05-01-17

Umberto Eco, Joris van Casteren, Paul Ingendaay, Ngũgĩ wa Thiong'o, Xu Xiake, László Krasznahorkai, Luisa Futoransky, Friedrich Dürrenmatt, Forough Farokhzad

 

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit:Het nulnummer (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Nadat iedereen zich had voorgesteld zette Simei de opzet van de krant uiteen.
‘We gaan dus een krant maken. Waarom Morgen? Omdat traditionele kanten altijd het nieuws van de avond tevoren brachten, en helaas nog steeds brengen, en dat is dan ook de reden dat ze Corriere della Sera, Evening Standard of Le Soir heten. Tegenwoordig hebben we het nieuws van de vorige dag al gezien op het achtuurjournaal, en dus staan er altijd dingen in de krant die je al weet, en daarom worden er steeds minder van verkocht. In de Morgen zal dat nieuws, dat inmiddels al over de datum is, natuurlijk wel kort worden aangestipt en samengevat, maar daarvoor volstaat één kolommetje dat je zo hebt gelezen.’
‘En wat moet er dan wél in de krant komen?’ vroeg Cambria.
‘Het lot van een dagblad van tegenwoordig is dat het op een weekblad moet lijken. Wij berichten over wat er morgen zou kunnen gebeuren, met achtergrondartikelen, onderzoeksbijlagen, verrassende vergezichten… Ik geef een voorbeeld. Om vier uur ontploft er een bom, en de dag daarop weet iedereen dat al. Dus moeten wij tussen vier uur en middernacht, voordat we ter perse gaan, zien uit te vinden wie er iets nieuws te melden heeft over de mogelijke verantwoordelijken, iets wat zelfs de politie nog niet weet, en moeten we een scenario schetsen van hetgeen er door toedoen van die aanslag in de weken daarna zal voorvallen…’
Braggadocio: ‘Maar om een dergelijk onderzoek binnen acht uur op te tuigen heb je een redactie nodig die minstens tien keer zo groot is als de onze, plus een waanzinnige hoop contacten, informanten of weet ik het…’
‘Precies, en als de krant daadwerkelijk gaat verschijnen zal dat ook het geval moeten zijn. Maar het komend jaar hoeven we alleen maar te bewijzen dat het mogelijk is. En het is mogelijk omdat een nulnummer elke willekeurige datum kan hebben en heel goed als voorbeeld kan dienen van hoe de krant er maanden geleden uit had kunnen zien, bijvoorbeeld toen ze die bom lieten ontploffen. We weten al wat er daarna zal gebeuren, maar schrijven erover alsof de lezer dat nog niet weet. En zo zullen al onze onthullingen iets opzienbarends krijgen, iets verrassends, iets orakelachtigs, zou ik bijna willen zeggen. Oftewel, we moeten tegen de opdrachtgever zeggen: zo zou de Morgen eruit hebben gezien als die gisteren was uitgekomen. Duidelijk? En desgewenst zouden we, ook als niemand ooit een bom had gegooid, heel goed een nummer kunnen maken alsof dat wel zo was.’

 

 
Umberto Eco (5 januari 1932 - 19 februari 2016)

Lees meer...

04-01-17

Gao Xingjian, David Berman, Emil Zopfi, Hellmuth Karasek, Fernand Handtpoorter, Andreas Altmann, Doris Kearns Goodwin, Max Eastman, Markus Seidel

 

De Chinese schrijver Gao Xingjian werd geboren op 4 januari 1940 in Ganzhou, in de provincie Jiangxi. Zie ook alle tags voor Gao Xingjian op dit blog.

