13-07-17

Antoine-Roger Bolamba

 

De Congolese dichter, schrijver en journalist Antoine-Roger Bolamba werd geboren in Boma in de provincie Bas-Congo (tegenwoordig Congo Central) op 13 juli 1913. Al tijdens zijn vroege schooljaren toonde hij een groeiende belangstelling voor literatuur. Na het voltooien van zijn studie, werkte hij voor het FOREAMI (Koningin Elizabeth fonds voor medische hulp aan inheemse volkeren), daarna werd hij op voordracht van een hogere officier van het Belgische koloniale bestuur benoemd tot hoofdredacteur van het tijdschrift Brousse die net was opgericht. In deze periode begon hij zijn carrière als schrijver, essayist en dichter. In 1939 stuurde hij zijn werk “Les aventures de Ngoy”, de legendarische held van Bangala, naar de literaire wedstrijd van de l’Association des Amis de l’Art indigène, maar hij viel niet in de prijzen. In 1952 maakte Bolamba met een delegatie van Congolese schrijvers een officiële reis naar Europa, waar hij andere schrijvers uit zwart Afrika en het Caribisch gebied ontmoette. Maar het was in 1954 in Leopoldville dat Bolamba de Guinese dichter Leon-Gontran Damas ontmoette, die op een officiële reis was. Over deze ontmoeting zal Bolamba zijn eerste artikel schrijven in het blad “La voix du Congolais” die hij leidde. Kort na zijn ontmoeting met Damas publiceerde hij “Esanzo. Chants pour mon pays”. In 1956 nam hij met de schrijver Paul Lomami Tshibamba deel aan het congres van zwarte schrijvers en kunstenaars in Parijs rond het thema “Négritude”. In de jaren die volgen, zal hij zijn carrière als schrijver tussen haakjes zetten om zich aan de politiek te wijden. Hij werd in 1959 vice-president van de Parti de l’indépendance et de la liberté. Na de onafhankelijkheid zal hij posities in verschillende regeringen bekleden. Hij werd door Patrice Lumumba benoemd tot staatssecretaris voor informatie en culturele aangelegenheden, en later minister van Informatie in de regering van Adoula in 1963. Een van zijn beroemde gedichten “Lokolé” is geïnspireerd door de Mongoolse volkstraditie.

 

Les Voix Sonores

Frêle embarcation sur le dos des crocodiles
vous emportez de moi
le souvenir transparent de joie
Ma main au monde de l'amour
lance des pièces d'argent
Pour une fois
un monstre avale mon trésor

Au solitaire en l'île
l'épervier noir apporte un lambeau de bonheur
l'orgueil nimbé
bénit une foule idolâtre
Des paroles de miel coulent des lèvres
de l'Exilée qui se coiffe
loin des regards indiscrets

Nous prendrons dans nos filets
les poissons-serpents
merveilles de la saison creuse
en la rivière des génies

Le hasard fait sauter
les pièges obliques des yeux
Nous marcherons sur le chemin du sang
l'oreille attentive aux plaintes de l'huile
bouillant dans le pot des incantations

Belle la ceinture de lianes
qui ceint le front de la fiancée
quétant son aventure

Ce soir
un grand feu de joie
dans l'île promise

Et le cri
des paupières forcées
et les larmes
qui tombent comme perles
sur les joues
nous parleront de l'ardeur sombre
des minutes trop denses

La nuit
les pilons chantent bas dans les mortiers
touk touk touk touk !
les étoiles se font des confidences
au pays bleu d'en haut

Les athlètes moissonnent
les richesses des gynécées
et les vierges de bois poli
brûlent dans les vases sacrés
le parfum du pardon

 

 
Antoine-Roger Bolamba (13 juli 1913 - 2 juli 2002)

18:20 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: antoine-roger bolamba, romenu |  Facebook |

12-07-17

Hugo von Hofmannsthal, Kees ‘t Hart, Carla Bogaards, Elias Khoury, Stefan George

 

Dolce far niente

 

 
Rain at Twilight In Washington Square Park door Leah Lopez, z.j.

 

 

Regen in der Dämmerung

Der wandernde Wind auf den Wegen
War angefüllt mit süßem Laut,
Der dämmernde rieselnde Regen
War mit Verlangen feucht betaut.

Das rinnende rauschende Wasser
Berauschte verwirrend die Stimmen
Der Träume, die blasser und blasser
Im schwebenden Nebel verschwimmen.

