30-10-16

Dolce far niente, Robert Frost, Jan Van Loy, Ezra Pound, Paul Valéry, Andrew Solomon

 

Dolce far niente

 

 
October door George Inness, 1886

 

October

O hushed October morning mild,
Thy leaves have ripened to the fall;
Tomorrow's wind, if it be wild,
Should waste them all.
The crows above the forest call;
Tomorrow they may form and go.
O hushed October morning mild,
Begin the hours of this day slow.
Make the day seem to us less brief.
Hearts not averse to being beguiled,
Beguile us in the way you know.
Release one leaf at break of day;
At noon release another leaf;
One from our trees, one far away.
Retard the sun with gentle mist;
Enchant the land with amethyst.
Slow, slow!
For the grapes' sake, if the were all,
Whose elaves already are burnt with frost,
Whose clustered fruit must else be lost—
For the grapes' sake along the all.

 

 
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)
Herfst in het Presidio park, San Francisco. Robert Frost werd geboren in San Francisco.

Lees meer...

29-10-16

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Mohsen Emadi, Lee Child, Dominick Dunne, Claire Goll

 

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook mijn blog van 29 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Die Wolken waren groß und weiß und zogen da oben hin

„Gestern, als der Boden noch frisch war und feucht, lebte in Berlin ein Mann, der sich – in der Hoffnung, mit diesem Namen Erfolg zu haben und glücklich zu werden - Roman nannte.
Seine greise Mutter wohnte tausend Kilometer weiter südwestlich und rief ihn mehrmals in der Woche an, an den Wochenenden fast immer, um zu fragen, wann er endlich bei ihr vorbeikomme und Schluss mache mit ihr; sie lebte nicht mehr gern. Er lachte jedes Mal mit einem kurzen, vernehmlichen Prusten und sagte, das sei nicht so einfach, wie sie sich das vorstelle.
Er hatte noch ein altes, eierschalfarbenes Telefon mit einer W'ählscheibe und einem Hörer, der wie ein Knochen aussah und mit einem spiralförmigen schwarzen Kabel am Apparat hing. Auf der Abdeckung der Sprechmuschel klebten vertrocknete Speisereste, die durch den I.uftausstoß bei diesem Prusten jeweils zwischen seinen Zähnen hervorspritzten. Sein vernehmliches Prusten war ihm unangenehm, so dass es ihm jedes Mal auf die Stimme schlug und er sich danach oft noch stundenlang räuspern musste, bevor er einen Satz herausbrachte. Irgendwo hatte er gelesen, räuspern helfe nichts, man müsse kräftig husten, um einen belegten Hals frei zu bekommen. Am Telefon traute er sich jedoch nicht zu husten, weil das im Ohr des Gesprächspartners wie eine kleine Explosion klingen würde.
Das Prusten hatte er sich angewöhnt, nachdem zwei seiner Bekannten eine Bemerkung von ihm – die er am Telefon gemacht hatte und die ohne seinen dazu ironisch lächelnden Gesichtsausdruck offenbar als Beleidigung aufgefasst werden konnte - missverstanden hatten, woraufhin sie den Kontakt zu ihm abbrachen. Auch als er einmal zu seiner Mutter sagte, zurzeit gehe es nicht - seine Pistole, die er zu diesem Zweck einsetzen wolle, sei leider verrostet, er müsse sie erst putzen -, trübte das die Atmosphäre zwischen ihnen.“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

Lees meer...

Zbigniew Herbert, Aleksandr Zinovjev, Georg Engel, Jean Giraudoux, André Chénier, Lodewijk van Oord

 

De Poolse dichter, schrijver en essayist Zbigniew Herbert werd geboren op 29 oktober 1924 in Lemberg. Zie ook alle tags voor Zbigniew Herbert op ditblog en ook mijn blog van 29 oktober 2009 en ook mijn blog van 29 oktober 2010

 

Meneer Cogito's twee benen

Het linkerbeen is normaal
optimistisch kun je zeggen
aan de korte kant
jongensachtig
glimlachend in de spieren
met een welgevormde kuit

het rechter
miserabel -
mager
met twee littekens
het ene langs de achillespees
het andere ovaal
lichtroze
de smadelijke herinnering aan een vlucht

links
is geneigd tot huppelen
tot dansen
geeft te veel om het leven
om iets te riskeren

rechts
is edelmoedig stijf
spot met elk gevaar

en zo
trekt
op zijn beide benen
links te vergelijken met Sancho Pancha
en rechts
herinnerend aan de dolende ridder

meneer Cogito
de wereld door
licht wankelend

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 
Zbigniew Herbert (29 oktober 1924 – 28 juli 1998)
Cover 

Lees meer...

