25-12-15

Karin Amatmoekrim, David Pefko, Quentin Crisp, Sabine Kuegler, Lisa Kränzler, N.E.M. Pareau. Sheila Heti, Tununa Mercado, Maarten Goethals

 

De Surinaams-Nederlandse schrijfster Karin Amatmoekrim werd geboren in Paramaribo op 25 december 1976. Zie ook alle tags voor Karin Amatmoekrim op dit blog.

Uit: Wanneer wij samen zijn

“En toch, toen de zon twee keer was ondergegaan en toch weer opkwam, liet ze de vrouwen toe haar te baden en merkte dat haar pijn nog steeds levensgroot maar toch opeens draaglijk werd. Ze begroef het kind op de islamitische begraafplaats naast het dorp. Ze koos een koel plekje onder een grote boom, waar vuurrode bloemen opschoten en daarmee het graf markeerden en gaf het kind een naam die ze aan niemand anders, zelfs niet aan Wagiman, vertelde. Dit was háár kind en het had ervoor gekozen geen deel uit te maken van het leven van andere mensen. Zij zou die wens, als het er al een was, respecteren en begroef het kind anoniem, maar riep het bij zijn naam in haar dromen en haar nachtmerries.
Na het verlies van hun kind lette Wagiman extra goed op Soemi. Als ze bij ho e uitzondering vlees of kip aten, zorgde hij ervoor dat ze haar stuk niet onäer de kinderen verdeelde en als de kleintjes druk waren, maande hij ze streng rustig te zijn in de buurt van hun moeder. Deze bezorgdheid om Soemi maakte hem steeds intoleranter tegenover zijn kinderen, die hem op een gegeven moment alleen nog boos kenden. Soemi, die door het verlies van een baby steeds meer besefte hoeveel haar kinderen voor haar betekenden, bedekte elke streek en alle kattenkwaad met de mantel van haar liefde. Wanneer de kinderen Wagimans geduld op de roef gesteld hadden wilde hi', hoe kalm hij meestal ook was, nogal eens een d’riftbui hebben. Dan vlogen cle pannen door het huis en stoven de kinderen, al dan niet schuldig aan hetgeen hem kwaad maakte, de trap af naar buiten. Hij was nooit lang boos, maar zijn straffen waren streng. Soms strenger dan Soemi kon aanzien, waardoor zi' meerdere malen een gestraft kind uit zijn hoek - waar het voor een bepaalde tijd was neergezet - haalde en het troostte zonder te vragen wat er was gebeurd en of het kind ervan geleerd had.”

 

 
Karin Amatmoekrim (Paramaribo, 25 december 1976)

Lees meer...

Friedrich Wilhelm Weber, Gerhard Holtz-Baumert, Dorothy Wordsworth, Carlos Castaneda, William Collins, Alfred Kerr, Christian Geissler, Ute Erb

 

De Duitse schrijver Friedrich Wilhelm Weber werd geboren op 25 december 1813 in Althausen. Zie ook alle tags voor Friedrich Wilhelm Weber op dit blog.

 

Maria, Mittlerin (Fragment)

Es gibt so bittre Stunden
Im wirren Lebenslauf,
Da brechen alte Wunden
Mit neuen Schmerzen auf.
Der Frühling ist verdorben,
Der Sonnenschein erstorben,
Und trüb‘ und schwer der Mut:
Dann denk‘ ich Dein, Maria,
Und gleich ist alles gut.

In schlummerlosen Nächten,
Wie scheint das Leben schwer,
Ein Kampf mit finstren Mächten,
Trostlos und liebeleer.
Doch flieht, sobald ich wende
Zum Himmel Herz und Hände,
Des Argen böse Brut:
Und denk‘ ich Dein, Maria,
So ist schon alles gut.

Und wenn mich niederzwingen
Unmut und Überdruss,
Weil gar nichts will gelingen
Von allem, was ich muss:
Wag‘ ich vor Gott zu treten
Und recht um Rat zu beten
In rechter Andachtsglut,
Und denke Dein, Maria,
Dann ist schon alles gut.

 

 
Friedrich Wilhelm Weber (25 december 1813 – 5 april 1894)
Althausen, markt met stadsslot

Lees meer...

24-12-15

The Shepherds (William Drummond)

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 
Die Verkündigung an die Hirten door Christian Wilhelm Ernst Dietrich, 1758

 

 

The Shepherds

O than the fairest day, thrice fairer night!
    Night to blest days in which a sun doth rise
Of which that golden eye which clears the skies
Is but a sparkling ray, a shadow-light!

