24-01-16

De Beaumarchais, Albin Zollinger, Frances Brooke, William Congreve, Stanisław Grochowiak, Wolf von Niebelschütz, Maxime Alexandre

 

De Franse toneelschrijver Pierre Augustin Caron de Beaumarchais werd geboren op 24 januari 1732 in Parijs. Zie ook alle tags voor De Beaumarchais op dit blog.

Uit: Le barbier de Seville

„BARTHOLO
De sa femme ?
ROSINE
Je ne la suis pas encore. Mais pourquoi lui donnerait-on la préférence d'une indignité qu'on ne fait à personne ?
BARTHOLO
Vous voulez me faire prendre le change, et détourner mon attention du billet qui, sans doute, est une missive de quelque amant. Mais je le verrai, je vous assure.
ROSINE
Vous ne le verrez pas. Si vous m'approchez, je m'enfuis de cette maison, et je demande retraite au premier venu.
BARTHOLO
Qui ne vous recevra point.
ROSINE
C'est ce qu'il faudra voir.
BARTHOLO
Nous ne sommes pas ici en France, où l'on donne toujours raison aux femmes ; mais, pour vous en ôter la fantaisie, je vais fermer la porte.
ROSINE, pendant qu'il y va.
Ah Ciel ! que faire ? Mettons vite à la place la lettre de mon cousin, et donnons-lui beau jeu de la prendre. (Elle fait l'échange, et met la lettre du cousin dans sa pochette, de façon qu'elle sorte un peu.)
BARTHOLO, revenant.
Ah ! j'espère maintenant la voir.“

 

 
De Beaumarchais (24 januari 1732 - 18 mei 1799)
Scene uit een moderne opvoering in Aubervilliers, 2011

Lees meer...

23-01-16

P. F. Thomése, Wouter van Heiningen, Stendhal, Derek Walcott, Françoise Dorin

 

De Nederlandse schrijver Pieter Frans Thomése werd geboren in Doetinchem op 23 januari 1958. Zie ook alle tags voor P. F. Thomése op dit blog.

Uit: De onderwaterzwemmer

„De vader en de zoon komen tevoorschijn uit het rijshout en laten hun bleke, met reuzel ingevette lichamen stil als zilvervissen in het duistere water glijden. Stroomopwaarts, in de verte, wordt de onderkant van de nacht al blauw, ze mogen wel opschieten. Hun bundel kleren hebben ze met hun koppelriem op het hoofd gebonden, hun klompen drijvend aan een touwtje achter zich aan. De vader verdwijnt meteen; zonder eerst te waarschuwen laat hij zich opslokken door de rivier. De jongen wil het uitschreeuwen van de kou, die zich met vissentandjes in hem vastbijt, vermant zich bijtijds en laat zich verdoofd door de stroming meevoeren. Zodra ze iets horen, weet hij, richten ze op het geluid. En als er een begint te schieten, gaan ze allemaal los. Ook aan de overkant, waar de bevrijders zitten. Dan ontstaat er een kruisvuur. Vlakbij (maar waar?) hoort hij zijn vader. Hij hoort hijgen – toch? Hij ziet hem niet meer, hij ziet helemaal niets meer. Het kan evengoed zijn eigen hijgen zijn waar hij naar luistert. Het is de eerste keer dat hij mee mag naar de overzijde.
De opdracht, zíjn opdracht. Het gefluister op zijn zolderkamer voor het slapengaan, het oefenen met de bundel kleren, de klompen. En nu gebeurt het echt. De kou snijdt zijn adem af. Hij weet niet zeker of hij zijn lichaam nog voelt. Van steen lijkt hij geworden. Er is een zwaarte die hem naar beneden trekt. Kon hij maar op zijn rug drijven, dan hield hij het langer vol. Drijven en dromen van de overkant. Hij is bang dat hij kopjeonder gaat. Zijn kleren mogen niet nat worden; als dat gebeurt, is hij nog verder van huis. Zwemmen is de enige manier, zegt papa. Roeiboten vallen tegenwoordig veel te gauw op; laatst is er nog eentje onder vuur genomen. Mensen die hij niet kende, vluchtelingen uit de stad. Verzwolgen door de stroom, werd er gezegd. Verder was er niets over bekend. Hij moet het ook leren, de rivier oversteken. Voor het geval dat. Zijn vader vindt hem nu oud genoeg. Voor wat? Om te sterven? Hij hoort hem niet meer, trouwens. Hij is al ver vooruit zeker, het diepste duister in. De zoon moet het nu alleen kunnen. Tussen hem en de bodem is niets. Niets wat hem kan behoeden. Hij weet al niet meer of hij zich boven of onder water bevindt. De klompen, die hij aan een touwtje tussen zijn tanden met zich meetrekt, klotsebotsen steeds tegen zijn hoofd. Boven water dus. Hij hoort ze bonken, voelt ze niet. Hij voelt niets meer. De kou heeft zijn lichaam van hem afgenomen. Het is verleidelijk om je af te laten glijden, weg te zinken in deze ijzige slaap.“