Uit: Soul Mountain (Vertaald door Mabel Lee)

“In the North, it is already late autumn. Here, however, the summer heat hasn’t completely subsided. Before sunset, it is still quite hot in the sun and sweat starts running down your back. You leave the station to look around. There’s nothing nearby except for the little inn across the road. It’s an old style building with a wooden shopfront and an upstairs. Upstairs the floorboards creak badly but worse still is the grime on the pillow and sleeping mat. To wash, you’d have to wait till it was dark to strip off and pour water over yourself in the damp narrow courtyard. This is a stopover for the village peddlers and craftsmen.
It’s well before dark, so there’s plenty of time to find somewhere clean. You walk down the road with your backpack to look over the little town, hoping to find some indication, a billboard or a poster, or just the name "Lingshan" to tell you you’re on the right track and haven’t been tricked into making this long excursion. You look everywhere but don’t find anything. There were no tourists like you amongst the other passengers who got off the bus. Of course you’re not that sort of tourist, it’s just what you’re wearing: strong sensible sports shoes and a backpack with shoulder straps, no-one else is dressed like you. Of course, this isn’t one of the tourist spots frequented by newlyweds and retirees. Those places have been transformed by tourism, coaches are parked everywhere and tourist maps are on sale. Tourist hats, tourist T-shirts, tourist singlets and tourist handkerchiefs bearing the name of the place are in all the little shops and stalls, and the name of the place is used in the trade names of all the "foreign exchange currency only" hotels for foreigners, the "locals with references only" hostels and sanatoriums, and of course the small private hotels competing for customers. You haven’t come to enjoy yourself in one of those places on the sunny side of a mountain where people congregate just to look at and jostle one another, and to add to the litter of melon rind, fruit peel, soft drink bottles, cans, cartons, sandwich wrappings and cigarette butts. Sooner or later this place will also boom but you’re here before they put up the gaudy pavilions and terraces, before the reporters come with their cameras, and before the celebrities come to put up plaques with their calligraphy. You can’t help feeling rather pleased with yourself yet you’re anxious. There’s no sign of anything here for tourists, have you made a blunder? You’re only going by the map on the cigarette box in your shirt pocket, what if the expert amateur you met on the train had only heard about the place on his travels?“

 

 
Gao Xingjian (Ganzhou, 4 januari 1940)

Lees meer...

03-01-17

Peter Ghyssaert, J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Cicero, Jean Muno, Jacob Balde, John Gould Fletcher, Douglas Jerrold

 

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Rijm

De velden zijn vol rijm vanavond. Als ik nu
verdwaal wil ik jou tegenkomen
en je vragen naar de weg. Wat zou je klein
en stil zijn, vol gebaren en
onuitgesproken tekens. En je handen
koud, nerveus en nauwelijks te bedwingen.
Maar je stem, vader, je stem kan ik
me niet herinneren terwijl je onvermurwbaar
van me wegloopt en je witte haar zich oplost
in de avond als een stukgetrokken nest.

 

 

Reisnecessaire

Ik ken je niet, maar je bent mooi
een golf die op de stenen slaat
bezit je schoonheid niet, en de mist
van water ragfijn over velden
heeft niet dat onaanraakbare
jou eigen; je bent bijna
uit je gezicht afwezig, bijna
vertrokken uit de lijnen
van je voorouders gegeven,
maar voldoende nog aanwezig
om een droom in gang te zetten.
Ik ken je niet, maar je bent mooi;
met jou vertrekkend word ik mooi.

 

 
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

Lees meer...

Smith Henderson

 

De Amerikaanse schrijver Smith Henderson werd geboren op 3 januari 1954 in Montana. Henderson heeft gewerkt als maatschappelijk werker en gevangenisbewaker, evenals voor een reclamebureau en leeft nu als schrijver in Los Angeles. Voor zijn korte verhalen, ontving hij diverse prijzen, waaronder de PEN Emerging Writers Award 2011. Zijn eerste roman "Montana" zorgde op de literatuurpagina's in Amerika voor groot enthousiasme. Het boek werd aanbevolen in een aantal kranten als “Best Books of the Year”, het won de Montana Book Award in 2014 en kwam op verschillende shortlists.