Der Wind in den wehenden Weiden,
Am Wasser der wandernde Wind,
Berauschte die sehnenden Leiden,
Die in der Dämmerung sind.

Der Weg im dämmernden Wehen,
Er führte zu keinem Ziel,
Doch war er gut zu gehen
Im Regen, der rieselnd fiel.

 

 
Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929) 
De Hofburg in Wenen, de geboorteplaats van Hugo von Hofmannsthal

Lees meer...

Anousha Nzume

 

De Nederlands schrijfster, actrice, columniste, programmamaakster Anna Senga "Anousha" Nzume werd geboren in Moskou op 12 juli 1969. Nzume is de dochter van een Russische moeder en een Kameroense vader, die in de Sovjet-Unie geneeskunde studeerde. Het gezin kwam naar Nederland toen haar vader meer ervaring wilde opdoen als arts. Haar vader keerde terug naar Kameroen en Nzume groeide op in Amsterdam onder de achternaam Steijn, de naam van haar stiefvader. Sinds haar achttiende voert ze de naam van haar biologische vader. Na haar studie aan de Kleinkunstacademie speelde ze onder andere in “Onderweg naar Morgen” (1994) en “Vrouwenvleugel” (1995). Op toneel stond ze in “Josephine the Musical”, “Bubbelin' Brown Sugar” en “De Roze Krokodillen”. Daarna studeerde ze een aantal jaar acteren en regie in New York aan NYU en bij the Barrow GROUP. In 2000 stond ze in de finale van het Leids Cabaret Festival en in de jaren daarna speelde ze twee solovoorstellingen en een duovoorstelling met Colette Noteboom. Met Jeremy Baker schreef ze de NTR-televisieserie Schoolplein (2006). In 2010 schreef ze mee aan een theatervoorstelling gebaseerd op het boek “De koningin van Paramaribo” en speelde daar ook in. Nzume is columniste ("druktemaker") in De Nieuws BV. Ze presenteerde enkele programma's voor NTR-radio en NET 5. Nzume schreef artikelen voor onder andere de Volkskrant, NRC Next en Esta. Ook tourde ze met de Duitse zangeres Nena. Ze presenteerde in 2013 de demonstratie tegen de Russische anti-homowet. Samen met Ebissé Rouw en Mariam El Maslouhi heeft Nzume de podcast Dipsaus opgericht, een maatschappijkritische podcast door en voor vrouwen van kleur en alle andere geïnteresseerden. De eerste aflevering verscheen op maandag 7 november 2016. In 2017 publiceerde ze het boek “Hallo witte mensen” over "wit privilege" en andere vormen van racisme.

Uit:Hallo witte mensen

„Die avond in de Roxy hield ik mijn mond verder tegen de knappe jongen. Ik was 19 en zelf ook het product van een institutioneel racistische samenleving. Opgegroeid in Amsterdam-Buitenveldert, opgeleid op witte scholen en lid van een Amstelveense hockeyclub. Als een van m'n vriendinnen zei dat ik 'best' knap was voor een negerin antwoordde ik, 'dank je wel', en meende ik dat. Opgegroeid bij een witte moeder en witte stiefvader kwam ik nauwelijks met vrouwen van kleur in anaraking. Over de zwarte vrouwen die ik op tv zag of op toneel had ik ambivalente gevoelens. Want welke zwarte vrouw zag ik? Zangeressen en sporters. Veelal wat extreme types, vond ik zelf als puber, want zoals veel pubers wilde ik vooral 'normaal' en 'onopvallend' zijn.
 Ik weet nog dat witte mensen vaak tegen me zeiden dat ik op de zangeres Randy Crawford leek. Het was (neem ik aan) bedoeld als compliment, maar ik vond het verschrikkelijk! Die broeierige Randy Crawford die in een witte jurk, duidelijk zonder bh, heupwiegend en hijgerig stond te zingen over het harde leven vol seks en drugs op de straten van New York... Wat had ik daar nou mee te maken? Ik droeg een paardenstaart en zat op ballet. Wat in godsnaam had ik gemeen met die 'exotische verrassing'? Ja, lieve witte mensen, dat was een van de standaardtermen voor vrouwen van kleur in die tijd. Behalve dan m'n kleur en m'n neusbreedte? Zelfs dat niet, want ik was (gelukkig, vond ik toen) lichter en m'n neus was (helaas, vond ik destijds) nog breder dan die van haar. Als ik nu naar foto's van Randy Crawford kijk, zie ik wat mensen toen waarschijnlijk bedoelden. We hebben allebei een lieve bolle toet. Maar daar eindigt elke gelijkenis. Zo leek ik qua toet en warme glimlach ook op Julie van The Love Boat, maar met die vergelijking kwam niemand.”

