12-01-11

Kamiel Verwer

 

De Nederlandse dichter en schrijver Kamiel Verwer werd op 12 januari 1979 in Tilburg geboren. Hij studeerde Informatica en Filosofie en behaalde twee opeenvolgende Masters diploma’s in 2002 en 2003. Na een dodelijk verkeersongeval van zijn moeder ging hij naar Berlijn en studeerde daar verder filosofie aan de Humboldt Universiteit. Deze studie sloot hij af met een Duits proefschrift over "vrijheid en verantwoordelijkheid in de filosofie van Hans Jonas". In de zomer van 2008 begon hij te reizen en tijdens deze reis kreeg hij het ​​idee van Charity Travel om de ideeën van zijn proefschrift in praktijk te brengen en om zijn passie voor reizen te combineren met gewoon iets goeds doen. Hij startte Charity Travel in 2009 en legde verbanden met kleinschalige goede doelen wereldwijd.

 

 

Entree met draaideur

 

Niets behalve die even aangename windvlaag

langs het tafeltje waaraan ik zat

en de kaars die even oplichtte

maar dan weer was zijn schijnsel

die onbewogen dans

als altijd in het glas van de deur

 

Nu draait hij weer

een meisje beweegt zich naar binnen

en die onbenullige kaars

hij verlicht haar gezichtje

als een duivel verlicht hij

de stilte naast haar mond

"deur, draai verdomme door"

dreunde keihard door me heen

het was de kaars, die

binnen in mij al vele jaren scheen.

 

Kamiel Verwer (Tilburg, 12 januari 1979)

09:46 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: kamiel verwer, romenu |  Facebook |

11-01-11

Jasper Fforde, Katharina Hacker, Marc Acito, Nikos Kavvadias, Oswald de Andrade, Helmut Zenker

 

De Britse schrijver en cameraman Jasper Fforde werd geboren op 11 januari 1961 in Londen. Zie ook mijn blog van 11 januari 2008 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Shades of Grey 

 

„It began with my father not wanting to see the Last Rabbit and ended up with my being eaten by a carnivorous plant. It wasn’t really what I’d planned for myself— I’d hoped to marry into the Oxbloods and join their dynastic string empire. But that was four days ago, before I met Jane, retrieved the Caravaggio and explored High Saffron. So instead of enjoying aspirations of Chromatic advancement, I was wholly immersed within the digestive soup of a yateveo tree. It was all frightfully inconvenient.
But it wasn’t
all
bad, for the following reasons: First, I was lucky to have landed upside down. I would drown in under a minute, which was far, far preferable to being dissolved alive over the space of a few weeks. Second, and more important, I wasn’t going to die ignorant. I had discovered something that no amount of merits can buy you: the truth. Not the whole truth, but a pretty big part of it. And that was why this was all frightfully inconvenient. I wouldn’t get to do anything with it. And this truth was too big and too terrible to ignore. Still, at least I’d held it in my hands for a full hour and understood what it meant.
I didn’t set out to discover a truth. I was actually sent to the Outer Fringes to conduct a chair census and learn some humility. But the truth inevitably found me, as important truths often do, like a lost thought in need of a mind. I found Jane, too, or perhaps she found me. It doesn’t really matter. We found each other. And although she was Grey and I was Red, we shared a common thirst for justice that transcended Chromatic politics. I loved her, and what’s more, I was beginning to think that she loved me. After all, she did apologize before she pushed me into the leafless expanse below the spread of the yateveo, and she wouldn’t have done that if she’d felt nothing.“

 

 

 

Jasper Fforde (Londen, 11 januari 1961)

 

Lees meer...

Eduardo Mendoza, Diana Gabaldon, Slavko Janevski, Ilse Weber, Alan Stewart Paton, Bayard Taylor

 

De Spaanse schrijver Eduardo Mendoza werd geboren in Barcelona op 11 januari 1943. Zie ook mijn blog van 11 januari 2007 en ook mijn blog van 11 januari 2008 en ook mijn blog van 11 januari 2009 en ook mijn blog van 11 januari 2010.