Uit:Fourth of July Creek

"The cop flicked his cigarette to the dirt-and-gravel road in front of the house, and touched back his hat over his hairline as the social worker drove up in a dusty Toyota Corolla. Through the dirty window, he spotted some blond hair falling, and he hiked in his gut, hoping that the woman in there would be something to have a look at. Which is to say he did not expect what got out: a guy in his late twenties, maybe thirty, pulling on a denim coat against the cold morning air blowing down the mountain, ducking back into the car for a moment, reemerging with paperwork. His brown corduroy pants faded out over his skinny ass, the knees too. He pulled that long hair behind his ears with his free hand and sauntered over.
“Name’s Pete,” the social worker said, tucking the clipboard and manila folder under his arm, shaking the cop’s hand. “We’re usually women,” he added, smiling with an openness that put the cop at ill ease.
The cop just replied with his own name-“Eugene”-took back his hand, and coughed into his fist. The social worker pointed at the cop’s badge with his chin, a seven-pointed nickel star with MONTANA chased inside it, mountains on the left, plains on the right, a sun, a river.
“Lookit mine,” Pete said, pulling out a flimsy laminate from his wallet. “I keep telling them I need a badge that don’t look like it came out of a damn cereal box.”
The cop didn’t have a ready opinion about that. He burnished a smudge off his own shield with a plump red thumb and turned toward the house. It abutted a steep hill and was poorly maintained, if at all. Peeling paint, a porch swing dangling from one rusting chain, a missing Windowpane taped over with torn cardboard. Couch cushions, half a blow-dryer, some lengths of phone cable, a plastic colander, and broken crockery littered the yard. Pieces of clothing slung up in the cedar shrubs like crude scarecrows, and the grass erupted in tall disordered bunches, stalks scarecrows, and the grass erupted in tall disordered bunches, stalks shooting through the warped porch boards, at places Window-high. The screen door hung open behind Where the mother and her son sat.
“Shit,” Pete said. “You had to cuff them.”
“That or they’s gonna kill each other.”

 

 
Smith Henderson (Montana, 3 januari 1954)

18:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-01-17

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud, Jean-Bernard Pouy, Luc Decaunes, Ernst Barlach

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

In de Alpen

Het ergste wordt altijd overschaduwd door iets wat nog weer erger is. Nadat haar been was overreden, hoorden we Hansje nooit meer over haar koortslip. Maar het gezeur zat in de familie en toen ik haar in de Alpen over de paden reed, zag ik haar hand toch weer richting mond gaan. Vliegensvlug dook ik naar voren en voor ik het wist kusten we elkaar, zo hevig als ik nooit eerder iemand had gekust. Een bijzonder moment, daar in die Alpen, al werd het helaas verknald. Juist op dat ogenblik keerde Jezus Christus terug op aarde.

 

Ik dook in een baai

Ik dook in een baai. Ik dook in een baai waarvan het water zo troebel was dat ik geen hand voor ogen zag. Ik dook dieper. Ik zwom tot ik licht ontdekte, me naar de oppervlakte bewoog en boven kwam in een klein meer. Op de kant zat een man. Zijn haar was grijs, zijn ogen waren gesloten. Zijn handen hield hij gevouwen in zijn schoot en pas toen ik heel dichtbij hem was, keek hij op. Ik geloof niet dat hij schrok. Hij was ook niet triest. Hij zei: ‘Dit is nou wijsheid. Een huis ga ik er niet van kopen. Een mooie wagen evenmin. Maar op een dag hoop ik er een krab van te tekenen. De mooiste krab die men ooit op de wereld zag.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...

01-01-17

New Year (Ella Wheeler Wilcox)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Vianen, Grote Kerk en Landpoort in de winter door Willem Koekoek, 1880

 

 

New Year

The New Year dawns again upon the earth,
And all our land re-echoes with its mirth.
From east to west, from north to south, we hear
The sounds of merriment and goodly cheer-
With feast and revelry, with dance and song,
The golden hours slip happily along,
And eyes are bright, and hearts are blithe and gay,
And all seems well upon this New Year Day.