Andrea Voigt

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Voigt studeerde Scandinavische Taal- en Letterkunde en Wijsbegeerte. Zij is mede-eigenaar van vertaalbureau Tekst|Support en vertaler van de tijdschriften Wetenschap in Beeld en Historia. In 2004 verscheen haar eerste gedichtenbundel “De tempel van Saturnus”. In 2007 volgde de roman “Augustus in Parijs”. Daarna publiceerde zij nog de dichtbundel “Serveer de makrelen”(2008) en de novelle “Los van de schittering” (2010) Gedichten van Voigt zijn gepubliceerd in diverse tijdschriften, waaronder Tzum en Lopend Vuur, en op websites, zoals brakkehondblogt. In 2001 won zij de VU Podium Poëzieprijs voor het beste gedicht en in 2010 de Oerkroontjespen voor het beste Nederlandstalige boek volgens OER.

 

Zoekend langs de Maas

Ik zocht het smeedijzer van de stad
in de blauwe klinkers en het zandveld
het verband tussen zangers, patat
en de bibliotheek, driemasters, doctoren

de ritmische pols van moderne cafés
olietankers, de verlaten Euromast
in een glimmend zondagochtendlicht

een gezicht in een plas, maar iets
een reden om hier te zijn
om in deze stad het licht te zien
de uiteengedreven meeuwen jankend op de wind
de flats, de jaren zestig in de sneeuw

de regen raast over de Maas
van binnen vervuild maar verlicht

 

 

De tuin der zintuigen

Hoor je het ruisen van de vroege cyclamen
het klapperen van de vleugels van de vliegen
het vallen van de overrijpe pruimen in het gras
het zingen van de wind?

ruik je de geur van natte hagen in de doolhof
de geur van neergeregend stof
het kruidige basilicum, de selderij
het luie parfum van lavendel?

voel je de champagneblaadjes van de rozen
de stekels in je vingers, de druppels over je rug
voel je de beweging in de lucht
het ruwe hout van de hekken?

proef je in de tuin der zintuigen mijn huid
proef je mijn lippen, mijn handen op je lichaam
het fluweel van vlindervleugels op je tong
de stroeve rode peren en rabarber, de modder, het graniet?

zie je mij, zie je de fontein en het kasteel?
het wildebloemenveld en alles wat er is? zie je
jou en mij, en met je hoofd ver achterover:
de takken van de pruimenbomen tegen de blauwe lucht?

 

 
Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

11:00 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andrea voigt, romenu |  Facebook |

Dora Read Goodale

 

De Amerikaanse dichteres Dora Read Goodale werd geboren op 29 oktober 1866 als dochter van Dora Hill Read en Henry Sterling Goodale, een boer en schrijver in Mount Washington, Massachusetts. Haar vader kon zijn stamboom helemaal terug naar 1632 traceren, naar een voorvader die zich in Salem, Massachusetts vestigde. Elaine, geboren op 9 oktober 1863, was het eerste kind van het echtpaar en zou ook een bekende dichteres worden. Nadat zij was afgestudeerd aan Smith College publiceerde Dora in 1887 haar eerste bundel poëzie “Heralds of Easter”, Zij werd docente kunst en Engels in Reading, Connecticut, iets wat haar familie voor haar had geregeld. Zij is nooit getrouwd, maar zij en haar zus Elaine hebben in de loop der decennia talrijke brieven uitgewisseld waarin ze de verschillende alternatieven voor vrouwen onderzocht hebben. Later in haar leven werkte Dora als lerares en directrice van Uplands Sanatorium in Pleasant Hill, Tennessee. In 1941 publiceerde zij “Mountain Dooryards”, haar laatste dichtbundel, een werk dat in een modernistisch vrij vers was geschreven en waarin zij het dialect van de mensen van de Appalachians gebruikte om uitdrukking te geven aan hun traditionele maar veranderende wereld.