And blessed ye, in silly pastors' sight,
    Mild creatures, in whose warm crib now lies
That heaven-sent youngling, holy-maid-born wight,
    Midst, end, beginning of our prophecies!

Blest cottage that hath flowers in winter spread,
    Though withered - blessed grass that hath the grace
    To deck and be a carpet to that place!

Thus sang, unto the sounds of oaten reed,
    Before the Babe, the shepherds bowed on knees;
    And springs ran nectar, honey dropped from trees.

 

 

 
William Drummond (13 december 1585 - 4 december 1649)
Hawthornden Castle, waar William Drummond werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 24e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

09:44 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kerstmis, kerstavond, william drummond, romenu |  Facebook |

Ingo Baumgartner, Karel Glastra van Loon, Dana Gioia, Henriette Roland Holst, Dominique Manotti

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Weihnachtsahnung

Ist's Engelswerk, ist's Augentrug?
Noch gestern standen grün die Lärchen,
als Turmgeläut zum Abend schlug.
Der Morgen sieht ein Weihnachtsmärchen.

Welch Zuckerguss auf allen Bäumen,
welch Wunderwerk der kalten Nacht!
Die stolzen Weißgetünchten säumen
noch Tannen voller Zapfenpracht.

Ein Bild, gemalt für liebe Grüße
zum frohen Fest der Christenheit.
Doch Kälte zieht in meine Füße,
so weiß ich, es ist Wirklichkeit.

 

 

Krippenzauber

Die Mauer bröckelt, Schindeln brechen,
in losen Angeln hängt die Tür.
Nur Armes will ins Auge stechen,
für nobles Wohnen schlechte Kür.

Doch drängen Menschen hin zum Haus
mit Körben voll von Nützlichkeiten.
Vom Stall dringt Chorgesang heraus,
ein Engel scheint sie anzuleiten.

Es ist ein Werk verdienter Meister,
das hier so zauberhaft erzählt.
Geschick mit Messer, Holz und Kleister
macht Krippen so zur Wunderwelt.

 

 
Ingo Baumgartner (Oberndorf an der Salzach, 24 december 1944)
De Stille Nacht kapel in Oberndorf, altaar (detail) 

Lees meer...

Adam Mickiewicz, Angelika Schrobsdorff, Stephenie Meyer,Tevfik Fikret, Matthew Arnold

 

De Poolse dichter Adam Mickiewicz werd geboren op 24 december 1798 in Zaosie, nabij Nowogródek. Zie ook alle tags voor Adam Mickiewicz op dit blog.

 

Morgen und Abend

Der Sonnenaufgang schimmert durch die Wolkendecken,
und gegenüber sinkt der Mond, löscht sein Gesicht.
Die Rose öffnet ihre Knospen, Schicht um Schicht,
und taugebeugte Veilchen woll'n sich lichtwärts strecken.
 
Das Bildnis Lauras will mich aus den Träumen wecken.
Ich knie vorm Fenster, als sie ihre Zöpfe flicht
und fragt: Warum, ach, leuchten eure Augen nicht,
woll'n sich mein Liebster, Veilchen und der Mond verstecken?
 
Zum Abend zeige ich ihr wieder meine Treue,
Der Mond kehrt wieder und die Veilchen blühn verborgen,
süß duftend, auch der Himmel rötet sich aufs Neue.
 
Doch ich steh dort vom Fenster mit den alten Sorgen,
seh' wie sie sich herausputzt, und sich d’ran erfreue.
Nur ich knie ihr zu Füßen, traurig wie am Morgen.


Vertaald door ZaunköniG

 

 

Aloesjta bij dag

De berg opent zijn nevelgordijnen,
Het graan ruist knielend neer, een golf van goud;
Als uit 's kaliefen bidsnoer schudt het woud.
Granaten uit zijn lokken en robijnen.

De weide bloeit; boven de weide deinen
Ook bloemen- vleugelige - zover 't oog schouwt;
't Insectenheir veelkleurig zwermend, bouwt
Hoog in de lucht briljanten baldakijnen.

Maar als de rots zijn donkere gezicht
In 't water spiegelt, wordt de zee ontsticht:
Een dreigend grommen spelt de stormfanfaren

Terwijl de branding tijgerogig licht;
Maar over d'afgrond wiegen stil de baren
Waarover zwanen drijven, schepen varen.