 

 
P. F. Thomése (Doetinchem, 23 januari 1958)

Lees meer...

Gerald Jatzek, Friedrich von Matthisson, João Ubaldo Ribeiro, Christina Viragh, Michel Droit

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver en musicus Gerald Jatzek werd geboren op 23 januari 1956 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gerald Jatzek op dit blog.

 

Die Zeit

Man kann sie nicht riechen,
man kann sie nicht schmecken,
man kann sie einfach
nirgends entdecken.

Man kann sie vergeuden,
man kann sie vergessen.
Doch was man versäumt hat,
kann man nicht messen.

Man kann sie nicht kaufen,
man kann sie nicht borgen.
Man sucht das Gestern,
schon ist es morgen.

Man kann sie gut nutzen
und jemandem schenken,
und wenn man Zeit hat,
an sie denken.

 

 
Gerald Jatzek (Wenen, 23 januari 1956)

Lees meer...

Jesse Thoor, Hannelore Valencak, Anna Maria Jokl, Franz Rieger, Christian Vulpius

 

De Duits - Oostenrijkse dichter en schrijver Jesse Thoor (eig. Peter Karl Höfler) werd op 23 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Jesse Thoor op dit blog.

 

Rede von der Anschauung

"Und es kommen die Vögel von den Bergen und aus jeder Richtung.
Und es kommen die Fische mit den hellen Kreuzen auf ihren Rücken.
Und die Sterne mit den verzweigten Augen und mit den weisen Händen.
Und die Monde mit den silbernen Geräten und den höchsten Reden.

Und du bleibst immer bei mir, und du verläßt mich nicht.
Und du wendest mühelos meinen Leib, und du begleitest mich.
Und du läuterst meine Wünsche, und du änderst meine Gedanken.
Und du richtest mich wieder auf, und du beendest meine Not.

Und ich erwäge den Lauf des Regens und den Rat der Sonne.
Und ich rufe deinen Namen laut und vor allen Leuten.
Und ich esse dein Brot, und ich trinke deinen Wein.

Und es kommen deine Wochentage zu mir mit großer Verheißung.
Und es kommen deine vier Boten mitsamt den sieben heiligen Zeichen.
Und dein Wille geschieht zur Zeit. Und geschieht in Ewigkeit."

 

 
Jesse Thoor (23 januari 1905 – 15 augustus 1952)

Lees meer...

22-01-16

Lord Byron, Wilhelm Genazino, Rainer Stolz, Krzysztof Kamil Baczyński, Gotthold Ephraim Lessing, Herwig Hensen, August Strindberg, Helen Hoyt

 

De Engelse dichter en schrijver George Gordon Byron (beter bekend als Lord Byron) werd geboren op 22 januari 1788 in Londen. Zie ook alle tags voor Lord Byron op dit blog.

 

My Soul Is Dark

My soul is dark - Oh! quickly string
The harp I yet can brook to hear;
And let thy gentle fingers fling
Its melting murmurs o'er mine ear.
If in this heart a hope be dear,
That sound shall charm it forth again:
If in these eyes there lurk a tear,
'Twill flow, and cease to burn my brain.

But bid the strain be wild and deep,
Nor let thy notes of joy be first:
I tell thee, minstrel, I must weep,
Or else this heavy heart will burst;
For it hath been by sorrow nursed,
And ached in sleepless silence, long;
And now 'tis doomed to know the worst,
And break at once - or yield to song.