 

The Flight of the Heart

The heart soars up like a bird
  From a nest of care;
Up, up to a larger sky,
  To a softer air.
No eye can measure its flight        
  And no hand can tame;
It mounts in beauty and light,
  In music and flame.
Of all the changes of Time
  There is none like this;        
The heart soars up like a bird
  At the stroke of bliss.

The heart soars up like a bird,
  But its wings soon tire;
Enough of rapture and song,        
  The cloud and the fire!
Its look, the look of a king—
  Of a slave, its birth,
The poor, tired, impotent thing
  Sinks back to the earth.        
And the mother spreads her lap,
  And she lulls its pain:
“Oh, thou who sighed for the sun,
  Art thou mine again?”

 

 

The Feast-Time Of The Year

This is the feast-time of the year,
When plenty pours her wine of cheer,
And even humble boards may spare
To poorer poor a kindly share.
While bursting barns and granaries know
A richer, fuller overflow.
And they who dwell in golden ease
Blest without toil, yet toil to please.

 

 
Dora Read Goodale (29 oktober 1866 – 12 december 1953)

10:55 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: dora read goodale, romenu |  Facebook |

28-10-16

Evelyn Waugh, Jan Weiler, JMH Berckmans, John Hollander, Al Galidi, Uwe Tellkamp, Johannes Daniel Falk, Karl Philipp Conz

 

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook mijn blog van 28 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit:Brideshead Revisited

“Sebastian lived at Christ Church, high in Meadow Buildings. He was alone when I came, peeling a plover's egg taken from the large nest of moss in the centre of his table.
'I've just counted them,' he said. 'There were five each and two over, so I'm having the two. I'm unaccountably hungry today. I put myself unreservedly in the hands of Dolbear and Goodall, and feel so drugged that I've begun to believe that the whole of yesterday evening was a dream. Please don't wake me up.
He was entrancing, with that epicene beauty which in extreme youth sings aloud for love and withers at the first cold wind.
His room was filled with a. strange jumble of objects—a harmonium in a gothic case, an elephant's-foot waste-paper basket, a dome of wax fruit, two disproportionately large Sèvres vases, framed drawings by Daumier—made all the more incongruous by the austere college furniture and the large luncheon table. His chimney-piece was covered in cards of invitation from London hostesses.

 

 
Anthony Anfrews (Sebastian) en Jeremy Irons (Charles) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

'That beast Hobson has put Aloysius next door,' he said. 'Perhaps it's as well, as there wouldn't have been any plovers' eggs for him. D'you know, Hobson hates Aloysius. I wish I had a scout like yours. He was sweet to me this morning where some people might have been quite strict.'
The party assembled. There were three Etonian freshmen, mild, elegant, detached young men who had all been to a dance in London the night before, and spoke of it as though it had been the funeral of a near but unloved kinsman. Each as he came into the room made first for the plovers' eggs, then noticed Sebastian and then myself with a polite lack of curiosity which seemed to say: 'We should not dream of being so offensive as to suggest that you never met us before.'
'The first this year,' they said. 'Where do you get them?'
'Mummy sends them from Brideshead. They always lay early for her.'
When the eggs were gone and we were eating the lobster Newburg, the last guest arrived.
'My dear,' he said, 'I couldn't get away before. I was lunching with my p-ppreposterous tutor. He thought it 'was very odd my leaving when I did. I told him I had to change for F-f-footer.'

 

 
Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

Lees meer...

27-10-16

Sylvia Plath, Dylan Thomas, Zadie Smith, Nawal el Saadawi, Albrecht Rodenbach, Jamie McKendrick, Fran Lebowitz

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook mijn blog van 27 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

All Appearance

The smile of iceboxes annihilates me.
Such blue currents in the veins of my loved one!
I hear her great heart purr.