Alas! alas! all is not well; for, oh!
White hands will plant the seeds of sin and woe-
Fair maids, with smiles and glances half divine,
Will lift the muddy glass of poison wine
To manly lips, and plead of them to quaff,
And loud will grow the careless jest and laugh;
And firm resolves, that gird up manly hearts
To brave the devil and withstand his arts,
Will fail before these fiends in forms so sweet,
And they will drain the glass and think it meet.

O shame too deep for tongue or pen to tell!
That woman opens wide the door of hell
For man to enter-woman, who should be
As true as truth and pure as purity.

But when they pass the drunkard in the street,
They lift their robes, lest they shall touch his feet,
And turn from him with scornful eye and lip,
Forgetting that perchance some maiden bade him sip-
Bade him with thrilling glance and tender tone,
Until the deadly habit, mighty grown,
Had mastered all his manhood, and he fell
Lower and lower to the depths of hell.

Go shout aloud fair woman's shame, O wind!
Tell it to nature, and to all mankind,
To hill and vale, and every forest tree,
To bird and beast, and to the mighty sea;
And let them all unite and sing her shame,
Until, with streaming eyes and cheeks aflame,
She makes a vow, and calls on God to hear,
That evermore her record shall be clear,
And she, with all her strength, will strive to save
Instead of aiding to the drunkard's grave.

 

 
Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)
Winter in de Rotary Gardens in Janesville, Wisconsin. Ella Wheeler Wilcox werd geboren in het nabijgelegen Johnstown.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

10:57 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, ella wheeler wilcox, romenu |  Facebook |

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Inge Schilperoord, Juan Gabriel Vásquez

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Mijn vader liet zijn afstandsbediening vallen. Het klepje aan de achterkant kwam los, één batterij rolde over de houten vloer. De Turkse commentator sprak lovend over de worp, maar de zangerige woorden gingen langs hem heen. De herhaling liet zijn breedgeschouderde ballerina nogmaals zien. Haar pirouette, die steeds sneller ging en eindigde in een korte, maar verbazing-wekkend sierlijke buiging.
Het was alsof hij mee had gedraaid. Sneller en sneller. En nu zat hij op zijn sofa, verpletterd en verliefd, alsof híj de kogel van vier kilo op zijn kop had gekregen.
Ze heette Betty Heidler en was de houdster van het wereldrecord, dat ze een jaar eerder met 112 centimeter had verbeterd tijdens een internationale wedstrijd in Halle, Duitsland. Het was een warme meidag; haast geen wind, zonnebrillen, korte mouwen. De atlete liep met vederlichte pas naar de ring met groene netten en wierp bijna terloops een astronomische afstand. De kogel sloeg geen krater, maar stuiterde een paar maal op, zoals de kiezels die kinderen in de zomer over het water gooiden van de nabijgelegen Hufeisensee. Tussen de grote wedstrijden werkte ze voor de politie, een donkerblauw uniform met vier sterren op beide epauletten, het rode haar strak in een knot. Polizeihauptmeisterin Heidler.
In Londen wierp Betty Heidler een afstand die goed was voor een bronzen medaille, maar het meetsysteem faalde waardoor de afstand niet kon worden vastgesteld. Het duurde veertig minuten voordat er uitsluitsel kwam. Deze veertig minuten waren als een romantische film voor mijn vader. Zwijmelend keek hij naar de roodharige kogelslingeraarster die steeds weer in beeld werd gebracht, soms bijna in tranen. Haar concurrente, de vlezige Chinese Zhang Wenxiu, had de rode vlag met de gele sterren al om haar brede schouders geslagen en was begonnen aan een ererondje.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...

J.D. Salinger, E. M. Forster, Douglas Kennedy, Rascha Peper, Carry van Bruggen, Paul Hamilton Hayne

 

De Amerikaanse schrijver Jerome David Salinger werd in New York geboren op 1 januari 1919. Zie ook alle tags voor J. D. Salinger op dit blog.

