19-12-15

José Lezama Lima, Paul Nizon, Michel Tournier, Tankred Dorst, Peter Stephan Jungk, Jügen Fuchs, Anne Golon, Johannes Kirschweng

 

De Cubaanse dichter en schrijver José Lezama Lima werd geboren op 19 december 1910 in Havanna. Zie ook alle tags voor José Lezama Lima op dit blog.

 

Old Surrealist Ballad

When the rivulet swells with lashing
snaketails and the piano with its backside turned
displays its shoes shining like the night when it sinks, a sagging armchair whose old wicker
strands are still a plaything for the boy with a big head
Taking shelter from a slice of violin melon
the dancers bump their heads and perspire sawdust
and midnight is as bored
as a chessboard leaned against a blackboard
I had no plan to go, but my keychain was missing
the enormous lock the dog that always follows me
until it goes off licking the back of its leg
The violin like an arm covered with frogs
began releasing drops of evaporated honey
The chief’s canoe crossed the crystal lake
at the stroke of two in the morning
and those who woke up danced with those who were sleeping
The woman we waited for is here and I hid
like a hypocrite behind a child’s box of pencils
which lent me their yellow fingers
and scraps of the accordion like a grapefruit packed in syrup
I used to save tears like bread crumbs
to throw into the pool of sissified alligators
When the doughnut began to puff
the patent leather definitely squealed
and the chiefs canoe was filled with crystal shards.
 

​Vertaald door Roberto Tejada.

 

 
José Lezama Lima (19 december 1910 – 9 augustus 1976) 

Lees meer...

18-12-15

A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Viktor Rydberg, Thomas Strittmatter, Miles Marshall Lewis, Saki

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 16 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit:This Book Will Save Your Life

“Did you notice the hole?" Richard asks Cecelia, the housekeeper, as he is eating breakfast.
"What hole?"
"Look out the window, there's a big dent like the kind of place a UFO might have landed if you believe in that kind of thing."
"The only things I believe in are God and a clean house. Are you going to put your headphones on or do I have to talk to you all day." Cecelia takes her can of Endust to the window and looks out. "Not only is there a hole," Cecelia says. "There's a horse in the hole."
He stops eating and goes to the glass.
There is a horse in the center of the hole, eating grass. Again, he thinks of the signs on the telephone poles at the bottom of the hill. "UFO? You Are Not Alone."
"Don't just stare at it," Cecelia says.
Richard goes outside, stands with his feet on the edge of the hole—it is definitely deeper than it was two hours ago. The horse looks up.
"Are you stuck?" Richard asks the horse. "Can you climb out? Come out, while it's not so deep."
The horse doesn't move. Richard goes back into the house "He doesn't want to come out," Richard says to Cecelia.
"A horse in a hole is like a salt shaker in a coffee cup," Cecelia says. "It makes no sense."
"The horse got into the hole, he must know how to get out of the hole." Richard goes to the window. Now there's a coyote standing at the edge of the hole, or at least he thinks it's a coyote. It's standing at the edge of the hole menacing the horse, and the horse is frightened.
Richard looks around for Cecelia—she's vacuuming in the living room. He picks up his noise-canceling headphones, takes two metal pot lids from the kitchen and goes back outside, banging the lids together like cymbals, yelling, "Scram. Go away and be gone." The coyote runs.
The horse sighs, flares his lips, blinks at Richard.”

 

 
A. M. Homes (Washington DC,16 december 1961)

Lees meer...

17-12-15

Ronald Giphart, Yvonne Keuls, Jón Kalman Stefánsson, Frank Martinus Arion, Paul Snoek, Hans Henny Jahnn, Jules de Goncourt

 

De Nederlandse schrijver Ronald Giphart werd geboren op 17 december 1965 in Dordrecht. Zie ook alle tags voor Ronald Giphart op dit blog.

Uit:Dahag, lieve vrienden!