 

 
Anousha Nzume (Moskou, 12 juli 1969)

 

18:30 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: anousha nzume, romenu |  Facebook |

11-07-17

Nikolaus Lenau, Jhumpa Lahir, Jane Gardam

 

Dolce far niente

 

 
Na de regen door German Tatarinov, 1980

 

 

Stimme des Regens

Die Lüfte rasten auf der weiten Heide,
Die Disteln sind so regungslos zu schauen,
So starr, als wären sie aus Stein gehauen,
Bis sie der Wandrer streift mit seinem Kleide.

Und Erd und Himmel haben keine Scheide,
In eins gefallen sind die nebelgrauen,
Zwei Freunden gleich, die sich ihr Leid vertrauen,
Und Mein und Dein vergessen traurig beide.

Nun plötzlich wankt die Distel hin und wider,
Und heftig rauschend bricht der Regen nieder,
Wie laute Antwort auf ein stummes Fragen.

Der Wandrer hört den Regen niederbrausen,
Er hört die windgepeitschte Distel sausen,
Und eine Wehmut fühlt er, nicht zu sagen.

 

 
Nikolaus Lenau (13 augustus 1802 - 22 augustus 1850)
Lenauheim (Hongaars Csatád) Nikolaus Lenau werd geboren in Lenauheim.

Lees meer...

E.B. White

 

De Amerikaanse schrijver publicist, essayist Elwyn Brooks (E.B.) White werd op 11 juli 1899 geboren in Mount Vernon, New York, als zoon van een pianohandelaar. White studeerde kunstgeschiedenis aan de Cornell-universiteit te New York. Na zijn studie werd hij journalist en redacteur bij diverse bladen en kranten, vanaf 1925 bij het bekende tijdschrift The New Yorker, waar hij naam maakte met uiterst gevarieerde essays, satirische bijdragen en commentaren. White had ook veel succes als schrijver, voor volwassenen (onder andere schreef hij het Freudiaans-satirische Is Sex Necessary? Or, Why You Feel the Way You Do, 1929), maar vooral als auteur van kinderboeken. Het meest bekend zijn “Charlotte’s Web” (1952, over de vriendschap tussen een varkentje en een spin op een boerderij) en “Stuart Little” (1945, over een muisje geboren uit menselijke ouders). “Charlotte’s Web” (1973) en “Stuart Little’ (2000) werden beide succesvol verfilmd. White kreeg in 1978 de Pulitzerprijs voor zijn volledige oeuvre. Hij overleed in zijn eigen huis na een lange strijd tegen de ziekte van Alzheimer.

Uit:Charlotte's Web

“I'm staying right here," grumbled the rat. "I haven't the slightest interest in fairs."
"That's because you've never been to one," remarked the old sheep .
"A fair is a rat's paradise. Everybody spills food at a fair. A rat can creep out late at night and have a feast. In the horse barn you will find oats that the trotters and pacers have spilled. In the trampled grass of the infield you will find old discarded lunch boxes containing the foul remains of peanut butter sandwiches, hard-boiled eggs, cracker crumbs, bits of doughnuts, and particles of cheese. In the hard-packed dirt of the midway, after the glaring lights are out and the people have gone home to bed, you will find a veritable treasure of popcorn fragments, frozen custard dribblings, candied apples abandoned by tired children, sugar fluff crystals, salted almonds, popsicles,partially gnawed ice cream cones,and the wooden sticks of lollypops. Everywhere is loot for a rat--in tents, in booths, in hay lofts--why, a fair has enough disgusting leftover food to satisfy a whole army of rats."
Templeton's eyes were blazing.
" Is this true?" he asked. "Is this appetizing yarn of yours true? I like high living, and what you say tempts me."
"It is true," said the old sheep. "Go to the Fair Templeton. You will find that the conditions at a fair will surpass your wildest dreams. Buckets with sour mash sticking to them, tin cans containing particles of tuna fish, greasy bags stuffed with rotten..."
"That's enough!" cried Templeton. "Don't tell me anymore I'm going!”
(…)