 

 

I speak not, I trace not, I breathe not thy name

I speak not, I trace not, I breathe not thy name;
There is grief in the sound, there is guilt in the fame;
But the tear that now burns on my cheek may impart
The deep thoughts that dwell in that silence of heart.
Too brief for our passion, too long for our peace,
Were those hours - can their joy or their bitterness cease?
We repent, we abjure, we will break from our chain, -
We will part, we will fly to - unite it again!
Oh! thine be the gladness, and mine be the guilt!
Forgive me, adored one! - forsake if thou wilt;
But the heart which is thine shall expire undebased,
And man shall not break it - whatever thou may'st.
And stern to the haughty, but humble to thee,
This soul in its bitterest blackness shall be;
And our days seem as swift, and our moments more sweet,
With thee at my side, than with worlds at our feet.
One sigh of thy sorrow, one look of thy love,
Shall turn me or fix, shall reward or reprove.
And the heartless may wonder at all I resign -
Thy lips shall reply, not to them, but to mine.

 

 
Lord Byron (22 januari 1788 – 19 april 1824)
Jonny Lee Miller (rechts) als Byron in de tv-film van de BBC, 2003

Lees meer...

Delphine Lecompte

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Delphine Lecompte werd geboren op 22 januari 1978 in Gent. Lecompte debuteerde in 2004 met “Kittens in the boiler”in Amerika, een roman die haar in de underground vergelijkingen opleverde met auteurs als Charles Bukowski en Henry Miller. Alle thema’s die erin aan bod kwamen, worden in haar latere poëzie verder uitgewerkt. Haar eerste dichtbundel “De dieren in mij”werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2010 en de Prijs Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen 2011. In 2010 verscheen “Verzonnen prooi”, haar derde dichtbundel, “Blinde gedichten”publiceerde zij in 2012. In hetzelfde jaar reisde zij op uitnodiging van Antjie Krog naar Zuid-Afrika, waar ze een aantal voordrachten verzorgde, onder meer voor studenten van Alfred Schaffer. Lecompte is ook medewerkster aan Poëziekrant, Tirade en nY.

 

Nu en later

Na 30 jaren in dit leven
ben ik vreselijk afgeweken
als kind wilde ik later honden trimmen
koeien melken
en elk jaar een kind ter wereld persen.

Nu zit ik dus hier
op een Indonesisch tapijt dat ik van mijn opa heb gekregen
er staan boemannen met slagtanden op
ze molesteren kinderen en oude vrouwen
ik heb twee ondankbare katten
en wat ik iedere dag ter wereld pers
spoel ik meteen door.

Maar ik ben gelukkig
ik ontmoet Ierse striptekenaars
we drinken bitter bier en luisteren naar Morrissey
hij zingt dat de vader vermoord moet worden
maar mijn vader was nooit incestueus
spijtig voor mijn gedichten.

 

 

De verkeerde zee

De blozende diplomaat wijst naar de rotsen van de verkeerde Zee
Op die rotsen wil hij picknicken met mij
Hij vaart opzettelijk woest en draagt bespottelijke kleren
Die overdreven nautisch en verblindend nieuw zijn
De verkeerde Zee gooit een gulp over mij heen.

Nu ik bloot ben bloost de diplomaat niet meer
Het is een ander rood, alleszins geen schaamte
Ik doe alsof ik verlegen ben, alsof ik een handdoek zoek
Op de rotsen picknicken we na de daad met lange tanden
De daad met lange tanden, het brood is weldadig zoet.

'Ik kan je hier vermoorden, geen hond zou erom malen!' briest de diplomaat
Hij heeft ongelijk; een Zweedse bobijnster zou erom malen
Een versleten ex-bokser, een achterlijke kok, en misschien ooit mijn vader
Wanneer ik mijn kleren wil aantrekken zegt de diplomaat:
'Wacht nog even. Laat ons OXO spelen op je knieën!'

Ik win twee keer, een meeuw gaat aan de haal met een korst
De diplomaat zegt: 'Trek je kleren aan, ik wil terug naar de kust.
Ik heb nog een afspraak met een Poolse choreografe.
Ze is mooier dan jou, honderden mannen zullen haar dood betreuren.
En haar vader zal haar dood willen wreken, misschien lukt het hem…'

Terug op de dijk snak ik naar water
Mijn moeder kijkt niet op wanneer ik de hotelkamer betreed
In de douchecel schrob ik alle O's van mijn knieën
Op de rotsen ligt de bic die ik van mijn vader heb gekregen, zonder reden en waardeloos.



Delphine Lecompte (Gent, 22 januari 1978)

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: delphine lecompte, romenu |  Facebook |

21-01-16

Ludwig Thoma, Louis Menand, Ludwig Jacobowski, Kristín Marja Baldursdóttir, Imre Madách, Egon Friedell

 

De Duitse dichter en schrijver Ludwig Thoma werd geboren op 21 januari 1867 in Oberammergau. Zie ook alle tags voor Ludwig Thoma op dit blog.

