12-07-16

Kees ‘t Hart, Pablo Neruda, Stefan George, Driek van Wissen, Carla Bogaards, Bruno Schulz, Henry David Thoreau

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kees 't Hart is op 12 juli 1944 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Kees ’t Hart op dit blog.

Uit: Teatro Olimpico

“Ruim twee jaar geleden, op 20 augustus, maakte ik na onze Rousseau-voorstelling in het Theater aan het Spui in Den Haag kennis met Jim Staborowsky. Hij stelde zich in het Engels een beetje lacherig voor als een Rousseau-kenner en vertelde dat hij contacten had met theatermakers in Italië. Zijn vriendin was ‘intendante’ van een belangrijk theater in Vicenza, het Teatro Olimpico. Hij vond onze voorstelling interessant en ontroerend, de slotscène indrukwekkend en de mise-en-scène origineel. Hij complimenteerde ons vooral met het beeld van Rousseau dat we gaven. Dat sloot volgens hem aan bij actuele theateropvattingen in Italië.
Ik bood hem een biertje aan.
We zouden meer van hem horen, zei hij, hij moest eerst zijn contacten raadplegen. Volgens hem was de connectie van Rousseau met Italië erg interessant, daar was nog weinig aandacht aan besteed. Hij zou later in het jaar contact met ons opnemen, het kon nog even duren. Ik had zijn voornaam niet goed verstaan, die was niet wat je noemt Italiaans, net zomin als zijn achternaam. Ik vroeg hem zijn volledige naam op een bierviltje te schrijven.
Zijn voornaam sprak hij uit als Dzjiem.
Veel later hoorde ik dat zijn moeder uit Vicenza kwam en zijn vader een nazaat was van oude Poolse landadel die al meer dan tweehonderd jaar in Italië woont. Hij vertelde me dat een van zijn voorvaders Casanova heeft gekend en in diens autobiografie voorkomt.
Misschien interesseert u zich niet erg voor dit soort details, maar ze zijn van belang om de context van onze wederwaardigheden in Italië te begrijpen. Bovendien verzocht u enkele weken geleden in uw brief om een ‘gedetailleerd verslag, zodat de beoordelingscommissie een gedegen beeld kan krijgen van de situatie’.
Ik wist dat Rousseau in Venetië als secretaris had gediend bij een Franse diplomaat. Dit was niet een van de gunstigste episodes uit zijn leven, om het maar voorzichtig te zeggen. Hij zet zichzelf in Bekentenissen neer als een soort spion in Franse dienst, maar u moet zich hier niet te veel van voorstellen. Rousseau had de neiging zijn leven mooier en interessanter voor te stellen dan het was. Waarschijnlijk was hij in werkelijkheid een loopjongen van de tweede secretaris en mocht hij weleens brieven rondbrengen. Zie over feit en fictie bij Rousseau onder andere de biografie van Leo Damrosch (2005). Rousseau liet zich snel meeslepen door zijn ongebreidelde fantasie. Secretaris! Spionage! Belangrijke berichten!“

 

 
Kees 't Hart (Den Haag, 12 juli 1944)

Lees meer...

Elias Khoury

 

De Libanese schrijver en criticus Elias Khoury werd geboren op 12 juli 1948 in een Grieks-orthodoxe middle-class familie in de overwegend christelijke wijk Ashrafiyye van Beiroet. Dit was het jaar dat de Palestijnse vluchtelingen naar Libanon en Jordanië kwamen. In 1967, toen het Libanese intellectuele leven steeds meer werd gepolariseerd vertrok de 19-jarige Khoury naar Jordanië, waar hij een bezoek bracht aan een Palestijns vluchtelingenkamp en zich aansloot bij Fatah, de grootste verzetsorganisatie binnen de PLO. Hij verliet Jordan nadat duizenden Palestijnen werden gedood of verdreven in de nasleep van een poging tot staatsgreep tegen koning Hussein, tijdens de Zwarte September. Hij vervolgde zijn studie in Parijs en schreef een proefschrift over het Libanon conflict van 1860. Na zijn terugkeer naar Libanon werd Khoury onderzoeker bij het onderzoekscentrum van de PLO in Beiroet. Hij nam deel aan de Libanese burgeroorlog die in 1975 uitbrak, raakte ernstig gewond en verloor tijdelijk zijn gezichtsvermogen. In 1972 werd hij lid van de redactieraad van het tijdschrift Mawaqif. Andere leden waren Adonis, Hisham Sharabi, en iets later, de Palestijnse nationale dichter Mahmoud Darwish. Van 1975 tot 1979 was Khoury redacteur van Shu'un Filastin (Palestijnse Zaken), samen met Mahmoud Darwish. Van 1981 tot 1982 was hij hoofdredacteur van Al-Karmel. Van 1983 tot 1990 was hij hoofdredacteur van de culturele afdeling van Al-Safir. Hij was ook redacteur van Al-Mulhaq, het cultureel supplement van Al-Nahar. Hij doceerde aan de Columbia University en New York University in New York, en aan de Amerikaanse Universiteit van Beiroet, de Libanese Universiteit, de Libanese American University in Libanon. Khoury publiceerde zijn eerste roman “An 'ilaqat al-da'ira in 1975. Deze werd in 1977 gevolgd door “The Little Mountain”, dat speelt tijdens de Libanese burgeroorlog. Andere werken zijn “The Journey of Little Gandhi” en de “Gate of the Sun” ( (2000). “Gate of the Sun” is een epische navertelling van het leven van de Palestijnse vluchtelingen in Libanon sinds de Palestijnse exodus van 1948 , waarin ook ideeën over het geheugen, de waarheid en het vertellen van verhalen aan bood komen. Khoury ’s roman “Yalo” (2002, en in het Engels vertaald in 2008) gaat over een een voormalige militant die beschuldigd wordt van misdaden tijdens de burgeroorlog in Libanon. De titel verwijst naar de naam van een van een Palestijns-Arabische dorp dat werd verwoest waarvan het grondgebied door Israël tijdens de oorlog van 1967 werd geanexeerd. Alle inwoners werden verdreven en de meesten gingen naar Jordanië. Khoury schreef 10 romans, die zijn vertaald in verschillende vreemde talen, waaronder Engels, evenals een aantal literatuurkritische werken. Hij schreef ook drie toneelstukken. Tussen 1993 en 2009 was hij redacteur van Al-Mulhaq, het wekelijkse culturele supplement van het Libanese dagblad Al-Nahar.