“This is a very serious thing, Edith,” he replied. “Our pig is completely out of the ordinary.” “What’s unusual about the pig?” asked Mrs. Zuckerman, who was beginning to recover from her scare. “Well, I don’t really know yet,” said Mr. Zuckerman. “But we have received a sign, Edith—a mysterious sign. A miracle has happened on this farm. There is a large spider’s web in the doorway of the barn cellar, right over the pigpen, and when Lurvy went to feed the pig this morning, he noticed the web because it was foggy, and you know how a spider’s web looks very distinct in a fog. And right spang in the middle of the web there were the words ‘Some Pig.’ The words were woven right into the web. They were actually part of the web, Edith. I know, because I have been down there and seen them. It says, ‘Some Pig,’ just as clear as clear can be. There can be no mistake about it. A miracle has happened and a sign has occurred here on earth, right on our farm, and we have no ordinary pig.” “Well,” said Mrs. Zuckerman, “it seems to me you’re a little off. It seems to me we have no ordinary spider.” “Oh, no,” said Zuckerman. “It’s the pig that’s unusual. It says so, right there in the middle of the web.” “Maybe”

 

 
E.B. White (11 juli 1899 – 1 oktober 1985)

16:50 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: e.b. white, romenu |  Facebook |

Ann De Craemer

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijfster Ann De Craemer werd geboren in Tielt in 1981. De Craemer studeerde Germaanse taal- en letterkunde en behaalde een master in amerikanistiek. In 2010 debuteerde ze als auteur met “Duizend-en-één dromen. Een reis langs de Trans-Iraanse Spoorlijn”, een journalistiek boek over de presidentsverkiezingen van 2009 in Iran. Haar eerste prozawerk volgde in 2011 met “Vurige tong”, waarin ze vertelt over haar katholieke jeugd in West-Vlaanderen. Het boek werd in het juryrapport van de Debuutprijs 2012 vermeld als runner-up. In hetzelfde jaar publiceerde ze ook “Het kleine zwarte visje”, een bewerking van een kinderverhaal van de Iraanse schrijver Samad Behrangi. In 2012 schreef ze de roman “De seingever”. In 2014 kwam “Kwikzilver” uit dat gaat over haar grootmoeder die op het Vlaamse platteland leefde. De Craemer is tevens actief als columniste voor de krant De Morgen. In 2012 nam ze deel aan de tv-quiz De Slimste Mens ter Wereld.

Uit: Vurige tong

“Mijn laatste Goede Vrijdag in het Sint-Jozefsinstituut begon net als de vijf die eraan voorafgingen. Door het raam keek ik naar de wijzers van de klok van de Onze- Lieve-Vrouwekerk. Het was halfdrie. Tijd om naar de schoolkapel te gaan. In rijen van twee daalden we de trappen af. Zwijgend, want het was onze taak droevig te zijn om wat straks stond te gebeuren. Beneden, op de grote betonnen speelplaats, wachtte zuster Francis ons op. Het was nog geen zomer, dus ze droeg haar donkerbruine nylonkousen, zwarte platte sandalen met dunne riempjes, een donkerblauwe rok tot halverwege de kuiten (die onvermoed sexy vrouwelijke lichaamsdelen), een witte blouse waarop een groot kruis hing te bengelen en een donkerblauw gilet. Toch zag ze er vandaag anders uit. Terwijl ze haar natuurlijke gezag altijd kracht bijzette door haar hoofd hoog in de lucht te houden, richtte ze haar blik nu strak op de grijze tegels, de mondhoeken net geen negentig graden naar beneden gekruld. Het moment van rouw was aangebroken. Bijna, bijna was het drie uur. De spanning steeg.
We volgden haar naar de kapel, waar het halfduister was. Ook de grote paaskaars was gedoofd, maar toch zag ik het al van ver opnieuw in zijn volle glorie, gruwel en grootheid: het koperen kruisbeeld. Ik ging zitten en wendde mijn blik af. Nog niet aan denken, aan de beproeving die straks zou komen, aan Mijn Lijden Omdat Ook Christus Heeft Geleden.
Juffrouw Lieve, onze eigen lerares van de zesde klas, moest zich straks weer van haar jaarlijkse taak kwijten. Ze deed het altijd met overtuiging en kon zich een heel vroom gezicht aanmeten, hoewel ze een paar maanden voordien over zuster Francis uit de biecht had geklapt toen ze ons vol trots het hartje liet zien dat aan de halsketting bengelde die ze onder haar kleren droeg. Onder, inderdaad, want met de man die ze beminde was ze niet getrouwd, dus moest het gouden bewijs van zijn liefde verborgen blijven. Dat moest van zuster Francis, die het hartje één keer had opgemerkt, en na dit verhaal werden de wangen van juffrouw Lieve vuurrood en zei ze dat we aan niemand mochten verklappen dat ze haar geheim met ons had gedeeld. Zij geloofde, in tegenstelling tot haar oversten, wel nog in jeugdige onschuld, al had ze natuurlijk beter moeten weten, want nog geen halve dag nadat ze ons in vertrouwen had genomen gonsde het hartjesverhaal de hele school rond.”