“Tussen die Amsterdamse geniaaltjes zat ik er maar een beetje zwijgend bij. Ik luisterde naar hun felle debatten, ik glimlachte onzichtbaar om hun aandoenlijk principiële meningen, ik grinnikte onhoorbaar om de stroom literaire monstruositeiten, terwijl ik ondertussen dacht: Waar is bij mij dat Ware Vuur gebleven? Ik stel me deze vraag wel vaker, meestal als ik in een stadsbus zit tussen de trouwe belastingbetalers op weg naar mijn ‘schrijfateliertje’ in de binnenstad, of als ik mij door een regenbui en een windhoos naar het ziekenhuis wring om mijn gezondheid te verpesten met een wurgende dienst van zeven aaneengesloten nachten. Hallo Dostojevsky, hoor ik een stem dan zeggen, waar zijn wij nu helemaal mee bezig?
Tom Lanoye schrijft in zijn gedicht ‘Het vuurpeleton’ uit de bundel Hanestaart (wanneer schrijft een van jullie aankomende wetenschappers dáár eens een afstudeerscriptie over?): ‘Waarom heb ik mijzelf tot schrijven geprogrammeerd, terwijl ik weet dat het me afleert om te leven? Ik kan mij niet meer geven [...] of ik zit mezelf over mijn eigen schouder te observeren, op zoek naar een groot literair verband.’
Zoals ik al zei ben ik tijdens de ascetische stemming waarin ik mijzelf de afgelopen maanden gebracht heb tot de conclusie gekomen dat ik alle vreselijke moedwillige ontberingen (dat slopende nachtritme, die minimale verdiensten, die voortdurende beschimpingen, dat voortdurende opgehemel waarmee ik me geen raad weet, die liefdesbrieven, dat ‘afgeleerde leven’) natuurlijk niet onderga om gratis voor Vooys en andere ‘Ware Vuur’-loze blaadjes te schrijven ten koste van eventuele prachtige romans. Met andere woorden: dit is mijn laatste column, want ik ga weer aan het werk.
‘Wij moeten 100.000 boeken schrijven, met z'n allen, en om ter dunst.’ schrijft Lanoye in ‘Het vuurpeleton’, waarna hij besluit met: ‘Ik wou dat ik kon geloven in kunst.’ Ik wou dat ik dat ook kon. Doei, lieve mensen.”

 

 
Ronald Giphart (Dordrecht, 17 december 1965)

Lees meer...

16-12-15

Adriaan van Dis, Jane Austen, Adriaan van der Veen, Noël Coward, Tip Marugg

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen aan Zee. Zie ook alle tags voor Adriaan van Dis op dit blog.

Uit:Ik kom terug

“… Ik moest mij goed gedragen, onze toekomst stond op het spel. Hun geld zou ons bevrijden van zuinigheid en oorlogsangst. Speciaal voor het bezoek droeg ik een grijsfluwelen lange broek met omslag. Hij jeukte van nieuwigheid. Tante Elise en tante Desiree koesterden hun afkomst, generaties geleden waren hun voorvaderen voor de roomsen uit het zuiden van Frankrijk naar het noorden gevlucht.‘Vaudois’ noemden ze zich, maar wij zeiden thuis gewoon waldenzen. De tantes hingen nog altijd aan een familiewapen uit die tijd, al hadden ze zich vermengd met Brabantse boeren en deelden we dezelfde achternaam. Vroom zijn was hun hobby en ik zat nog niet of de tantes lazen me de les. Of ik wel wist hoe de Vaudois geleden hadden? Opgejaagd waren ze, door de inquisitie vervolgd om hun sober geloof. Waar ze in Frankrijk ook heen vluchtten, tot aan de Alpengrotten toe, keer op keer werden hun kale kerken verbrand en hun nederzettingen vernietigd. Vrouwen hadden moeten toezien hoe de roomsen hun baby’s tegen de rotsen smakten, jonge zonen werden in stukken gesneden en hun lichaamsdelen in de velden omgeploegd en de mannen de hersenen uitgesneden. De roomsen kookten die en aten ze op. De tantes lieten me een oude Franse bijbel zien, met roestig bloed op de band. Ik kneep van angst in de tafelrand, mijn moeder keek naar buiten en begon over het weer. ‘Wij zijn de joden van de christenen,’ zei tante Desiree. En ik mocht daarbij horen? …”.
(…)

“… Een vreemde taal was in haar strot gekropen, een mannenstem. Mōshiwake gozaimasen! Tennõheika no meirei deshita! Mōshiwake gozaimasen! De stem zong en snauwde tegelijk. Mijn moeder boog voorover tot haar voorhoofd de tafel raakte. De dames hesen haar op. Maar ze sloeg ze van zich af. De Russin peuterde de banderol van de dop van de wodkafles. Ik sloop beschaamd weg. De vreemde stem vulde de gang, de trap, mijn kamer, tot een hoge gil hem overtrof. Ik werd naar beneden geroepen. Mijn moeder lag half onder de tafel, ze was in trance van haar stoel gegleden. De handoplegster zat geknield naast haar en jammerde met haar mee. De stem had Japans gesproken…”.