From her lips ampersands and percent signs
Exit like kisses.
It is Monday in her mind: morals

Launder and present themselves.
What am I to make of these contradictions?
I wear white cuffs, I bow.

Is this love then, this red material
Issuing from the steele needle that flies so blindingly?
It will make little dresses and coats,

It will cover a dynasty.
How her body opens and shuts-
A Swiss watch, jeweled in the hinges!

O heart, such disorganization!
The stars are flashing like terrible numerals.
ABC, her eyelids say.

 

 

Incommunicado

The groundhog on the mountain did not run
But fatly scuttled into the splayed fern
And faced me, back to a ledge of dirt, to rattle
Her sallow rodent teeth like castanets
Against my leaning down, would not exchange
For that wary clatter sound or gesture
Of love : claws braced, at bay, my currency not hers.

Such meetings never occur in marchen
Where love-met groundhogs love one in return,
Where straight talk is the rule, whether warm or hostile,
Which no gruff animal misinterprets.
From what grace am I fallen. Tongues are strange,
Signs say nothing. The falcon who spoke clear
To Canacee cries gibberish to coarsened ears.

 

 

Dirge for a Joker

Always in the middle of a kiss
Came the profane stimulus to cough;
Always from the pulpit during service
Leaned the devil prompting you to laugh.

Behind mock-ceremony of your grief
Lurked the burlesque instinct of the ham;
You never altered your amused belief
That life was a mere monumental sham.

From the comic accident of birth
To the final grotesque joke of death
Your malady of sacrilegious mirth
Spread gay contagion with each clever breath.

Now you must play the straight man for a term
And tolerate the humor of the worm.

 

 
Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
Hier met dichter en echtgenoot Ted Hughes

Lees meer...

Josef Václav Sládek

 

De Tsjechische schrijver, dichter, journalist en vertaler Josef Václav Sládek werd geboren op 27 oktober 1845 in Zbiroh. De zoon van een metselaar studeerde aan het academische gymnasium in Praag. Hier raakte hij bevriend met Jaromír Čelakovský en met de vrijdenkende graaf Wenzel Koinic. Hoewel de ouders wilden dat hij priester zou worden ging Sládek natuurkunde en wiskunde studeren. Na de scheiding van zijn ouders kwam hij in financiële moeilijkheden. In 1868 onderbrak hij zijn studie en bezocht hij op uitnodiging van een zakenman uit Chicago, wiens zoon de Tsjechische taal moest leren, de Verenigde Staten. Hij werkte als redacteur van Tsjechische kranten, gaf les aan kinderen van Poolse immigranten, verdiende zijn geld op boerderijen en als arbeider in de spoorwegbouw. Dit tweejarige verblijf beïnvloedde zijn latere leven. Hij was, niet alleen in het lot van de zwarten en de Indianen, maar ook in de Anglo-Amerikaanse literatuur geïnteresseerd Bij zijn terugkeer onderwees hij Engels aan de Handelsacademie en de Technische Universiteit en werkte later als docent aan de Karelsuniversiteit in Praag en van 1870-1875 als redacteur bij de krant Národní listy. In 1873 trouwde hij met Emilie Nedvídková die een jaar later overleed. Sládek nam deel aan de uitgave van het tijdschrift Lumír, waarvoor hij ook vanaf 1977 als redacteur en tot 1898 als hoofdredacteur werkte en was lid van de kunstenaarsgroep Lumírovci. In 1900 ging hij met pensioen. Hij verbleef meer en meer in zijn geboorteplaats, waar hij ook de meeste werken van Shakespeare vertaalde.

 

At The Gates Of Fortune

At Fortuna’s gates I hammered,
as do all when sentimental; –
opening, it reached out, led me
in with hand kind, warm and gentle.

Fortune smiled. – I stood encircled
by the happy. – “Light-hearts may”,
quoth she, “through my portals enter.
You seek joy?“
I said: “No way”.

 

 

The Crystal Spring

I know a glade, spring crystal clear,
in deepest woodland, crowned
by shady ferns in silhouettes,
red heather all around.

There thirsty hinds and songbirds sip,
by the old sycamore,
the birds by blazing light of day,
the hinds by night, no more.