Uit:Auf dem Bahnsteig

»Es wird Herbst!« sagte Major Burkhardt und blickte den Studienlehrer fest an mit seinen furchtlosen Soldatenaugen.
Er sagte es mit Betonung, als suchte er in seinem Begleiter bestimmte Vorstellungen zu erwecken.
»Ja ja«, seufzte Professor Hasleitner, »es wird allmählich kalt.«
»Und ungemütlich. Kalt und ungemütlich.«
Der Major wies auf die Kastanien vor dem Dornsteiner Bahnhofe, deren gelbe Blätter sich fröstelnd zusammenkrümmten.
»Um fünf Uhr wird es Nacht. Ein schlecht geheiztes Zimmer. Eine qualmende Lampe. Die Zugeherin bringt lauwarmes Essen aus dem Gasthof. Stellt es unfreundlich auf den Tisch. Das ist Ihr Leben.«
Hasleitner hatte ins Weite geblickt, zu dem Walde hinüber, an dessen Fichten der Nebel lange Fetzen zurückließ.
Der soldatisch bestimmte Ton des pensionierten Majors weckte ihn auf.
»Wie?« fragte er.
»Ich sage, Sie müssen heiraten.«
Der alte Soldat deutete auf die tiefer gelegene Stadt, deren Häuser behaglich aneinandergedrückt waren.
»Das ist das Glück!« sagte er. »Eine Frau am Herde, fleißig, um unser Wohl besorgt und stattlich.«
Er beschrieb mit der Rechten eine nach rückwärts ausbauchende runde Linie.
»Und stattlich!« wiederholte er.
Hasleitner sah, wie es weiß und grau und dick und dünn aus vielen Kaminen rauchte, und er schien die Gemütlichkeit des Anblickes zu verstehen.
In seine Augen trat ein freundlicher Schimmer, und man konnte glauben, daß er an Herdfeuer dachte, oder an die runde, sich nach rückwärts ausbauchende Linie.
Überhaupt, er war ein träumerischer Mensch.
Sorglos im Äußeren, den Hemdkragen nicht immer blendend weiß, die Krawatte verschoben, den Bart naß von der letzten Suppe, aber in den Augen Herzensgüte, im ganzen Wesen eine Verträumtheit, die immer wieder zum Nasenbohren führte.”

 

 
Ludwig Thoma (21 januari 1867 – 26 augustus 1921)
Portret door Thomas Baumgartner,1911

Lees meer...

20-01-16

Edward Hirsch, Stefan Popa, Nazim Hikmet, Guy Helminger, Batya Gur, Qurratulain Hyder, Robert Olen Butler Jr., Axel Hacke

 

De Amerikaanse dichter en letterkundige Edward Hirsch werd geboren op 20 januari 1950 in Chicago. Zie ook alle tags voor Edward Hirsch op dit blog.

 

Fast Break
In Memory of Dennis Turner, 1946-1984

A hook shot kisses the rim and
hangs there, helplessly, but doesn't drop,

and for once our gangly starting center
boxes out his man and times his jump

perfectly, gathering the orange leather
from the air like a cherished possession

and spinning around to throw a strike
to the outlet who is already shoveling

an underhand pass toward the other guard
scissoring past a flat-footed defender

who looks stunned and nailed to the floor
in the wrong direction, trying to catch sight

of a high, gliding dribble and a man
letting the play develop in front of him

in slow motion, almost exactly
like a coach's drawing on the blackboard,

both forwards racing down the court
the way that forwards should, fanning out

and filling the lanes in tandem, moving
together as brothers passing the ball

between them without a dribble, without
a single bounce hitting the hardwood

until the guard finally lunges out
and commits to the wrong man

while the power-forward explodes past them
in a fury, taking the ball into the air
 

 

 
Edward Hirsch (Chicago, 20 januari 1950)
 

Lees meer...