Uit: Gate of the Sun (Vertaald door Humphrey Davies)

“Umm Hassan is dead.
I saw everyone racing through the alleys of the camp and heard the sound of weeping. Everyone was spilling out of their houses, bent over to catch their tears, running.
Nabilah, Mahmoud al-Qasemi's wife, our mother, was dead. We called her mother because everyone born in the Shatila camp fell from their mother's guts into her hands.
I too had fallen into her hands, and I too ran the day she died.
Umm Hassan came from al-Kweikat, her village in Galilee, to become the only midwife in Shatila – a woman of uncertain age and without children. I only knew her when she was old, with stooped shoulders, a face full of creases, large eyes shining in a white square, and a white cloth covering her white hair.
Our neighbor, Sana', the wife of Karim al-Jashi the kunafa* seller, said Umm Hassan dropped in on her the night before last and told her her death was coming.
"I heard its voice, daughter. Death whispers, and its voice is soft."
Speaking in her half-Bedouin accent she told Sana' about the messenger of death.
"The messenger came in the morning and told me to get ready."
And she told Sana' how she wanted to be prepared for burial.
"She took me by the hand," said Sana', "led me to her house, opened her wooden trunk, and showed me the white silk shroud. She told me she would bathe before she went to sleep: ‘I'll die pure, and I want only you to wash me.' "
Umm Hassan is dead.
Everyone knew that this Monday morning, November 20th, 1995, was the time set for Nabilah, Fatimah's daughter, to meet death.
Everyone awoke and waited, but no one was brave enough to go to her house to discover she was dead. Umm Hassan had told everyone, and everyone believed her.
Only I was taken by surprise.
I stayed with you until eleven at night, and then, exhausted, I went to my room and slept. It was night, the camp was asleep, and no one told me.
But everyone else knew.
No one would question Umm Hassan because she always told the truth. Hadn't she been the only one to weep on the morning of June 5, 1967? Everyone was dancing in the streets, anticipating going home to Palestine, but she wept. She told everyone she'd decided to wear mourning. Everyone laughed and said Umm Hassan had gone mad. Throughout the six long days of the war she never opened the windows of her house; on the seventh, out she came to wipe away everyone's tears. She said she knew Palestine would not come back until all of us had died.”

 

 
Elias Khoury (Beiroet, 12 juli 1948)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: elias khoury, romenu |  Facebook |

11-07-16

Jhumpa Lahiri, Herman de Man, Helmut Krausser, Giuseppe Bonaviri, Henri Coulonges, Marjan Berk

 

De Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri Vourvoulias werd geboren op 11 juli 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Jhumpa Lahiri op dit blog.

