06-01-16

Benedikt Livshits

 

De Russische dichter, schrijver en vertaler Benedikt Konstantinovich Livshits werd geboren op 6 januari 1887 in een ​​geassimileerd joods gezin in Odessa. Hij studeerde rechten aan de Universiteit van Novorossia en vervolgens naar de universiteit van Kiev, waar hij afstudeerde in 1912. Hij werd opgeroepen voor het Russische leger en diende in het 88ste Infanterie Regiment. In 1914 werd hij opnieuw opgeroepen en diende bij de infanterie tijdens Wereldoorlog I, waarvoor hem het het kruis van St. George werd verleend. Zijn eerste dichtbundel werd in 1909 gepubliceerd in een Bloemlezing van de moderne poëzie (Kiev) In 1910 werkte hij voor symbolistische kunsttijdschrift Apollon van Sergei Makovsky. Samen met Wladimir Burliuk, David Boerljoek, Vladimir Majakovski, Vasily Kamensky en Alexandra Exter was hij lid van de Futuristische groep Gilea. In 1933 publiceerde hij een boek met memoires “De anderhalf-ogige boogschutter”, dat wordt beschouwd als een van de beste geschiedenissen van het Russische Futurisme. In 1934 verscheen een groot boek met vertalingen van Franse poëzie, Van romatiek tot surrealisme. In 1937, tijdens de Grote Zuivering, werd hij gearresteerd en op 21 september 1938 geëxecuteerd als een "vijand van het volk". Zijn dossier werd vervalst om te verklaren dat hij stierf aan hartfalen op 15 mei 1939.

 

Palace Square

Hooves in the air, and the arch
Of a scarletstoned throat,
And the fatal firepool
Of buildings drugged on sunset:

Foreigners expelled
From the kingdom of crimson
Must burst from the flame of the palace
Like black solar flares.

Not the color of a jellyfish
But a heart gushing blood
Lies on the circular plaza:
Let no one judge the widow's fate.

And what Russian wouldn't understand
What heart lies in the grey body,
When the column's sovereign flight
Is but the axle of a cruel carousel?

Your murmurs alone, Neva,
Like a splashing that pleases her little,
The proud widow cherishes
Under the bloodless dome of Headquarters:

By morning the herald will dash into
The marine lilac, the grey break,
And the golden iris of the Admiralty
Will bloom at last.

 

 

 
Benedikt Livshits (6 januari 1887 - 21 september 1938)

 

10:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: benedikt livshits, romenu |  Facebook |

05-01-16

Umberto Eco, Peter Zingler, Paul Ingendaay, Ngũgĩ wa Thiong'o, László Krasznahorkai, Luisa Futoransky, Forough Farokhzad

 

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook alle tags voor Umberto Eco op dit blog.

Uit: The Mysterious Flame of Queen Loana (Vertaald door Geoffrey Brock)

„Yet every so often it was as if I had opened my eyes and were seeing flashes. I could hear voices: "Strictly speaking, Signora, it isn't a coma....No, don't think about flat encephalograms, for heaven's sake....There's reactivity...."
Someone was aiming a light into my eyes, but after the light it was dark again. I could feel the puncture of a needle, somewhere. "You see, there's withdrawal..."
Maigret plunges into a fog so dense that he can't even see where he's stepping....The fog teems with human shapes, swarms with an intense, mysterious life. Maigret? Elementary, my dear Watson, there are ten little Indians, and the hound of the Baskervilles vanishes into the fog.
The gray vapor was gradually losing its grayness of tint, the heat of the water was extreme, and its milky hue was more evident than ever...And now we rushed into the embraces of the cataract, where a chasm threw itself open to receive us.
I heard people talking around me, wanted to shout to let them know I was there. There was a continuous drone, as though I were being devoured by celibate machines with whetted teeth. I was in the penal colony. I felt a weight on my head, as if they had slipped the iron mask onto my face. I thought I saw sky blue lights.
"There's asymmetry of the pupillary diameters."
I had fragments of thoughts, clearly I was waking up, but I could not move. If only I could stay awake. Was I sleeping again?
Hours, days, centuries?
The fog was back, the voices in the fog, the voices about the fog. Seltsam, im Nebel zu wandern! What language is that? I seemed to be swimming in the sea, I felt I was near the beach but was unable to reach it. No one saw me, and the tide was carrying me away again.”