 

 
Ann De Craemer (Tielt, 1981)

16:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ann de craemer, romenu |  Facebook |

Jennifer Grotz

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jennifer Grotz werd geboren op 11 juli 1971 in Canyon, Texas. Zij groeide op in kleine stadjes in Texas maar woonde ook lang in Frankrijk en Polen, waarvan haar gedichten getuigen. Grotz behaalde diploma's aan de Tulane University (BA), de Indiana University (MA en MFA), en de Universiteit van Houston (PhD). Zij studeerde ook literatuur aan de Universiteit van Parijs (La Sorbonne), waar ze haar interesse voor het vertalen van Franse Poëzie ontdekte. Haar gedichten, vertalingen en recensies zijn verschenen in vele literaire tijdschriften en bladen, en haar werk is opgenomen in Best American Poetry. Zij is de eerste vrouw die leiding gaf aan de Breadloaf Writers Conferences. Grotz doceert Engels en creatief schrijven aan de Universiteit van Rochester.

 

Poppies

There is a sadness everywhere present
but impossible to point to, a sadness that hides in the world
and lingers. You look for it because it is everywhere.
When you give up, it haunts your dreams
with black pepper and blood and when you wake
you don’t know where you are.

But then you see the poppies, a disheveled stand of them.
And the sun shining down like God, loving all of us equally,
mountain and valley, plant, animal, human, and therefore
shouldn’t we love all things equally back?
And then you see the clouds.

The poppies are wild, they are only beautiful and tall
so long as you do not cut them,
they are like the feral cat who purrs and rubs against your leg
but will scratch you if you touch back.
Love is letting the world be half-tamed.
That’s how the rain comes, softly and attentively, then

with unstoppable force. If you
stare upwards as it falls, you will see
they are falling sparks that light nothing only because
the ground interrupts them. You can hear the way they’d burn,
the smoldering sound they make falling into the grass.

That is a sound for the sadness everywhere present.
The closest you have come to seeing it
is at night, with the window open and the lamp on,
when the moths perch on the white walls,
tiny as a fingernail to large as a Gerbera daisy
and take turns agitating around the light.

If you grasp one by the wing,
its pill-sized body will convulse
in your closed palm and you can feel the wing beats
like an eyelid’s obsessive blinking open to see.
But now it is still light and the blackbirds are singing
as if their voices are the only scissors left in this world.

 

 
Jennifer Grotz (Canyon, 11 juli 1971)

16:45 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jennifer grotz, romenu |  Facebook |

10-07-17

Marcel Proust, Erik Jan Harmens, Alice Munro, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Salvador Espriu, Gerhard L. Durlacher, Jürgen Becker, Nicolás Guillén

 

De Franse schrijver Marcel Proust werd geboren in Auteuil op 10 juli 1871. Zie ook mijn blog van 10 juli 2010 en eveneens alle tags voor Marcel Proust op dit blog.