 

Uit: Niemand im Damensalon (Vertaald door Peter Schwaar) 

 

“Nach neun Tagen kam sie wieder, mit denselben Beinen. Wortlos setzte sie sich auf den Sessel, wies mit einer Handbewegung den Frisiermantel zurück und sagte, mir fest in die Augen blickend:
"Ich bin nicht wegen meiner Haare gekommen, sondern um mit dir über eine persönliche Angelegenheit zu sprechen. Macht es dir etwas aus, wenn ich dich duze? Das ist nur logisch in Anbetracht des persönlichen Charakters der Angelegenheit, auf die ich eben angespielt habe. Aber vorher muss ich wissen, ob ich für diese persönliche Angelegenheit und alle sich daraus ergebenden Konsequenzen auf dich zählen kann."
"Ich werde tun, was in meiner Macht liegt," antwortete ich, "vorausgesetzt, es ist nicht unvereinbar mit der Ethik der Coiffure."
"Ich habe keine andere Antwort erwartet. Aber wir unterhalten uns besser nicht hier. Es kann jemand reinkommen und uns bei unserer Fühlungnahme stören. Wann hast du Feierabend?"
"Ein guter Friseur hat nie Feierabend, aber der Damensalon schließt um acht."
"Um diese Zeit erwarte ich dich in der Kneipe gegenüber. Versetz mich nicht."
Zur vereinbarten Stunde erschien ich zu unserer Verabredung. Sie war bereits dort, an einem Tisch im Hintergrund ins Einsaugen eines (vom Kellner der Kneipe) in eine Flasche abgefüllten Erfrischungsgetränks versunken, gleichgültig gegenüber allem um sie herum. Wortlos deutete sie auf den Stuhl. Ich setzte mich. Eine Weile schwiegen wir, sie dachte an ihre Dinge, und ich dachte ebenfalls an ihre Dinge. Das erlaubte mir, sie etwas aufmerksamer zu betrachten, so dass ich dem Leser eine nachträgliche Beschreibung liefern kann - auf ihre untere Hälfte bin ich ja schon andernorts zu sprechen gekommen.”

 

 

 

Eduardo Mendoza (Barcelona, 11 januari 1943)

 

Lees meer...

Mart Smeets

 

De Nederlandse (sport)journalist, schrijver en radio- en televisiepresentator Martinus Jan (Mart) Smeets werd geboren in Arnhem op 11 januari 1947. Smeets is sinds 1974 verbonden aan Studio Sport als verslaggever en presentator en sinds 2002 in vaste dienst van de NOS. Hij doet al jaren vanuit Frankrijk verslag van de Ronde van Frankrijk. Hij doet tevens verslag van diverse schaatsevenementen, schrijft wekelijkse columns, onder andere voor Sportweek, Trouw, Haarlems Dagblad en VARA-gids. Over zijn werk en zijn passies (onder andere muziek en eten) schrijft hij boeken met losse verhalen, waarin hij op een persoonlijke wijze weergeeft wat hij van bepaalde zaken vindt Op 3 december 2008 gunde de jury van de Beeld en Geluid Awards, voorheen de Gouden Beelden, de oeuvreprijs aan Mart Smeets. Hij kreeg tevens een plek in de glazen Wall of Fame in het gebouw van Beeld en Geluid in Hilversum.

 

Uit: Sportzomerdagboek

 

„Het wordt elf uur en de telefoon blijft rustig. Geen geluid. Kwart over elf. Niets nog.
Half twaalf. Ik zet de radio iets harder en K. kijkt me weer aan. Ik zeg niets. Mijn binnenste rommelt en ik heb een lichte hoofdpijn.
Zeven minuten over half twaalf. Ik voel eerst de trilling van het apparaatje, hoor dan de ringtoon. Ik neem op: ‘Zeg het maar, Tjeb.’ Hij zegt met rustige stem: ‘Ik zie je volgende maand in Peking.’ Over
famous first words
gesproken.
Ons gesprek duurt niet lang. Ik feliciteer hem en K. roept hard ‘
Yes, yes, yes,’ en balt haar vuist in de lucht. We hangen op en ik voel dat ik natte ogen krijg. Hij heeft bereikt wat hij wilde. Helemaal alleen. Ooit had hij een droom en die heeft hij helemaal zelf waargemaakt.“