 

 
Adriaan van Dis (Bergen aan Zee, 16 december 1946)

Lees meer...

15-12-15

Klaus Rifbjerg, Jan Greshoff, Ingo Schulze, Simone van der Vlugt, Edna O’Brien, Hans Carossa, Nicolas Gilbert

 

De Deense dichter en schrijver Klaus Rifbjerg werd geboren op 15 december 1931 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Klaus Rifbjerg op dit blog.

 

The hovering tree

Most trees
grow in the ground
but my tree
grows at third floor height
and recently my neighbour said
that it ought to be cut down.

Perhaps it grows in the ground
further down
but for me it
mostly grows out there
in front of the window
at third floor height.

Too long far too long
it stood there bare
and I thought that
perhaps it would never
come into leaf but one day
it was green.

Green leaves and bursting buds
a kind of shimmering
erective giddiness
hovering
outside my window.
The airborne tree!

My lungs opened out
a sprouting sap-taut branching system
aerial mycelium and oxygen
unfolded everywhere
I was breathing!

The neighbour felt
the tree took too much light.
When he looked at it
he didn’t see
that it gleamed!

The axe has been laid at the foot
of the tree
on the asphalt
the few places trees grow
in their humble holes
in the city.

Hovering out there my
breath
and at third floor height
my green soul
immortal and ready for battle
defying all natural laws
in the holy name of nature and
growth.

Let there be light!

 

Translated by Joh Irons

 

 
Klaus Rifbjerg (Kopenhagen, 15 december 1931)

Lees meer...

Garth Risk Hallberg

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren in Louisiana in december 1978 en groeide op in Noord-Carolina. Hij bezocht de middelbare school in Missouri en studeerde aan de Washington University in St. Louis en de New York University. Zijn werk is verschenen in Prairie Schooner, The New York Times, Best New American Voices 2008, en, het vaakst, in The Millions. Zijn novelle “A Field Guide to the North American Family” werd gepubliceerd in 2007. Hij woont in New York met zijn vrouw en kinderen. In oktober 2015 verscheen zijn roman “City of Fire” waarvoor hij, zittend in een bus in New York, in 2007 de eerste ideeën kreeg.

Uit:City on Fire

“Those first few weeks of grief counseling, Charlie took the LIRR in. He was always late, though; invariably his train would get hung up in the East River tunnel. He couldn’t tell how much time had passed unless he asked other people—his dad’s watch still lay in a coffin-shaped box in his underwear drawer—and they were already looking at him funny because he was doing his nervous humming thing. The stares only made him more nervous, which led to more humming, and when he came out of the subway he’d bolt the last five blocks to the doctor’s and arrive sweaty and short of breath, sucking on his inhaler. Dr. Altschul must have said something to Mom, because after he got his driver’s license, in May, she insisted on his taking the station wagon, as she’d insisted on the counseling in the first place.
The office was on Charles Street, in the half-basement of a brownstone you wouldn’t necessarily have known was anything other than a residence. Even the discreet plaque below the buzzer—All appointments please ring—made no mention of specialties. This was probably for the peace of mind of clients (patients?), so no one in the waiting room would know what you were there for, who needed board-certified grief counseling and who needed whatever it was Dr. Altschul’s wife (also, confusingly, named Dr. Altschul) did.
Honestly, that Dr. Altschul should be married at all was a mind-bender. He was the kind of bosomy overweight man who could make even a beard look sexless. Charlie kept trying to memorize the doctor’s zippered cardigan, so that he could determine at the next session if it was the same one. But as soon as he’d settled in, Dr. Altschul would sort of tip back in his large leather chair and place his hands contentedly on his belly and ask, “So how are we doing this week?” Charlie’s own hands stayed tucked under his thighs.We were doing fine.
Which could mean only one thing: Charlie was still in denial. For eight or ten weeks now, he’d been resisting the pressure of Dr. Altschul’s questions, the Buddha-like invitation of those flattened but not knotted fingers. Charlie focused instead on the oddments of the therapist’s desk and walls—diplomas, little carved-wood statuettes, intricate patterns woven into the tasseled rug. He’d had the suspicion, from the very first, that Dr. Altschul (Bruce, he kept telling Charlie to call him) meant to vacuum out his skull, replace whatever was there with something else.”