Once the deep woods to dreams succumb,
everything hushed and still,
the heaven’s dome and woodland spring
with golden starlight fill.

 

Vertaald door Václav Z J Pinkava

 

 

Mir ist ein Quell ganz von Kristall

Mir ist ein Quell ganz von Kristall
Im tiefsten Wald vertraut.
Rings wachsen dunkle Fame dort
Und rotes Heidekraut.

Zur Tränke unterm Ahornstamm
Führt einer Hindin Spur.
Der Vogelschwarm kommt untertags.
Die Hindin nächtens nur.

Legt sich zum Schlaf der tiefe Wald,
Von Stille rings umhüllt,
Dann ist der Himmel wie der Quell
Von Sternengold erfüllt.

 

 
Josef Václav Sládek (27 oktober 1845 - 28 juni 1912)
Portret door Jan Vilímek, z.j.

18:29 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: josef václav sládek, romenu |  Facebook |

26-10-16

Jan Wolkers, Marja Pruis, Andrew Motion, Maartje Wortel, Stephen L. Carter, Karin Boye, Trevor Joyce, Pat Conroy

 

De Nederlandse dichter, schrijver en beeldend kunstenaar Jan Wolkers werd geboren in Oegstgeest op 26 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 26 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Jan Wolkers op dit blog.

Uit: Dagboek 1970

“VRIJDAG 2 JANUARI 1970
Een halve celestone.
Om negen uur op met het bevrijdende gevoel dat we weer met zijn drieën zijn. Kachel opgerakeld, thee gezet. Dan gaat Jeroen zijn kamerdeur open en zien we zijn slaperige hoofd. Thee met cake naast dat hoofd op de grond en het is weer even rustig. Het vriesweer is voorbij.
Het is vochtig. Ik had het vannacht al horen regenen op het dak. Ik zet, op verzoek van Jeroen, de eerste plaat van Fats Waller op. ‘Ain’t Misbehavin”. Voor de katten een blik haring in tomatensaus uit de supermarkt opengemaakt dat kennelijk al jaren oud is. De inhoud ziet eruit als een slijmerig beschimmelde sok in baksteengruis. Na het koffie drinken en het hapje groene kool met fricandeau gaan we rondrijden.
Het is voorjaarsachtig zacht. We gaan de Waddenkant langs. Bij de schorren staan duizenden scholeksters allemaal dezelfde kant op. Indrukwekkend. We kijken er lang naar door de kijker. Even voor Oost zien we een wulp vliegen. Heilige ibis van het noorden. Op de Waddenzee eilanden van ijs waar honderden vogels op zitten. Meeuwen en eenden. We doen even boodschappen in Den Burg. Zie verschrikkelijk lekkere donkere meid met brede dijen onder minirok. Ik zou wel met één duik van mijn kop onder die rok mijn tong willen doorhalen. Kopen vis (tong nota bene) en rum. Rijden via Oudeschild verder langs de Waddenkant. Dan gaan we naar Den Hoorn. Stoppen bij de kerk en lopen over het kerkhof. Drijver ligt er begraven. De kerk is uit 1646. Ik zeg tegen Jeroen dat hij vier jaar na ‘De Nachtwacht’ is gebouwd en Karina zegt twee jaar voor het Verdrag van Münster. Het einde van de Tachtigjarige Oorlog. Bij de Mokbaai ligt er gewoon een vrouw aan de kant van de weg met een rood-wit gestreepte ijsmuts op naar de lucht te kijken. Bij De Koog lopen we even naar zee. Er liggen verbruikte rotjes en vuurpijlen op het strand.
Thuis thee met rum. Jeroen en Karina spelen uit het Teleac- schaakboek de wedstrijd tussen Euwe en Aljechin na uit 1934 in Zürich.
(Kende de naam Aljechin van Wim de Kler uit 1942. Zijn broer, die op de hertog van Windsor leek, schaakte.) Wit won gemakkelijk door zijn pluspion,’ herhaalt Jeroen steeds. Dat is gewoon te gek. ‘Hulde aan het loperpaar.’ Het klinkt echt een beetje lullig. Tak!!”

 

 
Jan Wolkers (26 oktober 1925 – 19 oktober 2007)
Cover

Lees meer...