 

 

Uit: Op de fiets lukte het Hamilton niet (Column in Trouw)

”Er is een tijd geweest dat ik met bewondering naar Tyler Hamilton keek. Hij was onder de vleugels van Lance Armstrong vertrokken naar graziger weiden en had het shirt van CSC aangedaan. Dat rood, wit en zwart stond hem goed en onder de kneedbare handen van Bjarne Riis kwam ineens een renner uit die veel beter leek te zijn dan knecht alleen.
Ik herinner me dat hij viel; een lullige val, over een stoeprand, en dat zijn schouder vet ingetapet moest worden en dat hij duizend doden stierf om nog maar op de fiets te kunnen blijven.
Dat was het Tour-jaar dat een complete filmploeg met veel tamtam hem tijdens de ronde volgde: 2003, zijn eerste jaar in eigen schoenen. Overal waren die mannen; ze filmden hem van 's ochtends vroeg tot lang na de massagetafel. De film, die in 2004 uitgebracht zou worden, zou de intense schoonheid van het wielrennen in de Tour naar voren brengen.
Ik hoorde dat de film door kitsch heen vloog, maar dat de essentie mooi was: de kale mens op een ijzeren ros in de vrije natuur tegen een berg op klauterend. Alleen.
Ik weet nog van het gedoe van Hamilton met zijn hond: Tugboat, een trouw beest dat ziek werd en afgemaakt moest worden terwijl zijn baasje in de Franse ronde tegen grootmacht Armstrong opbood en voorzichtig ten onder ging.
Tugboat overleed en de halsband van het trouwe dier werd een houvast voor de kleine renner. Huilend en triest zocht hij zijn geluk in een ellenlange solovlucht door de Pyreneeën.
Het lukte en iedereen klapte hem toe: wat een karakter, wat een doorzettingsvermogen, wat een held.
Als je foto's van die dag ziet, bemerk je de trotse Hamilton die zijn leermeester Armstrong vol liefde bij de schouders vasthoudt. De twee praten en hebben een uiterst tevreden trek om de mond. Allebei.
Dan wordt het augustus en wordt Hamilton olympisch kampioen. De olijftak op zijn hoofd knelt meteen: positief. Bloeddoping. B-staal niet mogelijk, want onzorgvuldig gedrag bij een laboratoriumbeambte. Hij houdt goud en trekt verder de wereld in.
De Vuelta in september, een gewonnen tijdrit en de leiderstrui; Grote Winst nadert, maar weer ontploffen de testketels: weer positief.
Twee maal in twee maanden; dat is iets teveel.”

 

 

 

Mart Smeets (Arnhem, 11 januari 1947)

19:16 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: mart smeets, romenu |  Facebook |

10-01-11

Antonio Muñoz Molina, Annette von Droste-Hülshoff, Dennis Cooper, Mies Bouhuys, Harrie Geelen

 

De Spaanse schrijver Antonio Muñoz Molina werd geboren op 10 januari 1956 in Úbeda in de provincie Jaén. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Mondwind (Vertaald door Willi Zurbrüggen) 

 

„Du wartest voll Ungeduld und Angst auf eine Explosion, die etwas von einem Erdbeben haben wird, wenn der Countdown bei null angelangt ist, und dennoch passiert nichts. Du wartest, starr auf dem Rücken liegend, die Beine im rechten Winkel, die Augen geradeaus nach oben gerichtet, zum Himmel, wenn du ihn hinter der durchsichtigen Wölbung des Raumhelms sehen könntest, eingetaucht in eine endgültige Stille wie am Grunde des Meeres, als sie dir den Helm auf dem starren Kragenrund des äußeren Anzugs befestigten. Plötzlich bewegten sich die Münder derer, die dir am nächsten waren, ohne einen Ton hervorzubringen, und es war, als wärest du schon weit fort, ohne dass die Reise