Uit:The Catcher in the Rye

“What I did do, though, I told the waiter to ask old Ernie if he'd care to join me for a drink. I told him to tell him I was D.B.'s brother. I don't think he ever even gave him my message, though. Those bastards never give your message to anybody.
All of a sudden, this girl came up to me and said, "Holden Caulfield!" Her name was Lillian Simmons. My brother D.B. used to go around with her for a while. She had very big knockers.
"Hi," I said. I tried to get up, naturally, but it was some job getting up, in a place like that. She had some Navy officer with her that looked like he had a poker up his ass.
"How marvelous to see you!" old Lillian Simmons said. Strictly a phony. "How's your big brother?" That's all she really wanted to know.
"He's fine. He's in Hollywood."
"In Hollywood! How marvelous! What's he doing?"
"I don't know. Writing," I said. I didn't feel like discussing it. You could tell she thought it was a big deal, his being in Hollywood. Almost everybody does. Mostly people who've never read any of his stories. It drives me crazy, though.
"How exciting," old Lillian said. Then she introduced me to the Navy guy. His name was Commander Blop or something. He was one of those guys that think they're being a pansy if they don't break around forty of your fingers when they shake hands with you. God, I hate that stuff. "Are you all alone, baby?" old Lillian asked me. She was blocking up the whole goddam traffic in the aisle. You could tell she liked to block up a lot of traffic. This waiter was waiting for her to move out of the way, but she didn't even notice him. It was funny. You could tell the waiter didn't like her much, you could tell even the Navy guy didn't like her much, even though he was dating her. And I didn't like her much. Nobody did. You had to feel sort of sorry for her, in a way. "Don't you have a date, baby?" she asked me. I was standing up now, and she didn't even tell me to sit down. She was the type that keeps you standing up for hours. "Isn't he handsome?" she said to the Navy guy. "Holden, you're getting handsomer by the minute." The Navy guy told her to come on. He told her they were blocking up the whole aisle. "Holden, come join us," old Lillian said. "Bring your drink."

 

 
J.D. Salinger (1 januari 1919 – 27 januari 2010)
Cover

Lees meer...

Rüdiger Safranski, Joe Orton, Mariano Azuela, René de Ceccatty, Sven Regener

 

De Duitse schrijver en filosoof Rüdiger Safranski werd geboren op 1 januari 1945 in Rottweil. Zie ook alle tags voor Rüdiger Safranski op dit blog.

Uit: Goethe - Kunstwerk des Lebens

Besucher strömen nach Frankfurt, um dort den schönen, beredten und genialischen jungen Mann zu sehen und zu hören. Eine Generation vor Lord Byron fühlt er sich als Liebling der Götter, und wie jener pflegt auch er poetischen Umgang mit seinem Teufel. Noch in Frankfurt beginnt er mit der lebenslangen Arbeit am »Faust«, diesem kanonischen Drama der Neuzeit. Nach der Genie-Zeit in Frankfurt wird Goethe des literarischen Lebens überdrüssig, riskiert den radikalen Bruch und zieht 1775 ins kleine Herzogtum Sachsen-Weimar, wo er, als Freund des Herzogs, zum Minister aufsteigt. Er dilettiert in Naturforschungen, flüchtet nach Italien, lebt in wilder Ehe – und bei alledem schreibt er die unvergeßlichsten Liebesgedichte, tritt in edlen Wettstreit mit dem Freund und Schriftstellerkollegen Schiller, schreibt Romane, macht Politik, pflegt Umgang mit den Großen aus Kunst und Wissenschaft. Bereits zu Lebzeiten wird Goethe eine Art Institution. Er wird sich selbst historisch, schreibt die – nach Augustins »Confessiones« und Jean-Jacques Rousseaus »Confessions« – für das alte Europa wohl bedeutendste Autobiographie, »Dichtung und Wahrheit«. Doch so steif und würdevoll er sich auch bisweilen gibt, so zeigt er sich in seinem Alterswerk auch als kühner und sardonischer Mephisto, der alle Konventionen sprengt.
Dabei blieb ihm stets bewußt, daß die literarischen Werke das eine sind, ein anderes das Leben selbst. Auch ihm wollte er den Charakter eines Werkes geben. Was ist das – ein Werk? Es ragt aus den Zeitläuften heraus, mit Anfang und Ende, und dazwischen eine festumrissene Gestalt. Eine Insel der Bedeutsamkeit im Meer des Zufälligen und Gestaltlosen, das Goethe mit Schrecken erfüllte. Für ihn mußte alles eine Gestalt haben. Entweder er entdeckte sie, oder er schuf sie, im alltäglichen menschlichen Verkehr, in den Freundschaften, in Briefen und Gesprächen. Er war ein Mensch der Rituale, Symbole und Allegorien, ein Freund von Andeutung und Anspielung – und doch wollte er immer auch zu einem Ergebnis, einer Gestalt, eben zu einem Werk kommen. Das galt besonders bei den Dienstpflichten.”