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

 

Man Booker Prize 2016 voor Paul Beatty

De Amerikaanse schrijver Paul Beatty heeft de Man Booker Prize 2016 gewonnen met zijn roman “The Sellout”. Beatty is de eerste Amerikaan die de prijs ontvangt. Zie ook alle tags voor Paul Beatty op dit blog.

Uit: The Sellout

“For the twenty years I knew him, Dad had been the interim dean of the department of psychology at West Riverside Community College. For him, having grown up as a stable manager's son on a small horse ranch in Lexington, Kentucky, farming was nostalgic. And when he came out west with a teaching position, the opportunity to live in a black community and breed horses was too good to pass up, even if he'd never really been able to afford the mortgage and the upkeep.
Maybe if he'd been a comparative psychologist, some of the horses and cows would've lived past the age of three and the tomatoes would've had fewer worms, but in his heart he was more interested in black liberty than in pest management and the well-being of the animal kingdom. And in his quest to unlock the keys to mental freedom, I was his Anna Freud, his little case study, and when he wasn't teaching me how to ride, he was replicating famous social science experiments with me as both the control and the experimental group. Like any "primitive" Negro child lucky enough to reach the formal operational stage, I've come to realize that I had a shitty upbringing that I'll never be able to live down.
I suppose if one takes into account the lack of an ethics committee to oversee my dad's childrearing methodologies, the experiments started innocently enough. In the early part of the twentieth century, the behaviorists Watson and Rayner, in an attempt to prove that fear was a learned behavior, exposed nine-month-old "Little Albert" to neutral stimuli like white rats, monkeys, and sheaves of burned newsprint. Initially, the baby test subject was unperturbed by the series of simians, rodents, and flames, but after Watson repeatedly paired the rats with unconscionably loud noises, over time "Little Albert" developed a fear not only of white rats but of all things furry. When I was seven months, Pops placed objects like toy police cars, cold cans of Pabst Blue Ribbon, Richard Nixon campaign buttons, and a copy of The Economist in my bassinet, but instead of conditioning me with a deafening clang, I learned to be afraid of the presented stimuli because they were accompanied by him taking out the family .38 Special and firing several window-rattling rounds into the ceiling, while shouting, "Nigger, go back to Africa!" loud enough to make himself heard over the quadraphonic console stereo blasting "Sweet Home Alabama" in the living room. To this day I've never been able to sit through even the most mundane TV crime drama, I have a strange affinity for Neil Young, and whenever I have trouble sleeping, I don't listen to recorded rainstorms or crashing waves but to the Watergate tapes.”

 

 
Paul Beatty (Los Angeles, 9 juni 1962)

25-10-16

Willem Wilmink, Christine D'haen, Anne Tyler, Elif Shafak, Daniel Mark Epstein, Peter Rühmkorf, Jakob Hein, Hélène Swarth, Geoffrey Chaucer

 

De Nederlandse dichter, schrijver en zanger Willem Andries Wilmink werd geboren in Enschede op 25 oktober 1936. Zie ook mijn blog van 25 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Willem Wilmink op dit blog.

 

Voorspoken

De boer schrok zich die avond lam:
een trein die door zijn weiland kwam
had hij gehoord.
Toen was het weg. Het was niet waar.
Pas twee jaar later is er daar
een trein ontspoord.

Ook iemand zag, terwijl hij sliep
een auto zinken in het diep,
een heel gezin.
Precies de plek heeft hij gezien:
de auto reed een dag nadien
het water in.

Soms is er vage lampenschijn
uit ramen waar geen huizen zijn,
alleen maar grond.
Al wat bestaat heeft steeds bestaan
en wat vergaat is al vergaan
eer het bestond.

 

 

Spelende meisjes

Vol sombere doemgedachten
geraakte ik in een straat
waar meisjes aan 't spelen waren
en we kwamen aan de praat.

Turkse en Surinaamse
en sommige autochtoon
en ze hadden er nauwelijks weet van,
ze speelden daar gewoon.

Mijn sombere visioenen
van een wereld die verging,
vervaagden in 't licht van die kinderen
tot een herinnering.