 

 
Adam Mickiewicz (24 december 1798 - 26 november 1855)
Portret door S. Chejmann, 1897

Lees meer...

23-12-15

Robert Bly, Norman Maclean, Sara Coleridge, Donna Tartt, Tim Fountain, Marcelin Pleynet, Iván Mándy, J.J.L. ten Kate

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Bly werd geboren op 23 december 1926 in Madison, Minnesota. Zie ook alle tags voor Robert Bly op dit blog.

 

A Dream On The Night Of First Snow

I woke flour a first-day-of-snow dream.
I dreamt I met a girl in an attic,
  who talked of operas, intensely.
Snow has bent the poplar over nearly to the ground,
new snowfall widens the plowing.
Outside maple leaves floated on rainwater,
yellow, matted, luminous.
I found a salamander! and held him.
When I put him down again,
  he strode over a log
with such confidence, like a chessmaster,
  the front leg first, then the hind
  leg, he rose up like a tractor climbing
  over a hump in the field
and disappeared toward winter, a caravan going deeper into
  mountams,
dogs pulling travois,
feathers fluttering on the lance: of the arrogant men.

 

 

Poems in Three Parts


1
Oh on an early morning I think I shall live forever!
I am wrapped in my joyful flesh
As the grass is wrapped in its clouds of green.

2
Rising from a bed where I dreamt
Of long rides past castles and hot coals
The sun lies happily on my knees;
I have suffered and survived the night
Bathed in dark water like any blade of grass.

3
The strong leaves of the box-elder tree
Plunging in the wind call us to disappear
Into the wilds of the universe
Where we shall sit at the foot of a plant
And live forever like the dust.

 

 

Gratitude To Old Teachers

When we stride or stroll across the frozen lake,
We place our feet where they have never been.
We walk upon the unwalked. But we are uneasy.
Who is down there but our old teachers?
Water that once could take no human weight-
We were students then- holds up our feet,
And goes on ahead of us for a mile.
Beneath us the teachers, and around us the stillness.

 

 
Robert Bly (Madison, 23 december 1926)

Lees meer...

Hans Kloos

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Hans Kloos werd geboren in Baarn op 23 december 1960. Hij debuteerde in 1986 met het bibliofiele bundeltje “Legioen” dat in kleine kring opviel door de erin opgenomen vertalingen (van onder anderen E.E. Cummings) en een reeks minimalistische gedichten. Kloos schreef ook zelf enige tijd kritieken en essays voor de literaire tijdschriften “de Held” en “de XXIe eeuw” en het weekblad de Groene Amsterdammer. Behalve poëzie schreef hij ook de toneelmonoloog “Schaap van de slapers” (2001), de tekst van de strip “Retour” (2004), getekend door Witte Wartena. In 2010 verscheen zijn prozadebuut “schaap koek fiets”, drie lange, zijdelings verbonden verhalen. Daarnaast lijkt hij op zijn labyrintische website steeds meer de literaire mogelijkheden van het digitale medium te onderzoeken. Van voorjaar 2006 tot en met voorjaar 2010 is Hans Kloos ook dichter van het Amsterdamse stadsdeel Westerpark geweest. Dit naar het schijnt als een grap begonnen project is uitgemond in een portret van het stadsdeel aan de hand van gedichten over specifieke plekken in Westerpark. De Westerparkse gedichten bestond uit een papieren bundel en een cd-rom met animaties en geluidsopnames. Als vertaler heeft hij zich beziggehouden met de poëzie van onder anderen Michael Ondaatje, Thomas Tidholm, Marianne Moore, Torgny Lindgren en Russell Edson en met tal van tv-ondertitelingen (Salman Rushdie, Benny Hill, Monty Python, Astrid Lindgren, Flipper, The X-files).

 

Kemphaan

Men vraagt de man
die tussen zevenduizend hanen sliep
hoe het is
om daar te ontwaken.

'Het is alsof ik duizend engelen hoor flipperen.'

Het verloren gevecht zakt
langzaam in hem weg,
hij steekt een sigaret op en lacht
gelaten zijn tanden bloot

maar vindt dan gaten
in zijn hoofd
waardoor hij naar buiten klimt.

'Met de kloten van de duivel.'

 

 

Een wiegelied, een wake

'Morgen zul je terugkomen.
Dat ik vannacht slapen kan gaan.

Morgen zul je terugkomen.
Dat ik slapen kan gaan.

Dat je morgen terugkomt,
zal ik slapen gaan.