 

 
Umberto Eco (Allasandria, 5 januari 1932)

Lees meer...

Xu Xiake

 

De Chinese schrijver Xu Xiake werd geboren op 5 januari 1587 in Jiangyin (provincie Jiangsu). Volgens de overlevering moedigde zijn moeder hem aan om te reizen en dit vormde Xu's voorkeuren. Zijn bijnaam is Zhenzhi. Xiake was een alternatieve bijnaam die hem door zijn vriend Chen Jiru werd gegeven en het betekent "iemand die is in wolken van de zonsondergang". Zijn andere vriend, Huang Daozhou gaf Xu een alternatieve bijnaam: Xiayi, hetgeen betekent “Ongebreidelde in de wolken van de zonsondergang". Op zijn reizen door China reisde hij met een bediende genaamd Gu Xing. Hij werd geconfronteerd met vele ontberingen langs de weg, zodat hij vaak afhankelijk was van de bescherming van de lokale geleerden die hem hielpen, wanneer hij weer eens was beroofd van al zijn bezittingen. Lokale boeddhistische abten van de verschillende plaatsen die hij bezocht betaalden hem vaak geld om de geschiedenis van hun plaatselijke klooster op te schrijven. Van de besneeuwde bergpassen van Sichuan, de subtropische jungles van Guangxi en Yunnan tot de bergen van Tibet, schreef Xu Xiake over al zijn ervaringen en leverde daarbij een enorme hoeveelheid schriftelijke details van zijn observaties. Het schriftelijke werk van Xu Xiake, de reisverhalen en dagboeken bevat 404.000 Chinese karakters, een enorm werk voor een enkele auteur van zijn tijd. Xu reisde 30 jaar lang door de provincies van China, vaak te voet, om zijn enorme geografische en topografische verhandeling te schrijven en de verschillende details van zijn reizen te documenteren. In Guizhou ontdekte hij de ware bron van de Xi Jiang (Westrivier). Xu deed ook de belangrijke constatering dat het Jinsha riviernetwerk - en niet de Min of Yalong - de ware bovenloop vormden van de Yangtze-rivier, en corrigeerde zo een oude fout in de Chinese geografie. De verslagen van zijn reizen werden postuum gebundeld in de Reisdagboeken van Xu Xiake, en zijn werk werd vertaald door Ding Wenjiang. Xu's werk valt onder de oude Chinese literaire categorie 'reisdagboek literatuur'. 
 

Uit: The Travel Diaries of Xu Xiake

After spending a long period in a malarial region, my head and limbs were covered in spots which gathered up in piles in the folds of my skin, while my left ear and left foot twitched from time to time. Two weeks before, I had thought it was a parasite but in fact there was none. When I arrived here, I knew it was feng, and that I was suffering from a lack of medicine. The water in this hot spring was deep and simmering with medicinal herbs, so I soaked and steamed myself for a long time. The sweat poured off me like rain. This was an excellent way of curing feng: having had the good fortune to come across this hot spring so suddenly, I knew there was a good chance of clearing up my illness.
(…)

The celebrated white pine is in the court at the rear of the temple. Legend has it that the three maidens shed their mortal bodies here. It takes four people with outstretched arms to surround the mighty trunk of this pine, from which three huge branching trunks shoot clear up out of a circle of stone railings into the clouds. The bark is as smooth as congealed lard and its whiteness is like face powder. To the north is a pavilion with poems of appreciation written all over it, and there I lingered a long while. Looking down where the gorge makes an abrupt drop, I saw water dripping from an overhanging crag.”
(…)

I returned to the temple for meal. And after it, I looked for a raft to cross a stream. Walking along the stream at the foot of the mountain, I found steep cliffs and overhanging rocks all around about with trees and vines twisting and droopling on them, most of which were crabapples andd redbuds. They cast their shadows down over the stream. Gusts of winds blew over, giving out fragrance of magnolias.
Before I realized it that I had come to the entrance to the mountain. The rocks upward straightly came out of the bottom of the stream, with torrent deep running swiftly. There saw no land around them. Holes which could only hold half of a man’s toes had been bored on the rocks so that travelers could cilmb up easily. With my back bent, I began to climb up with great great horror."