 

 
Rüdiger Safranski (Rottweil, 1 januari 1945)
Cover

Lees meer...

Rhidian Brook

 

De Britse schrijver Rhidian Brook werd geboren op 1 januari 1964 in Tenby. Zie ook alle tags voor Rhidian Brook op dit blog.

Uit: The Aftermath

“Lewis nodded and waved the captain on, saving his words. The cold and the calories had taught him to ration these.
 “The house belongs to a family called Lubert. Loo-bear-t. Hard ‘T.’ The wife died in the bombings. Her family were bigwigs in the food trade. Connections with Blohm and Voss.
They also owned a series of flour mills. Herr Lubert was an architect. He’s not been cleared yet but we think he’s a probable white or, at worst, an acceptable shade of grey; no obvious direct Nazi connections.”
 “Bread.”
 “Sir?”
 Lewis had not eaten all day and had taken the short leap from “flour mill” to bread without thinking; the bread he pictured in his head was suddenly more present, more real, than the captain stand- ing at the map on the other side of the desk.
 “Go on—the family.” Lewis made an effort to look as if he was listening, nodding and setting his jaw at an inquisitive tilt.
 Wilkins continued: “Lubert’s wife died in ’43. In the firestorm. One child—a daughter. Freda, fifteen years old. They have some staff—a maid, a cook and a gardener. The gardener is a first-rate handyman—ex-Wehrmacht. The family have some relatives they can move in with. We can billet the staff, or you can take them on. They’re clean enough.”
 The process by which the soul-sifters of the Control Commis-sion’s Intelligence Branch assessed cleanliness was the Fragebogen, or questionnaire: 133 questions to determine the degree of a German citizen’s collaboration with the regime. From this, they were categorized into three colour-coded groups—black, grey and white, with intermediate shades for clarity—and dispatched accordingly.
 “They’re expecting the requisition. It’s just a matter of you viewing the place then turfing them out. I don’t think you’ll be disappointed, sir.”
 “You think they will be disappointed, Captain?”
 “They?”
 “The Luberts? When I turf them out.” “They’re not allowed the luxury of disappointment, sir. They’re Germans.”
 


Rhidian Brook (Tenby, 1 januari 1964)

10:35 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: rhidian brook, romenu |  Facebook |

31-12-16

De wagen des tijds (Guido Gezelle)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Winter met schaatsers, arreslee en koek-en-zopie door Andreas Schelfhout, 1857

 

 

De wagen des tijds

Daar kwam er een wagen
vol nachten en dagen,
vol maanden en uren en stonden gereen,
fel trokken en weerden
hen' de edele peerden,
die zesmaal vier hoefijzers kletteren deen.
Al rijdend, al rotsend,
al bokkend
en botsend,
al piepend en krakend, zo vloog hij door stee;
en, als hij was henen
en verre verdwenen,
toen waren de dagen en maanden ook mee.
Het spreken en 't peinzen,
het gaan en het reizen,
en al wat wij deden, 't zij droef, het zij blij;
't mocht tijlijk
of laat zijn,
of goed zijn of kwaad zijn,
't was al op de wagen, 't was alles voorbij.
Toch nimmer vergaat het
en altijd bestaat het,
wat God door zijn heilige gratie ons geeft,
het deugdzame leven
dat is ons gebleven,
al 't ander, hoe zoet en hoe schoon, het begeeft.
Nooit zal ons de wagen
der tijden ontdragen
't sieraad en de rijkdom der edele ziel;
de deugd zal geduren,
schoon rotsen en muren
en torens en al wat maar vallen kan - viel.