Uit: Unaccustomed Earth

“After her mother's death, Ruma's father retired from the pharmaceutical company where he had worked for many decades and began traveling in Europe, a continent he'd never seen. In the past year he had visited France, Holland, and most recently Italy. They were package tours, traveling in the company of strangers, riding by bus through the countryside, each meal and museum and hotel prearranged. He was gone for two, three, sometimes four weeks at a time. When he was away Ruma did not hear from him. Each time, she kept the printout of his flight information behind a magnet on the door of the refrigerator, and on the days he was scheduled to fly she watched the news, to make sure there hadn't been a plane crash anywhere in the world.
Occasionally a postcard would arrive in Seattle, where Ruma and Adam and their son Akash lived. The postcards showed the facades of churches, stone fountains, crowded piazzas, terra-cotta rooftops mellowed by late afternoon sun. Nearly fifteen years had passed since Ruma's only European adventure, a month-long EuroRail holiday she'd taken with two girlfriends after college, with money saved up from her salary as a para-legal. She'd slept in shabby pensions, practicing a frugality that was foreign to her at this stage of her life, buying nothing but variations of the same postcards her father sent now. Her father wrote succinct, impersonal accounts of the things he had seen and done: "Yesterday the Uffizi Gallery. Today a walk to the other side of the Arno. A trip to Siena scheduled tomorrow." Occasionally there was a sentence about the weather. But there was never a sense of her father's presence in those places. Ruma was reminded of the telegrams her parents used to send to their relatives long ago, after visiting Calcutta and safely arriving back in Pennsylvania.
The postcards were the first pieces of mail Ruma had received from her father. In her thirty-eight years he'd never had any reason to write to her. It was a one-sided correspondence; his trips were brief enough so that there was no time for Ruma to write back, and besides, he was not in a position to receive mail on his end. Her father's penmanship was small, precise, slightly feminine; her mother's had been a jumble of capital and lowercase, as though she'd learned to make only one version of each letter. The cards were addressed to Ruma; her father never included Adam's name, or mentioned Akash. It was only in his closing that he acknowledged any personal connection between them. "Be happy, love Baba," he signed them, as if the attainment of happiness were as simple as that.”

 

 
Jhumpa Lahiri (Londen, 11 juli 1967)

Lees meer...

Jane Gardam

 

De Engelse schrijfster Jane Mary Gardam werd als Jane Pearson geboren op 11 juli 1928 in Coatham, North Yorkshire, en groeide op in Cumberland en de North Riding of Yorkshire. Op 17-jarige leeftijd won ze een studiebeurs om Engels te studeren aan Bedford College in Londen. Na het verlaten van de universiteit werkte Gardam in een aantal literatuur-gerelateerde banen, om te beginnen als Rode Kruis reizend bibliothecaris voor ziekenhuisbibliotheken, en later als journaliste. Ze trouwde met David Gardam en het paar kreeg drie kinderen. Gardam's eerste boek was de kinderroman, “A Long Way From Verona”, werd gepubliceerd in 1971. Het boek won de Phoenix Award van de Children's Literature Association in 1991. Hoewel ze haar eerste boek niet publiceerde voor ze over de 40 was is Gardam uitgegroeid tot een van de meest productieve schrijvers van haar generatie, met de 25 boeken die in de afgelopen 30 jaar zijn verschen en een aantal prestigieuze prijzen die op haar naam staan staan. Zij is de enige schrijver de Whitbread Book Award voor de beste roman twee keer heeft gewonnen (“The Hollow Land”, 1981 en “The Queen of the Tambourin”, 1991). Ze werd genomineerd voor de Booker Prize voor “God on the Rocks” (1978). Met haar korte verhalen en fictie voor kinderen heeft zij ook prijzen gewonnen, en in 1999 kreeg ze de Heywood Hill Award voor haar levenslange bijdrage aan de literatuur. Gardam is een Fellow van de Royal Society of Literature.

Uit: The Man in the Wooden Hat

“There is a glorious part of England on the Dorset-Wiltshire border known as The Donheads. The Donheads are a tangle of villages loosely interlinked by winding lanes and identified by the names of saints. There is Donhead St Mary, Donhead St Andrew, Donhead St James and, among yet others, Donhead St Ague.
This communion of saints sometimes surprises newcomers to the area if they are not religious and do not attach them to the names of each village's church. Some do, for the old families here have a strong Roman Catholic tinge. It was Cavalier country. Outsiders, however, who have bought up the village houses and the old cottages of the poor, call The Donheads 'Thomas Hardy country' and so it is described by the estate agents.
And not entirely truthfully, for Hardy lived rather more to the southwest. The only poet celebrated for visiting a Donhead seems to be Samuel Taylor Coleridge who came to see a local bookish big-wig but stayed for only one night. Perhaps it was the damp. The Donhead known as Ague seems connected to no saint and is thought to be a localised Bronze Age joke. Nobody would call a child Ague and almost everyone suffers from aching joints. Even so, it is the most desirable of all the villages, the most beautiful and certainly the most secluded, deep in miles of luxuriant woodland, its lanes thick with flowers. The small farms have all gone and so have the busy village communities. The lanes are too narrow for modern-day agricultural machinery that thunders through more open country. Traffic danger in the Donheads is in the speeding motor bike or young idiot in a new car or the odd bus-load of the aged and infirm being taken to their granny-clubs in Salisbury. At weekends of course the rich come rolling down from London in huge cars full of provisions bought in metropolitan farmers' markets. These people make few friends in their second homes, unless they have connections to the great houses that still stand silent in their parks, still have a butler and are owned by usually-absent celebrities. There is a lack of any knock-about young.
Which makes the place attractive to the retired rich, professional classes. There is a wide scattering of lawyers who had the wit to snap up a property here years ago. Their children try not to show their anxiety that the agues of years will cause the old things to be taken into Care Homes and their houses pounced upon by the Inland Revenue.”