 

 
Xu Xiake (5 januari 1587 - 8 maart 1641)

18:15 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: xu xiake, romenu |  Facebook |

Joris van Casteren

 

De Nederlandse schrijver, dichter en journalist Joris van Casteren werd geboren in Rotterdam op 5 januari 1976. Hij studeerde aan de Utrechtse School voor Journalistiek en later filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Op jonge leeftijd was hij werkzaam bij regionale kranten als Dagblad Flevoland en de Zwolse Courant. Daarna werd hij redacteur bij het weekblad De Groene Amsterdammer, alwaar hij tot september 2002 in dienst bleef. Bij De Groene verwierf hij zich een reputatie met grote reportages. In 1999 reisde hij naar Nigeria, waar hij vier reportages schreef die later gebundeld werden in Redactie binnenland (2001), een met de Dick Scherpenzeelprijs 1999 onderscheiden Groene-reeks. Van Casteren was medewerker van NRC Handelsblad en tot 2006 redacteur bij Vrij Nederland. In 2004 won hij het Gouden Pennetje voor zijn reportages. Hij schreef voor Hollands Diep, en schrijft nu als freelancer voor onder andere HP de Tijd, nrc.next en De Correspondent Naast zijn werkzaamheden als journalist was Van Casteren redacteur van de Poëziekrant en publiceerde hij gedichten in onder meer Maatstaf en Passionate. Zijn poëzie werd onder meer gebloemleesd in “De 100 beste gedichten van 2001” en in “Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw” (2004) van Gerrit Komrij. Begin september 2010 werd hij door enkele inwoners van Lelystad aangeklaagd wegens belediging naar aanleiding van het deels autobiografische “Lelystad” (2008), dat werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2009. In 2011 verscheen zijn nieuwe non-fictie boek, “Het zusje van de bruid”, over zijn mislukte liefdesrelatie met een drugsverslaafd borderline-meisje. In 2013 verscheen het boek 'Het been in de IJssel', waarin Van Casteren op zoek gaat naar de eigenaar van een linker onderbeen dat ter hoogte van Wijhe in de rivier werd gevonden door een visser. Het boek werd genomineerd voor de Bob den Uyl-prijs

Uit: Lelystad

“Onze systeemwoning in de Gondel was van witte baksteen. Er stond een oranje puntdak op dat doorliep tot vlak boven de grond. Door dat puntdak hadden bijna alle kamers in het huis schuine muren. Ook de ramen liepen schuin af. Het was lastig om gordijnen op te hangen.
Deze vreemde rijtjeshuizen stonden in een hofje dat met nummer 34 werd aangeduid. Auto’s konden niet bij de huizen komen, die moesten vooraan op een parkeerplaats blijven staan.
Om variatie in de eenvormige woningen aan te brengen versierden bewoners hun gevels met frivole objecten: hoefijzers, wagenwielen of beschilderde klompen met bloemetjes erin. De een legde een recht voetpad in zijn voortuin aan, de ander gebruikte brokken lavasteen.
Voor ons huis was een vierkant pleintje met een klimrek. Onder het klimrek lagen rubberen tegels. Er stonden twee jongens op het pleintje. De een had een bril, de ander zwarte krullen. Ze keken hoe wij onze spullen van de parkeerplaats naar het huis tilden.
Ik kreeg een kamer aan de achterkant. De muur was schuin en het raam was schuin. Zonlicht viel in vreemde vlakken binnen. Als ik uit het raam keek, zag ik een fietspad, een grasveld, rozenbottelstruiken, een verzamelplaats voor rolcontainers en de parkeerplaats van het hofje aan de overzijde.
Mijn vader hielp ons verhuizen. In een werkoverall zat hij op zijn knieën op de betonnen vloer. Hij legde wit nopjeszeil in mijn kamer en timmerde een degelijk bureau in elkaar. De nieuwe vriendin van mijn moeder hielp ook met verhuizen. Ze heette Gemma. Ze had grijs haar, zware borsten en een bril met een touwtje. ‘Jongens, jongens,’ zei ze als ze iets zwaars tilde.
Mijn moeder was Gemma tegengekomen in het vrouwentrefcentrum toen het uitging met Jacobien Borst. Gemma reed in een deux-chevaux en droeg vaak een rieten mandje. In het rieten mandje zaten kaas en melk, die ze kocht bij het Nationaal Geiten Centrum, een biologische geitenboerderij aan de rand van Lelystad.
Gemma woonde in een goede buurt in het oosten van de stad. Ze was van haar man gescheiden toen ze ontdekte dat ze op vrouwen viel. Na de scheiding stierf de man aan een longkwaal. Mijn vader vond het niet raar dat mijn moeder een relatie met een vrouw had. ‘Ik heb daar niet echt een oordeel over,’ zei hij op een keer tegen mij.”