Want die meisjes met aardige ogen
en met hun prachtige haar
zullen de kinderen baren
voor de komende duizend jaar.

 

 
Willem Wilmink (25 oktober 1936 – 2 augustus 2003)

Lees meer...

François Pauwels

 

De Nederlandse schrijver en dichter François Désiré Pauwels werd geboren in Amsterdam op 25 oktober 1888 als zoon van de Vlaamse operazanger Désiré Pauwels en de toneelspeelster Sophie Pauwels-van Biene. Pauwels studeerde rechten in Amsterdam en Utrecht. Na zijn promotie (1915) vestigde hij zich als advocaat in Amsterdam. Hij maakte naam in strafrechtzaken en kwam op voor de humanisering van de rechtspraak. Hij debuteerde met de bundel “Gedichten” in 1908. Grote waardering oogstte vooral de bundel “Tziganen” (1924). Zelf had hij voorkeur voor zijn sonnettencyclus in drie boeken, “Morgen en Strijd” (1931 en 1940) en “Schemeringen”, dat met de herdruk van de vorige onder de titel “Dag van leugen” in 1948 het licht zag. De 225 sonnetten vormen in een opeenvolgende stemmingsbeelden een `mensenleven in verzen' met autobiografische inslag. Grote opgang maakten zijn verhalen en romans, waarvoor Pauwels kon putten uit zijn ervaringen en mensenkennis, opgedaan als strafpleiter. De schetsen “Boeven en burgers” (1926), bewerkt voor het toneel, verwekten zelfs opschudding. In de inleiding van zijn eerste roman, “Tine Kipra’s echtscheiding” (1929), stelde de auteur de vaderlandse schijnheiligheid inzake echtscheidingen aan de kaak. Herman Bouber verzorgde de toneelbewerking die ook werd opgevoerd. De destijds opzienbarende roman “Rechter Thomas” (1937) werd verfilmd. Zijn romans, waarvan “Als het niet waar is” (1960) veel autobiografisch materiaal bevat, zijn evenals zijn poëzie buiten literaire modes om geschreven in een onopgesmukte stijl.

 

De moeder en de zoon

Wanneer de straat vol gouden schemer is,
de laatste kar verratelt om den hoek,
dan zit ik wachtend aan mijn vensternis
en lees maar flauw in 't opgeslagen boek.

De vrede van het laat namiddaguur
heeft al bewegen in mij stil gezet,
als bij een zieke, wien men 't sloopend vuur
van pijn en koorts tot kalmte heeft gebet.

Dit is de stemming, teeder als een klacht
en als der zon verdiepte luister schoon,
waarin ik elken dag verlangend wacht
de grijze moeder en den jongen zoon....

Hij steunt haar zorgzaam en zijn slanke jeugd
treedt recht maar langzaam naast heur wank'len gang,
zijn oogen zijn als een getoomde vreugd',
om 't leven blij, om d' oude moeder bang.

Dan staan z' een poos: zij leunt het witte hoofd
aan zijn gebogen arm en kan niet meer,
ziet naar hem op, den blik half uitgedoofd,
en glimlacht stil en wil dan verder weer.

Maar hij noopt haar te wachten, zie, hij legt
zijn hand zacht op heur ving'ren rimplig vel,
en schoon ik niet kan hooren wat hij zegt,
toch weet ik d' onverstane woorden wel.....

Waar blijven zij, mijn vrienden?...'t Is al laat,
zoo hier en daar gaan de gordijnen neer,
en d' enkele lantaren in mijn straat
heeft reeds haar geel en bevend schijnsel weer.

Waar blijven zij?...De kamer zonk al diep
in 't om mij saâmgepakte duister weg
en 't is alsof ik angstig-droomend sliep
en nu, plots wakker, m' iets heel droefs voorzeg.

Is over d' oude moeder ook het zwart
gekomen van den naderenden nacht,
en ligt haar scheem'rend leven thans verstard
in 't eindloos donker dat ons allen wacht?...

Komt later dan misschien de blonde zoon
nog eens in 't middaguur mijn raam voorbij,
aan nieuwe vrijheid, nieuwe vreugd gewoon
en met den lach der jonkheid aan zijn zij?....