Uit: À la recherche du temps perdu. Du côté de chez Swann

« Mais (surtout à partir du moment où les beaux jours s'installaient à Combray) il y avait bien longtemps que l'heure altière de midi, descendue de la tour de Saint-Hilaire qu'elle armoriait des douze fleurons momentanés de sa couronne sonore, avait retenti autour de notre table, auprès du pain bénit venu lui aussi familièrement en sortant de l'église, quand nous étions encore assis devant les assiettes des Mille et une nuits, appesantis par la chaleur et surtout par le repas. Car, au fond permanent d'oufs, de côtelettes, de pommes de terre, de confitures, de biscuits, qu'elle ne nous annonçait même plus, Françoise ajoutait - selon les travaux des champs et des vergers, le fruit de la marée, les hasards du commerce, les politesses des voisins et son propre génie, et si bien que notre menu, comme ces quatre-feuilles qu'on sculptait au XIIIe siècle au portail des cathédrales, reflétait un peu le rythme des saisons et des épisodes de la vie - : une barbue parce que la marchande lui en avait garanti la fraîcheur, une dinde parce qu'elle en avait vu une belle au marché de Roussainville-le-Pin, des cardons à la moelle parce qu'elle ne nous en avait pas encore fait de cette manière-là, un gigot rôti parce que le grand air creuse et qu'il avait bien le temps de descendre d'ici sept heures, des épinards pour changer, des abricots parce que c'était encore une rareté, des groseilles parce que dans quinze jours il n'y en aurait plus, des framboises que M. Swann avait apportées exprès, des cerises, les premières qui vinssent du cerisier du jardin après deux ans qu'il n'en donnait plus, du fromage à la crème que j'aimais bien autrefois, un gâteau aux amandes parce qu'elle l'avait commandé la veille, une brioche parce que c'était notre tour de l'offrir. Quand tout cela était fini, composée expressément pour nous, mais dédiée plus spécialement à mon père qui était amateur, une crème au chocolat, inspiration, attention personnelle de Françoise, nous était offerte, fugitive et légère comme une ouvre de circonstance où elle avait mis tout son talent. Celui qui eût refusé d'en goûter en disant : "J'ai fini, je n'ai plus faim", se serait immédiatement ravalé au rang de ces goujats qui, même dans le présent qu'un artiste leur fait d'une de ses ouvres, regardent au poids et à la matière alors que n'y valent que l'intention et la signature. Même en laisser une seule goutte dans le plat eût témoigné de la même impolitesse que se lever avant la fin du morceau au nez du compositeur. ».

 

 
Marcel Proust (10 juli 1871 – 18 november 1922)
Proustkamer in Le château de Breteuil in Choisel

Lees meer...

09-07-17

Gerard Walschap, Tim Hofman, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe, Mervyn Peake, Jan Neruda, Peter Märthesheimer

 

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook mijn blog van 9 juli 2010 en eveneens alle tags voor Gerard Walschap op dit blog

Uit:Houtekiet

“Met de andere hand grijpt hij haar pols en houdt hem in bedwang. Dat nu kan op de hoeve geen enkel man. Want aangegrepen in stal, schuur of onder de koe, vlucht Lien nooit voor een man en roept ook nooit: één wrong en los is ze, zelfs uit de greep van Leo, die een zak graan op de kar gooit zoals gij en ik een bussel stroo.
‘Merci Mieke,’ zegt Houtekiet.
Zij, ontstemd: ‘Ik heet Lien.’
De koe die, weeral dwars, hem niet naar de wei wil volgen, trekt hij, als wederdienst voor de dronk, eenvoudig bij de horens tot waar ze zijn moet. Ook dat kan niemand anders: geen dier verdraagt dat ge aan zijn horens komt.
Van avond naar avond groeit haar verlangen hem weer te zien. Alsof de dwarse koe het weet, en haar uit Deps wil houden, blijft ze de zevende dag in de wei. Lien gaat nochtans Deps in. Zacht en smekend roept ze er vruchteloos zijn naam. Alsof de oude Mandus ook van haar verlangen weet, vertelt hij nog tergender langzaam dan anders dat hij de boswachter gezien heeft. Als hem de eer te beurt gevallen is de boswachter te zien, deze grote der aarde, heeft de boswachter gewoonlijk Houtekiet gezien en de hoop uitgesproken hem nog deze nacht te kunnen neerschieten en in de grond steken gelijk een hond vol schurft.
Van eindeloos ver vertrekt Mandus' verhaal. ‘Schoon weer, Mandus, zegt hij zo. Ja, zeg ik, boswachter, als 't zo maar blijft. 't Zal zo blijven, Mandus, zegt hij zo. Ik zeg zo, mijn gedacht is van niet, boswachter.’ Plots gilt Lien, nijdig als een spin, dat al dat schoon weer er niet bij te pas komt, zeg wat hij gezegd heeft en daarmee uit. Weer heeft hij gezegd dat Houtekiet er vannacht aan moet. ‘Ik schiet hem neer, Mandus, en ik steek hem in de grond gelijk een hond vol schurft.’ Hij heeft het telkens met dezelfde woorden gezegd.
Na die nacht echter van angstig luisteren naar het schot dat nooit afgaat, kan zij Houtekiet toelachen, breed en zalig, hem de emmer melk aanbieden en hij drinkt hem half leeg. Daarna neemt hij met grote eenvoud haar borsten en ontknoopt haar jak. Het is haar te veel dat zij voortmelkt, zwaar en rood ligt haar hoofd aan de flank van de koe. Als hij het zijne onder haar arm doorsteekt om aan haar harde, witte borst te zuigen, poogt zij nog te gekscheren, dat zij zelf nog geen melk heeft, maar de lach versterft tussen haar trillende lippen en opeenklemmende tanden: hij wringt haar van de driepoot. Als zijn uitgewoede mond op de hare valt, schiet een sterke straal koemelk tussen hun beider lippen: onbewust heeft zij de koedeem geledigd die zij nog in de hand hield. Hoe lachen zij.”