 

 
Joris van Casteren (Rotterdam, 5 januari 1976)

18:05 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joris van casteren, romenu |  Facebook |

04-01-16

Gao Xingjian, David Berman, Emil Zopfi, Hellmuth Karasek, Fernand Handtpoorter, Andreas Altmann

 

De Chinese schrijver Gao Xingjian werd geboren op 4 januari 1940 in Ganzhou, in de provincie Jiangxi. Zie ook alle tags voor Gao Xingjian op dit blog.

Uit: Buying a Fishing Rod for my Grandfather (The Temple, Vertaald door Mabel Lee)

“We were deliriously happy: delirious with the hope, infatuation, tenderness, and warmth that go with a honeymoon. Fangfang and I had planned the trip over and over, even though we had only half a month off: ten days of wedding leave, plus one week of additional work leave. Getting married is a major event in life, and for us nothing was more important, so why not ask for some extra time? That director of mine was so miserly: anyone who went to him requesting leave had to haggle; there were never instant approvals. The two weeks I had written in my application he changed to one week, including a Sunday, and it was with reluctance that he said, "I'll expect you to be back at work by the due date."
"Of course, of course," I said. "We wouldn't be able to afford the salary deduction if we stayed any longer." It was only then that he signed his name, thereby granting us permission to go on leave.
I wasn't a bachelor anymore. I had a family. I would no longer be able to go off to restaurants with friends as soon as I got paid at the beginning of the month. I wouldn't be able to spend so recklessly that by the end of the month I wouldn't have the money to buy a pack of cigarettes and would have to go through my pockets and search the drawers for coins. But I won't go into all that. I'm saying that I – we – were very happy. In our short lives, there hadn't been much happiness. Both Fangfang and I had experienced years of hardship, and we had learned what life was all about. During those catastrophic years in this country, our families suffered through many misfortunes, and to some extent we still resented our generation's fate. But I won't go into that, either. What was important was that we could now count ourselves happy.
We had half a month's leave, and although it was only half a honeymoon, for us it couldn't have been sweeter. I am not going to go into how sweet it was. You all know about that and have experienced it yourselves, but this particular sweetness was ours alone. What I want to tell you about is the Temple of Perfect Benevolence: "perfect" as in "perfect union," and "benevolence" as in "benevolent love." But the name of the temple is not really of great importance.”

 

 
Gao Xingjian (Ganzhou, 4 januari 1940)

Lees meer...

Juliana Spahr

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres, critica en uitgeefster Juliana Spahr werd geboren in 1969 in Chillicothe, Ohio. Spahr behaalde haar BA aan Bard College en haar PhD in Engels aan de Universiteit van Buffalo, The State University van New York. Ze heeft gedoceerd aan Siena College (1996-7), de Universiteit van Hawaï in Manoa (1997-2003), en Mills College (2003-). Samen met Jena Osman gaf van 1993 tot 2003 het kunsttijdschrift “Chain” uit. Spahrs deelname in de Occupy Movement in 2011 is opgetekend in haar 2015 boek “That Winter The Wolf Came.”Volgens Spahr zelf bracht ze wel tijd door in de kampementen en nam zij deel aan de protesten, hoewel zij en haar zoon "er nooit de nacht hebben doorgebracht." In haar werk onderzoekt zij sociale kwesties, met inbegrip van de gevolgen van de BP olieramp, de wereldwijde impact van 9/11, het kapitalisme, en klimaatverandering. Ze maakt gebruik van poëzie als een mechanisme om de culturele erkenning en vertegenwoordiging te krijgen bij sociale bewegingen en politieke acties. Naar aanleiding van de Occupy-beweging, het neerschieten door de politie van Oscar Grant, Eric Garner en Mike Brown, en de 2009 California collegegeld wandelprotesten startte Spahr samen met Jasper Bernes en Joshua Clover het uitgeef-project “Commune Editions , Het project werd opgericht met de bedoeling om gedichten te publiceren als aanvulling op politieke actie. Spahr ontving de 2009 Hardison Poëzieprijs van de Folger Shakespeare Library.

