thy godly might,
Our crown of glory bring.

 

 
Ada Cambridge (21 november 1844 - 19 juli 1926)
Maria en kind op de lambrizering in St Mary the Virgin’s Church in Wiggenhall St Germans.
Ada Cambridge werd geboren in Wiggenhall St Germans

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

 

12:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ada cambridge, advent, romenu |  Facebook |