 

 
Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)
Cover

Lees meer...

Jean Cassou, Johanna Schopenhauer, Johann Götz, Alexis Piron, Matthew Lewis, Barbara Cartland, Robert Gratzer

 

De Franse schrijver, dichter en vertaler Jean Cassou werd geboren op 9 juli 1897 in Deusto bij Bilbao.Zie ook alle tags voor Jean Cassou op dit blog en ook mijn blog van 9 juli 2010

 

Sonnet I

La barque funéraire est, parmi les étoiles,
longue comme le songe et glisse sans voilure,
et le regard du voyageur horizontal
s'étale, nénuphar, au fil de l'aventure.

Cette nuit, vais-je enfin tenter le jeu royal,
renverser dans mes bras le fleuve qui murmure,
et me dresser, dans ce contour d'un linceul pâle,
comme une tour qui croule aux bords des sépultures ?

L'opacité, déjà, où je passe frissonne,
et comme si son nom était encor Personne,
tout mon cadavre en moi tressaille sous ses liens.

Je sens me parcourir et me ressusciter,
de mon front magnétique à la proue de mes pieds,
un cri silencieux, comme une âme de chien.

 

 

Sonnet VI
À mes camarades de prison

Bruits lointains de la vie, divinités secrètes,
trompe d’auto, cris des enfants à la sortie,
carillon du salut à la veille des fêtes,
voiture aveugle se perdant à l’infini,

rumeurs cachées aux plis des épaisseurs muettes,
quels génies autres que l’infortune et la nuit,
auraient su me conduire à l’abîme où vous êtes ?
Et je touche à tâtons vos visages amis.

Pour mériter l’accueil d’aussi profonds mystères
je me suis dépouillé de toute ma lumière :
la lumière aussitôt se cueille dans vos voix.

Laissez-moi maintenant repasser la poterne
et remonter, portant ces reflets noirs en moi,
fleurs d’un ciel inversé, astres de ma caverne.

 

 
Jean Cassou (9 juli 1897 – 18 januari 1986)
Borstbeeld in Toulouse

Lees meer...

08-07-17

Thijs Zonneveld, Micha Hamel, Maria van Daalen, Peter Orlovsky, Walter Hasenclever

 

Bij de Tour de France

 

 
De Franse wielrenner Thomas Voeckler pakt een flesje water in de Tour van 2016

 

Uit: De Ereronde van de Eland

“De vluchter oogt onrustig. Hij kijkt om, minder dan voorheen, maar met evenveel wanhoop in zijn ogen. Achter zich ziet hij slechts een weg met platanen aan weerszijden. De schaduwen van de bomen worden korter. De zon klimt. Het is lunchtijd. Toeschouwers langs de kant van de weg halen stokbroden uit rugzakken en openen de koelboxen.
Dit is zomer in Frankrijk. Zon, eindeloze rijen platanen, baguettes met smeltende La vache qui rit en de Tour. De Tour is meer dan een wielerwedstrijd. De Tour, dat is chaos, hectiek en publiek. Dat is drie weken feest in ieder dorp dat wordt aangedaan. Dat is de burgemeester in zijn beste pak, de vrouw van de slager in haar mooiste bloemetjesjurk en gratis pastis in het café op de hoek. En hordes toeristen uiteraard. De Tour is van Frankrijk, maar ook een beetje van de rest van de wereld. Behalve de Franse driekleur wapperen er Duitse vlaggen, Vlaamse Leeuwen, Friese pompeblêdden, Noorse rood-blauwe kruizen, Amerikaanse stars and stripes en Kazakstaanse zonnen. Drie weken lang heeft de wereld twee wielen.
De vluchter steekt zijn hand op naar de wedstrijdjury en wijst naar zijn bidon. Een motor met drinkbussen op de bagagedrager komt naast hem rijden. De koploper vist een bidon uit het rekje. Hij schudt de drinkbus even voordat hij hem aan zijn mond zet. Neemt een slok en trekt een vies gezicht. Spuugt en gooit de bidon in de berm. Een paar kinderen en een volwassen man duiken erbovenop.”