 

 
Jane Gardam (Coatham, 11 juli 1928)

17:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jane gardam, romenu |  Facebook |

10-07-16

Kees Stip, Marcel Proust, Erik Jan Harmens, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Alice Munro

 

Dolce far niente

 

 
Tuinpad in Giverny door Claude Monet, 1902

 

 

De zomers

Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.

Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen 's nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.

Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.

 

 
Kees Stip (25 augustus 1913 - 27 juni 2001)
Veenendaal, Oude Kerk. Kees Stip werd geboren in Veenendaal

Lees meer...

09-07-16

Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe

 

Dolce far niente - Bij de Tour de France

 

 
 Mark Cavendish

 

Uit: Mark Cavendish, een tijdbom op twee wielen

“Cavendish is, naast de beste sprinter van het afgelopen decennium, een onhandelbaar klein kind dat niet tegen zijn verlies kan. Als hij een keer niet wint, schreeuwt en scheldt hij iedereen verrot - en smijt hij met alles wat hij in zijn handen krijgt.
Hij riskeert alles in de laatste kilometers van de koers. Hij duikt in gaatjes die alleen hij ziet, hij stuurt onderdoor in blinde bochten en hij rijdt renners van de fiets; eerder in deze Tour veegde hij Bauke Mollema ook al van een rotonde. In de Ronde van Zwitserland van drie jaar terug waren zijn collega's zó klaar met zijn kamikazeacties, dat ze twee minuten staakten om de jury ervan te overtuigen dat er moest worden opgetreden tegen het Engelse testosteronbommetje. En o wee als een andere renner een gevaarlijke actie uithaalt waarvan hijzelf het slachtoffer is. De klassementsrenners moeten van hem opzouten uit de voorposten van het peloton in de aanloop naar een sprint en hij bestempelde een legertje jonge sprinters als brokkenpiloten. Vorig jaar riep hij in de Giro dat Roberto Ferrari naar huis moest toen die van links naar rechts zwiepte en daarmee het halve peloton op zijn muil legde.
Daar was ik het destijds mee eens, overigens. Wie lijf en leden van zijn collega's riskeert door bodychecks, kopstoten of zwiepers verdient het niet om in het peloton te rijden. Daarom had de jury van de Tour Cavendish van mij ook naar huis mogen sturen na zijn actie van gisteren.
Cavendish kreeg uiteindelijk geen enkele sanctie. Hij werd niet teruggezet naar de laatste plaats, hij werd niet uit de koers gezet, hij hoefde geen boete te betalen. Het is een schoolvoorbeeld van klassenjustitie. Als Veelers of een onbekende Kazak hetzelfde had gedaan, was de beslissing van de jury heel anders uitgevallen.
Dat Cavendish er zonder straf vanaf kwam, was maar aan één ding te danken: zijn status.”

 

 
Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

Bewaren

Lees meer...

Tim Hofman

 

De Nederlandse presentator, blogger, journalist, dichter en columnist Tim Hofman werd geboren in Vlaardingen op 9 juli 1988. In 2011 werd Hofman toegelaten tot BNN University. Na BNN University afgerond te hebben begon hij bij 101 TV als verslaggever voor TimTV en 101 Timeline. Van 2011 - 2012 trad hij in het BNN- en VARA-programma 24/7 op als verslaggever, panellid en internetdeskundige. Vervolgens maakte hij in de zomer van 2012 voor BNN het programma FC Gay. In de week voor kerst was Hofman te zien als verslaggever bij het Glazen Huis waar hij regelmatig korte nieuwsrubrieken versloeg tijdens de Serious Request Update. In 2013 was hij te zien als verslaggever voor het BNN-programma Spuiten en Slikken, waar hij onder andere Tim's Tuintje voor maakte, een tiendelige serie over het wietbeleid in Nederland, waarin hij zijn eigen wietplantage had. Daarnaast begon hij zijn schrijfcarrière met een artikel in het blad 'Foxy', waarin hij een Belgische dame uit de kleren liet gaan in een wasruimte. In 2014 werd Hofman presentator voor het dagelijkse programma De Social Club, Je zal het maar hebben, de studio van Spuiten en Slikken, Spuiten en Slikken op reis en Mijn 5000 Vrienden. Hofman won het zestiende seizoen van het spelprogramma Wie is de Mol? In 2016 begon Hofman een Youtube-kanaal, getiteld #BOOS, waar hij mensen die boos zijn helpt met hun problemen. Later werd het programma uitgebreid met #BOOS Polertiek. Samen met presentator presentator Jan Versteegh stond hij op de cover van de L'HOMO . De presentators probeerden hiermee het onderwerp meer bespreekbaar te maken. Hiervoor werden ze genomineerd voor de OUTtv Media Award 2016, een prijs die elk jaar wordt uitgereikt aan een persoon die homoseksualiteit positief onder de aandacht wist te brengen.