 

 
Garth Risk Hallberg (Louisiana, december 1978)

18:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: garth risk hallberg, romenu |  Facebook |

Indrek Hirv

 

De Estse dichter, beeldend kunstenaar en vertaler Indrek Hirv werd geboren op 15 december 1956 in Kohila. Indrek Hirv ging in Tartu naar school en deed eindexamen aan het gerenommeerde Hugo Treffner Gymnasium. In 1981 studeerde hij af aan de Estse Academie van Beeldende Kunsten in technische keramiek. Sinds 1985 is Hirv lid van de Estlandse kunstenaarsbond en sinds 1991 lvan de Estlandse schrijversbond. Hij werkt nu als freelance kunstenaar afwisselend in Tartu, Tallinn en in het buitenland. In aanvulling op zijn eigen poëzie werkt Hirv als vertaler, in het bijzonder van Arthur Rimbaud, Charles Baudelaire en François Villon.

 

All of your frightening frigidity

All of your frightening frigidity
will one day be gathered
on the moon-landscapes of your light-hued retinae
to be set ablaze

Sparks flying like red corpuscles
will beat against the lenses of your eyes
until huge bell jars fracture
and a gust of the odor of love
wafts in through your splintered irises

Hundreds of mouths will open
in the soft fogs of the clouds
their breath will mingle
with your odorless coolness
in the bonfire’s glow
and the incandescent starry sky
will whisper to you the first word
of the Unabridged Book of Self Deceit

 

Vertaald door George Kurman 

 

 

once your sleep weighed heavy on my breast

once your sleep weighed heavy on my breast
and viscous sadness snaked through my veins
my imprint in you — birdprint in the air —

if anything should return it is just sadness within

only the wrist flick of a wave remains —
I too am misty in this memory picture
but I know for sure as I sip the autumn rains
that the star-studded clouds are our legacy.

 

Vertaald door Miriam McIlfatrick

 

 

 
Indrek Hirv (Kohila, 15 december 1956) 

17:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: indrek hirv, romenu |  Facebook |

P.C. Hooftprijs 2016 voor Astrid Roemer

 

P.C. Hooftprijs 2016 voor Astrid Roemer

De P.C. Hooftprijs voor proza wordt dit jaar toegekend aan de Surinaams-Nederlandse schrijfster Astrid Roemer. Dat heeft de jury van de prijs vandaag bekendgemaakt. De P.C. Hooftprijs wordt elk jaar uitgereikt aan een auteur van achtereenvolgend essays, poëzie en proza. Roemer zal de prijs, waaraan een bedrag is verbonden van 60 duizend euro in mei volgend jaar uitgereikt krijgen in Den Haag. Astrid Roemer werd in Paramaribo geboren op 27 april 1947. Zie ook alle tags voor Astrid Roemer op dit blog.

Uit: Lola of het lied van de lente

"Ze hadden leren leven met de ander die in hun moeder verborgen zit - ze wisten precies wanneer die zou verschijnen; en behalve hun moeder was er een gast aan wie zij waren overgeleverd als aan de staat. De gast had hun regels opgelegd en hun bescherming geboden. En ze waren vrij zich daaraan te onttrekken maar dat ging nooit zonder een knagend gevoel van schuld.
Waren ze met ongewassen voeten, handen en gezicht naar de slaapkamer van hun moeder gestormd omdat de schaafijskar weer eens in de straat stond?! Of, hadden ze menstruerende kennissen binnengelaten terwijl hun moeder in consult zat -. En: zat er echt geen varkensvlees in het broodje sambal van de Javaan?! Of, hoe weet een jongen die altijd door de stad zwerft op welke straathoeken hij beslist niet mag blijven staan -.
Bovendien: hoe houd je een moeder en nog een stem in haar een leven lang verborgen voor anderen. Dus, toen de kinderen nog dachten dat ze een bloeddoorlopen geheim achter de huig bewaakten, wisten hun buurtvriendjes en -vriendinnetjes al, waarom er dagelijks allerlei personen op nummer zeventien aanklopten. Maar ze waren doodsbang daar zelfs met elkaar over te praten want, zo'n vak van medicijnvrouw reikt immers verder dan de pillen, zalfjes, drankjes en spuiten van de dokters die het uit boeken haalden.
Bovendien - de vrouw op nummer zeventien had zo vaak haar diensten bewezen aan de buurtbewoners dat ook de volwassenen haar even intens vreesden als hun kinderen en het lot waaraan zij zich overgeleverd voelden. Ze was geliefd - en, ze werd gehaat en het liefste als het noodlot zelf gemeden omdat ze vooral de pijnlijke geheimen van anderen achter haar zwartglanzende jukbeenderen draagt. Het had jaren geduurd - en uiteindelijk was ze met haar roeping samengegroeid tot een vakvrouw met gezag.
Dromen worden bij haar neergelegd -; verlangens waar geen bevrediging voor bestaat -; gedachten te schaamteloos voor woorden - en pijn: ongeneeslijk en te ver weg.
De ziel van een volwassen mens ligt verborgen achter een sporen-net van herinneringen waar niemand zonder te verongelukken doorheen komt.
Zij met haar honderden consulten heeft meer dan duizend mensenlevens moeten lijden om zoiets te weten te komen. Daarom wil ze ophouden met het werk - en, ze is er klaar voor."