 

Narrative

The water is blackish, green, and dark.
It gathers from its separated state, gathers from rain, gathers into stream.
It gathers in the mountain.
It gathers then travels, collects to become brackish.
Water travels, falls over a cliff, is falling.
Water is falling.
Falling onto rocks.
Because water falls it is.
Because water streams it is.
Because water collects into a pool it is narrative.
The pool is cold.
The pool is sheltered from sun by a cliff.
The pool is filled with rocks.
Water gathers over rocks, on rocks.
Moss gathers over rocks, on rocks.
Three arrive at this scene.
This scene where water is cold.
Where rocks are mossy.
When the three enter the pool their feet slip on rocks that are mossy.
As they slip, they slip deeper into water.
Slip on mossy coldness.
Slip into water so cold it makes their chest close.
Slip deeply in.
Water gathers them, gathers them by their slipping.
Water covers them.
Because water is brackish it is narrative.
Because water is brackish they don't open their mouths.
Because water is brackish they are closed in their immersion.
They do immerse.
But they don't open as they swim to falling water.
They stand beneath falling water.
Water beats down on them.
Beats on their shoulders.
Beats on their heads. Beats on them.
They stand beneath water that is a roar of a falling.
They stand in roar, in narrative.
But water is brackish.
So they do not kiss.
Do not open their mouth beneath the waterfall.
They let brackish water fall over them.
Over their heads.
Over their lips.
Over their eyes.
Over their ears.
Over their hands which they hold up to feel the roar landing into their palms.
Down their body.
Brackish water.
Closed bodies.
Water gathers them to this place, this narrative place.
Water covers them and they are covered with brackish water.
They do immerse.
They don't open.
Immersion seals them off.
There is no open mouth.
No opening.
No exchanging.
Because it is brackish it is narrative falling over them.
It falls over.
It falls over them.
Sealed yet together.
They have come together with brackish.
They have let brackish wash over then even if they don't let it inside.
Because water falls it is narrative.
Because they are immersed it is narrative.
Because they love each other while separated it is narrative.
Because the rocks are slippery with green moss it is narrative.
Because they slip on the rocks it is narrative.
Because they slip deeper into water.
Because they allow the slip, are prepared for the slip and love its immersion it is narrative. Because it involves love it is narrative.
Because it leaves them alone it is narrative.

 

 
Juliana Spahr (Chillicothe,1969)

17:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: juliana spahr, romenu |  Facebook |

03-01-16

Peter Ghyssaert, J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Jean Muno, Cicero, Drieu la Rochelle

 

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Elegie

In de schaduw van de avond kwamen dan twee
die vertelden dat zijn vader op sterven lag; hij volgde
hen gedwee. Het licht was vreemd; een tere
groene schijn was in de hemel en stilte regeerde
boven twee die aangenaam verdoofd waren,
hun mededeling ver van hen gedragen en gelost -
en een in wie het stormde als in een versomberd bos.

Zo kwamen zij aan bij een wit gebouw;
de avond vluchtte door de witte deuren
witte gangen in waar het toch donker bleef
en schuin over een kamer stond een raam
waarin het buitenlicht steeds heller scheen
naarmate donkerte hém voorstroomde, hém lostrok
uit dat licht, die fluisterende kamer in.

 

 

Léman

Op zondagmiddag, aan de kade van een glasgroen, Zwitsers meer:
het zonlicht als een vijl, de wandelaars spits en schitterend en dui-
ven, imbeciel, altijd verdwaald in kluwens, maar te lui voor angst. Er
dalen trapjes naar het water, lichaam drinkend van zichzelf. Een
kind staat in damp gekleed.

Kom, huiver; klim als een beginner langs het flakkeren rumoer van
duiven naar de koude die ons, nodigend, met zijn gebrek beloont en
ons vergeet.

 

 

 
Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

Lees meer...

Henry Handel Richardson, Xavier Orville, Jacob Balde, Wolf von Aichelburg, Elsa Asenijeff, John Gould Fletcher

 

De Australische schrijfster Henry Handel Richardson (eig. Ethel Florence) werd geboren op 3 januari 1870 in Melbourne. Zie ook alle tags voor Henry Handel Richardson op dit blog.