überhaupt begonnen hätte. Die Hände auf den Oberschenkeln, die Füße in den großen weißen Stiefeln mit dem gelben Rand und der dicken Sohle nebeneinander, für den Start mit Titanklammern festgehalten, die Augen weit geöffnet. Du hörst nichts, nicht einmal das Rauschen des Blutes in deinen Ohren, nicht die Schläge deines Herzens, die an der Brust befestigte Sensoren registrieren und übermitteln, tief und regelmäßig, Paukenschlägen ähnlich, doch längst nicht so exakt in ihrem Takt wie der Pulsschlag von Chronometern. Die Zahl deiner Schläge pro Minute wird ebenso registriert wie die der Herzen deiner beiden Kameraden.

Jeder von ihnen so bewegungslos und angespannt wie du selbst. Drei Herzen klopfen in ihrem Brustkorb mit unterschiedlichem Rhythmus, wie drei aus dem Takt geratene Pauken. Wartend schließt du die Augen. Die Augenlider sind so ziemlich das Einzige an dir, was du bewegen kannst, und das erinnert dich an deine verletzliche Körperlichkeit, deine Nacktheit, verborgen im Innern dreier übereinandergetragener Anzüge aus Nylon, Plastik und Baumwolle, behandelt mit feuerfesten Substanzen. Jeder Anzug ist schon für sich ein Raumfahrzeug. Vor einigen Jahren schwebtest du über eine Stunde und zweihundert Kilometer über der Erde im leeren Raum, mit dem Raumschiff nur durch einen langen Schlauch verbunden, der dir das Atmen ermöglichte.“

 

 

 

Antonio Muñoz Molina (Úbeda, 10 januari 1956)

 

Lees meer...

Yasmina Khadra, Dennis Cooper, Jared Carter, Jutta Treiber, Franz Kain

 

De Algerijnse schrijver Yasmina Khadra (pseudoniem van Mohammed Moulessehoul) werd geboren op 10 januari 1955 in Kenadsa. Zie ook mijn blog van 10 januari 2008 en ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010.

 

Uit: Die Schuld des Tages an die Nacht (Vertaald door Regina Keil-Sagawe)

 

„Río Salado gefiel mir sehr – Flumen Salsum, wie der Ort bei den Römern hieß, heute El Maleh. Und er gefällt mir nach wie vor, ich kann mir kaum vorstellen, unter einem anderen Himmel alt zu werden oder fern der Geister, die ihn bevölkern, zu sterben. Río Salado war ein prachtvolles Kolonialdorf mit stattlichen Häusern und üppig begrünten Straßen. Der Platz, auf dem einst große Bälle stattfanden und wo die renommiertesten Musiker spielten, hatte seinen Steinfliesenteppich in nächster Nähe zum Rathaus entrollt. Hochstrebende Palmen rahmten ihn ein, die ein Band lampiongeschmückter Girlanden verband. Dort traten Aimé Barelli und Xavier Cugat mit seinem berühmten Chihuahua auf, der ihm stets vorwitzig aus der Tasche lugte, Jacques Hélian und Pérez Prado: legendäre Namen und Orchester, die Oran, die Hauptstadt Westalgeriens, sich trotz allem Weltstadtgehabe niemals leisten konnte.

Río Salado trumpfte gerne auf, um die Prognosen Lügen zu strafen, die seinen Untergang auf ganzer Linie vorhergesagt hatten. Die herrschaftlichen Villen, die es mit keckem Eifer längs der Durchgangsstraße aufreihte, sollten dem Reisenden vor Augen führen, dass Angeberei eine Tugend ist, wenn sie Vorurteile entkräftet und die Mühen veranschaulicht, die es zu bewältigen gilt, um den Mond vom Himmel zu holen.