André Kubiczek

 

De Duitse schrijver André Kubiczek werd op 20 januari 1969 geboren in Potsdam. Kubiczek is de oudste van de twee zonen van de politieke wetenschapper Wolfgang Kubiczek. Zijn moeder, een Laotiaanse had zijn vader ontmoet in Moskou, toen zij daar allebei studeerden. André Kubiczek studeerde een tijdje germanistiek in Leipzig en Bonn, maar brak zijn studie af. In 1997 kreeg hij een werkbeurs van Brandenburg, in 1998 de Alfred Döblin-beurs van de Akademie der Künste. Zijn debuutroman “Junge Talente” verscheen in 2002. Het thema van de roman is "het literaire afscheid van de kindertijd en jeugd in een ten onder gaand staatsbestel” 'door critici vergeleken met gelijksoortige debuutwerken van Jakob Hein en Claudia Rusch. Alle drie auteurs waren 'kinderen van de laatste echte DDR generatie ". Voor zijn tweede roman “Die Guten und die Bösen” werd Kubiczek genomineerd voor de Marburg Literatuurprijs 2005, In 2007 werd hij bekroond met de Candide prijs. In 2016 ontving hij een werkbeurs ​​van de Berlijnse Senaat. In hetzelfde jaar verscheen de roman “Skizze eines Sommers” die op de shortlist van de Deutsche Buchpreis kwam.

Uit: Junge Talente

“Er solle nicht so arrogant sein, sagte Delia, Theateraufführungen, ein 8-mm-Film. Lass mich raten, sagte Less, experimentell. Keine Ahnung, sagte Delia, und dass Göhrke – wie Less mutmaßte: um dem Fass die Krone aufzusetzen - jetzt schreibe,
Kurzgeschichten, Gedichte, Fabeln. Fabeln? Hatte er ihr all das in der Eisdiele aufgetischt? Ja schon, schließlich waren sie fast drei Stunden zusammen gewesen. Ob er, Less, denn auch schreibe, passen würde es ja, fände sie. Nein, ebendarum nicht, sagte Less, ob sie denn schreibe, passen, dachte Less, würde es auch, kam ja schließlich drauf an, was man schrieb, Wanderlieder zum Beispiel oder Fabeln. Fabeln! Delia druckste rum, und Less wusste, dass sie schrieb, Gedichte wahrscheinlich, die ihr armes Herz nicht für sich behalten konnte.
Less sagte, dass einige behaupteten, jeder sei ein Künstler, na ja, sagte Delia geniert, sie hoffe nur, morgen durch die Prüfung zu kommen.
Da Delia auf einem Dessert bestand, stocherten sie anschließend jeder in einem Eisbecher Melba herum, als Less vom Tresen her eine wohl bekannte Stimme vernahm, betrunken und schwerfällig, die Du dämliche Schwuchtel! brüllte. Er spähte an Delia vorbei und sah tatsächlich Nathanael auf einem Barhocker hängen, die Hände, die seine Worte wohl unterstrichen hatten, noch immer in der Luft. Der Wirt redete beruhigend auf ihn ein und stellte dann ein Getränk mit zerstoßenem Eis vor ihm ab.
Less zog den Kopf ein, bemüht, sich hinter Delias dürrer Gestalt zu verbergen, die mit dem Rücken zum Tresen saß und so den Grund seiner abschweifenden Aufmerksamkeit nicht mitbekam, die sie und ihr Gerede von der Macht der Poesie allein gelassen hatte. Er konnte jetzt kaum mit ihr am Tresen vorbei, also überredete er sie zu einer weiteren Flasche Wein, was sie zu dem schnippischen Kommentar veranlasste, Maik Göhrke trinke nicht so viel wie er, und ihn gleichzeitig zwang, auf das Thema, das ihr sehr wichtig schien, einzugehen.
Dass die Poesie bestimmte Saiten anschlage, die gespannt wären zwischen Verstand und Seele und ebenjenes Territorium mit Klängen erfülle, das unerkannt dazwischen im Nebel liege, abgeklemmt von den Nervenbahnen und ohne die Kanalisation der Instinkte, dass durch diese Klänge seine Dämonen geweckt würden, lichtscheue Mädchennachthemd trug.“

 

 
André Kubiczek (Potsdam, 20 januari 1969)

19:10 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: andré kubiczek, romenu |  Facebook |

In Memoriam Aristide von Bienefeldt

 

In Memoriam Aristide von Bienefeldt

De Nederlandse schrijver Aristide von Bienefeldt is op 56-jarige leeftijd overleden. Aristide von Bienefeldt (pseudoniem van Rijk de Jong) werd geboren op 24 oktober 1964 in Rozenburg bij Rotterdam. Zie ook alle tags voor Aristide von Bienefeldt op dit blog.