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Brugge in de kersttijd. Guido Gezelle werd geboren in Brugge

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Anne Vegter, Arjen Duinker, Bastian Böttcher, Jacob Israël de Haan, August van Cauwelaert, Paula Dehmel

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

We weten nog niet hoe

snel alles, hoe snel je zicht verandert
tot je bent wat je verandert,
hoe snel het kind zich in je opbergt.

We weten nog niet hoe ver alles,
hoe ver de echo van je zang reikt,
hoe ver je gaat of buigt.

We weten nog niet hoe licht alles-
hoe licht het dragen van je geluk-
hoe licht van details het gewicht-

We weten nog niet hoe vaak alles,
hoe vaak de stad schittert in je ogen,
hoe vaak de liefde een daad is van genot.

“Kijk, de stad drijft langs!”
“Zie je iets?”
“Zei je iets?”

Je tekent een bed op het water.
“Wacht je daar op me?”
We weten nog niet wanneer je een godensprong waagt.

 

 

Het geheim van de boekhandelaar

Je verkoopt boeken maar eigenlijk geef je liefde door
je geeft adviezen maar eigenlijk wijs je op vergezichten
je noemt een auteur maar eigenlijk raad je een verlangen
je wacht op een vraag maar eigenlijk stel je vragen

Je verkoopt boeken maar eigenlijk verplaats je taal
je wijst op de kasten maar eigenlijk zijn het horizonnen
je zegt omzet maar eigenlijk fluister je kapitaalbandje
je noemt een titel maar eigenlijk deel je vleugels uit

Je verkoopt boeken maar eigenlijk vertel je verhalen
je wordt getipt maar eigenlijk ben je een lezers lezer
je citeert ‘mooi is de menselijke rede, en onoverwinnelijk’
je bent een eiland maar eigenlijk verkoop je lifelines

 

 
Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

Lees meer...

Nicolas Born, Dieter Noll, Dal Stivens, Connie Willis, Giovanni Pascoli, Marie d'Agoult

 

De Duitse dichter en schrijver Nicolas Born werd geboren op 31 december 1937 in Duisburg. Zie ook alle tags voor Nicolas Born op dit blog.

 

Zeitmaschine

Ohne daß es jemals angefangen hat
bin ich mit einer Menge von Leuten zusammen
Gleichaltrige
meinen Körper scheinen sie für die Heimat zu halten
auch liebe Verstorbene Alte Bekannte
Vielgenannte
Verschollene Auf Rollen Rollende
Zeitamputierte Einbalsamierte Bis auf die Knochen
Geschichtsblamierte
                                  Ich habe das deutliche Gefühl
daß keiner fehlt
        die Büsche teilen sich der Himmel flackert
Gestirne blenden auf das Tier erhebt sich
und die Wolken rennen hin und her
        Wir begegnen einer reisenden Theatergruppe
ein junger Herr Den Tod in den Augen
stellt sich vor: W. Shakespeare
        wie er leibt und schreibt
Oh ja wir kennen ihn alle
        »Warum schreiben Sie« fragt einer von uns
der sich sein Interesse bewahrt hat
        Shake wendet sich angewidert ab
und macht sich an den Kostümen zu schaffen
        »Warum soviel Tod auf so vielen Brettern?«
Das scheint hier irgendwie nicht anzukommen.
Eine von unseren Damen Deren Schwierigkeiten
        technische Schwierigkeiten sind Sagt
»Wir kommen an der historischen Distanz nicht vorbei«
        Sie ist bekannt dafür daß sie in Krisen
hysterisch reagiert
                              Wie ein Bleistift gehen wir
durch die Zeit
        »Mir ist« rufe ich »als träten wir auf der Stelle«
»Schon möglich« brummt ein Vierschrötiger
        Gleich erscheinen wir als helle Punkte
im technischen Zeitalter
in einer riesigen Haschischwolke besetzt von
kichernden Industriellen
»Es ist zum Piepen Es ist
zum Piepen«
        Berlin 10.30 Uhr Guten Tag Nehmen Sie Platz!
Es handelt sich um einen Herrn von der Volkshochschule
der mich abdrängt und ruft »Ich bin immer für
        die Trennung von Werk und Autor eingetreten«
Ich erzähle ihm unvermittelt eine Geschichte
        aus der Kindheit meiner Mutter
ein schlagender Beweis meiner Ganzheit
        und wirklich ist sein Schweigen vieldeutig.
Aus dieser Ewigkeit dämmert er herauf in braunem
        Cord »Kennen Sie César Vallejo in der Nachdichtung
des Hans Magnus Enzensberger?«
        Vermutlich weiß er daß man ihn für diese Frage
gern haben könnte Er protzt und sollte gegangen sein
        »Wenn Sie nicht bald verschwinden« protze ich
»mache ich Sie zur Zeile«
        Aber er besteht auf einem Zitat
». . .wär ich nicht geboren, eine andere arme Haut
würde diesen Kaffee trinken!«