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

Lees meer...

Richard Aldington, Jean Ray, Jean de La Fontaine, Julius Mosen, Eva Roman, Hanns Johst

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

 

I have drifted along this river 

I have drifted along this river
Until I moored my boat
By these crossed trunks.

Here the mist moves
Over fragile leaves and rushes,
Colorless waters and brown, fading hills.

You have come from beneath the trees
And move within the mist,
A floating leaf.

O blue flower of the evening,
You have touched my face
With your leaves of silver.

Love me, for I must depart.  

 

 

Beauty Unpraised

There is only you.
The rest are palterers, slovens, parasites.
You only are strong, clear-cut, austere;
Only about you the light curls
Like a gold laurel bough.

Your words are cold flaked stone,
Scentless white violets?
Laugh Let them blunder.
The sea is ever the sea
And none can change it,
None possess it.

 

 
Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

Lees meer...

07-07-17

Jan H. de Groot, Ivo Victoria, Lion Feuchtwanger, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl

 

Dolce far niente

 

dolce far niente
 The Rainbow door George Inness, 1878

 

Onweer

‘k Lig op mijn buk
in ‘t gras en ruik
het loof van pieperblommen.
Ginds licht het door
het bos en ‘k hoor
een verre donder grommen.

De zon verlaat
de dag en gaat
in rode wolken onder.
In ‘t Zuiden richt
een bliksemschicht
zijn speer en zwelt de donder.

Nu nadert zacht
de zomernacht
met zwaar bevochte schreden.
Er rilt gerucht,
een windezucht
komt uit het bos gegleden.

Er wervelt wind
die drijft en dringt
de volle donderkoppen.
Een vette blik
en hardop tikt
de val der eerste droppen.

Dan aarz’lend sta
ik op en ga
door wind en regenvlagen.
En boven mij
barst het getij
van vreselijke slagen.

 

 
Jan H. de Groot (13 maart 1901 - 1 december 1990)
Stadsgezicht Alkmaar door Jaap Zomer, 2014. Jan H. de Groot werd geboren in Alkmaar

Lees meer...

06-07-17

Christopher Marlowe, Bodo Kirchhoff, Lucas Hirsch, William Wall, Hilary Mantel, Bernhard Schlink

 

Dolce far niente

 

 
La petite fenêtre au Cannet door Pierre Bonnard, 1946

 

 

In summer’s heat, and mid-time of the day

In summer’s heat, and mid-time of the day,
To rest my limbs, upon a bed I lay,
One window shut the other open stood,
Which gave such light as twinkles in a wood,
Like twilight glimpse at setting of the sun
Or night being past, and yet not day begun.
Such light to shamefaced maidens must be shown,
Where they may sport, and seem to be unknown.
Then came Corinna in a long loose gown,
Her white neck hid with tresses hanging down:
Resembling fair Semiramis going to bed
Or Laïs of a thousand wooers sped.
I snatched her gown, being thin, the harm was small,
Yet strived she to be covered therewithal.
And striving thus as one that would be cast,
Betrayed herself, and yielded at the last.
Stark naked as she stood before mine eye,
Not one wen in her body could I spy.
What arms and shoulders did I touch and see,
How apt her breasts were to be pressed by me?
How smooth a belly, under her waist saw I?
How large a leg, and what a lusty thigh?
To leave the rest, all liked me passing well,
I clinged her naked body, down she fell,
Judge you the rest: being tired she bade me kiss.
Jove send me more such afternoons as this.

 

 
Christopher Marlowe (6 februari 1564 - 30 mei 1593
Christopher Marlowe werd geboren in Canterbury.

Lees meer...