 

Mijn ex-vriendin had anorexia en ik
had daar last van (fictie)

Terwijl jij calorieën telt
en weer prevelt van te veel,
raakt je geest verder bekneld
in watje lichaam niet meer wil.

Werpt een holle blik naar mij,
voelt voor beiden veel te vol
van honger of verdriet, gezicht
uit zicht, zo eist de tol.

Ik heb mijn heil in jou geteld,
het was niet meer genoeg
en heb je het gebrek verteld,
waarop je mij toen vroeg:

‘Ga je bij me weg?’ Ik zei:
‘Ik kan niet meer, ben leeg.
t Is niet zozeer jouw gewicht,
maar wat je ziekte weegt.’

 


Tim Hofman (Vlaardingen, 9 juli 1988)

11:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: tim hofman, romenu |  Facebook |

08-07-16

Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever, Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine

 

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Iedereen

weet dat lelijke mensen ook gevoelens
hebben zoals er ook in de allerknapste
vrouwen mensen zitten zeg ik op een
verjaardag om te kijken of ik iemand
uit de rimboe zijner gedachten los kan
lokken om een robbertje uitmiddelpuntig
te speculeren over dit type wetmatigheden
in ons persistent onbenullige universum.

Ik lieg niet als ik zeg dat er een zestal seconden
voorbijgaat voordat er iemand reageert: ze ademt
in 7,8 en of ik even warme melk kan gaan kloppen.

Naast mijn voltijds baan als burgerman heb ik
tegenwoordig een leven als mens probeer ik dan
op joviale toon tegen een kalend voorhoofd dat
ik vagelijk herken van de haastige minuten
tijdens het zonen halen en brengen. Hij zegt

ik ken u niet maar u mij denk ik wel want ik
werk bij de televisie. Ik zeg ik zou nooit rijk
en beroemd willen zijn maar wel alleen maar
rijk. Weet je dat er op de zeebodem een kabel
ligt die de continenten met elkaar verbindt?
Dan doorkruist een snater ons gesprek: Arend?
Arend Kaaks? Van het journaal? Wat ontzettend -

Vlug waad ik door het gekrioel van kleuters
naar de tafel met taarten en kom langszij bij
een weelderig opgedofte moeder die vraagt hoe
ik het bolwerk als kunstenaar terwijl de geefwet
in belastingtechnisch opzicht nog niet behoorlijk
is afgedicht. Nog geen acht minuten later stokt
mijn pleidooi voor schooluniformen als een
luizenmoeder zegt sinds ik de gymspullen
op de hand was blijven alle kleuren goed.

Ik haal adem en zeg trek vooral geen broeken uit van
rugbehaarde heren die grager in verstandshuwelijken
blijven zitten. Schilder uw slaapkamer in geborgen kleurstelling,
keer het hoofdeinde richting raam en zet de voordeur open, dan
komt het goed. Normaliter drukken wij hier onze Havana's uit
in de aardbeien met slagroom, rijen tegen de serveersters op
en kotsen brullend van ambivalentie in de champagnekoelers
om onze lediggang te vieren. Buiten staat de stoet limousines
te wachten op de komst van de allesverpletterende gram
des Heren maar tot die tijd draaien de chauffeurs hun
schoenpunten kaal in het grind van onze oprit. En

kun je tegen die bloemkool in mijn kop zeggen dat wij
allebei zo snel mogelijk afgehaald moeten worden?

 

 
Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

Lees meer...

07-07-16

Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza, Reinhard Baumgart, János Székely

 

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog

Uit: Gelukkig zijn we machteloos

“Er dansen vlekken voor mijn ogen. En er hangt een geluid in de lucht. Ongrijpbaar. als mist. Een hoge. Zingende toon. Het lijkt van buitenaf te komen. Dat kan allicht niet.
Het zijn mijn oren die tuiten. Dat is het. Mijn lichaam zindert. Geperforeerd met duizend naalden. Pijn, overal pijn.
Behoedzaarn draai ik mijn hoofd. Eerst naar links, en dan naar rechts. Naast mij zit de jan-van-gent. Roerloos.
Vlakbij. Waar kom t die vandaan? Hoe komt het dat hij zich op ooghoogte bevindt? Mijn billen zijn koud en vochtig, mijn broek en onderbroek doorweekt van het natte gras.Ik sta niet recht. Ik zit op de grond. Ik heb mijn handen naast mij neergezet. als pilaren. Mijn benen liggen voor mij.
Frappant. Ik zit als het ware tot heuphoogte in de grond begraven - zoals kinderen weleens doen met hun vader op het strand. En iemand heeft die benen voor mij neergelegd.
Dejan-van-gent mekkert. Hij klinkt niet zielig of triest, zoals daarstraks, maar eerder verbolgen.
Billie. Waar is Billie? Ik zie haar nergens. Ik ril, maar het is nog steeds warm. Nog warm er. zo lijkt het wel. Het miezert een beetje. De regen valt als zweet.
Wat is er gebeurd. waarom zit ik hier? Ik kan mij niks voor de geest halen. Helemaal niks. Ik trek mijn benen op, leg mijn handen op mijn knieën en buig voorover. Ik laat mijn hoofd rusten op mijn armen. Ik sluit de ogen.
Billie. Ik zie Billie weer staan. Ik zie hoe ze de storm uitdaagt als een toreador, lange haren als zwart zeewier in haar gezicht. Slanke arm en dansend in de regen. Hey, Ma-hatsuko! Dat is het. Dat roept ze: Hey. Mahatsuko. Het lijkt alsof ze het tegen mij roept. Het klinkt alsof ze een dier opjut. Ik weet niet wie of wat Mahatsuko is.”
En terwijl ik daarover nadenk. sta ik voorzichtig op. Ik maak en kele eenvoudige rek- en strekbewegingen. Het bloed begint weer door mijn lijf' te stromen en langzaam trekt de pijn weg uit mijn botten. Ik betast mijn gezicht en mijn haren. die pluizig zijn. De zon breekt door.”