Uit:The Getting of Wisdom

“And Laura? ... In Laura's case, no kindly Atropos snipped the thread of her aspirations:these, large, vague, extemporary, one and all achieved fulfilment; then withered off to make room for more. But this, the future still securely hid from her She went out from school with the uncomfortable sense of being a square peg, which fitted into none of the round holes of her world; the wisdom she had got, the experience she was richer by, had, in the process of equipping her for life, merely seemed to disclose her unfitness. She could notthen know that, even for the squarest peg, the right hole may ultimately be found; seeming unfitness prove to be only another aspect of a peculiar and special fitness. But, of the after years, and what they brought her, it is not the purport of this little book to tell. It is enough to say: many a day came and went before she grasped that, oftentimes, just those mortals who feel cramped and unsure in the conduct of everyday life, will find themselves to rights, with astounding ease, in that freer, more spacious world where no practical considerations hamper, and where the creatures that inhabit dance to their tune: the world where are stored up men's best thoughts, the hopes, and fancies; where the shadow is the substance, and the multitude of business pales before the dream.”

 

 
Henry Handel Richardson (3 januari 1870 – 20 maart 1946)
Henry Handel Richardson afdeling in het Chiltern Athenaeum Museum

Lees meer...

Douglas Jerrold, Charles Palissot de Montenoy, Heinrich Wilhelm von Gerstenberg, Hermann von Weinsberg, Sven Kivisildnik

 

De Engelse schrijver Douglas William Jerrold werd geboren op 3 januari 1803 in Londen. Zie ook alle tags voor Douglas Jerrold op dit blog.

Uit: Mrs. Caudle's Curtain Lectures 

"Next Tuesday the fire-insurance is due.I should like to know how it's to be paid?Why, it can't be paid at all!That five pounds would have more than done it--and now, insurance is out of the question. And there never were so many fires as there are now.I shall never close my eyes all night,--but what's that to you, so people can call you liberal, Mr. Caudle?Your wife and children may all be burnt alive in their beds--as all of us to a certainty shall be, for the insurance MUST drop . And after we've insured for so many years!But how, I should like to know, are people to insure who make ducks and drakes of their five pounds?
"I did think we might go to Margate this summer.
There's poor little Caroline, I'm sure she wants the sea.But no, dear creature! She must stop at home--all of us must stop at home--she'll go into a consumption, there's no doubt of that; yes--sweet little angel!--I've made up my mind to lose her, NOW.The child might have been saved; but people can't save their children and throw away their five pounds too.
"I wonder where poor little Mopsy is!
 While you were lending that five pounds, the dog ran out of the shop.You know, I never let it go into the street, for fear it should be bit by some mad dog, and come home and bite all the children.It wouldn't now at all astonish me if the animal was to come back with the hydrophobia, and give it mto all the family.However, what's your family to you, so you can play the liberal creature with five pounds?

 

 
Douglas Jerrold (3 januari 1803 – 8 juni 1857)
Portret door Sir Daniel Macnee, 1853

Lees meer...

02-01-16

Nyk de Vries, Jimmy Santiago Baca, David Shapiro, André Aciman, Look J. Boden, Anton van Duinkerken, Hans Herbjørnsrud

 

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Natuur

Het beeldscherm had me dusdanig geconditioneerd dat ik soms, wanneer ik een boek las, een ouderwets boek, ik in een van de hoeken keek hoe laat het was, Eens, toen ik door de natuur liep, merkte ik dat ik wegdroomde en met mijn hand probeerde de flora en fauna weg te klikken, Een paar maanden geleden op een feestje, tijdens de karaoke, legde een expert me uit dat het niet heel lang meer hoefde te duren voor het zover was. Hij huilde toen hij het me vertelde. Hij hield ervan, van die gekke ouwe natuur.

 

Goedkoop

Dure woorden zeiden me niks. Ik hield van de goedkope metafoor: een woeste man die in zijn leven een rivier volgt en aan het eind ervan uitkomt bij de zee. Ik was sowieso een goedkoop type. Ook in de liefde moest het altijd voor een prikje. Ik ging met vrouwen die zelf ook weinig uittrokken voor hun liefdesleven. En wanneer ik het toch een keer duur speelde, wanneer ik toch eens een kast van een huis binnendrong, dan doorzagen de lui van de beau monde me al snel. Ze merkten dat ik ver-kleed ging, zodat ik zonder pardon weer naar buiten werd getrapt. Ik was een aap - iemand uit de natuur. Nog steeds eigenlijk.

 

 
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

Lees meer...