In früheren Zeiten war hier nur trostlose Ödnis gewesen, nichts als Steine und Eidechsen. Nur selten verirrte sich einmal ein Hirte hierher, der gewiss kein zweites Mal seinen Fuß dorthin setzen würde, auf dieses Gelände voll Dornengestrüpp und toter Flussarme, wo Hyänen und Wildschweine den Ton angaben – kurzum, ein Stück Erde, das Menschen wie Engel mieden und das die Pilger so hastig durchquerten, als wäre der Teufel hinter ihrer Seele her …“

 

 

 

Yasmina Khadra (Kenadsa, 10 januari 1955)

 

 

Lees meer...

Robinson Jeffers, Alexei Tolstoy, Jan H. Eekhout, Aubrey Thomas de Vere, Giselher Werner Hoffmann

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Robinson Jeffers werd geboren op 10 januari 1887 in Allegheny, nu Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 10 januari 2009 en ook mijn blog van 10 januari 2010. 

 

 

To A Young Artist

 

It is good for strength not to be merciful
To its own weakness, good for the deep urn to run
over, good to explore
The peaks and the deeps, who can endure it,
Good to be hurt, who can be healed afterward: but
you that have whetted consciousness
Too bitter an edge, too keenly daring,
So that the color of a leaf can make you tremble
and your own thoughts like harriers
Tear the live mind: were your bones mountains,
Your blood rivers to endure it? and all that labor
of discipline labors to death.
Delight is exquisite, pain is more present;
You have sold the armor, you have bought shining
with burning, one should be stronger than
strength
To fight baresark in the stabbing field
In the rage of the stars: I tell you unconsciousness
is the treasure, the tower, the fortress;
Referred to that one may live anything;
The temple and the tower: poor dancer on the flints
and shards in the temple porches, turn home.

 

 

 

 

The Bed By The Window

 

I chose the bed downstairs by the sea-window for a good death-bed
When we built the house, it is ready waiting,
Unused unless by some guest in a twelvemonth, who hardly suspects
Its latter purpose. I often regard it,
With neither dislike nor desire; rather with both, so equalled
That they kill each other and a crystalline interest
Remains alone. We are safe to finish what we have to finish;
And then it will sound rather like music
When the patient daemon behind the screen of sea-rock and sky
Thumps with his staff, and calls thrice: "Come, Jeffers."

 

 

 

 

Robinson Jeffers (10 januari 1887 – 20 januari 1962)

 

Lees meer...

Adrian Kasnitz

 

De Duitsedichter en schrijver.Adrian Kasnitz werd geboren op 10 januari 1974 in Orneta, Polen. Kasnitz groeide op in Lüdenscheid en studeerde in Keulen en Praag (MA 2002). Hij schrijft poëzie, proza​​, essays, en richt zich op fotografie en geschiedenis. Gedichten zijn verschenen in tal van literaire tijdschriften en bloemlezingen, zoals in Der Große Conrady. Sinds 2003 runt hij zijn uitgeverij Parasitenpresse, waarinpoëzie en proza verschijnt. Kasnitz is mede-organisator van de Lesebühne am Brüsseler Platz.

 

Uit: Innere Sicherheit

 

am bankomat leuchten die augen. ein glückender glanz

der sich spiegelt im lcd. du bist jung, du siehst gut

aus, dein kleid findest du in einer hippen filiale

(wie in jeder stadt). in die city, das ist dein sinn nach

der arbeit, nach dem essen, nach der liebe. aber was dein

mann sagt, bleibt geläufig: in die city, das ist sein sinn.

aus dem bankomat fallen scheine, deine gunst & dei

ne blütenfrische. das papier ist rein, jeder mag es

wie du dich bewegst von boutique zu boutique. kauf dir was

schönes, ein kind, wie es in der werbung lacht, weil der wunsch

einfach zu begleichen war mit der goldenen karte.

ein chip, der deine daten trägt, deine maße. dein slip

wird er feucht beim anblick der flakons? bei musik die der

kaufhaus-dj auflegt für deinen privaten cash-flow?