Dat er een wagen
staat, langs de oprijlaan.

Dat ik slapen zal gaan
en jij morgen terug zult komen.

Zal ik de deur openzetten?

Dat er morgen een wagen
zal staan, langs de oprijlaan.

Zul je morgen terugkomen?
Zal ik slapen gaan?'

 

 
Hans Kloos (Baarn, 23 december 1960)

18:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: hans kloos, romenu |  Facebook |

22-12-15

Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

In elkaar verward gebladerte

in elkaar verward gebladerte
in een lege studio riemt de man van het heftige handschrift
zijn hond af
toe mijn trots mijn plebejische bruid sla maar kadetjes in

de zorgvuldig uitgekozen brokken barbecuehoutskool
glansden inderdaad als zwarte juwelen
allen grillig
allen anders van vorm

- ik gloei zo en ik hoor de wind…

tengels thuis
laat me su.su

nee raak me nu niet aan
laat me spreken.

 

 

Fremdkörper

drop deze hollandse kaasmeid bij de
bollen verslindende dagjestoerist
dump dit hollands welvaren op klompen
in de gare bus kleefklinkers met
brandende handjes

je bént moeders trots en dat zul je blijven ook, jij, kind met
je kanten kapoets, geappliceerde bumper
hoe ostentatief je je keurig gekapt koppie nu ook van haar
afdraait omdat ze kaas keurt, in geuren en kleuren jouw
godenspijs onder de prikker aanprijst
rok recht een plooi perst

ik spiegelde me éénmaal in de gepoetste ornamenten van je
kanten kapoets en liep de lucht kwijt
parkeerde mijn moeder in een klomp op de apenrots of apetrots
bij de recentst voltooide waterkering, nam van gods spijs en
hield het met een buitenlander tot
elke prijs

 

 
Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

Lees meer...

21-12-15

Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

Uit: Gebr.

“... er is nog zo veel dat ik je moet vertellen. Om te beginnen dit: ik heb tegen je gelogen. Het was niet omdat ik de waarheid niet kon zeggen, maar omdat ik het niet wilde. Want als ik je de waarheid vertel, zit ik met een probleem. Ik wou je dagboek redden zodat je gedachten bewaard blijven, maar in je dagboek staat een geheim dat je van mij gestolen hebt en het is belangrijk dat mijn geheimen geheim blijven. Dat is volgens mij niet mogelijk als dit dagboek blijft bestaan en iedereen het kan lezen. Toch wil ik, nu het nog kan, niet meer tegen je liegen. Ik wil dat je de waarheid weet, ook al betekent dat waarschijnlijk dat ik je dagboek dan moet laten verbranden. Dan is deze reddingsactie mislukt.’
(…)

‘Toen kreeg ik een mal idee, nou ja, niet eens zo gek als je bedenkt dat het carnaval is en buiten iedereen zich heeft verkleed. Ik heb besloten om mijn eigen carnaval te vieren. Ik kleedde me uit en trok jouw kleren aan: je versleten spijkerbroek omdat je daaraan nog het best kunt zien dat de jongen die erin zat eruit is, en je blauwe trui met de gaten waar je ellebogen hebben gezeten. Je zou denken dat broertjes die maar dertien maanden schelen in elkaars kleren passen. Wij niet. Toen je dertien was, schoot je als een bamboespruit de hoogte in, terwijl ik maar niet wilde groeien. Nu ben ik zestien en jij bent veertien gebleven, en nog steeds hangen je ellebogen en je knieën me te laag. Ik moet de pijpen van je broek wel twee keer omslaan voor mijn voeten te voorschijn komen. De knoop krijg ik makkelijk dicht, maar de rits niet omhoog omdat ik, “met jouw lichaam aan”, een veel te dikke kont heb (of een te grote piemel, dat kan ook). Het trekt ook bij mijn schouders en bovenbenen. Je knelt, Maus. Is dat niet heerlijk? Ik houd je aan. Deze carnaval ga ik verkleed als mijn broertje.’

 

 
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

Lees meer...

20-12-15

Der Weihnachtsbaum (Heinrich Seidel)

 

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 
Decoration du sapin de Noël door Marcel Rieder, 1898

 

 

Der Weihnachtsbaum

Schön ist im Frühling die blühende Linde,
bienendurchsummt und rauschend im Winde,
hold von lieblichen Düften umweht.

Schön ist im Sommer die ragende Eiche,
die riesenhafte, titanengleiche,
die da in Wettern und Stürmen besteht.