 

 
Astrid Roemer (Paramaribo, 27 april 1947)

14-12-15

Gerard Reve, Boudewijn Büch, Hervé Guibert, Paul Eluard, Helle Helle

 

De Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve werd op 14 december 1923 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

Uit:Op weg naar het einde

Hoek van Holland, donderdag 16 augustus 1962. Enige uren geleden heb ik mij uit Amsterdam op reis begeven met bestemming de Schotse hoofdstad Edinburgh, waar, van 20 tot en met 24 augustus, ter gelegenheid van het Edinburgh Festival, een International Writers Conferencezal worden gehouden, tot deelneming waaraan ik ben uitgenodigd. Aldus bevind ik mij in de eersteklas lounge van de nachtboot naar Harwich, de Duke of York, die kort voor middernacht, over ongeveer een uur, zal vertrekken. (Lounges op schepen zijn, hoe kostbaar ook het gebezigde materiaal moge zijn — wat hier niet het geval is — altijd even lelijk. Wie gelooft dat het einde der tijden op handen is, moet zijn geloof wel in dit soort interieur bevestigd zien, welks stijl niet meer wezenlijk vergelijkbaar schijnt met enige vroegere stijl uit de geschiedenis.) Eersteklas overtocht was niet mijn wens, maar mijn te late reservering liet mij geen andere mogelijkheid over. Zoals u bekend zal zijn, is eersteklas reizen duurder, maar meestal ook aangenamer, omdat de toegemeten ruimte per persoon royaler, en het comfort, beter is. Om de mensen echter hoeft u het beslist niet te doen: zo men in de tweede klasse wellicht nog enkele fatsoenlijke, godvrezende mensen zou kunnen aantreffen, in de eerste klasse is het werkelijk allemaal schorum. Het afgelopen half uur heb ik van walging mijn ogen bijna geen moment kunnen afhouden van twee, aan hetzelfde tafeltje gezeten, inkopers of assistent-hoerenlopers, de één met een bek als een apenreet, de ander met een gezicht dat zowel vreeswekkend is door zijn anonimiteit als deerniswekkend door de pogingen van de eigenaar, er gevoelens en gedachten op tot uitdrukking te brengen die hij niet bezit. Met brede gebaren, peinzend gewrijf over het gezicht en noodlottorsende blikken door de lounge worden luide verklaringen voorbereid als ,I do think you're right there' of ,Ah, well, there you are'. Hoewel ze vijf stappen van de bar zitten, moeten ze, als mannen van de wereld, aan hun tafeltje bediend worden, waarbij beiden tegenover de kellner een welwillende, zij het lijdende houding aannemen.”

 

 
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

Lees meer...

13-12-15

Joseph (G. K. Chesterton)

 

Bij de derde zondag van de Advent

 


De droom van Sint Jozef door Philippe de Champaigne, 1642-43

 

 

Joseph

If the stars fell; night’s nameless dreams
Of bliss and blasphemy came true,
If skies were green and snow were gold,
And you loved me as I love you;

O long light hands and curled brown hair,
And eyes where sits a naked soul;
Dare I even then draw near and burn
My fingers in the aureole?