Uit: En weer zat er een Paul Newman in de keuken

“Ene Jaap uit Mijnsherenland heeft een reusachtige hoeveelheid houtblokken opgehaald. Ik had die blokken te koop gezet op Marktplaats, en Jaap was de eerste bieder. We hebben ze één voor één - ze lagen opgeslagen op de graanzolder - naar beneden gegooid; daarna heb ik geholpen - nou ja, ik deed alsof, hij had al betaald dus erg gemotiveerd was ik niet - om ze in het busje te stouwen dat hij speciaal voor het vervoer gehuurd had. Ik ben bang dat het busje meer gekost heeft dan het hout. Op het busje kon hij niet afdingen.
Sinds 1973, het jaar van de oliecrisis, lagen die blokken hun lot af te wachten. Mijn vader, die een ‘stel dat’-mens was, vreesde dat onze kachel op een dag niet meer zou branden.
‘Stel dat’-mensen sluiten nooit iets uit. ‘Stel dat de Arabieren de oliekraan diehtdraaien,’ rechtvaardigde hij zijn hamsterwoede, ‘dan hoeven wij van de winter geen kou te lijden.’
Dat die houtblokken veertig jaar later zouden verpulveren in een open haard in Mijnsherenland, kon hij niet vermoeden. Dat kon niemand vermoeden. Het kacheltje, bedoeld om in actie te komen als mijn vaders ‘stel dat’-scenario uitkwam, staat ook te koop. Ik vond het naast de houtberg, in een plastic zak, afgesloten met vlastouw.
‘Hout naar het bos dragen,’ dacht ik terwijl ik de blokken naar beneden gooide, samen met Jaap uit Mijnsherenland. Een quote van Erasmus, geloof ik.
Ik probeerde de quote van Erasmus in overeenstemming te brengen met onze bezigheden, of met wat mijn vader bedoeld had toen hij, bijna veertig jaar geleden, die houtvoorraad aanlegde. Vergeefse moeite.”

 


Aristide von Bienefeldt (24 oktober 1964 - 20 januari 2016)

19-01-16

Julian Barnes, Edgar Allen Poe, Edwidge Danticat, Patricia Highsmith, Marie Koenen, Gustav Meyrink

 

De Engelse schrijver Julian Barnes werd geboren op 19 januari 1946 in Leicester. Zie ook alle tags voor Julian Barnes op dit blog.

Uit: Levels of Life

“You put together two things that have not been put together before; and sometimes it works, sometimes it doesn't. Pilâtre de Rozier, the first man to ascend in a fire balloon, also planned to be the first to fly the Channel from France to England. To this end he constructed a new kind of aerostat, with a hydrogen balloon on top, to give greater lift, and a fire balloon beneath, to give better control. He put these two things together, and on the 15th of June 1785, when the winds seemed favourable, he made his ascent from the Pas-de-Calais. The brave new contraption rose swiftly, but before it had even reached the coastline, flame appeared at the top of the hydrogen balloon, and the whole, hopeful aerostat, now looking to one observer like a heavenly gas lamp, fell to earth, killing both pilot and co-pilot.
You put together two people who have not been put together before; and sometimes the world is changed, sometimes not. They may crash and burn, or burn and crash. But sometimes, something new is made, and then the world is changed. Together, in that first exaltation, that first roaring sense of uplift, they are greater than their two separate selves. Together, they see further, and they see more clearly.
Of course, love may not be evenly matched; perhaps it rarely is. To put it another way: how did those besieged Parisians of 1870-71 get replies to their letters? You can fly a balloon out from the Place St.-Pierre and assume it will land somewhere useful; but you can hardly expect the winds, however patriotic, to blow it back to Montmartre on a return flight. Various stratagems were proposed: for example, placing the return correspondence in large metal globes and floating them downstream into the city, there to be caught in nets. Pigeon post was a more obvious idea, and a Batignolles pigeon fancier put his dovecote at the authorities' disposal: a basket of birds might be flown out with each siege balloon, and return bearing letters. But compare the freight capacity of a balloon and a pigeon, and imagine the weight of disappointment. According to Nadar, the solution came from an engineer who worked in sugar manufacture. Letters intended for Paris were to be written in a clear hand, on one side of the paper, with the recipient's address at the top. Then, at the collecting station, hundreds of them would be laid side by side on a large screen and photographed. The image would be micrographically reduced, flown into Paris by carrier pigeon, and enlarged back to readable size..”

 

 
Julian Barnes (Leicester, 19 januari 1946)

Lees meer...