 

 

 


Adrian Kasnitz (Ometa, 10 januari 1974)

13:25 Gepost door Romenu in Literatuur | Permalink | Commentaren (0) | Tags: adrian kasnitz, romenu |  Facebook |

09-01-11

Bas Heijne, Benjamin Lebert, Simone de Beauvoir, Theodor Holman, Danny Morrison

 

De Nederlandse schrijver, essayist, columnist en vertaler Bas Heijne werd geboren op 9 januari 1960 in Nijmegen. Zie ook mijn blog van 9 januari 2008 en ook mijn blog van 9 januari 2009 en ook mijn blog van 9 januari 2010.

 

Uit: Open brief aan Bas Heijne (Hollandse toestanden)

 

„Dat laatste literaire genre is anoniem; de briefschrijver zwelgt in zijn onzichtbare macht. De open brief is bij uitstek een celebrity-genre; de schrijver voelt zich te goed voor een eenvoudig stuk op de opiniepagina, of nog erger, de ingezonden-brievenrubriek; hij gaat niet met zijn mening in de rij staan wachten op zijn beurt. Net als die zelfbenoemde denktanks die in het kielzog van Fortuyn overheid en regering bestoken met nota's, aanbevelingen, opdrachten, manifesten, protocollen, gaat ook de schrijver van de open brief recht op zijn doel af - hij wil meteen de baas zelf spreken, voor minder doet hij het niet.

Ook ik een Zola!

De open brief is een vorm van engagementskitsch. De schrijver ervan waant zich een moedige buitenstaander - joodse intellectuelen in de jaren dertig! - maar hij ademt juist in alles de tijdgeest. Hij is helemaal geen bepalende kracht, hij is een symptoom.

Een symptoom waarvan? Van de hoge toon die ons land in zijn greep heeft, van de neiging om in Nederland alles persoonlijk te maken, van de Hollandse hang om reële sociale en politieke problemen te misbruiken voor persoonlijk melodrama, van de misvatting dat ons land het beste vanaf de zijlijn kan worden bestuurd, en van de inmiddels totale afkeer van de reguliere politieke en maatschappelijke instituties.

Maar vooral is de open brief een symptoom van het ontbreken van een echt debat - ogenschijnlijk gaat de schrijver direct in gesprek met de aangeschrevene, maar dat contact is schijn. Nu iedereen over elkaar heen struikelt om zijn tegenstander of vijand klein te maken door middel van een even vlammend als vernietigend persoonlijk appèl, valt op hoe ijdel het genre eigenlijk is, hoe weinig er werkelijk contact of discussie wordt gezocht. De schrijver van de open brief staat uiteindelijk altijd voor de spiegel.“

 

 


Bas Heijne (Nijmegen, 9 januari 1960)

 

 

Lees meer...

Pierre Guyotat, Heiner Müller, Pierre Combescot, Gisbert Haefs, Karel Čapek, Klaus Schlesinger

 

De Franse schrijver Pierre Guyotat werd geboren op 9 januari 1940 in Bourg-Argental. Zie ook mijn blog van 9 januari 2009 en ook mijn blog van 9 januari 2010.

 

Uit: Eden, éden, éden 

 

''Les soldats, casqués, jambes ouvertes, foulent, muscles retenus, les nouveaux-nés emmaillotés dans les châles écarlates, violets : les bébés roulent hors des bras des femmes accroupies sur les tôles mitraillées des G.M.C. ; le chauffeur repousse avec son poing libre une chèvre projetée dans la cabine ; / au col Ferkous, une section du RIMA traverse la piste ; les soldats sautent hors des camions ; ceux du RIMA se couchent sur la caillasse, la tête appuyée contre les pneus criblés de silex, d'épines, dénudent le haut de leur corps ombragé par le garde-boue ; les femmes bercent les bébés contre leurs seins : le mouvement de bercée remue renforcés par la sueur de l'incendie les parfums dont leurs haillons, leurs poils, leurs chairs sont imprégnés : huile, girofle, henné, beurre, indigo, soufre d'antimoine - au bas du Ferkous, sous l'éperon chargé de cèdres calcinés, orge, blé, ruchers, tombes, buvette, école, gaddous, figuiers, mechtas, murets tapissés d'écoulements de cervelle, vergers rubescents, palmiers, dilatés par le feu, éclatent : fleurs, pollen, épis, brins, papiers, étoffes maculées de lait, de merde, de sang, écorces, plumes, soulevés, ondulent, rejetés de brasier à brasier par le vent qui arrache le feu, de terre ; les soldats assoupis se redressent, hument les pans de la bâche, appuient leurs joues marquées de pleurs séchés contre les ridelles surchauffées, frottent leur sexe aux pneus empoussiérés ; creusant leurs joues, salivent sur le bois peint ; ceux des camions, descendus dans un gué sec, coupent des lauriers-roses, le lait des tiges se mêle sur les lames de leurs couteaux au sang des adolescents éventrés par eux contre la paroi centrale de la carrière