Yes, in the one wise foolish hour
God gives this strange strength to a man.
He can demand, though not deserve,
Where ask he cannot, seize he can.

But once the blood’s wild wedding o’er,
Were not dread his, half dark desire,
To see the Christ-child in the cot,

The Virgin Mary by the fire?

 

 

 
G. K. Chesterton (29 mei 1874 - 14 juli 1936)
Trafalgar Square, Londen in kersttijd. G. K. Chesterton werd geboren in Londen

 

 

Zie voor de schrijvers van de 13e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

12:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, g. k. chesterton, romenu |  Facebook |

Heinrich Heine, José Eduardo Agualusa, Kenneth Patchen, Anton H.J. Dautzenberg, Jean Rouaud, Ida Vos

 

De Duitse dichter Heinrich Heine werd geboren in Düsseldorf op 13 december 1797. Zie ook alle tags voor Heinrich Heine op dit blog.

 

Deutschland. Ein Wintermärchen, Caput I (Fragment)

Ein neues Lied, ein besseres Lied,
O Freunde, will ich euch dichten!
Wir wollen hier auf Erden schon
Das Himmelreich errichten.

Wir wollen auf Erden glücklich sein,
Und wollen nicht mehr darben;
Verschlemmen soll nicht der faule Bauch,
Was fleißige Hände erwarben.

Es wächst hienieden Brot genug
Für alle Menschenkinder,
Auch Rosen und Myrten, Schönheit und Lust,
Und Zuckererbsen nicht minder.

Ja, Zuckererbsen für jedermann,
Sobald die Schoten platzen!
Den Himmel überlassen wir
Den Engeln und den Spatzen.

Und wachsen uns Flügel nach dem Tod,
So wollen wir euch besuchen
Dort oben, und wir, wir essen mit euch
Die seligsten Torten und Kuchen.

Ein neues Lied, ein besseres Lied!
Es klingt wie Flöten und Geigen!
Das Miserere ist vorbei,
Die Sterbeglocken schweigen.

Die Jungfer Europa ist verlobt
Mit dem schönen Geniusse
Der Freiheit, sie liegen einander im Arm,
Sie schwelgen im ersten Kusse.

Und fehlt der Pfaffensegen dabei,
Die Ehe wird gültig nicht minder –
Es lebe Bräutigam und Braut,
Und ihre zukünftigen Kinder!

Ein Hochzeitkarmen ist mein Lied,
Das bessere, das neue!
In meiner Seele gehen auf
Die Sterne der höchsten Weihe –

Begeisterte Sterne, sie lodern wild,
Zerfließen in Flammenbächen –
Ich fühle mich wunderbar erstarkt,
Ich könnte Eichen zerbrechen!

Seit ich auf deutsche Erde trat,
Durchströmen mich Zaubersäfte –
Der Riese hat wieder die Mutter berührt,
Und es wuchsen ihm neu die Kräfte.

 

 
Heinrich Heine (13 december 1797- 17 februari 1856)
Portret door Gottlieb Gassen, 1828

Lees meer...

William Drummond, Robert Gernhardt, Jevgeni Petrov, Laurens Jan van der Post, Emily Carr

 

De Schotse dichter William Drummond werd geboren op 13 december 1585 in Hawthornden, in de buurt van Edinburgh. Zie ook alle tags voor William Drummond op dit blog.

 

De Snowbird

O leetle bird dat's come to us w'en stormy win' she's blowin',
An' ev'ry fiel' an' mountain top is cover wit' de snow,
How far from home you're flyin', noboddy's never knowin'
For spen' wit' us de winter tam, mon cher petit oiseau!

We alway know you're comin', w'en we hear de firs' beeg storm,
A sweepin' from de sky above, an' screamin' as she go--
Can tell you're safe inside it, w'ere you're keepin' nice an' warm,
But no wan's never see you dere, mon cher petit oiseau!

Was it 'way behin' de mountain, dat de nort' win' ketch you sleepin'
Mebbe on your leetle nes' too, an' before de wing she grow,
Lif' you up an' bring you dat way, till some morning fin' you peepin'
Out of new nes' on de snow dreef, mon pauv' petit oiseau!

All de wood is full on summer, wit' de many bird is sing dere,
Dey mus' offen know each oder, mebbe mak' de frien' also,
But w'en you was come on winter, never seein' wan strange wing dere
Was it mak' you feelin' lonesome, mon pauv' petit oiseau?