 

 
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

Lees meer...

06-07-16

Bodo Kirchhoff, Lucas Hirsch, William Wall, Hilary Mantel, Bernhard Schlink, Marius Hulpe, Peter Hedges

 

De Duitse schrijver Bodo Kirchhoff werd geboren op 6 juli 1948 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Bodo Kirchhoff op dit blog.

Uit:Wo das Meer beginnt

“Was ist mit dir, was denkst du? Du denkst, ich hätte keine Phantasie, ich könnte mir nicht vorstellen, was an dem Abend zwischen dir und dem Mädchen war, aber ich kann es mir vorstellen, und wie ich das kann«, sagte mein alter Lehrer, kaum saßen wir uns zum ersten Mal bei einer Kanne lakritzeschwarzem Kaffee gegenüber, ich noch beurlaubt und er krank geschrieben. Das war für mein Gefühl gestern, in diesem März, dem März, als Bagdad vor Berlin oder Beckham in den Nachrichten kam.
»Denn ich kenne das Mädchen, und ich kenne dich, Haberland, und ich weiß, was ein Schulkeller ist und wie man sich fühlt nach einer Theaterprobe, Sommernachtstraum, doch es würde auch schon der Name des Mädchens genügen, um es mir vorstellen zu können. Ihre Mutter, alleinerziehende Ärztin mit Bildungsallüren, hatte sich, inspiriert durch einen Roman, für Tizia entschieden, was die Tochter zwingen sollte, apart zu sein, so wie dein vielbeschäftigter Vater – ein einziges Mal besuchte er meine Sprechstunde, um nach deinen Fortschritten im Deutschen zu fragen – dich mit nichts als einem Wort dazu verdammt hat, als Mann aufzutreten. Stil, sagte er, das sei sein Appell an dich, und so trafen zwei Verdammte aufeinander, die eine mit dem Willen, alles Aparte abzuwerfen, der andere mit dem Vorsatz, endlich mit eigenem Stil aufzutrumpfen. Oh, ich kann es mir sogar lebhaft vorstellen, wie dieses Mädchen, das gar kein Mädchen mehr war, wenn auch noch lang keine Frau, nach der Theaterprobe – sie die Thisbe, du der Pyramus, die Szene mit der symbolischen Wand und dem Loch – dir in den Keller gefolgt ist oder gar vor dir herging, Hände im Nacken, und mit dem Fuß die Tür zum Heizraum aufstieß …
Wenig später brennt dort beiderseits einer Luftmatratze je eine Kerze, und ein klassischer Plattenspieler mit alter Platte, Schuleigentum, liefert dazu die Musik, auf die wir noch kommen. Und wie gesteuert von dieser Musik knöpft sich Tizia das Hemd auf, das sie als Thisbe getragen hat, und läßt es sich über die Schultern fallen, und übrigbleiben – alles andere verschwindet für dich – zwei überraschend volle Brüste, die über dem Herzen etwas schwerer und beide mit einer Gänsehaut, wahrlich apart, als führten sie ein Eigenleben.“

 

 
Bodo Kirchhoff (Hamburg, 6 juli 1948)

Lees meer...

05-07-16

Felix Timmermans, Jean Cocteau, Michael Blake, Jacqueline Harpman, Jean Raspail, Tin Ujević, Josef Haslinger

 

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans werd op 5 juli 1886 geboren te Lier. Zie ook alle tags voor Felix Timmermans op dit blog.

Uit: Pallieter 

“En ginder over de Nethe was de groote, tomatroode zon als een lustige verrassing uit al die witheid opengebloeid.
Pallieter was er van aangedaan en riep:
‘'t Weurdt fiest vandaag! 't wordt fiest vandaag!’
En hij drestte duizend druppels in de lucht.
Dan duikelde hij nog eens onder, als om de ziel van het water meê te nemen en liep dan blinkend, roos als een roos in de witte nevelen naar de Reynaert en hij zong:

‘Een oske deur man troske,
zuute, zuute Jadam,
Adam had zeve zone,
zeve zonen had Adam...’