d'onyx …“

 

 

 

Pierre Guyotat (Bourg-Argental, 9 januari 1940)

In 1984 in het Franse tv-programma „apostophe“

 

Lees meer...

Wilbur Smith, Kurt Tucholsky, Brian Friel, August Gailit, Chaim Nachman Bialik

 

De Zuid-Afrikaanse schrijver Wilbur Addison Smith werd geboren in Broken Hill in Zimbabwe (Rhodesië) op 9 januari 1933. Zie ook mijn blog van 9 januari 2009 en ook mijn blog van 9 januari 2010.

 

Uit: Assegai

 

„AUGUST 9, 1906, was the fourth anniversary of the coronation of Edward VII, King of the United Kingdom and the British Dominions, and Emperor of India. Coincidentally it was also the nineteenth birthday of one of His Majesty’s loyal subjects, Second Lieutenant Leon Courtney of C Company, 3rd Battalion 1st Regiment, The King’s African Rifles, or the KAR, as it was more familiarly known. Leon was spending his birthday hunting Nandi rebels along the escarpment of the Great Rift Valley in the far interior of that jewel of the Empire, British East Africa.

The Nandi were a belligerent people much given to insurrection against authority. They had been in sporadic rebellion for the last ten years, ever since their paramount witch doctor and diviner had prophesied that a great black snake would wind through their tribal lands belching fire and smoke and bringing death and disaster to the tribe. When the British colonial administration began laying the tracks for the railway, which was planned to reach from the port of Mombasa on the Indian Ocean to the shores of Lake Victoria almost six hundred miles inland, the Nandi saw the dread prophecy being fulfilled and the coals of smouldering insurrection flared up again. They burned brighter as the head of the railway reached Nairobi, then started westwards through the Rift Valley and the Nandi tribal lands down towards Lake Victoria. When Colonel Penrod Ballantyne, the officer commanding the KAR regiment, received the despatch from the governor of the colony informing him that the tribe had risen again and were attacking isolated government outposts along the proposed route of the railway he remarked, with exasperation, ‘Well, I suppose we shall just have to give them another good drubbing.’

 

 

 

Wilbur Smith (Broken Hill, 9 januari 1933)

 

 

Lees meer...

Anne Rivers Siddons, Giovanni Papini, Lascelles Abercrombie, Pierre Garnier, Thomas Warton

 

De Amerikaanse schrijfster Anne Rivers Siddons werd geboren op 9 januari 1936 in Atlanta, Georgia. Zie ook mijn blog van 9 januari 2010. 

 

Uit: Low Country

 

„I think I'll go over to the island for a few days," I said to my husband at breakfast, and then, when he did not respond, I said, "The light's beautiful. It can't last. I hate to waste it. We won't get this pure gold again until this time next year."

Clay smiled, but he did not put down his newspaper, and he did not speak. The smile made my stomach dip and rise again, as it has for the past twenty-five years. Clay's smile is wonderful, slow and unstinting and a bit crooked, and gains much of its power from the surrounding austerity of his sharp, thin face. Over the years I have seen it disarm a legion of people, from two-year-olds in mid-tantrum to Arab sheiks in same. Even though I knew that this smile was little more than a twitch, and with no more perception behind it, I felt my own mouth smiling back. I wondered, as I often do, how he could do that, smile as though you had absolutely delighted him when he had not heard a word you said.