Peter Redgrove, Christopher Durang, Jean-Bernard Pouy, Isidoor Teirlinck, Gerhard Amanshauser, Luc Decaunes

 

De Britse dichter Peter William Redgrove werd geboren op 2 januari 1932 in Kingston upon Thames, Surrey. Zie ook alle tags voor Peter Redgrove op dit blog.

 

The Curiosity-Shop

It was a Borgia-pot, he told me,
A baby had been distilled alive into the pottery,
He recommended the cream, it would make a mess of anybody’s face;
My grief moved down my cheeks in a slow mass like ointment.

Or there was this undine-vase, if you shook it
The spirit made a silvery tinkling inside;
Flat on the table, it slid so that it pointed always towards the sea.
A useful compass, he said.
I could never unseal this jar, tears would never stop flowing towards
the sea.

Impatiently he offered me the final item, a ghoul-sack,
I was to feed it with rats daily unless I had a great enemy
Could be persuaded to put his head inside;
That’s the one! I said.
That’s the sackcloth suit sewn for the likes of me
With my one love’s grief, and my appetite for curiosity.

 

 
Peter Redgrove (2 januari 1932 – 16 juni 2003)

Lees meer...

Ulrich Becher, Ernst Barlach, Blaga Dimitrova, Wilhelm Bölsche, Paul Sédir, Philip Freneau

 

De Duitse schrijver Ulrich Becher werd geboren op 2 januari 1910 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Ulrich Becker op dit blog.

Uit: Murmeljagd

„Wissen Sie, Gnädige Frau, es hat wirklich gar keinen Sinn, sentimental zu sein.«
Der Spruch war nicht von mir. Nur eine Floskel aus dem Puppenspiel KASPERL UND DIE BÜRGERLICHE KRAPFENBÄCKERSWITWH. Floskel, die an sich witzlos, vom Kaspcrl gcquäkt und aus der besondren Situation heraus gebracht, stets ein Lacherfolg gewesen war im Wiener Prater-Kasperltheater des Professors Salambutschi: auf halbem Weg etabliert zwischen KOLARIK’S SCHWEIZERHAUS und der NEUEN GEISTERBAl-IN.
Wissen Sie, Gnädige Frau, es hat wirklich gar keinen Sinn, sentimental zu sein-, quäkte ich an diesem verfluchten Abend Ende Mai, was für ein Mai ? wieso nannte sich das Mai? Hatte mit meinem sehstarken Aug den Felsblock am Uferpfad erspäht, Klippe, deren Überhang wie ein Sprungbrett aufs fast unsichtbare Wasser hinauszackte, und die weißliche Erscheinung, das konnt ihr safrangclbes Trikotkleid sein, sie hatte noch ein hellblaues mit, aber heut abend das gelbe angehabt, als sie sich Auf Englisch von der Acla Silva verdrückt hatte. Ich war die Klippe angesprungen mit allen vieren und am kaltglitschigen Stein abgerutscht und hatte mir die rechte llandfläehe leicht geschranunt und das linke Knie leicht geprellt und mich in kaltsehwammiges Moos gekrallt und emporgezogen und war auf Knien zum >Sprungbrett< vorgerutscht, im geprellten Knie rauhen Schmerz, der nicht schmer7te, und hatte etwas Rund-Weich-Kaltes, etwas wie einen halberlrorenen Pfirsich, ertastct, die Wange der Frau, und mit beiden Armen die apathisch Kauernde umpackt und gekeucht. Und das kaltfeuchte Schauern aus dem lichtlosen Wasser und das maschinengewehrartige Tacktack fliegenden Pulses, das in meiner Stirnnarbenmulde klopfte, und der Schweiß, unter meinem Hemd niederkitzelnd, und die rauhe Quikstimme, die mir selber fremd klang, wie verstellt, wie die des Puppenspielers Prof. Salambutschi:
„Wissen Sie wirklich, Gnädige Frau, sentimental zu sein, das hat doch gar keinen Sinn. Weil die - weil d-i-e den Maxim Grabscheidt in Dachau umgebracht haben, deswegen wollen S-i-e ins eiskalte Wasser gehn wie eine geschwängerte Dienstmagd aus einem Dreigroschenroman von anno Schnee?“

 

 
Ulrich Becher (2 januari 1910 – 15 april 1990)

Lees meer...