Hij was nog maar eenige minuten op zijn slaapkamer als het klare beggijnhofklokske door de witte landen galmde, en hij Charlot haastig van het trapken hoorde gaan. Charlot bleef op hare kamer tot zij Pallieter op de zijne hoorde, want eens had zij hem in zijn geboortekleed zien weerkomen, en was met een kresch en de armen omhoog terug naar binnen geloopen. Dat mocht nooit meer gebeuren, liever nog de mis te laat komen of ze niet hooren, dan op Gods wegen een mensch te moeten zien zooals hij uit de handen van God zelf gekomen is!
Als Pallieter gekleed was, ging hij naar beneden, stak de mechelsche stoof aan, zette de geel-koperen moor op het vuur en maalde koffie. Als het water begon te zingen, te grollen en te stuiven schonk hij door. O, de aangename koffiereuk, die een mensch zijn hart doet bekomen! Hij voelde rijkelijk de heldere lentekamer en Pallieter stond hem genietend op te snuffelen lijk een hond.
Buiten kleerde het op. Een zonnestraal kroop schuins het open venster door en rinkelde schitterend op de geelkoperen marmittekes en op het gulden bepapegaaid, brokaten manteltje van een wassen Lieve-vrouwken.”

 

 
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Cover DVD

Lees meer...

04-07-16

Neil Simon, Christine Lavant, Sébastien Japrisot, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Robert Desnos, Nathaniel Hawthorne

 

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd in New York op 4 juli 1927 geboren. Zie ook alle tags voor Neil Simon op dit blog.

Uit: The Odd Couple

“Oscar: Hello, Oscar the poker player!..Who?..Who did you want, please?...Dabby? Dabby who?..No there's no Dabby here...Oh, Daddy! (to the others) For Christ sakes it's my kid (into phone: clearly a man who loves his son) Brucey, hello, baby. Yes it's Daddy! (to the others) Hey come on, give me a break will ya? My five-year-old kid is calling from California. It must be costing him a fortune. (phone) How've you been, sweetheart?...Yes, I finally got your letter. It took three weeks...Yes but next time tell your mommy to give you a stamp...I know, but you're not supposed to draw it on...(proud, to the others) Do you hear? (phone) Mommy wants to speak to me? Right... Take care of yourself, soldier. I love you. (and then with false cheeriness) Hello Blanche, how are you?...Err, yes I have a pretty good idea why you're calling...I'm a week behind with the check, right?...Four weeks? That's not possible...Because it's not possible...Blanche I keep a record of every check and I know I'm only three weeks behind!...Blanche, I'm trying the best I can...Blanche, don't threaten me with jail, because it's not a threat, with my expenses and my alimony, a prisoner takes home more pay than I do...Very nice in front of the kids...Blanche, don't tell me you're going to have my salary attached, just say goodbye...Goodbye! (hangs up, to the others) I'm eight hundred dollars behind in alimony, so let's up the stakes.”

 

 
Neil Simon (New York, 4 juli 1927)
Jack Klugman en Tony Randall in de tv-serie “The Odd Couple” uit de jaren 1970-1975

Lees meer...

Paul de Wispelaere

 

De Belgische schrijver, criticus en letterkundige Paul de Wispelaere werd geboren in Assebroek op 4 juli 1928. Na zijn middelbare studies Latijn-Griekse humaniora aan het Sint-Lodewijkscollege in Brugge (retorica 1946) studeerde Paul de Wispelaere Germaanse filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Hij was voor een tijdje werkzaam als leraar, eerst in Berchem en nadien in Brugge. Hij promoveerde in 1974 met een proefschrift over het literair tijdschrift De Stem en Dirk Coster, en was tot 1992 als hoogleraar Nederlandse letterkunde verbonden aan de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA).

Uit:Het Perzische tapijt (Over “De vadsige koningen” van Hugo Raes)