Schön ist im Herbste des Apfelbaums Krone,
die sich dem fleißigen Pfleger zum Lohne
beugt von goldener Früchte Pracht.

Aber noch schöner weiß ich ein Bäumchen,
das gar so lieblich ins ärmlichste Räumchen
strahlt in der eisigen Winternacht.

Keiner kann mir ein schöneres zeigen:
Lichter blinken in seinen Zweigen,
goldene Äpfel in seinem Geist,

und mit schimmernden Sternen und Kränzen
sieht man ihn leuchten, sieht man ihn glänzen
anmutsvoll zum lieblichsten Fest.

Von seinen Zweigen ein träumerisch Düften
weihrauchwolkig weht in den Lüften,
füllet mit süßer Ahnung den Raum!

Dieser will uns am besten gefallen,
ihn verehren wir jauchzend vor allen,
ihn, den herrlichen Weihnachtsbaum!

 

 

 
Heinrich Seidel (25. Juni 1842 – 7. November 1906)
Dorpskerk van Perlin, waar Heinrich Seidel werd geboren.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 20e december ook mijn vorige drie blogs van vandaag.

 

10:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: advent, heinrich seidel, romenu |  Facebook |

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Huiselijk welvaren

Mijn rijkdom is dat ik me afvraag
wat ik vandaag ga doen.

Dat ik het antwoord niet weet
vanwege de vele mogelijkheden.

Dat ik bij gebrek aan besluitvaardigheid
achter het raam ga zitten en kijk
naar de stroom auto's op de openbare weg.

Dat ik onachterhaalbaar
aan één bepaald boek begin te denken
dat ik lang geleden las en waarvan één detail op de kaft
- de glimlach van een snoezig geïllustreerde kikker -
mij soms lijkt op een gedachtespoor te zetten
en het volgende moment weer niet.

Dat ik na enige tijd
- geen idee hoe lang precies -
opsta en volledig niet verontrust naar de ijskast loop
en na die met mijn krachtige arm te hebben geopend
naar een fles frisdrank grijp.

Dat er na de eerste slok frisdrank een áááááh! aan mijn keel ontsnapt
waaromheen ironietekens volstrekt maar dan ook volstrekt
misplaatst zouden zijn.

 

 

CV

Mijn taak van vandaag is niet beter te leren nadenken.
De feiten eerlijker op een rijtje te zetten.
Mijn geduld verder tot bloei te laten komen.
Of de omgeving met nog scherpere ogen waar te nemen.          
                                                                              
Al tijden heb ik mijn honger naar taken verloren,
en zeker naar het soort taken dat beloften vooruit stuurt
over vermeende inzichten en gedragingen van een hogere orde.
 
Mijn taak van vandaag (en morgen en overmorgen)
is dergelijke taken van me af te laten glijden.
 
Als ik geluk heb zijn er een paar momenten op een dag
waarop ik kan zeggen dat die taak (dat af laten glijden, dus)
voor even is geslaagd.
 
Tijdens het boeren, gapen, niezen, scheten laten, masturberen,
bouw ik mijn mooiste CV op.

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

Lees meer...

Alain de Botton, Ramon Stoppelenburg, Aziz Nesin, Hortense Calisher, Jürg Laederach, Peter May

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Alain de Botton werd geboren in Zürich op 20 december 1969. Zie ook alle tags voor Alain de Botton op dit blog.

Uit: On Love

“Every fall into love involves the triumph of hope over self-knowledge. We fall in love hoping we won't find in another what we know is in ourselves, all the cowardice, weakness, laziness, dishonesty, compromise, and stupidity. We throw a cordon of love around the chosen one and decide that everything within it will somehow be free of our faults. We locate inside another a perfection that eludes us within ourselves, and through our union with the beloved hope to maintain (against the evidence of all self-knowledge) a precarious faith in our species.”
(…)

“To be loved by someone is to realize how much they share the same needs that lie at the heart of our own attraction to them. Albert Camus suggested that we fall in love with people because, from the outside, they look so whole, physically whole and emotionally 'together' - when subjectively we feel dispersed and confused. We would not love if there were no lack within us, but we are offended by the discovery of a similar lack in the other. Expecting to find the answer, we find only the duplicate of our own problem.”
(…)

“Perhaps the easiest people to fall in love with are those about whom we know nothing. Romances are never as pure as those we imagine during long train journeys, as we secretly contemplate a beautiful person who is gazing out of the window – a perfect love story interrupted only when the beloved looks back into the carriage and starts up a dull conversation about the excessive price of the on-board sandwiches with a neighbour or blows her nose aggressively into a handkerchief.”