Bert Natter

 

De Nederlandse schrijver, uitgever en journalist Bert Natter werd geboren in Baarn op 19 januari 1968. Hij doorliep het Baarnsch Lyceum en zat een jaar op de Werkplaats Kindergemeenschap te Bilthoven. In 1988 ging hij Neerlandistiek studeren aan de Universiteit van Amsterdam, een studie die hij niet heeft afgemaakt. In 1990 ging hij als redacteur werken bij Uitgeverij Kwadraat te Utrecht, waar hij toen woonde. In 1995 verhuisde hij terug naar Baarn en werd hij uitgever bij de aldaar gevestigde Uitgeverij De Prom/De Fontein, die onder leiding stond van schrijver/biograaf Wim Hazeu. In 2001 werd hij hoofdredacteur van het treintijdschrift Rails, waar hij na ruim een jaar vertrok om freelance journalist te worden. Hij schreef onder andere columns, essays en artikelen over kunst en cultuur voor het Utrechts Nieuwsblad, AD Magazine, Oog en De Revisor. Sinds de middelbare school werkte hij met zijn vriend Ronald Giphart aan diverse boeken en publicaties. Ze houden samen, met nog een aantal andere schrijvers, een weblog bij dat door Natter werd geïnitieerd: de papieren wereld. In 2004 publiceerde hij “Het Rijksmuseum Kookboek”, waarvoor tien meester-koks zich lieten inspireren door Hollandse zeventiende-eeuwse schilderijen. In 2005 verscheen de historische roman “Rembrandt, mijn vader”. Zijn debuutroman “Begeerte heeft ons aangeraakt” is bekroond met de Selexyz Debuutprijs 2009 en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2010 en kreeg een vermelding op de longlist van de Academica Debutanten Prijs 2009, een eervolle vermelding voor de Anton Wachterprijs 2008 en een nominatie voor de Halewijnprijs 2008. Deze roman is door Tom Blokdijk (tekst) en Theu Boermans (regie) in 2011 bewerkt voor het toneel, een productie van Het Nationale Toneel en Het Derde Bedrijf. De tweede roman van Bert Natter, “Hoe staat het met de liefde?” verscheen in 2012, drie jaar later gevolgd door “Remington” en “Goldberg”.

Uit: Remington

“Mijn vader is er niet meer. In de achteruitkijkspiegel verdwijnt de Poolse vrachtwagen. Ik moet mee met de rest van het verkeer.
Is er een moment geweest waarop mijn vader zich voorstelde hoe ik me zou voelen? Heeft hij mij zien zitten, zonder hem, achter het stuur van zijn auto, op weg naar zijn huis?
Ik zou de wagen op de vluchtstrook tot stilstand moeten brengen, met knipperende alarmlichten achteruitrijden, maar ik raas door, want ik ben alweer een paar kilometer verder. Het gebeurde zo snel, voor ik het wist was mijn vader uit het zicht verdwenen.
Met honderddertig per uur vis ik mijn telefoon uit mijn broekzak.
Bijna leeg. Morgen zal mijn telefoon zijn opgeladen, de zon komt op, ik smeer een boterham en zet koffie, een nieuwe dag.
Ik bel het alarmnummer en ik vertel wat er is gebeurd, blijkbaar zo kalm en waardig dat de vrouw aan de andere kant van de lijn niet eens mijn gegevens vraagt. Ze bedankt mij vriendelijk voor de melding, meneer.
Alsof ik een ooggetuige ben.
Aan het eind van de Afsluitdijk bedenk ik dat het weinig zin heeft door te rijden naar mijn vaders huis. Niemand zal daar ooit meer thuiskomen. Ik draai de snelweg af. Voor de bijrijdersstoel rolt de kartonnen beker over de vloer heen en weer.
Ik moet stoppen en op de politie wachten. Die zal uit Friesland komen, neem ik aan. Dat duurt me te lang. Of uit Den Helder? Ja, eerder uit Noord-Holland. Beter kan ik omkeren en over de Afsluitdijk oostwaarts gaan naar de plek waar ik mijn vader voor het laatst heb gezien.
Het verkeer uit de richting Zurich dunt uit, terwijl het op mijn wegheft juist drukker wordt en ik moet afremmen. Ik kan onmogelijk meer terug. Pas aan het eind van de dijk, met nog ruim dertig kilometer voor de boeg, zal ik weer een keuze hebben.”