“De roman De vadsige koningen van Hugo Raes is opgevat als een simultaneïstische monologue intérieur waarin, binnen een lang aangehouden moment dat het ‘nu’ en het ‘hier’ vertegenwoordigt, de dimensies van tijd en ruimte samengedrongen en verbrokkeld worden tot een fragment individuele bewustzijnsinhoud dat het actuele subjectieve ik van het centraal personage bepaalt. Met een dergelijk procédé is, bijna een halve eeuw geleden, bij auteurs als J. Joyce en V. Woolf e.a. de afbraak begonnen van de chronologisch-epische en deductief-psychologische roman.
De roman als bewustzijnsexploratie ‘est un moyen de forcer le réel à se révéler, de conduire sa propre activité’ (M. Butor). Op werkelijkheidsweergave hebben zich destijds ook de naturalistische en de psychologische roman beroepen, maar het begrip van ‘le réel’ heeft voor de nieuwe romancier een andere betekenis gekregen: het is niet meer de zo getrouw mogelijke afspiegeling van een zg. objectief waargenomen werkelijkheid, geordend, gerangschikt en ingeschakeld in een universeel systeem van verschijnselen en waarden. Het is niet meer het logisch voorgesteld produkt van het al-ziend oog en het al-wetend brein van de verteller, welke graad van objectiviteit de menselijke waarneming en verbeelding overigens ook mogen kunnen bereiken. Het is essentieel het onverschrokken en pretentieloos speuren naar de eerste waarheid van de mens, die nochtans na eeuwen moraal en filosofie nog nauwelijks ontgonnen is: de zeer complexe levenswaarheid, duizendvoudig gebroken en weerkaatst in het prisma van ieder individueel bewustzijn. En deze bewustzijnssituaties kunnen niet losgemaakt van de wijze waarop ze voorgesteld worden, van de vorm waarin ze hun uitdrukking vinden. Aan zulk een nieuwe situatie, d.i. tegelijk aan een nieuwe conceptie van wat een roman moet zijn, beantwoorden nieuwe thema's, nieuwe vormen van taal, schriftuur, techniek, structuur.
Het - noodzakelijkerwijze fragmentair - doorbreken van de ingewikkelde situaties waarin het bewuste ik zich bestendig handhaaft en weer dreigt te verliezen, heeft een romantype doen ontwikkelen dat bestaat uit de monologue intérieur (Joyce, V. Woolf, Faulkner, M. Butor, Cl. Simon e.a.) al dan niet gevoed door autobiografische reflectie (H. Miller, M. Leiris, Sartre, e.a.). Dit laatste is ook bij H. Raes het geval: hij staat als jong Vlaams auteur ingeschakeld in dit internationaal klimaat."

 

 
Paul de Wispelaere (Assebroek, 4 juli 1928)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: paul de wispelaere, romenu |  Facebook |

03-07-16

Franz Kafka, Joanne Harris, Gerard den Brabander, Christopher Kloeble, Manfred Bieler

 

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit: Tagebücher 1910 - 1923

"Sonntag, den 19. Juli 1910, geschlafen, aufgewacht, geschlafen, aufgewacht, elendes Leben.
Variante
(…)

Der Vorwurf darüber, daß sie mir doch ein Stück von mir verdorben haben – ein gutes schönes Stück verdorben haben – im Traum erscheint es mir manchmal wie andern die tote Braut –, dieser Vorwurf, der immer auf dem Sprung ist, ein Seufzer zu werden, er soll vor allem unbeschädigt hinüberkommen, als ein ehrlicher Vorwurf, der er auch ist. So geschieht es, der große Vorwurf, dem nichts geschehen kann, nimmt den kleinen bei der Hand, geht der große, hüpft der kleine, ist aber der kleine einmal drüben, zeichnet er sich noch aus, wir haben es immer erwartet, und bläst zur Trommel die Trompete.
Oft überlege ich es und lasse den Gedanken ihren Lauf, ohne mich einzumischen, aber immer komme ich zu dem Schluß, daß mich meine Erziehung mehr verdorben hat, als ich es verstehen kann. In meinem Äußern bin ich ein Mensch wie andere, denn meine körperliche Erziehung hielt sich ebenso an das Gewöhnliche, wie auch mein Körper gewöhnlich war, und wenn ich auch ziemlich klein und etwas dick bin, gefalle ich doch vielen, auch Mädchen. Darüber ist nichts zu sagen. Noch letzthin sagte eine etwas sehr Vernünftiges: »Ach, könnte ich Sie doch einmal nackt sehn, da müssen Sie erst hübsch und zum Küssen sein.« Wenn mir aber hier die Oberlippe, dort die Ohrmuschel, hier eine Rippe, dort ein Finger fehlte, wenn ich auf dem Kopf haarlose Flecke und Pockennarben im Gesicht hätte, es wäre noch kein genügendes Gegenstück meiner innern Unvollkommenheit. Diese Unvollkommenheit ist nicht angeboren und darum um so schmerzlicher zu tragen. Denn wie jeder habe auch ich von Geburt aus meinen Schwerpunkt in mir, den auch die närrischste Erziehung nicht verrücken konnte. Diesen guten Schwerpunkt habe ich noch, aber gewissermaßen nicht mehr den zugehörigen Körper. Und ein Schwerpunkt, der nichts zu arbeiten hat, wird zu Blei und steckt im Leib wie eine Flintenkugel. Jene Unvollkommenheit ist aber auch nicht verdient, ich habe ihr Entstehn ohne mein Verschulden erlitten. Darum kann ich in mir auch nirgends Reue finden, soviel ich sie auch suche. Denn Reue wäre für mich gut, sie weint sich ja in sich selbst aus, sie nimmt den Schmerz beiseite und erledigt jede Sache allein wie einen Ehrenhandel; wir bleiben aufrecht, indem sie uns erleichtert.“

 

 
Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

Lees meer...