"There is a rabid armadillo approaching you from behind," I said. "It's so close I can see the froth. It's not a pretty sight."

"I heard you," he said. "You want to go over to the island because the light's good. It can't last."

I waited, but he did not speak again, or raise his eyes.

Finally I said, "So? Is that okay with you?"

This time he did look up.

"Why do you ask? You don't need my permission to go over to the island. When did I ever stop you?"
His voice was level and reasonable; it is seldom anything else. I knew that he did not like me to go over to the island alone, though, for a number of reasons that we had discussed and one that we had not, yet.“

 

 


Anne Rivers Siddons (Atlanta, 9 januari 1936)

 

Lees meer...

08-01-11

Juan Marsé, Waldtraut Lewin, Gaston Miron, Ko Un, Béla Zsolt

 

De Catalaanse schrijver Juan Marsé werd geboren op 8 januari 1933 in Barcelona. Zie ook mijn blog van 8 januari 2007 en ook mijn blog van 8 januari 2009 en ook mijn blog van 8 januari 2010.

 

Uit: Last evenings with Teresa 

 

„Mount Carmel is a naked, barren hill located northwest of the city. Their invisible strings managed by the expert hands of children, you will often see brightly-coloured kites in the blue of the sky, shuddering in the wind, hovering above the summit like coats of arms announcing a warrior dream. In those grey postwar years, when empty stomachs and body lice required a dream a day to make reality more bearable, Mount Carmel was the favourite and fabulous field of adventure for the scruffy children from the neighbourhoods of Casa Baró, Guinardó and La Salud. They climbed to the top where the wind whistles to launch crude home-made kites constructed with flour paste, cane, rags and newspaper: for a long time there trembled and flapped fiercely in the city sky photos and news of the German advance on the fronts of Europe, death and destruction reigned, the weekly ration of Spaniards, misery and hunger. Now, in the summer of 1956, Carmel's kites no longer bear news or photos, nor are they made of newspapers, but rather of fine tissue paper bought in some shop, and their are colours garish, shocking. But despite this improvement in their appearance, many are still home-made, their frames coarse and heavy, and they gain height with difficulty: still the neighborhood’s warrior banner.“

 

 

 

Juan Marsé (Barcelona, 8 januari 1933)

In 1975

 

 

Lees meer...

Claudia Grehn, Leonardo Sciascia, Alfred Tomlinson, Francico Bocanegra, Baltasar Gracián y Morales, Roland Moed, Vasyl Stus

 

De Duitse (toneel)schrijfster Claudia Grehn werd geboren op 8 januari 1982 in Wiesbaden. Zie ook mijn blog van 8 januari 2009.

 

Uit: Heimlich bestialisch  I can’t wait to love in heaven

 

„HÄHNCHENESSEN 1

IRMGARD

fürs hähnchenessen sind meine eltern perfekt

papa mag die keule mama brust und flügel ich

bin wie papa keule schnell fahrn: sausen, lässig

aber konzentriert handeln im notfall,

sportler papa klärt mich über die frauen auf:

brünette sind ihm lieber ungeschminkte

blonde müssen sich schminken um zu wirken ich

bin froh dass ich ein kind bin mama macht alles

falsch sie ist blond hysterisch meckert liest

konsaliksimmel kapiert gar nichts von literatur

raucht die alte fümöse und trifft sich mit

freundinnen um dallas zu gucken

macht doch mal etwas rentables, ihr könnt doch

stricken oder töpfern, seidenmalerei, sagt

papa, was dazu verdienen, fähigkeiten ausbilden

meine schwester schreit immer wenn ich die

fusel zwischen ihren fingern rauspule und sie

ihr ins nasenloch stecke – dann muss sie endlich

mal den schnuller ausspucken...“

 

 

 

 

Claudia Grehn (Wiesbaden, 8 januari 1982)

 

 

Lees meer...