 

 
Nicolas Born (31 december 1937 – 7 december 1979)
Duisburg, oudejaarsavond

Lees meer...

Irina Korschunow, Nicholas Sparks, Gottfried August Bürger, Alexander Smith, Horacio Quiroga, Stephan Krawczyk, Kingbotho

 

De Duitse schrijfster Irina Korschunow werd geboren op 31 december 1925 in Stendal in Sachsen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Irina Korschunow op dit blog. 

Uit: Langsamer Abschied

„Aber woher sollte ich wissen, was in Pierres zerstörtem Hirn vor sich gegangen war in der letzten Phase und ob er sich auch jetzt noch die grüne Wiese gewünscht hätte oder doch lieber ein Grab hinter der alten Dorfkirche. Eins konnte so richtig oder falsch sein wie das andere, es gab keine schriftlichen Verfügungen. Weil aber Schwester Gudas Entschlossenheit jeden Einwand zunichte gemacht hatte, stand nun der blumenumwucherte Sarg an dem Altar, wo Pastor Kröger, ein etwas mickriger Mann mit erstaunlich sonorer Stimme, darauf beharrte, den langen Leidensweg eine göttliche Prüfung wie die des Hiob zu nennen, un- erträglich, dieser Vergleich. Nein, das nicht, dachte ich oder murmelte es sogar, denn Schwester Guda neben mir, aufrecht, ihre frisch gestärkte Haube über dem Scheitel, griff nach meiner Hand, es sei doch eine schöne Predigt, der Herr Professor würde sich freuen.
Ich war ohne verwandtschaftlichen Tross gekommen, zwei Einzelkinder, Pierre und ich, jeder von uns hatte nur den anderen gehabt. Nun saß ich allein inmitten der Menge, die darauf wartete, Erde hinter ihm herzuwerfen, Nachbarn aus dem Ort, in dem wir unser Haus gebaut hatten, die Universität mit ihrem Umfeld, sein Institut natürlich in voller Besetzung, dazu die große Zahl der Freunde und Weggefährten aus vergangenen Zeiten, viel zu viele Menschen für die kleine Friedhofskapelle. Sie drängten sich in den Bankreihen und an den Wänden, und während die Predigt weiterhin um Hiob kreiste, sah ich plötzlich Leo unter der Empore stehen. Unsere Blicke trafen sich, ich wandte mich ab, warum musste er kommen nach allem, was passiert war. »Lass ihn endlich los«, hatte er gesagt, »es ist doch Zeit, wirf dich nicht immer wieder dazwischen«, und nun stand der Sarg am Altar, nein, Leo hätte nicht kommen dürfen.“

 

 
Irina Korschunow (31 december 1925 – 31 december 2013)
Cover

Lees meer...