 

 
Bert Natter (Baarn, 19 januari 1968)

18:40 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: bert natter, romenu |  Facebook |

In Memoriam Michel Tournier

 

In Memoriam Michel Tournier

De Franse schrijver Michel Tournier is maandag op 91-jarige leeftijd thuis in Choisel overleden, meldden Franse media. Michel Tournier werd geboren op 19 december 1924 in Parijs. Zie ook alle tags voor Michel Tournier op dit blog.

Uit: Les météores

« J'ai le temps de me poser la vieille question qui surgit fatalement en voyage dans le cœur sédentaire que je suis : pourquoi ne pas m'arrêter ici ? Des hommes, des femmes, des enfants considèrent ces lieux fugitifs comme leur pays. Ils y sont nés. Certains n'imaginent sans doute aucune autre terre au-delà de l'horizon. A lors pourquoi pas moi ? De quel droit suis-je ici et vais-je repartir en ignorant tout de North Bend, de ses rues, de ses maisons, de ses habitants ? N'y-a-t-il pas dans mon passage nocturne pire que du mépris, une négation de l'existence de ce pays, une condamnation au néant prononcée implicitement à l'encontre de North Bend ? Cette question douloureuse se pose souvent en moi lorsque je traverse en tempête un village, une campagne, une ville, et que je vois le temps d'un éclair des jeunes gens qui rient sur une place, un vieil homme conduisant ses chevaux à l'abreuvoir, une femme suspendant son linge sur une corde tandis qu'un petit enfant s'accroche à ses jambes. La vie est là, simple et paisible, et moi je la bafoue, je la gifle de ma stupide vitesse...
Mais cette fois encore, je vais passer outre, le train rouge fonce vers la montagne nocturne en hululant, et le quai glisse et emporte deux jeunes filles qui se parlaient gravement, et je ne saurai jamais rien d'elles, et rien non plus de North Bend.
(…)

"L'Esprit-Saint est vent, tempête, souffle, il a un corps météorologique. Les météores sont sacrés. La science qui prétend en épuiser l'analyse et les enfermer dans des lois n'est que blasphème et dérision. "Le vent souffle où il veut et tu entends sa voix, mais tune sais ni d'où il vient, ni où il va", a dit Jésus à Nicodème. C'est pourquoi la météorologie est vouée à l'échec. ses prévisions sont constamment ridiculisées par les faits, parce qu'elles constituent une atteinte au libre arbitre de l'Esprit. Et il ne faut pas s'étonner de cette sanctification des météores que je revendique. En vérité tout est sacré. Vouloir distinguer parmi les choses un domaine profane et matériel au-dessus duquel planerait le monde sacré, c'est simplement avouer une certaine cécité et en cerner les limites. Le ciel mathématique des astronomes est sacré parce que c'est le lieu du Père. La terre des hommes est sacré, parce que que c'est le lieu du Fils. Entre les deux, le ciel est brouillé et imprévisible de la météorologie est le lieu de l'Esprit et fait lien entre le ciel paternel et la terre filiale. C'est une sphère vivante et bruissante qui enveloppe la terre comme un manchon plein d'humeurs et de tourbillons, et ce manchon est esprit, semence et parole."

 

 
Michel Tournier (19 december 1924 – 18 januari 2016)

18-01-16

Sascha Kokot, Peter Stamm, Franz Blei, Jon Stallworthy, Montesquieu, Ioan Slavici

 

De Duitse dichter en schrijver Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook alle tags voor Sascha Kokot op dit blog.

 

die Maschinen werden dir zu klein

die Maschinen werden dir zu klein
du kannst damit nichts mehr anfangen
und weißt nur die alten Geräte zu bedienen
mit ihren schweren Leibern scharf und grob
gegossen stehen sie stur als Herde in der Halle
und zwischen all dem das kleine Getier
zerbricht bei der geringsten Erschütterung in staubige Teile
als Nährboden für die befruchteten Eier
die warten auf einen günstigen Moment
wenn du nicht mehr im Raum bist und
nur die Glühbirne als letzte Wärmequelle summt

 

 

ruhig werd ich nicht

ruhig werd ich nicht
mit dem Blick auf den Wald
und dem schwarzen Mobiliar
mir in den Rücken gestellt
die Frau steht in der Küche
redet mit dem Kind im Laufgitter
der Hunger lässt es quengeln
morgen kommt der Mörtel
für die letzten Fugen am Haus
seit einigen Tagen hält sich
die Wärme länger im Ofen
das Befeuern gelingt nun besser
auch der Frost zieht sich zurück
doch es sammelt sich Wild vor den Toren
ruhig werd ich nicht

 

 
Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

Lees meer...