01-01-16

Neujahrslied (Johann Peter Hebel)

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 
Wandelaars op de Witte Brug te Den Haag in de winter
door Willem Bastiaan Tholen, rond 1926

 

 

Neujahrslied

Mit der Freude zieht der Schmerz
traulich durch die Zeiten.
Schwere Stürme, milde Weste,
bange Sorgen, frohe Feste
wandeln sich zu Zeiten.

Und wo eine Träne fällt,
blüht auch eine Rose.
Schon gemischt, noch e wir's bitten,
ist für Throne und für Hütten
Schmerz und Lust im Lose.

War's nicht so im alten Jahr?
Wird's im neuen enden?
Sonnen wallen auf und nieder,
Wolken gehn und kommen wieder
und kein Mensch wird's wenden.

Gebe denn, der über uns
wägt mit rechter Waage,
jedem Sinn für seine Freuden,
jedem Mut für seine Leiden
in die neuen Tage,

jedem auf dem Lebenspfad
einen Freund zur Seite,
ein zufriedenes Gemüte
und zu stiller Herzensgüte
Hoffnung ins Geleite!

 

 

 
Johann Peter Hebel (10 mei 1760 – 22 september 1826)
Basel. Johann Peter Hebel werd geboren in Basel

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

15:51 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: nieuwjaar, johann peter hebel, romenu |  Facebook |

Ernest van der Kwast, Adonis, Jonas T. Bengtsson, Chantal van Gastel, Juan Gabriel Vásquez, Paul Hamilton Hayne

 

De Nederlandse schrijver Ernest van der Kwast werd geboren in Bombay, India, op 1 januari 1981. Zie ook alle tags voor Ernest van der Kwast op dit blog.

Uit: De IJsmakers

“Vlak voor zijn tachtigste verjaardag werd mijn vader verliefd. Het was liefde op het eerste gezicht, liefde die als een donderslag uit het niets komt, een bliksemstraal die een boom velt. Mijn moeder belde me op. 'Beppi heeft zijn verstand verloren,' zei ze.
Het gebeurde tijdens de live-uitzending van de Olympische Spelen in Londen. Om precies te zijn: tijdens de finale van het kogelslingeren voor vrouwen. Mijn vader heeft een satellietschotel op het dak laten plaatsen en kan meer dan duizend kanalen ontvangen. Hij zit hele dagen voor de tv, een prachtig plat scherm, en drukt dan in een constant hoog tempo op de knop van de afstandsbediening. Voetbalwedstrijden in Japan komen voorbij, Arctische natuurfilms, Spaanse arthouse, reportages van rampen in El Salvador, Tadzjikistan, Fiji. En natuurlijk schitterende en glitterende vrouwen van over de hele wereld. De rondborstige Braziliaanse presentatrices, de bijna naakte Griekse showgirls, de nieuwslezeressen wier berichten je, afgezien van de taal (Macedonisch? Sloveens?), ontgaan door hun glanzende, volle lippen.
Meestal zit er zo'n vijf of zes seconden tussen de zenders die mijn vader bezoekt. Maar soms blijft hij hangen en kijkt hij een hele avond en een halve nacht naar de verslaggeving rondom de verkiezingen in Mexico of naar een documentaireserie over de tropische wateren van Polynesië, groen als een edelsteen.
Het was een Turkse sportzender waarbij mijn vader was gestrand. Hij had zojuist met zijn eeltige duim op de knop van de afstandsbediening gedrukt. De Egyptische soap die in vijf se-conden zoveel dramatische vrouwengezichten in beeld had gebracht, had hem niet kunnen bekoren. Beppi drukte op de knop die ooit zwart was, toen grijs en nu wit, haast doorzichtig. Toen werd hij getroffen door de bliksem. Op het scherm verscheen zijn prinses: een huid zo wit als room, koraalrode haren, de bovenarmen van een slager. Ze stapte de ring van het olympisch stadion in, hief de greep van de ketting, bracht de kogel omhoog, over haar linkerschouder, draaide één keer, twee keer, drie keer, vier keer, vijf keer, en slingerde de ijzeren bal toen met alle kracht die ze in zich had weg. Een meteoor die de dampkring heeft overleefd en fonkelt en scheert door de staalblauwe lucht van Londen. De inslag, een bruin gat in het meticuleus gemaaide gazon.”

 

 
Ernest van der Kwast (Bombay, 1 januari 1981)

Lees meer...