 

 
François Pauwels (25 oktober 1888 – 8 januari 1966)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: françois pauwels, romenu |  Facebook |

24-10-16

Onno Kosters, Kester Freriks, Aristide von Bienefeldt, August Graf von Platen, Ernest Claes, Zsuzsa Bánk, Denise Levertov, Norman Rush, Robert Greacen

 

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

De omgekeerde wereld

En als hij dan bij mij in zijn
afdeling aan de deur komt,
Robinson komt geldlopen:
wat een portret.
 
Een ziedend oogcontact (een vette knipoog
maar ik, literator tenslotte,
bied hem een madeleine van eigen deeg,
een bloomrijke sigaar - daar
heeft hij niet van terug),
 
zijn optrede achter de rug
en hij loopt zoals hij poept,
z'n verboden bootmansstoel onder z'n kont;
vliegen kan hij niet (de geest is sterk,
maar het vlees is sterker), zijn helm
van haar (Robinson die niks gebeuren kan,
en zie, het gebeurt),
 
zijn spierballen die zich, volgevreten knolgewassen,
aan de aarde van zijn zwartgespannen T-shirt
trachten te ontworstelen,
zijn onooglijke bril (een prachtig montuur
en waarachtig niet duur), zijn onoirbaar
gehoorapparaat, de inzetters en sponzen
die uit zijn gordel steken,
het broodje bal dat nog uit zijn holle kies riekt,
het convenant gevelonderhoud dat hem uit de achterzak piept,
de wisser.
    
De man voor het raam.
De man naast de muur.
 
Ik vraag hem hoe het gaat en hij antwoordt:
‘Het kon niet beter. Anders ging het wel beter.’
 
Het gevoel op de ladder. Als een vis op het hoge.
 
Dus ik lappen.


 
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

Lees meer...

23-10-16

Michel van der Plas, Masiela Lusha, Augusten Burroughs, Robert Bridges, Adalbert Stifter, Nick Tosches, Rodja Weigand, Gjergj Fishta, Restif de la Bretonne

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 23 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

Aan een experimenteel dichter

Geen rotterdam dan amsterdam
geen moeder man dan vader
jouw rok is boter dan de ham
mijn hemd is altijd nader

al jart je met je vrienden bil
al jas je met hen klaver
en speel je liever haaf dan spil,
schmidt is toch altijd haver

jij bent veel zeker dan ikzelf
en toch leef ik veel sober
jij droomt dat je eylders drinkt ik delf
het spit onder de ober.

 

 

En soms wil zij opnieuw het meisje wezen

En soms wil zij opnieuw het meisje wezen
waarvan zij in haar oude dagboek leest:
dat bloemen water gaf en plots bedeesd
begreep waarom die voor het najaar vrezen
dat zondagmiddags voor het raam ging lezen
en dat naar vruchten reikte, appels ’t meest,
en dat, voor prinsen lang gereed geweest,
van duizend wensen nooit was te genezen.

Het boek glijdt dichtgevallen in haar schoot.
Zij is zover gezworven in die dingen
mag weer drie wensen doen voor ’t avondrood
en, blozend, zachtjes bij de vleugel zingen.
Zij wordt niet wakker voor het avondbrood
hoewel de gangklok luide aan blijft dringen.

 

 

Tussen de kinderen die het strand langsrennen

Tussen de kinderen die het strand langsrennen
en schreeuwend spelen en een grote vlag
meedragen, moet ik weer één kind herkennen
aan zijn droomogen, aan zijn stille lach:
de jongen die ik nooit meer zal ontwennen,
die leefde op een anders lichte dag
dan deze, en die, vluchtend voor de stemmen,
verwonderd naar het spel der golven zag.

Hij staat er nog tussen zijn speelgenoten,
zij roepen hem, maar peinzend blijft hij staren
naar verre zeilen van de verre boten.
Als ik hem aan wil spreken over jaren,
die ondanks nog zijn beeld bewaren,
is hij reeds heen. - Ik heb hem zelf verstoten.

           

 
Michel van der Plas (23 oktober 1927 -21 juli 2013)

Lees meer...