Plaintee bird is alway hidin' on some place no wan can fin' dem,
But ma leetle bird of winter, dat was not de way you go--
For de chil'ren on de roadside, you don't seem to care for min' dem
W'en dey pass on way to schoolhouse, mon cher petit oiseau!

No wan say you sing lak robin, but you got no tam for singin'
So busy it was keepin' you get breakfas' on de snow,
But de small note you was geev us, w'en it join de sleigh bell ringin'
Mak' de true Canadian music, mon cher petit oiseau!

O de long an' lonesome winter, if you're never comin' near us,
If we miss you on de roadside, an' on all de place below!
But le bon Dieu he will sen' you troo de storm again for cheer us,
W'en we mos' was need you here too, mon cher petit oiseau!

 

 
William Drummond (13 december 1585 - 4 december 1649)
Drummond op het Scott Monument in Edinburgh

Lees meer...

12-12-15

Susanna Tamaro, Kader Abdolah, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne

 

De Italiaanse schrijfster Susanna Tamaro werd geboren in Triëst op 12 december 1957. Zie ook alle tags voor Susanna Tamaro op dit blog.

Uit:The Acceptance Of A Gift

“Unfortunately, I don't have a particularly happy memory of my first encounter with Catholic doctrine. I recall a freezing hall, the sing-song voice of a priest who was talking about strange stories which I could not follow through to the end and the chorus of our answers spoken out loud, always the same and always incomprehensible.
Within me, there were already great and terrible questions which were boiling. Why is there evil? Why does everything end? Why are we born? Why do we die? And instead of answers, I only received some «stories» which were not able to draw me in their folds. I had been waiting for the beginning of catechism with great excitement, I hoped to receive some answers to my worries, but that excitement, afternoon after afternoon, parable after parable, was slowly dissipating, leaving me more and more unsatisfied and deluded.
There was no anger, nor rejection in that dissatisfaction, just bitterness of someone who doesn't feel respected in their desire to get closer to the Truth. On the way hope, I walked quickly, wrapped up in my thoughts. If God is good and loves us, why does he permit evil? Why does he force Abraham to lift his sword over his son Isaac? Why did Cain kill Abel? Why did Judas prefer a small pittance of money over the love of Jesus?
I remember my childhood like a prolonged insomnia, sometimes I had the impression that my head would explode for the many questions floating in it, for the total absence of an adult who was capable of taking me by the hand and accompanying me through the answers. In this absolute solitude of mine, only two images were very peaceful for me: the Guardian Angel and the Holy Spirit. Both had vaporous, white wings, both lived next to men, but were not men, they flew above us, participating in the events of the earth without being captured, far from hate and betrayal which had killed Jesus.”

 

 
Susanna Tamaro (Triëst, 12 december 1957)

Lees meer...

Ahmad Shamlou, Vassilis Alexakis, Beat Sterchi, Hans Keilson, Shrinivási

 

De Iraanse dichter, schrijver en journalist Ahmad Shamlou werd geboren op 12 december 1925 in Teheran. Zie ook alle tags voor Ahmad Shamlou op dit blog en ook mijn blog van 12 december 2009

 

The Fish

Never has been my heart,
I think,
So crimson and warm:
At the worst seconds
Of this deadly night,
I feel,
Thousands of founts of sun
Spout with certitude
in my heart.
In every corner
Of this salt-desert of despair,
Thousands of vivacious woods,
I feel,
Grow sudden out of ground.
 
You! My lost certitude!
You runaway fish!
Slipping in and out
Of lakes of mirror!
A filtering pond am I;
Now with the sorcery of love,
Seek a way towards I
From the lakes of mirror!
 
Never has been my hand,
I think,
This gay and grand:
With a waterfall of crimson tear
in my eye
I feel,
Breathes a dusk-less sun of an anthem.
In every vein of mine
With every beat of my heart,
I feel,
Chimes now the awakening of a caravan.
 
She entered through the door one night
Nude as the water’s soul;
Her breasts: two fish,
Hands, holding a mirror,
Her hair: moss-smelling,
Twisted as moss.
 
At the threshold of despair,
Cried I:
“My found certitude!
Of you,
I will not let go of you.”

 

Vertaald door Sheida Dayani

 

 
Ahmad Shamlou (12 december 1925 - 24 juli 2000)

Lees meer...