 

 
Alain de Botton (Zürich, 20 december 1969)

Lees meer...

Ferdinand Avenarius, Gernot Wolfgruber, Vaino Linna, John Fletcher, Mendele Mojcher Sforim

 

De Duitse dichter en activist Ferdinand Avenarius werd geboren in Berlijn op 20 december 1856. Zie ook alle tags voor Ferdinand Avenarius op dit blog.

 

Vorfrühling

Verloren im Raume
ein erster Vogelruf.

Doch schwer hinschnaubend
durchs dampfende Marschland
mit dem Eisen durchwühlt's
der gewaltige Stier.

Und festen Tritts hinter ihm
schreitet der Mensch,
die Körner schleudernd,
wo auseinander
mit schwarzroten Wellen
schäumt der Grund.

Regenschwanger
der Himmel darüber
breit lagernd
in schlafender Kraft.

 

 

Herbstgold

Wie war's im Walde
heut wunderhold -
die Wipfel alle
von rotem Gold!

Goldender Boden,
golden der Duft,
fallende Blätter
von Gold aus der Luft.

Und es leuchtet
aus Tod und Vergeh'n
golden die Hoffnung
aufs Aufersteh'n.

 

 
Ferdinand Avenarius (20 december 1856 – 22 september 1923)
Vuurtoren bij Kampen op Sylt. In de zomer verbleef Avenarius meestal in Kampen
en hij is er ook gestorven en begraven.

Lees meer...

19-12-15

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, nny Michaelis, Italo Svevo

 

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: Het zwart en het zilver (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Op mijn vijfendertigste verjaardag liet Signora A. plotseling de onverzettelijkheid varen die haar in mijn ogen meer dan elke andere karaktereigenschap kenmerkte, en verliet, reeds opgebaard in een bed dat veel te groot leek voor haar lichaam, de wereld die wij kennen.
Die ochtend was ik naar het vliegveld gereden om Nora op te halen, die even was weg geweest voor haar werk. Hoewel het al laat in december was, liet de winter nog op zich wachten, en over de eentonige velden aan weerszijden van de autoweg lag een witte mistsluier, bijna een imitatie van de sneeuw die nog steeds niet viel. Nora nam haar telefoon op en zei daarna niet veel, ze luisterde vooral. Ze zei goh, oké, dinsdag dus, en daarna zei ze een van die zinnetjes die we paraat hebben voor als we iets moeten zeggen maar niet de juiste woorden kunnen vinden: ‘Misschien is het beter zo.’
Ik ben bij het eerste tankstation afgeslagen om haar de gelegenheid te geven uit te stappen en in haar eentje naar een plek ergens op de parkeerplaats te lopen. Ze huilde zachtjes, haar rechterhand in een kommetje over haar neus en mond. Een van de ontelbare dingen die ik in tien jaar huwelijk over mijn vrouw heb geleerd, is dat ze de hebbelijkheid heeft om zich op momenten van verdriet af te sluiten. Ze is dan opeens onbenaderbaar, niemand mag haar troosten, ze dwingt me op afstand te blijven en machteloos toe te zien hoe verdrietig ze is – ik heb die terughoudendheid wel eens verward met het onvermogen om te delen.
De rest van de weg heb ik een lagere snelheid aangehouden, dat leek me een rationele manier om respect te betuigen. We praatten over Signora A., haalden een paar anekdotes op, al waren de meeste geen echte anekdotes – die hadden we niet over haar – het waren eerder gewoontes, gewoontes die zo bij ons gezinsleven waren gaan horen dat ze voor ons bijna traditie waren geworden: hoe ze ons elke ochtend verslag deed van de horoscoop die ze op de radio had gehoord terwijl wij nog lagen te slapen; hoe ze zich sommige delen van het huis, vooral de keuken, zo toe-eigende dat we zelfs toestemming vroegen om onze eigen koelkast open te doen; de gevleugelde uitspraken waarmee ze ons tot de orde riep als wij, jongelui, de dingen onnodig ingewikkeld maakten volgens haar; haar mannelijke, krijgshaftige pas, en ook haar onverbeterlijke krenterigheid – weet je nog die keer dat we vergeten waren geld voor haar klaar te leggen voor de boodschappen? Ze haalde de pot met kleingeld leeg, tot de laatste cent aan toe.”

 

 
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

Lees meer...